Citaten en Gedachten.

enkele fragmenten uit gedichten van
HENRIËTTE ROLAND HOLST
 
Dit éne weten wij en aan dit één
Houden wij ons vast in de duistre uren:
Er is een woord dat eeuwiglijk zal duren
En wie ’t verstaat die is niet meer alleen.
----------
Ik werd geboren met een aard die sterk
van zelf gaat naar de kern van alle zaken
maar veel stond tussen mij in en mijn werk.
Groeiende, heb ik dat op zij gezet;
het werd al lichter, alle duisters braken
en ik zag liefde als de levenswet.
-----------
De zachte krachten zullen zeker winnen
in ’t eind -- dit hoor ik als een innig fluistren
in mij: zoo ’t zweeg zou alle licht verduistren
alle warmte zou verstarren van binnen.

De samenstoot van werkelijk diep voelende, daadkrachtige en door innig begrijpen verenigde mensen zal genoeg zijn om overal de in grote massa opgestuwde kracht vrij te maken en het universele willen in daad te ver­anderen.
Maar deze mensen moeten een aantal zeldzame eigenschappen hebben, zoals die reeds aangeduid zijn.
Zij moeten vrijheid van geest hebben, geduld om te willen begrijpen, hun hartstochten kunnen beheersen, moed en oorspronkelijkheid bezitten. Zij moeten belangrijk zijn en daadkrachtig, initiatief tonen en van een gloeiende liefde vervuld zijn. Het dringen en gisten dat de gehele mensheid beweegt, moeten zij sterker in zich voelen dan anderen.
De drijvende kracht die van een hogere bron afkomstig is, moet zich in hen duidelijker dan in de doorsneemensen openbaren.

Frederik van Eeden.

 

Ik ben het geluk.

 

Ik ben het geluk, maar ge kunt mij niet grijpen en organiseren noch bevelen, niet bedwelmen, noch vangen.

Hoog ben ik, licht, onvermengd en helder en stroom naar ieder mensenhart uit.

Het pure leven, ontdaan van denken, menen, voorstelling, reden en vragen naar waarom.

Ik ken geen waarom en antwoord alleen maar met mijn tegenwoor­digheid, verscholen in uw hart.

Ge behoeft mij niet te begrijpen en als ge vraagt: zijt ge voor mij gekomen, dan antwoord ik: Ja, voor u, altijd voor u.

Geloof mij toch, herken mij.

Misschien kom ik van heel ver en ben voor u onverstaanbaar als een vreemde, omdat ik kom uit 'in de beginne' het allereerste van het leven, dat als een onbereikbaar punt is in uw herinnering. Want ik ben altijd bij u geweest, ook vóór uw herinnering.

Ik ben de pure smaak van het leven zonder bitterheid, niet wrang en zonder enig lijden.

Ik weet wel waar doorheen ge waadt en wat ge er voor over hebt mij te aanschouwen en de uwe te noemen, alles hebt ge er voor over ofschoon uw voeten zijn geschonden en de tocht soms zwaar was, maar ik ben balsem voor uw voeten en voor de gebroken en vertrapte harten.

Ik, uw geluk, ik zie u aan en herken het stralen van uw ogen. Er is geen oordeel in deze vreugde en geen enkele nagedachte. Heb daarom geen wroeging en wend u oprecht tot mij.

Want ik, uw geluk, kan u ontslaan uit boeien van schuld en noden, van angst en dreiging en dood.

Ik, het geluk, ben uw ware, echte leven, uw weg en uw waarheid. Zie, en herken mij en ge hebt u zelf gevonden.

Ook moogt ge geen naam aan mij verbinden, geen enkele naam. Want welk een naam ge mij ook zou geven: ik ben het geluk.

 

Bron: De Hermiet – Barend van der Meer.

 

 

GOD KENNEN

 

God wordt niet volledig gekend wanneer hij enkel "gekend" wordt met het verstand. Hij wordt het best gekend door ons wanneer Hij bezit neemt van heel ons zijn en ons met Zichzelf verenigt. Dan kennen we Hem niet als een idee maar voorbij aan alle ideeën, in een liefdescontact, in een ervaring van Wie Hij is, in een realiseren dat Hij en alleen Hij ons leven is en dat we zonder Hem niets zijn. Het is onze vreugde om niets te zijn, en te weten dat Hij alles is.

Uit: Thomas Merton: "Bread In The Wilderness", Liturgical Press, Collegeville, MN 1971

 

 

 

"Hoe kan ik oprecht zijn, als ik mijn innerlijk leven voortdurend verander om het in overeenstemming te brengen met de schaduw van wat ik meen dat anderen van mij verwachten? Anderen hebben geen recht om van mij te verlangen dat ik iets anders ben, dan wat ik moet zijn in Gods ogen. Er kan van een mens niets groters gevraagd worden. Dit is het enige wat God van mij verwacht, het enige wat ik moet doen. Maar het is ook het enige waarvan niemand verwacht dat ik het zal doen. Men wenst dat ik zou zijn zoals men me ziet: een verlengstuk van henzelf. Zij beseffen niet dat door volkomen mezelf te zijn, mijn leven als een aanvulling en een voleinding is van hun leven. Als ik enkel leef als hun schaduw, zal ik alleen maar dienen om hen te herinneren aan hun eigen onvolkomenheid. Als ik alleen maar word zoals anderen mij denken, dan zal God tot mij moeten zeggen: 'Ik ken u niet' ! "

Thomas Merton (1915-1968)

 

De hemel houdt lang stand
en ook de aarde blijft bestaan.
Wat is het geheim van hun duurzaamheid?
Houden zij zo lang stand, omdat ze geen eigenbelang kennen?

Een wijs mens wil daarom achteraan staan.
Hij vindt zichzelf vooraan terug.
Een wijs mens kent geen eigenbelang.
Hij weet zichzelf verbonden met alles.

Door niet uit eigenbelang te handelen bereik je vervulling.

Bron: Tekens van Leven
 

 

Wiens geest niet meer in het ondoorgrondelijke wortelt
moet leven vanuit de oorspronkelijkheid van zijn hart
wie die oorspronkelijkheid heeft verloren
moet leven vanuit de liefde
wie niet meer vol liefde kan leven
moet tenminste rechtvaardig handelen
wie zelfs dat niet meer kan
moet zich door zeden en gewoonten laten leiden
het afhankelijk worden van de heersende moraal
is echter de onderste trede der zedelijkheid
en duidt reeds op verval
wie dan nog meent
door zijn verstand te ontwikkelen
zijn hart te kunnen vervangen
is een dwaas
bedenk daarom
de ware mens
volgt een innerlijke wet
en geen uiterlijk gebod
hij drinkt uit de bron
en niet van het water
dat afvalstoffen met zich voert,
hij zoekt steeds de oorsprong

Lao Tse

 

Bron: Heilige tekst van Paul van Vliet in 'het Vermoeden' van 14/10/2007

 

 

Het is altijd de Wending van de Geest, de innerlijke ommekeer, die nódig is! Want alleen hij, die het onreine water uit de zielenvijver van zijn naaste niet veracht, maar daarvan drinkend, zegt: “Hoe heerlijk smaakt dit Water!” ontwaart het goddelijke, ook waar het verontreinigd en verloochend is. En alleen hij, die al het onkruid, dat zijn naaste groeien liet, niet wrokkend wil vernietigen, maar bijeen pakt als een ruiker van verrukkelijke bloemen, ziet het goddelijk in de verdorvenheid geopenbaard. En alleen hij, die ook in de mislukte vrucht de eeuwigheid van Leven in de Stof waardeert, is zelf een waardig drager van de Geest. Zo zal alleen de mens, die door de Metanoia (Omkering van de Geest ) werd herboren, deze wereld en de mensen zien – niet met de ogen van een mens, maar zoals God ze ziet.   (Bron: Sprokenwijsheid - J.W. Kaiser )

 

 

De vos werd stil en keek het prinsje lang aan:

- Alsjeblieft. . . wil je me tam maken? zei hij.

- Ja dat wil ik wel, antwoordde de kleine prins, maar

veel tijd heb ik niet. Ik moet vrienden ontdekken allerlei dingen leren kennen.

- Alleen de dingen die je tam maakt, leer je kennen, zei de vos.
De mensen hebben geen tijd meer iets te leren kennen.
Ze kopen dingen klaar in winkels.
Maar doordat er geen winkels zijn die vrienden verkopen, hebben de mensen geen vrienden meer.
Als je een vriend wilt, maak mij dan tam!

- Wat moet ik dan doen? zei het prinsje.

- Je moet véél geduld hebben, antwoordde de vos.

 

Uit: De kleine Prins – Antoine de Saint-Exupéry

 

 

 

Mensen worden zacht en soepel geboren;

dood, zijn ze verstijfd en hard.

Planten worden teer en buigzaam geboren;

dood, zijn ze koud en verdord.

Daarom, wie strak is en onbuigzaam,

is een volgeling van de dood.

Wie zacht is en meegaand,

is een volgeling van het leven.

Wie verkrampt is en verhard,

zal worden gebroken.

Wie zacht is en soepel,

zal zegevieren.

 

Lao Tzu, uit Tao-te-Ching



De band die uw echte familie
samenbindt is er niet een van bloed,

maar van eerbied en vreugde

aan elkanders leven.

 

Zelden groeien

leden van één familie

op onder hetzelfde

dak.

 

Richard Bach



De ganse Christelijke religie ligt hierin besloten  dat wij ons zelf leren kennen, wat wij zijn, vanwaar wij zijn gekomen, hoe wij uit de enigheid in de on­enigheid, boosheid en ongerechtigheid zijn ingegaan; hoe wij deze in ons hebben verwekt;

ten tweede, dat wij in de enigheid zijn geweest, toen wij kinderen Gods waren;

ten derde, hoe wij nu in de onenigheid zijn, in de strijd en de weerzin;

ten vierde, waar wij heen reizen uit dit verbroken wezen, waar wij met de Onsterfelijke heen willen en dan ook met het sterfe­lijke.

Met deze vier punten is onze ganse religie te leren, opdat wij uit de onenigheid en ijdelheid komen en weer in één boom, waaruit wij allen in Adam gesproten zijn, ingaan, en die boom is Christus in ons.

Wij mogen om niets strijden; hebben ook geen strijd.

Een ieder toch lere zich zelf te oefenen hoe hij wederom in de liefde Gods en die van zijn broeders in moge gaan.

 

 Jacob Boehme

 

Toen nu de tijd gekomen was dat de ware held uit het paradijs weerkeerde, als kind der jonkvrouw geboren, toen keerde de strijd der drie principes weder. Want toen werd Hij weer voor de boom der verzoeking gesteld. En Hij moest nu de harde strijd voor de boom der verzoeking en de verzoeking der drie principes doorstaan, iets wat voor de eerste Adam niet mogelijk was. Toen duurde de strijd weer veertig dagen en veertig nachten, zo lang als de strijd met Adam in het paradijs geduurd heeft, geen uur langer. Toen heeft de held overwonnen.
 
D. P. 105
Jacob Boehme – Leven in de eenvoud van Christus





Want God heeft ons niet geschapen om zelf iemand te zijn,

maar om te dienen als werktuig zijner wonderen,

waardoor Hij zijn wonderen zelf wil openbaren.

De gelaten wil vertrouwt God en hoopt al het goede van Hem,

maar de eigenwil regeert zichzelf, want hij heeft zich van God losgebroken.

Alles wat de eigenwil doet is zonde tegen God.

Want hij is uit de ordening, waarin God hem geschapen heeft,

uitgegaan in ongehoorzaamheid en wil een eigen heer zijn.

Wanneer de eigenwil afsterft naar het op zichzelf gericht zijn,

dan is hij van de zonde vrij.

Want dit juist is het geloof in de mens,

dat hij afsterft naar het op zichzelf gericht zijn als een zelfzuchtige begeerte

en dat hij zijn begeerte in al zijn beginnen en voornemen in Gods wil invoert

en zich niet beroemt op eigen daden,

maar zich in al zijn doen slechts als Gods knecht en dienaar beschouwt,

beden­kende dat hij alles wat hij doet en van plan is, voor God doet.

 

Jacob Boehme



Neem het licht uit mijn ogen:

toch kan ik je zien,

sluit mijn oren: toch kan ik je horen,

zonder voeten kan ik je tegemoet treden,

zonder mond kan ik je bezweren.

 

Breek mijn armen af, ik omvat je

met mijn hart, als met een hand,

sluit mijn hart en mijn brein zal kloppen,

ontsteek je vuur in mijn brein,

dan zal ik je in mijn bloed dragen.

 

Rainer Maria Rilke (1875-1926)

 

We hebben de wereld te groot gemaakt
daar hebben we veel mee bedorven
te veel van het levende dood gemaakt
toen is in ons zelf iets gestorven.
 
Toon Hermans.


 

Waarom te turen naar de wolkenzomen,
De verten te doorpeilen naar Zijn komen?
Hij, die gij zoekt uw ganse levensduur,
Heeft lang reeds van uw hart bezit genomen!

J.J. van Geuns

 

Eigenlijk geloof ik niets,
en twijfel aan alles, zelfs aan U.

Maar soms, wanneer ik denk
dat Gij waarachtig leeft,
dan denk ik, dat Gij Liefde zijt, en eenzaam,
en dat, in dezelfde wanhoop, Gij mij zoekt
zoals ik U.
- Gerard Reve -
 
 

In onze geest, innerlijk moeten we in staat zijn het woord los te maken van de beleving en moeten we ten enenmale vermijden dat het woord zich mengt in, en een rol speelt in de rechtstreekse beleving van het gevoel; het gevoel wat feitelijk voorhanden is. Als je eenmaal zo ver bent gegaan en zo diep hierin bent doorgedrongen, zul je ontdekken dat in het onbewuste, in de duistere uithoeken van de geest een gevoel begraven ligt van volslagen eenzaamheid, van isolement, en dat is de fundamentele oorzaak van angst. Maar hier kom je nooit aan voorbij als je het uit de weg gaat, als je het ontloopt, als je er niet in afdaalt zonder er een naam aan te geven. Onze geest moet oog in oog komen te staan met het feit van volledige innerlijke eenzaamheid en zichzelf niet toestaan iets aan dat feit te veranderen. Dat uitzonderlijke iets dat eenzaamheid heet is het diepste wezen van het zelf, het "ik", met al zijn pesterijtjes, al zijn slimmigheden, zijn plaatsvervangende trucs, met zijn sluier van woorden waarin de geest gevangen raakt. Pas wanneer de menselijke geest in staat is aan die uiteindelijke eenzaamheid te ontstijgen meldt zich vrijheid- de absolute vrijheid van angst. Alleen dan kom je zelfstandig te weten wat werkelijkheid is, die onmetelijke energiebron die geen begin kent en geen einde. Zolang de geest echter in termen van tijd zijn eigen angsten verwekt, is hij niet in staat tot inzicht in datgene wat tijdloos is.   
KRISHNAMURTI

 
 

Je bent niet de olie, niet de lucht - je bent slechts het verbrandingspunt, het brandpunt, waarin het licht geboren wordt.

Je bent niets dan de lens in de lichtstroom. Je kunt ont­vangen, geven en bezitten - zoals de lens het licht ontvangt, geeft en bezit, meer niet.

Zoek je jezelf, je eigen "recht", dan verhinder je de ontmoeting van olie en lucht in de vlam, beroof je de lens van haar doorschijnendheid.

Heiligheid - licht zijn of in het licht zijn, zelf niets meer zijn, zodat het licht geboren kan worden, zelf niets meer zijn, zodat het geconcentreerd en verspreid kan worden.

 

Je zult het leven kennen, en door het leven erkend wor­den, naar de maat van je doorschijnendheid - d. i. naar de maat van je vermogen om te verdwijnen als doel en alleen middel te blijven.
-------------------
 

Slechts dát vertellen wat van betekenis is voor anderen. Alleen vragen naar dat wat je weten wilt. In beide gevallen beperkt tot datgene wat werkelijk het eigendom van de spreker is. - Alleen discussiëren om een resultaat te bereiken. Alleen "hardop denken" met degenen voor wie dat zin heeft. Alleen dan small talk de tijd en de stilte laten vullen, als het kan dienen tot brug voor het onuitgesprokene tussen twee gelijkgestemden. Een goed dieet voor hen die de waarheid ervaren hebben van de woorden: "Voor ieder ijdel woord dat ge gesproken hebt ". Maar in het gezelschapsleven nauwelijks populair. 

Dag Hammarskjöld – Merkstenen

  

"Als je een schip wilt bouwen, trommel dan geen mensen bij elkaar om voor hout te zorgen, orders te geven en het werk in te delen, maar roep in hen het verlangen wakker naar de uitgestrekte, eindeloze zee."
Antoine de Saint-Exupéry

 

Er was er eens een wolk die zwaar was van regen. Toch durfde de wolk het water niet los te laten. Hij was bang dat hij zijn vorm zou verliezen. Boeddha stelde de wolk gerust. Hij zei: "Een wolk zijn is heerlijk, maar een regenbui zijn is ook heerlijk!"

Thich Nath Hanh

 
De ware hemel, waar God in woont, is overal op alle plaatsen, ook midden in de aarde.
Hij omvat de hel, waar de duivelen wonen en er is niets buiten God.
Want daar, waar Hij geweest is voor de schepping der wereld, daar is Hij nog,
als in zichzelve, en is Zelf het Wezen aller wezens.
Alles is uit Hem geboren en getuigt van Hem.
En Hij heet daarom God, wijl Hij alleen is het Goede, het Hart of het Beste,
namelijk het licht en de kracht, waaruit de natuur voortkomt.

Bron: Uren met Jacob Boehme.



*Een boek is een spiegel, als het een aap is die erin kijkt, kan er geen apostel uit terugkijken.
*Wanneer een boek en een hoofd met elkaar in botsing komen en je hoort een hol geluid, ligt dat dan altijd aan het boek?
(
Lichtenberg, geciteerd in Vrij Nederland, 27-02-1999)


De weg is lang, steil, gevaarlijk en moeilijk. Bij elke stap is een hinder­laag, om elke hoek een valkuil. Duizend zichtbare of onzichtbare vijan­den zullen u belagen, in hun sluwheid verschrikkelijk tegenover uw on­wetendheid, in hun kracht formidabel tegenover uw zwakte. En als gij ze met pijn en moeite hebt verslagen, dringen andere duizenden naar voren om hun plaatsen in te nemen. De hel zal haar horden uitspuwen om u te bestrijden en te omringen, te verwonden en te bedreigen; de hemel zal u tegemoet treden met zijn meedogenloze beproevingen en zijn koude heldere verloocheningen.
Gij zult uzelf alleen vinden in uw zielensmart, de demonen furieus op uw pad, de goden boven u onwillig. Oud en krachtig, wreed, onbe­dwongen en dicht opeen en ontelbaar zijn de donkere en vreesaanjagen­de krachten die profiteren van de nacht en de onwetendheid. Ze zijn on­veranderlijk vijandig. . . Ongetwijfeld is er hulp, zelfs al schijnt die niet meer aanwezig, maar er is nog steeds de uiterlijke schijn van een totale nacht, zonder zonsopgang en zonder een ster van hoop om in de duister­nis te behagen.
SRI AUROBINDO, Het Uur van God

                                                                              

'Er bevindt zich niets in de wereld dat u kunt bezitten, want alles ontglipt u en hoe meer eigendommen u verwerft des te leger het wordt bij u van binnen. Mijn stem klinkt niet buiten u, zij klinkt binnenin u. Uw ogen zien mij niet buiten u, maar binnenin u. De mensen om u heen ervaart u niet buiten u, maar binnenin u. Tracht hen dan niet buiten u te bereiken, maar keer naar binnen en ontmoet hen daar en word gelijk aan hen. Pas als u dit beseft zult u daadwerkelijk één kunnen zijn. En als u mij vraagt "Waar blijf ík dan als ik één ben met alles en iedereen?" dan antwoord ik dat u precies daar zult zijn waar u zichzelf vindt als één zijnde met alles en iedereen. U zult dan dat ik zijn dat alles en iedereen is, u zult zijn die u bent: alles en iedereen.
Reik naar binnen, want daar vindt u wat u buiten ziet afgebeeld. U kunt geen mooi landschap bezitten, ook niet als u de eigendomsrechten verwerft en er een muur omheen plaatst, want dat landschap zal met muur en al buiten u blijven. Hoe groter uw land en hoe hoger uw muren, hoe kleiner u behuisd bent, want des te meer reikt u vergeefs naar buiten om te kunnen bezitten wat u reeds van binnen heeft. Breek dus uw muren af, geef uw land weg, reinig uw verlangen en probeer te beseffen dat alles zich binnenin u bevindt en dat u slechts de binnenwaarts leidende wegen moet vinden om te ontdekken dat het landschap uw eigendom wordt als u erin verdwijnt. En wees niet bang dat u, uw bewustzijn als mens, zal verliezen in het landschap. In plaats daarvan zult u er in geboren worden, zoals een druppel, die verdwijnt in de oceaan, zichzelf daarmee weliswaar als druppel verliest, maar herboren wordt als de oceaan zelf.' 

Uit de Geheime Bruiloft - Karel Wellinghoff

 

Wanneer je op de weg van het ontwaken door het rijk der geesten trekt, zul je langzamerhand gaan inzien dat het slechts gedachten zijn die je plotseling met je ogen kunt zien. Dat is de reden waarom ze je zo vreemd voorkomen, als geestverschijningen; want de taal der vormen is anders dan de taal van het brein.

Gustav Meyrinck

 

 

 

De gedachte manifesteert zich in het woord,
het woord manifesteert zich in de daad,
de daad ontwikkelt zich tot een gewoonte,
en de gewoonte verhardt zich tot een karakter.

Sla dus acht op de gedachte en waar ze u brengt,
en laat haar voortkomen uit liefde
ontstaan uit begaan zijn met alle wezens.
Zoals de schaduw het lichaam volgt,
zo worden wij wat we denken.


boeddhisme

 

 

Waarom,daarom......

Waarom gaat de lamp uit?
Ik bescherm hem met mijn jas
om hem af te schermen tegen de storm.
Daarom gaat de lamp uit.


Waarom verwelkt de bloem?
Ik druk haar aan mijn borst
in angstige liefde.
Daarom verwelkt de bloem.


Waarom droogt de stroom op?
Ik heb een dam gebouwd,
om het water voor mijzelf te hebben.
Daarom droogt de stroom uit.

 

R. Tagore

 

 

DE GROTE AANROEP

 

Vanuit het punt van Licht in 't Denken van God

Strome Licht in het denken van de mensen.

Dat Licht op Aarde nederdale!

Vanuit het punt van Liefde in het Hart van God

Strome Liefde in de harten van de mensen.

Moge Christus tot de Aarde wederkeren.

Vanuit het centrum waar Gods Wil gekend wordt

Richte Doel de kleine wil der mensen ­

Het Doel, dat de Meester kent en dient.

Vanuit het centrum dat wij mensheid noemen

Verwezenlijke zich het Plan van Liefde en Licht,

En moge het de deur verzeeg'len waar het kwaad verblijft.

Laat Licht en Liefde en Macht het Plan op Aard' herstellen.

 

"De schoonheid en de kracht van deze Aanroep liggen in zijn eenvoud en in de uitdrukking van zekere fundamentele waarheden, die door alle mensen als vanzelfsprekend worden aangenomen: de waarheid van het bestaan van een oorspronkelijke Intelligentie, Die we vaag met de naam God aanduiden; de waarheid dat achter alle uiterlijke schijn Liefde de drijvende kracht van het heelal is; de waarheid dat een groot Wezen, door de Christenen Christus ge­noemd, op aarde kwam en die Liefde in zich belichaamde en uit­drukte, opdat wij zouden kunnen begrijpen; de waarheid dat zowel liefde als intelligentie de resultaten zijn van dat wat de Wil Gods wordt genoemd, en ten slotte de vanzelfsprekende waarheid dat het goddelijke plan zich slechts door de mensheid zelf kan verwezen­lijken. "

 

ALICE A. BAILEY.

 

Bron: Telepathie en het etherisch lichaam. 

 

 

 

 

Mijn hart springt op wanneer
Een regenboog de hemel tooit:
Zo bleek toen ik op aarde kwam;
Zo zie ik het ook nu als man;
Zo wil ik het als oude heer,
Of ik ging beter dood!
Het Kind is vader van de Man;
En ik verlang dat dag in dag
Natuurlijk vroom vervloeien mag.

 

(William Wordsworth)



GOD RIJPT

 

Zelfs wanneer we elke diepte zouden afwijzen:
wanneer een gebergte goud bevat
dat niemand nog opgraven wil,
zal eens de rivier het aan het daglicht brengen
die in de stilte der stenen binnendringt,
de krachtige.

Ook wanneer wij niet willen:
God rijpt.

 

RAINER MARIA RILKE

 

 

De aarde zit boordevol hemel
en elke struik, hoe gewoon ook,
staat in lichterlaaie van God.
Maar enkel hij die het ziet
doet zijn schoenen uit.
De rest zit er omheen
en plukt bramen.

 

ELIZABETH BARRETT BROWNING (1806-61)
BRANDEND BRAAMBOS



HET GODDELIJK VUUR IN ONSZELF ONTSTEKEN

Wie God nadert zal in het begin hard moeten vechten en veel lijden; maar daarna valt hem een onuitsprekelijke vreugde ten beurt. Je kunt het vergelijken met iemand die een vuur wil aansteken. Aanvankelijk slaat de rook die persoon op de adem en schieten zijn ogen vol tranen; totdat hij zijn doel bereikt. Zoals geschreven staat: "Onze God is een verterend vuur" (Hebr. 12:24), zo moeten ook wij het goddelijke vuur in onszelf ontsteken door tranen en hard werken.

 AMMA SYNCLETICA: Deze "woestijnmoeder" stond in de traditie van de woestijnvaders, de eerste christelijke kluizenaars die in de 4e en 5e eeuw in de woestijnen van Egypte leefden.

 

De mensen zouden niet zo veel moeten nadenken over wat ze moeten doen; ze zouden veel meer moeten nadenken over wat zij zijn. Zouden zij goed zijn en zou hun levenswijze goed zijn, dan zouden zij licht uitstralen, en dan zou er een heerlijk licht uitgaan van al hun werken. Als je rechtvaardig bent, dan is ook wat je doet rechtvaardig. Denk niet dat je heiligheid kunt grondvesten op daden; veeleer groeit heiligheid uit de grond van je hele wezen. Want niet de daden heiligen ons, maar wij moeten de daden heiligen.

ECKHART

 

 

Niets staat de kennis van God zozeer in de weg als tijd en ruimte,

want tijd en ruimte zijn fragmenten, terwijl God één is!

En daarom, als de ziel God wil kennen,

moet zij hem boven de tijd uit en buiten de ruimte kennen;

want God is niet dit nóch dat,

aangezien dit gemanifesteerde dingen zijn.

God is één.

 

Eckhart

 

 

                                                                                                  

 

'Ik had de blijmoedige overtuiging, dat doofheid en blindheid niet een wezenlijk deel van mijn bestaan waren, omdat ze immers op geen enkele wijze een wezenlijk deel waren van mijn onster­felijke geest.'

Helen Keiler in Midstream, haar autobiografie.

                                                                 

Wij willen zó gestreeld worden, dat wij grote smaak en zoetheid en lust in onszelf vinden; dan denken wij dat het helemaal in orde is met ons. Maar dit is nog ver verwijderd van het volkomen leven. Want wanneer God ons in een hard leven trekken wil - dat is: in een ontberen en ontledigen van het eigene in geest en natuur - en Hij ons zijn troost en zoetheid onttrekt, dan is het ons wond en pijnlijk en kunnen wij ons daarin niet schikken. Dan vergeten wij God, verwaarlozen onze oefening en wanen ons totaal verloren. Dat is een groot gebrek en een kwaad teken. Want een waarlijk liefhebbend mens heeft God of het eeuwige goed even lief in hebben als in ontberen, in zoet als in zuur, in lief als in leed.
anoniem mystiek geschrift eind 14de eeuw.

 

                                                                                                   

 

De broederschap van hen die het merkteken van de pijn dragen.

 

Wie behoren tot deze broederschap? Zij die uit ervaring weten wat fysieke pijn en lichamelijk lijden betekenen, horen bij elkaar; zij zijn wereldwijd verenigd door een onzichtbare band. Ieder voor zich kennen zij de nachtmerries van pijn en lijden waaraan een mens kan zijn blootgesteld, en ieder voor zich kennen zij het verlangen om vrij van pijn te zijn. Wie verlost is van zijn pijn moet niet denken dat hij nu vrij is en zijn leven naar believen kan voortzetten zoals het was, zonder herinnering aan het verleden. Hij is nu een man 'wiens ogen geopend zijn' ten aanzien van pijn en angst; hij moet helpen deze twee vijanden te overwinnen en anderen de bevrijding te brengen die hij zelf heeft ervaren.

Albert Schweitzer

                                                                                                   

 

God wordt niet volledig gekend wanneer hij enkel "gekend" wordt met het verstand. Hij wordt het best gekend door ons wanneer Hij bezit neemt van heel ons zijn en ons met Zichzelf verenigt. Dan kennen we Hem niet als een idee maar voorbij aan alle ideeën, in een liefdescontact, in een ervaring van Wie Hij is, in een realiseren dat Hij en alleen Hij ons leven is en dat we zonder Hem niets zijn. Het is onze vreugde om niets te zijn, en te weten dat Hij alles is.

Thomas Merton

 

Wanneer ge iemand ziet weeklagen van ellende, hetzij om een kind dat ver weg is, hetzij omdat hij zijn bezittingen verloren heeft, laat u dan niet meeslepen door uw verbeelding over dit gebeuren en denk niet dat de rampspoed die hem treft buiten hemzelf ligt en houd u terstond voor ogen dat hij niet gekweld wordt door datgene wat er gebeurd is (want iemand anders wordt er juist niet door gekweld), maar door zijn houding tegenover het gebeurde. Aarzel echter niet om, voorzover het woorden betreft, met hem te doen te hebben en wanneer het nodig is, met hem te weeklagen; doch waak ervoor dat u van binnen niet met hem meeklaagt.
epictetus

Wat men passend vindt, wordt meestal bepaald door heersende meningen. Neem een vader; het is voorgeschreven voor hem te zorgen, hem in alles te gehoorzamen en het te dulden dat hij scheldt en slaat. 'Maar hij is een slechte vader,' antwoordt ge. Ge werd toch niet door de natuur bij een goede vader geplaatst, maar bij een vader. 'Mijn broeder doet mij onrecht,' zegt ge. Welnu dan, let op uw eigen houding ten opzichte van hem. Let niet op wat hij doet, maar draag er zorg voor dat uw houding in overeenstemming is met uw Natuur. Want een ander zal u niet kwetsen indien ge het niet wilt. Alleen dan zult ge gekwetst zijn, indien ge meent gekwetst te worden. En indien ge het tot een gewoonte maakt om op uw meningen toe te kijken, zult ge ontdekken wat ge kunt verwachten van uw naaste, uw medeburger en uw gouverneur.
epictetus

VLAM IN DE DIEPSTE DIEPTE VAN ONS HART

 

In onmetelijke diepte,
in de totale duisternis
van de Grot,
daar brandt een Vlam,
een eenzame Vlam!
Zal ooit iemand het geheim verklappen
dat die Vlam verborgen houdt
in haar hart?
Enkel die mens kan dit geheim ontdekken -
een geheim dat hij nooit kan delen met anderen -
die, wanneer hij die Vlam is binnengegaan
en erdoor verzwolgen is
van dat moment af aan
enkel nog Vlam is!

 

UIT DE UPANISHAD


 

God in de realiteit te vinden of te kennen, door welke uiterlijke bewijzen, of door wat dan ook, behalve dan door God zelf, die zich aan u open­baart en van zich zelf in u getuigenis aflegt, zal u nooit gelukken, noch hier noch hiernamaals. Noch God, noch de hemel, noch de hel, noch de duivel, noch het vlees kunnen in u of door u anders worden gekend dan door hun eigen bestaan en openbaring in u. Iedere voorgegeven kennis over deze dingen, buiten en zonder dit onloochenbare, gevoelige weten van hun geboorte in u, is er slechts een zodanige kennis van als de blinde heeft van het licht, dat hem nooit deelachtig werd.

William Law. 

 

Waak over uw gedachten,
Zij worden uw woorden.
Waak over uw woorden,
Zij worden uw daden.
Waak over uw daden,
Zij worden uw karakter.
Waak over uw karakter,
Dit wordt uw bestemming.

 

Vrij naar Blavatsky 

 

 

 Albert Einstein, Amerikaans wetenschapper, 1879-1955:

 

Is dit universum in zijn miljoenvoudige orde en precisie,

het resultaat van een blind toeval zou zijn,

dan is dat net zo geloofwaardig als

 wanneer  een drukkerij explodeert

en alle druklettertjes weer op de grond terecht komen

in de voltooide en foutloze vorm van het woordenboek


Je kunt op twee manieren tegen het leven aankijken:

ofwel geloof je dat er geen wonderen bestaan,

ofwel geloof je dat alles een wonder is.

 

 

 

Als je een druppel water uit de oceaan neemt en in de palm van je hand houdt, lijkt die druppel in vergelijking met de oceaan uiterst klein.
Maar gooi je dezelfde druppel water weer terug in de oceaan, dan wordt de druppel weer één met de oneindige oceaan.
Als jouw kleinheid als menselijk wezen wordt samengevoegd met de onmetelijke macht van God, word je oneindig en almachtig, je wordt een met God.

 

 

 Het heelal verwart mij: ik kan mij niet voorstellen dat dit uurwerk wel bestaat en er geen uurwerkmaker zou zijn.

 Voltaire, Frans schrijver en filosoof, 1694-1778

 

 

 

 Vandaag, in 'het vermoeden' - bij IKON - kwam de heilige tekst van de gaste uit het dagboek van Etty Hillesum

Daarom heb ik ervoor gekozen om hier vandaag ook enkele citaten uit dat dagboek te plaatsen.

 

28 maart 1942:

Dit verdriet moet je, in jezelf, alle ruimte en onderdak verschaffen die het toekomt

en op die manier zal het verdriet in de wereld misschien verminderen,

als iedereen draagt, eerlijk en loyaal en volwassen draagt wat hem wordt opgelegd.

Maar als je het verdriet niet het eerlijke onderdak verleent,

maar de meeste ruimte openstelt voor haat en wraakgedachten,

waaruit weer nieuw verdriet voor anderen geboren zal worden,

ja dan neemt het verdriet nooit een einde in deze wereld en zal zich steeds vermeerderen.

 

29 maart 1942:

Men moet ondanks de vele mensen, de vele vragen, de veelzijdige studie,

altijd een grote stilte met zich meedragen,

waarin men zich steeds terugtrekken kan, ook temidden van het grootste gewoel en midden in het intensiefste gesprek.
En zeer, zeer bescheiden zijn …. En steeds eenvoudiger worden. …

Niet alleen voor je zelf, in je stille en beste momenten die eenvoud en wijdte in je voelen,

maar ook in je dagelijkse leven, geen sensaties om je heen uitstrooien, niet interessant willen zijn.
De woorden moeten eigenlijk het zwijgen accentueren. …

Het zal dan gaan om de juiste verhouding van woorden en woordeloosheid,

een woordeloosheid, waarin meer gebeurt, dan in alle woorden, die men bij elkaar vinden kan.

In onze geest, innerlijk moeten we in staat zijn het woord los te maken van de beleving

en moeten we ten enenmale vermijden dat het woord zich mengt in,

en een rol speelt in de rechtstreekse beleving van het gevoel;

het gevoel wat feitelijk voorhanden is.

 

 Als je eenmaal zo ver bent gegaan en zo diep hierin bent doorgedrongen,

zul je ontdekken dat in het onbewuste, in de duistere uithoeken van de geest  een gevoel begraven ligt van volslagen eenzaamheid, van isolement, en dat is de fundamentele oorzaak van angst.

 

Maar hier kom je nooit aan voorbij als je het uit de weg gaat,

als je het ontloopt, als je er niet in afdaalt zonder er een naam aan te geven.

Onze geest moet oog in oog komen te staan met het feit van volledige innerlijke eenzaamheid

 en zichzelf niet toestaan iets aan dat feit te veranderen.

 

Dat uitzonderlijke iets dat eenzaamheid heet is het diepste wezen van het zelf, het "ik", met al zijn pesterijtjes,

al zijn slimmigheden, zijn plaatsvervangende trucs,

met zijn sluier van woorden waarin de geest gevangen raakt.

 

Pas wanneer de menselijke geest in staat is aan die uiteindelijke eenzaamheid te ontstijgen

meldt zich vrijheid- de absolute vrijheid van angst.

Alleen dan kom je zelfstandig te weten wat werkelijkheid is,

die onmetelijke energiebron die geen begin kent en geen einde.

 

Zolang de geest echter in termen van tijd zijn eigen angsten verwekt,

is hij niet in staat tot inzicht in datgene wat tijdloos is.

 

Krishnamurti

 

 

Te midden van de diepste stilte spreekt God tot ons zijn Woord. En wel in het reinste en edelste dat de ziel te bieden heeft, in haar wezen. Daar heerst de diepste stilte: schepsel noch beeld vindt er ooit toegang.

Al haar werkzaamheden verricht de ziel door middel van haar krachten; wat zij kent, kent zij door het verstand; wat zij bemint, bemint zij door de wil. En de gevolgen van haar werkzaamheden treden naar buiten door de zintuigen, zoals bijvoorbeeld het zien door de ogen. In het wezen van de ziel vindt echter geen handeling plaats.

 Weliswaar ontspringen de werkzaamheden uit de grond van de ziel, maar de grond zelf is het diepste zwijgen. Hier is slechts ruimte en rust voor Gods woord. Niemand of niets vermag aan de grond van de ziel te raken dan God alleen. Komen de zielenkrachten met de schepselen in contact, dan vormen zij zich daarvan een beeld en gelijkenis, en nemen dit in zich op. Daardoor kennen zij de schepselen. Dieper kan het schepsel niet tot de ziel doordringen.

 

En anderzijds is de ziel slechts op deze wijze in staat zich met de dingen te verenigen. De ziel zelf kan zich van haar wezen geen beeld vormen. Daarom is de ziel niets zo onbekend als zichzelf. Inwendig is zij vrij van elke bemiddeling en alle beelden, en dat is ook de reden waarom God zich zonder meer met de ziel verenigen kan. Dat is de geboorte van Gods Zoon.

 

Op volkomen dezelfde en geen andere wijze baart Hij Zijn Zoon in het wezen van de ziel, spreekt Hij, zonder beeld of gelijkenis, tot ons zijn Woord. Wat wordt vereist van de mens om dit Woord van God in zich op te nemen? Heeft hij zich enige voorstelling van God te maken of aan Hem te denken? Of kan hij beter stil zijn, in rust en zwijgen wachten op Gods spreken en doen?

 

Ik zeg: dit spreken en doen van God worden slechts zij deelachtig die zich zo volkomen het wezen van de deugd hebben eigengemaakt, dat deze zonder hun toedoen uit hen opbloeit. En met name moeten zij een afspiegeling zijn van Christus, die in hen leeft.

 

Zij zullen ervaren dat het beste en heerlijkste waartoe een mens tijdens zijn aards bestaan kan komen, is te zwijgen en God in zich te laten spreken en doen.

 

De mensen zouden minder moeten overdenken, wat ze behoren te doen en meer hoe zij moeten zijn. Als ze maar goed waren, zou hun gedrag naar buiten helder uitstralen. Verwacht niet, dat ge uw verlossing op daden baseren kunt, ze berust op wat ge zijt. De basis, waarop een goed karakter berust, is dezelfde basis, als waarop de waarde van het werk van de mens berust, namelijk op een geest, die zich geheel tot God gekeerd heeft. Waarlijk, als ge zo waart, zoudt ge op een steen kunnen trappen en dit zou een vromer werk zijn, dan wanneer ge alleen maar ten bate van uzelf, het lichaam des Heren zoudt ontvangen en uw geest niet aan alles ont­heven zou zijn.

 

ECKHART

 

 

 "Wanneer ge een weldaad hebt bewezen en een ander heeft haar genoten,  waarom zoudt ge dan nog bovendien, zoals dwazen doen, een derde begeren: als weldoener geprezen te worden of dank te oogsten."
 Marcus Aurelius
 

 

 

 Hoop is de dove die regelmatig hoort dat wij sterven,
maar nooit gehoord heeft van zijn eigen dood
of stilstaat bij zijn eigen einde.
Hebzucht is de blinde die de fouten van anderen haarscherp ziet
en ze van straat tot straat rondbazuint,
zijn blinde ogen nemen echter van zijn eigen fouten niets waar.
De naakte is bang dat hem zijn kleed wordt afgerukt,
maar hoe kun je iemand die naakt is zijn kleed afnemen?
De wereldse mens is behoeftig en dodelijk beangst,
hij bezit niets, toch is hij bang voor dieven.
Naakt kwam hij en naakt gaat hij heen,
maar aldoor is hij doodsbenauwd voor dieven.
Wanneer de dood komt,
is het gejammer niet van de lucht,
terwijl hij zelf in de lach schiet om zijn angst.
Op dat moment weet de rijke dat hij geen goud bezit
en ziet de scherpzinnige
dat zijn talent hem niet toebehoort


Roemi

 

 

 

 Denken.

 

Het denken is het krachtigste middel waarover de mens beschikt, het is de goddelijke vonk die zijn spirituele dimensie bevestigt, die geen barrières of afstanden kent. Met het denken kunnen we in contact komen met hogere werelden en op afstand handelen. Ieder menselijk wezen heeft een eigen vi­bratie die is bepaald door zijn bewustzijnsniveau en mensen en dingen beïnvloedt. Deze vibraties kunnen worden opgevangen door anderen al naar gelang hun ontwikkeling. Het kan gebeuren dat we ons op een bepaal­de manier gedragen zonder dat we het in de gaten hebben, omdat we onbe­wust worden beïnvloed door gelijksoortige energieën van mensen met wie wij in contact staan. Dat is de wet van de resonantie, dezelfde wet die ervoor zorgt dat een stemvork alleen op een toon reageert als die zijn eigen fre­quentie heeft. Als dit niet gebeurt, dan bestaat de toon niet voor de stem­vork, aangezien zij haar niet kan waarnemen. Hetzelfde geldt voor een radio die is afgestemd op de middengolf en alleen maar de middengolf kan ont­vangen, op basis van zijn eigen resonantie.

 

De gedachte heeft nog een ander kenmerk: eenmaal geformuleerd wordt zij in het Heelal losgelaten en overleeft er. De vibraties die wij uitstralen gaan nooit verloren en zij voegen zich bij andere gedachten met gelijksoortige vi­braties: als de gedachten positief zijn, voegen zij zich bij andere positieve ge­dachten. Als zij negatief zijn, voegen zij zich bij andere negatieve gedachten. Het is duidelijk hoe sterk een gedachte op die manier kan worden.

Bovendien bestaat er een 'boemerangeffect' van de gedachte: alles wat van ons uitgaat, komt bij ons terug, uiteraard met een veel groter potentieel door het effect van de toevoegingen. Het belang van het positieve denken is duidelijk: het is angstwekkend om te denken aan onze negatieve gedachten die vermenigvuldigd terugkeren. Dit mechanisme heeft te maken met de wet van het karma, de wet van oorzaak en gevolg, die ook geldt zonder dat men zich ervan bewust is. De moderne wetenschap heeft de weldadige in­vloed van het positieve denken op de menselijke fysiologie reeds bevestigd.

Pia Vercellesi

 

 Citaten uit: De TAO van de Eenvoud.

 

Schud jezelf wakker als je gedachten beneveld of verward zijn. Als je gedach­ten te gespannen zijn, schud ze dan direct van je af. Doe je dat niet, dan is de kans groot dat je op een gegeven moment op hol slaat.

 

Mooi zonnig weer kan ineens veran­deren in een fikse onweersbui; een razende storm kan ineens plaatsmaken voor een heldere maannacht. Het weer verandert voortdurend, maar de hemel blijft hetzelfde. Ook de menselijke geest is in wezen onveranderlijk.

 

Er wordt beweerd dat op het pad van zelfverwerkelijking direct inzicht nood­zakelijk is omdat een mens anders nooit de kracht kan opbrengen het pad te vervolgen. Anderen zeggen dat het meer op doorzettingsvermogen aan­komt. Inzicht is een glanzende edel­steen die demonen zichtbaar maakt. Doorzettingsvermogen is het zwaard van wijsheid dat demonen vernietigt. Beide zijn noodzakelijk.

 

Zien hoe anderen illusies najagen en toch je mond kunnen houden, je op geen enkele wijze laten beïnvloeden door de beledigingen die anderen over je uitstorten, is een houding die altijd vruchten afwerpt en van grenzeloze wijsheid getuigt.

 

Onvoorziene tegenslag versterkt het karakter; het accepteren ervan heeft een heilzame uitwerking op lichaam en geest. Je ertegen verzetten betekent jezelf lichamelijk en geestelijk schade toebrengen.


 

Als planten en bomen het blad laten vallen, beginnen hun wortels uit te lopen. Hoewel de seizoenen bittere koude kunnen brengen, keert de warmte van de zon altijd terug. Ook in tijden van dood en vernietiging speelt de wet van het zich voortdurend vernieuwende leven een hoofdrol. Hierin openbaart zich het hart van hemel en aarde.

 

Als je vlak na een regenbui je oog laat vallen op de kleuren van de bergen, dan ontdek je een landschap van ongekende frisheid en schoonheid. Als je in de stilte van de nacht luistert naar het geluid van een klok, dan is haar klank van een ongelooflijke helderheid.

 

Het beklimmen van een hoge berg maakt het hart ruim; staren in een helder beekje maakt het hoofd koel. Een boek lezen op een regenachtige avond maakt de geest helder; een liedje neuriën boven op een heuvel geeft vleu­gels aan het gevoel.

 

Zonder de wind en de maan, bloemen en bomen, zou er geen schepping zijn; zonder zinnelijke begeerten en harts­tocht zou de geest geen substantie heb­ben. Zolang je de dingen zelf in de hand houdt en er geen slaaf van wordt, zijn verlangens en hartstochten hemelse mechanismen, zijn de zintuigen en het gevoel een onderdeel van de Weg.

 

Probeer je eens voor te stellen hoe je eruitzag voordat je geboren werd en hoe je er na je dood zult uitzien. Duizenden gedachten zullen vanzelf verschrompe­len en plaats maken voor een ongeken­de rust; door dit te doen zul je vanzelf boven gehechtheid uitstijgen en datge­ne ervaren wat aan denken vooraf gaat.

 

Als je gezondheid pas weet te waarderen als je ziek bent geweest, als je pas na een oorlog beseft wat vrede is, ben je niet erg snugger. Je mag jezelf pas ver­standig noemen als je bijtijds inziet dat succes tot een heleboel narigheid kan leiden, dat je angst voor de dood er de oorzaak van is dat je eigenlijk nooit echt leeft.

 

Als de geest niet helder functioneert, zie je een touw wellicht voor een slang aan, de schaduw van een rots voor een sluipende leeuw; alles lijkt dan een voorbode van onheil en gevaar. Als er aan de stroom van gedachten een einde komt, kan zelfs het gewelddadige zacht­aardig worden, het doodgewone verhe­ven; alles om je heen openbaart dan zijn ware aard.

 

Als het lichaam is als een losgemaakte boot, maakt het niet uit of het met de stroom meedrijft of ergens tot stil­stand komt. Als de geest is als hout dat tot as is vergaan, maakt het dan wat uit of mensen je de hemel in prijzen of de grond in boren?

 

Genieten van het luisteren naar het lied van de nachtegaal, geïrriteerd raken als je kikkers hoort kwaken, bloe­men willen kweken als je ze ziet, onkruid willen verwijderen als je het ontdekt: dit zijn typisch menselijke eigenschappen, spontane reacties op hetgeen op het moment wordt gezien of gehoord. Als je uitgaat van de essentiële creatieve vermogens die levende wezens in zich hebben, dan zie je dat ze allemaal op dezelfde wijze spontaan hun natuurlijke levensenergie tot uit­drukking brengen.

 

Als je haren en tanden uitvallen, besef je wat vergankelijkheid is. Als de vogels zingen en de bloemen bloeien, weet je wat je oorspronkelijke natuur is.

 

Als je hart overloopt van begeerte, begint zelfs koud water te koken en zul je ook in de stilte van de natuur

geen rust vinden. Als je hart leeg is, zul je ook in verzengende hitte koelte ervaren en zelfs midden in een drukke stad je rust niet verliezen.

 

Wereldse mensen zijn blij met alles wat meewerkt en komen daardoor uiteinde­lijk in de grootste moeilijkheden. Ver­lichte mensen zijn blij met alles wat hen tegenwerkt en vinden hierdoor uit­eindelijk het geluk.

 

Mensen die in overdaad leven, lijken op een overlopend vat, voeg er geen druppel aan toe. Degenen die in grote nood leven, lijken op een tak die op het punt staat af te breken; je mag er beslist geen druk op uitoefenen.

 

Observeer mensen met een kalme blik, luister naar hun woorden met een kalm oor. Stel je in gevoelszaken op met beheerste emotie, denk na over prin­cipes met een kalme geest.

 

Onbekrompen mensen zien alles ruim, daarom worden zij rijkelijk beloond, zijn ze over het algemeen gelukkig en gebeurt alles wat ze doen in een ont­spannen sfeer. Bekrompen mensen maken overal een probleem van; daarom lacht het geluk hen niet zo vaak toe en heeft alles wat ze doen een neurotisch karakter.

 

Als je over een ander slechte dingen hoort, veroordeel die persoon dan niet, want wat je hoort kan wel eens afkom­stig zijn van een roddelaar. Als mensen zich lovend over iemand uitlaten, sluit dan niet meteen vriendschap met des­betreffend persoon, want wat je hoort kan wel eens een valstrik zijn van men­sen die op hun eigen voordeel uit zijn.

 

Zelfs een oprecht mens kan in het leven het spoor soms bijster raken, maar degenen die voortdurend de hielen likken van invloedrijke mensen zullen eeuwig dwalen. Verlichte mensen kijken verder dan het voor de hand liggende en denken na over het leven na de dood. Zij verkiezen een kortstondige dwaling boven een eeuwige.

 

Als je de nodige afstand tot het leven bewaart, zul je zelden van je voetstuk worden gestoten. Als je tot over je oren in allerlei zaken verwikkeld raakt, zul je steeds meer problemen krijgen. Daarom verkiezen verlichte mensen eenvoud boven verfijning, vrijheid boven plichtsbetrachting.

 

De geestesgesteldheid van verlichte mensen zal, net als het blauw van de hemel of het licht van de zon, niet voor anderen verborgen blijven. De talenten van verlichte mensen zullen, net als kostbare edelstenen, niet zomaar aan iedereen worden getoond.

 

Mensen die zich verre houden van ijdel­heid en machtsvertoon noemt men zui­ver van hart; nog zuiverder is de ziel van degenen die dagelijks aan dergelijke verlokkingen blootstaan zonder er evenwel aan toe te geven. Mensen die niet weten hoe ze moeten manipuleren en bedriegen worden als hoogstaand beschouwd; nog veel verhevener zijn zij die er alles van afweten en zich er niet mee inlaten.

 

Alleen als je je voortdurend beledigd voelt en er dingen zijn waar je het niet mee eens bent, bezit je een slijpsteen om je karakter te polijsten. Als je alleen maar hoort wat je graag wilt horen en je je slechts bemoeit met zaken die je goedkeuring genieten, dompel je jezelf onder in een dodelijk gif.

 

Zelfs de vogels zijn bedroefd als het stormt; zelfs planten zijn blij als de zon schijnt. Blijkbaar kunnen hemel en aarde geen dag zonder een verlichting brengende kracht; ook de menselijke geest kan er geen dag zonder.

 

Het universum is stil en onbeweeglijk, maar de stroom van energie komt geen moment tot stilstand. Zon en maan zijn dag en nacht in beweging, maar hun licht verandert niet. Dienovereenkom­stig voelen verlichte mensen een drang tot handelen als ze niets doen en voelen ze zich ontspannen als ze druk in de weer zijn.

 

Trek je laat op de avond, als iedereen stil is, terug en richt je blik naar binnen; hierdoor zal aan illusies een einde komen en begint de realiteit zich te openbaren. Zulke momenten zullen je steeds meer kracht geven. Als de realiteit begint te dagen en je geen kans ziet met illusies af te rekenen, zul je dit als een grote nederlaag ervaren.

 

Verwaandheid en arrogantie zijn aan­geleerde eigenschappen van de geest. Zet deze aangeleerde eigenschappen overboord, zodat het aangeboren ge­zonde verstand zich kan manifesteren. Begeerte en eigenwijsheid vormen deel van het valse bewustzijn.

Ban ze uit en je ware aard zal zich vanzelf openbaren.

 

Als je met een volle buik aan eten denkt, loopt het water je niet in de mond. Denk je aan seks na het lief­desspel, dan zal je fantasie niet geprik­keld worden. Wie zich voortdurend bewust is van de spijt die onvermijdelijk volgt als men zich weer eens door de waanzin van het moment heeft laten meeslepen, zal niet uit zijn evenwicht raken en geen ondoordachte dingen doen.

 

Zelfs als mensen zien hoe oorlog vriend en vijand te gronde richt, blijven ze naar de wapens grijpen. Hoewel een mens in zijn graf de dieren tot voedsel zal dienen, blijft hij materieel bezit najagen. Er is een gezegde dat luidt: "Het is gemakkelijker een wild dier te temmen dan de menselijke geest; het kost minder moeite een ravijn te vullen, dan een mens tevreden te stellen."

 

Als je geest vrij is van wind en golven, dan zijn er, waar je ook bent, alleen maar groene bergen en bomen om je heen. Als je geest bezig is zijn eigen natuur te ontplooien, dan zullen overal waar je gaat, de vissen springen en de bloemen bloeien.
Vissen die door het water schieten, zijn zich niet van het water bewust; vogels die zich door de wind laten meevoeren, weten niet dat de wind bestaat. Wie dit beseft, zal de last van het leven van zich afwerpen en van zijn natuurlijke potentiële vermogens genieten.

 

Vossen slapen op vervallen bordessen, konijnen rennen rond in overwoekerde tuinen, plaatsen waar vroeger gedanst en gezongen werd. Frisse dauwdruppels liggen op gele bloemen, mist hangt boven het platgetrapte gras, plekken waar vroeger oorlogen werden uitgevochten. Is er temidden van het komen en gaan der dingen iets wat niet verandert? Waar zijn al die overwinnaars en verliezers gebleven? Als je erover nadenkt, kom je misschien tot bezinning.

 

 Als je wilt laten zien dat je een goed mens bent, laat dit dan in de kleinste dingen tot uitdrukking komen.

Als je iets aan anderen wilt geven, geef dan in de eerste plaats aan mensen die je niet kunnen terugbetalen.

 

Omgaan met stadsmensen is niet zo leerzaam  als vriendschap sluiten met oudere plattelanders.

Je in betere krin­gen bewegen is minder leerzaam dan bij boeren over de vloer komen.

Luis­teren naar het geluid van de straat is minder leerzaam dan luisteren naar de natuur.

Praten over fouten en blunders van mensen die op dit moment het land besturen is minder leerzaam dan discussiëren over het werk en het leven van de grote wijsgeren.

 

 Als je het mysterie van het hier en nu begrijpt, zal alle schoonheid van de natuur je hart binnenstromen. Als je je boven de oneerlijkheid die overal om je heen is, kunt verheffen, zullen de helden van alle eeuwen zich voor je voeten werpen.

 

Bergen, rivieren en continenten zijn niet meer dan atomen; van deze ato­men zijn wij slechts een deeltje. Het lichaam is niet meer dan een zeepbel, een schaduw temidden van nog veel meer schaduwen. Als je verstoken blijft van de hoogste kennis, zal je geest nooit wakker worden.

 

Het leven gaat in een flits voorbij en toch maken we voortdurend ruzie. Hoeveel tijd hebben we eigenlijk? We hebben al zo weinig ruimte en toch lopen we elkaar voortdurend voor de voeten en verdringen we elkaar. Hoe groot is de wereld eigenlijk?

 

Een koude lamp zonder vlam, een ver­sleten leren jas die geen warmte meer geeft; het zijn slechts schaduwen van wat ze eens waren. Als een mens zich­zelf lichamelijk en geestelijk verwaar­loost, stompt hij af en zal hij noch voor zichzelf noch voor de maatschappij iets belangrijks kunnen doen

 

Als je niet eerlijk en oprecht bent, heeft de maatschappij niets aan je  en zal alles wat je onderneemt mislukken.

Als je niet recht door zee en zonder vitaliteit door het leven gaat,  ben je een robot en zullen deuren voor je gesloten blij­ven.

Als water geen rimpels vertoont, is het van nature stil.

Als een spiegel niet stoffig is, is er slechts zijn oorspron­kelijke helderheid.

Dienovereenkom­stig hoeft ook de geest niet te worden schoongemaakt;  verwijder wat hem vertroebelt en zijn helderheid komt vanzelf te voorschijn.

Vreugde hoeft niet te worden gezocht;  als je afrekent met wat je dwarszit, valt vreugde je vanzelf ten deel.

 

Het is mogelijk met één enkele opmer­king de wereld in rep en roer te brengen,  de harmonie tussen hemel en aarde met één simpele gedachte te verstoren,  door middel van één enkele daad je nage­slacht in diskrediet te brengen. Neem jezelf dus in acht.

 

 

Je karakter is de basis van het werk dat je doet; zonder een goed fundament blijf geen enkel huis staan. Je menta­liteit vormt de grondslag van je succes; geen tak of blad groeit zonder gezonde wortels.

 

Een van onze voorvaderen heeft ge­zegd: "Keer je veilige huis de rug toe, trek langs de deuren met je bedelnap en leef als een bedelaar." Hij zei even­eens: "Laat, als je arm bent, je hoofd niet op hol brengen door een meeval­lertje; in wiens huis ontwikkelt het haardvuur geen rook?" Beide gezegden waarschuwen ervoor dat je je niet moet blind staren op wat je bezit. Deze waar­heid zouden alle mensen ter harte moe­ten nemen. De Weg is voor iedereen toegankelijk; iedereen dient hem over­eenkomstig zijn individuele geaardheid te bewandelen. Leren is een alledaagse aangelegenheid waarbij je aandacht geen moment mag verslappen.

Degenen die hun medemens vertrou­wen, zullen ontdekken dat lang niet iedereen betrouwbaar is; toch verliezen ze hun eerlijkheid niet. Degenen die hun medemens wantrouwen, zullen ontdekken dat lang niet iedereen oneerlijk is; toch maken zij zich reeds schuldig aan bedrog.

 

Wat lang aan de grond gehouden is, zal zich vast en zeker hoog verheffen als het losgelaten wordt. Wat het eerst tot bloei komt, zal het eerst verwelken. Als je dit beseft, kun je voorkomen dat je op je weg vroegtijdig uitgeput raakt, kun je gedachten die je aanzetten tot jachten en jagen, van je afschudden.

 

Als de bomen hun blad verliezen en hun kaalheid tonen, besef je welk een illusie bloemen en bladeren zijn; als de kist van een gestorvene wordt gesloten, besef je dat kinderen en bezit niet kunnen helpen.

 

Ware leegte is niet leeg; het hechten aan verschijnselen is net zo irreëel als de ontkenning ervan. Boeddha heeft gezegd: "Wees in de wereld, maar niet van de wereld." Het najagen van be­geerten is pijnlijk, maar het opgeven van begeerte eveneens. Als het om onze ontwikkeling gaat, moeten we zo verstandig mogelijk te werk gaan.

 

Als je in het leven je portie gehad hebt en overal doorheen kijkt, zul je je niet zo gauw ergens druk over maken. Als je precies weet wat mensen bezielt, zul je, wat ze ook over je zeggen, hen altijd gelijk geven.

 

 

Als je een slaaf bent van materiële begeerte, ervaar je het leven als een tranendal; als je helemaal opgaat in de realiteit die overal aan ten grondslag ligt, ervaar je dat leven vreugde be­tekent. Zodra je inziet dat je leven een tranendal is, laat je je niet meer door zintuiglijk genot misleiden; als je weet dat leven vreugde is, open­baren de geheimen van de wijzen zich vanzelf.

 

Als je hart vrij is van materiële begeer­ten, lijkt al het ijs gesmolten in de zon. Als grenzeloze helderheid zich spontaan aan je openbaart, ontdek je de maan aan de blauwe hemel en haar spiegel­beeld in de golven.

 

Mensen die zich te voorbeeldig gedra­gen, zullen altijd worden zwartgemaakt. Mensen die zichzelf heel knap vinden, zullen al tijd voor dom worden uitge­maakt. Daarom maken verlichte men­

sen nooit een cultus van een goede of slechte naam. In het maatschappelijk leven zijn alleen evenwicht en harmonie van blijvende waarde.

 

Probeer oneerlijke mensen te raken met oprechtheid. Probeer agressieve mensen te raken met zachtmoedigheid. Probeer mensen die van het rechte pad zijn afgedwaald, te inspireren met het goede voorbeeld. De hele wereld zal je dankbaar zijn.

Als het zo stil wordt dat je zelfs de rivier niet meer kunt horen,- weet je wat het betekent rust in onrust te erva­ren. Als de wolken ondanks de hoogte van de bergen, ongestoord hun weg vervolgen, besef je hoe je van zijn tot niet-zijn kunt geraken.

Er is niets mooiers dan een bos in de bergen, maar zodra je eraan gehecht raakt, verandert het in een stad. Kal­ligraferen en schilderen zijn hoog­staande hobby's, maar als je er geld mee wilt verdienen, wordt het handel. Als de geest ongehecht is, verandert de sfeer van verlangens in het oord der onsterfelijken. Als de geest gehecht is, veranderen de objecten van begeerte in een oceaan van lijden.

 

Zelfs als mensen zien hoe oorlog vriend en vijand te gronde richt, blijven ze naar de wapens grijpen. Hoewel een mens in zijn graf de dieren tot voedsel zal dienen, blijft hij materieel bezit naja­gen. Er is een gezegde dat luidt: "Het is gemakkelijker een wild dier te tem­men dan de menselijke geest; het kost minder moeite een ravijn te vullen, dan een mens tevreden te stellen."

Als je geest vrij is van wind en golven, dan zijn er, waar je ook bent, alleen maar groene bergen en bomen om je heen. Als je geest bezig is zijn eigen natuur te omplooien, dan zullen overal waar je gaat, de vissen springen en de bloemen bloeien.

Vissen die door het water schieten, zijn zich niet van het water bewust; vogels die zich door de wind laten meevoeren, weten niet dat de wind bestaat. Wie dit beseft, zal de last van het leven van zich afwerpen en van zijn natuurlijke potentiële vermogens genieten.

Vossen slapen op vervallen bordessen, konijnen rennen rond in overwoekerde tuinen, plaatsen waar vroeger gedanst en gezongen werd. Frisse dauwdruppels liggen op gele bloemen, mist hangt boven het platgetrapte gras, plekken waar vroeger oorlogen werden uitge­vochten. Is er te midden van het komen en gaan der dingen iets wat niet ver­andert? Waar zijn al die overwinnaars en verliezers gebleven? Als je erover nadenkt, kom je misschien tot bezin­ning.


 

Seksuele begeerte brandt als vuur, maar als je zulke gedachten hebt als je ziek op bed ligt, is de opwinding snel geblust. Roem en voorspoed smaken zoet als honing, maar als je eraan denkt op je sterfbed smaken zij als aardappelen zon­der zout. Als mensen af en toe stilstaan bij ziekte en dood, zullen zij vanzelf verlangen naar de Weg en in staat zijn illusies op te geven.

 


 

Als je oorspronkelijke natuur volkomen zuiver is, hebben zelfs eten als je honger hebt en drinken als je dorst hebt een positieve uitwerking op lichaam en geest. Als je geest verward is, zijn zelfs praten over meditatie en het lezen van religieuze geschriften niet meer dan hersengymnastiek.

Bron: de Tao van de Eenvoud.


 

 

 

 Tao te King

 

1

 

Tao waarover gesproken kan worden

is niet de ware Tao.

De naam die men eraan geeft

Is niet zijn ware naam.

 

Naamloos is de oorsprong van Hemel en Aarde;

noembaar de Moeder van de tienduizend dingen.

Vanuit het niet-zijn begrijpen wij het wezen;

vanuit het zijn de gedaante.

 

Deze twee, zijn en niet-zijn,

verschijnen uit één oorsprong.

Hoewel verschillend van naam,

wordt hun eenheid 'diepte' genoemd.

Steeds dieper voeren zij terug,

tot aan de poort van het verborgen mysterie.

 

 2

 

Wanneer de mensen het mooie mooi gaan vinden,

ontstaat het lelijke.

Wanneer de mensen het goede goed gaan vinden,

ontstaat het kwade.

 

Want, zijn en niet-zijn brengen elkaar voort,

makkelijk en moeilijk vinden elkaar,

lang en kort meten zich aan elkaar,

hoog en laag benaderen elkaar,

geluid en toon klinken in één,

voor en na volgen elkaar.

 

Daarom doet de wijze niet

en onderwijst hij zonder woorden.

Alles voltrekt zich zonder zijn tussenkomst.

Hij neemt niets aan en wijst niets af.

Hij doet zijn werk,

zonder vast te houden

en zonder om erkenning te vragen.

Hij eigent zich het werk niet toe,

en zo verblijft hij erin.

 

3

 

Geen eerbetoon aan wie eer toekomt,

en het volk zal niet wedijveren.

Geen gepronk met kostbaarheden,

en het volk zal zich niet toe-eigenen.

Geen vertoon van het begeerlijke,

en het volk zal niet verontrust raken.

 

Daarom, wanneer de wijze het volk regeert,

ledigt hij het hoofd,

vult de maag,

bedwingt het streven

en sterkt de botten.

 

Aldus heeft het volk geen weet,

geen wens en niets te begeren.

Zelfs de meest sluwen

zullen niets in hun hoofd halen.

 

Wie het niet-doen in praktijk brengt,

zal over alles heersen.

 

50

 

Leven is aankomen, en sterven is terugkeren.

Drie op de tien zijn metgezel van het leven.

Drie op de tien zijn metgezel van de dood.

Drie op de tien leven,

maar zijn op weg naar de dood.

Waarom?

Omdat zij te fel aan het leven hangen.

 

Wat ik heb horen zeggen is dit:

"Hij die zich niet vastklampt aan het leven,

gaat op weg en vreest de neushoorn en de tijger niet.

Ongewapend betreedt hij het strijdperk.

 

De neushoorn heeft niets om naar te stoten.

De tijger heeft niets om open te rijten.

Het zwaard dringt nergens binnen.

Waarom?

Omdat de dood in hem geen plek heeft."

 

  Bron: Tao te King – Lau Tse – ISBN 90 6963 391 4

 

 

 

8. Over het opperste goed

 

Het opperste goed is als water.

Water doet goed aan alle wezens en strijdt niet.

Het woont op plaatsen, door alle mensen veracht.

Daarin komt de goede Tao nabij.

Hij leeft gaarne op lage plaatsen.

Zijn hart mint de diepte.

In weldoen mint hij de liefde,

In spreken de waarheid,

In bestuur de orde,

In werken bekwaamheid,

In handelen de geschikte tijd.

Hij strijdt niet, daardoor treft hem geen blaam.

Tao

 

 

 citaten van B. Spinoza (2de helft 17de eeuw)

 

"Zeer grote trots of diepe zelfverachting duiden op zwakheid van ziel."

 

 "Dwalen is niet onwaarheid bezitten, maar wat waar is niet bezitten. Het onware is geen eigendom van ons verstand."

 

“De dingen immers die in het leven het meest voorkomen en die door de mensen, zoals men uit hun daden kan opmaken, als het hoogste goed worden beschouwd, zijn tot drie zaken te herleiden, namelijk rijkdom, eer en zinnelijk genot. Deze drie dingen sleuren de geest zo mee, dat hij nauwelijks over iets anders kan nadenken”

 

 

 

Wat er na de dood gebeurt, is zo onuitsprekelijk groots,

dat onze verbeelding en onze gevoelens er

zelfs bij benadering geen idee van kunnen hebben.
Vroeg of laat worden de doden allemaal wat wij ook zijn.
Maar in deze werkelijkheid weten we weinig of niets over die zienswijze.

En wat zullen we na de dood nog weten van deze aarde?

De ontbinding van onze tijdelijke vorm in de eeuwigheid

brengt geen verlies aan betekenis met zich mee.

Integendeel, de pink weet dan dat hij deel is van de hand.

C.G. Jung

 

 

 

  Een eenvoudig hart zal alles lief hebben wat het meest waardevol op aarde is,

echtgenoot of echtgenote, ouders of kind, broeder of vriend,

zonder dat het zijn eigen eenheid schendt;

uiterlijke dingen zullen geen aantrekkelijkheid hebben,

behalve voor zover ze de ziel tot Hem leiden;

alle overdrijving of onechtheid, aanstellerij en onwaarheid zal van zo iemand wegvallen,

evenals de dauw opdroogt door de zon.

Het enige doel is God te behagen en daarom ontstaat er dan ook een volkomen onverschilligheid  voor wat anderen zeggen en denken,

zodat woorden en handelingen heel simpel en natuurlijk worden, alleen op Hem gericht.

Zulk een Christelijke eenvoud geeft de echte volmaaktheid van innerlijk leven weer - God,

Zijn wil en genoegen, als enig doel.

 N. Grou

 

 

 

  Eens toen de nobele Ibrarum op zijn troon zat,

Hoorde hij lawaai en stemmengerucht op het dak,

Ook zware voetstappen op het dak van zijn paleis.

Hij zeide tot zichzelf "Wiens zware voeten zijn dit?"

Hij riep door 't raam: "Wie is daar?"

De wachters, in verlegenheid, bogen 't hoofd, zeggende

"Wij zijn het die de ronde doen om te zoeken."

Hij zeide "Wat zoekt ge?" Zij zeiden "Onze kamelen."

Hij zeide" Wie zoekt er nu ooit naar kamelen boven op een dak?"

Zij zeiden" We volgen uw voorbeeld,

Wie zoekt er nu eenheid met God, op een troon gezeten?"

 Jalal-uddin .

 

 

 We zijn als rollende keien van een helling,

zoveel controle hebben we over dit leven,

en toch gaan we er prat op hoe snel we vallen,

hoeveel hoger we stuiten dan de anderen,

hoeveel energie we hebben,

hoe levendig we zijn

hoe onafhankelijk we zijn.

Nooit terugblikkend

naar de zachte hand

die ons aanvankelijk in beweging bracht.

 Mike Flatt

www.purpose.nl

 

  

 

Honger is mijn woonplaats in het land der hartstochten.

Honger naar gemeenschap, honger naar rechtvaardigheid, ­een gemeenschap gebouwd op rechtvaardigheid en een rechtvaardigheid verworven in gemeenschap.

Alleen het leven dekt de eisen van het leven. En deze honger wordt alleen gestild als mijn leven zo gevormd wordt, dat mijn eigen aard een brug wordt voor anderen, een steen in het hemelbouwwerk der rechtvaardigheid.

Niet bang zijn voor jezelf, maar leven vanuit je eigen aard - helemaal, maar gericht op het goede. Niet de anderen volgen om gemeenschap te kopen, niet de conventie tot wet maken in plaats van de rechtvaardigheid te leven.

Bevrijding en verantwoording. Zo werd er slechts één geschapen, en als hij het opgeeft, is de inzet die de zijne had kunnen zijn voor eeuwig verloren.

 

Ik verlang het absurde: dat het leven zin heeft.

Ik vecht voor het onmogelijke: dat mijn leven zin krijgt.

Ik durf niet, weet niet hoe ik zou kunnen geloven: dat ik niet alleen ben

 

Eenzaamheid is geen dodelijke ziekte...

Niet dit maakt de eenzaamheid tot een pijn: dat er niemand is die mijn last deelt,

maar dit:dat ik alleen mijn eigen last te dragen heb.

 

Bid dat je eenzaamheid de stimulans wordt om iets te vin­den waar je voor kunt leven, groot genoeg om ervoor te sterven.

 

Ja zeggen tegen het leven is ook ja zeggen tegen jezelf.

Ja - ook tegen de eigenschap die het moeilijkst te verande­ren is van bekoring in kracht...

Je staat zonder steun als je in iets - voor jezelf gekozen hebt...

De nederigheid, die geboren wordt uit het vertrouwen van anderen

 

Merkstenen Dag Hammarskjöld

 

 

 

 Als de wil zich met hart en ziel aan God overgeeft,

stijgt hij boven zichzelf uit en verheft zich buiten tijd en ruimte,

waar alleen God openbaar is, werkt en wil.
 Dan wordt hij uit eigen vrije wil zichzelf tot niets.
 Dan werkt en wil God in hem en huist in zijn overgegeven wil.
Daardoor wordt de ziel geheiligd en komt zij in goddelijke rust.


 Als dan het lichaam wegvalt,

is de ziel doordrongen van goddelijke liefde

en doorstraald door het licht van God,
zoals het vuur het ijzer doorgloeit waardoor het zijn duisternis verliest.
Dat is de hand van Christus.

 

Als Gods liefde de ziel volko­men doordringt

en haar tot een stralend licht en een nieuw leven is,

 dan is zij in de hemel.

Zij is een tempel van de heilige geest e

n is zelf Gods hemel waarin hij woont.

 

Jacob Böhme

 


 Alle redelijke wezens, engelen zowel als mensen, bezitten twee vermogens:

het vermogen om te kennen en het vermo­gen om te beminnen.

Voor het eerste, voor het verstand, blijft God, die het schiep, voor altijd ongrijpbaar;

maar voor het tweede, voor de liefde, is Hij volledig toegankelijk en wel voor ieder afzonderlijk.

Zo zelfs, dat alleen reeds één enkele liefhebbende ziel, door haar liefde,

Hem in zich kan bevatten die onvergelijkelijk meer dan voldoende is

om alle denkbare engelen en mensen geheel te vervullen.

Dit is het nooit eindigende wonder van liefde,

want zo gaat God altijd te werk en zo zal Hij het altijd blijven doen.

Overdenk dit, als je met Gods genade daartoe in staat bent.

Dit voor jezelf te beseffen is eindeloze zaligheid; het tegen­deel is eindeloze pijn.

Tho­mas van Aquino.

 

 Maak, Heer, dat in ons de levensvonk moge ontbranden, en dat heel ons leven waar moge worden.

Moge, wanneer wij geheel zijn losgekomen van onszelf,

van een door ons­zelf bedachte God en van alle schepselen,

de wereld open­gaan in al haar lichtende schoonheid,

opdat wij daar kun­nen leven en werken.

Dan zullen wij onszelf, God en de schepselen terugvinden in hun ware wezen,

als een nieuwe werkelijkheid die verrijst uit het goddelijke leven.

Alleen wanneer dat gebeurt, zal het heden ook vol zijn van eeuwig­heid.

 

**********

Veel mensen hoor ik zeggen: bid voor mij.

En dan denk ik soms: waarom blijven zij niet in zichzelf

en doen zij geen voordeel met hun eigen bezit?

 Immers wij dragen alle waar­heid wezenlijk in ons.

Waar het schepsel eindigt, begint God.

God verlangt niet meer van ons dan dat wij uit onszelf tre­den en God in ons God laten zijn.

Hij denke aan Gods geboorte, in de grond van de ziel.

Zo­dra hij zich daarvoor openstelt, komen alle zielenkrachten tot leven

en in één ogenblik ontvangt hij meer wijsheid dan wie ook hem leren kan.

 

**********

 

De mensen zouden niet zozeer moeten nadenken over wat ze doen

als wel over wat ze zijn.

Als de mensen en de manier waarop ze leven goed waren,

zouden hun werken stralend oplichten.

Als je rechtvaardig bent, zijn ook je werken rechtvaardig.

Denk niet dat je heiligheid kunt baseren op doen;

heilig­heid moet berusten op zijn,

want de werken heiligen ons niet,

wij moeten de werken heiligen.

 Meester Eckehart - Mysticus 13de eeuw.

 

 De genezende kracht van het luisteren.

 

Ik zou zo graag willen dat je even naar me luistert - met je hart.

Want als ik mezelf kan uitspreken naar jou toe, lucht dat me op en ontdek ik al pratend wat ik wel of niet moet doen.

Maar als je me niet écht laat uitspreken, en me meteen allerlei adviezen begint te geven, ontneem je mij de mogelijkheid om zélf tot inzicht te komen en voel ik mij door jou eigenlijk een beetje in de steek gelaten.

Bron: Hans Stolp in ‘Verwachting’ nr. 39 – Tijdschrift van www.stichtingdeheraut.nl

 

 Voorwaar , de ziel heeft geen geboorte,

geen dood, geen begin en geen einde,

zonde kan haar niet aanraken,

noch kan deugd haar verheffen;

zij is altijd geweest

en zal altijd zijn

en al het overige is haar bedekking,

zoals een stolp over het licht

 

De ziel is licht, het denkvermogen is licht

en het lichaam is licht.

licht in verschillende graden; .

en het is in deze verhouding

dat de mens verbonden is

met de planeten en de sterren.

 

Wanneer de zon omwolkt is,

bereikt het licht de aarde niet;

evenzo is het met de ziel,

die goddelijk is en vervuld van licht.

Wanneer ze in dichte wolken gehuld is,

ontvangt de mens het licht niet,

dat in de ziel zelf is.

 

In het Westen heeft de soefi-mystiek een grote impuls gekregen door het werk van Hazrat Inayat Kahn.

Als moslim geboren in India in 1882 verbreidde hij zijn 'leer' vooral in het Westen.

Hoe­wel gebaseerd op de aloude soefi-traditie zijn de leringen van In­ayat Kahn mede doortrokken van een 'eigen boodschap'. Vooral zijn verhandelingen over de ziel hebben in het Westen diepe in­druk gemaakt en worden nog veel gelezen

 

 Probeer niet altijd uw leer te prediken
maar geef uzelf in liefde.
Uw geest is teveel bezeten
van het idee van verovering en bezit.
Uw ingewortelde gewoonte om te bekeren
 is er een vorm van.

Het doel van de Christen moet zijn:
gelijk te worden aan Christus ;
en het mag nooit zijn :
gelijk te worden aan een koelie-werver.

Het  prediken van uw leer is gevaarlijker
 dan alle weelde van het materiele leven.
Het schept een illusie in uw geest,
dat u bezig bent uw plicht te doen,
 dal u wijzer en beter bent dan uw medemensen.

Maar de werkelijke prediking bestaat
 in het volmaakt zijn,
 en dat geschiedt door zachtmoedigheid,
 liefde en zelfopoffering.

 Rabindranath Tagore

 

EVENWICHT ZOEKEN

Van je zelf houden is oké
Maar alleen van je zelf houden nee!

Jezelf als waardevol waarderen, is oké
Maar alleen je zelf waarderen nee !

Voor je zelf zorgen, is oké
Maar alleen voor je zelf zorgen nee !

Verantwoording voelen voor je werk, oké
Maar het alleen voor je werk voelen , nee

Op z'n tijd genieten is oké
Maar alleen maar willen genieten nee !

Met het geestelijke bezig zijn oké
Maar alleen met het geestelijke, nee !

Nadenken over het leven oké
Maar alleen maar naar denken erover nee !


gedicht van giel heijmans



 een prater is niet wijs
wie inzicht heeft spreekt weinig
hij breeuwt de reten en laat de deuren dicht
hij scherpt het mes niet aan en trekt geen stroppen toe
hij mildert zijn licht
kan zich aan de stroom overgeven waar alles in het Ene opgaat
haat en verlangen kwetsen hem niet
bezit en verlies
hebben geen vat op hem van eer en schande
is hij vrij

lao tse

 

 Liefde is niet hetzelfde als een relatie

Een relatie is heel teer, verandert ieder moment en is onvoorspelbaar, je kunt niet van tevoren zeggen wat er morgen of zelfs maar de volgende minuut gaat gebeuren. Dat veroorzaakt angst. De onvoorspelbaarheid en de onbekende toekomst verstoren in wezen de relatie tussen geliefden. En dan ontstaat er iets dat lijkt op een vader-moeder, een broer-zus verhouding, een huwelijk.

Het huwelijk moet de angst voor verandering wegnemen, het huwelijk moet de relatie stabiel maken. Maar liefde sterft wanneer je het statisch wilt maken. Op het moment dat je het aan de ketting legt verdwijnt het.

Liefde is als een voorjaarsbriesje, als het opsteekt voert het heerlijke zoete geuren aan. Daarna gaat het weer liggen. Wanneer het opsteekt, denk je dat het eeuwig duren zal. En dat gevoel is zo sterk dat je er geen moment aan twijfelt. In vaste overtuiging en zonder enige terughoudendheid beloof je van alles, en je beminde doet dat ook, zonder in te zien dat het een voorjaarsbriesje is. Het komt vanzelf en het verdwijnt vanzelf. Je hebt het niet in de hand. Je kunt het niet in je handpalm opsluiten. Je kunt de frisheid voelen wanneer je je hand openhoudt. Maar wanneer je je hand sluit is er geen briesje meer; weg is de koelte, weg is de geur.

Uit angst heeft men liefde in dezelfde categorie geplaatst als de relatie met je vader, je moeder, je zuster, je broer. Men heeft helemaal vergeten dat je niet voor die relatie hebt gekozen. Het is een gegeven. Maar de vrouw van je dromen is het enige in je leven dat je niet bij je geboorte toevalt. Zij wordt niet bepaald door je afkomst, en vergt daardoor een bewuste keuze en ook dat roept angst op.

Bedenk dat als je je vader, je moeder, je broers en je zusters had moeten uitkiezen, je leven vol angst zou zijn geweest. Want wie zou je moeten kiezen en wie niet? Gelukkig wordt dit bij je geboorte meegegeven, de natuur voorziet erin, het is biologisch bepaald.

Liefde is een psychologisch proces, het hangt helemaal van jou af. En omdat het helemaal van jou afhangt maakt het je bang, je kunt fouten maken.

uit: Osho, Het kleine abc van liefde

 

De Dalaï Lama

 

Al is er maar één -
één mens
die zich aan jou verwarmt,
één mens
wiens hoop, wiens troost,
wiens lente je bent,
een nieuw seizoen.

Al is er maar één -
één mens
die een mens aan je heeft:
je leeft,
je leeft niet tevergeefs.
Je beantwoordt aan je bestemming.

Ik bid voor een vriendelijker,
meer zorgzame en begripvolle
menselijk familie op deze planeet.
Aan allen die een afkeer hebben van lijden,
die houden van blijvend geluk -
is dit mijn innigste smeekbede.

 

 'De macht van de gewoonte
is de grootste vijand van de waarheid,
op elk gebied
en in het bijzonder
op dat van de godsdienst.'

 

Johannes Greber.

 

 Als het probleem kan worden opgelost,

Waarom je er dan zorgen over maken?

Als het probleem niet kan worden opgelost,

Waarom zou je er dan over tobben?

 Acharaya Shantideva

(Tibetaans Boeddhist)

 

 Citaten van Tagore.

 

Dezelfde levensstroom die dag en nacht door mijn aderen stroomt, stroomt door de wereld en danst in ritmische maten. Het is hetzelfde leven dat vreugdevol door het stof van de aarde schiet in talloze grassprieten en dat uitbarst in tumultueuze golven van bladeren en bloemen…
Ik voel dat mijn ledematen glorieus worden door de aanraking van deze levenswereld.

 

 

Het onware kan nooit tot waarheid worden door in macht toe te nemen.

 

Het onderdanige penseel beknot de waarheid, zich voegend naar het doek, dat te klein is.

 

Door wetenschap bereikt men veel, doch slechts de liefde voert tot volmaaktheid

 

De vlinder telt geen maanden doch momenten
En heeft tijd genoeg.

 

Ik sliep, en droomde dat het leven vreugde was; ik ontwaakte en zag: het leven is plicht; ik werkte en zie: de plicht is vreugde!

 

Waarheid is de naam die wij onze wisselende vergissingen geven.

 

Sluit gij uw deur voor alle dwalingen, dan sluit ge de waarheid buiten.

 

De lamp van het samenzijn brandt lang; zij gaat in een oogwenk uit bij het afscheid.

 

Ik kwam tot uw kust als vreemdeling, ik woonde in uw huis als gast, ik ga van uw deur heen als vriend, mijn aarde."

 

Mijn laatste groet is voor hen, die mij in mijn onvolmaaktheid kenden en mij liefhadden.

 

Met bedelen en scharrelen vinden we erg weinig, maar met eerlijk to zijn tegen onszelf vinden we veel meet dan we verlangen.

 

God respecteert me als ik werk, maar heeft me lief als ik zing.

 

Wie goed wil doen, klopt aan de deur; wie liefheeft, treft een open deur aan

 

 Het gouden Bengalen

 

Mijn gouden Bengalen, ik hou van jou.
Je hemel, je lucht laten mijn hart zingen alsof het een fluit is.
O moeder, in de lente maakt de geur
van je mango-boomgaarden mij wild van vreugde.
Wat een beleving, o moeder,
in de herfst, in de bloeiende rijstvelden
heb ik overal zoete glimlachen gezien.
Wat een schoonheid, wat een nuances,
wat een liefde, wat een genegenheid.

Wat een deken heeft u gespreid aan de voet
van de vijgenbomen langs de oevers van de rivier.

O moeder, de woorden van uw lippen zijn nectar voor mijn oren.
Wat een belevenis,
moeder, wanneer verdriet een schaduw werpt
over uw gezicht, zijn mijn ogen gevuld met tranen.
Het volkslied van Bangladesh -

 

een gedicht van de Bengaalse dichter Rabindranath Tagore

 

 Zij vechten en rumoeren, zij twijfelen en wanhopen,

zij zien geen einde aan hun geworstel.

Laat uw leven tussen hen komen, als een vlam van licht, mijn kind,

gestadig en rein, en hen verheugen tot stilte.
Ze zijn wreed in hun hebzucht en nijd,

hun woorden zijn als verborgen messen, die naar bloed dorsten.
Ga en sta tussen hun grimmige harten, mijn kind,

en laat uw zachte blikken op hen vallen

als de vergevende vrede van de avond valt over de strijd van de dag.
Laat hun uw gelaat zien, mijn kind,

en aldus doen begrijpen het wezen der dingen;

laat ze u liefhebben en aldus elkaar.
Kom en neem je zetel in de boezem van het grenzeloze.
Open en verhef je hart met de dageraad als een bloeiende bloem

en buig je hoofd met zonsondergang

en maak de eredienst van de dag in stilte volkomen.

Tagore

 

Desiderata

Max Ehrmann

 

Wees kalm temidden van het lawaai en de haast en bedenk, welke vrede er in stilte kan heersen. Sta op goede voet met alle mensen, zonder jezelf geweld aan te doen. Zeg je waarheid rustig en duidelijk, en luister naar anderen; ook zij vertellen hun verhaal. Mijd luidruchtige en agressieve mensen; zij belasten de geest.

Wanneer je jezelf met anderen vergelijkt, zou je ijdel en verbitterd kunnen worden, want er zullen altijd kleinere en grotere mensen zijn dan je zelf bent. Geniet zowel van wat je hebt bereikt als van je plannen. Blijf belangstelling hebben voor je eigen werk, hoe nederig dat ook moge zijn; het is een werkelijk bezit in het veranderlijke fortuin van de tijd. Betracht voorzichtigheid bij het zaken doen, want de wereld is vol bedrog. Maar laat dit je niet verblinden voor de bestaande deugd; veel mensen streven hoge idealen na, en overal is het leven vol heldendom.

Wees jezelf. Veins vooral geen genegenheid. Maar wees evenmin cynisch over de liefde, want bij alle dorheid en ontevredenheid is zij eeuwig als het gras. Volg de loop der jaren met gratie, verlang niet naar een tijd die achter je ligt. Kweek geestkracht aan om bij onverwachte tegenslag beschermd te zijn. Maar verdriet jezelf niet met spookbeelden. Vele angsten worden uit vermoeidheid of eenzaamheid geboren.

Leg jezelf een gezonde discipline op, maar wees daarbij lief voor jezelf. Je bent een kind van het heelal, niet minder dan de bomen en de sterren. Je hebt het recht hier te zijn, en ook al is het je al of niet duidelijk, toch ontvouwt het heelal zich zoals het zich ontvouwt, en zo is het goed. Heb daarom ook vrede met God, hoe je ook denkt dat Hij moge zijn en wat je werk en aspiraties ook mogen zijn; houd vrede met je ziel in de lawaaierige verwarring van het leven. Met al zijn klatergoud, somberheid en vervlogen dromen is dit toch nog steeds een prachtige wereld. Streef naar geluk.

 

 

 

 De Zaligsprekingen.

 

  Zalig, wie arm zijn en leeg,
want voor hen is het koninkrijk der hemelen

  Zalig, wie verdriet heeft,
want in het donker zal het licht opgaan.

  Zalig wie kwetsbaar durven zijn;
zij zullen de aarde redden.

  Zalig, wie hunkert naar gerechtigheid;
eens zal dat verlangen werkelijkheid worden

  Zalig wie een warm hart heeft;
anderen zullen jou warmte toedragen.

  Zalig wie een zuiver hart heeft;
die zal de goddelijke wereld mogen schouwen.

  Zalig, wie vrede en ruimte uitstralen;
de mensen zullen voelen dat God in hun hart woont.

  Vrees niet, als je het zwarte schaap bent;
want zo mag je de weg naar de toekomst openen

  Zalig ben je, wanneer je wordt afgewezen
en veroordeeld om wat je van binnenuit
voelt als waar. Zo maak je Christus
zichtbaar op deze aarde.
Blijf trouw aan de weg van de inwijding,
volg die weg, stap voor stap, en weet
dat je nu en straks voorgoed geborgen
zult zijn in het hart van God.

 

 

"Laat ziekte of het sterven van iemand een inspiratie zijn om ons leven te heronderzoeken; om onszelf af te vragen wie we dank verschuldigd zijn of met wie we nog wat goed moeten maken. Voor wie we woede of schuld voelen of liefde die we niet geuit hebben. En laten we deze onafgemaakte zaken afmaken".
(Elisabeth Kübler-Ross )

 

 

 

Hoe meer liefde je geeft, hoe meer je hebt.
De hoeveelheid liefde waarover je beschikt is onuitputtelijk.
Aan jouw vlam kunnen honderden mensen hun kaars aansteken en daarna met hun eigen vlam weggaan.
Zelfs nadat je honderd mensen vuur gegeven hebt, is je vlam niet kleiner geworden.
Bron: Extreme spiritualiteit - Tolly Burkan

 

 

 

Om de universele, allesdoordringende
Geest van Waarheid
te leren kennen
moet je zelfs het allerlaagste
in de schepping
kunnen liefhebben als jezelf.
Mahatma Ghandi

 

 

 

 MATTHEÜS

De Bergrede

 

Geschreven door: Kahlil Gibran

 

Op een oogstdag riep Jezus ons en zijn andere vrienden naar de heuvelen. De aarde geurde en als een koningsdochter op haar bruiloft, droeg zij al haar juwelen. En de hemel was haar bruidegom.
Toen wij de hoogten bereikt hadden, stond Jezus stil in het dal der laurieren en zei: 'Rust hier, maak je denken rustig en stem je hart, want veel heb ik je te zeggen.'
Daarop vleiden wij ons neer in het gras en de zomerbloemen omringden ons en Jezus zat in ons midden.
En Jezus zeide: 'Zalig zijn de serenen van geest.
Zalig zijn zij die niet vastgehouden worden door bezittingen, want zij zullen vrij zijn.
Zalig zijn zij, die zich hun pijn herinneren en in hun pijn hun vreugde wachten.
Zalig zijn zij die hongeren naar waarheid en schoonheid, want hun honger zal brood brengen en hun dorst koel water.
Zalig zijn de zachtmoedigen want zij zullen getroost worden door hun eigen zachtmoedigheid.
Zalig zijn de reinen van hart want zij zullen een zijn met God.
Zal zijn de barmhartigen, want barmhartigheid zal hun deel zijn.
Zalig zijn de vreedzamen, want hun geest zal hen boven de strijd uitheffen en zij zullen het veld van de pottenbakker maken tot hun tuin.
Zalig zijn zij, die vervolgd worden, want zij zullen snel van voet worden en vleugels krijgen.
Verheug je en bent blij, want je hebt het koninkrijk der hemelen in je gevonden. De zangers uit de oudheid werden vervolgd, wanner zij zongen van dat koninkrijk. Ook jullie zult vervolgd worden, en daarin ligt je eer, en daarin ook je beloning.
Jullie bent het zout der aarde, wanneer het zout zijn kracht verliest, waarmee zal dan het voedsel van 's mensen hart gezouten worden?
Jullie bent het licht der wereld. Verberg dit licht niet onder de korenmaat. Laat het helder schijnen voor hen die de stad Gods zoeken.
Meen niet dat ik gekomen ben om de wetten van de schriftgeleerden en farizeeën teniet te doen, want mijn dagen onder jullie zijn bepaald en mijn woorden geteld, en ik heb slechts luttele uren om een andere wet te vervullen en een nieuw verbond te openbaren.
Men heeft jullie gezegd dat je niet zult doden, maar ik zeg je dat je niet boos moet zijn zonder reden.

De ouden hebben jullie gelast je kalf, je lam en je duif naar de tempel te dragen en ze te offeren op het altaar, opdat Gods neusgaten zich zouden voeden met de geur van hun vet en je tekortkomingen je dan vergeven zouden worden.
Maar ik zeg je, zou je God willen geven wat reeds het zijne was van den beginne; en zou je hem willen bevredigen wiens troon gevestigd is boven de stille diepte en wiens armen de ruimte omsluieren?

Zoek liever je broeder op en verzoen je met hem, voordat je naar de tempel gaat; en geef vol liefde aan je naaste. Want in de ziel van diegenen heeft God een tempel gebouwd die niet verwoest zal worden, en in hun hart een altaar opgericht dat nooit zal vergaan.
Men heeft je voorgehouden: oog om oog en tand om tand. Maar ik zeg je: Wedersta het kwade niet, want wederstaan is voedsel voor het kwade en maakt het sterk. En alleen zwakken willen zich wreken. De sterken van ziel vergeven, en hen die onrecht werd aangedaan is het een eer om te vergeven.
Alleen de vruchtdragende boom wordt geschud of met stenen gegooid om voedsel.
Let niet op morgen, maar kijk vooral naar het heden, want het heden heeft genoeg aan zijn eigen wonder.
Let ook niet teveel op jezelf wanneer je geeft, maar wel op de noodzaak daarvan. Want ieder die geeft ontvangt zelf van de Vader en veel overvloediger.
En geef eenieder naar hij nodig heeft; want de Vader geeft geen zout aan de dorstige, noch een steen aan de hongerenden, noch melk aan de gezoogden.
En geef het heilige niet aan de honden; noch werp je parels voor de zwijnen; want met zulke geschenken bespot je ze, en zij zullen eveneens je geschenk bespotten en je in hun haat met graagte vernietigen.
Verzamel geen schatten die kunnen vergaan of door dieven gestolen kunnen worden. Verzamel liever een schat die niet vergaat of gestolen kan worden en wier liefelijkheid toeneemt, wanneer vele ogen haar aanschouwen. Want waar je schat is, daar is ook je hart.
Men heeft je geleerd dat de moordenaar door het zwaard de dood moet vinden, dat de dief gekruisigd en de overspelige gestenigd moet worden. Maar ik zeg je dat jezelf niet vrij bent van de overtreding van de moordenaar, de dief en de overspelige, en wanneer zij lichamelijk gestraft worden, wordt je eigen geest verduisterd.
Voorwaar geen enkele misdaad wordt bedreven door één man of één vrouw. Alle misdaden worden door allen begaan. En hij die de straf te verdragen krijgt, verbreekt misschien een schakel in de ketting die je eigen enkels omsluit. Misschien betaalt hij met zijn smart de prijs voor je voorbijgaande vreugde.'

Zo sprak Jezus, en ik hunkerde ernaar om neer te knielen en hem te aanbidden, maar in mijn verlegenheid kon ik mij niet bewegen, noch een woord spreken.
Maar tenslotte sprak ik en zei: 'Hoe gaarne zou ik nu bidden, maar mijn tong is zwaar. Leer mij bidden.'
En Jezus zei: 'Als je bidden wilt, laat dan je verlangen de woorden uitspreken.
Het is nu mijn verlangen aldus te bidden:
Onze vader op aarde en in de hemel, heilig is uw naam.
Uw wil geschiede met ons, zoals in de ruimte.
Geef ons brood genoeg voor deze dag.
Vergeef ons in uw erbarmen en maak ons groter, opdat wij elkaar mogen vergeven.
Leid ons naar u toe en strek uw hand naar ons uit in de duisternis.
Want van u is het koninkrijk en in u is onze kracht en onze vervulling.'

En het was nu avond en Jezus wandelde naar beneden de berg af en wij allen volgden hem. En hem volgende herhaalde ik zijn gebed en riep in mijn herinnering terug al wat hij had gezegd; want ik wist dat de woorden die die dag als vlokken waren neergedaald, zich moesten zetten en sterk worden als kristallen en dat de vleugels die boven onze hoofden gefladderd hadden, op de aarde zouden moeten stampen als ijzeren hoeven.

 

Uit: Jezus, de zoon des mensen. Kahlil Gibran.

 

 

 

Spreek tot ons over liefde.

 

En hij hief het hoofd en zag de mensen aan en er viel een diepe stilte over hen. En met een grote stem zei hij: Wanneer de liefde wenkt, volg haar, al zijn haar wegen zwaar en steil. En zo haar vleugelen je omhullen, laat je gaan, al zou het zwaard, verborgen in haar veren, je verwonden. En zo zij tot je spreekt, geloof haar, ook al verstrooit haar stem je dromen, zoals de noorden­wind je tuin verkeren doet in dorre woestenij.

 

Als korenschoven gaart zij je bijeen. Zij dorst je tot je naakt bent. Zij want je tot je vrij bent van je kaf. Zij maalt je tot je blank bent. Zij kneedt je tot je buigzaam wordt; en geeft je over aan haar heilig vuur, opdat je worden zult tot heilig brood voor Gods heilig feest.

 

Maar zo je in je angst alleen haar vrede en haar genoegen zoeken zou, dan deed je beter je naaktheid te bedekken en van liefde's dorsvloer weg te gaan, de seizoenloze wereld in, waar je zult lachen, maar niet je volle lach, en wenen, maar niet al je tranen.

 

De liefde geeft alleen zichzelf en put ook uit zichzelf alleen. De liefde neemt niet in bezit, en wil ook niet in bezit geno­men worden; want de liefde is zichzelf genoeg.

En als je lief hebt zeg dan niet: 'God woont in mijn hart,' maar veeleer: 'ik ben in 't hart van God.' En meen niet dat je richting geven kunt aan liefde's loop, want de liefde richt, zo zij je waardig acht, je loop. De liefde zoekt alleen zichzelf te vervullen. Maar zo je lief hebt en begeren moet, laat je begeerten zijn: Te smelten tot een kabbelende beek, die haar lied zingt tot de nacht; de pijn te kennen van teveel tederheid; gewond te worden door je eigen begrip van liefde; en bereidwillig en vol vreugde te bloeden; bij 't morgenlicht met een gevleugeld hart te ontwaken en te danken voor een nieuwe dag van liefde; op het middaguur te rusten en liefde's vervoering te overpeinzen; vol dankbaarheid in het avonduur huiswaarts te keren; en in te slapen met een gebed voor de beminde in je hart en een loflied op je lippen.

 

Kahlil Gibran

(Voor meer over en van Kahlil Gibran, zie de extra pagina op deze website)

 

 

 

Glimlachen.

 

Van alle levende wezens kan alleen de mens glimlachen

Een glimlach kost niets en toch is hij waardevol

Hij is het beste en natuurlijkste tegengif tegen droefheid

Wie hem krijgt wordt rijker, wie hem geeft wordt niet armer

Niemand is rijk of machtig genoeg om het zonder te kunnen stellen

Niemand is zo arm, dat een glimlach hem niet kan verrijken

Een glimlach wekt spontaan sympathie op, ook in zaken

Hij versterkt de vriendschap en houdt vrede in de gezinnen

Daarbij komt ( absolute paradox) dat hij niet kan worden gekocht,

afgebedeld, ontleend of gestolen, want hij heeft geen waarde zolang hij niet werd geschonken.

Er zijn mensen, die te moe zijn om U een glimlach te schenken

Geef hen de uwe, want niemand heeft meer glimlachen nodig

dan diegenen die er geen meer kunnen geven.

 

 

 

Weet je, de mens praat eindeloos over liefde: heb je naaste lief, heb je God lief, wees vriendelijk. Maar zoals het nu is ben je net zo min vriendelijk als zachtaardig. Je bent zo op jezelf geconcentreerd, dat het je ontbreekt aan liefde. En zonder liefde is er alleen verdriet. Dat is niet zomaar een aforisme, dat je kunt nazeggen. Je moet dit ontdekken, je moet het tegenkomen. Je moet er hard voor werken. Je moet er voor werken met inzicht in jezelf, zonder ophouden, met hartstocht. Hartstocht is iets anders dan lust; wie niet weet wat hartstocht is, zal nooit de liefde kennen. Liefde kan alleen ontstaan bij totale zelfovergave. En alleen liefde kan orde tot stand brengen, een nieuwe cultuur, een nieuwe manier van leven.

 

Krishnamurti

 

 

 

 

Op een goede dag komt er een discipel bij zijn Goeroe en zegt: Geëerde Meester: vertel me alstublieft hoe ik God kan ervaren.

Kom maar mee, zegt de Goeroe, ik zal het je laten zien.

Hij nam de discipel mee naar een meer en beiden gingen ze het meer in. Plotseling duwde de goeroe het hoofd van de discipel onder water. Na enkele ogenblikken liet hij hem weer gaan, en de discipel stond op boven het water en zei:  ‘Hemel, ik dacht dat ik dood ging, ik had bijna geen adem meer!’

De Goeroe zei: tegen de tijd dat je verlangen zo groot is naar God als je verlangen naar adem was, een minuutje geleden, tegen die tijd zal God zich zonder enig verder dralen aan je tonen.

 

Niet de dingen zelf verontrusten de mensen

maar de voorstelling die ze van die dingen hebben.

Zo is bijvoorbeeld de dood niet iets schrikwekkend.

Nee, de veronderstelling alsof de dood iets schrikwekkend zou zijn,

dat is het schrikwekkende.

 

 Er was eens een rijke handelaar die vier vrouwen had. Hij hield het meest van zijn vierde vrouw, hij versierde haar met weelderige kleren en behandelde haar als een delicatesse.
Hij zorgde heel goed voor haar en gaf haar het beste van het beste.

Hij hield ook erg veel van zijn derde vrouw. Hij was erg trots op haar en wilde altijd met haar pronken. Echter, de handelaar was erg bang dat ze weg zou lopen met een ander man.

Hij hield ook van zijn tweede vrouw. Ze was een hele attente persoon, altijd geduldig en in feite was ze de vertrouwelinge van de handelaar. Wanneer de handelaar problemen had, wendde hij zich altijd tot zijn tweede vrouw en ze hielp hem altijd en steunde hem door de moeilijke tijden heen.

Nu, de handelaars eerste vrouw was een hele loyale partner en had veel bijgedragen aan het behouden van zijn gezondheid en zaken, en zorgde ook nog voor het huishouden. De handelaar echter, hield niet van zijn eerste vrouw en hoewel ze zielsveel van hem hield, schonk hij haar nauwelijks aandacht.

Op een dag werd de handelaar ziek. Niet lang daarna wist hij dat hij gauw zou sterven.
Hij dacht aan zijn luxueus leven en hij zei in zichzelf: "Nu heb ik vier vrouwen bij me, maar wanneer ik sterf zal ik alleen achterblijven. Wat zal ik eenzaam zijn!"
Zodoende vroeg hij aan zijn vierde vrouw: "Ik hield van jou het meest, ik gaf jou de mooiste kleren cadeau en ik overstelpte je met de grootste zorg. Nu dat ik doodga, zou je me willen volgen en me gezelschap brengen?"

"Geen sprake van! "antwoordde de vierde vrouw en ze liep weg zonder een woord. Het antwoord sneed scherp door het hart van de handelaar.

De verdrietige handelaar vroeg het dan aan zijn derde vrouw: "Ik heb mijn hele leven lang veel van jou gehouden. Nu dat ik doodga ,zou je mij willen volgen en me gezelschap houden ?"
"Nee !" antwoordde de derde vrouw. "Het leven hier is goed. Wanneer je sterft, ga ik hertrouwen".

Het hart van de handelaar bezweek en werd koud.

Dan vroeg hij aan zijn tweede vrouw :"Ik wendde me altijd tot jou voor hulp en je hebt me altijd geholpen. Nu heb ik weer je hulp nodig. Wanneer ik doodga, wil je me volgen om me gezelschap te brengen ?"

Het spijt me ,maar deze keer kan ik jou niet helpen."antwoordde de tweede vrouw."Ik kan op z'n minst je naar je graf uitgeleide doen."

Het antwoord kwam als een bliksemschicht en de handelaar was ontzet.
Toen riep een stem :"Ik zal met je mee gaan. Ik zal je overal volgen."

De handelaar keek op en daar zag hij zijn eerste vrouw. Ze was zo dun, het leek bijna dat ze aan ondervoeding leed. Diep bedroefd zei de handelaar :"Ik had beter voor je moeten zorgen toen ik nog kon !"

We hebben allemaal vier vrouwen.
De vierde vrouw is ons lichaam. Hoe hard we ook ons best en moeite doen erin te slagen om er goed uit te zien, het zal ons verlaten wanneer we doodgaan.

Onze derde vrouw zijn onze bezittingen, onze status en onze rijkdom. Wanneer we sterven gaan ze allemaal naar anderen.

De tweede vrouw is onze familie en onze vrienden. Hoe nabij ons ze ook zijn geweest, dichterbij dan het graf kunnen zij niet met ons blijven.


De eerste vrouw is in feite onze ziel, vaak verwaarloosd in ons streven naar materiële rijkdom en lichtzinnig plezier. Het is werkelijk de enige die ons volgt waarheen we ook gaan .

(auteur mij onbekend)

 

 

 

 Indien gij een geloof hebt als een mosterdzaad....
niets zal u onmogelijk zijn

(Joodse wijsheid)

 

Hoop niet op een leven zonder problemen,
want van een makkelijk leven word je lui

(Kyong Ho)

 

Leef vandaag en vestig uw hoop zo weinig mogelijk op morgen.

(Joodse wijsheid)

 

Liefde is ....

Samen delen
en soms de ander wat meer gunnen

 

Haastige spoed...

Hoe meer je je haast,
des te langzamer ga je

(Seng-ts'an)

 

Glimlach

De glimlach van de hemel wordt zichtbaar

wanneer wij beseffen

dat wij door onze moeilijkheden op aarde

gezuiverd worden

(Confucius)

 

Overal waar een mens is,
is een kans op vriendelijkheid

(Joodse wijsheid)

 

Als je niet in slaap valt
houden dromen vanzelf op

(Seng-ts'an)

 

De menselijke geest is
als een donker bos

(Russisch gezegde)

 

Wil je je leven behouden,

vernietig het dan.

Als je het volkomen vernietigd hebt,

ben je op je gemak.

(Layman P'ang)

 

Verspil geen tranen
aan de smart van gisteren

(Joodse wijsheid)

 

Hij/Zij die een reden tot leven heeft
kan vrijwel alle levensomstandigheden verdragen

(Nietzsche)

 

Als je eet, eet dan.
Als je leest, lees dan.
Doe wat je doet.

(Seung Sahn)

 

Wat er ook onverwacht op je pad komt, weet dat het een geschenk van God is, dat je zeker zal helpen als je het optimaal gebruikt. Alleen dat wat je nastreeft vanuit je eigen verbeelding, wordt een probleem.

(uit ‘De Helende Reis’ van Brandon Bays)

 

Waarom haalt gij wel een splinter uit andermans oog, maar die balk in uw eigen oog bemerkt gij niet eens?

(Jezus)

 

Tegen de stroom ingaand, kom je terug bij de bron.

 

Did you dance in your passion?

Did you play in your joy?

That´s the secret of life.

Do wathever exites you!

(Steve Rother)

 

Als we de gevolgen van onze gedachten beter zouden overwegen, zouden we het ´letterlijk´ wel úit ons hoofd laten´ negatief te denken.

(Robert Benninga)

 

 

 

Het is makkelijk genoeg om kwaad te worden.

Maar kwaad zijn op de juiste persoon, in de juiste mate, op de juiste tijd, om de juiste reden en op de juiste manier, dat is niet gemakkelijk.

(Aristoteles, Ethica Nicomachea)

 

Denk niet dat je mens bent en je de goddelijke staat moet bereiken. Denk eerder dat je God bent en je van die staat een menselijk wezen moet worden. Als je op deze manier denkt zullen alle Goddelijke eigenschappen zich in u openbaren. Weet dat je bent afgedaald van God tot mens en dat je terug op weg bent naar de bron.

(onbekend)

 

Volg het gebeuren van het leven,

Het zal je naar plaatsen en mensen brengen,

Die innerlijke groei bevorderen

(Phyllis Lei Furumoto

 

 

 

 De acht verzen voor het oefenen van de geest.

(uit: ‘Vriendelijkheid en helder inzicht’

De geneeskracht van wijsheid

DE DALAI LAMA)

 

Met een vastberadenheid om het uiterste welzijn te verwezenlijken voor alle levende wezens, die zelfs het wensvervullende juweel te boven gaan, zal ik leren hen op de allerhoogste wijze lief te hebben.

Telkens als ik omga met anderen zal ik leren mezelf te zien als de laagste van allen en vol respect anderen achten als de allerhoogsten, uit de diepste grond van mijn hart.

Bij al mijn daden zal ik leren mijn geest te onderzoeken en zo gauw een verstorende houding opkomt, die mezelf en anderen in gevaar brengt, zal ik die vastberaden onder ogen zien en afweren.

Ik zal leren wezens met een slechte inborst lief te hebben, en ook allen die gebukt gaan onder zware zonden en lijden, op een manier alsof ik een kostbare schat heb gevonden die zeer zeldzaam is.

Als anderen mij uit jaloezie slecht behandelen met beledigingen, laster en dergelijke, zal ik leren het verlies volledig te aanvaarden en hen de overwinning gunnen.

Als iemand, die ik met groot vertrouwen heb ondersteund, mij op een onredelijke manier ontzettend veel pijn toebrengt, zal ik leren die persoon te zien als een uitstekende geestelijke gids.

Om kort te gaan, zal ik leren aan iedereen, zonder uitzondering, alle hulp en geluk direct en indirect te bieden . En met diep respect zal ik het lijden van mijn broeders op mij nemen.

Ik zal leren me aan al deze oefeningen te houden, onbesmet door de onzuiverheden van de acht wereldse gedachten. En door te begrijpen dat alle verschijnselen zijn als illusies zal ik verlost worden uit de boeien van gehechtheid.

 

 

 

De zon is dikwijls voor mij verduisterd,

maar ze is altijd weer voor me doorgebroken.

Hoe vaker ze onderging des te lichter en laaiender ging ze weer op.
Boehme, Jacob 
 
 Wie zichzelf vindt,

kan niets dulden wat het eigen beeld bevlekt.
Boehme, Jacob 
 
 Het hart van de wijze hoort, als een spiegel,

alle voorwerpen te weerkaatsen,

zonder door een enkele ervan besmeurd te worden.
Confucius 
 
 Als een stier heb ik de banden verscheurd,

als een olifant die door lianen breekt.

Ik zal niet tot een moederschoot terugkeren.
Boeddha 
 
 Na dit leven van lijden komt wel een voortbestaan in hemel of hel,

maar zelfs de hemelse vreugden zijn voorbijgaand.

Dan volgt weer een nieuw bestaan op aarde,

dat even vergankelijk, even vluchtig is als al het voorafgaande.
Boeddha 
 
 Wees nederig, als gij tot wijsheid wilt komen.

Wees nog nederiger als gij wijsheid bedwongen ebt.
Blavatsky, Helena Petrovna 
 
 

GIJ ZIJT EEN GOD VAN HET VUUR

O God, Ge zijt een God van het vuur,
        een God van het vuur en de vreugde,
Gij smelt onze namen in het leed
        en Gij geeft ons een andere toekomst,
Gij slaat ons als tranen in de wind
        en Gij wast ons als zout in de bodem,
Wij zegenen Uw naam op de aarde
        als blinden de hitte van de zon.

GUILLAUME VAN DER GRAFT

Bron: Zinrijk

Zoek God totdat je Hem vindt voorbij iedere gedachte
over Hem en iedere indruk van Hem,
voorbij de gedachte die je je vormt over zijn ondenkbaarheid,
voorbij iedere indruk die je hebt over zijn onuitsprekelijkheid.

Om God te zoeken, zoek je ook jezelf,
voorbij jezelf als iemand die zich bewust is dat hij waarneemt,
dat hij voelt, dat hij denkt,
voorbij jezelf als iemand die zich bewust is dat hij zichzelf
waarneemt, zichzelf voelt, zichzelf denkt.

Zolang je je nog bewust bent van jezelf, heb je jezelf nog niet
bereikt.
Je bent even ver van jezelf vandaan als God van jou vandaan is.
God is je even nabij als jij jezelf nabij bent
 
Henri Le Saux (1910-1973)
 
 

De wijze als hij sterft, verlangt de hemel niet,

Want hij bezat die reeds eer hij het leven liet.
---
Ik wil een feniks zijn en mij in God verschroeien

Opdat geen enkel ding mij vastklemt in zijn boeien.

 

---
 Roep niet tot God, de bron welt in uzelf ten leven,

Zo gij die niet verstopt, blijft hij zijn water geven

 

angelus silesius


 


 De tijd is slechts de stroom waarin ik ga vissen.

Ik drink uit de stroom;
maar terwijl ik drink, zie ik de zanderige bodem
en bemerk hoe ondiep hij is.
Zijn smalle loop verdwijnt, maar de eeuwigheid blijft.
Ik zou uit een dieper water willen drinken,
willen vissen in de hemel, waarvan de bodem met sterren is bezaaid.

(Thoreau)
 
 

"We moeten niet in iets geloven alleen omdat het gezegd is; noch in tradities, omdat ze vanuit de oudheid aan ons zijn overgeleverd; noch in geruchten als zodanig; noch in geschriften van wijzen, omdat wijzen ze schreven; noch in fantasieën, waarvan we misschien mogen vermoeden, dat ze ons door een Deva zijn ingegeven (dat wil zeggen in veronderstelde geestelijke inspiratie); noch in gevolgtrekkingen afgeleid uit de een of andere door ons gemaakte toevallige veronderstelling; noch omdat iets een analogische noodzakelijkheid schijnt te zijn; noch alleen maar op het gezag van onze leraren of meesters, maar dat wij moeten geloven wanneer het geschrift, de leerstelling of het gezegde door ons eigen verstand en ons eigen bewustzijn wordt bevestigd. Daarom leerde ik u om niet alleen maar te geloven, omdat u hebt gehoord, maar om indien u met uw bewustzijn geloofde, in overeenstemming daarmee te handelen."

De Boeddha

 

 

"Is het zo, dat gij één wilt worden met alle dingen, dan moet gij alle dingen loslaten en uw begeerte ervan afwenden en ze niet begeren, noch iets aannemen, noch iets in eigendom bezitten.
Want zodra gij iets met uw begeerte grijpt en in bezit neemt, wordt dat iets één met u en met uw wil, dan zijt ge verplicht het te beschermen en het als uw eigen wezen aan te nemen.
Wanneer gij echter niets grijpt met uw begeerte, zijt gij vrij van alle dingen en tegelijk heerst gij over alle dingen."
 Jacob Boehm

 

Honger is angst. Wat de wereld beweegt, wat ruzie veroorzaakt en strijd en oorlog en alle ellende, dat is de hebzucht: ik wil eten, meer eten, veel eten, ik wil dit hebben en dat en dat, ik wil vergaren, bezitten, opstapelen. In plaats van: ik wil geven, helpen, brengen, een beweging naar de mensen toe zijn, in plaats van de naar-zich-toe halerij van de croupier met zijn hark. Hebzucht. Vraatzucht. En wat is hebzucht anders dan angst? Men wil zeker zijn, genoeg of meer dan genoeg hebben, meer en meer en zoveel mogelijk alles hebben uit vrees te kort te zullen komen. En waarom heeft men angst? Omdat men niet beseft dat God met ons is, ons liefheeft en voor ons zorgt. God neemt elke angst weg. Als er geen angst is, zijn er geen wantrouwen en hebzucht meer; als die weg zijn, zijn er geen ruzie en geen oorlog meer.
Floris Bakels (1915 - 2000)

 

 

 

Er is een gezegde dat luidt dat de leermeester verschijnt als de leerling eraan toe is. Dit wil zeggen dat de leermeester komt als de ziel, niet het ego, eraan toe is. De leermeester komt als de ziel roept – en gelukkig maar, want het ego is er nooit helemaal aan toe. Als het alleen maar aan het ego lag om de leermeester naderbij te brengen, zouden we het ons hele leven zonder leermeester moeten stellen. We zijn  gezegend, omdat de ziel haar verlangen kenbaar blijft maken ondanks ons ego dat voortdurend van mening blijft veranderen.

(…)

Al die uitvluchten als ‘ik ben er nog niet aan toe’ en ‘ik heb tijd nodig’ zijn begrijpelijk, maar alleen voor korte tijd. Eerlijk gezegd is er nooit een ‘nu ben ik echt zo ver’, nooit ‘een juist ogenblik’. Zoals bij iedere afdaling in het onbewuste breekt er een ogenblik aan waarop je er maar het beste van hoopt, je neus dichtknijpt en de sprong in het diepe waagt. Als dit niet zo was, hadden we de woorden heldin, held of moed niet hoeven te maken.

 

Citaat uit: De ontembare vrouw als archetype in mythen en verhalen – Clarissa Pinkola Estés

 

                                                                                                                                     

 

 

Geweten, en vooral een slecht ge­weten, kan een gave van de hemel zijn, een echte genade, vooral als het voor hogere zelfkritiek wordt gebruikt. Zelfkritiek als introspectief, dis­criminerend streven is onmisbaar bij iedere poging om de eigen psyche te begrijpen. Wanneer wij iets hebben gedaan wat onverklaarbaar is en wij vragen onszelf af wat ons daartoe gebracht zou kunnen hebben, dan hebben wij de aansporing van het slechte geweten en het daaraan beant­woordend onderscheidend vermogen nodig om de beweegredenen van onze eigen houding te ontdekken. Alleen op deze wijze kunnen wij te weten komen door welke motieven onze handelingen beheerst worden. De angel van het slechte geweten spoort ons zelfs aan dingen te ont­dekken, die tevoren onbewust waren. Op deze wijze kan men de drempel van het onbewuste overschrijden en die onpersoonlijke krachten leren kennen, die de enkeling tot het onbewuste instrument van de massamoordenaar in de mens maken.

 

Bron: C. G. Jung - Psychologie en religie – verzameld werk, deel 4


 

De goedheid in woorden brengt vertrouwen teweeg;
de goedheid in het denken diepte;
de goedheid in het weggeven liefde.
De opperste goedheid is gelijk water.
De uitnemendheid ervan blijkt uit het feit
dat het allen ten zegen strekt en zonder murmureren
de laagste plaatsen inneemt die niemand wenst.

Daarom doet het denken aan de Weg.

En wanneer de deugdzame mens hierover niet twist,

zal niemand iets op hem aan kunnen merken.

Iemand van het superieure type lijkt op water,

waarvan de voortreffelijkheid ligt

in het goed doen

aan allen zonder onderscheid. (Tao)

 

 

 


 “Het enige dat echt de moeite waard is, is het vinden van je diepste "Ik", de "Ik" die wij zijn, en die wij, zonder het te weten, altijd geweest zijn. Dat "Ik" is zuiver geest, bevrijd van vorm, tijd en ruimte, waarin het, om zo uit te drukken, gedeeltelijk is ingebouwd. Weet wel dat het diepste "Ik" zo zacht als een vlinder is. Alleen op een heel voorzichtige, fijnzinnige en zeer natuurlijke wijze moet je proberen je "Ik" te bereiken. Om tot mijn "Ik" door te dringen bewijst de blijdschap de beste diensten, de blijdschap op vertrouwen gebaseerd. Het diepste van ons eigen wezen is nog meer in ons innerlijk verborgen dan wat wij als ons ik beschouwen. Ons diepste zelf lijkt op een wild dier, dat op de vlucht slaat zodra er ook maar de geringste beweging naar wordt gemaakt. Men kan zijn diepste wezen slechts waarnemen door toevallige gebeurtenissen. Je moet daarbij van het principe uitgaan, dat het er al is, maar dat je er niet naar moet zoeken. Het opkomen van een gevoel van blijdschap is het eerste subtiele te ken, dat er een magische kracht in je gaat geboren worden. Dan verschijnt er een "meester", een menselijk wezen zoals je zelf bent, bijna aan jezelf gelijk. Jijzelf bent, naar gelang je de "meester" in je waarneemt, niets meer dan een ademtocht uit de mond van de "meester". Je hoort hem zo tot je spreken, als sprak hij jouw taal. Wezenlijk is het, dat je eigen diepste "Ik" de brug is waarover hij tot je komt. Belangrijk is, dat je zelfs de geringste opwelling van je innerlijk wezen de kans geeft zich ongehinderd te uiten. Verder is belangrijk dat je elke opwelling, hoe banaal die ook mag lijken, alle aandacht geeft. Neem er nooit genoegen mee je eigen innerlijk wezen het juk van je verlangens op te leggen. Op die manier probeer je je eigen innerlijkheid te onderdrukken. Alleen je wil, je waarachtige wil moet handelen. Buiten jou bestaat er geen God.”

Gustav Meyrink 

 

 

het boek der Natuur

« Wát wordt er op aarde gevonden dat niet door God tot ons gekomen is? Hij heeft alles in Zijn hand gehouden. Willen wij het uit Zijn hand nemen dan zal dat moeten zijn door bidden, zoeken en aan te kloppen. Zó is de weg in de school. Met geweld, door te stelen en met streken volbrengen wij niets. Die ons leert om het dagelijkse brood te bidden, die zegt ons ook te vragen om wat méér is dan brood. In het brood is niet alleen ons leven, maar ook de kunsten en de wijsheden, die van de Mond van God uitgaan. In deze zullen wij ons verzadigen, het maagvulsel voor dodelijk achten, het ander voor eeuwig... Wat zonder Hem gevonden wordt is blind, een duisternis, zonder Licht. Op die wijze moeten de geheimen en mysteriën van de natuur tot ons komen en worden ons de grote werken Gods geopenbaard. »

Paracelsus

 

 

« Men moet het Mysterie van de onbevlekte en onzichtbare macht niet door bederfelijke en zichtbare geschapen zaken volvoeren, noch dat van de ondenkbare en onstoffelijke wezenheden door zintuiglijke en lichamelijke dingen. Volmaakte verlossing is de kennis-zelve van de onbesmette Grootheid; want aangezien door de 'onwetendheid' 'zonde' en de 'hartstocht' in de wereld gekomen zijn, wordt het gehele systeem dat uit deze' onwetendheid' voortgekomen is door 'Kennis' ongedaan gemaakt. Daarom is 'Kennis' verlossing van de innerlijke mem; ze is niet lichamelijk, want het lichaam is bederfelijk; noch is ze psychisch, want de ziel is een product van het gebrek en niet meer dan een behuizing voor de Geest; daarom moet de verlossing ook een geestelijke vorm hebben. Door Kennis wordt derhalve de innerlijke, de geestelijke mem verlost; daarom volstaat voor ons de kennis der universele wezenheden : dat is de ware verlossing. »

Valentinus

 

 

De mens kijkt altijd tegen de buitenzijde der dingen; innerlijk is alles één in God, uiterlijk is er de gescheidenheid.  

Böhme

 

‘Wij hebben verloren het Licht van het hart Gods, want in de val van Adam zijn wij van het eeuwige Licht weg naar het licht van deze wereld gegaan en de ziel heeft niets anders te verwachten dan dat het licht van deze wereld voor haar zal vergaan, indien zij niet wederom ingaat tot het Goddelijke licht. Want, zoals wij mensen met de ogen van deze wereld God niet kunnen zien, die toch altijd om en bij ons is, zo moeten wij eerst andere ogen krijgen, opdat wij God zouden voelen en tasten. Dan ook zullen wij Hem schouwen.’

Böhme

 

 

 

Het edele Pareltje

Böhme sprak over het 'Edele Pareltje' dat rein en ongeschonden in het innerlijk van de mens rust.

'Lucifer woedt tegen de kinderkens,ja, hij zal alles doen om het Parelke te besmeuren.

De reine, zuivere ziel is de mens waarin Kennis gloort en die de weg van kennis volgt, uit de verschrikkingen van het huis des doods. Ja, vele malen zal deze mens aanvallen te verduren krijgen, maar als hij volhardt in de rechte weg der Kennis, zal hem het kostbare Pareltje geschonken worden.''

Uit dit Lichtbeginsel dient hij opnieuw geboren te worden, wederge­boren uit Water en Geest.

‘Daarom, bezint U, kinderen, en gaat de rechte deur binnen! Het komt niet slechts op het vergeven aan maar op het geboren worden. Dán ook is het vergeven, dat is, de zonde is als een huls: de nieuwe mens groeit er uit en laat de huls achter. Dat is Gods vergeving. God ver-geeft het boze van de nieuwe mens weg, Hij geeft het van hem weg. Het wordt niet uit het lichaam weggevoerd, maar de zonde wordt in het centrum ver­geven, namelijk aan het vuurhout en moet op deze wijze een oorzaak van het vuur­principe zijn waaruit het Licht schijnt. Het moet de heilige mens ten goede dienen, zoals Paulus zegt: 'degenen, die God liefhebben keren alle dingen ten goede, ook de zonde.’ Wat zeggen wij dan: 'Zullen wij zondigen, opdat ons heil geboren wordt? Hoe zou ik weer willen ingaan in hetgeen ik afgestorven ben? Zou ik uit het Licht weer in de duisternis gaan?' Wat de zondaar een prikkel ten dode is, is de heilige een macht ten leven. '

Böhme

 

 

Alles heeft de opdracht zichzelf te overwinnen.
Wie door anderen overwonnen wordt, heeft zijn opdracht niet vervuld.
Wie zijn opdracht niet vervult, wordt door anderen overwonnen.
Als iemand zichzelf overwint, merken anderen daar niets van.
Als echter iemand anderen overwint, wordt de hemel rood.
De leek noemt dit 'licht' verschijnsel vooruitgang.

Gustav Meyrink

 

 


Zeg tot uzelf bij het aanbreken van de dag: Vandaag zal ik allerlei mensen ontmoeten, de bemoeial, de ondankbare, de onmatige, de bedrieger, de afgunstige, de eenzelvige. Ze werden zo omdat zij goed niet van kwaad kunnen onderscheiden. Maar ik heb de natuur van Goed en Kwaad doorgrond en gezien dat het ene vol schoonheid is en het andere afschuwwekkend. Bovendien heb ik de natuur van de zondaar doorgrond en ontdekt dat wij verwant zijn, niet omdat wij van hetzelfde bloed of hetzelfde zaad zijn, maar omdat wij deel hebben aan de geest en de goddelijke vonk. Ik kan door geen van hen gekwetst worden, want wat lelijk is, bindt mij niet. Ik kan niet boos worden op mijn naaste of hem haten, want wij zijn tot bestaan gekomen om samen te werken, zoals de voeten, de handen, de oogleden en de boven- en ondertanden. Daarom is het in strijd met de Natuur om elkaar tegen te werken, en dat doen wij door ons aan elkaar te ergeren en afkeer van elkaar te hebben.

 

Overpeinzingen

Marcus Aurelius Antonius

 

 

 

Ledige aren dragen hun kop hoog

De grootste wijze kan zijn onwijsheid met een glimlach erkennen, maar de onwijze draagt zijn ledige hoofd hoog, net zoals sommige esoterici, spiritualisten met geheven hoofd de z.g. onwetenden negeren. Een leer moet, volgens hen, doorspekt zijn met wetenschappelijke termen, ingewikkelde zinnen en occulte uitdrukkingen om werkelijk waardevol te zijn.

Slechts zulk een leer kunnen zij aanhangen.

Beter gezegd: slechts met zulk een leer kan men zichzelf een schijn van kennis geven.

Wel, een esotericus en een spiritualist behoren eigenlijk totaal geen leer aan te hangen, maar te getuigen, in daden, dat zij esotericus, dan wel spiritualist zijn.

Kennis drukt zich uit in daden; de "handel en de wandel" behoren bij elkaar.

Henk Leene

 

 

 

Elk wezen in de ruimte is uiteindelijk binnen het bereik van de goddelijke wil en onderhevig aan de stuw­kracht van de goddelijke energieën die door het heelal stro­men en het doordringen. We zijn geen marionetten van een of andere almachtige persoonlijke God, maar mensen met een vrije wil, hoe weinig we ons nog bewust zijn van onze innerlijke mogelijkheden. Al heeft ieder een eigen bestem­ming, toch is niemand een eiland apart, afgescheiden van ieder ander, maar is een deel van een groot continent van ervaring en groei dat de hele mensheid omvat.

Maar hoever het u is toegestaan van de koers af te wijken, hoe groot uw uitwijkmogelijkheden zijn - kan ik niet zeggen. Dat kan niemand. De enige die deze vraag kan beantwoor­den bent u zelf. We maken allemaal fout op fout, maar dat is niet de beslissende factor. Wat telt is het motief van ons leven - de kwaliteit van de aspiratie die al onze gedachten en daden beheerst. We spelen echter met vuur als we proberen erachter te komen hoever we kunnen gaan om er nog net 'door te rollen'.

- James  A. Long – Mens, vonk der eeuwigheid. -

 

 

Fouten Maken

 

IK GELOOF NIET dat het ooit verkeerd is een eerlijke fout te maken. Het is oneindig veel beter dat iemand juiste motieven heeft, het goede wil doen, rechtvaardig wil zijn, edelmoedig wil handelen en een fout maakt omdat hij niet precies weet welke weg hij moet inslaan, dan dat hij trilt en beeft uit angst een fout te maken en dan, omdat het hem aan inner­lijke kracht ontbreekt onmiddellijk en blindelings fouten gaat maken. Zo iemand vordert nooit gemakkelijk. Het is beter een fout te maken, daarvan te leren, de gevolgen dapper te dragen, om daarna een beter mens te zijn.

Verbeter uw vermogens door ze te oefenen. Wees niet bang een eer­lijke fout te maken. Zorg er wel voor dat uw motief goed is en dan zul­len uw fouten anderen niet schaden en zult u ze snel verbeteren. U zult sterker zijn en intuïtiever worden. Laat uw hart vol zijn van mededogen voor de fouten van anderen en van verlangen het juiste te doen; dan zult u nooit erg dwalen. En elke keer dat u daarna uw innerlijk vermogen tot oordelen gebruikt, bent u zekerder, geruster en meer overtuigd. Het licht zal helderder schijnen. Dan bent u waarlijk mens.

G. de Purucker