Farao's uit het Oude Egypte.

Egypte is eeuwenlang geregeerd door Farao's.

De Farao had zowel de wereldlijke als de goddelijke macht en werd aanzien als de vertegenwoordiger van de goden. Zijn macht was dus vrijwel grenzeloos.

Op deze plaats wil ik u graag laten kennismaken met de meest bekende farao's uit de opeenvolgende dynastieen.

  

De Vroegste Tijd

1ste dynastie(3032-2853)

 

Aha ( Menes)  (3032-3000)

Menes

Menes is de naam die Manetho gaf aan de eerste koning of farao van het Oude Egypte, rond 3100 v. Chr.

Hij was koning van Opper-Egypte (het dal van de Nijl) en versloeg de koning van Beneden-Egypte (de rivierdelta). Sindsdien combineerden de koningen van Egypte de witte kroon van Opper-Egypte en de rode kroon van Beneden-Egypte tot een gecombineerde kroon.

Volgens andere bronnen zouden Menes en Narmer dezelfde persoon zijn. Nog anderen bronnen stellen Menes en Hor-Aha gelijk.

 

 

Atoti (Athotis) (3000-2999)

 

 

Djer (2999-2952)

 

Djer

 

Over het leven van deze koning zijn vrijwel geen details bekend, tenzij de verklaring van Manetho dat hij 57 jaar regeerde. Volgens de chronologie van het werk van Jürgen von Beckerath Chronologie des pharaonischen Ägypten regeerde hij slechts circa 2 jaar (3000-2999 v. Chr.).

Net zoals zijn voorganger Hor-Aha werd hij begraven in de heilige plaats Abydos. In de buurt van zijn graf ligt een ander, dat waarschijnlijk toebehoorde aan zijn echtgenote Merneith, moeder van de latere koning Den en zelf mogelijk regentes voor deze laatste tijdens zijn jeugd.

 

Wadj (2952-2939)

 

djet

 

Horusnaam: Djet

Andere namen: Wadji of Wadj

Over het leven van deze koning zijn geen details bekend.

 

 Dewen  (2939-2892)

 

Dewen

 

Horusnaam: Den

Troonnaam: Semti of Semty

Andere namen: Hesepti op de Abydos-koningslijst, Oesaphaidos bij Manetho, Oedimoe, Dewen

 

Den was voor zover bekend nog zeer jong toen hij aan de macht kwam. Aangenomen wordt dat zijn moeder, koningin Merneith, de echtgenote van koning Djer, als zijn regent optrad tijdens de beginjaren van zijn heerschappij.

Den zou wel eens de onbekende koning van de Palermo-steen zou kunnen zijn. Een aantal gebeurtenissen uit de regering van deze koning die op deze steen worden beschreven lopen gelijk met vergelijkbare feiten uit de regering van Den.

Volgens de chronologie van het werk van Jürgen von Beckerath Chronologie des pharaonischen Ägypten regeerde hij 47 jaar (2939-2892 v. Chr.)

 

Adjib  (2892-2886)

 

Adjib

 

Horusnaam: Anedjib ("Veilig is zijn hart")

Andere namen: Miebidos bij Manetho, Adjib

 

Volgens de chronologie van het werk van Jürgen von Beckerath regeerde hij 6 jaar (2892-2886 v. Chr.)

Voor het overige is niet veel met zekerheid geweten over deze koning.

 

 

Semerchet  (2886-2878)

 

Semerchet

 

Horusnaam: Semerchet ("Wijze vriend")

 

Volgens de chronologie van het werk van Jürgen von Beckerath: Chronologie des pharaonischen Ägypten regeerde hij 8 jaar (2886-2878 v. Chr.)

Voor het overige is niet veel met zekerheid geweten over deze koning.

 

 Qa-a  (2878-2853)

 

Qa-a

 

Horusnaam: Qaä ("Zijn arm is geheven")

Andere namen: Bieneches bij Manetho, Qa'a, Ka'a, Qaä-hedjet

 

Volgens de chronologie van het werk van Jürgen von Beckerath Chronologie des pharaonischen Ägypten regeerde hij 25 jaar (2878-2853 v. Chr.)

Voor het overige is niet veel met zekerheid geweten over deze koning.

 

 

 

  2de dynastie. (2853-2734)

 

Hotepsekhemwy (2853-2825)

 

Piramide Sakkara

 

Over Hotepsekhemwy, de eerst farao van de tweede dynastie, is niet veel bekend.

Zijn naam, die op veel verschillende plaatsen werd gevonden, betekent: ‘de twee krachten zijn in vrede’.

Hoe hij aan de macht kwam is ongewis maar de mogelijk bestaat dat hij een prinses huwde. Het is niet bekend of hij verwant was aan de oude lijn van de eerste dynastie. Hij is waarschijnlijk niet de zoon van Qa-a maar wellicht zijn schoonzoon.

In elk geval bracht hij offers en zorgde hij voor de begrafenis van Qa-a, want zijn zegel werd teruggevonden aan de buitenkant van het graf van Qa-a in Abydos.

 

Zijn eigen graf is in Sakkara

 

Nebre (2825-2810)

 

Raneb stile

 

Horusnaam: Ra-neb ("Ra is de heer")

Andere namen: Kaiechos, Nebre

Manetho laat hem de introducent zijn van zowel de verering van de heilige stier van Mnevis, van de Apis-stier in Memphis en van de cultus van de heilige ram van Mendes. Vandaag zijn de wetenschappers de mening toegedaan dat de cultus van de Apis-stier ruim ouder is, daar er een stèle gevonden is uit de tijd van de koning Den die naar deze cultus verwijst. Voor het overige is niet veel met zekerheid geweten over deze koning.

 

 

 Ninetjer (2810-2767)

 

ninetjer

 

Horusnaam: Nynetjer ("Gelijk aan god")

Andere namen: Binothris, Ninetjer, Nunetjer

 

Volgens de chronologie van het werk van Jürgen von Beckerath regeerde hij 43 jaar

Volgens Manetho werd tijdens zijn regering beslist dat ook vrouwen op de troon konden komen.

De Palermo-steen vermeldt een aantal gebeurtenissen gedurende de eerste 26 jaar van zijn regering. Voor het overige is weinig met zekerheid geweten over deze koning.

In het 13e jaar van zijn regering hield hij een veldtocht met plundering van het Huis van het Noorden en de stad Sjem-Re (volgens de Palermo-steen).

 

 

Wenegnebti (2767-2760)

Geen informatie gevonden.

 

Sechemib (2760-2749)

 

 

Horusnaam: oorspronkelijk Sechemib ("Sterk van hart"), later Seth-Per-ib-sen ("Hoop van alle harten")

Andere namen: Thlas ( bij Manetho)

 

Volgens Manetho regeerde hij 17 jaar. Hij is de enige Egyptische koning die een Seth-naam gedragen heeft. Blijkbaar waren er ernstige interne spanningen tussen Noord en Zuid tijdens zijn regering, die een religieus karakter aannamen, waardoor de strijd voorgesteld werd als een afspiegeling van de mythologische strijd tussen Horus en Seth. Daar hij zijn naam veranderde wordt aangenomen dat de Seth-strekking de overhand kreeg.

 

Neferkare (2749-2744)
Geen informatie gevonden.

Neferkasokar (2744-2736)
Geen informatie gevonden.

Hoedjefa (2736-2734)

Geen informatie gevonden.

 

Chasechemoey 2734-2707

 



 is de laatste Egyptische koning van de tweede dynastie.

 

Horusnaam: oorspronkelijk Chasechem, later Cha-sechemoey ("De twee machtigen verschijnen")

Andere namen: Cheneres bij Manetho, Chasechemuy, Khasekhemwy (Engels)

 

Deze koning zou oorspronkelijk Chasechem geheten hebben. Bij zijn installatie op de troon doken de spanningen tussen Noord en Zuid, die ook reeds aanwezig waren bij zijn voorganger Seth-Peribsen, opnieuw op. Na een aantal opstanden de kop te hebben ingedrukt zou hij zijn naam veranderd hebben in Chasechemoey. Hij nam hierdoor op een diplomatische manier zowel de Horusvalk als het Seth-dier op in zijn naam, teneinde aan beide strekkingen tegemoet te komen.

Zijn waarschijnlijke koningin was Nemathap, een prinses uit het noorden. Op een zegel wordt zij koningbarende moeder genoemd, wat zou betekenen dat zij de moeder van ofwel Sanacht, ofwel Djoser is, of misschien zelfs van beiden.

Volgens Manetho regeerde Chasechemoey 30 jaar, wat overeenstemt met de modernere visie.

 

 

 Het Oude Rijk

 3de dynastie  (2707-2639)

 

Nebka (2707 - 2690)

 

 

Horusnaam: Sa-nacht ("Sterke bescherming")

Andere namen: Necherofes bij Manetho, Nebka

 

Was waarschijnlijk een broer van zijn meer bekende opvolger Djoser. Zijn afstamming is onzeker, doch hij is naar alle waarschijnlijkheid aan de macht gekomen door een huwelijk met een dochter van de Chasechemoey, de laatste koning van de tweede dynastie.

Volgens Manetho regeerde Sanacht 28 jaar, volgens de chronologie van het werk van Jürgen von Beckerath, Chronologie des pharaonischen Ägypten regeerde hij 17 jaar (2707-2690 v. Chr.)

 

Djoser (2690 - 2670)

 



Horusnaam: Netjeri-chet ("Goddelijk lichaam")

Geboortenaam: Djoser

Andere namen: Tosorthos bij Manetho, Zoser, Dzoser, Djeser, Zosar, Djéser, Djésèr,Netjerikhet

 

Djoser was waarschijnlijk een broer van zijn voorganger Sanacht. Bij zijn troonsbestijging diende hij, net als Sanacht aan interne strubbelingen het hoofd te bieden. Eens deze overwonnen lijkt zijn macht zich uitgestrekt te hebben tot Aswan, de eerste cataract van de Nijl. Hij was in zijn tijd bekend onder zijn horusnaam Netjerichet, en al zijn monumenten zijn dan ook met deze naam gemerkt. Pas in latere tijden wordt meer en meer naar hem verwezen met de naam Djoser (of Zoser), wat vermoedelijk zijn geboortenaam was. Dat deze twee namen verwijzen naar dezelfde persoon blijkt uit de koppeling van beide namen op een lange inscriptie op een rots op het eiland Sehel bij Aswan.

Het is echter voornamelijk zijn graf, de Trappenpiramide van Djoser en het bijhorende complex dat hem beroemd maakte, zowel in de Oudheid als in het heden. Het is, voor zover bekend, het eerste gebouw dat volledig in steen was opgetrokken. De trappenpiramide is oorspronkelijk niet als dusdanig opgezet, maar begon als mastaba, een klassieke Egyptische grafvorm. In latere stadia werd het grondvlak vergroot, tot uiteindelijk 126 bij 109 meter, en werden steeds kleinere trappen toegevoegd. Uiteindelijk kwamen er zes trappen voor een totale hoogte van meer dan 60 meter. Het vermoeden bestaat dat de piramide zodanig uitdeinde dat hij zich zelfs over het graf van Sanacht, de voorganger van Djoser, uitstrekt. De architect die verantwoordelijk was voor het ontwerp van dit bouwwerk was de vizier Imhotep, een geniaal man, hooggewaardeerd door de koning en de Egyptenaren, en later vergoddelijkt.

Djoser maakte ook werk van de ontginning van de rijkdommen van de Sinaï, vooral koper (bij de Wadi Maghara) en turkoois (bij Serabit-el-Chadim).

Volgens Manetho regeerde Djoser 29 jaar, volgens de Koningspapyrus van Turijn regeerde hij 19 jaar en Jürgen von Beckerath kent hem in zijn Chronologie des pharaonischen Ägypten een regeerperiode van 20 jaar (2690-2670 v. Chr.) toe

 

 

Djoserti (2670 - 2663)

 

Horusnaam: Sechem-chet ("Machtig van lichaam")

Andere namen: Tyreis ? bij Manetho, Sekhemkhet (Engels), Djoserti

 

De juiste afstamming van Sechemset is niet duidelijk. Algemeen wordt aangenomen dat hij een zoon of een kleinzoon was van zijn voorganger Djoser. Tot 1951 was hij een van die zeer obscure koningen van het oude Egypte. Toen werd zuidwestelijk van Djosers grafcomplex onder het zand een begin van een trappenpiramide ontdekt, waarvan de constructie zeer geleek op die van Djoser. Het ziet er naar uit dat dit het onvoltooide grafmonument van Sechemchet is, onvoltooid omdat de koning stierf kort nadat de bouw begon. Het bewijs dat Sechemchet wel degelijk de bouwheer was werd geleverd toen vijf kruikstoppen van klei werden gevonden met zegelafdrukken met daarop zijn naam.

In het ondergrondse grafgedeelte van de onvoltooide piramide werd een rechthoekige sarcofaag van albast gevonden, die nog verzegeld was met gips. Bij het openen bleek hij echter vreemd genoeg leeg.

Volgens Manetho regeerde Djoser 7 jaar, en Jürgen von Beckerath kent hem in zijn Chronologie des pharaonischen Ägypten een ongeveer even lange regeerperiode toe (2670-2663 v. Chr.).

 

Chabai - Khaba ( 2663-2639)

Geen informatie gevonden.

Mesochris (2663 - 2639)

Geen informatie gevonden.

Hoeni - Huni ( 2630 - 2611)

 

 

Huni wordt beschouwd als de laatste farao van de derde dynastie. In de lijst van Turin staat hij onmiddellijk voor Snofru, de stichter van de vierde dynastie. Meer gegevens zijn er over deze farao nergens te vinden in de huidige bronnen.

 

4de dynastie. (2639-2504)

 

Snofroe - Sneferu (2639-2604)

Cheops - Khufu (2604-2581)

Djedefre - Redjedef (2581-2572)

Chephren - Khafre (2572-2546)

Bicheris (2546-2539)

Mykerinos - Menkaure (2539-2511)

Sjepseskaf - Shepseskaf (2511-2506)

Thamhtis (2506-2504)