Psychische problemen
bij Kinderen.

 


Waarschuwing: de auteur van deze website is geen therapeut, heeft alleen veel belangstelling voor de menselijke psyche en heeft dus niet de intentie om zich als therapeut te profileren.  


01. ADHD – 02. Dyslexie – 03. PDD NOS – 04. NLD – 05. AUTISME -

01.  ADHD

 

ADHD is de afkorting van Attention Deficit Hyperactivity Disorder (in het Nederlands: aandacht- en concentratiestoornis met hyperactiviteit).
Kinderen met ADHD reageren op een aantal gebieden anders dan andere kinderen. Ze hebben vaker en sterker dan gemiddeld last van:

  • aandacht- en concentratieproblemen
  • impulsiviteit
  • hyperactiviteit               

 

Achtergrondinformatie bij ADHD

 

*Oorzaak

De oorzaak van ADHD is (nog) niet helemaal duidelijk. Recent onderzoek wijst erop dat bij ADHD sprake is van een neurobiologische stoornis in de hersenen op het niveau van zenuwverbindingen (neurotransmissie).  ADHD komt in sommige families vaker voor dan in andere families. Men gaat uit van een erfelijke aanleg die wordt beïnvloed door verschillende omgevingsfactoren.

 

*Gevolgen

Kinderen met ADHD roepen door hun drukke, chaotische gedrag veel negatieve reacties op uit hun omgeving. Hierdoor zijn ze veel minder dan andere kinderen in staat een positief zelfbeeld op te bouwen.
Ouders van deze kinderen krijgen van hun omgeving vaak te horen dat ze hun kind niet goed opvoeden. Vaak zoeken ouders eerste de oorzaak van het afwijkende gedrag bij zichzelf, hoewel ze dikwijls het gevoel hebben dat er iets niet klopt met hun kind.

 

*Negatieve spiraal

Door de negatieve reacties uit de omgeving liggen eenzaamheid en ontmoediging op de loer, zowel bij het kind als bij de ouders. Soms kunnen ouders en kind of ouders onderling in een negatieve spiraal terechtkomen.

 

*Brusjes

Broertjes en zusjes van kinderen met ADHD, 'brusjes' in een woord, hebben een aantal speciale problemen. Noodgedwongen krijgen zij veel minder aandacht van hun ouders. Ze merken dat er 'met verschillende maten wordt gemeten'. Bovendien ervaren ze vaker uitgeputte ouders en een negatieve benadering van hun omgeving.

 

*Leerkrachten

De leerkracht speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van het kind. Juist de leerkracht kan veel steun geven aan het kind met ADHD, waardoor 'eruit komt, wat in het kind zit'.

 

Behandeling bij kinderen en jongeren

 

De behandeling bestaat meestal uit een combinatie van psycho-educatie enopvoedingsondersteuning.  Psycho-educatie wil zeggen inzicht geven in de stoornis. Daarnaast kan er begeleiding op school plaatsvinden en eventueel gedragstherapie of sociale vaardigheidstrainingen voor het kind zelf.

Structuur en regelmaat

Eigenlijk is dit voor elk kind belangrijk, maar voor kinderen met ADHD is structuur en regelmaat van ‘levensbelang’.

Lotgenotencontact

Ouders van kinderen met ADHD hebben vaak behoefte aan contact met lotgenoten om ervaringen en tips bij de opvoeding uit te wisselen. Contact is ook belangrijk om steun en herkenning te vinden.

Opvoedingsondersteuning

Bij opvoedingsondersteuning door middel van ‘mediatietherapie’ leren ouders zelf hun kind gedragstherapie te geven. Er zijn trainingen die individueel gegeven worden, maar ook groepstrainingen of een combinatie van beide.
Bij kinderen met ADHD is meer nodig dan ‘gewoon’ opvoeden. Het is dus helemaal geen schande als ouders hulp nodig hebben. Juist ouders (en de leerkracht) zijn de aangewezen personen om het gedrag van het kind te veranderen.

 

Oudertrainingen zijn bedoeld om ouders:
- inzicht te geven in de stoornis ADHD
- te leren het gedrag van hun kind te observeren
- te leren hoe de ADHD het gedrag beïnvloedt
- te laten ontdekken wat hun eigen opvoedingsstijl is
- te leren daar eventueel verandering in aan te brengen
- te leren weer plezier te beleven met het kind
- te leren elkaar te steunen in plaats van elkaar af te vallen
- te leren hoe ze gedragstherapeutische technieken zoals beloningssystemen, time-outs en dergelijke kunnen toepassen.

 

Verwante stoornissen

 

Onderstaand rijtje zijn stoornissen die vaker dan gemiddeld samengaan met ADHD:

*Pervasieve ontwikkelingsstoornis Oppositioneel-opstandige gedragstoornis ( Agressieve gedragstoornis
*Leerstoornissen als dyslexie en dyscalculie
*Angststoornissen en depressiviteit
*Motorische stoornissen Spraak-taalstoornissen
*Syndromen zoals syndroom van Gilles de la Tourette en de ziekte van Von Recklinghausen.

 

Interessante lectuur over ADHD

 

02. Dyslexie

 

Dyslexie betekent letterlijk: niet kunnen lezen.
Hoewel spellingproblemen officieel worden aangeduid met de term dysorthografie schaart men ze doorgaans onder de term dyslexie. Met dyslexie bedoelt men dan lees-  en spellingproblemen. Lees- en spellingproblemen kunnen ook los van elkaar voorkomen.
  

Normaal gesproken kennen kinderen na enkele maanden leesonderwijs in groep drie (of al eerder) de letters van het alfabet. Dan zijn hun hersenen zo ver ontwikkeld dat ze vormen kunnen herkennen als letters, en die letters vervolgens kunnen koppelen aan klanken. Kort daarna leren ze een woord in een keer herkennen en hoeven ze het niet meer letter voor letter te lezen. Gaat dat eenmaal vanzelf (omdat het technisch lezen geautomatiseerd is in de hersenen), dan vraagt het geen extra aandacht meer. Daarmee krijgt het kind tijd om te kunnen begrijpen wat het leest.

Ongeveer 10% van de leerlingen in groep drie is wat betreft hun ontwikkeling nog niet helemaal ?klaar? voor het leren lezen en schrijven. Daar kunnen allerlei oorzaken voor zijn. Er hoeft dan nog geen sprake te zijn van dyslexie. Maar hulp is dan wel geboden om een achterstand in te halen of niet verder te laten oplopen en frustraties bij het kind te voorkomen.

Gaat het kind niet vooruit ondanks alle extra inspanning en begeleiding, dan kan er sprake zijn van dyslexie. Dat komt voor bij ongeveer 3% van alle leerlingen. Het is dan raadzaam een deskundige psycholoog of orthopedagoog in te schakelen voor een individueel onderzoek.

 

De oorzaak
De precieze oorzaak van dyslexie is nog niet helemaal duidelijk.  Men denkt aan (microscopisch kleine) afwijkingen in de hersenen. De komende jaren zal daar waarschijnlijk meer duidelijkheid over komen. In 1998 is een groot tienjarig wetenschappelijk onderzoek van start gegaan naar de biologische achtergronden en vroege kenmerken van dyslexie. Er staat al wel vast dat er bij dyslexie sprake is van een flinke erfelijke factor.

 

De gevolgen
Dyslexie heeft niet alleen gevolgen voor het leren van de talen, maar in ons talige onderwijssysteem ook voor vakken waar veel lezen bij te pas komt. Leerlingen met dyslexie moeten daar, in vergelijking met hun klasgenoten met eenzelfde intelligentie, onevenredig veel energie in steken.

 

Bijkomende problemen
Dyslexie komt regelmatig voor in combinatie met andere stoornissen, zoals bijvoorbeeld spraak-/taalstoornissen, motorische stoornissen,  ADHD (aandacht- en concentratiestoornissen, hyperactiviteit en impulsiviteit) of andere leerstoornissen zoals dyscalculie (hardnekkige rekenproblemen).

 

Signalen
Op de kleuterleeftijd is dyslexie nog niet vast te stellen. Wel kunnen er een aantal signalen zijn om het kind extra in de gaten te houden. Bijvoorbeeld wanneer het een algemeen zwak taalniveau heeft, slecht versjes kan onthouden en slecht kan rijmen en moeite heeft met het aanleren van willekeurige afspraken, zoals de begrippen ?links? en ?rechts? en de namen van kleuren.
Niet alle kinderen met deze problemen ontwikkelen echter dyslexie. Een vertraagde spraak-/taalontwikkeling en dyslexie in de familie heeft wel een zekere voorspellende waarde
.

 

Diagnose en behandeling
Dyslexie is niet vast te stellen door hersenonderzoek. De diagnose wordt gesteld na individueel onderzoek door een deskundige psycholoog of orthopedagoog. Deze werkt volgens een procedure die door de Stichting Dyslexie Nederland (SDN) werd opgesteld in samenwerking met verschillende beroepsgroepen en met Balans. In alle gevallen hoort bij de diagnose een plan van aanpak.

Er is geen vorm van behandeling of therapie bekend waarmee het leesprobleem volledig wordt opgelost. Er moet hard worden gewerkt voor het bereiken van resultaat. ?Wondertherapie‰n? (bijvoorbeeld medicatie en bewegingsoefeningen) en wondermiddelen (zoals speciale brillen) zijn in wetenschappelijk onderzoek niet effectief bevonden.

 

Dyslexieverklaring
Wanneer dyslexie is vastgesteld hoort bij het rapport van de deskundige ook een dyslexieverklaring die recht geeft op verschillende faciliteiten in het onderwijs. De bekendste daarvan is extra tijd bij proefwerken en examens. Daarnaast kunnen scholen zelf hun leerlingen met dyslexie een aantal voorzieningen bij proefwerken, overhoringen en schoolexamens toestaan.
Er is nog discussie over de geldige tijdsduur van de dyslexieverklaring.
 
Kenmerken
Leerlingen met dyslexie kunnen moeite hebben:

-om het verschil te horen tussen klanken als m en n; p, t en k; s, f en g; eu, u en ui

-om de klanken in volgorde te zetten (?dorp?, ?drop?)

-om de aandacht te houden bij klankinformatie? (gesproken woord)

-met het inprenten van reeksen (bijvoorbeeld tafels of spellingregels)

-met het onthouden van vaste woordcombinaties, uitdrukkingen of gezegdes

-met het onthouden van losse gegevens (rijtjes, woordjes, jaartallen enz.)

 

De dyslexie kan soms pas worden opgemerkt in het vervolgonderwijs omdat de basisschool het niet heeft herkend of omdat de leerling door een zeer goede intelligentie in staat was de problemen te omzeilen of te camoufleren.

 

In het voortgezet onderwijs vallen ze dan op omdat:

 

-ze opeens heel veel nieuwe woorden tegelijk moeten leren

-ze moeten presteren onder tijdsdruk

-ze ook vreemde talen krijgen, waarbij de spellingregels soms onduidelijk zijn

-er in het voortgezet onderwijs meer wordt gelet op een correcte spelling

 

In het voortgezet onderwijs kunnen leerlingen met dyslexie opvallen door:

-slecht mondeling en schriftelijk taalgebruik

-spreken of schrijven in korte zinnen

-een zwak werkgeheugen

-een moeilijk leesbaar handschrift

-veel verbeteringen en doorhalingen in schriftelijk werk

-een negatief zelfbeeld, faalangst, extreme spanning bij lees- en spreekbeurten, proefwerken en presteren onder tijdsdruk

 

Binnen de setting van het onderwijs is helaas onvoldoende capaciteit voor de diagnostiek en behandeling van dyslexie. In de meeste gevallen wordt het ook (nog) niet door het ziekenfonds of de ziektekostenverzekeringen vergoed. Hier is intussen wel overleg over gaande. Op dit moment zijn de meeste ouders aangewezen op particuliere hulpverlening.

 

 

03.  PDD-NOS

 

Dit is de afkorting van Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified, een Engelse naam voor stoornissen die worden gerekend tot de pervasieve ontwikkelingsstoornissen. Pervasieve ontwikkelingsstoornissen is de overkoepelende naam voor stoornissen waartoe ook het autisme behoort. Met PDD-NOS wordt een restcategorie aangeduid die kenmerken heeft van het autisme, maar niet genoeg om zo te worden genoemd.

 

Op verschillende ontwikkelingsgebieden
Pervasief betekent (in het Latijn) doordringen. Het wil zeggen dat we bij pervasieve stoornissen te maken hebben met problemen die doordringen in verschillende ontwikkelingsgebieden van een kind. Dat kan bij kinderen met PDD-NOS de taalontwikkeling zijn, de motorische ontwikkeling, het reageren op interne en externe prikkels, maar vooral het vermogen zich op anderen te richten en het eigen gedrag in sociale situaties goed te besturen.

 

Sociaal gehandicapt
Bij kinderen met PDD-NOS ontwikkelen het sociale begrip en de sociale intuïtie zich zeer moeizaam. Dat maakt hen vaak onzeker en angstig. Ter voorkoming van deze angst houden zij zich graag vast aan bekende regels en patronen. In hun interesses kunnen ze zelfs rigide en dwangmatig zijn. De problemen uiten zich bij een kind met PDD-NOS verschillend per leeftijd.
De problemen worden groter naarmate het kind meer in de buitenwereld gaat functioneren.

 

De oorzaak
De oorzaak van PDD-NOS is nog niet echt duidelijk. Men vermoedt een stoornis in de ontwikkeling van de hersenen die gevolgen heeft voor het verwerken van (vooral sociale) informatie.
Geschat wordt dat erfelijkheid in 80-90% een rol speelt in de vorm van een kwetsbaarheid voor het ontwikkelen van de stoornis. Dikwijls ziet men in families van kinderen met PDD-NOS veel varianten van deze stoornissen in de verschillende gradaties van sociaal een beetje onhandig tot het zuivere autisme.

 

De gevolgen
Voor het kind betekenen de gevolgen van PDD-NOS vaak een ernstige beperking in het dagelijks functioneren. Dit is uiteraard afhankelijk van de samenstelling en de ernst van de stoornis. Kinderen met PDD-NOS zijn door hun problemen in de sociale omgang vaak heel onzeker en eenzaam. Angsten komen bij hen meer dan gemiddeld voor. Op school functioneren deze kinderen vaak onder hun intelligentieniveau. Vrienden maken en vriendschappen onderhouden is voor deze kinderen een extreem moeilijke opgave.

 

Voor ouders van kinderen met PDD-NOS is het ontbreken van een echte wederkerigheid in de relatie met het kind vaak een teleurstellende ervaring. Het opvoeden vraagt van hen een meer dan gemiddelde inzet.
Intuïtief hebben ouders hun aanpak vaak al wel aan de problemen van het kind aangepast. Bij buitenstaanders ontlokt dat vaak de opmerking dat zij hun kinderen te veel beschermen.
Vaak hebben kinderen met PDD-NOS door hun naïviteit t.o.v. de sociale omgeving langer dan andere kinderen leiding en bescherming van hun ouders nodig.
De broertjes en zusjes krijgen daardoor wel eens te weinig aandacht. Ook zij ervaren het gebrek aan wederkerigheid in de relatie. Verder worden spontane gezinsgebeurtenissen vaak vermeden of in de war gestuurd door het kind met PDD-NOS, dat er niet tegen kan de gewone regels en ritmes te doorbreken.

Leerkrachten van kinderen met PDD-NOS zullen zich moeten realiseren dat het kind zich minder makkelijk kan afstemmen op verwachtingen van de omgeving. Het is van belang in te zien dat het starre gedrag wordt geleid door angst en geen kwestie is van koppigheid.

 

Diagnose en behandeling
PDD-NOS is een kinderpsychiatrische diagnose die (nog) niet is vast te stellen aan de hand van exacte gegevens. De diagnose wordt gesteld aan de hand van systematisch verkregen gegevens van ouders, leerkrachten en bevindingen uit onderzoek van diverse deskundigen uit de medische en psychologische beroepsgroep. Doorgaans wordt de diagnose door een arts gesteld en vindt er, vooral ook als er medicatie wordt voorgeschreven, een lichamelijk onderzoek plaats.

Er is geen behandeling bekend die PDD (-NOS) doet verdwijnen. De behandeling bestaat, net als bij de meeste kinderpsychiatrische aandoeningen, uit een combinatie van voorlichting, medicatie, opvoedingsondersteuning, begeleiding op school en psychotherapie in de vorm van gedragstherapie en/of sociale vaardigheidstrainingen.

Medicatie wordt gegeven om de bijkomende problemen zoals angst, depressie of agressie te verminderen. Soms wordt het medicijn Ritalin voorgeschreven om de aandacht en concentratie te verbeteren.
 
Kenmerken
Kinderen met PDD-NOS kunnen opvallen door:

  • onhandig en angstig gedrag in sociale situaties
  • weinig begrip en gebruik van non-verbale signalen (oogcontact, gelaatsexpressie, lichaamshouding)
  • het niet of nauwelijks leren van sociale ervaringen
  • het ontbreken van wederkerigheid in het contact
  • een eenzame, gesloten indruk te maken
  • zich angstig te tonen voor veranderingen
  • fanatiek vast te houden aan bepaalde routines
  • zich koppig en driftig te uiten (ingegeven door angst)
  • een eenzijdige belangstelling te tonen
  • rigide en dwangmatige gedragspatronen te ontwikkelen
  • overgevoeligheid voor zintuiglijke prikkels
  • of juist weinig gevoeligheid voor geluiden, beelden, temperaturen of aanrakingen
  • een trage taalontwikkeling
  • eigenaardig ouwelijk taalgebruik
  • taal in alle gevallen letterlijk te nemen 
  • een onhandige, stijve motoriek

 

Kinderen met PDD-NOS kunnen onderling sterk verschillen in de ernst van de kernproblemen en het aantal en de ernst van de bijkomende problemen.

PDD-NOS komt voor bij ongeveer 1 op de 200 kinderen. Het kan zich zowel voordoen bij kinderen met een verstandelijke handicap als bij kinderen met een normale en zelfs bovennormale intelligentie. Het percentage verstandelijk gehandicapten is het grootst.
 
PDD-NOS gaat meer dan gemiddeld samen met andere stoornissen zoals bijvoorbeeld ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder)  en leerstoornissen. Er is ook overlap met deze stoornissen met name met het ontwikkelingsprofiel van de non-verbale leerstoornis (Non-verbal Learning Disability, NLD).

04. NLD

 

NLD is een afkorting van de Engelse term Non-verbal Learning Disabilities. Letterlijk vertaald betekent dat "non-verbale leerstoornissen", ofwel: leerstoornissen die geen betrekking hebben op de taal. Op zich kan deze term verwarring geven: hoewel ze verbaal zeer vaardig lijken, kunnen er bij sommige kinderen met NLD toch specifieke taalproblemen voorkomen. Voor de term "NLD" is oorspronkelijk gekozen om de stoornis te onderscheiden van talige leerstoornissen zoals dyslexie.

 

NLD is een begrip uit de neuropsychologie waarbij het gaat om een specifiek profiel van vaardigheden en tekorten bij de informatieverwerking van zintuiglijke prikkels. De auditieve informatie (het horen) wordt beter verwerkt dan de informatie die via zien en voelen binnenkomt.
Vrijwel ieder kind en elke volwassene heeft hierin min of meer sterke en zwakke kanten. Meestal is dat geen probleem. Het wordt pas ernstig als de verschillen dermate groot zijn dat de ontwikkeling van het kind verstoord raakt. Dan kan er sprake zijn van een "typisch NLD-
profiel". De problemen uiten zich in de motoriek, het ruimtelijk inzicht, het inzicht in oorzaak-gevolg-relaties, de schoolse vaardigheden bij rekenen en schrijven, het werktempo en het ?sociale snapvermogen?.


Oorzaak
Over de biologische achtergronden bij NLD is weinig meer bekend dan het vermoeden dat het gaat om een disbalans in de samenwerking tussen de linker- en rechterhersenhelft die vooral het gevolg is van een niet goed functionerende rechterhersenhelft. Recent inzicht geeft aanwijzingen voor een stoornis in de langeafstandsbanen tussen de beide hersenhelften.

 

Gevolgen
Een kind met NLD vertoont een weerstand tegen het opnemen en verwerken van nieuwe informatie. Dit belemmert de voortgang van de ontwikkeling. Bij NLD nemen de problemen dan ook toe naarmate het kind ouder wordt. Het kind groeit als het ware in de stoornis.

NLD wordt in het onderwijs niet snel herkend omdat het kind met zijn goede verbale vaardigheden zijn omgeving vaak op het verkeerde been zet over zijn capaciteiten. Een gevolg is dat een kind met NLD vaak veel te hoog wordt ingeschat en -  vooral in het onderwijs - sterk wordt overvraagd. Dat kan ernstige gevolgen hebben voor de emotionele stabiliteit. Het kan leiden tot driftbuien, extreme koppigheid en angsten.

 

Diagnose en behandeling
Op dit moment zijn er nog geen gevalideerde meetinstrumenten om NLD vast te stellen. Onlangs werd een screeningsinstrument ontwikkeld waarmee kan worden vastgesteld of het kind in de gevarenzone van NLD zit.

Een onderzoek naar NLD dient bij voorkeur te worden uitgevoerd door een team van deskundigen waarbij in beeld wordt gebracht:

  • de ontwikkelingsgeschiedenis van het kind
  • de schoolprestaties de (neuro)psychologische ontwikkeling
  • de sociale, emotionele en adaptieve ontwikkeling zonodig aangevuld met een kinderpsychiatrisch onderzoek

 

Voor het kind met NLD bestaat de hulp uit goede voorlichting aan ouders, leerkrachten en hulpverleners die met het kind werken. Deze voorlichting moet gericht zijn op de volgende twee basisprincipes bij de behandeling van kinderen met NLD:

1. Tegenover het kind een realistische houding aannemen, een open oog hebben voor zijn onvermogen en er rekening mee houden.
2. Een goed inzicht ontwikkelen in de sterke en zwakke kanten van het kind. Gebruik maken van zijn sterke kanten (goede verbale vaardigheden) om de ontwikkeling van de zwakke kanten te stimuleren.

In het onderwijs zal bij voorkeur gewerkt moeten worden met verbale, overzichtelijke, logische stap-voor-stap-methoden. Daarbij moet worden uitgegaan van het delen-naar-geheel-principe: het geheel moet vanuit de delen worden opgebouwd, anders kan het kind het niet overzien.

 

Kenmerken.

Kenmerken van het kind met NLD kunnen zijn:

-trapsgewijze ontwikkeling

-een onhandige, houterige grove motoriek

-veel "gekke" ongelukjes

-problemen met de fijne motoriek (pengreep, hanteren van mes en vork etc.) 

-slechte oog-hand-coördinatie

-een spraakontwikkeling die vrij laat op gang komt (eenmaal op gang gekomen is de spraak goed; wel kunnen er uitspraakproblemen zijn, en eigenaardigheden zoals bijvoorbeeld echoën, herhalingen en een monotone spraak)

-problemen met inzichtelijk rekenen (mechanisch rekenen wordt wel aangeleerd)

-traagheid, onzekerheid in het werk

-moeite met het aanleren van routines (beheerst het kind ze eenmaal, dan zit het er ook goed tot extreem goed in)

-passief gedrag

-weinig sociale vaardigheden

-angst voor ongewone sociale situaties

-onverklaarbare uitingen van woede en angst

-moeite met herkennen van niet-verbale signalen (gebaren, gelaatsuitdrukkingen)

-problemen met overzicht, bijvoorbeeld in de gymzaal en het zwembad

-snel verdwalen

-gevaarlijk gedrag in het verkeer

 

Jongeren en volwassenen met NLD hebben meer dan gemiddeld te kampen met psychiatrische stoornissen zoals angststoornissen en depressies.

 05. Autisme

 

 

Onder personen met een 'autistische stoornis' worden verstaan personen, van wie de ontwikkeling verstoord verloopt of verlopen is op grond van : een stoornis in het sociale contact, met name in de sociale wederkerigheid

 

De aard van deze contactstoornis kan heel verschillend tot uiting komen. Sommige personen zijn heel passief en nauwelijks betrokken bij de hen omringende wereld, terwijl anderen geen afstand bewaren en vaak op een bizarre claimende wijze iemands aandacht opeisen. Bovendien is zowel het inzicht in wat anderen voelen en denken als het doorzien van sociale situaties zeer beperkt.

een stoornis in de verbale en non-verbale communicatie

 

Sommige personen spreken in het geheel niet, anderen zijn misleidend welbespraakt, met alle mogelijke tussenvormen. Het blijft echter voornamelijk eenrichtingsverkeer. Mimiek en gebarentaal is voor hen moeilijk te begrijpen en kan een bron van verwarring vormen.

een stoornis in het verbeeldingsvermogen

 

Deze stoornis (zich onvoldoende iets kunnen verbeelden/voorstellen en er betekenis aan kunnen verlenen) kan zich uiten in o.a. een totaal gebrek aan verbeelding, invoelingsvermogen, maar ook in een teveel aan fantasie, waar het individu zich in verliest.

een opvallend beperkt repertoire van interesses en activiteiten

Het individu heeft slechts oog voor enkele objecten, onderwerpen of activiteiten (bijvoorbeeld draaiende wieltjes, treinen of het openen en sluiten van deuren). Hij kan hier zo door in beslag genomen of geobsedeerd worden dat hij veel te weinig interesse in andere zaken heeft, waardoor de ontwikkeling ernstig wordt belemmerd, en zijn isolement toeneemt.

 

De verschijnselen worden meestal zichtbaar voor het derde levensjaar, en komen tot uiting op meerdere ontwikkelingsgebieden. Er is sprake van een onevenwichtig ontwikkelingsprofiel. Qua niveau van functioneren zijn er vaak uitschieters, zowel naar boven (bv op het gebied van getallen of techniek) als naar beneden (bv sociaal inzicht of aanpassingsvermogen).

Het gaat bij een autistische stoornis om een hersenfunctiestoornis, waarvan de oorzaak (nog) niet duidelijk is. Er zijn sterke aanwijzingen voor erfelijke factoren. In sommige gevallen is er een samengaan met een medisch ziektebeeld (bijvoorbeeld rodehond of epilepsie).

 

De informatieverwerking verloopt gestoord: informatie wordt anders opgeslagen en verwerkt. De wereld bestaat voor mensen met deze stoornis uit losse fragmenten. De logische samenhang ontbreekt en er ontstaat onvoldoende inzicht in hetgeen men ervaart. Zij leggen daardoor onvoldoende of vreemde associaties, en het vermogen om opgedane kennis op een breder vlak toe te passen is ontoereikend. Een persoon met een autistische stoornis zoekt in de voor hem onoverzichtelijke wereld zekerheid en veiligheid door zich vast te klampen aan details en vaste gewoontes. Vaak is er sprake van een allesoverheersende gedachte of bezigheid, die steeds wordt herhaald (preoccupatie). Veranderingen kunnen hem in grote paniek brengen. Dit alles kan in hun omgeving veel verwarring en onbegrip veroorzaken.

 

Autistische stoornissen vormen een spectrum van aandoeningen die per individu en per leeftijd kunnen verschillen in ernst en verschijningsvorm. De kenmerken hoeven zich niet altijd op alle fronten (direct) te manifesteren, doch de problematiek als gevolg van de stoornis is voor die persoon en zijn omgeving zeker niet minder.

De stoornis komt voor bij personen met uiteenlopende niveaus van verstandelijk functioneren, van diep zwakzinnig tot hoog intelligent. Verhoudingsgewijs komt de stoornis veel vaker voor bij mensen met een verstandelijke handicap: zeker 80% van de mensen met een autistische stoornis heeft tevens een verstandelijke handicap. De stoornis wordt aanzienlijk vaker gezien bij mannelijke dan bij vrouwelijke personen (4:1).

 

Behandeling

Elke persoon, bij wie het vermoeden bestaat van een stoornis binnen dit spectrum heeft recht op een uitgebreid, multidisciplinair diagnostisch onderzoek, door een team terzake kundigen (bijvoorbeeld door het autisme-team van de RIAGG). Aangezien er bij alle personen met een autistische stoornis sprake is van een informatieverwerkingsstoornis, betekent dat de hulpverlening voor de hele groep, ondanks de uiteenlopende verschijningsvormen, gelijksoortig zal dienen te zijn. Een gestructureerde aanpak, met maximale voorspelbaarheid, individuele aandacht en continuïteit is een basale vereiste. Elk handelingsplan dient aandacht te besteden aan opvoeding, werksituatie/scholing, wonen, dagbesteding en invulling van de vrije tijd.

Prof. dr. M. Rutter (1985)hoogleraar in de kinder- en jeugdpsychiatrie spreekt bij kinderen met autisme van een abnormale ontwikkeling. Het ontwikkelingsverloop is vaak grillig, en er bestaan naast de ontwikkelingsproblemen veelal ook gedragsproblemen. Rutter verdeelt de problemen van mensen met autisme in problemen die direct voortvloeien uit het autisme en problemen die met het autisme geassocieerd kunnen worden en ook bij andere stoornissen voorkomen (zoals slaap- en eetproblemen). Vervolgens geeft hij drie kernpunten aan waarop de behandeling van kinderen met een autistische stoornis op gebaseerd zou moeten zijn:

  • Stimulering van de ontwikkeling
  • Vermindering van specifiek probleemgedrag
  • Eliminering van non-specifiek gedrag.

Meer over AUTISME

 

Breek de stilte - Stef Bos

 

Hij is een kind als vele kinderen
Hij is niet meer en ook niet minder
Maar als je praat, zegt hij bijna nooit iets terug
Hij kan de hele dag verdwijnen
In een wereld vol geheimen
Hij is rusteloos en altijd op de vlucht

Hij leeft alleen maar in gedachten
En hij lijkt op iets te wachten
Maar de trein waar hij op wacht komt nooit voorbij
Er bestaan geen medicijnen
Die de stilte doen verdwijnen
En er zijn nog zoveel kinderen zoals hij

Breek de stilte
Breek de stilte
Sloop die muren om ze heen
Woord voor woord
Steen voor steen
Breek de stilte
Breek de stilte
Sloop die muren om ze heen
Woord voor woord
Steen voor steen

Als we ze volgen in hun dromen
Om te ontdekken waar ze wonen
Misschien vinden we de weg dan naar hun hart

Als wij proberen te reizen
En ze de weg naar buiten wijzen
Misschien vinden ze dan de woorden op een dag

Breek de stilte
Breek de stilte
Sloop die muren om ze heen
Woord voor woord
Steen voor steen
Breek de stilte
Breek de stilte
Sloop die muren om ze heen
Ze zijn in oorlog met de wereld
Ze bouwen muren om zich heen

Maar laat niet los
Geef niet op
Laat ze nooit alleen Breek de stilte
Breek de stilte
Sloop die muren om ze heen
Woord voor woord
Steen voor steen
Breek de stilte
Breek de stilte
Sloop die muren om ze heen
Woord voor woord
Steen voor steen
Woord voor woord
Steen voor steen
Breek de stilte
Breek de stilte
Sloop die muren om ze heen
Woord voor woord
Steen voor steen

Breek de stilte

 

  Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  
**********

Stem Spirituele Vrienden in de
Top 100 NL



**********
Tellers

 

 LetsStat website statistieken