Leestips I

 

Boeken die ik zelf heb gelezen en die ik van harte aanbeveel.

01. holistisch leven02. boodschap van licht03. wedergeboorte04. Volgens Maria Magdalena05. enkele boeken van Hans Stolp - 06. kind van de eeuwigheid07. ongewenst bezoek08. de kracht van Christus in ons09. Hoe wij God kunnen ervaren – 10. Johannes de Ingewijde11. enkele boeken van Paulo Coelho12. de wereld van Merlijn  - 13. Pauls ontwaken14. Elisabeths dochter15. De Alchemist16. Als de dood vroeg komt17. Mijn kind is anders18. Strijders van het Licht19. Luister alsjeblieft20. Meesters van het verre Oosten

Leestips 2

Leestips 3 (boeken die mij werden aanbevolen)

Leestips 4  

Leestips 5

 

01. Over holistisch leven.

(N. D. Walsch)

 

Toevallig viel dit boekje, amper 78 blz., me in handen in de bibliotheek, terwijl ik eigenlijk iets heel anders zocht. Ik begon te lezen en stopte pas toen ik aan de laatste pagina was gekomen. Dit werkje van de schrijver van “Gesprekken met God” bevat alles wat ik de laatste tijd vond in dikke boeken van Walsch zelf, van Dr. Wayne Dyer en allerlei andere spirituele boeken.

In feite is het een neerslag van een ontmoeting die Walsch had met een aantal lezers van zijn boeken, de vragen die hier werden gesteld en de antwoorden die Walsch daarop gaf.

 

“Kun je de boodschap van alle grote spirituele literatuur in je opnemen en daar elke dag naar leven? Elke dag die voorbijgaat, is weer een dag minder dat je hier bent, in dit lichaam, op aarde, om dat te doen waarvoor je hier naartoe bent gekomen. Staat jou helder voor ogen wat dat is? Kun je het aan? Of verspil jij jouw tijd en houd jij je vooral bezig met zoeken, dwalen en twijfelen?”

 

Met deze indringende vraag begint Neale Donald Walsch dit boek. Zijn boodschap is: houdt op met twijfelen. Vind de antwoorden in de grote wijsheidstradities van de wereld. Ze zijn toegankelijker dan ooit tevoren voor iedereen die een ‘heel’ leven wil leiden. Een inspirerend perspectief, ontleend aan ‘Een ongewoon gesprek met God’, het boek dat een wereldsucces werd.

 

Oorspronkelijke titel: Applications for Living.

Nederlandse editie: 2000 Kosmos - Z&K uitgevers B.V. Utrecht

ISBN 90 215 8730 0

 


02.Boodschap van Licht

(Helen Graeves)

 

Telepathie tussen levende mensen wordt nu vrijwel algemeen geaccepteerd, maar telepathie tussen levenden en zogenaamde 'doden' is niet alleen dubieuzer maar ook ongewoner. Het hoogste niveau van communicatie is ongetwijfeld de communicatie die plaatsvindt door middel van telepathie, en dit opmerkelijke boek is een treffend voorbeeld van communicatie tussen twee hartsvriendinnen, die zich ieder aan één kant van het 'gordijn' bevinden.

De mensen die zowel Helen Greaves als de overleden Frances Banks hebben gekend - en hun respectievelijke geschriften - zijn onder de indruk van de authenticiteit van deze teksten. Hun zinsbouw en inhoud zijn karakteristiek voor die van Mevrouw Banks en zijn totaal verschillend van de schrijfstijl van de 'auteur', zoals die in haar eerdere boeken en artikelen te vinden is.

De boodschap van Frances Banks - dat de dood van het lichaam slechts een zachte overgang vormt naar een veel vrijer en voller leven - komt zeer helder en overtuigend naar voren.


Uitgeverij De Ster – Breda

ISBN 90-6556-242-7

03. Wedergeboorte. Of de onsterfelijkheid van de menselijke ziel.

(Rudolf Passian.)



Leven wij meer dan eens? De leer van de wedergeboorte behoort tot het oudste geloofsgoed van de mensheid. Plato en Pythagoras waren er evenzeer van overtuigd als Paracelsus, Schiller of Goethe. Filosofische speculatie of hogere werkelijkheid.

De auteur geeft in dit boek een compleet overzicht van het thema 'Wedergeboorte'.

Argumenten, die er tegen ingebracht worden, staan naast theses en gebeurtenissen die de moeite van het overpeinzen waard zijn.

Het rijkelijke materiaal en de zorgvuldig uitgekozen voorbeelden maken het boek tot een haast avontuurlijke leeservaring.

Op knappe en informatieve wijze zijn de verschillende thema's bewerkt: Een historisch overzicht - Terug naar het verleden en een blik in de toekomst - Karma en astrologie - Kerk en reïncarnatie - De twee zielen gedachte - Tegenargumenten - Voormenselijk bestaan als plant of dier.

Een fascinerend boek.

04. Volgens Maria Magdalena

(Marianne Fredriksson)(Zweden 1927)



M. Fredriksson zelf over haar boek:


'op een dag zocht ik iets op in de bibliotheek 'Nag Hammadi'.. Toevallig stuitte ik daarbij op de bewaard gebleven fragmenten van het evangelie volgens Maria Magdalena. Daarin zet ze uiteen wat Jezus tegen haar gezegd heeft in persoonlijke gesprekken. Onder andere: "Maakt u geen regels van hetgeen ik u heb geopenbaard. Maakt u geen wetten zoals de wetgeleerden dat doen." En het trof me dat hier misschien iemand was met oren om te horen, ogen om te zien en verstand om te begrijpen. De leerling van wie Jezus het meeste hield. En een vrouw die niet de macht had om invloed uit te oefenen. Zo werd mijn Maria Magdalena geboren.'

 

De eerste ontmoeting tussen Maria, de moeder van Jezus, en Maria Magdalena is confronterend: "Ben jij de hoer met wie mijn zoon in zonde leeft?"

"Ja. Maar ik ben geen hoer"


Toch ging Maria Magdalena de geschiedenis in als een prostituee die zich in de nabijheid van Jezus ophield. In werkelijkheid was ze een gevoelige, intelligente volgelinge die het aanzien van de wereld had kunnen veranderen. Als haar de kans niet was ontnomen haar stem te laten horen. Die stem geeft M. Fredriksson haar in deze roman, waarin ze indringend vertelt over het leven van Maria Magdalena en haar liefdesverhouding.

Een echte aanrader voor wie zich vragen stelt bij wat de "katholieke kerk" heeft gemaakt van de boodschap die Jezus ons is komen brengen, een boodschap van liefde en niet van wetten.

05 Hans Stolp – enkele boeken

 

 

Recensie van het boek 'Johannes de ingewijde' van Hans Stolp

Om een of andere reden is Petrus de populairste en bekendste apostel. Of de bijbel of de kerk daar het meest aan bijgedragen heeft, is al lange tijd een bron van discussie. Hans Stolp heeft een boek geschreven over Johannes, die duidelijk een van de minder bekende apostelen is. Dat komt alleen al vanwege het feit, dat het niet duidelijk is in hoeverre de in het Nieuwe Testament voorkomende Johannessen dezelfde persoon zijn. Is bijvoorbeeld de Johannes van het Evangelie dezelfde als die van Openbaringen? Stolp ziet in Johannes en Maria de meest verlichte geesten na de Meester zelf. Na het christendom van Petrus en Paulus is het, volgens de schrijver, nu tijd voor het (esoterische) christendom van Johannes. Wat niet wil zeggen, dat voorgangers slecht waren. Zij waren eigenlijk de voorbereiders van een vorm van christendom waar de mensheid eerder nog niet aan toe was. Gelijk aan het begin van het boek doet Stolp een belangrijke vaststelling: 'terwijl de belangstelling voor het institutionele (kerkelijke) christendom terugloopt, neemt de belangstelling voor de grondlegger van christendom, Jezus, snel toe. ' Daaruit blijkt maar weer, dat de boodschap van de persoon nooit slijtage zal gaan vertonen, in tegenstelling tot degene die de boodschap verkondigt. Die laatste boodschap kan namelijk achterhaald raken en dan ontstaan er nieuwe zienswijzen. De esoterische kijk van Stolp op de bijbel is voor het christendom een vrij nieuw fenomeen en er wordt dus ook weinig begrijpend op gereageerd door de behoudende tak van de kerk. Stolp vertelt, wat eveneens in de Nag Hammadi geschriften is terug te vinden, dat de zondeval geen zondeval was, maar een afdaling naar onbewustheid van waaruit het transformatieproces begint. Dat man en vrouw gelijkwaardig zijn, met als duidelijk voorbeeld Maria, die met enige regelmaat door Jezus boven zijn apostelen geplaatst wordt. De symboliek van sommige situaties in de bijbel lijken in de context van het boekje aan duidelijkheid niets over te laten. De Hemelvaart wordt door de auteur uitgelegd als het moment waarop de apostelen Jezus weliswaar niet meer konden zien, maar Hij was nog wel degelijk aanwezig en is dat nog steeds. Alleen heeft het grootste deel van de mensheid nog niet de kwaliteiten ontwikkeld om de Meester te blijven waarnemen. Zijn Terugkeer is dan ook niets anders dan het moment waarop de mensheid het bewustzijn zover ontwikkeld heeft dat men Hem weer waar kan nemen. Hij bepaalt de tijd van z 'n terugkeer dus niet, die bepalen wij. Zo staat het boekje vol met esoterische uitleg van vele situaties uit de bijbel. De een stemt nog meer tot nadenken dan de ander. De subtitel van het boek zegt het nog het best: Esoterisch Bijbellezen. Een uitdaging voor velen, maar welke christenen durven?

 

 

Recensie van het boek 'Het evangelie naar Johannes' van Hans Stolp

Er zijn verschillende redenen te noemen waarom men een naslagwerk zou gaan schrijven van het Evangelie naar Johannes. Johannes is de enige apostel die niet tot de synoptische evangeliën behoort. Synoptische evangeliën zijn de evangeliën van Mattheüs, Marcus en Lucas. De overeenkomsten die deze drie evangeliën hebben, waar Johannes zich van onderscheidt, is dat deze drie evangeliën over een zodanige rangschikking beschikken dat alle drie de evangeliën parallelle kolommen hebben. Hierdoor is de lezer in staat de verschillende versies van hetzelfde onderwerp naast elkaar te leggen. Johannes zou beïnvloed zijn door de filosofieën van Plato. Vandaar dat hij zijn evangelie begint met: 'In het begin was het Woord. Het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Door het Woord is alles ontstaan en zonder het Woord is er niets ontstaan...'. Johannes heeft simpelweg de pre-existente van Jezus Christus goed begrepen, die in de achtste eeuw v.C. door de profeet Micha (5:2) werd verkondigd. Dat is mijns inziens geen reden om Johannes van platonisme te verdenken. Verder is Johannes (ook wel Johannes de Apostel) ook de schrijver van 'Openbaring naar Jezus Christus'. Johannes was tevens de lievelingsdiscipel van de Here Jezus. Deze adelaar onder de evangelisten (om zijn hoge vlucht en scherpe blik) is door de emeritus-hoogleraar (hij heeft zijn ambt neergelegd) van de Nieuwtestamentische vakken aan de universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Apeldoorn, dr. J. de Vuyst, stukje voor stukje onder de loep genomen. Op het eerste gezicht lijkt dit 114 pagina's tellende verslag (zoals hij het noemt) een onoverzichtelijk geheel, omdat het bovenste gedeelte van iedere pagina dik gedrukt is (dat zijn de Bijbelteksten van het Johannes-evangelie) en het onderste gedeelte normaal is gedrukt (de exegese van dr. De Vuyst plus verwijzingen naar andere Bijbelgedeelten en naschriften). Het is even doorzetten. Wanneer je daaraan gewend bent, vormen deze zaken niet zoveel problemen en kan het juist plezierig te lezen zijn. Het boekje verdeelt het evangelie in vier gedeelten, waaronder het eerste gedeelte weer in twee subgedeelten is verdeeld. Dit boekje bezit een schat aan uitleg en aanvullende informatie die het Johannes-evangelie verheldert. De schrijver heeft zich tot in de details van dit evangelie moeten verdiepen om het zich eigen te maken en van daaruit een heldere uitleg te geven. De schrijver is daar volgens mij goed in geslaagd, behalve dan dat hij bij sommige duidelijke bijbelteksten teveel uitleg geeft, terwijl sommige ingewikkeldere Bijbelteksten soms niet voldoende tot helemaal niet worden uitgelegd. Ook andere zaken zouden voor de schrijver geen probleem geweest moeten zijn om uit te zoeken. Bijvoorbeeld over welke Joodse feestdagen Johannes schreef. Wat ook een nadeel is, is het feit dat de schrijver er niet bij stil heeft gestaan dat de Bijbel wereldwijd in 2200 vertalingen verschenen is. Nederland alleen al kent minimaal zes Nederlandse vertalingen. Hij heeft namelijk geen melding gemaakt van welke Bijbelversie hij gebruik heeft gemaakt. Zo kan men de teksten moeilijker nagaan, omdat er wezenlijke verschillen zijn tussen de Nederlandse Bijbelvertalingen onderling. Wat verder wel degelijk een reden is waarom ik van mening ben dat dit boekje een verrijking in je boekenkast zal zijn, is het feit dat ik het idee heb dat de schrijver zo nu en dan gebruik heeft gemaakt van zijn kennis met betrekking tot de grondtekst. De schrijver heeft namelijk gebruik gemaakt van het woordje altijddurend in plaats van eeuwig. Eeuwig kent een einde; altijddurend is eindeloos. Kortom: dit boekje kan perfect dienen als naslagwerk en is zeer correct.

 

Recensie van het boek 'De geboorte van Christus in ons - Een moderne inwijdingsweg' van Hans Stolp

Hans Stolp schreef een goed boek over de moderne inwijdingsweg. Wat het begrip modern hier mee te maken heeft is mij echter niet recht duidelijk geworden, maar misschien wilde de auteur zijn inwijdingsweg onderscheiden van die van de vóór-christelijke godsdiensten. Zeker, deze godsdiensten wisten nog niets van de bijbel af, maar de Bijbelse inwijdingsweg kan niet iets anders betekenen dan van bijvoorbeeld boeddhistische en de hindoeïstische. Alle grote religies zijn volgens hem in wezen inwijdingsscholen. Hij noemt het een groot misverstand, om te denken dat het christendom een gelóófsreligie is. Althans als het een geloof betreft in een aantal dogma's en/of leerstellingen. Tóch valt niet te ontkennen, dat het in de bijbel juist om geloof gaat. Echter niet in dogma's, maar geloof in de Geest van God die in je woont. Stolp ziet drie positieve punten die het gaan van de inwijdingsweg kunnen opleveren, namelijk:
1) het bewust worden van die eeuwige, innerlijke kennis

2) het zicht krijgen op de grote geheimen van het leven en de dood

3) en het bewust worden van het geestelijk patroon dat achter al het zichtbare verborgen ligt


Volgens mij is de auteur er bijzonder goed in geslaagd, om op begrijpelijke en aannemelijke wijze de lezer te overtuigen van de noodzaak van geestelijke zelfontwikkeling. Dat is nu juist, wat Paulus bedoelde met de woorden: 'Opdat Christus gestalte in u aanneme'.

 

Recensie van het boek 'Leven met engelen - Een spirituele weg' van Hans Stolp

Wanneer u dit leest, bladert u in het zoveelste Engelenboek. Want Engelen zijn 'in '. Zo begint de schrijver zijn boek. 'Maar al die boeken roepen steeds de vraag op, hoe die wereld van de Engelen er dan wel uitziet en hoe wij mensen dan met Engelen verbonden zijn. ' Hierin probeert hij dus duidelijkheid te brengen. Hij baseert zich daarbij op wat er via de theosofie en de antroposofie is overgeleverd van oude esoterische kennis, maar ook op zijn eigen ervaringen. In het hoofdstuk Leven met Engelen beschrijft hij vele verschillende manieren waarop engelen zich aan ons kenbaar kunnen maken en tot ons komen met hulp, troost, geruststelling, inzicht. En wij hebben, volgens hem, de engelen ook iets te geven: onze geschenken aan hen kunnen zijn: onze dankbaarheid, vertrouwen, liefde en toewijding, dat is voedsel voor hun ziel waardoor zij groeien en zich ook zelf verder ontwikkelen. Veel nadruk wordt gelegd op de verwantschap van mensen en engelen en op de gedachte dat ze elkaar nodig hebben. Verder worden de hiërarchieën van de engelen besproken en de taken van iedere hiërarchie. In deze visie houdt evolutie in dat mensen en engelen dezelfde evolutieweg volgen, mensen worden uiteindelijk engelen, engelen worden Aartsengelen enz., een ontwikkeling waar miljoenen jaren overheen gaan. Of Rudolf Steiner, waar de schrijver veel aan ontleend heeft , het altijd bij het rechte eind had, daar kun je vraagtekens bij zetten, of niet. Maar geen vraagtekens bij de belangrijkste boodschap van dit boek: wij leven in een overgangstijd, nu de mensen groeien in bewustzijn is er weer belangstelling voor de engelen, voor de boodschap die de engelen aan de mensheid overbrengen 'want Engelen, zij zijn een en al liefde en die kosmische scheppingskracht van de liefde willen zij stap voor stap ook in ons laten ontluiken. '

 

Recensie van het boek 'Omgaan met gestorvenen' van Hans Stolp en Margarete v/d Brink

Omgaan met gestorvenen laat niet alleen zien hoe we met gestorvenen om kunnen gaan maar het geeft vooral inzicht over waar de gestorvenen dan wel verblijven na het overlijden. Er wordt uitgeweid over de Christelijke godsdienst en hoe de oorspronkelijke leringen veranderd zijn door de vernietiging van de spirituele, gnostische geschriften in de derde en vierde eeuw. Er worden ook delen uit de Bijbel aangehaald. Heel boeiend zijn de hoofdstukken die gaan over wat na het sterven volgt. Het zal zeker ook interessant zijn voor mensen die heel weinig over deze materie weten. Hoewel het boek vaak de Bijbel aanhaalt wordt gezegd dat het Wezen van licht dat men vaak bij een bijna dood ervaring ontmoet voor de meeste mensen Jezus, of Boeddha of Krishna of wie dan ook is. Na vele bladzijden uitleg over het leven na de dood blijft de vraag of men elkaar wederzijds van de scheidslijn nog kan bereiken. Vooral wie een geliefde verloren heeft zal aan dit gedeelte behoefte hebben. Laat ik het boek hier eens zelf aan het woord: 'Wat is nu de essentie van het contact tussen de levenden op aarde en de gestorvenen in de geestelijke wereld? Het antwoord daarop is dat levenden en gestorvenen in de wisselwerking met elkaar geestelijke krachten en inzichten kunnen ontwikkelen die hoge geestelijke wezens in staat stellen de menselijke ontwikkeling op aarde verder te brengen.' Naar mijn eigen idee is dat toch een heel boeiende stelling!

06. Kind van de eeuwigheid

Jorde, Kristi

Het waargebeurde verhaal van een kind met uitzonderlijke spirituele gaven.

 


Als Adriana Jorde vier jaar oud is, vernemen haar ouders dat hun dochter autistisch is; Adriana heeft nauwelijks of geen contact met de buitenwereld. Kristi, haar moeder, probeert contact met Adriana te krijgen via een computermethode die autisten in staat stelt te communiceren.


De resultaten zijn verbluffend: niet alleen blijkt Adriana zich wel degelijk bewust te zijn van de wereld om haar heen, bovendien beschikt zij over uitzonderlijke, spirituele gaven. Adriana weet zich haar vorige levens haarscherp te herinneren en ze fungeert als schakel tussen het aardse en het bovennatuurlijke.

Kristi staat versteld van Adriana's unieke kennis en verkrijgt via haar dochter inzicht in een hogere geestelijke wereld. In 'Kind van de eeuwigheid' vertelt zij het verhaal van de bijzondere gaven van haar autistische dochter die, ondanks haar handicap, contact weet te leggen met het bovennatuurlijke. Want Adriana is, zoals zij zelf zegt, 'een teacher, een healer en een schepper – zoals wij allemaal'.

'Kind van de eeuwigheid' is een boek over mysteries – over het mysterie van de liefde, het mysterie van menselijke relaties en het mysterie van een werkelijkheid die groter is dan die van alledag.

 

 

 Oorspronkelijke titel: A child of Eternity

Uitgeverij BZZTôH, ’s Gravenhage 1996

ISBN: 90 5501 233 5

07. Ongewenst bezoek - Roelof Tichelaar


Een spirituele visie op bezetenheid en bevrijding


Sinds de intrede van de moderne psychiatrie is het bestaan van demonische bezetenheid en beïnvloeding steeds meer als achterhaald beschouwd. Het past volgens velen niet meer bij de huidige denkwijze.
Ook binnen een groot aantal kerken heeft zich een dergelijke verschuiving voorgedaan: mensen die verschijnselen vertonen die sterk doen denken aan bezetenheid, zoals in de bijbel omschreven, worden als vanzelfsprekend doorverwezen naar de psychiatrie.


Roelof Tichelaar laat onder andere aan de hand van voorbeelden zien, dat demonische bezetenheid nog steeds bestaat, maar dat een goed onderscheidingsvermogen noodzakelijk is.


De huidige ontkenning, zo stelt hij, is slechts een reactie op het verloren gaan van de spirituele kennis van het oorspronkelijke christendom.


Op heldere en eenvoudige wijze maakt hij zichtbaar en voelbaar dat deze spirituele kennis op veel vragen een antwoord geeft en dat dit een adequate behandeling van bezetenheid mogelijk maakt.
De lage geestenwereld gaat dikwijls schuil achter een masker van psychische gestoordheid, wat catastrofale gevolgen kan hebben voor de slachtoffers. De tijd breekt aan dat deze negatieve krachten ontmaskerd zullen worden.


Door praktijkvoorbeelden en de spirituele leer van het christendom met een volledige behandelmethode te combineren, vormt dit boek een uitstekende handreiking om bezetenheid en demonische beïnvloeding te onderkennen en te bestrijden. Daarnaast worden de visies van de kerken en de psychiatrie belicht.
Dit boek vormt een pleidooi om de kennis van de psychiatrie met de spirituele leer te verbinden, zodat zij elkaar kunnen aanvullen in plaats van bestrijden.

 

158 blz.

ISBN  90-202-8257-3

(Uitgeverij Ankh Hermes)

08. De Kracht van Christus in ons - Roelof Tichelaar


Bescherming tegen ongewenste invloeden.


Het leven op aarde is doordrenkt van tegenstellingen. Licht en donker en goed en kwaad zijn in een voortdurende strijd met elkaar verwikkeld. De grens tussen goed en kwaad loopt dwars door ons eigen hart. Maar diezelfde lijn loopt door de geestelijke wereld. In die geestenwereld speelt zich een immense strijd af tussen de engelen van God en de geesten van Satan, de gevallen engel die oorspronkelijk de naam "Lucifer" ("Lichtdrager") droeg. Het kwaad op aarde verbergt zich achter steeds meer gewelddadigheid en psychische ziekten. Juist in deze tijd waarin de aartsengel Michael versterkt werkzaam is om alles wat verborgen is aan het licht te brengen, wordt het kwaad ontmaskerd zodat zijn ware wezen zichtbaar en herkenbaar wordt.

Centraal in dit boek staat Christus die de duisternis door zijn leven en sterven overwonnen heeft. Door zijn Geest op te nemen in ons hart, vinden wij de oorspronkelijke toestand van innerlijke rust weer terug. De weg van bewustwording, het staan in onze oerkracht, het durven stellen van grenzen, geloofskracht en het rusten in de staat van genade zijn de instrumenten waarmee de Christusgeest een revolutie van liefde in ons teweeg wil brengen. 

 

124 blz.

ISBN  90-202-8334-0

 Website van de auteur: Roelof Tichelaar.

09. Hoe wij God kunnen ervaren

Chopra, Deepak

 

De van oorsprong uit India afkomstige auteur zou 'spiritueel filosoof' genoemd kunnen worden. Zijn 'filosofie van de eenheid' is noch specifiek hindoeïstisch, noch specifiek christelijk, maar leunt wel sterk tegen het 'vedanta-denken' aan: God en mens zijn ten diepste één.

In zeven stappen leidt Deepak Chopra ons naar de hoogste geestelijke dimensie, waarin we God ervaren als de diepste bron van zelfinzicht. Het is niet alleen inspirerend, het geeft ook een solide wetenschappelijke onderbouwing van spiritualiteit. Chopra legt op een verbluffend heldere, relevante manier verbanden tussen psychologie, neurologie, natuur- en godsdienstwetenschappen. Dit boek wordt regelmatig als referentie gebruikt bij de onderwerpen die tijdens de groepsmeditaties aan bod komen. Het is - zoals veel van Deepaks boeken - een uiterst praktisch bruikbaar boek en bevat veel van de laatste ontwikkelingen die Deepak in zijn seminars

Uitgeverij: Servire - ISBN 90-215-8510-3

10. Johannes de Ingewijde, esoterisch Bijbellezen

Hans Stolp

 

Johannes, de apostel van de liefde, is 'de geliefde leerling' van Jezus. Samen met Maria Magdalena is hij het die het geheim van de Meester kent. De andere leerlingen verstaan slechts uiterlijk, maar Maria Magdalena en Johannes begrijpen met hun hart, zij weten. Johannes is dan ook een ingewijde: hij is door Jezus zelf ingewijd, en wel in de volle openbaarheid. Dat laatste, die openbaarheid, is volstrekt uniek en in wezen een revolutionaire daad: tot aan de tijd van Johannes werden alle inwijdingen in het geheim voltrokken. Johannes is de eerste die niet naar een mysterieschool of inwijdingsplaats gaat om de weg van de inwijding te gaan; hij wordt door het leven zelf ingewijd. Het gewone leven vormt het lesmateriaal voor die weg van zuivering en verlichting. En het is met name de Christuskracht in Jezus, die Johannes aanraakt en voortstuwt op zijn inwijdingsweg.


Geen wonder, dat juist Johannes later in al zijn geschriften beschrijft hoe ook wij, gevormd door de ervaringen van alledag, die weg van inwijding kunnen gaan. En hoe op die weg het Christusbewustzijn in ons tot leven komt. Vooral in zijn zo beroemde Evangelie van Johannes wordt deze weg voor de moderne mens beschreven.


Johannes en Maria Magdalena, eeuwenlang bleven zij op de achtergrond: andere leerlingen van de Meester trokken veel meer de aandacht. Petrus bijvoorbeeld, op wie de Rooms-katholieke kerk gebouwd is. Of Paulus, aan wie vooral protestanten zich oriënteren. Maar na het Petrinisch en het Paulinisch christendom is nu de tijd van het Johanneïsch christendom aangebroken. Eindelijk treedt Johannes uit de schaduwen van het verleden naar voren om met zijn diepzinnige boodschap een nieuwe vorm van christendom (ook wel het esoterisch christendom genoemd) te inspireren. Johannes en Maria Magdalena, zij zijn de boodschappers van het nieuwe, Johanneïsch christendom dat in onze dagen geboren wordt.

ISBN-nummer: 90-202-8202-6

11. Enkele boeken van Paulo Coelho

 

 

De alchemist

 

De Andalusische schaapherder Santiago koestert van jongs af aan maar één wens: reizen, alle hoeken van de wereld onderzoeken en dan eindelijk te weten komen hoe die in elkaar zit.


Zijn dromen over een verborgen schat zetten hem aan tot een queeste. Na vele omzwervingen ontmoet hij in Egypte de alchemist. Deze beschikt niet alleen over grote spirituele wijsheid, hij kent ook de diepten van het hart waarin de laatste waarheden over onszelf verscholen liggen. Als nomaden dolen wij schijnbaar verloren door een eindeloze woestijn om ten slotte die plek te bereiken waar ook ons hart zich bevindt.

Paulo Coelho is een mondiaal fenomeen. Zijn werk gaat in miljoenen exemplaren over de toonbank en is in meer dan dertig talen vertaald. Van 'De alchemist' zijn wereldwijd al rond 6 miljoen exemplaren verkocht.

"Van de Latijns-Amerikaanse schrijvers wordt alleen Gabriel Garcia Marquez meer gelezen dan Paulo Coelho." - The Economist

"'De alchemist' is een hedendaagse versie van 'De kleine prins'. Een magistraal eenvoudig boek." - Miload Pavic
"Paulo Coelho kent het geheim van de literaire alchemie." - Kenzaburo Oë

 ISBN: 9029508981

 

 

Elf minuten

 

De jonge Braziliaanse Maria, werkzaam als verkoopster in een stoffenwinkel, verlangt koortsachtig naar het grote avontuur en de grote liefde. Wanneer ze zichzelf trakteert op een week vakantie in Rio de Janeiro ontmoet ze op het strand van Copacabana een Zwitser die haar voorstelt danseres te worden in een nachtclub te Genève. Maar wat zij als een sprookje voor zich ziet, blijkt in werkelijkheid iets heel anders.

Maria komt terecht in de prostitutie: zonder schaamte, omdat ze haar geest leert zich niet te beklagen over wat haar lichaam doet en omdat ze zichzelf niet toestaat verliefd te worden. Ook de prostitutie is uiteindelijk een vak als ieder ander, met regels, werktijden en vrije dagen. Maar seks blijft voor haar, net als de liefde, iets raadselachtigs. Dat verandert wanneer ze een jonge schilder ontmoet die haar in verwarring brengt, want ook al is hij net zo verloren als zij, hij weet de taal van het hart te spreken.

Om de sacrale kant van de seksualiteit te kunnen ontdekken, zal Maria zich eerst met zichzelf moeten verzoenen. Paulo Coelho beschrijft stap voor stap de initiatie van een jonge prostituee, een weg die bewijst dat seksuele vrijheid zo haar grenzen kent. Ware seksuele vrijheid kan slechts bereikt worden door een romantische terugkeer naar de waarden van hart en ziel.


Paulo Coelho (1947) ontving voor zijn gehele oeuvre in 1999 de Crystal Award van het World Economic Forum. In 2002 werd hem de eer gegund toe te treden tot de rijen der `onsterfelijken¿ van de Academia Brasileira de Letras, een instituut dat in Brazilië hetzelfde aanzien geniet als de Académie Française in Frankrijk. De Arbeiderspers publiceerde eerder van hem De pelgrimstocht naar Santiago, De alchemist, Aan de oever van de Piedra huilde ik, De Vijfde Berg, Veronika besluit te sterven, De duivel en het meisje en De strijders van het licht.

ISBN: 9029509767

 

Veronika besluit te sterven

 

Veronika leidt ogenschijnlijk een heel normaal leven. Toch ontbreekt er iets fundamenteels aan haar leven, reden waarom ze op een ochtend besluit te sterven door een overdosis slaappillen in te nemen. De zelfmoordpoging mislukt en ze komt terecht in een psychiatrische kliniek, waar men haar laat weten dat ze nog maar korte tijd te leven heeft omdat haar hart ernstig is verzwakt door de hoeveelheid pillen die ze heeft geslikt. Na een aantal dagen op de intensive care moet ze zich langzaam gaan aanpassen aan het leven in de kliniek en leert ze enkele medepatiënten beter kennen, onder wie de depressieve Zedka en de schizofrene Eduard. En ondertussen komt Veronika langzamerhand bij zinnen en ontdekt ze wat haar werkelijke, diepere verlangens zijn.


In deze roman heeft Paulo Coelho zijn eigen ervaringen in de psychiatrie verwerkt. In de jaren zestig dwongen zijn ouders, die zijn 'anders-zijn' interpreteerden als 'gestoord-zijn', hem tot driemaal tot zich te laten opnemen in een psychiatrische kliniek in Rio de Janeiro.


" [...] een sprankelende roman, waarin lichtvoetigheid, levenslust en doodsdrift op een ongecompliceerde wijze zijn samengebracht." Geassocieerde Pers Diensten


"[...] een pleidooi voor een ongeremde levenslust." Weekend Knack


"Een herkenbaar verhaal over levenslust in het gezicht van de dood." Der Spiegel


'Veronika besluit te sterven' is een afdaling in de wereld van waanzin, doodsverlangen en de emoties die daarmee samenhangen. Maar het is ook een gedachterijke en troostvolle roman, die uitmondt in een ode aan het leven.

ISBN: 9029509686

 

Aan de oever van de Piedra huilde ik

 

Tijdens een reis van een week door de Pyreneeën ontmoet Pilar, een studente uit Barcelona, een jeugdvriend van wie zij altijd is blijven houden. Deze vriend koestert gelijke gevoelens voor haar, maar zijn probleem is dat hij op het punt staat zich tot priester te laten wijden.


Via deze aangrijpende liefdesgeschiedenis toont Coelho ons de vrouwelijke kant van God. Dit prachtige boek werpt een ander licht op de kracht van de liefde en de ervaring van het spirituele

ISBN: 9041330933

 

De duivel en het meisje

 

Een dorpsgemeenschap verdeeld door hebzucht, lafheid en angst. Een man achtervolgd door een verleden vol pijn en verdriet. Een meisje op zoek naar geluk. Een oude vrouw ziet de duivel arriveren... De nieuwe roman van Paulo Coelho is een meeslepende geschiedenis waarin de menselijke integriteit zwaar op de proef wordt gesteld. Met De duivel en het meisje besluit ik de trilogie 'Op de zevende dag'... De andere delen daarvan zijn 'Aan de oever van de Piedra huilde ik' en 'Veronika besluit te sterven'. De drie boeken behandelen een week uit het leven van gewone mensen die zich plotseling geconfronteerd zien met liefde, dood en macht. Mijn opvatting is altijd geweest dat ingrijpende veranderingen, in het individu evenzeer als in de samenleving, zich voltrekken in zeer korte tijd. Wanneer we er het minst op bedacht zijn, plaatst het leven ons voor een uitdaging door onze moed en veranderingsgezindheid op de proef te stellen. Op zo'n moment kunnen we onmogelijk doen alsof er niets aan de hand is, of aankomen met de smoes dat we er nog niet klaar voor zijn. Paulo Coelho in het voorwoord van 'De duivel en het meisje' Het kleine Viscos, een door tijd en wereld vergeten gehucht hoog in de bergen, wordt het toneel van een verontrustende veldslag wanneer zich daar een vreemdeling meldt. De komst van deze mysterieuze man heeft tot gevolg dat het dorp betrokken raakt bij een listig spel, dat onuitwisbare sporen zal achterlaten in het leven van de inwoners. Hij komt uit een ver land en wil voor zichzelf het antwoord vinden op de vraag die hem kwelt: is de mens in diepste wezen goed of slecht? In 'De duivel en het meisje' wordt de integriteit van de dorpsbewoners zwaar op de proef gesteld.

ISBN: 9029509759

 

 De strijders van het licht

 

Een onmisbare aanvulling op het werk van Paulo Coelho.


133 wijsheden verzameld door Paulo Coelho. Deze notities doen denken aan de 81 gedichten in de Tao-te-king van Lao-tse, de Chinese wijsgeer. Een lichtstrijder stelt zich geheel in dienst van het wonderbaarlijke leven. En zijn gedrag is dat van een zoekende. Voor Paulo Coelho is zelfonderzoek de sleutel tot het vinden van geluk.

ISBN: 9029509724

12. De wereld van Merlijn

Deepak Chopra

 

 

Uit Hoofdstuk 1: 

Waarom tovenaars nodig zijn.

 

Dertig jaar lang heb ik over de wijsheid van tovenaars nagedacht. Ik ben naar Glastonbury en West-Engeland getrokken, heb de Tor beklommen en heb de heuvel gezien waar Arthur en zijn ridders - naar men zegt ­liggen te slapen. Maar wat me in de tovenaarswereld blijft boeien, is iets mystieker: de behoefte aan trans­formatie. Elk jaar heb ik het gevoel dat deze kennis in onze tijd harder nodig is dan ooit. Als volwassene is het mijn beroep om te praten en te schrijven over hoe men­sen volledige vrijheid en voldoening kunnen bereiken. Pas sinds kon weet ik ook dat ik het dan over alchemie heb. .

Uiteindelijk besloot ik dit onderwerp op een heel op­windende manier te benaderen, namelijk via een van de prachtigste relaties die ooit zijn opgetekend: die tus­sen Merlijn en Arthur in de kristalgrot. In dit boek vind je de kristalgrot terug als een bevoorrecht oord in het mensenhart. De grot is de veilige vluchthaven waar een wijze stem geen angst kent en de drukte van de buiten­wereld niet doordringt. In de kristalgrot heeft altijd een tovenaar gezeten, en dat zal altijd zo blijven - ga maar naar binnen en luister.

Moderne mensen leven in die tovenaarswereld net als vroegere generaties. Joseph Campbell, die ons zoveel over mythologie heeft geleerd, zei: iemand die op een straathoek staat te wachten tot het licht op groen springt, staat te wachten om een wereld van heldenda­den en legenden te betreden. We zien het alleen niet. We steken over zonder op het zwaard in de steen te let­ten dat naast de stoeprand staat. De reis naar het won­derbaarlijke begint hier. Nu is het beste moment voor vertrek. Het pad van de tovenaar bestaat niet in de tijd ­het is overal en nergens. Het is van iedereen en niemand. Dit boek leert je iets opeisen wat allang van jou is. Zoals de eerste zin van de eerste les luidt:

 

In ons allen is een tovenaar aanwezig.

Die tovenaar ziet en weet alles.

 

Dat is de enige zin van dit boek die je in goed vertrou­wen van me moet aannemen. Als je de tovenaar in je eenmaal ontdekt, gaat het leerproces vanzelf. Jarenlang is dit spontane leren de kern van mijn eigen dagelijkse leven geweest: waakzaam zijn en wachten op wat de in­nerlijke gids te zeggen heeft. Geen andere manier van leren is zo fascinerend. Ik heb Merlijn horen spreken in lachende mensen op een vliegveld, in fluisterende bo­men bij een wandeling naar het strand, zelfs op de tele­visie. Als je ervoor open staat, kan een busstation de kristalgrot worden.

Waarom hebben we het pad van de tovenaar nodig? Om ons uit het saaie alledaagse te verheffen en het soort betekenisrijkdom te bereiken dat we graag aan mythes toekennen maar in feite onder handbereik heb­ben - hier en nu. Leven betekent het recht krijgen om alles te zeggen wat je wilt, te zijn wie je bent en te doen wat je wilt. Camelot symboliseerde dit soort vrijheid. Daarom kijken we met zoveel melancholie en bewon­dering op Camelot terug. Sindsdien is het leven altijd moeilijk geweest.

Een leerling ging ooit naar een meester en vroeg: Waarom voel ik me zo opgekropt van binnen alsof ik wil schreeuwen?' De meester keek hem aan en ant­woordde: 'Omdat iedereen zich zo voelt:

leder van ons wil groeien in liefde en creativiteit en onze spirituele aard verkennen. Toch schieten we vaak tekort. We sluiten ons in onze eigen gevangenis op. Sommige mensen hebben echter de grenzen overschre­den die het leven zo beperken. Luister maar naar de Perzische dichter Rumi, die zegt: 'Jij bent de onbe­perkte geest die in beperkingen gevangen zit zoals de zon in een eclips’:

Dat is de stem van een tovenaar die niet aanvaardt dat mensen in tijd en ruimte beperkt zijn. Onze zonsver­duistering is tijdelijk. Een tovenaar leert ons de tove­naar in ons eigen innerlijk te vinden. Vind je die inner­lijke gids, dan vind je jezelf. Het zelf is een altijd schijnende zon die wel verduisterd kan worden, maar als de schaduw eenmaal voorbij is, schijnt hij weer in al zijn glorie.

ISBN 90 225 3328 X

13. Pauls Ontwaken

Frederik van Eeden

 

Zo beschreef Frederik van Eeden, dichterschrijver, arts, denker en parapsychologisch onderzoeker het sterfbed van zijn zoon Paul:

Paul lag, zoo als een stervende ligt, met halfgesloten ogen en open mond met neergezakte onderkaak. Maar toen hij dat gezegd had: “nu moest het komen” en ik hem ried te gaan slapen, toen deed hij juist als een die gaat ontwaken. Hij hief het hoofd wat op, sloot den mond en vouwde langzaam, met de uiterste zorg, in een laatste inspanning, de lange uitgeteerde handen in elkaar. Toen knikte hij enige malen, blijde toestemmend.

Hij hoorde iets, dat niet voor ons hoorbaar was, en het was een heuglijk bericht – hij knikte blij. En toen deed hij de ogen wijd, wijd open, en zijn lippen prevelden een gebed. Toen zag hij iets, iets onbeschrijflijk schoons en heerlijks.

Dat was onloochenbaar te zien aan zijn verheerlijkte, extatische gelaatsuitdrukking, aan zijn wonderbaar verrukte blik. En zo bleef hij. Doodstil. De ademhaling hield op, als hield hij de adem in.

Ik wachtte op een convulsie, de doodssnik. Nooit had ik iemand zonder convulsie zien sterven, zonder geluid, zonder kramp. Maar Paul bleef doodstil, de mond gesloten, de handen gevouwen, de wijd open ogen stralend van geluk. En zo bleef hij, zo liet hij zijn lijf bij ons achter. De ogen lieten zich niet sluiten, de uitdrukking van verheerlijking bleef, zolang wij hem gezien hebben. De glans uit de ogen stierf eerst langzaam weg, zoals het licht na zonsondergang.

Wij konden niet droevig zijn en rouw bedrijven. Wij hadden het allen gezien, hoe zijn wens vervuld was en de Goede God hem tot zich genomen had. De termen zijn van geen belang, wij hadden het feit gezien. Wij hadden gezien hoe hij uit zijn lichaam was verlost, intact en gaaf van ziel, als een tere vlinder, uit de dorre cocon. Hij was niet bewusteloos geweest, hij was in vol besef over gegleden uit deze ruimtelijke zinnewereld in een nieuw en heerlijk bestaan, waarin hij ook hoorde en zag, schoonheden voor ons verborgen. Wij hadden gezien dat hij niet insliep maar ontwaakte.

Wij konden niet droevig zijn, er was een plechtige vrede in ons hart, de glans van zijn verheerlijking was op ons teruggestraald.

14. ELISABETHS DOCHTER.
Marianne Fredriksson

Fragment: (Erica over haar grootmoeder)

Het eerste wat ze me leerde was om niet te luisteren naar de woorden van de mensen. In plaats daarvan moest ik hun gezicht aflezen.
Veel mensen kwamen haar thuis opzoeken, omdat ze pijnlijke benen hadden, of de klierziekte, of bloedingen. Ze genas hen, zei men. Maar zij zei dat ze zichzelf genazen door in haar te geloven.
Als ze weer weg waren oefende ze mij in het herinneren van de uitdrukking van hun gezicht wanneer ze praatten of jammerden...

... ze slaapwandelde en het duurde niet lang voor ik dat ook ging doen. Het kwam voor dat we elkaar in die verwilderde tuin van haar tegenkwamen bij het schijnsel van de maan. Maar we praten nooit met elkaar als dat gebeurde. We bevonden ons tenslotte ieder in onze eigen droom...

.. En dan had je dat met het weer. Soms zat ik op een wolkenloze en rustige dag op de berg, wanneer ik geprik in mijn armen voelde. Dan rende ik naar oma en riep dat we al heel gauw onweer zouden krijgen. "Dat voelde ik al", zei ze dan...

15. De alchemist
Paulo Coelho


Dit stukje beschrijft hoe de jonge herder in een oase zijn tweelingziel voor het eerst ontmoet.

Ten slotte daagde een meisje op dat niet in het zwart gekleed was. Ze droeg een kruik op haar schouder en had een sluier om haar hoofd, maar haar gezicht was onbedekt. De jongen stond op om haar te vragen naar de alchemist.

Op hetzelfde moment was het alsof de tijd stilstond en de ziel van de wereld zich met geweld openbaarde aan de jongen. Toen hij haar zwarte ogen zag, haar lippen die aarzelden tussen een glimlach en stilte, begreep hij het belangrijkste en meest wijze deel van de taal die de wereld sprak en die alle mensen van de wereld in hun hart konden verstaan. En dat deel heette liefde, een gevoel dat ouder was dan de mensen en de woestijn, en dat desondanks altijd weer met onveranderlijke kracht de kop opstak waar twee blikken elkaar kruisten, zoals die twee daar bij de waterput. Haar lippen besloten ten slotte te glimlachen, en dat was een teken, het teken waarop hij zonder het te weten zo lang gewacht had, dat hij had gezocht bij de schapen en in de boeken, in het kristal en de stilte van de woestijn.

Daar was de zuiverste taal van de wereld, zonder enige uitleg, want het heelal had geen uitleg nodig om zijn weg door de eindeloze ruimte voort te zetten. Alles wat de jongen op dat moment begreep, was dat hij tegenover de vrouw van zijn leven stond, en voor haar zou ongetwijfeld hetzelfde gelden. Hij wist dit zekerder dan wat ook ter wereld, ook al hadden zijn ouders en de ouders van zijn ouders altijd gezegd dat je elkaar eerst goed moest leren kennen en genoeg geld bij elkaar moest sparen voor je ging trouwen. Wie zoiets zei had waarschijnlijk nooit kennis gemaakt met de universele taal, want als je je daarin verdiept, begrijp je al gauw dat er op iedereen iemand wacht, waar ook ter wereld, midden in de woestijn of in een grote stad. En wanneer die twee mensen elkaar tegenkomen en hun blikken elkaar kruisen, verliezen verleden en toekomst ieder belang en bestaan alleen dat ene moment en die onvoorstelbare zekerheid dat alles onder de zon geschreven is door dezelfde hand. De hand die de liefde wekt en die een tweelingziel gemaakt heeft voor iedereen die werkt, uitrust en schatten zoekt onder de zon. Want zonder liefde zouden de dromen van de mensheid geen enkele zin hebben. ...

.. En de jongen bleef lange tijd op de rand van de put zitten, en hij begreep dat de levant [1] ooit het parfum van het meisje in zijn gezicht gewaaid had, en dat hij haar al had liefgehad nog voor hij van haar bestaan wist, en dat hij door zijn liefde voor haar alle schatten van de wereld zou vinden.



[1] woestijnwind



16. Als de dood vroeg komt
Hans Stolp

Ik wil even stilstaan bij wat geloof nu eigenlijk is. Waarom gaat het eigenlijk in geloof? Om een houding van vertrouwen en overgave aan alles wat in het leven (en in de dood) op ons afkomt.

Dit vertrouwen en die overgave vindt zijn basis in het weten, dat God het is die deze wereld en onze toekomst draagt. Wij volwassenen hebben dit weten onderbouwd met een logisch samenhangend systeem van geloofsuitspraken, een dogmatiek en een geloofsleer, waardoor dat weten ondersteuning vindt op een voor een volwassene begrijpelijke wijze. Die geloofsleer komt niet zomaar uit de lucht vallen maar is een reflectie op de omgang tussen God en mens, zoals die in de bijbel zijn neerslag heeft gekregen.

De geloofsleer is dus een visie op God, de wereld en de mens, is een systematische weergave daarvan.

De 'geloofsleer' en het 'geloof' zelf zijn niet identiek met elkaar, ook al worden ze vaak met elkaar verward. De geloofsleer is een soort schatkamer, waarin de geloofswaarheden van enkelingen en generaties van alle eeuwen voor ons als een soort geloofsschatten zijn samengebracht.

Hoe laat zich nu het verschil tussen deze geloofsleer en het geloof zelf onder woorden brengen?

Het is ermee als met de aarde en een plant die daarop groeit. De aarde is niet de plant zelf, wel draagt zij de plant en voedt deze. Dat kan ook de kracht van de geloofsleer zijn: dat zij het geloof van de enkeling voedt en draagt. Gevoed door diezelfde aarde krijgt elke plant zijn eigen vorm, zijn eigen bloei, zijn eigen kleur. De één is niet meer dan de ander, waar het om gaat is dat zij in eigenheid groeien, bloeien en tot ontwikkeling komen, - een kind op een kinderlijke manier, een volwassene op volwassen manier.

De geloofsleer heeft dus altijd een dienend en voedend karakter: niet om haarzelf gaat het, maar om haar voedsel en dragende kracht, die het zaad van het geloof van de enkeling doet ontkiemen en tot wasdom brengt.

Het gebeurt echter, dat de geloofsleer niet zozeer gezien wordt als dienend, maar als doel. Dan is het massief geworden aarde, die zich heeft verdicht tot beton: als het zaad van het geloof er op valt, dan wordt het wel gedragen, maar niet gevoed. Het zaad sterft maar het ontkiemt niet, want beton kan nimmer zoals de aarde de kiemplaats van planten zijn...

.. Zowel in het verleden als ook nu worden die twee, geloof en geloofsleer, vaak verward. Werd en wordt het accent méér gelegd op een betrouwbare weergave van de geloofsleer dan op datgene, waartoe die leer ons brengen wil: tot ontspannen en vreugdevolle mensen, die leven in het licht, omdat ze geloven kunnen dat ze Gods kinderen zijn.

17. Mijn kind is anders

Henri de Vidal de St. Germain

 

Nawoord.

Het trappenhuis is vol van gedachten en herinneringen.

Voor mijn geestesoog verschijnen de deuren die ik zo goed ken. Deuren die ik heb geopend. Deuren die ik zacht en andere deuren die ik met kracht heb gesloten. Deuren die ik beter dicht had kunnen laten en deuren die nog openstaan, omdat ik vergat ze te sluiten.

Een kind neemt me bij de hand en brengt me naar buiten. We lopen door een weiland, waar lammetjes dartelen in de zon. De wind draagt geuren aan van zomerbloemen. Het kind wijst naar een gele bloem waarom een klein zwart torretje rondkruipt. Uit het hoge gras langs de sloot klinkt het gekwaak van kikkers. Zon en wind dansen een ballet op de spiegel van het water. Zwaluwen trekken ijle bogen in een azuren koepel. De weg voert naar een bos met dikke oude bomen. Het mos is zacht en veert onder de voeten. Het kind laat me stilstaan bij een oude knoestige boomstam en wijst naar een holte onderin de boom, waar een kabouter naar binnen gaat. Voor mijn voeten knabbelt een konijntje aan een blad. Vanaf een tak boven mij kijkt een eekhoorn mij nieuwsgierig aan.

Er trekken landschappen voorbij: heide, duinen, zandvalleien.. De beelden vervagen en vloeien over in een trappenhuis. Rondom mij zijn deuren. Ze zijn open en voor elke deuropening staat een kind, met een opgeheven vinger tegen de lippen.

In de tastbare stilte leeft het woordloze: de verwondering van het kind.

18. Strijders van het Licht
Paulo Coelho

 

'Ik ben een strijder, geen wijs man,' zei Paulo Coelho tegen Juan Arias in het als boek verschenen lange interview De bekentenissen van een pelgrim. In De strijders van het licht verzamelde hij honderd drieëndertig levenswijsheden. Een lichtstrijder stelt zich volledig in dienst van het wonderbaarlijke leven. En zijn gedrag is dat van een zoekende. Voor Coelho is zelfonderzoek een sleutel tot het vinden van geluk. In ieder van ons verschuilt zich een strijder van het licht, die weet dat hij kan vechten voor zijn dromen.

De inleiding:

'Op het strand aan de andere kant van het dorp kun je een eiland zien liggen waar een reusachtige kerk op staat met een heleboel klokken,' zei de vrouw.

Ze droeg rare kleren vond de jongen, en dan ook nog een sluier die haar haren verborg. Hij had haar nooit eerder ontmoet.

'Heb je die kerk ooit gezien?' vroeg ze. 'Ga eens kijken en kom me vertellen wat je ervan vindt.'

 

Onder de indruk van de schoonheid van de vrouw ging de jongen naar de aangegeven plek. Hij ging op het strand zitten en keek in de verte, maar zag hetzelfde als altijd: de blauwe hemel en de oceaan.

Teleurgesteld liep hij naar een vissersplaatsje vlakbij en vroeg of ze iets wisten van een eiland met een kerk.

'Ja, heel lang geleden hebben mijn grootouders er gewoond,' zei een oude man. 'Tijdens een aard­beving is het eiland in zee verdwenen. Maar ook al is het eiland niet meer te zien, de klokken kun je nog horen. Als de stroming ze heen en weer be­weegt.'

De jongen keerde terug naar het strand en deed zijn best om de klokken te horen. Hij wachtte de hele middag, hoorde de golven ruisen, de meeuwen krijsen, maar verder niets.

Toen het begon te schemeren, kwamen zijn ouders hem halen. De volgende ochtend keerde hij terug naar het strand. Hij kon niet geloven dat zo'n mooie vrouw leugens vertelde. Als ze op een dag weerkeerde, zou hij kunnen zeggen dat hij het eiland helaas niet had gezien, maar wél de klokken had gehoord die door de beweging van het water waren gaan luiden.

Zo gingen er vele maanden voorbij. De vrouw keerde niet weer, en het joch dacht niet meer aan haar. Maar wel dacht hij voortdurend aan de kerk. Hij was er ondertussen van overtuigd dat er in de kerk een schat verborgen lag. Als hij de klokken zou horen, zou hij weten waar de kerk lag en de schat kunnen bergen.

 

School kon hem niet langer boeien, ook zijn vrien­denclubje niet. De andere kinderen staken voort­durend de draak met hem en zeiden: 'Hij is niet meer zoals wij, hij gaat liever naar de zee zitten kij­ken, en spelen wil hij niet meer omdat hij bang is van ons te verliezen.'

En ze lachten wanneer ze de jongen op het strand zagen zitten.

Hij hoorde de oude klokken weliswaar niet, maar terwijl hij daar zat, leerde hij allerlei nieuwe dingen. Het viel hem op dat hoe langer hij daar zat, hoe minder hij door het ruisen van de golven werd afgeleid. Een tijdje later was hij ook gewend aan het krijsen van de meeuwen, aan het zoemen van de bijen en aan het klapperen van de palmbladeren.

 

Een halfjaar na zijn gesprek met de vrouw was geen enkel geluid nog in staat om hem uit zijn con­centratie te halen, en tóch lukte het hem maar niet om de klokken van de gezonken kerk te horen.

De vissers die steeds weer met hem kwamen praten, hielden vol. 'Wij horen ze wel!' zeiden ze.

Maar het jongetje hoorde ze niet.

Een tijd later zeiden de vissers iets anders: 'Je bent wel heel erg bezig met die klokken daarbene­den. Vergeet die dingen nou maar en ga weer spelen met je vriendjes. Misschien zijn wij, vissers, de enigen die ze kunnen horen.'

 

Bijna een jaar later zei de jongen tegen zichzelf: 'Misschien hebben die mannen wel gelijk. Ik kan beter maar eerst groot worden, visser worden en dan iedere dag hierheen gaan, want ik ben van dit strand gaan houden.' En ook: 'Misschien is het maar een legende, en zijn de klokken bij de aardbe­ving kapotgegaan en zullen ze nooit meer luiden.'

Die middag besloot hij terug te keren naar huis.

Hij liep naar de oceaan om afscheid te nemen.

Hij keek nog eens om zich heen, naar de natuur rondom, en nu hij niet langer geobsedeerd werd door de klokken, glimlachte hij toen hij het mooie gezang van de meeuwen hoorde, en het ruisen van de zee en het klapperen van de palmbladeren. In de verte klonken de stemmen van zijn vriendjes. Hij was blij dat hij straks weer, net als vroeger, met hen zou kunnen spelen.

De jongen was tevreden en - op een manier waarop alleen kinderen dat kunnen zijn - dank­baar dat hij leefde. Hij wist dat hij zijn tijd niet had verspild. Hij had immers geleerd de Natuur te zien en was ervan gaan houden.

Toen, omdat hij naar de zee luisterde, naar de meeuwen, de bladeren van de palmbomen en de stemmen van zijn spelende vriendjes, hoorde hij ook de eerste klok.

En nog een en nog een. Alle klokken van de ge­zonken kerk luidden en hij voelde zich immens gelukkig worden.

 

Jaren later keerde hij - ondertussen volwassen ge­worden - terug naar het dorp van zijn kinderjaren. Of er een schat op de bodem van de zee lag interes­seerde hem niet meer. Vermoedelijk was dat idee toch maar een product van zijn fantasie, de gezon­ken klokken had hij na die ene middag lang geleden nooit meer gehoord. Toch besloot hij tot een wan­delingetje over het strand, om het geluid van de wind en het gekrijs van de meeuwen te horen.

Groot was zijn verbazing toen hij de vrouw die hem van het eiland en de kerk had verteld, op het strand zag zitten.

'Wat doet u hier?' vroeg hij.

'Op jou wachten,' antwoordde zij.

Ook al waren er sindsdien vele jaren verstreken, de vrouw was niets veranderd en de sluier die haar haar verborg, was nog even fel van kleur.

Ze reikte hem een schriftje aan met een blauwe kaft.

'Schrijf op: een strijder van het licht heeft een bijzondere verering voor de ogen van een kind, omdat ze de wereld kunnen zien zonder enige bit­terheid. Wanneer een strijder van het licht wil we­ten of een naaste zijn vertrouwen waard is, pro­beert hij hem te zien door de ogen van een kind.'

'Wat is een strijder van het licht?'

'Dat weet je wel,' antwoordde zij met een glim­lach. 'Het is iemand die in staat is om het wonder van het leven te begrijpen, om tot het einde te strij­den voor iets waarin hij gelooft, en - dan - de klok­ken te horen die diep in de zee door de stroming gestreeld worden.'

Hij had zichzelf nooit als een strijder van het licht gezien. De vrouw bleek zijn gedachten te raden: 'Iedereen kan het. En niemand ziet zichzelf als strijder van het licht, hoewel iedereen het is.'

Hij keek naar het schrift, naar de lege bladzij­den. De vrouw glimlachte opnieuw.

'Schrijf,' zei ze.

19. Luister alsjeblieft!
  Harm Wagenmakers en Hans Stolp.

 

Luister alsjeblieft !
Hans Stolp & Harm Wagenmakers

 

Inleiding van Harm.

 

Wat het luisterend oor herkent

 

Lieve mensen,

Als je naar iemand luistert die jou wil vertellen wat er in hem of haar omgaat, luister dan met een open verbinding naar je hart.

Je kunt namelijk ook luisteren in afgesloten­heid.

Dat is luisteren met je verstand.

Als je op deze manier luistert, dan hoor je wel­licht argwaan, angst en onzekerheid in de stem van de ander.

En op dát moment vestigt er zich een oordeel in je hoofd, en ben je eigenlijk al niet meer in staat om echt te luisteren.

Als je hart niet openstaat, dan kun je niet luis­teren naar wat een ander je werkelijk zegt.

Je hoort hem of haar praten, maar je verstand heeft je gevoel geblokkeerd.

Daardoor ben je in feite gefocust op dat wat je denkt te zullen horen.

Je vult het zelf al voor een deel in.

De ander probeert je iets uit te leggen, maar jij denkt al snel precies te weten wat de ander je wil zeggen. Jouw vóóroordeel wordt helaas jouw waarheid.

Maar alle emoties die je hoort, of denkt te horen, in de stem van de ander, zijn in feite reflecterende spiegels van jouw eigen onderlig­gende emoties.

Wanneer je argwaan meent te beluisteren, is dat een reflectie van jouw eigen achterdocht.

Wanneer je angst meent te horen, is dat een reflectie van jouw eigen angst.

Bemerk je onzekerheid in de stem van de ander, dan voel je op dat moment ook jouw eigen onzekerheid.

Echter, wanneer je in staat bent je eigen angst en onzekerheid naar de achtergrond te verplaat­sen en naar de ander te luisteren in een open ver­binding… van hart tot hart, dan kan het zijn dat je eerder een zekere onmacht in de stem van de ander beluistert, en de behoefte om deze on­macht te overwinnen.

Wanneer je die wilskracht kunt voelen onder zijn of haar stem, dan is dat doordat er een be­paalde vreugde in jouzélf loskomt.

Het is de vreugde van de herkenning!

Ook jij hebt die wilskracht in je!

En dán, op het moment van herkenning, ont­staat de vonk van innerlijke verbinding tussen jou en de ander. Dan ben je er wérkelijk voor hem of haar.

En op dát moment help je de ander ook wer­kelijk.

Je voelt je niet langer onmachtig.

Je luistert. .. en je voelt. . . Je begrijpt. . . want je hebt eens, ooit hetzelfde gevoeld dezelfde emoties ondergaan ... Ooit, op een bepaald moment in je leven ...

De ander voelt dat jij precies begrijpt wat hij of zij bedoelt.

Niets hoeft er nader verklaard en uitgelegd te worden.

Je hoeft er alleen te ZIJN ... en te luisteren.

Meer niet.

Er is geen afgeslotenheid meer tussen jou en de ander. Geen angst en geen onzekerheid. Er is louter de open verbinding tussen jullie beiden

 

En het gevoel dat het zo goed is.

 

20. Meesters Van Het Verre Oosten - Spalding, B.T.

 

 

De meesters van het Verre Oosten behoort tot de meest uitzonderlijke en meest inspirerende boeken op geestelijk gebied, die in de twintigste eeuw verschenen. Het vertelt van de ontmoeting van de schrijver en zijn metgezellen, tijdens een expeditie, aan het eind van de vorige eeuw, met de 'Meesters van het Himalayagebergte'. Deze Meesters - of Siddha's - maken de leden van de expeditie deelgenoot van hun bijzondere ervaringen en vermogens (siddhi's), die door buitenstaanders als bovennatuurlijk en onmogelijk worden beschouwd.


Dit boek geeft de ervaringen en waarnemingen weer van de leden van deze expeditie en bevat tevens de lessen van deze Meesters, die getuigen van een grote wijsheid en een diep religieus inzicht. De Meesters nemen aan, dat Boeddha de weg naar het Licht wijst, maar zij stellen duidelijk op de voorgrond, dat Christus het Licht is, of wel een staat van bewustzijn, waarnaar wij allen streven - namelijk het Christusbewustzijn. Dit boek levert een belangrijke bijdrage aan de verspreiding van de unieke wijsheid, die de Meesters van het Himalaya-gebergte ons te bieden hebben.

 

Uitgever: SIRIUS EN SIDERIUS

ISBN: 9064410488

 

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

Top 100 NL