Versjes en gedachten
van grote kleine mensen


 

 

Veronderstel dat we een of twee dagen na onze dood ons huis weer zouden binnen­komen, dat wil zeggen: nadat we het oneindigheids- en eeuwigheidsbad genomen hebben, dat al het kleine in ons, alle groezeligheid weggewassen heeft. Als we eenmaal hebben ingezien dat er voor ons aan gene zijde van de onzichtba­re, ondoordringbare muur niets te vrezen valt, wie van ons zou er dan nog iets aan gelegen zijn, zijn bestaan in de dierbare groezelige woning voort te zetten ?

(Maurice Maeterlinck)

 

Niet de dingen zelf verontrusten de mensen, maar de voorstelling die ze van de dingen hebben. Zo is bijvoorbeeld de dood niet iets schrikwekkend, anders had hij ook Socrates schrikwekkend moeten voorkomen. Nee, de veronderstelling, alsof de dood iets schrikwekkends zou zijn, dat is het schrikwekkende.

(naar Epictetus )

 

'Wie eenmaal tot de hemel van het denken is toegelaten, zal geen terugval in de duisternis wachten, maar slechts de nooit eindigende lokking naar de overzijde. Daar zijn hemelen boven hemelen en paradijzen in het paradijs, ze zij alom door goddelijkheid omsloten. Er zijn anderen, voor wie de hemel van ko­per is en als een ondoordringbare wand tot op het aardoppervlak neerdaalt. Het is een kwestie van temperament en van een meerdere of mindere mate van beleven van en begrip voor de natuur. De laatstgenoemden hebben uiteraard slechts een verstandelijk of parasitair geloof, ze kunnen de waarheid niet zien, maar vertrouwen instinctief op de zieners en belijders van de waarheden. Het handelen en de gedachten van de gelovenden brengen hen in verbazing en wekken bij hen de overtuiging, dat die anderen iets gezien hebben, wat hun verborgen is. Hun uit de zinnelijke wereld afkomstige gewoonten evenwel zouden de gelovige steeds in zijn laatste stelling vasthouden, terwijl hij onweerstaanbaar voort moet gaan, en daardoor komt het, dat de ongelovigen uit liefde tot het geloof de gelovigen verbranden.

( R.W. Emerson)

 

Hij wil niet leven, die niet sterven wil. Want het leven is ons op voor­waarde van de dood geschonken; het is de weg tot dit doel. Dwaas is het evenwel de dood te vrezen; want alleen het onzekere vreest men, het zekere ziet men onder ogen. De dood betekent een rechtvaardige en onontkoombare noodzakelijkheid. Wie zou zich beklagen omdat hij zich in een situatie be­vindt, waarin allen zonder uitzondering zich bevinden? De voornaamste wet van de rechtvaardigheid is de gelijkheid. Het zou dan ook ongepast zijn de natuur dit te verwijten, dat ze voor ons geen andere wet wilde laten gelden dan voor zichzelf. Wat ze verenigde scheidt ze weer, en wat ze scheidde, verenigt ze weer.  ­

( Lucius A. Seneca de jongere )

Maak u niet bezorgd over wat de toekomst kan brengen, maar streef ernaar innerlijk sterk en zuiver te worden. Want niet hoe uw lot uitvalt, maar hoe u erin berust, maakt uw levensgeluk.

 ( Georg Friedrich Wilhelm Hegel)

Alle geheimen liggen in volledige openheid voor ons. We zetten ons er alleen tegen af, van de steen tot aan de profeet. Er bestaat als zodanig geen geheim, er bestaat allen oningewijden van alle niveaus.

( Christian Morgenstern)

Hoewel ieder mens aan de dood onderworpen is, wil ieder mens toch aan de dood ontsnappen. De dood is zelfs voor de mens, wat het water voor het vuur is, de oervijand. Vanwaar komt dat overweldigend verlangen, die gruwelijke drang, die onlesbare dorst naar onsterfelijkheid ? Het is het gevoel dat de dood in het geheel niet bij ons past en daaraan gepaard het gevoel, dat voor ons ook een toestand zonder dood mogelijk moet zijn. Dit gevoel is precies zo krachtig en daarmee zo overheersend als de eruit voortgekomen drang de dood te ontsnappen, dat wil zeggen de doodsangst; derhalve is de inhoud van dat gevoel het de doodsangst spontaan voortbrengende oergevoel : de toestand van sterfelijkheid past je niet; passend voor jou zou alleen de toestand van niet-sterfelijkheid zijn, de toestand waarin je niet meer kunt sterven. Ofwel, in het kort: de dood is je wezensvreemd.

( Georg Grimm)

Als iemand vijfenzeventig jaar oud is, kan het niet anders of hij zal nu en dan aan de dood denken. Ik blijf bij deze gedachte volkomen rustig, want ik heb de vaste overtuiging, dat onze geest een wezen is van volkomen onver­woestbare aard, het is een blijvende werkzaamheid van eeuwigheid tot eeuwig­heid. Het gelijkt op de zon, die slechts voor onze aardse ogen schijnt onder te gaan, die feitelijk evenwel nooit ondergaat, maar onophoudelijk doorschijnt.

( J.W. Goethe )

Denk veel aan de dood en denk eraan, dat ge in de dood slechts uw oude zieke lichaam aflegt zoals men oude kleren wegdoet, om in een hemelse wereld een nieuw en mooier en zuiverder lichaam te ontvangen te midden van gelukzalige wezens. Denk ook vaak aan dat hemelrijk. Dat zal dan in u de zielsverwantschap doen ontstaan met dergelijke hemelrijken, waardoor ge in een ervan zult aankomen. Wanneer ge uw geest vult met dergelijke gedachten, hoe kunt ge dan nog somber zijn of zelfs in tranen uitbarsten? Veeleer zal nu reeds een stil­le blijdschap u vervullen en zult ge uw ziekte berustend dragen, wat ook de afloop moge zijn. Wat kan er dan anders gebeuren dan dat ge, zo denkend als ik u geraden heb, in een hemelse wereld aankomt? En daarvoor koestert ge vrees en schreit ge? U dient zich te verheugen en dat kunt u ook, als u mijn voorschrift opvolgt. Alle mensen, alle wezens in het algemeen, moeten ster­ven, ook een hooggeplaatste moet sterven. En dan winden de mensen zich op bij dergelijke gedachten. Windt u zich ook op, wanneer s' avonds de zon onder­gaat? En waarom niet? Wat hindert het, morgen komt ze aan de horizon weer op Zo gaan ook wij in de dood slechts onder, om spoedig in een nieuwe gestalte weer op te staan. Ik denk feitelijk sedert jaren onophoudelijk aan de dood en word daarbij innerlijk steeds tevredener.

( Georg Grimm)

Heb je een wereld aan bezit verloren, treur er niet over, het is niets.

En heb je een wereld aan bezit gewonnen, verheug je er niet over, het is niets Voorbij gaan de smarten en de gelukzaligheden, ga aan de wereld voorbij, het is niets.

(Awari Soheili, oud Perzisch dichter)

De fabel van de vis en de aap.

Diep in de wouden van Afrika, leefden er eens een aap en een vis. Ze woonden vreedzaam samen,

tot op een dag de aap beseft dat hij het toch wel erg goed had... zeker in vergelijking met het leven van de vis.

Zonnen dag aan dag, genieten van de heerlijke vruchten van het woud, springen in berg en dal, frisse lucht mogen inademen....

Meewarig en verdrietig beklaagde hij het lot van de vis en besloot hem te helpen.

Hij legde hem op een rots te zonnen.

 

Toon Hermans.

De Boom.

Dag lieve boom, ik heb je nog gekend
toen je geen blad meer had en eenzaam en verlaten
op deze plek te sterven stond,
ik weet nog hoe ik je hier vond
en dat we samen praten.

Nu heb je jou weer opgericht
in regen en in zonnelicht,
vol weelderige kleuren,
nu sta je feestelijk en blij
te stralen in de groene wei
om mij weer op te beuren


Beukeboom

Jij staat daar aan mijn raam
in 't warme licht te grijpen
en eind'lijk lieve beukeboom
begin ik te begrijpen,


dat jij daar staat voor mij,
wat gek, ik zag het niet,
zo kwam het dat ik al je liefde
onbeantwoord liet.

Nu loop ik met een schuldgevoel
en met oprecht berouw,
wat stom, jij had mij wal gezien,
maar ik had geen erg in jou.


Pennen

 

pennen kunnen op papier

schreeuwen, vloeken, ketteren

kunnen ook met veel bravoure

schallen en trompetteren

maar ze kunnen ook heel zacht,

een stil verdriet genezen

met woorden die je nu en dan

nóg es een keer wilt lezen.


 

Bloemen.

 

dat ik de bloemen zie zo blij en bont

komt door de kleuren op de achtergrond

daar staan verdriet en armoe

al de sores van mijn leven

zij hebben aan de bloemen

kleur en glans gegeven.



Zomaar

 

Ik kan me dagenlang verstrooien

met ’n blocnote en een pen,

met gemijmer over leven,

over wie en wat ik ben,

maar mijn povere gedachten,

stijgen op als een ballon,

als ik zomaar zit te zitten

in het gras en in de zon.

 

Ik kan dagen, soms zelfs nachten

denken over ’s levens lot,

over hopen en vertrouwen,

over liefde, over God,

maar het gekke is, ik voel me

altijd dichter bij de bron,

als ik zomaar zit te zitten

in het gras en in de zon.


 

Zee.

 

Ik wil alleen zijn met de zee,

ik wil alleen zijn met het strand,

ik wil mijn ziel wat laten varen,

niet mijn lijf en mijn verstand.

 

Ik wil gewoon een beetje dromen

rond de dingen die ik voel

en de zee, ik weet het zeker,

dat ze weet wat ik bedoel.

 

Ik wil alleen zijn met de golven,

‘k wil alleen zijn met de lucht,

ik wil luist”ren naar mijn adem,

ik wil luisteren naar mijn zucht.

 

Ik wil luist’ren naar mijn zwijgen,

daarna zal ik verder gaan

en de zee, ik weet het zeker,

zal mijn zwijgen wel verstaan.

 

 

Liefde.

 

Ik was verbaasd, verliefd, verrukt,

ik heb je als een bloem geplukt.

Eeuwig zul je bloeien want

ik heb je in mijn ziel geplant.


 

 Liedje.

 

Een dag zonder jou

is een tuin zonder bloemen,

een dag zonder jou

kun je geen dag meer noemen,

een dag zonder jou

is een dag zonder licht

en dáárom is zo’n dag

geen gezicht.

 

Het huis is leeg en koud

als ik je stem niet hoor,

de tafels, de stoelen en het bed,

het stelt geen moer meer voor,

een boom zonder takken,

’n hemel zonder blauw,

m’n lief, dat is een dag

zonder jou.

 

 

 

 

Wijsheden uit het boek " Een ongewoon gesprek met God" van Neale Donald Walsh.

"Al het persoonlijk handelen komt op het diepste niveau voort uit één van de volgende twee emoties:
ANGST en LIEFDE!
In werkelijkheid zijn er maar twee emoties, twee woorden in de taal van de ziel.
Dit zijn de twee punten die, de alfa en de omega, die het systeem dat wij "relativiteit noemen, toelaten te bestaan.
Zonder deze twee punten en deze twee ideeën over dingen, zou er geen enkel ander idee kunnen bestaan.
Elke persoonlijke gedachte, en elke persoonlijke daad, is gebaseerd op liefde en angst.
(maar wij hebben wel de vrije keus welke van de twee wij verkiezen)

ANGST is de energie die doet samentrekken, afsluiten, naar binnen trekken, wegrennen, verstoppen, hamsteren, schade berokkenen.
LIEFDE is de energie die doet uitbreiden, openstellen, naar buiten zenden,onthullen, delen, genezen.
ANGST hult onze lichamen in kleding, LIEFDE staat ons toe naakt te zijn.
ANGST houdt vast aan en grijpt naar alles wat we bezitten, LIEFDE geeft alles wat we hebben weg.
ANGST reserveert, LIEFDE respecteert.
ANGST grijpt, LIEFDE laat gaan.
ANGST knaagt, LIEFDE sust.

ANGST valt aan, LIEFDE verbetert.

Uitspraken van paragnost: Wim Gmelig Meyling.

 

*Vergeet nimmer dat zelfs de kleur van de kersenbloesem nooit helemaal wit is.

 

*Wie alles als toeval aanvaardt zonder dat er enig dieper plan aan ten grondslag ligt, is als een kind dat met een schelp aan het oor meent het ruisen van de zee te horen

 

*De mens die zegt:’ik geloof’ , zet niet de laatste schrede op zijn pad, maar de allereerste.

 

*Wie in meditatie niets ervaart en slechts door diepe stilte wordt omgeven, heeft iets gezien dat beeld- en klankloos aan hem voorbij zweefde.

 

*De mens die twijfelt aan de juistheid van zijn Pad is reeds ver gevorderd, want hij denkt zèlf.

 

*Verlatenheid is als een bloesemknop; zet haar in het volle licht en het ontluiken toont dan het verborgen doel.

 

*Het verleden is het geraamte van het leven.  Het nu: de geboorte, het leven en de dood. De toekomst: het nieuwe kleed dat alles zal omsluiten.

 

*Het bestijgen van een bergtop dwingt u het pad zèlf te vinden. De massa heeft een breed pad nodig en komt niet erg hoog

 

* Hoe eenzaam is mijn pad nu ik alleen moet gaan. Steeds zie ik om of jij mij volgt. Toch moet ik nog leren dat je niet achter mij komt, maar mij eens tegemoet zal treden.

 

We maken graag kinderen gelukkig. Vooral in de maand december vullen we hun handen en armen met speelgoed en geschenken.

Ons hart smelt als we en kind kunnen blij maken. Zakenlui weten dat. Ze speculeren  op ons smeltend hart om ook onze geldbeurs te doen slinken…

Nu vraag ik me toch af, of we niet doordraven in de verkeerde richting. Of we in de opgewonden ren naar speelgoed, onszelf en de kinderen niet voorbijlopen?

Ik vrees zelfs dat vele kinderen stikken onder speelgoed. We geven heb de indruk dat het geluk afhangt van wat men HEEFT. Dat is nochtans een noodlottige misrekening. Zo leren ze nooit gelukkig te ZIJN.

Geluk is eerder een kwestie van ZIJN dan van HEBBEN. Men kan af en toe geluk hebben en toch niet gelukkig zijn; opgroeien tot gelukkige mensen is meer een kwestie van WORDEN dan van KRIJGEN.

Daarom hangt het geluk van kinderen meer af, van wat we zijn  voor hen  dan van wat we geven. Niet onze weelde maar wel onze levensrijkdom kan hun hart vullen.

Vraag u niet af wat ge meer kunt geven aan uw kind. Vraag wat ge meer kunt zijn voor hen. Misschien is geven gemakkelijker?  Geef het dan uw tijd, uw aandacht, uw medeleven, uw liefde.

Het loont de moeite kinderen gelukkig  te maken. We kunnen ons leven niet beter beleggen; want alleen door gelukkige kinderen bouwen we aan een betere toekomst en een gelukkiger wereld.

 

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

Top 100 NL

 

              Website statistieken gratis, LetsStat X1