
Het is een wonder gebeuren
wanneer mensen elkaar echt ontmoeten.
Ze gaan bij elkaar binnen
En voelen zich
als bij zichzelve thuis.
Ze onthalen elkaar als vrienden
en dàt is heel wat!
Kijk, denken ze, ik werd verwacht…
Dat kun je aan duizenden dingen
voelen en zien.
Het is er glashelder heerlijk,
en zonovergoten goed.
Geestrijk is de drank
van het gesprek.
De eenvoud smaakt
als volkorenbrood
En ze drinken begrip
uit kroezen vol attentie.
Hartelijkheid bloeit
in elk gebaar.
Men is gewoon
echt gelukkig bij elkaar.
Wanneer ze afscheid nemen,
verlaten ze wel elkaar,
Maar laten elkander
niet alleen.
Het is een wonder
als mensen elkander
écht ontmoeten.
(Ward Bruyninckx)
Heb mij lief, gelijk ik ben
Ik zou tot al mijn vrienden willen gaan
-Ook wel tot hen, die niet mijn vrienden zijn-
En vragen: Heb mij lief, gelijk ik ben
En stel aan mij geen eischen. Zie, ik kan
Niet onderhoudend praten, niet gevat
Of geestig zijn, en niet vertrouwelijk
Vertellen van mij zelf of van mijn ziel...
Wat zouden we ons vermoeien voor elkaar?
Laat mij maar zwijgend naast u zitten, stil
Verdiept in eigen werk, eigen gedachten.
Of- als gij praten wilt -spreek gij tot mij.
Ik zal wel luistren, als gij vriendelijk
Met lichten kout mij onderhouden wilt,
Wel lachen om de grappen, die ge zegt,
Wel ernstig kijken, als ge hoog, of diep,
Of ijdel praat van al te diepe dingen...
Maar, als ik dan zoo zwijgend zit, en luister
Naar uw gesprek- of naar het klokgetik-
Of 'k laat de stilte ruischen om ons heen,
-Die ruischt zoo prettig, als de menschen zwijgen-
Als 'k mij dan blij in uw nabijheid voel,
Dan zou ik willen vragen, en de stilte
-Of ons gesprek -verbreken met mijn vraag:
"Zeg, zijt ge ook blij, dat ik naast u zit?"
Spraakt gij dan "Ja", dan zei ik zacht: "Ik ook"...
En dat was alles, wat ik weten wou
En al, wat gij van mij behoeft te weten.
Jacqueline van der Waals
Uit: Nieuwe Verzen, uitg. Callenbach (1909)

Ik houd ervan
Ik houd ervan wanneer je zwijgt, dan is het net of je afwezig bent
en mij hoort uit de verte, en mijn stem raakt je niet aan.
Dan lijkt het of je ogen weggevlogen zijn
En of een kus je mond verzegeld heeft.
Omdat alle dingen zijn vervuld van mijn ziel,
Doem jij op uit de dingen, van mijn ziel vervuld.
Als vlinder van droomstof lijk je op mijn ziel
en lijk je op het woord ‘melancholie’.
Ik houd ervan wanneer je zwijgt en als op afstand bent.
Dan is het net of je klaagt, een kirrende vlinder.
En je hoort me uit de verte, en mijn stem bereikt je niet:
sta mij toe te zwijgen met jouw stilte.
Sta mij toe om ook tot je te spreken met je stilte,
helder als een lamp, eenvoudig als een ring.
Jij bent de nacht, verstild, bezaaid met sterren.
Jouw stilte lijkt van ster, zo ver en ongekunsteld.
Ik houd ervan wanneer je zwijgt, dan is het net of je afwezig bent.
Afstandelijk en smartelijk alsof je was gestorven.
Dan reikt één enkel woord, één glimlach.
En ik ben blij, blij dat het niet zo is.
Uit: De mooiste van Neruda
oorspronkelijk uit: Twintig liefdesgedichten
en een wanhoopslied
Bert Bakker, Amsterdam 1997
Mocht je me vergeten
Mocht je me vergeten
wil ik dat
je één ding weet:
Als ik kijk naar de kristalmaan,
de rode tak van trage herfst
bij mijn raam,
als ik, bij het vuur gezeten,
de ongrijpbare as neem
of rimpelig lijf van brandhout,
weet je,
dat alles mij tot jou voert,
alsof alles wat bestaat,
geuren, licht, metalen,
scheepjes zijn die varen
naar jou eilanden
die me verwachten.
Welnu dan,
als beetje bij beetje
jouw liefde voor mij minder wordt,
zal beetje bij beetje
mijn liefde voor jou minder worden.
Als je me plotseling vergeet,
zoek me niet,
want ik zal je reeds vergeten zijn.
Als je de wind van vlaggen
die door mijn leven waait
waanzinnig en lang vindt,
en je besluit
me aan de oever te laten
van het hart waarin ik wortel
bedenk
dat op die dag, op dat uur,
ik mijn armen op zal heffen,
dat mijn wortels naar buiten komen
om àndere grond te zoeken.
Maar als je dag na dag,
uur na uur, voelt
- onverzoenlijk lief -
dat je voor mij bestemd bent,
als, dag na dag, een bloem
aan je lippen ontstijgt
om mij te zoeken,
ach dan, allerliefste,
komt dat vuur weer in mij op,
in mij blust niets
of wordt vergeten,
mijn liefde voedt zich
aan jouw liefde:
zolang je leeft
zal mijn liefde
in jouw armen zijn
zonder mijn armen
te verlaten.
Neruda

Toen ik je nog niet had
Hield ik van de natuur zoals een kalme monnik houdt van Christus...
Nu houd ik van de natuur
Zoals een kalme monnik van de Maagd Maria houdt,
Religieus, op mijn manier, als vroeger,
Maar op andere, meer ontroerde en meer nabije wijze.
Ik zie de rivieren beter als ik met jou door de velden ga
Tot aan de oever der rivieren;
Naast jou zittend, kijkend naar de wolken,
Kijk ik beter naar de wolken...
Jij hebt de natuur mij niet ontnomen...
Jij hebt de natuur voor mij in niets veranderd...
Jij hebt de natuur heel dicht bij mij gebracht.
Omdat jij bestaat zie ik haar beter, maar als natuur dezelfde,
Omdat jij mij liefhebt, heb ik haar net zo lief, maar meer,
Omdat jij mij kiest om je te hebben en lief te hebben,
Hebben mijn ogen haar langer aanschouwd
En boven alle dingen.
Ik heb geen spijt van wie ik vroeger was
Omdat ik die nog ben.
Ik heb slechts spijt je vroeger niet te hebben liefgehad.
Fernando Pessoa
uit: De hoeder van de kudden,
vertaald door August Willemsen,
De Arbeiderspers 2003

Nu dat ik liefde voel
Hecht ik belang aan geuren.
Nooit eerder hechtte ik belang aan 't geuren van een bloem.
Maar nu ruik ik de geur van bloemen alsof ik iets nieuws zag.
Ik weet wel dat ze geurden, zoals ik weet dat ik bestond.
Dat zijn de dingen die men weet van buiten.
Maar nu weet ik het met de adem van achter in mijn hoofd.
Nu smaken mij de bloemen op papillen waarmee men ruikt.
Nu word ik wakker, soms, en ruik nog voordat ik zie.
Fernando Pessoa
(Alberto Caeiro in de cyclus:De herder verliefd)
uit: Alberto Caeiro [Fernando Pessoa],
De hoeder van de kudden, August Willemsen,
De Arbeiderspers 2003

Nu het een jaar geleden is
dat wij voorgoed met elkaar braken
moet ik er werkelijk voor waken
dat ik je niet voortdurend mis.
Het was als ik me niet vergis
wel beter om een aantal zaken
maar dat het mij nog droef kan maken
stemt op zichzelf tot droefenis.
Ach, elke liefde eist een tol
en wat het ons ook heeft gekost,
van terugbetalen was geen sprake:
it's better to have loved and lost
than never to have loved at all.
Ik hield ervan je aan te raken.
J.P. Rawie (uit Verzamelde werken 2004)

Liedje.
Een dag zonder jou
is een tuin zonder bloemen,
een dag zonder jou
kun je geen dag meer noemen,
een dag zonder jou
is een dag zonder licht
en dáárom is zo’n dag
geen gezicht.
Het huis is leeg en koud
als ik je stem niet hoor,
de tafels, de stoelen en het bed,
het stelt geen moer meer voor,
een boom zonder takken,
’n hemel zonder blauw,
m’n lief, dat is een dag
zonder jou.
T. Hermans

Soms, als gij zwijgt.
Soms, als gij zwijgt en uit het venster schouwt,
grijpt mij uw schoonheid als een wanhoop aan,
een wanhoop door geen troost te blussen,
niet door te spreken, niet door te kussen,
even groot als mijn bestaan, en even oud.
Dat ik u zien moet en u niet kan zijn,
van u gescheiden door mijn eigen ogen,
dat gij daar zit, zo buiten mij geboren,
en doet als een geboren pijn.
Wanneer gij zwijgt en uit het venster ziet
komt soms de wind en hij beweegt uw haren,
die aan de boorden van uw voorhoofd staan
als aan een stilstaand water, oeverriet
soms komt een wolk de hemel langs gevaren,
ik zie de schaduwen over uw ogen gaan.
Dan is het mij alsof gij eeuwig zijt,
of ik maar even bij u leven mag,
alsof mijn tijdelijkheid mij van u scheidt,
dan wendt uw hoofd zich om, ik zie uw lach.
(M. Vasalis)

Voor de verre prinses.
Wij komen nooit meer saam:
De wereld drong zich tussenbeide.
Soms staan wij beiden 's nachts voor 't raam,
Maar andre sterren zien we in andre tijden.
Uw land is zoo ver van mijn land verwijderd:
Van licht tot verste duisternis - dat ik
Op vleuglen van verlangen rustloos reizend,
U zou begroeten met mijn stervenssnik.
Maar als het waar is dat door grote droomen
Het zwaarst verlangen over wordt gebracht
Tot op de verste ster: dan zal ik komen,
Dan zal ik komen, iedre nacht.
J. Slauerhoff.

Verliefd.
Ach lieve Heer, hoe moet dat nou:
ik ben toch al een oude vrouw,
en ik begrijp het zelf niet goed
dat ik opeens van iemand hou,
en half bedroefd, half in mijn schik
me illusies maak. En dat ik schrik
van blijdschap, als ik hem ontmoet.
Wat een merkwaardig mens ben ik.
Hoe krijg ik die gevoelens klein?
Is ouderdom geen medicijn
tegen dit soort opstandigheid?
Moet ik er soms nog blij om zijn?
Hoe zou het gaan, als ik vandaag
nog naar hem toega, en hem vraag?
Want misschien is hij zelf te bang
en wil hij graag.
Het is wel raar, maar heus niet slecht,
dus ik vertel hem nou maar echt:
'Ik blijf je trouw, mijn leven lang.'
Da's dit keer niets teveel gezegd.
Willem Wilmink

Liefde en ellende.
Brood van weken oud heb ik
geweekt in water en opgegeten,
terwijl de kou aan mijn tenen knaagde.
Met naalden heb ik in mijn bloed
gewoeld en gezocht.
En niets gevonden.
Ik heb op straatstenen geslapen
met honger die door niets nog gestild
kon worden, leek het wel.
In nachten, nat en donker,
was ik alleen en mijn stem
hoorde niemand.
Ziektes hebben mij bezocht in de jaren,
ik wou vluchten in de dood.
Maar niets was erger dan nu,
ik wou dat je bij me kwam
en in mijn ogen keek.
Jotie T’Hooft
uit: Mag ik bij jou wenen? Marcel Ploem

VOOR DE LIEFSTE.
door Frederik van Eeden.
Aan mijne Vrouw.
In zachte klanken saamgebracht
Heb ik uw zoeten naam gedacht,
O mijn Lief-uitverkoren!
Die 't liefst mij aller dingen zijt,
Die ik mijn hart heb ingeleid
En eeuwig zal behooren.
Dit lied is voor de Liefste mijn,
Dus zal 't als mijne liefde zijn,
Als een gesmede keten
Van rijm aan rijm aaneengehecht
En om twee harten heengelegd,
Die van geen scheiden weten.
Maak tijd om vriendelijk te zijn,
het is de weg naar het geluk.
Maak tijd om te lachen,
het is de muziek van het hart.
Maak tijd om te geven, ’
t leven is te kort om egoïst te zijn.
Maak tijd om te rusten,
het is de bron van degelijke arbeid.
Maak tijd om te werken,
er is zoveel te doen.
Maak tijd om te leren,
het is de fontein der wijsheid.
Maak tijd om te luisteren,
er wordt zoveel gepraat.
Maak tijd om blij te zijn,
het is het geheim van de jeugd.
Maak tijd om te beminnen,
het is de kracht van het leven.
Maak tijd om de danken,
het leven is zo schoon.
(L Thienpont)

Ademtocht
Ik zal je niet langer meer zoeken
ik weet dat je er bent
ergens
tussen de aarde en de sterren
in een wereld
die niemand nog kent
Soms
voel ik je bij me
op een windstille dag
als een koele bries
die mij even aanraken mag
een ademtocht
die plotseling mijn wangen streelt
jouw liefde
die je
ademloos
met mij deelt
Ingrid-Schouten-Minten

EEN
Als je echt van iemand houdt
Iemand alles toevertrouwt
Een die echt weet wie je bent
Ook je zwakke plekken kent
Die je bijstaat en vergeeft
Een die ‘naast’ en ‘in’ je leeft
Dan voel je pas wat leven is
En dat liefde geven is.
Toon Hermans

Oneindige Liefde
Het lijkt alsof ik je bemind heb in tal van gedaanten,
talloze keren,
in leven na leven, in eeuwen na eeuwen,
voor eeuwig.
Mijn betoverde hart knoopte en herknoopte een
halssnoer van zangen
dat je aanvaardt als een geschenk, draagt rond je hals
in je vele gedaanten
van leven na leven, in eeuwen na eeuwen,
voor eeuwig.
Telkens wanneer ik oude liefdeskronieken hoor,
hun eeuwenoude pijn,
hun oeroud verhaal van nu eens gescheiden, dan weer
samen zijn,
wanneer ik almaar door staar naar het verleden,
verschijn je tenslotte
omkranst met het licht van een poolster die door
het tijdsdonker breekt:
jij wordt een beeld van wat herinnerd is
voor eeuwig.
Jij en ik dreven hier op de stroom die van
de bron
tot in het hart van de tijd de liefde van de ene voor de
andere overbrengt.
Wij speelden aan de zijde van miljoenen verliefden,
deelden in dezelfde
schuchtere zoetheid van de ontmoeting, dezelfde
jammerklachten van vaarwel;
oude liefde, maar in een vorm die zich vernieuwde
en vernieuwde voor eeuwig.
Vandaag heeft zij zich opgehoopt aan je voeten, vond zij
haar einde in jou,
de liefde van de hele mensheid evenzeer van vroeger als
voor eeuwig:
alomvattende vreugde, alomvattend verdriet,
alomvattend leven,
de herinneringen van alle liefdes ooit verenigen zich in die ene
van ons
en in de zangen van iedere dichter, evenzeer van vroeger als
voor eeuwig.
R. Tagore.

EEN VRIEND
Een vriend is iemand die zonder vragen weet wat je bezielt,
omdat hij deel is van die zelfde ziel,
Een vriend is iemand die je tranen droogt,
nog vóór je die hebt gestort en zonder te vragen waar ze vandaan komen.
Een vriend is iemand die samen met jou feest wanneer je iets te vieren hebt,
zelfs wanneer hij zelf op dat moment niet veel te vieren heeft.
Een vriend is iemand die naar je luistert
zonder je te onderbreken wanneer iets je van het hart moet.
Een vriend is iemand die je de waarheid vertelt over jezelf
en je niet beliegt om je te vleien.
Een vriend is iemand die zijn schouder aan je leent om op uit te huilen
en zijn glimlach om je op te monteren.
Een vriend is iemand waarbij je zonder maskers jezelf kan zijn
en die je inspireert tot grootse daden waarvan je zelf niet eens wist dat je die in je had.
Een vriend is iemand die je steeds het pad naar boven helpt te vinden
en die de weg naar beneden voor je afsluit.
Als je zo'n vriend ontmoet, dan ben je rijker dan een oliesjeik
en gelukkiger dan je ooit had durven dromen.
Francine

Een engel
er zijn soms van die somb're, donk're dagen
die ogenblikken vol van stil verdriet
waarin je eigenlijk zou willen vragen
aan God of Hij je zorgen nog wel ziet
het is zo kil en duister om je henen
geen enkel schijnsel meer je pad verlicht
je wilt het liefst maar stilletjes wat wenen
en tastend zoeken naar Gods aangezicht
maar dan ineens na innige gebeden
blikt deernisvol een engel op je neer
hij vraagt: ach vader, zend mij naar beneden
ik breng die ziel de vreugd en blijdschap weer
en God spreekt: ja, je kunt de aard betreden
doch toon dit kind Mijn vriendelijk gelaat
en denk eraan, één woord vol liefd' en vrede
is meer dan duizend and're woorden waard
en als die engel dan wil binnentreden
gewoon door 'n mens die je zo simpel vond
denk je: is dit nu 't antwoord op mijn beden
is dit de engel die mijn Vader zond?
maar plotseling blik je hem recht in d'ogen
ze zijn zo liefdevol op je gericht
en innig dankbaar stamel je bewogen:
mijn God, ik zie Uw vriend'lijk aangezicht
Frits Deubel

Catching the rainbow.
If I could catch a rainbow
I would do it just for you
And share with you its beauty
On the days you're feeling blue.
If I could, I would build a mountain
You could call your very own
A place to find serenity
A place just to be alone
If I could, I would take your troubles
And toss them into the sea
But all these things
I'm finding are impossible for me
I cannot build a mountain
Or catch a rainbow fair
But let me be what I know best
A Friend who's always there
I promise to defend you
Should the occasion ever rise
And I promise to wipe away the tears
Which might stream from your weeping eyes
Let me be the trusted Friend
The one that you know best
I will never leave you
On that you can surely rest
Sandra Lewis Pringle~

If you ever need me.
If ever you need me,
I'll be right here,
To chase away the sadness,
And wipe away a tear.
If ever you need me,
I'll be two steps behind,
To follow in your footsteps,
And hear what's on your mind.
If ever you need me,
You'll never have to fear,
That your presence isn't important,
And your love isn't dear.
If ever you need me,
I'll always be around,
To bring back the laughter,
Where deep in your heart it's found.
You'll never have to worry,
For I'll always be here,
To chase away the sadness,
And wipe away a tear.
Alexandro Goncalves De Lima

Een simpel liedje.
Zoveel mooie hartenwensen
Stierven reeds een stille dood,
Omdat men eenzame mensen
Veel te laat een hand aanbood.
Er is menig blije lachje
Tot een bitt’re plooi verstard
Omdat men om ’t eigen hachje
Meer gaf dan om ’t andere hart.
Er zijn vele frisse ogen
Dof geworden, blind geschreid,
Omdat, om ze af te drogen,
Men geen zin had of geen tijd.
Er zijn veel geheven handen
Moe geworden, neergeleid;
Omdat geen die offerande
Heeft aanvaard, en dank gezeid.
Is er niemand die je kende,
En wiens wonde niet genas,
Daar men hem en zijn ellende
Doodgewoon vergeten was?
Jij die samen met mij luistert
Naar dit simpel kleine lied;
Hoor eens of er iemand fluistert:
“Zie je niet, ik heb verdriet.”
Heb je daaraan wat verholpen
Zodat hij de zon weer ziet,
Dan heeft ’t liedje toch geholpen.
Meer pretentie heeft het niet.
(Maurice Wagemans)

Vrienden zijn als bomen.
Vrienden
zijn als bomen,
ze wachten
tot je nog eens langs komt
en ze zijn onverstoorbaar
als je wegblijft.
Ook na maanden afwezigheid,
kan je de draad
weer opnemen,
omdat ondertussen
niets werd afgebroken.
Vrienden
zijn als bomen
op een goede afstand
van elkaar geplant.
Zo moeten ze elkaar niets betwisten,
ze kennen ook geen afgunst
maar nodigen wel elkaar uit
om hoger te groeien.
Vrienden
zijn als bomen
en bomen buigen niet
maar wuiven.
(Eugeen Laridon)
Laat mij toch geen beletselen verzinnen
Voor ware liefde; liefde houdt geen stand
Als zij verandert bij veranderingen,
Als zij bij elke kleine schipbreuk strandt.
O nee, zij is een baken, eeuwig licht,
Dat men zelfs in de zwaarste stormen ziet;
Een ster, waarnaar elk dwalend schip zich richt:
Men meet haar hoogte, maar haar waarde niet.
Zij is geen Nar des Tijds, al zal het rood
Van wang en lip ooit voor zijn zeis verbleken;
De liefde blijft bestaan tot aan de dood,
Zij taalt niet naar zijn uur en telt geen weken.
Als men hiertegen ooit bewijslast vindt,
Dan schreef ik nooit en werd geen mens bemind.
William Shakespeare
Vertaling: Arie van der Krogt