Troostende Teksten.

"Als je verdrietig bent,
kijk dan opnieuw in je hart.
En je zult zien dat je huilt,
om wat je vreugde heeft gebracht"

 

Gedichten en teksten over Leven, Liefde, Vriendschap en Sterven.

God heeft geweten - de mensen van voorbij - korte versjes - doodzijn - liefde - hopen - afscheid nemen bestaat niet - sterf niet met mij - afscheid nemen - de geest - voor een vriend - doodgewoon - de dood is - en als ik doodga - weinig/veel - drie teksten van Phil Bosmans - woorden van troost - zij zijn niet dood - wanneer ik morgen doodga - afscheidafscheid nemen - het geschenk van mijn vader - slaapwandeling - twelve songs - ter nagedachtenis - soms weet ik niet - mijn lief mens - ga maar - de brug - huil niet om mij - de definitieve reis - naar binnen - opluchting - spreken met vader - de wind - mijn man - Afscheid nemen - want wat is sterven anders - van tijd naar eeuwigheid - stervend meisje - of - in zwakheid ligt je kracht - Testament - Wandeling - Je bent gestorven maar niet dood...- In memoriam - Do not stand - Voorbij de vorm - Song - DOODS-GEBED - 3 x Karel van de Woestijne - Fryske Fersen oer de dea - Treur niet - Onvergankelijk - Als ik dood ben - Graftekst B. Aafjes - Ween niet - Te laat - Aan een vriend - Zweef, kleine vleugel -

 

 

 

Zweef, zweef kleine vleugel
Vlieg verder dan je verbeelding.
De zachte wolk, de witste duif
op de wind van de hemelse liefde
Langs de planeten en de sterren.
Verlaat onze eenzame wereld.
Ontvlucht de ellende en de pijn
En zweef

 

Zweef, zweef lieve schat
Je eindeloze tocht is begonnen
Neem mee je zachtaardige geluk
Veel te mooi voor hier.
Steek maar over naar de overkant.
Daar is voor eeuwig vrede.

Maar bewaar deze bitterzoete herinnering
Tot we elkaar weer ontmoeten.

 

Zweef, zweef, heb geen angst
Verspil geen adem, en geen tranen
Je hart is puur, je ziel is vrij
Ga op weg, wacht niet op mij
Boven het universum zal je stijgen
Op handen van de tijd
De maan komt op, de zon die daalt,
Maar ik zal je nooit vergeten

 

Zweef, zweef, kleine vleugel

Zweef waar de engelen zingen
Zweef weg het is je tijd
Ga maar, vind het licht.

 

 

Auteur = mij niet bekend.

 

Aan een vriend


Ach, laten wij geen ogenblik bederven
voor wie van ons het eerst zal moeten sterven,
en laten wij ook nimmer praten
van alles wat wij huichelden en haatten.

 

Zolang een vlerkgespreide leeuwerik blijft zingen
vergeeft zijn God ons al wat wij begingen,
zolang we kersebomen zacht in bloei zien staan
dan hebben wij nog niemand kwaad gedaan.

 

Ach, laten wij het leed dat men ons deed, vergeten,
God zal het allemaal wel weten,
en laten we geen ogenblik bederven
voor wie van ons het eerst zal moeten sterven.

 

Leo Vroman

 

 

Te laat

 

Ik heb je vaak alleen gelaten

wanneer ik je niet troosten kon;

ik heb zo dikwijls zitten praten

wanneer ik beter zwijgen kon;

 

ik heb je niet de steun gegeven

die je van mij verwachten kon;

ik leefde z mijn eigen leven

dat ik je zelfs vergeten kon.

 

En nu God je heeft weggenomen

omdat Hij je gebruiken kon,

nu wilde ik, dat je wr kon komen,

dat ik je nog eens zeggen kon

 

hoe schuldig ik me soms kan voelen

omdat ik niet deed, wat ik kon,

omdat ik niet, naar Gods bedoelen

wat van Zijn vreugd verspreiden kon.

 

Maar wat voorbij is, kan ik niet ontlopen,

hoe vurig ik ook wou, dat 't kon;

en daarom blijf ik hierop hopen:

dat Christus deed, wat ik niet kon.

 

Nel Benschop De vogel van het woord 1980

 

 

 

Ween niet

 

Verdriet dringt op mij aan - ik kan het niet ontkomen,

het grijnst mij aan, het steekt zijn handen naar mij uit,

het knijpt mijn keel dicht en zelfs in mijn dromen

bedreigt het mij. Ik stik van angst die mij omsluit.

 

Ik ben alleen. Ik moet alleen een uitweg vinden,

want God is ver. Ik steek mijn handen naar Hem uit.

Waar bent U, God? U kunt mij om Uw vinger winden

als ik maar voel, dat Gij Uw oor niet voor mij sluit.

 

Maar dt juist voel ik niet. Ik ben alleen gelaten;

'k draai in een cirkel rond; ik kom er niet meer uit.

Mijn God, mijn God, waarom toch hebt Gij mij verlaten?

Wie zal mij horen, wanneer Gij Uw oren sluit?

 

Ik geef mij op genade of ongenade over:

ik kan niet anders. Heer, erbarm U over mij!

Zijn dit alleen maar woorden? 't Klinkt zo klein en pover

. . . En elke dag stalt Gij Uw liefde uit voor mij . . .

 

Nel Benschop De vogel van het woord 1980

 

 

 

Eindlijk heb ik mij verzoend met 't leven
met zijn veelheid en zijn brute pracht,
met zijn onbegrijplijk blinde streven,
met zijn eeuwge dag en eeuwge nacht.

 

En ik ruim mijn hart leeg en mijn zinnen
en ik open gans mijn nuchter huis,
en de verse wereld stroomt naar binnen
als de zee door een verwoeste sluis

 

En ik ben zo ledig als het Niet
en ik ben zo vol als heel de aarde
en die twee omhelsde' elkaar en baarden
als een kind de eenheid van mijn lied;
en de dichter in mij stierf bereid
ik werd enkel poezie, altijd.

 

Bertus Aafjes

 

 

Als ik dood ben

 

Als ik dood ben

zet dan geen bloemen

op mijn graf

maar in je huis

 

en verzorg ze

met grote aandacht

want ik ben niet daar

nee, ik ben thuis

 

pleng

geen wrange tranen

ween

geen groot verdriet

 

want ik ben altijd

aan je zijde

ook al

zie je mij dan niet

 

ik vraag je mij

niet te vergeten

dat maakt mij

droevig en verward

 

maar blijf met liefde

aan mij denken

en bewaar mij

in je hart

 

Hilda Spruit

Hildas website

 

 

 

Onvergankelijk

 

Nu de avondzon in zee verdwijnt,

overpeins ik weer dat het nooit echt went.

Mijn hart weent hoewel ik zeker weet

dat je niet wezenlijk verdwenen bent.

 

Want vanmorgen kwam ik je nog tegen

in de glimlach van mijn spiegelbeeld.

En met de stralen van de gouden zon

heb je vandaag genoeglijk mijn haar gestreeld.

 

Ik kan je horen als ik het aandacht geef

in het ritselen van de bomen

en ik ontmoet je s nachts ergens in het midden

van mijn allermooiste dromen

 

Hoewel wij niets tastbaars meer kunnen delen,

ben je toch nog steeds zo heel dichtbij.

Jouw subtiel aanwezig zijn,

maakt een uitverkoren mens van mij.

 

Waar ik ook ga, ik voel jouw liefde

en geniet van die tegenwoordigheid.

Ik krijg meer aandacht dan ik durfde hopen

toen wij hier fysiek nog waren, tegelijkertijd.

 

Hilda

 

Hildas website

 

 

 

 

 

Treur niet.

 

Treur niet over de dood van uw geliefde,

roep de reiziger niet terug

die op reis is naar zijn bestemming,

want jij weet niet wat hij zoekt.

Jij bent van de aarde,

maar hij is nu van de hemel.

 

Door over de dode te wenen

bedroef je de ziel van hem

die niet tot de aarde kan terugkeren,

kun je hem niet anders dan hinderen.

 

Hij is gelukkig op de plaats waar hij is aan­geland.

Het verlangen naar hem toe te gaan helpt hem niet.

Jouw levensdoel houdt

door naar contact met hem te verlangen

je nog op aarde.

 

Geen schepsel dat ooit geboren is

heeft in werkelijkheid aan een ander behoord;

iedere ziel is de geliefde van God.

Heeft God niet lief zoals wij mensen dat niet kunnen?

De dood doet daarom niet anders

dan de mens met God verenigen,

aan Wie de ziel in Waarheid toebehoort.

Tot Hem keert zij vroeger of later terug.

 

Waarlijk, achter de sluier van de dood

is een nieuw leven verborgen,

dat het begrip van de mens op aarde te boven gaat.

Indien je de vrijheid van die wereld zou ken­nen en wist

hoe de bedroefde harten er van hun last wor­den bevrijd,

indien je wist hoe de zieken daar worden genezen

en de wonden worden geheeld,

indien je de vrijheid kon begrijpen die de ziel ervaart

naarmate zij zich van dit aardse leven van begrenzingen verwijdert,

je zou niet meer treuren over hen die zijn heengegaan,

maar bidden voor het geluk en de vrede van deze zielen

op hun verdere reis.

 

Inayat Khan

 

 

DOODS-GEBED

 

Heer, als ik sterf
op een december-dag,
in het ziek laken dat ruikt,
en mijn gezicht: geel als een raap,
mijn baard verwoest door het zweet,
terwijl mijn hand vol angst in het kussen plukt,
Heer, houd dan voor mij, arm schaap,
houd uw barmhartigheid gereed.


Want gedurig was ik lui en dom,
onkuis, hoovaardig en zot,
ik was gulzig aan bier- en wijnpot
en mijn tanden bruin van de pijp.

 

Heer, als ik sterf
en mijn voeten zijn koud als glas,
de kaars druipt op mijn hand
en de dokter zegt: "t Is gedaan,"
als bij de kamer-wand
de priester bidt: "Heer, laat hem gaan",
dat ik dan bidde:
"Heer, neem mij in ontferming aan."

 

Karel van den Oever
(1879-1926)

 

 

Volgende goede raad verstrekt August Vermeylen aan hen die gedichten van Karel van de Woestijne willen lezen: "Zijn verzen zijn er door den band niet naar om zo maar van het blad gelezen te worden. Als ge in dat rijk binnentreedt, moet ge u van uw stoffig schoeisel ontdoen, en u ootmoedig overgeven aan de stem die uit het brandende braambos klinkt." 

 

KOORTSDEUN

 

t Is triestig dat het regent in den herfst,
dat het moe regent in den herfst, daar-buiten,
- En wat de bloemen wegen in de herfst;
- en de oude regen lekend langs de ruiten...

 

Zwaai-stil staan grauwe boomen in het grijs,
de goede sider-boomen, ritsel-weenend;
- en t is de wind, en t is een lamme wijs
van kreun-gezang in snakke tonen stenend...

 

- Nu moet me komen de oude drentel-tred,
nu moet me t oude vre-beeldje gaan komen,
mijn grijs goed troost-moedertje om t diepe bed
waar zich de warme koorts een licht dierf droomen,
en t wegend wee in leede tranen berst...

...'t Is triestig dat mijn droefheid thans moest komen,
en loomen in t atone van de boomen;
- t Is triestig dat het regent in den herfst...

 

Karel van de Woestijne (1878-1929)

***

Voor­zang

 

Het huis mijns vaders, waar de dagen trager waren,
was stil, daar 't in de schaduwing der tuinen lag
en in de stilte van de rust­gewelfde blaren.
­ Ik was een kind, en mat het leven aan de lach
van mijne moeder, die niet blij was, en aan 't waren
der schemeringen om de bomen, en der jaren
om 't vredig leven van de roereloze dag.

 

En 'k was gelukkig in de schaduw van dit leven
dat naast mijn dromen als een goede vader ging...
­ De dagen hadden mij vreemde vreugd gegeven
te weten, hoe een vlucht van grote vooglen hing,
iedere avond in de teedre zomer­luchten
die zeegnend om de ziel der needre mensen gaan,
als de avond daalt en maalt in avond­kleur de vruchten
die rustig­zwaar in 't loof der stille bomen staan.

 

...Toen kwaamt gij zacht in mij te leven, en we waren
als schaemle bloemen in de avond, o mijn kind.
En 'k minde u. ­ En zo 'k vle vrouwen heb bemind
sinds dien, met moede geest of smekende gebaren:
minde ik; want ik zag uw kinder­ogen klaren
om schuine bloemen in de tuine', en uw aanschijn
om mijn eenzelvig doen en denken trostend zijn,
in 't huis mijns vaders, waar de dagen trge waren...

 

Karel van de Woestijne (1878-1929)

 

***

'k Ben eenzaam droef

'k Ben eenzaam-droef, in 't geel-teer avond-dalen...
Door 't open venster hoor 'k de donzen val
van klamme bloemen in kristallen schalen...

- En 'k weet niet of ik haar beminnen zal,
in 't stil en licht bewegen harer leden,
en hare goedheid in mijn vreemd bestaan...

'k Ben droef, en 'k hoor haar stille voeten gaan,
en haar zacht neuren, in de tuin, beneden.

Uit de bundel: het vaderhuis

Karel v/d Woestijne

 

 


 

Song

 

When I am dead, my dearest,
Sing no sad songs for me;
Plant thou no roses at my head,
Nor shady cypress tree:
Be the green grass above me
With showers and dewdrops wet;
And if thou wilt, remember,
And if thou wilt, forget.

 

I shall not see the shadows,
I shall not feel the rain;
I shall not hear the nightingale
Sing on, as if in pain;
And dreaming through the twilight
That doth not rise nor set,
Haply I may remember,
And haply may forget.

 

Christina Rossetti

 

 

 

Do not stand at my grave and weep
I am not there; I do not sleep.

I am a thousand winds that blow,
I am the diamond glints on snow,
I am the sun on ripened grain,
I am the gentle autumn rain.

When you awaken in the morning's hush
I am the swift uplifting rush
Of quiet birds in circled flight.
I am the soft stars that shine at night.

Do not stand at my grave and cry,
I am not there; I did not die.


Phoebe Lauren

 

Huil niet aan mijn graf
Daar ben ik niet. Ik slaap niet.

 

Ik ben duizend winden die waaien,
ik ben de diamanten schittering op sneeuw.

Ik ben het zonlicht op rijp graan,
Ik ben de zachte regen in de herfst.

 

Als je wakker wordt
in de stilte van de ochtend,
ben ik de zwerm van vogels
die in een vlaag opstijgen.

 

Ik ben de zachte ster
die 's nachts schijnt.

Huil niet aan mijn graf,
daar ben ik niet.


 

 

In memoriam

Gedenk haar niet.

 Het is gedaan.

Snoei de wortel en de tak

en sluit de luiken van je hart.

Ze zal voor altijd buiten staan.

 

Koester niets -

geen kille haat

of stil verlangen naar de dood­

de strop drie meter touw verspild,

de kogel ronde van het lood.

 

Maak je niet meer druk om haar

of om de man met wie ze slaapt.

Benijd geen stukken wrakhout

die elkaar weer hebben opgeraapt.

 

Wis de laatste sporen uit.
Verbrand de foto's

 en de post en was haar geur uit alle lakens.

Weet dat je bent afgelost.

 

INGMAR HEYTZE

 

 

Je bent gestorven maar niet dood...

 

Je bent gestorven maar niet dood

Je beeld verschijnt als ik wat sta

te staren naar een pagina:

een Hawaii-bloes paars met rood,

je lange vingers op het bruidssatijn,

een hoofd waarvan ik weet dat het van jou moet zijn.

 

Ik heb je langzaam zien vervagen

tot ik de ramen van de kamer sloot

bang dat een zuchtje wind je weg rou dragen,

 tot ik de lakens voor de ramen hing

en jij ro licht de achterdeur uitging.

 

Wanneer ik naar de bakker loop voor brood,

wanneer ik hyacinten ruik of chocola,

wanneer ik coniferen zie, avondrood

of schoorsteenrook, daar ga je dan,

de wolken achterna.

TH. VAN OS

 

 

Wandeling

 

Hier in dit bos liepen wij;

hij met mannenpassen,

ik in huppeltjes, zondagritme.

Voorzichtig een spinnentrui,

zei mijn vader.

 

Op deze kromme vork

van paden hield hij stil;

hier gaan we naar links.

Ik kreeg zijn hand,

eeltig, warm als zijn stem.

 

De huid van de eik

ruikt naar zijn tweedjasje,

 sigaar in de mondhoek,

gebruikte zakdoek, meubellijm.

Ik heb nog twee pepermuntjes.

 

Dit nazomerlicht

met zijn brede schuine zonnestrepen

 kleurde onze kruinen

en mijn nieuwe schoenen.

Rode mieren werden oranje.

Zondag wordt nooit donker, zei ik.

 

Als dit bos een geheugen heeft,

zal het zich geluk herinneren,

 in zijn achterhoofd

de mensen die hier waren:

hij en ik, jij en ik.

FRANCIE VAN DEN HURK

 

Testament

 

Ik heb een oude ster ontmoet

die valt wanneer ik sterven ga.

 Soms, als ik naar de hemel staar,

knikken we even naar elkaar.

 

Ik heb een afspraak met een boom

dat hij zich over mij ontfermt

en witte bloesems bloeien laat

wanneer ik in zijn wortels slaap.

 

Ik heb een zwarte kaars gekocht

die dooft als ik mijn ogen sluit

en fluister in het verste duister

 'samen thuis en samen uit.'

 

INGMAR HEYTZE

 

 

In zwakheid ligt je kracht.

 

Weet je het al?

Niet in je kracht,

maar in je zwakheid ligt je winst.

Als je niet langer wegloopt

voor je verdriet,

als je de pijn en onmacht

niet langer wegstopt,

maar dat alles eerlijk onder ogen durft zien,

dan, eerst dn zul je Mij eindelijk vinden.

 

Weet je het al?

Zo lang je nog zo stoer doet,

zo lang je nog steeds

op elke belangstellende vraag naar jou zegt: 'het gaat goed',

zo lang ben en blijf je

van Mij afgesloten.

Wie flink wil zijn,

alleen maar stoer doet,

en nooit zijn echte zelf laat zien,

vindt Mij niet in zichzelf.

 

Weet je het al?

Zo lang je nog steeds naar anderen wijst,

en niet ziet dat jij zelf het bent

die je onmacht,

dat gevoel van afgewezen worden

en van ongelijkwaardigheid

oproept en creert,

zolang zul je geen licht in het duister vinden.

 

Maar wanneer je zwak bent,

wanneer je eindelijk jezelf

je onmacht durft bekennen,

wanneer je niet meer weet

hoe verder te gaan,

eerst dn ben je rijp voor het wonder,

eerst dan vind je die verborgen levensbron in jezelf.

In je zwakheid ligt je eigenlijke kracht.

 

Wanneer durf je het eindelijk aan:

te kiezen voor de onmacht,

de tranen van de pijn,

het niet-meer-weten hoe verder te gaan?

Alleen in zwakheid

wordt Mijn geest in jou geboren.

 

Weet je het al?

Mijn geest in jou.

auteur: Hans Stolp - citaat uit het artikel: Ter bemoediging

pagina 29 in het tijdschrift 'Verwachting' maart/mei 2006 - www.stichtingdeheraut.nl   

Of ......

Je zou kunnen huilen omdat hij er niet meer is,
of je zou blij kunnen zijn omdat hij geleefd heeft.
Je zou je ogen kunnen sluiten en bidden dat hij terug mag komen,
of je kunt je ogen openen en zien alles en ieder die hij achterliet.
Je hart kan leeg zijn, omdat je hem niet meer kan zien,
of je kan vol zijn van die liefde die je met hem deelde.
Je kunt morgen de rug toe keren en voor gisteren gaan leven,
of je kunt blij zijn voor morgen omdat hij gisteren was.
Je kunt hem herinneren en alleen dat hij er was,
of je kunt zn herinnering bewaren en het voort laten leven.
Je kunt huilen en je afsluiten, leeg zijn en ingekeerd gaan,
of ......je zou kunnen doen wat hij zou willen:
Open je ogen, veeg je tranen af,
geniet van het leven, heb lief en ga door.

Bron: Onbekend

geplaatst met toestemming van:
http://hummel.opweb.nl/index.php?blog=5



Stervend meisje

Dat een stonde
Als een bleeke sterre beeft,
Voor wier luister
s Werelds duister
Geenen nacht meer olie heeft;

Kind van vreezen,
Teeder wezen,
Kind van louter liefde leed,
Wier geflonker
Uit den donker
In dit droeve dagen gleed;

Kind van zorgen
Met den morgen
Van uw leven leven moe,
Gaan uw oogen
Als de hooge
Bleekgeworden sterren toe

C.S. Adema van Scheltema

bron: Stilte en strijd

Van tijd naar eeuwigheid

Dit alles schonkt ge mij. Wl was het veel,
maar n verlangen zwelt nog naar mijn keel.
Voor alles dank ik u, wat ge me schonkt,
voor al de malen, dat ge mij toewonkt
in een gedachte, een glimlach, een lied.
Uw straling schonkt ge me, uw kern nog niet.

En gave onthield ge mij nog en ik derf
zal nooder. Daarom vraag ik: eer ik sterf
geef me, al mocht het ook slechts nmaal zijn,
mij te zonne in den glans van uw aanschijn.
Doorscheurt gezicht eener alomme Tegenwoordigheid,
nmaal voor mij t weefsel van ruimte en tijd.

Maar zoo k dit beleven niet waardig ben,
laat dan aan doverzij der diepe wateren,
mijn wezen, als een pijl gericht,
toevliegen recht op uw Onmeetlijk Licht.

Henritte Roland Holst

Want wat is sterven anders

Want wat is sterven anders dan naakt staan in de wind
en samensmelten met de zon?
En wat is ophouden met ademen anders
dan de adem bevrijden van zijn rusteloze eb en vloed,
opdat hij ombelemmerd oprijst en zich ontvouwt en op zoek gaat naar God?
Alleen wanneer je uit de rivier van stilte gedronken hebt, zul je waarlijk zingen.
En wanneer je de top van de berg bereikt hebt,
pas dan zul je beginnen met klimmen.
En wanneer de aarde je ledematen zal opeisen,
pas dan zul je werkelijk dansen.

Kahlil Gibran

Afscheid nemen.

Afscheid nemen doet zon pijn.
Je moet velen achterlaten
die je lief en dierbaar zijn
en zo dikwijls naast je zaten


Die je met intense vreugd
en met moedertrots omarmde,

door een kus, een liefdeblijk
sterkte, troostte en verwarmde

 

Afscheid nemen doet zo'n pijn
je zou heel veel willen zeggen
iets vol liefde en gevoel
in de kinderharten leggen


En je denkt haast ieder uur

dat je eig'lijk niet wilt scheiden
trots 't gevoel dat God je ziel
zachtjes naar Hem toe wil leiden.

 

Afscheid nemen doet zon pijn.

Maar de aankomst zal verblijden,

daar wacht Hij die jou een plaats
in Zijn hemel wil bereiden


Laat maar los wat je hier bindt

Je zult straks in 't licht ontwaken
wat je daar aan schoonheid ziet
zal je zielsgelukkig maken!

 

frits deubel

 

Mijn man

 

Ik ben nooit meer

naar zijn graf gegaan.

Is dat schande? Nee.

Ik voel het anders aan.

 

Ik weet zeker

dat ik hem niet vind

op dat kerkhof daar,

in de koude wind.

 

Maar wel voel ik

zijn aanwezigheid

waar we samen waren

in die oude tijd.

 

Dikwijls is het

of hij naast me gaat.

Of'k hem spreken kan,

vragen kan om raad.

 

'k Vind dat hij het

dichtste bij me is,

als ik troost behoef

in mijn droefenis.

 

Maar is een dag eens

mooi en goed geweest,

juist dn mis ik hem,

mis ik hem het meest.

 

Willem Wilmink

 


 

De definitieve reis

 

. .. En ik zal weggaan. En de vogels

blijven zingend achter;

en mijn tuin blijft achter, met zijn groene boom,

en met zijn witte put.

 

Alle middagen zal de hemel

blauwen vredig zijn;

en zullen de klokken van de klokkentoren

luiden zoals nu.

 

Die van mij hielden, zullen sterven;

en het dorp zal elk jaar anders zijn;

en in die hoek van mijn bloeiende, witte tuin

zal mijn geest dwalen, vol heimwee.

 

En ik zal weggaan; en ik zal alleen zijn, zonder huis,

zonder groene boom, zonder witte put,

zonder blauwe, vredige hemel. . .

En de vogels blijven zingend achter.

 

JUAN RAMN JIMNEZ

 

 

Naar binnen

 

Ik zou haar willen kennen,

deurtje in haar hoofd

en zo naar binnen.

Omzichtig door de doolhof die zij is.

 

Daar is een kamer vol

met alles wat zij mist.

Feiten, dagen, mensen door elkaar.

Het heeft gewaaid in haar.

 

Een man is hier die dood is.

 Een kind dat niet bestaat.

Ik snuffel in een leven,

kan met alles niets beginnen.

 

Het is goed dat het vergaat.

 

BERNARD DEWULF

 

 

Opluchting

 

Zo dicht tegen de eeuwigheid aan

houd ik je stevig bij de hand.

Want elk moment wordt hier gestolen

 

van de Goden. Een eenzame wolk

hapert even bij de hoogste bergtop.

Ademloos bekijken we dit schouwspel

 

wetend dat het nooit voor ons was

bedoeld. En in de stilte weerkaatst

onze lach tegen de ijzige wanden.

 

Met iets van opluchting omdat we

heel precies weten hoe het hier

voorgoed zonder ons zal zijn.

 

MARC TRITSMANS

 

 

Spreken met vader

 

Vader, wij hebben u begraven en de grond erkend

zacht om te slapen, zacht om te vergeten:

zand dat vervloeit en water, ongeweten,

herinnering en droefheid voormaals onbekend.

 

Gij zult niet eenzaam zijn, maar slapen, slapen

met sterren 's avonds een onblusbaar vuur

en, rond uw eiland, het traag stromend water.

De bomen wuiven tijdeloos en ieder uur.

 

Gij zult niet eenzaam zijn. De bloemen en de kruiden

werden maar even in hun bloei gestuit

en elke lente loopt de wingerd uit

wanneer de jonge wind keert van het zuiden.

 

Gij zult niet eenzaam zijn: de nachtegaal zal fluiten.

 

ANTON VAN WILDERODE


 


 

De wind

 

Ik ben niet meer, jij wel, jij leeft.

De wind daarbuiten treurt en klaagt,

Schudt buitenhuis en bos dooreen.

Niet elke den afzonderlijk,

Maar alle bomen in een lijn

En ook de weidse horizon,

Zo gaat hij soms tekeer

In de baai waar scheepjes liggen.

Hij doet dat niet om uit te dagen,

Noch in een vlaag van toorn,

Hij zoekt weemoedig woorden,

Hij maakt een wiegelied voor jou.

 

BORIS PASTERNAK

 


 
Huil niet om mij

 

 Huil niet om mij

ik heb mijn doel bereikt.

Waar kan een gelovig mens t

en slotte beter zijn

en veiliger geborgen

dan in de eeuwigheid

van vrede, liefde, God?

 

Huil niet om mij,

mijn lijden is ten einde.

Voor mij geen zorgen meer,

geen angst en nooit meer pijn.

 Wil niet verdrietig zijn

zoals soms mensen doen

die weten van verlies

maar vreemd zijn aan 't gewin.

 

Huil niet om mij,

ik kreeg wat ik verlangde:

de vrede, die uit God is, is mijn deel.

Laat dat 'n troost zijn

voor die achterblijven.

Er komt 'n uur, waarop wij allen

verenigd zullen zijn in God,

de God die liefde is.

 

Henri Kerckhoffs

uit: Woorden van rouw

 

De brug

 

Breng mij op weg tot aan de brug.

Ik ben zo bang om daar alleen te staan.

Als we daar zijn, ga dan niet direct terug,

maar wacht tot ik overga en zwaai me na,

dan voel ik me heel veilig en vertrouwd.

 

Breng mij weg tot aan de brug.

Ik heb geen idee hoe diep het water is.

De overkant lijkt me zo ver.

Je kunt de oever hier niet zien.

Zo ver het oog reikt, zie ik mist.

Ik twijfel aan het verder gaan.

 

Breng mij weg, tot aan de brug

en ga dan niet te vlug, terug.

Zwaai je mij na als ik er over ga.

Een heel klein duwtje in mijn rug,

is alles wat ik nog verlang van jou.

 

Dank je voor je liefde en je trouw.

Ik ga nu gauw,

want het begin is reeds in zicht:

ik voel de warmte van een licht.

 

Toine Lancet.

 

 

 

 Ga maar.

Ik laat je gaan.
Ik laat je los.
Er wacht je een nieuw bestaan.
Ik laat je gaan.

Mijn hart is vrij,
mijn hart is blij,
ik laat jou vrij.

Dankbaar voor onze momenten.
Een gezamenlijke dans.
Gegrepen elke kans,
tot ont-moeting, verbinding.
De durf tot uitspreken.
Verwijdering en verzoening.
Een omarming van jou, als een warme deken.

De ontroering, in vervoering.
Kijken naar jou.
Jouw daden, jouw woorden.
Jouw oprechtheid, jouw zachtheid.
Maar ben niet bang, het doet geen pijn dit afscheid.

Ik koester je.
Je verwarmt me.
Ik draag je.

Ga nu maar.
Het is klaar.


Kagib

Mijn lief mens

 

Vanmorgen was ik even heel dicht bij je
Je hart zei me dat je me voelde
Ik heb je teder aangeraakt.


Vrede en rust,
ik zou het je z graag willen geven.
Ik zie hoe je worstelt, het moeilijk hebt.
Je tranen maken mijn vleugels soms nat
als ik in mijn poging je te troosten
heel dicht bij je ben.


Hoe graag zou ik je willen zeggen:
stil maar, het komt wel goed
Lief mens met wie ik al vele levens samen reis
je bent de volgende stap aan het zetten
op je lange weg.


In het donker is je pijn intens,
bijna niet te dragen.
Weet dat ik steeds bij je was, ben en zal blijven.
In een onuitputtelijke bron van troost en liefde
zetten wij smen die volgende stap.

Veel liefs van je engel.

 

Elly Sablerolle

 

Soms weet ik niet.

 

Soms weet ik niet of jij mij bent, of ik jou ben,

zo nauw verstrengend is ons beider leven,

ik zie met jouw gezicht, ik fluister met jouw stem

en aan jouw hart voel ik mijn hartslag beven.

 

Er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan,

wij zijn tesaam voor alle eeuwigheden

van einde en oorsprong, bloeien en vergaan:

n leven, in gemeenzaamheid beleden.

 

Maar soms, ten bergtop onzer innigheid

op het schemermeer der zoetste tederheden

op hoge golven der onstuimigheid

 

sta ik opeens ten spiegel van mijzelf

alleen, in het donkerste der verlatenheden

vervreemd van jou verstoten van mijzelf.

 

(Louis de Bourbon)

 

 

God heeft geweten dat er tijden zouden zijn in ons leven,

dat wij mensen nodig zouden hebben,

om een gebed met ons te doen,

en een traan weg te wissen

Hij heeft geweten dat wij hun nodig hadden

om plezier in de "kleine dingen" te kunnen delen,

zodat wij het geluk in elkaars leven

zouden kunnen brengen

Ik denk dat Hij wist dat wij diep in onze harten pijn,

ongelukjes en winsten zouden hebben,

die wij niet alleen aan zouden kunnen

Hij wist dat wij het gemak van een begrijpend hart

nodig zouden hebben,

om ons juist die kracht te geven,

om een nieuwe start te kunnen maken

Hij wist dat wij vriendschap nodig hadden,

die niet egostisch is, maar waarheid zou bevatten.

Daarom heeft God onze harten geopend

voor de grote behoefte naar vriendschap....

zoals die van jou!!!!!!(jullie)

 

auteur mij onbekend.

 

 

Twelve Songs.

 

Stop alle klokken, maak de telefoon kapot,

Belet de hond te blaffen met een lekker bot,

Leg de pianos het zwijgen op en breng met stille trom

De kist naar buiten, dat de rouwstoet komt.

 

Laat vliegtuigen cirkelen, kermend boven ons hoofd

En in de lucht de boodschap kerven Hij is dood,

Knoop elke stadsduif crpe strikken om de witte kraag,

Dat de verkeerspolitie zwartkatoenen handschoenen draagt

 

Hij was mijn noord, mijn zuid, mijn oost, mijn west,

Mijn werkweek en mijn zondagsrust,

Mijn dag, mijn nacht, mijn woord, mijn lied;

Ik dacht dat liefde eeuwig was, zo is het niet.

 

De sterren zijn niet welkom nu: doof ze terstond,

Omwikkel de maan en ontmantel de zon;

Giet oceanen leeg en veeg de bossen schoon,

Want er is niets meer nu waar ooit nog iets van komt.

 

(Wystan Hugh Auden)
Nederlandse vertaling: Koen Stassijns

 

 

 

De mensen van voorbij

 

De mensen van voorbij

we noemen ze hier samen

De mensen van voorbij

wij noemen ze bij namen

Zo vlinderen zij binnen

in woorden en in zinnen

En zijn we even bij elkaar

aan het einde van het jaar

 

De mensen van voorbij,
ze blijven met ons leven.
De mensen van voorbij,
ze zijn met ons verweven
in liefde, in verhalen,
die wij zo graag herhalen,
in bloemen, geuren, in een lied,
dat opklinkt uit verdriet.

De mensen van voorbij,
zij worden niet vergeten.
De mensen van voorbij,
zijn in een ander weten.
Bij God mogen ze wonen;
daar waar geen pijn kan komen.
De mensen van voorbij
zijn in het licht, zijn vrij!

Hanna Lam

 

 

Wie nooit heeft geleden
heeft nimmer geleefd.
Wie zich nooit vergiste,
heeft nimmer gestreefd.
Wie nooit heeft geweend,
heeft geen vreugd als hij lacht.
Wie nooit heeft getwijfeld
heeft nooit ernstig gedacht.

 

 

Ter nagedachtenis.

 

Ik lach om hen die steeds bloemen leggen bij mijn graf.

Van al die onnozelen weet kennelijk niet n

Dat er niets meer is dat mij nog bindt aan deze steen?

Ik ben in die bloemen, ben de bloemen die men gaf.

 

((Cahit Sitki Taranci)

 

 

 

Als ik doodga hoop ik dat je erbij bent,
dat ik je aankijk, dat je mij aankijkt
dat ik je hand nog voelen kan.

Dan zal ik rustig doodgaan
Dan hoeft niemand verdrietig te zijn
Dan ben ik gelukkig

Remco Campert

Wanneer je afscheid neemt

van een vriend

dan treur je niet

Want wat je het diepst in hem bemint

kan klaarder voor je zijn

bij zijn afwezigheid

De bergbeklimmer

Ziet ook beter de berg

Vanuit de vlakte.

 

Hoe eenzaam is mijn pad, nu ik alleen moet gaan

Steeds zie ik om, of jij me volgt.

Toch moet ik nog leren dat jij niet achter me komt

Maar dat jij me eens tegemoet zal treden.


Dood-zijn is:
anders leven,
is:
licht en ijl leven,
glanzen
in bruine voorjaarsbladen,
is:
glimlachen
en peinzend praten
diep in mij.

Kijkend met mijn huid
naar alles wat warm
en zachtbewegend blauw is
weet ik je dichtbij,
ergens,
in de losse lucht.

~ Riekje Boswijk-Hummel~
- Uit: Afscheid nemen, loslaten wat dierbaar is -

Liefde - J.C. Bloem

Kon ik n gaaf der jeugd terugverkrijgen,
ik vroeg de makkelijke ontroerbaarheid
van 't hart, dat nog niet heeft geleerd te zwijgen,
maar vrijelijk bij de breuk der dromen schreit.

Nu ben ik ook gewend, mij te gewennen;
ik trek mij allengs in mijzelf terug.
En ach, zelfs die mij beter moesten kennen,
ik schijn hun wellicht liefdeloos en stug.

Toch ben ik vol verholen tederheden,
gekneusde liefde, die geen uitweg vond,
oneindig medelijden met wie leden,
bewogenheid, die 't zware leven schond.

Alleen wanneer ik neder ben gezeten
in avondeenzaamheid en lampgesuis,
en al wat mij benauwde heb vergeten,
begint er in mijn hart een zacht geruis

Dan wellen in mij nooit-verwonnen drangen,
dan gaat een stroom van liefde van mij uit,
die alle mensen in zich houdt omvangen,
nu zij zich eindelijk niet meer voelt gestuit.

Dan heb ik 't hart weer van mijn jeugd gevonden,
en ben ik warm van innerlijke gloed.
Al wat de wereld in zich houdt gebonden
dat voer ik de beminden tegemoet.

Dan schijnt het mij, bij 't zien van zoveel derven,
van zoveel vleugels tot geen vlucht ontvouwd,
dat ik alleen maar door voor hen te sterven
hun tonen kan, hoeveel ik van hen houd.

Een oogwenk - de bekoring is gebroken,
ik meng het mijne weer met hun bestaan.
Ik heb hun van mijn liefde niet gesproken,
en dit moet alles langs hen henengaan.



Hopen is toch blijven leven
in de vertwijfeling
en toch blijven zingen
in het duister.
Hopen is weten dat er liefde is,
is vertrouwen in het morgen
is in slaap vallen
en wakker worden
als de zon weer opgaat.
Is bij de storm op zee
land ontdekken.
Is in de ogen van de ander
lezen dat hij je heeft verstaan

Zolang er nog hoop is,
zolang is er ook bidden
en zolang zal God je
in zijn Handen houden.

Harrie Nouwen

Afscheid nemen bestaat niet

Marco Borsato.

Afscheid nemen bestaat niet,
Ik ga wel weg maar verlaat je niet.
Maar lief je moet geloven al doet het pijn.

Ik wil dat je me los laat,
En dat je morgen weer verder gaat.
Maar als je eenzaam of bang bent,
zal ik er zijn.


Kom als de wind die je voelt en de regen,
Volg wat je doet als het licht van de maan.
Zoek me in alles dan kom je me tegen,
Fluister mijn naam en ik kom eraan.

Zie wat onzichtbaar is,
Wat je gelooft is waar.
Open je ogen maar (jeej).
Dan zal ik bij je zijn
Alles wat jij moet doen
Is mij om mijn woord geloven

Afscheid nemen bestaat niet,

Kom als de wind die je voelt en de regen,
Volg wat je doet als het licht van de maan.
Zoek me in alles dan kom je me tegen,
Fluister mijn naam en ik kom eraan.


Kijk in de lucht,
Kijk naar de zee.
Waar je ook zult lopen,
ja ik loop met je mee.
Iedere stap en ieder moment,
Waar je dan ook bent,
Wat je ook doet,
Waar je ook gaat.
Wanneer je me nodig hebt,
Fluister gewoon mijn naam,
En ik kom eraan.

Afscheid nemen bestaat niet!

Sterf niet met mij.

Als je mij nog iets wilt geven

Dan zou ik vragen

Sterf niet met mij

Omhels het leven

Je mag bedroefd zijn

Maar wanhoop niet

Verdrink niet in t groot verdriet

 

Als je mij nog iets wilt schenken

Dan zou ik willen

Blijf de toekomst zien

Blijf hoopvol denken

Zodat je uitgroeit

En voluit leeft

Het leven alle kansen geeft.

 

Yvonne van Emmerik 1997

Uit: Als vlinders spreken konden.

 

 

 Afscheid nemen.

 

Afscheid nemen

is met zachte vingers

wat voorbij is dichtdoen

en verpakken

in goede gedachten der herinnering.

 

Is verwijlen

bij een brok leven

en stilstaan op de pieken

van pijn en vreugde

 

Afscheid nemen

is met dankbare handen

weemoedig meedragen

al wat waard is

niet te vergeten...

 

Is moeizaam

de draden losmaken

en uit het spinrag

der belevenissen loskomen

en achterlaten

en niet kunnen vergeten...

 

Dietrich Bonhoeffer.

 

 

De geest.

 

Als dit het einde is

en verder niets,

dan is er leegte,

gemis, verdriet en tranen

om wat eens was

en niet meer is.

 

Maar er is meer

dan lijf en leden,

veel meer.

Want wat een mens bezielt,

dat is, dat was,

zijn geest, zijn kracht,

zijn denkvermogen,

alle gaven van zijn hart:

zijn goedheid grenzenloos,

de sterkte van zijn woord,

zijn hartelijk gebaar,

zijn spreken,

vlug of juist bedachtzaam,

zijn zwijgen

soms veelzeggend.

 

Dat alles leeft,

leeft voort in die hem kenden,

die van hem hielden

en blijven houden

omdat zijn geest

nooit, nooit vergaat.

 

Henri Kerckhoffs.

 

 

 Voor een vriend

 

nu 't rouwrumoer rondom jou is verstomd

de stoet voorbij is, de schuifelende voeten

nu voel ik dat er 'n diepe stilte komt

en in die stilte zal ik je opnieuw ontmoeten

en telkens weer zal ik je tegenkomen

we zeggen veel te gauw: het is voorbij

Hij heeft alleen je lichaam weggenomen

niet wie je was en ook niet wat je zei

ik zal nog altijd grapjes met je maken

we zullen samen door het stille landschap gaan

nu je mijn handen niet meer aan kunt raken

raak je mijn hart nog duidelijker aan.

 

Toon Hermans.

 

Doodgewoon.

 

het doet je goed eens aan de dood te denken

je dagen worden er wat duidelijker van

je dient te weten dat geen mens voor je kan leven

maar ook dat niemand anders voor je sterven kan.

 

ik spreek er 's avonds wel eens over met de kind'ren

of 'k maak 'n grapje met de dood, het kan geen kwaad

als j' overpeinst waar je tenslotte komt te 'liggen'

dan weet je af en toe wat beter waar je 'staat'.

 

Toon Hermans.

 

De dood is..

 

De dood is maar een deur

Niet meer of niet minder

En dit leven maar een kamer

Treur niet omdat ik zo vroeg ging

Ik ben niet ver weg

Als je wil kun je me voelen

Als je luistert zul je me horen

Tussen ons is maar een muur

Dit huis kent vele kamers

We kunnen ze samen verkennen

Ik wacht, ik wacht, ik wacht.

 

En als ik doodga...

 

En als ik doodga, huil maar niet

Ik ben niet echt dood, moet je weten

Het is de heimwee die ik achterliet

Dood ben ik pas, als jij die bent vergeten

 

Als ik doodga, treur maar niet

Ik ben niet echt weg, moet je weten

t is het verlangen dat ik achterliet

dood ben ik pas, als jij dat bent vergeten

 

En als ik doodga, huil maar niet

Ik ben niet echt weg, moet je weten

t is maar een lichaam dat ik achterliet

dood ben ik pas, als jij me bent vergeten

 

Bram Vermeulen

 

 

 

WEINIG/VEEL


Het kost niet zoveel, iemand een glimlach te schenken
of je hand op te steken voor een vriendelijke groet.
Zoiets kan opeens de zon laten schijnen,
in het hart van de mens die je op dat moment ontmoet


Het kost niet zoveel, om je hart wat te openen
voor de mens om je heen, in haar vreugd en verdriet.
Wees blij dat je zo wat kan doen voor een ander,
of is die ander je naaste soms niet?


Het kost toch zo weinig om een ander te geven,
iets, wat jezelf toch zo heel graag ontvangt
Liefde, alleen maar door dat weg te schenken,
krijg je terug, meer dan je verlangt.


Het kost niet zoveel, een hand uit te steken
om een ander behulpzaam te zijn.
Een dankbare blik is de beloning,
of was de moeite voor jou maar slechts klein.


Het kost maar heel weinig, je arm om een schouder,
of alleen maar zachte druk van je hand.
t Is voor de ander, of zij even
in een klein stukje paradijs is beland.


O, die vriendelijke glimlach, dat eventjes groeten,
die arm om de schouder, de hulp die je bood.
Het kost allemaal bij elkaar toch zo weinig,
maar in wezen, voor die ander, is het ontzaglijk groot.

 

Auteur onbekend.

 

 

Dood

 

Je lichaam was warm.

Je lichaam is koud.

Je mond was zo zacht.

Je lippen zijn koud.

Je ogen zo helder en diep.

Je ogen zijn koud,

kleine vensters van de nacht.

 

Alles valt stil.

Wie kan je nog strelen,

nog zeggen, dat hij van je houdt.

Je bent zo eindeloos ver.

Je hart is stilgelegd?

Je benen worden stijf.

Je armen, je mooie handen, je ogen.

 

Alles valt stil.

Daareven was je nog hier.

En moment en je huis was leeg,

je lichaam verlaten.

Ben je nu zo ver weg, onbereikbaar ver?

Of hoor je mijn roepen.

Misschien zie je mijn tranen.

Ik weet het niet.

Waarom laat je mij dood

en kies je zelf het leven?

 

Uit: God, niet te geloven door Phil Bosmans.

 

 

Brief van een dode.

 

Goed, ik weet het.

Je slaat met je kop tegen de muur.

Je bent opstandig,

buiten jezelf van woede.

Je aanvaardt niet dat ik dood ben.

Je weent niet. Je huilt van onmacht.

Je zou me willen verwijten

dat ik ben doodgegaan.

Maar wat kan ik daaraan doen?

Je vloekt en tiert.

Je vloekt tegen God en je kent Hem niet.

Je hebt me zo dikwijls gezegd

dat Hij niet bestaat.

Ik kan je niet helpen.

Ik kan je niet troosten.

 

Vraag aan de sterren

waarom het nacht is.

Als je lang genoeg luistert

krijg je misschien een antwoord.

 

Uit: God, niet te geloven door Phil Bosmans.

 

 

Voor sterven geen angst.

 

Sterven is moederziel alleen de nacht ingaan.

Sterven is vreemd en angstaanjagend

als je blindweg een land binnengaat

waar je nooit aan gedacht hebt

en nooit van gedroomd,

als je met duizend banden gebonden ligt

aan een stukje aarde, dat voorbijgaat

en dat vele namen draagt.

Als je sterft verandert alles, de hele wereld,

alles waaraan je je een leven lang hebt

vastgehouden.

 

Sterven wordt aanvaardbaar en draaglijker

als je hebt leren loslaten,

als je je innerlijk hebt opengesteld

voor het mysterie dat je wacht na de dood.

Dan voel je al iets van die nieuwe wereld in je komen

en ga je alles relativeren

waarover mensen dagelijks twisten en klagen.

 

Als je kunt geloven, dat er een God is,

die van je houdt, niet alleen als je leeft

maar meer nog als je doodgaat,

dan wordt sterven

als een kind thuiskomen bij de Vader

in een land waar alles goed is

en waar het leven pas voorgoed begint

in een eeuwig nu.

 

Uit: God, niet te geloven door Phil Bosmans.

 

 

Woorden van Troost   

      

Nel Benschop
  
 
 Stil maar mijn kind, Ik weet van je verdriet,
Huil nu maar uit: je hoeft niet flink te wezen,
Het zal wel duren, voor je wonden zijn genezen;
Ik weet het 
 
 Stil maar mijn kind, Ik weet wat je behoeft:
Woorden van troost, die om geen uitleg vragen,
Een arm die steunt en die je last helpt dragen,
Een hart dat mee huilt om wat jou bedroeft. 
 
 Stil maar mijn kind, de nacht gaat weer voorbij,
Ik strooi het licht uit, waar je voeten lopen,
Ik doe de dichte deur weer voor je open,
Ik ben er altijd, Maar vertrouw op mij... 
 
 Stil maar mijn kind, Ik geef je troost en moed,
Meer dan een moeder aan haar kind kan geven;
Je naam staat in mijn handpalmen geschreven.
       Vertrouw op Mij

 

Je Vader...

 

 

Zij zijn niet dood.

 

Wat leven heet is t op en neer bewegen

van ons klein scheepje als het daalt en rijst;

en wat wij sterven noemen, is niet meer

dan dat wij op de verre kim verdwijnen.

 

Zij zijn niet dood.

Wij die vanaf het laaggelegen strand bespeuren

hoe door hun vaart de afstand wordt vergroot,

wij zien niet wat gebeurt achter de einder,

wij noemen daarom hun verdwijning: dood.

 

Zij zijn niet dood;

Wij staan te laag en zijn bijziend

als zij de sfeer van ruimte en tijd ontzeilen;

zo komt het dat ons oog hun eind niet ziet,

wanneer het roer hun schip de eeuwigheid in stuurt.

 

(Koos Geerds)

 

 

Wanneer ik morgen doodga,

vertel dan aan de bomen

hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan de wind

die in de bomen klimt

of uit de takken valt

hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan een kind

dat jong genoeg is om het te begrijpen.

Vertel het aan een dier

misschien alleen door het aan te kijken.

Vertel het aan de huizen van steen

vertel het aan de stad hoe lief ik je had.

Maar zeg het aan geen mens.

Ze zouden je niet geloven.

Ze zouden niet willen geloven

dat alleen maar een man

alleen maar een vrouw

dat een mens zo liefhad

als ik jou

 

(Hans Andreus)

 

 

Afscheid

 

Het is tijd voor mij te gaan

Nu geen tranen meer

Kijk naar de hemel en geloof

Eens zien we elkaar weer.

 

Tijd voor mij jou te verlaten

Geen verdriet meer en geen pijn

Kijk naar de regenboog en weet

Ik zal er altijd zijn.

 

Het zal niet eeuwig duren

Eens komt er een moment

Dat ik je weer zal vasthouden

Dat je weer bij me bent.

 

Tijd voor ons om afscheid te nemen

Droog je tranen nou

Kijk s avonds naar de sterren

Weet dat ik van je hou.

 

Denk aan mij en wens mij

Altijd heel dicht bij

Praat met mij, verdring de pijn

Ik zal er altijd voor je zijn.

(Francis van t Klooster)

 

Afscheid nemen

betekent achterblijven

omringd door stilte en gemis.

 

Verdriet dat nergens

onderkomen vindt.

En teder aanraken

van dingen

die onontvreembaar zijn:

dat woord, die plek

en de herinneringen

vol warmte en innigheid,

zoals de dagelijkse jas

die op een stoel bleef hangen

en herbergt wat er niet meer is.

 

De kamer wordt een schrijn

van pijn en hunker

naar oneindigheid.

Want alle armen

zijn te kort

om voor altijd

het liefste te omarmen.

 

(Kris Gelaude)

HET GESCHENK VAN MIJN VADER

Wij zaten samen, zwijgend, bij het vuur;
mijn lieve vader
en ik.
Bij elk klokgetik
kwam zijn stervensuur
nader en nader.


Hij was rustig en goed;
lijk de moeder
die haar kindje heeft gedekt tot de kin,
en die heengaat op lichte voet,
stil en verblijd.
Zo wist hij zijn denken en daden bedolven
onder Gods warme barmhartigheid.

Hij stond langzaam uit zijn zetel op,
recht en sterk lijk hij had geleefd.
Zijn fijne hand
heeft gebeefd
op mijn hand:
een nevel over ontwakend land.

Hij heeft zijn laatste daad gedaan:
hij gaf me zijn uurwerk,
eenvoudig, zonder n woord,
en monklend is hij te rust gegaan.

Maar, toen ik hem zacht naar het bed geleidde,
wist ik
hoe een Engel, zingend, aanschreed achter ons beide.
Want moedig had mijn vader,
in mijn handen
afstand van daad en tijd gedaan.
Trots en wenend ben ik van hem heengegaan.

 Marnix Gijsen (1899 1984)

 

 

Slaapwandeling

Ik heb vannacht met u gewandeld
in de dove lanen van de slaap,
en nu het morgen is geworden
is er niets veranderd,
dan dat die twee, die in den nacht tesaam
volkomen bij elkander waren,
mij weer alleen gelaten hebben in den morgen,
en samen verder zijn gegaan.

 

Gerrit Achterberg [1905 1962]

 

Voorbij de vorm

Wat gek, je hebt geen lichaam meer;
ik kan nog steeds er niet aan wennen
dat het zo is en ik vraag je weer:
'hoe ik je moet herkennen

als je plotseling voor me staat
en je stralend aan mij toont,
thuis, in de winkels of op straat
en ik niet zie waarin je woont?'

Toch ben je voelbaar in alle vormen,
in al het zijnde om mij heen;
je overschrijdt dus alle normen
waarin je ooit aan mij verscheen.

Hoe goed moet ik nu leren kijken
diep in mijzelf, waarin jij leeft,
door recht te gaan en niet te wijken

voor wat het denken aan sluiers weeft
en mij belet naar jou te kijken
en niet ontvangt wat je aan mij geeft:

een hart zo vol van liefdelicht,
het leven dat zichzelf leeft,
stralend geluk, oneindig zicht.

Karel Wellinghoff  
Uit:
Diep vervuld, intieme gedichten voor de gestorven geliefde,
Bonneville, 2005

 

Fryske Fersen oer de dea

 

 

FERS 74

 

as ik mei in oere stjerre moast

wat soe 'k noch thelje wolle?

in lste brief skriuwe oan har

fskied nimme fan in freondintsje

wat regelje foar de bern

nee neat fan dat allegearre

ik wol nei myn dea net regeare

it ret him wol snder my

der is neat om gld te striken

der is my neat yn ' e wei

miskien soe ik even yn 't tn sjen

oft it gers al opkomt

en nei Lemstra rinne om in kroket

dy soe 'k noch wolris ite wolle

Trinus Riemersma


*** 

 

FSKIE

 

As 'k ienkear skiede moat - in ljochte dei

Y n maaietiid wie my it lichtst ­-

Dan set myn bank, dat iepen foar my leit

Wr't jimmer 't djipst ferlangen hinne teach.

 

It fine lichem, no in griis te sjen,

Leit snder macht. Mar yn 'e eagen blinkt

It goede ljocht, en rook komt fan it fjild;

Wat ea myn leafde hie, giet my foarby.

 

Dan far ik t en stilkes wurd ik wei.

Wat oerbliuwt is myn skym; beloaist it net te wreed

En nim gjin print fan de te-ploege mom;

't Koe wze dat hja spriek wat better wie ferswijd.

 

Al wat er foech jout haw ik jimme bean,

Bewarje dat; en mei wat leafde tink

Him nei, dy't mannich ding syn leafde joech ­-

Sa lang as duorje mei de skiente dy't er wn.

Obe Postma

 
*** 

 

SA ALD TE WURDEN

 

S ld te wurden: yn e jnpetearen

fan 't geafolk jin te jaan en alle weet

te hawwen fan har wize en rge mearen,

de Spoekesingel en de Muontsereed

te kennen mei har spoaren, klen, bochten,

yn mimer toevje foar in kld hssteed

en mei jins soan as seiskip gongeltochten

te ndernimmen nei dy lde esk,

fan tiid tekankre en fan fjoer tesplist,

wiidweidich falle yn stadige ferhalen

en glimkjend him te wizen de arabesk,

hertfoarmich om twa teare inisjalen,

fan feintehan oerlang yn 't stamhout ritst.

 

As al it eardere wjer1d krijt fan binnen,

nocht hawwe oan elke greppel, elke sleat,

it libben kalm de jierren f te winnen,

jns nder slge lampe jongeren eat

tefoaren lze t Bunyans Pylgerreize

en wyslik swije oer wat nea fergeat,

mar groeden liet; de skeamele skeizens

fan 't smel talint te tellen ien foar ien,

oant op in nacht by rop fan wettergulpen,

by fal fan rein, gewach fan wyn miskien,

de dea jin slt de wurge eageskulpen.

Douwe Annes Tamminga

 
*** 

 

BROKEN MELODY


o God! ik - skurve plaat - bin hast oan ein:

it is in nuver liet mei frjemd refrein,

dat falsk en heazich t myn wzen geit,

as djip yn my Jins grime nuddel snijt.


Jit skoot der soms in skimer melodij

en soms in skaad fan harmonij foarby,

want Jo haww' iens de skientme yn my lein ­

mar God! ik - skurve plaat - bin hast oan ein.

 

Tebrizelje Jins waaksen ark dochs net,

mar sjong dryn de sangen fan Jins wet ­

foar 't liet fan 't libben wykt dat fan de dea:

der huv'rje fiere harpen oer it gea ...

Yke Reinders Boarnstra

 

***  

 

KASTANJES


In stille moarn en net it minst bewegen,

En net in stim dy't troch de dize giet;

Allinne dript, t beammen lns de wegen,

Y n 't giele leaf it treasteleaze liet.


It libben, yn al inger rnte sletten,

Ebbet en gliidt de rst yn, deade-stil.

Oft ek it bange bnzjen fan us herten

Y n 't selde ritme sliepend stjerre sil?

 

De dize dript - dan, op , e stille strjitte,
appe kastanjes en de frucht springt bleat.

Mocht sa us siele t lichems hoalling sjitte

En glnzgjend iepenboarste yn 'e dead!

Jelle Hindriks Brouwer

 

 *** 


IN TANKBRE LEARLING


want ienris sil ek ik wer

wurde ta gers en kij en bern

 

en tzenfldich stjerre op , e nij

mei as iennichste treast

 

ypma' s skeikundeles:

stof giet nea ferlern

Sikke Doele

 

 *** 

  

KOE IK MAR SKILJE

 

Ik seach de bsten fan myn generaasje

laitsjen stribjen smokend deagean

mar tagelyk

ik seach pompieren flinters fleanen

en helena boatsjefarren yn 'e sinne.

 

Wachtsjend op 'e bus dy't allang foarby is

snder my te sjen nea komt

want de nachtmerje fan de dea

wint mei san pear hannen

myn skedel fan beton fan plaatizer

fol mei oanfretten gedachten.

 

Ien wynpster en ik lis efteroer

njonken in toer fol wachtsjende ynsekten

apels dy't hol binne

parren mei ferrotte kaken.

 

Koe ik mar skilje

mei de dea

dy't wachtet

want ik bin in kers

snder pit

yn 't blik

fan 'e maatskippij.

Josse de Haan

 

 

 

 

 

 

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

Top 100 NL