Edgar Cayce

Biografie - Citaten - Boeken - Atlantis - Links - Stolp over Cayce

                                                                             

Biografie.


Als kind, op een boerderij in de buurt van Hopkinsville Kentucky, waar hij was geboren op 18 maart 1877, liet Edgar Cayce staaltjes van ervaren en aanvoelen  zien die boven de vijf fysieke zintuigen uitstegen. Op de leeftijd van 6 of 7 jaar vertelde hij zijn ouders dat hij in staat was visioenen te zien en had hij voor anderen onzichtbare vriendjes (zijn moeder kon deze ook waarnemen) waarmee hij speelde en kon spreken. Soms zag hij ook familieleden die recent overleden waren.
Zijn ouders schreven dit toe aan de grote verbeeldingskracht van een eenzaam kind dat beďnvloed was door de dramatische taal van de herbelevingbijeenkomsten die in die tijd populair waren in dat deel van het land. Hij ontwikkelde later een vorm van fotografisch geheugen door met zijn hoofd op zijn schoolboeken te slapen. Dan nam hij in één keer de hele inhoud van het boek in zich op. Dit geheugen hielp hem snel door de dorpsschool heen te komen. Deze gave nam echter af en Edgar was slechts in staat de lagere school af te maken voordat hij zijn plaats in de wereld kon gaan zoeken.

 


Toen hij 21 jaar oud was, had hij een betrekking als verkoper voor een groothandel in schrijfbenodigdheden en boeken. In de tijd liep hij een geleidelijke verlamming van de keelspieren op die dreigden het stemgeluid bij hem weg te nemen. Toen dokters niet in staat waren een fysieke oorzaak voor deze toestand te vinden probeerde men het met hypnose; dit had echter geen permanent effect. Als laatste redmiddel vroeg Edgar aan een vriend om hem in de zelfde soort hypnotische slaap te brengen die hem, als kind, in staat stelde de inhoud uit zijn schoolboeken te leren. Zijn vriend gaf hem de noodzakelijke suggesties
 en toen hij eenmaal in een zelf opgewekte trance verkeerde, kreeg Edgar grip op zijn eigen probleem. Hij stelde in trance een therapie voor die zijn stem en zijn gestel weer geheel herstelde.

Opmerkelijk is dat hij, wanneer hij later zijn gave aanwendde voor materialistische doelen, wat zeer zelden voorkwam, zijn stem weer verloor en met zware hoofdpijn wakker werd.


Een groep artsen uit Hopkinsville en Bowling Green Kentucky maakten gebruik van zijn unieke talent om diagnoses te stellen bij hun patiënten.  Zij vonden spoedig uit dat, waar Edgar zich ook bevond, zij slechts de naam en het adres van de patiënt hoefden te geven en hij was in staat om telepathisch contact te maken met lichaam en geest van de patiënt, alsof hij zich in dezelfde ruimte bevond. Hij had geen andere informatie met betrekking tot de patiënt nodig en kreeg die ook niet. Eén van de jonge dokters, Dr. Wesley Ketchum, bracht over deze nogal onorthodoxe procedure rapport uit bij een medisch onderzoekscentrum in Boston Massachusetts. Op 9 oktober 1910 schreef de New York Times twee hoofdartikelen met foto's. Vanaf die dag zochten mensen met moeilijkheden uit het gehele land de hulp van de "profeet in trance".

 

Later ging Edgar, op verzoek van een vriend, ook in hypnotische slaap om de Kosmische Wetten te onderzoeken. Ondanks het feit dat hij zelf geen enkele kennis had over reďncarnatie, karma en andere kosmische wijsheden, kreeg hij tijdens deze readings zoveel informatie over deze zaken dat hij niet anders kon dan uiteindelijk toegeven dat deze wetten wel degelijk van kracht zijn in de schepping en een grote invloed hebben op lichamelijke en geestelijke toestanden in dit huidige leven.


Toen Edgar Cayce in Virginia Beach Virginia op 3 januari 1945 stierf liet hij meer dan 14.000 in stenografie opgestelde geschriften na met de telepatisch-helderziende readings die hij, in een periode van 43 jaar, had gegeven aan meer dan 6000 verschillende mensen. Meestal, wanneer de patiënten de raadgevingen strikt opvolgden, genazen zij ook. Soms werden niet alleen medische raadgevingen gegeven, maar ook spirituele.

 

Naar deze uitlatingen wordt gerefereerd als zijnde "LEZINGEN" (READINGS). Deze lezingen omvatten een van de grootste aantallen beschrijvingen van psychische helderziendheid die ooit zijn gedaan door een enkele persoon.

 

De "slapende" Edgar Cayce was een medisch diagnost, een profeet en een toegewijd uitdrager  van de bijbelse leer. In juni 1954 kende de Universiteit van Chicago, op basis van een studie van zijn leven en werk hem postuum de "doctorstitel" toe. In deze dissertatie refereerde de schrijver van de studie naar hem als zijnde een "religieus ziener".

 

Citaten en uitreksels uit de Readings van Cayce.

Nederlands

Men kan zien dat er plannen gemaakt worden voor een werk dat de gedachte van het mensdom in het algemeen, in verscheidene richtingen, zal veranderen. (254-37)

Een enkeling, of hij zich ervan bewust is of niet, stelt zich idealen in de stoffelijke wereld, in de mentale wereld, in de geestelijke wereld.

Alle kracht of macht komt voort uit de geestelijke wereld. Mentale activiteit bouwt alle dingen in de stoffelijkheid en kan tot die ervaring bijdragen of ze ontsieren. (1011-1)


De belangrijkste ervaring voor elke individu is eerst en vooral zijn geestelijk ideaal te kennen. (357-13)

Want wat er ook bestaat, alles wordt eerst in de geest ontvangen. De gedachte geeft er vorm aan. (Die vorm is) afhankelijk van het ideaal in de gedachte van de mens.

Je kan jezelf zo gelukkig of zo ongelukkig maken als je maar wilt. (2995-3)

 

 Liefde is het onfeilbaar, vaste beginsel, de wet… geef de strijd niet op en je zal de  voldoening hebben het ideaal te bereiken. Wees geduldig en… je inspanningen…zullen niet onbeloond blijven. (802-2)

 

 Eerst moet je jouw ideaal kennen – spiritueel, mentaal, stoffelijk. Dit betekent niet, wat je zou willen dat anderen zijn, maar wat jouw ideale houding is jegens anderen. Want hij die de grootste is, dient iedereen – dit is de wet van oorzaak en gevolg. (1998-1)


Want het ideaal is niet wat anderen voor jou kunnen doen, maar wel wat jij voor anderen kan doen. (1646-2)


Waar we ook zijn. Zij het in Hartford, of in Sing Sing, of Kalamazoe of Timboektoe, dat heeft geen belang. De Heer is God van het heelal, waar we ook zijn. Want elke ziel vindt het Zelf in de plaats waar ze nu is door de gratie Gods. Gebruik de tijd van vandaag. Als je hem goed gebruikt, zal de volgende stap u getoond worden. (3356-1)


Gij zult de Here uw God beminnen met geheel uw hart en uw naaste zoals uzelf.” Dat is de volledige wet; het antwoord aan de wereld, aan elke ziel. Dat is het antwoord aan de hedendaagse toestand in de wereld. (3976-8)

 

 We zouden onszelf nooit moeten toestaan ons gescheiden en apart te voelen van God en van onze medemensen; want hetgeen onze naaste aangaat aan de andere kant van de wereld gaat ons aan. (Cayce in “A Search For God”)

 
De neigingen van de mens worden geregeld door de planeten waaronder hij geboren is, want het lot van de mens ligt in de sfeer van de planeten... maar dit moet goed begrepen worden: geen invloed van een planeet, geen fase van de zon, de maan of welk ander hemellichaam ook, gaat boven de heerschapij van de menselijke wil. (3744-3)  

 

  Over Eenheid

Gedurende zes maanden moet de eerste les zijn Een - Een - Een- Een, Eenheid van God, Eenheid van de verwantschap van de mens, Eenheid van de kracht, Eenheid van tijd, Eenheid van doel, Eenheid van elke inspanning, Eenheid, Eenheid.” (991-1)

 

Wat is het verschil? ... De waarheid... komt uit één bron. Zijn er geen eiken, essen, pijnbomen...? Die zijn nodig in een of andere ervaring... Alle hebben hun plaats. Maak geen aanmerkingen over de ene of andere maar toon wat een goede pijnboom je bent, of een goede es, of eik, of wijnrank. (254-87)

 

...Neem een korenveld. In het graan is er leven. De mens plant het in de aarde, bewerkt de aarde en haalt de oogst binnen. Niet iedereen kiest hetzelfde soort graan. Niet iedereen ploegt op dezeflde manier, niet iedereen zaait op dezelfde wijze. Niet iedereen oogst op dezelfde wijze. Toch brengt het in elk geval het beste voort dat er is. Het is de God of het leven in elk graantje dat de mens zoekt. Het voedt zijn lichaam en brengt ook genoeg zaad voort zodat er meer kan groeien. Dat is godsdienst. Dat zijn de kerkgenootschappen.” (1089-3)

 

“... zet de leerstellingen naast elkaar, de levensopvattingen van het Oosten en het Westen, de nieuwe waarheden en de oude. Breng niet de verschillen in wederkerige betrekking maar wel wat alle godsdiensten gemeen hebben: er is één God. ‘Weet o Israël dat de Heer God één is’”. (991-1)

 

 

Engels

. . the church is within yourself and not in any pope nor preacher, nor in any building but in self! For thy body is indeed the temple of the living God, and the Christ becomes a personal companion in mind and in body; dependent upon the personality and individuality of the entity as it makes practical application of the tenets and truths that are expressed.

Edgar Cayce Reading 5125-1

 ...those that find fault with others will find fault in themselves; for they are writing their own record--they must meet, every one, that which they have said about another; for so is the image, the soul of the Creator in each body, and when ye speak evil of or unkindly to thy brother, thou hast done it unto thy God. Edgar Cayce Reading 487-17

You grow to heaven. You don't go to heaven.

But do not put off today that which will bring hope and help to the mind of another . . . Those things that make for the putting off become a joy never fulfilled. Use, then, the experiences from day to day as the basis, and these will grow under thine very effort; surprising even to self as to the joy that comes from same, and gradually taking shape to become a joy to self and blessings to others. Bron: Edgar Cayce Reading 877-9

Cultivate the ability to see the ridiculous, and to retain the ability to laugh. For, know--only in those that God hath favored is there the ability to laugh, even when clouds of doubt arise, or when every form of disturbance arises. For, remember, the Master smiled--and laughed, oft--even on the way to Gethsemane. Bron: Edgar Cayce Reading 2984-1

Yet the choice of that form which any of these shall take is ever dependent upon the will, that heritage from the Father that makes for every soul's development--whether as a companion for those environs of the celestial form or whether the terrestrial or the earth that must find its way. For the will of self is as of the Father; He hath not willed that any soul should perish but hath with each temptation, with each trial prepared a way of escape; making as the bridge the Cross, over which each soul may find the glory of its Lord and of that to which it has sought to attain.
 Reading 1246-2

What [then] will ye do with this man thy elder brother, thy Christ, who,  that thy Destiny might be sure in Him, has shown thee the more excellent way. Not in mighty deeds of valor, not in the exaltation of thy knowledge or thy power;  but in the gentleness of the things of the spirit: Love, kindness, longsuffering, patience; these thy brother hath shown thee that thou, applying them in thy associations with thy fellow man day by day, here a little, there a little, may become one with Him as He has destined that thou shouldst be! Wilt thou separate thyself? For there be nothing...that may separate thee from the love of thy God, of thy brother, save thine own self!
Reading 849-11

For, as He taught, and as ye learn more, "Suffer little children to come unto me" is indeed the greater promise to the earth. For unless we become as children we cannot enter in; unless we learn as they. No faults, no hates remain in their experience, until they are taught to manifest such. Hence these may give thee greater insight into the meaning of it all.
Edgar Cayce Reading 1992-1

For the mind is both spiritual and physical in its attributes to the human body, and if ye feed thy body-mind upon worldly things, ye become worldly. If ye feed thy mind upon those things that are His, ye become His indeed.
Edgar Cayce Reading 1299-1

For the material, at best, is only temporal, or temporary, while that which may be builded from spiritual desire, spiritual purposes, is eternal.
Edgar Cayce Reading 1971-1

Learn first that lesson of cooperation. Become less and less selfish, and more and more selfless in Him. Be not afraid to be made fun of to become aware of His presence, that self may be a channel through which the glory of the Father may come unto men in a manner that all may know there is a glory, even an Israel, of the Lord.
Edgar Cayce Reading 262-29

What separates ye from seeing the Glory even of Him that walks with thee oft in the touch of a loving hand, in the voice of those that would comfort and cheer? For He, thy Christ, is oft with thee.
Doubt, fear, unbelief; fear that thou art not worthy!
Open thine eyes and behold the Glory, even of thy Christ present here, now, in thy midst! even as He appeared to them on that day!
Edgar Cayce Reading 5749-6

 

All knowledge is to be used in the manner that will give help and assistance to others, and the desire is that the laws of the Creator be manifested in the physical world.
Edgar Cayce Reading 254-17

 

For only as ye forgive those who have blamed thee without a cause, who have spoken vilely of thee without reason, can the giver of life and light forgive thee--even though He came into experience that ye, even ye, might know thy place with God, with thy Maker.
Edgar Cayce Reading 3660-1

 

(Q) What is God's plan for me in assisting the furtherance of His kingdom here on this planet, so that I may accomplish the greatest good with whatever talents I may possess?
(A) Brighten the corner where thou art from day to day. Let not a day go by without speaking to someone with the smile of the face and eye reminding them that somebody cares, and it is Jesus!
Edgar Cayce Reading 3357-1

 

This may be a hard statement for many, but you will eventually come to know it is true: No fault, no hurt comes to self save that thou hast created in thine consciousness, in thine inner self, the cause. For only those that ye love may hurt you.
Edgar Cayce Reading 262-83

 

 
 


Lektuur van en over Edgar Cayce.

                                          

LEVEN IN RELATIE 

Gina  Germinara


Edgar Cayce's visie op contacten, omstandigheden, karma en reďncarnatie Edgar Cayce (1877-1945), Amerikaans helderziende en medium, werd beroemd door zijn medische diagnoses. In een hypnotische slaap kon hij zijn genezingen verrichten, stelde hij perfecte diagnoses, schreef hij geneeswijzen voor en genas bij ziekten bij mensen die hij nooit had ontmoet. Bovendien was hij - in strijd met zijn bijbelse opvoeding - overtuigd van reďncarnatie. Volgens hem wordt met bepaalde karaktereigenschappen, partnerkeuze, ziekten en relaties de lijn uit vorige levens doorgetrokken. Uit de aantekeningen die Cayce naliet, verzamelde de schrijfster zeer gedocumenteerd materiaal over karma, reďncarnatie, contacten en omstandigheden. Cayce zag voorbij de grenzen van ruimte en tijd en deed voorspellingen die hem tot de meest befaamde helderziende van deze eeuw maken. Gebruikmakend van dit materiaal, haar kennis van zaken op gebied van parapsychologie en haar scherpe inzichten heeft Cerminara dit opmerkelijke boek geschreven. Hierin behandelt zij ondermeer diagnose door het onderbewuste, soorten fysiek karma, karmische oorzaken van geestelijke afwijkingen, filosofie van de beroepskeuze, ouders en kinderen, echtscheiding en de mogelijkheden van menselijke vaardigheden.



EDGAR CAYCE over de bestemming van de ziel

Auteur:  

Mark Thurston


Het leven is zinvol en uw eigen leven beeft een bepaald doel; zo luidt een van de belangrijkste boodschappen uit het werk van Edgar Cayce, de Amerikaanse profeet/ziener die in 1945 overleed. De ruim 14.000 readings, die hij naliet, bevatten een schat aan informatie ondermeer over het psychologisch functioneren van de mens. Op basis van Cayce's spirituele mensvisie, aangevuld met werk van onder andere C.G. Jung, Richard Bolles, Victor Frankl en John Holland, werkt Thurston een methode uit waarmee wij onze opdracht in dit leven kunnen ontdekken. Verder geeft hij concreet aan hoe we die opdracht praktisch gestalte kunnen geven door de talenten en capaciteiten onder ogen te zien en te ontwikkelen die we voor het vervullen van onze levensmissie in ons dragen. Alleen door gehoor te geven aan de bestemming van onze ziel zullen we immers echte vervulling en geluk in ons leven kunnen vinden.

 

 

EDGAR CAYCE, zijn leven en werk.

 

Auteur: T. Sugrue.

 

 

Biografie van Amerika's beroemdste genezer, die onder hypnotische trance zeer precieze medische diagnoses en behandelingsmethoden kon stellen, zonder zelf medisch geschoold te zijn. De auteur van dit stevig gebonden boek was een persoonlijke huisvriend, die gedurende de twee jaar dat hij dit boek schreef bij de familie Cayce inwoonde. In die zin is het een persoonlijk verhaal, waarin je als lezer de wijze, integere Cayce leert kennen en de vele problemen die hij ondervond met de medische wereld. Er is een voorwoord van de auteur en achterin wordt de filosofie rond het werk van Cayce beschreven. Het boek eindigt met enkele van de 30.000 verslagen van behandelingen die Cayce helderziend verwoordde, met reacties van patiënten. Naast de vele boeken over Edgar Cayce, vormt dit persoonlijk geschreven werk een makkelijke ingang voor wie interesse heeft in het werk van Cayce, of in dergelijke behandelmethoden. Bevat enkele pagina's met voornamelijk kleine portretfoto's. Donkerblauw omslag.

DE WERKEN MIJNER HANDEN.

Biografie van Edgar Cayce door Joseph Millard.

Uit het voorwoord:

 

De naam van de dokter was Wasserman. Hij was een lange, zwaargebouwde, norse Duitser, die in het begin van deze eeuw door een groot deel van de bevolking van Alabama als de beste dokter van het land werd beschouwd.

 

Hij zat achter een rommelige schrijftafel, zijn vormloze gestalte gehuld in een witte doktersjas, en kauwde op een sigarenpeuk, terwijl zijn enorme hand de bovenste van een stapeltje röntgenfoto's tegen het licht hield. Hij fronste de wenkbrauwen en snoof veelbetekenend.

 

"Een wonder, jazeker. Ik zal er een verhandeling over moeten schrijven voor mijn collega's in de gehele wereld. Wat een opwinding zal het veroorzaken wanneer ik vertel, dat wij hier in Alabama de enige levende vrouw met twee wervelkolommen hebben! Fantastisch!"

Voor het bureau stond Edgar Cayce, de jonge, pas benoemde röntgenfotograaf van het ziekenhuis. Nerveus verplaatste hij zijn gewicht van de ene voet op de andere en depte met een verfrommelde zakdoek zijn hoge voorhoofd. Hij was lang en mager, had bruin haar en een ernstig gelaat met grote, grijsblauwe ogen, dat door de korte kin bijna volkomen rond leek. Hij bevochtigde zijn lippen:

 

"Ik. . . eh. . . het spijt me, dokter. 't Is mogelijk dat ik de camera bewogen heb. Of misschien heb ik dubbel belicht. . ."

,,0 ja?" zei de ander, en in zijn stem klonk bedrieglijke toegeeflijkheid. "En deze dan? Wilt u zo vriendelijk zijn me uit te leggen wat u hiermee gedaan hebt? Dat interesseert me namelijk bijzonder, mijnheer Cayce. Het is een mooie, scherpe röntgenfoto, een van de scherpste die ik ooit gezien heb. Een buitengewoon fraaie opname van een mannelijk stuitbeen, welke uitloopt in een staart die tot 's mans knieën reikt. Nu heb ik deze patiënt persoonlijk zorgvuldig onderzocht, maar heb de aanwezigheid van een staart niet kunnen constateren, zelfs niet van een kort staartje. Wilt u zo vriendelijk zijn, jongeman, me een verklaring te geven van het feit, dat uw camera een staart registreert waar geen staart is?"

 

Edgar klemde zenuwachtig de handen ineen.

_ "Ik weet het niet, dokter. Ik begrijp zelf niet hoe zoiets mogelijk is. Zoiets is me nog nooit overkomen. De foto's die ik hier in mijn proeftijd maakte waren toch ook allemaal goed. . . "

"Inderdaad. Dat was dan ook de reden, dat we u dit werk hebben toevertrouwd," zei de dokter. "En u verdient een zeer behoorlijk, om niet te zeggen hoog salaris. Maar vandaag, op uw eerste officiële werkdag, is elke foto die u gemaakt hebt een nachtmerrie. Nachtmerries zijn nu niet bepaald nuttige hulpmiddelen tot het stellen van een juiste diagnose."

 

"Het spijt me," herhaalde Edgar. "Ik zal ze allemaal overmaken, dan zullen ze wel beter zijn."

"Een uitstekend idee. Morgen maakt u alle röntgenfoto's nog eens, en bovendien een aantal nieuwe. En het lijkt me wel gewenst, jongeman, dat u onze patiënten niet weer van staarten of dubbele wervelkolommen of extra hoofden voorziet. Ik hoop dat ik duidelijk genoeg geweest ben?"

 

“ja, dokter," zei Edgar. Hij stond op het punt nog iets te zeggen, maar bedacht zich. Hoe zou hij dokter Wasserman, of wie dan ook, kunnen uitleggen wat de eigenlijke oorzaak was van die wonderlijke röntgenfoto's, die abnormaliteiten weergaven waarvan hij zelf heel goed wist dat de patiënten ze niet vertoond hadden? Als hij zou trachten de waarheid te zeggen, zou men hem voor gek verslijten en hem in een dwangbuis stoppen, met ijs op zijn hoofd.

 

Hij strompelde het kantoortje uit. Morgen zouden de foto's goed zijn, had hij beloofd. Ach, beloven was zo moeilijk niet. Maar ergens op de achtergrond van zijn denken wist hij, met afschuwelijke zekerheid, dat hij deze belofte niet zou kunnen houden. En met een stille huivering vroeg hij zich af, wat er morgen bij het ontwikkelen op de gevoelige plaat zou verschijnen, wanneer hij zich tegen zijn lot bleef verzetten.

 

En dan te bedenken dat hij zich nog geen dag geleden als de gelukkigste sterveling in Alabama had beschouwd! Hij had de zo vurig begeerde betrekking in het ziekenhuis gekregen en had zich naar zijn pensionkamer gespoed om het goede nieuws direct aan Gertrude te schrijven; Gertrude, zijn vrouw, die met hun zoontje in Hopkinville, Kentucky, was achtergebleven en natuurlijk verlangend naar een brief van hem uitkeek.

 

In gedachten had hij haar vriendelijke, fijnbesneden gezicht, dat hem altijd aan een camee deed denken, zien stralen van vreugde bij het lezen van de goede tijding:

"Binnenkort zul je je koffers kunnen pakken, liefste! Ik zal je, zodra ik het ontvangen heb, mijn eerste salaris overmaken, en dan kom je maar zo gauw mogelijk met kleine Hugh hierheen. Dan blijven we voor goed bij elkaar! Hier weet geen mens van mijn mediamieke zittingen af, en niemand hoeft het ooit te weten te komen, als ik het maar nooit meer doe en als we met geen woord over het verleden praten. Dan behoef jij tenminste ook niet bang te zijn, dat ze je aangapen en je achter je rug beklagen omdat je met zo'n abnormale vent getrouwd bent. We krijgen een eigen woning en zullen net zo'n gewoon leven leiden als andere mensen. En ik zal de rest van mijn leven er aan wijden, jou gelukkig te maken."

 

Hij was in de zevende hemel geweest, de gehele nacht die volgde op het schrijven van deze brief, en ook die ochtend nog, onder het werk. Des te groter was de smak, waarmee hij op de aarde terug tuimelde, toen hij de platen begon te ontwikkelen. Met een stijgend gevoel van wanhoop en ontzetting had hij de röntgenfoto's een voor een uit het bad gehaald, die foto's, die de ene abnormaliteit na de andere vertoonden.

 

Morgen zou hij het opnieuw proberen. Maar in zijn hart was geen hoop op een beter resultaat. Hij was nu eenmaal geen gewoon mens en hem zou wel nooit een normaal bestaan beschoren zijn. De geheimzinnige, bovennatuurlijke macht, die hem tot een psychisch fenomeen had gemaakt, had zich daarmee tevens het recht toegekend, zijn eigen leven met ijzeren hand te besturen. Nooit zou hij vrij zijn eigen beslissingen te kunnen nemen.

In machteloze wanhoop balde hij de vuisten.

 

De volgende dag begon hij moe, maar nog niet geheel verslagen. Bijna zeven jaar was hij nu getrouwd en hij wist, dat Gertrude al die jaren geen ogenblik van werkelijke rust en vrede gekend had. De ene tegenslag was gevolgd op de andere, en steeds had over hun leven de schaduw gelegen van Edgar's vreemde psychische macht. Er waren lange perioden van scheiding geweest, gedurende welke Gertrude bij familie inwoonde, terwijl Edgar trachtte, een bestaan op te bouwen als kantoorbediende, vertegenwoordiger of fotograaf.

 

Dit laatste aanbod, de leiding op zich te nemen van de röntgenafdeling van het nieuwe ziekenhuis, was de mooiste kans die hij ooit had gehad. Eindelijk werd hem de kans geboden, een gelukkig, normaal leven te leiden en hij had zich met grimmige vast, beslotenheid voorgenomen, dat hij zich deze kans niet zou laten ontglippen.

 

Met bijna overdreven zorg begon hij zijn voorbereidingen te treffen. Pijnlijk nauwkeurig zocht hij de platen uit, wreef elke lens schoon, controleerde elk onderdeel van het toestel, en mat de afstanden na. Er kŕn niets mis gaan.

 

Er zaten twee spoedgevallen te wachten. Een van hen was een vrouw met een knoop in haar luchtpijp, waarvan de juiste ligging met behulp van een röntgenfoto moest worden vastgesteld, alvorens chirurgisch zou kunnen worden ingegrepen.

 

Een verpleegster schoof de cassette in het toestel. Edgar veegde zijn vochtige handen af, deed een schietgebedje en belichtte. Hij nam de plaat uit het toestel, legde hem terzijde en maakte een tweede opname, ditmaal van de gecompliceerde breuk van een mannelijk dijbeen. Toen hij klaar was, haastte hij zich met de beide platen naar de donkere kamer.

 

De eerste röntgenfoto vertoonde dezelfde scherpte en helderheid van detail als de opnamen, welke hij in zijn proeftijd gemaakt had en waarover de gehele ziekenhuisstaf zo enthousiast was geweest, dat men onmiddellijk die geniale jonge fotograaf in dienst nam. Dat was echter niet het enig opvallende. Het beeld vertoonde duidelijk vijf knopen, alle verschillend van vorm en grootte, in een rij opzij van de luchtpijp. Bovendien niet één hart, maar drie harten.

 

Op de foto van het gebroken been stonden drie dijbenen naast elkaar; de eerste twee vertoonden elk een gecompliceerde breuk, echter op verschillende hoogten - het derde vertoonde geen enkele breuk.

 

Lange tijd stond Edgar met afschuw naar deze groteske vervormingen te kijken. Toen wendde hij zich kreunend af, opende de deur van de donkere kamer en strompelde naar buiten.

Dokter Wasserman stond hem op te wachten, de armen over de borst gekruist, een frons tussen de wenkbrauwen en de eeuwige sigarenpeuk bengelend in zijn mondhoek.

 

"En. . . jongeman?" vroeg hij op weinig belovende toon.

"Ik vraag mijn ontslag," zei Edgar schor. "Ik kan het niet. Ziet u maar een ander te krijgen in mijn plaats."

 

"Zo?" Even keek dokter Wasserman naar de verslagen uitdrukking op het gezicht van de ander; toen ging hij met zware stappen de donkere kamer binnen. Enkele ogenblikken later kwam hij met de druipende platen terug en bestudeerde ze lang en aandachtig, zonder uitdrukking op zijn gezicht. Vervolgens legde hij de platen op een kastje, vouwde opnieuw de armen over elkaar, en richtte zijn blik op Edgar.

 

"Ik zie wel, jongeman, dat dit geen welbewuste poging is, ons om de tuin te leiden. Er is evenmin sprake van dubbel belichten of bewegen van de camera. Ik zou u willen voorstellen, open kaart te spelen. Hoe krijgt u die,eh,dingen op de plaat?"

 

"Ik ben niet normaal!" barstte Edgar uit, "daar komt het door! Ik ben nog abnormaler dan die gekke dingen op mijn foto's! Ik ben bezeten door. . . door een of andere macht, ik weet niet of

het een goddelijke of een duivelse macht is, maar in elk geval: ik kan er niet onderuit!"

De dokter kauwde op zijn sigarenpeuk en keek hem van onder zijn borstelige wenkbrauwen aan.

"Ga verder. Daar wil ik wel eens wat meer over horen. Leg eens uit wat u bedoelt?"

 

"U denkt natuurlijk dat ik gek ben," zei Edgar. Zweet glinsterde op zijn hoge voorhoofd; hij veegde het met bevende hand weg. "Ik kan mezelf onder hypnose brengen en in mijn slaap maak ik de diagnose op van welke ziekte dan ook, ik noem de oorzaak en geef aanwijzingen omtrent de behandelingsmethode. Ik schijn de terminologie van een dokter te gebruiken. Ik schrijf recepten voor van kruiden waar ik nog nooit van gehoord heb en gebruik allerlei moeilijke medische termen, die ik in waaktoestand niet eens zou kunnen uitspreken. Hoe zou ik ook - ik heb alleen maar de lagere school afgelopen!"

 

"Grote God!" riep dokter Wasserman uit. "Heb je dat dikwijls gedaan, dat. . . eh. . . diagnose stellen onder hypnose ?"

“0, ja. Sinds negentien honderd één, toen ik voor het eerst ontdekte over wat voor macht ik beschikte, heb ik honderden patiënten op die manier advies gegeven."

 

"Kletskoek!" barstte de ander driftig uit. "Denk je dat ik gek ben, jongeman? Dus jij brabbelt het een of ander koeterwaals, en iemand anders, een idioot of een misdadiger, vertelt je dan, dat je medische adviezen hebt verstrekt. Zal ik jou eens een echt medisch advies verstrekken, jongeman? Zet die kolder eens en voor al uit je hoofd, voor je geest totaal in de war raakt!"

 

"Kon ik dat maar," zei Edgar ongelukkig. "Maar ik brabbel geen koeterwaals, integendeel, ze zeggen dat ik in die toestand luider en duidelijker spreek dan anders. En onzin kan het ook niet zijn wat ik beweer, want als de mensen met mijn diagnose naar de dokter gaan en mijn adviezen opvolgen, worden ze altijd beter. Tot nu toe heb ik het steeds bij het rechte eind gehad.

 

Er zijn al zoveel geleerden en doktoren geweest, die het bewijs hebben proberen te leveren dat ik een bedrieger was, maar het is hen niet gelukt. Zelf moedig ik dat onderzoek aan, want als ik een zwendelaar ben, al is het dan onbewust, dan wil ik dat weten, vóór ik er iemand nadeel door berokken. Ik heb me er van los willen maken, meer dan eens j ik heb er mee uit willen scheiden. Maar telkens als ik dat deed, gebeurde er iets, waardoor ik min of meer gedwongen werd er weer mee door te gaan. En ik wil helemaal niet! Ik zou een heel gewoon leven willen leiden met mijn vrouwen mijn zoontje!"

 

De dokter haalde een kolossaal gouden horloge uit zijn zak en greep Edgar's pols. Na enige tijd liet hij de arm los en voelde het voorhoofd van de jonge man.

Wel zo te zien mankeert je niets. Weet je wat - je neemt in mijn bijzijn nog een foto; ik heb zelf namelijk ook een opleiding als röntgenfotograaf gehad. Ik zal naast je blijven staan en je op je vingers tikken als je iets verkeerd doet."

‘Graag,’ zei Edgar uit de grond van zijn hart.

 

De man met het gebroken dijbeen werd weer binnengereden; opnieuw werden alle afstanden nagemeten. Dokter Wasserman stond vlak naast hem en volgde met zijn scherpe ogen elke beweging.

Toen de opname gemaakt was ging hij mee de donkere kamer in, plantte zich naast de bak ontwikkelaar en keek toe.

Toen het beeld begon op te komen duwde hij Edgar opzij en boog zich gespannen over de donkere emulsie.

Dit keer vertoonde de foto maar één dijbeen, en de breuk was duidelijk zichtbaar. Maar er was iets anders niet in orde. Het been was niet recht, doch over de gehele lengte gekromd, als een kurkentrekker.

 

Zwaar ademend ontsloot de dokter de deur van de donkere kamer en stapte in het licht. Edgar volgde hem. Dokter Wasserman bleef hem enige tijd somber aanstaren, verbeten kauwend op zijn stompje sigaar, terwijl de aderen in zijn massieve nek zwollen. "Jij!" zei hij schor. "Jij met je dubbele wervelkolommen en driedubbele harten en kurkentrekkerdijbenen! En dat krankzinnige verhaaltje over slapend zieken genezen! Je reinste waanzin!"

 

"Ik kan het u bewijzen! Neemt u de eerste de beste patiënt maar, iemand van wie ik nog nooit gehoord heb en die ik nog nooit heb gezien, dan zal ik hier en nu een mediamieke diagnose stellen. Dan kunt u zich overtuigen."

 

"Nee!" schreeuwde Wasserman. Als je dat zou doen, zou ik gedwongen zijn iets te geloven, waarvan ik weet dat het niet waar kan zijn. Ik kan me niet veroorloven dingen te geloven, die in strijd zijn met mijn gezond verstand en mijn wetenschappelijke opleiding. Nee, jongeman, pak jij je biezen maar - met andere woorden: pak je psychische diagnose en je krankzinnige plaatjes en laat je hier niet meer zien!"

 

Edgar was bijna bij de deur toen de grote man hem nog nariep: "En succes in je verdere leven, jongeman. Je zult het hard nodig hebben, denk ik."

 

Alleen in zijn pensionkamer schreef Edgar Cayce het treurige nieuws aan Gertrude. Voor hem geen goed betaalde baan, geen normale toekomst. Nog altijd zat hij hopeloos verstrikt in de netten van een tiranniek lot, wonderlijker dan dat van enig sterveling.

 

 

 

 

Cayce en Atlantis.

De wijsheid van Atlantis

 

 

De hoogstaande cultuur, die aan het begin stond van onze beschaving, en die we Atlantis noemen, moet in het bezit zijn geweest van een fabelachtige kennis. Wat is er van die kennis geworden? Werd ze ooit neergeschreven en, zo ja, is ze verloren gegaan of wordt ze nog ergens bewaard, op een geheime plaats? Er zijn allerlei aanwijzingen dat in de tijd van de farao's de Zuid-Egyptische stad Heliopolis een befaamd centrum was, waar hogepriesters de overgeleverde kennis en tradities in stand hielden.

Er bestaat een taaie overlevering dat er op de vlakte van Gizeh, vlakbij of onder de Sfinx, een verborgen onderaardse galerij is, de zogeheten "Zaal der Archieven" (Hall of Records). Hierin zou de volledige wijsheid van de beschaving uit lang vervlogen tijden bewaard gebleven zijn.

 

Tijdens restauratiewerken in 1926, waarbij de Sfinx van onder het woestijnzand werd gehaald, stootte men in de Noordwestenhoek van de romp op een ingang naar een onderaardse tunnel. Er is kennelijk toen niet echt iets gevonden of verder gezocht, want de gang werd met nieuwe steenblokken dichtgemaakt en aan het oog van nieuwsgierigen onttrokken. In 1927 maakte de Britse ziener Hugh C. Randoll-Steven, na een visionaire ervaring, deze tekening van de tempels en gangen die zich onder de Sfinx zouden bevinden. 

 

Vooral de Amerikaanse helderziende Edgar Cayce (1877-1945), ook wel "de slapende profeet" genoemd, sprak in zijn talloze "readings" heel vaak over het legendarische rijk Atlantis, dat volgens hem omstreeks 10.000 jaar voor Christus door een wereldramp werd getroffen. Hij was het die voor het eerst, in het begin van de jaren '30, sprak van de verborgen "Hall of Records" onder de Sfinx. Hij zei dat, vlak voor de catastrofe, een enorme onderaardse opslagplaatsplaats werd gegraven met archieven van het oude Egypte. Volgens Cayce was het een soort van museum van de wijsheid van de verloren beschaving van Atlantis, met o.m. een historisch overzicht, informatie over de zeden en gewoonten, medische kennis en muziekinstrumenten. "Er bevindt zich een verbindingskamer onder de rechterpoot van de Sfinx, die leidt naar de Zaal der Archieven. Men zal deze Zaal weer binnentreden wanneer de tijd is volbracht", aldus Cayce, die suggereerde dat dit kort voor het einde van het vorig millennium zou zijn. Cayce was er trouwens van overtuigd dat ook nog op andere plaatsen een soortgelijke ruimte op ontdekking wacht: één in Tibet, een in de ondiepe wateren rond het eiland Bimini op de Bahamas en één in het land van Yucatan (het gebied van de Maya's in Mexico).

 

 

 

Hans Stolp over Cayce

 

Edgar Cayce was een heel boeiend mens, in Amerika; hij leefde van 1877 tot 1945 en hij wordt de slapende profeet genoemd. In de bibliotheek of in de boekhandel kun je heel wat geschriften van hem of over hem lezen. Ik vind het altijd zo'n leuk levensverhaal, en daarom wil ik het toch even vertellen. Toen hij een kind was ontdekte hij tot zijn stomme verbazing dat als hij een leerboek van de school onder zijn kussen legde, hij werkelijk in staat was, de volgende morgen precies innerlijk voor zich te zien wat er op al die bladzijden van dat boek geschreven stond.

Wij fantaseren wel eens over die mogelijkheid, bij hem was het echt waar. Dat was natuurlijk wel handig, en daar heeft hij wel gebruik van gemaakt. Na zijn schooltijd ging hij werken als leerlingverkoper in een schoenenzaak. Maar toen hij daar nog niet zo lang aan het werk was,  verloor hij in één keer zijn stem. En je stem verliezen is als leerling verkoper niet zo handig. En dus ging hij naar allerlei artsen toe om genezing te vinden, maar geen enkele arts wist wat daaraan gebeuren moest. En het hielp dus niet. Toen dacht Edgar Cayce terug aan dat leerboek van vroeger dat hij onder zijn kussen stopte.

En aan die ervaring die hij wel eens had, dat hij soms, bijna ongemerkt in een soort trance kwam en dat hij dan in trance, allerlei antwoorden wist. Dat had hij zo als kind wel gemerkt. Maar nu dacht hij, nou, laat ik daar eens proberen gebruik van te maken. Hij nodigde een vriend thuis uit en zei tegen die vriend: wil jij me even in trance brengen? Gelukkig zei hij er wel bij hoe die vriend dat doen moest want die keek hem eerst wel even gek aan. En als ik nou in trance ben dan moet je aan mij vragen wat voor geneesmiddelen ik gebruiken moet zodat mijn stemgeluid weer terug kan komen. Zo gezegd zo gedaan.

Die vriend brengt hem in trance en vraagt welke medicijnen moet je gebruiken om weer je stem terug te krijgen. En binnen de kortste keren zegt Edgar Cayce welke geneesmiddelen er nodig zijn. Hij komt weer terug uit trance, hij kijkt op het papier wat zijn vriend opgeschreven heeft, hij gaat het gebruiken en binnen de kortste keren heeft hij zijn stem weer terug. Dat verhaal werd bekend bij de plaatselijke artsen en die stonden dus zeer verbaasd, en op een gegeven moment was er één arts die had een patiënt voor wie hij niets meer doen kon. En hij stuurde hem naar Edgar Cayce, zo van ik kan niks meer voor jou doen misschien dat Edgar iets voor je doen kan want hij heeft tenslotte ook zichzelf genezen.

En zo begon het eigenlijk dat Edgar Cayce de een na de ander thuis op bezoek kreeg met allerlei grote vragen en dat hij in trance ging en dat hij in trance de juiste geneesmethode en ook andere dingen vertelde. Er was ook altijd iemand bij die precies opschreef wat hij zei en zulke behandelingen wanneer hij in trance ging noemde hij 'readings'. En al die verslagen die 'readings' zijn bewaard gebleven en daar wordt in onze tijd het een en ander uit gepubliceerd. Nou was het lastige voor Edgar Cayce zelf dat hij in die 'readings', wanneer hij dus in trance was, met een zekere regelmaat sprak over vorige levens, dat komt omdat je dat en dat in een vorig leven hebt meegemaakt. Alleen het vervelende was dat hij in zijn bewuste leven helemaal niet in reďncarnatie en karma geloofde.

 Hij was als streng christen opgevoed, streng protestants en daarin paste het niet. En zo kwam hij zelf in een crisis terecht, zo van hoe verbind ik nou wat ik in trance zeg, met wat ik in mijn bewuste leven als goed protestant geloof. En na die lange worsteling ontdekte hij met vallen en opstaan dat het heel goed te verbinden viel, ja zelfs dat ook in de bijbelse teksten, als je er goed in las, er ook al over reďncarnatie gesproken werd. Het boeiende is ook dat je in zijn verslagen heel vaak tegenkomt dat hij van sommige mensen zegt: jij hebt geleefd in de tijd van Jezus, en jij hebt toen vanaf een grote afstand de Meester een keer zien rondwandelen. En dat heeft zo'n diepe indruk op je gemaakt dat je nog steeds bezig bent die Meester een plaats in je leven te geven. Edgar Cayce vertelde ook in al die readings dat de tijd van de grote overgang niet ver meer was, en als goed protestant formuleerde hij dat ook heel vaak in oud-Christelijke termen.

 En hij zei dan bijv. ook: 'de tijd is niet ver meer dat het einde der tijden is aangebroken', of 'de tijd is niet ver meer dat de wederkomst zal gaan beginnen'. Daar zal ik straks iets meer over zeggen. Hij zei ook die grote overgang die aanstaande is, die zal niet zomaar gebeuren, maar je zal bijv. zien dat er mondiaal een gebrek aan voedsel komt. Hij gaf mensen ook de raad om terug te keren naar het platteland en zelf te zorgen voor voedsel. Want de tijd zal aanbreken dat mensen weer leren zouden om te leven op een heel eenvoudige manier van het voedsel dat ze zelf verbouwden. Hij zei ook er komen allerlei geografische veranderingen. In de Atlantische oceaan en in de grote oceaan zullen allerlei nieuwe eilanden ontstaan maar het grootste deel van Japan, New York, Los Angeles zullen verdwijnen in de zee.

 Hij zei er ook bij, dit is zoals het op dit moment is. Maar hoe meer de mensheid bereid is om ook werkelijk mee te gaan met die onzichtbare trillingen die nu naar de aarde komen hoe minder schokkend de grote overgang zal zijn en hoe soepeler die zal verlopen. Kortom, volgens hem hangt het van de mensheid zelf af hoe soepel of hoe schokkend die grote overgang zich zal voltrekken. Ik vind het toch wel heel fascinerend want dat betekent dat wat wij vanavond hier doen, ons verbinden met die nieuwe energieën die in het verborgene naar ons toekomen en die proberen ons bewust te maken, die proberen ons innerlijk weten wakker te roepen, die ons proberen te helpen groeien in zuiverheid en in liefde, dat stille werk dat we vanavond in stilte ieder voor onszelf proberen te verrichten, dat is de grootste krachtbron, het grootste geschenk wat we in onze tijd de aarde kunnen geven.

Meer over Edgar Cayce

 

The official site of A.R.E (The Association for Research and Enlightenment)

 

The thought of the day (elke dag een tekst uit de readings van Cayce)

 

Over Edgar Cayce (Nederlandstalige site met veel leesvoer)