Boeken en auteurs die me dierbaar zijn.

Hans Stolp - Jozef Rulof - Frederik van Eeden - Maarten Toonder - Paul van OstaijenHubert Lampo - Marianne Fredriksson - Paulo CoelhoJoanne Klink - Henri de Vidal de St.Germain - Toon Hermans - Edgar Cayce - Deepak Chopra - Mellie Uyldert -

 

 

Hans Stolp

 

Hans Stolp (1942) is pastor en auteur. Hij studeerde theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Behalve theologie bestudeerde hij later de psychologie van G.C.Jung en maakte hij een studie van het esoterische christendom.

Na zijn studie werd hij docent in het middelbaar onderwijs, waar hij geschiedenis, maatschappijleer en godsdienst doceerde. Daarnaast was hij schooldecaan.

In 1978 werd hij ziekenhuispastor van het AZG in Groningen. Over zijn werk daar met zieke en stervende kinderen publiceerde hij de boeken 'Als de dood vroeg komt' en 'De gouden vogel'. Dit laatste boek, een kinderboek, werd in vele talen vertaald. In deze boeken vertelt hij over de eigen taal, de symbooltaal, waarin (zieke) kinderen spreken over de ingrijpende vragen van leven en dood.

In 1987 werd hij benoemd tot radiopastor van de Ikon. In de jaren dat hij bij de Ikon werkte, publiceerde hij diverse boeken over het Nieuwe Tijdsdenken, zoals het boek 'Dichterbij dan ooit..., over verlichtende ervaringen', dat nog steeds verkrijgbaar is. Hij noemt het Nieuwe Tijdsdenken de derde weg in het geloof, naast die van de orthodoxie en die van de moderne theologie.

Begin 1994 legde hij zijn werk als radiopastor neer. Sinds die tijd geeft hij cursussen en lezingen over thema's die samenhangen met het Nieuwe Tijdsdenken en de esoterische traditie van het christendom, o.a. voor de stichting De Heraut.

In zijn werk maakt hij die oorspronkelijke, spirituele of esoterische christelijke traditie (weer) voor een breed publiek toegankelijk.

Hij schreef inmiddels zo'n dertig boeken, waaronder kinderboeken, dichtbundels en verhalende boeken. Ook begon hij een reeks boeken die gewijd zijn aan de esoterische, christelijke traditie. Deze boeken, 'Jezus van Nazareth' en 'Johannes de Ingewijde', kregen als ondertitel 'Esoterisch Bijbellezen' mee.

Boeken van Stolp: zie http://www.hansstolp.nl/boeken.html

 

 

Jozef Rulof

Voor informatie over Jozef Rulof: zie mijn speciaal aan hem gewijde pagina op deze homepage

Frederik van Eeden

 

Voor informatie over Frederik van Eeden: zie mijn speciaal aan hem gewijde pagina op de homepage en op mijn Frederik van Eeden Club

 

 

Marten Toonder

 

De schepper van de Bommelsaga wordt geboren in 1912 in Rotterdam. Zijn Groningse wortels zijn in zijn taalgebruik regelmatig op te merken. Hij groeit op met zijn broer Jan Gerhard en schept als kind zijn eigen fantasiewereld, omdat zijn - als kapitein immer afwezige - vader en zijn aan depressies lijdende moeder weinig opvoedkundige invloed op het tweetal uitoefenen.
Na de HBS maakt Marten Toonder een zeereis met zijn vader naar Zuid Amerika, waar hij onder invloed komt van het tekenwerk van Dante Quinterno (die door Walt Disney is opgeleid).
Omdat hij striptekenaar wil worden, gaat hij naar de kunstacademie in Rotterdam. Maar deze opleiding spreekt hem totaal niet aan, zodat hij die dan ook spoedig vaarwel zegt.
Als tekenaar bij de Rotogravure Maatschappij in Leiden bekwaamt hij zich in het vak door vervolgstrips te tekenen voor verschillende bladen. Zo moet hij de strip van Bruintje Beer in het Nieuwsblad van het Noorden vervangen door een strip over Bruintjes verre neef: Thijs IJs. Samen met zijn broer Jan Gerhard (die de tekst schrijft) vervaardigt hij 52 Thijs IJsverhalen.
In 1935 trouwt Toonder met zijn buurmeisje Phiny Dick. Ook zij heeft tekentalent. Zo schrijft en illustreert zij de verhalen van o.a. Miezelientje, de vrouwelijke tegenhanger van Tom Poes. Verder is van haar bekend de strip van Olle Kapoen.


In 1938 gaat Toonder werken in Amsterdam bij uitgeverij Diana, waar hij met de eerste Tom Poes tekeningen op de proppen komt.


In 1941 moet de Telegraaf - vanwege de oorlog - de Mickey Mouse-strip beëindigen. Toonder wordt gevraagd een vervangend stripverhaal te verzorgen. Het wordt Tom Poes. Het eerste Tom Poesverhaal (Tom Poes ontdekt het geheim van de Blauwe Aarde) begint op 16 maart 1941 en is al meteen een succes. In het derde verhaal (Tom Poes in de tovertuin) verschijnt heer Bommel ten tonele, wiens rol steeds belangrijker wordt.


Samen met Joop Geesink worden tekenfilms gemaakt. Maar tenslotte gaan Geesink en Toonder uit elkaar en worden de Toonder studio's opgericht. Tijdens de oorlog duiken steeds meer mensen onder in Toonders bedrijf en hij raakt verzeild in de illegaliteit omdat hij - met de Studio's als dekmantel en met een eigen drukkerij - in staat is documenten te vervalsen. Ook werkt hij mee aan het illegale blad 'Metro'.
In 1944 wordt de Telegraaf een 'SS-krant'. De grond wordt Toonder nu te heet onder de voeten, maar als hij zelf zou onderduiken zou hij vele mensen in gevaar kunnen brengen. Hij besluit zichzelf manisch-depressief te laten verklaren, zodat het verhaal 'Tom Poes en de Chinese Waaier' halverwege stopt. Tom Poes en heer Bommel duiken letterlijk onder (BV 23, strook 1079).


Na de oorlog begint de Tom Poesstrip zijn zegetocht, ook in het buitenland. Ook de stripverhalen van Kappie en Panda verschijnen nu. Veel bekende striptekenaars werken in de Toonder Studio's, zoals Hans Kresse, Ben van 't Klooster, Walling Dijkstra, Dick Matena, Lo Hartog van Banda, enz.
De Bommelsaga verschijnen vanaf 1947 in de Volkskrant en in de Nieuwe Rotterdamse Courant (later NRC-Handelsblad). Ook verschijnt de strip van Koning Hollewijn.


Tot zijn verbazing wordt Toonder in 1954 benoemd tot lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, waardoor de kritiek uit de officiële literaire wereld grotendeels verstomt. Vanaf dit moment wordt Toonders werk algemeen erkend als behorend tot het Nederlandse culturele erfgoed. De verhalen zullen echter in de loop der jaren alleen nog maar in kwaliteit toenemen.
In 1964 vertrekt Toonder met zijn vrouw naar Ierland, om zich geheel te wijden aan de Bommelsaga, alle zakelijke beslommeringen achter zich latend.


In 1967 bereikt de hoofdredacteur van de 'Bezige Bij', Geert Lubberhuizen, voor Toonder de ultieme erkenning door zijn saga uit te geven in de serie 'Literaire Reuzenpockets'. Om de literaire kwaliteit van de verhalen te benadrukken, worden de tekeningen verkleind en de tekst vult het grootste deel van de pagina, zeer tot verdriet van de notoire stripliefhebbers, die Toonders tekeningen nu met een vergrootglas moeten bekijken. Met 48 delen (per deel 2 of 3 verhalen) wordt het grootste deel van Toonders oeuvre op deze wijze uitgegeven. De eerste 45 verhalen worden echter niet meer uitgegeven, wat een stroom aan illegale drukwerkjes oplevert, die onder de toonbank aan bommelfans geleverd worden. Dan besluit Toonder ook deze verhalen nog één keer uit te geven, maar dan in het vertrouwde oblongformaat.


In 1982 stelt Toonder het verhaal 'Heer Bommel en de Andere Wereld' (BV163) beschikbaar als boekenweekgeschenk.


Toonders grootste passie, de tekenfilm, heeft wel veel geld gekost, maar is eigenlijk nooit verwezenlijkt. Maar in 1983 verschijnt er dan toch een avondvullende Bommelfilm 'Als je begrijpt wat ik bedoel'. Toonder is echter niet erg tevreden met het resultaat.


In 1986 beëindigt Toonder de Bommelsaga met het verhaal BV 177 'Het Einde van Eindeloos'.
In 1990 sterft zijn vrouw Phiny Dick.


Toonder schrijft een autobiografie in 3 delen: 'Vroeger was de aarde plat', Het geluid van bloemen' en 'Onder het kollende meer Doo'.


In 1996 hertrouwt Marten Toonder met de componiste Tera de Marez Oyens. Drie maanden later overlijdt zij. Hij schrijft daarna het boek 'Tera', als epiloog op zijn autobiografie.
Wegens problemen met zijn gezondheid verhuist Toonder in 2001 terug naar Nederland. Het overlijden van zijn eerste en tweede vrouw en drie van zijn vier kinderen heeft een stempel gezet op zijn late levensjaren.


In 2001 verschijnt van hem een boekje met korte verhalen, getiteld: 'We zullen wel zien'.
In 2002 wordt, ter gelegenheid van Toonders 90ste verjaardag een monument voor hem onthuld in zijn geboortestad Rotterdam. Ter gelegenheid daarvan wordt het boek 'Zoek De Grein' uitgegeven.
In hetzelfde jaar verschijnt het boek 'De Kunst Van Toonder', waarin tekeningen en schilderwerk van hem zijn afgedrukt.


Tenslotte zijn de 177 Bommelsaga uitgegeven in 40 kloeke delen als 'Volledige Werken' door uitgeverij Panda te Den Haag, waarbij alle tekeningen weer op dezelfde grootte zijn afgedrukt in de dagbladen. De delen verschijnen successievelijk van 1990 tot 2002

 

Lees meer op O.B. Bommel - een Heer van Stand

 

 

 

Paul van Ostaijen

(1896-1928)

 

Ik ben geboren. Dit moet worden aangenomen, alhoewel een absoluut-objektief bewijs niet is voor te brengen. Axioom is het domein van de subjektieve ervaring. Objektief is het slechts gissen. Dus: zijn wij geboren? Zien. Tasten. Maar lachen om het weinig overtuigende van dit bewijs. Ik vraag; Wie is wel degelijk geboren?

Op tweejarige leeftijd: spoorwegramp. Schrik zonder kennis daargelaten, geen boze gevolgen. In de zware struggle for life met bitterheid daarover gemediteerd. Mijn leven begon met ontsporing. Zó begrijpelijk dat ik het leven steeds van deze zijde beschouw; hoe ontspoor ik op de voordeligste wijze. Want dat een mens dáár is in te ontsporen, daaraan kan ik, vroeg ontspoorde, niet twijfelen. Was deze spoorwegramp wel werkelijkheid? Is zij misschien enkel lokalisatie van een vroegrijpe wil tot ontsporen? Of nog: onduidelijke herinnering van een zeer vroege 'Alpdruck'?

Mijn bloedverwanten droomden: muzikale wonderknaap. Evenwel geen talent. -- Maar toestanden uiterst gunstig. Slechts eenmaal voetbal gespeeld. Voldoende om een 10 x 2 centimeter lang op breed litteken te behouden. Ik speel geen voetbal meer. Mijnheren, ik ben een slachtoffer van de sport.

Na zorgeloos leven kamp voor het bestaan te Berlijn, Potsdam en Spandau. Niet romantisch. Fantasie is de vertelling dat ik het van liftboy tot eigenaar van een nachtlokaal zou hebben gebracht. Ben veel te primitief om vooraanstaande plaats in de samenleving te bekleden. Spijts zeer verlangend het niveau der vlaamse dekadenten te berieken, begrijp ik mijn 'Unfähigkeit'. Op het punt leraar voor ritmisch-typografische poëzie te worden benoemd, moest ik bedanken daar niet in het bezit van een geklede jas. In de tang van de struggle f.l. sigaretteventer, oppikker (Schlepper) in dienst van een nachtlokaal alwaar naaktdansen. Eindelijk fatsoenlijke plaats door voorspraak van een vooraanstaande kunstcriticus: verkoper in een schoenmagazijn, afdeling dames. Vandaar sterke beïnvloeding. Zie: 'sikkelbeen', 'siderische slinger' = invloed schoenmagazijn afdeling D.

Zeer gelukkig om deze goede situatie, alhoewel met weemoed naar het Westen starend. Le bonheur est fait d'un je-ne-sais-quoi mélancolique(1). Brussel. O deze luxestad nog éénmaal zien. Sterven met de weelde van een Brusselse bar in perspektief. O Wonne.

Drie boeken uitgegeven: 'Music-Hall', 'het Sienjaal', 'Bezette Stad'. Misschien is ook dit slechts massahypnose. Wie kan dit bewijzen dat hij deze boeken heeft gelezen? Laat staan: begrepen. God beware: begrepen: Ik zelf heb ze niet begrepen.

(Zelfportret)

(1)Het geluk is gemaakt van een melancholisch 'ik-weet-niet-wat'.

 

 

 

Hubert Lampo

 

Hubert Lampo werd geboren te Antwerpen op 1 september 1920 als zoon van een postbediende en een onderwijzeres. In 1938 behaalt hij het diploma van onderwijzer, in 1941 dat van geaggregeerd leraar. Tot 1944 geeft hij les. In datzelfde jaar wordt hij tewerkgesteld bij het Archief en Museum van het Vlaamse Cultuurleven te Antwerpen. Na zijn militaire dienst wordt hij journalist-kunstcriticus. Hij oefent dit beroep uit tot 1965. Hij speelde een actieve rol in de Vlaamse letterkundige wereld, o.m. als redactiesecretaris van het "Nieuw Vlaams Tijdschrift". Ondertussen werd hij in 1948 tevens rijksinspecteur van de Openbare Bibliotheken. Vanaf 1965 is hij hoofdinspecteur. In 1973 werd hij voorzitter van de Vereniging van Vlaamse letterkundigen en in 1979 lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. In 1989 werd hij vereerd met de titel van eredoctor aan de universiteit van Grenoble. Hubert Lampo huwde driemaal. Hij woont thans in Grobbendonk.
Hubert Lampo debuteerde met de roman "Don Juan en de laatste nimf" (1942), gevolgd door "Hélène Defraye" (1945) en "De ruiter op de wolken" (1948). Deze werken zijn psychologische romans waarin misterieuze supra-rationele verbanden gesuggereerd worden, hetgeen zijn latere magisch-realistische strekking reeds doet vermoeden. In "Triptiek van de onvervulde liefde" uit 1947 ontpopt Hubert Lampo zich dan ook naast Johan Daisne als grondlegger van het
magisch-realisme (1) in Vlaanderen. Zoals Daisne combineert Lampo de weergave van realiteit en fictie met als resultaat een nieuwe psychologisch samenhangende werkelijkheid. In tegenstelling tot Daisne echter, maakt Lampo hierbij ook gebruik van parapsychologische (2) elementen en bepaalde interpretaties van de cultuurgeschiedenis. De schrijver lijkt hierbij inspiratie gevonden te hebben in Jungs archetypenleer. Zo o.a. verwijst in "De komst van Joachim Stiller" (1960) het verschijnen van een raadselachtige verlossersfiguur naar het messias-archetype (3). Ook de Orfeusmythe (4) speelt een rol in verschillende verhalen en romans. Dit komt o.m. tot uiting in "De goden moeten hun getal hebben" (1969). De schrijver verklaarde echter ooit zelf dat dit alles spontaan en intuïtief gebeurde : hij volgde gewoon zijn inspiratie en onderkende pas later de archetypische grondslagen van zijn werk.
Het latere werk van Lampo wordt gekenmerkt door meer en meer intriges en steeds diepere peilingen in het onbewuste van zijn personnages. Getuige hiervan is "De heks en de archeoloog" uit 1967. Naast zijn romans schreef Hubert Lampo nog talrijke essays. Hij vertaalde ook uit vreemde talen, o.a. enkele romans van Françoise Sagan. Bovendien was hij ook nog gedurende 20 jaar redacteur kunst en letteren bij "De Volksgazet" en werkte hij mee aan verschillende tijdschriften.
Naast talrijke andere prijzen, ontving de schrijver in 1963 de Driejaarlijkse Staatsprijs voor zijn roman "De komst van Joachim Stiller". In 1983 kreeg hij de Prijs van de Vlaamse Provincies. In 1993 tenslotte ontving hij de Gouden Erepenning van de Vlaamse Raad. Zijn werk werd in verschillende talen vertaald en "De madonna van Nedermünster", "Kasper in de onderwereld" (= De goden moeten hun getal hebben) en "De komst van Joachim Stiller" werden verfilmd.

Bibliografie :

* 1942 : Don Juan en de laatste nimf (roman)
* 1943 : De jeugd als inspiratiebron (essay)
* 1945 : Hélène Defraye (roman)
* 1947 : Triptiek van de onvervulde liefde (roman)
* 1948 : De ruiter op de wolken (roman)
* 1950 : De Vlaamse steden (essay)
* 1951 : De roman van een roman (essay)
* 1951 : Idomeneia en de kentaur (i.s.m. Ben van Eysselstein)
* 1952 : De belofte aan Rachel (roman)
* 1952 : Marstboom (essay)
* 1952 : Cauda met Irene (novelle)
* 1953 : Het zwarte sterrenbeeld (radiofonisch treurspel)
* 1953 : Terugkeer naar Atlantis (roman)
* 1955 : Jan Vaerten (essay)
* 1955 : De duivel en de maagd (roman)
* 1957 : Toen Herakles spitte en Kirke spon (essay)
* 1956 : Lode Zielens (essay)
* 1959 : De geliefden van Falun
* 1960 : De komst van Joachim Stiller (roman)
* 1960 : Joris Minne, beeldhouwer (essay)
* 1961 : Felix Timmermans, 1886-1947 (essay)
* 1962 : Hermione betrapt (roman)
* 1963 : De geboorte van een god (novelle)
* 1963 : De madonna van Nedermunster (novelle)
* 1964 : Dochters van Lemurië (novellen, omvattend : Regen  en gaslicht, De geliefden van Falun, Cauda met Irene,
    Idomeneia en de kentaur, De geboorte van een god, De madonna van Nedermunster)
* 1965 : Lod. de Maeyer (essay)
* 1966 : Armand Boni. Van literair grisaille tot episch fenomeen (lezing)
* 1967 : De heks en de archeoloog (roman)
* 1967 : De draad van Ariadne (autobiografie)
* 1967 : De ring van Moebius, I (essay)
* 1968 : Het oponthoud (door Nico Crama) (filmscenario)
* 1969 : De goden moeten hun getal hebben (roman)
* 1970 : Er is meer Horatio... (essay)
* 1971 : Liefde 1843 (roman van Pieter Frans Van Kerckhoven, "vertaald" in hedendaags Nederlands)
* 1972 : De vingerafdrukken van Brahma (roman)
* 1972 : De ring van Moebius, II (essay)
* 1972 : De zwanen van Stonehenge (essay)
* 1972 : De madonna van Nedermunster (door Nico Crama) (filmscenario)
* 1972 : Felix Timmermans : mens, schrijver, schilder, tekenaar (essay)
* 1974 : Grobbendonkse brieven (essay)
* 1974 : Kasper in de onderwereld, of : De goden moeten hun getal hebben (roman)
* 1975 : Lod. de Maeyer, asceet, alchemist, kunstschilder (essay)
* 1975 : Kroniek van Madoc (essay)
* 1975 : De neus van Cleopatra (essay)
* 1976 : Een geur van sandelhout (roman)
* 1976 : De prins van Magonia (roman)
* 1977 : De verzoeking (radiospel)
* 1978 : De engel en de juke-box (verhalen) (omvattend : Marie-Rose-Marie, De zoon van meneer Davidson, De engel
    en de juke-box, Clarissa en de poesen)
* 1978 : Joachim Stiller en ik (= De draad van Ariadne) (autobiografie)
* 1979 : De geboorte van een god (novelle)
* 1979 : Verhalen uit nomansland (omvattend : Regen en gaslicht, De zoon van meneer Davidson, De Madonna van
    Nedermunster, Cauda met Irène, Marie-Rose Marie, De geboorte van een god)
* 1980 : Dialogen met Olivetti (essay)
* 1980 : Wijlen Sarah Silbermann (roman)
* 1981 : In de voetsporen van Koning Arthur (door Anton Stevens) (televisiefilmscenario)
* 1983 : Omnibus (omvattend : De vingerafdrukken van Brahma, Dochters van Lemurie, Kasper in de onderwereld)
* 1983 : De Antwerpse romans (omnibus) (Omvattend:  Terugkeer naar Atlantis, De komst van Joachim Stiller, Een
   geur van sandelhout)
* 1983 : Zeg maar Judith (roman)
* 1984 : Het kind moet een naam krijgen (uit "De neus van Cleopatra", 1975) (in "Vlaamse verhalen na 1965")
* 1985 : De eerste sneeuw van het jaar (roman)
* 1985 : Het graalboek (roman)
* 1985 : Koning Arthur (essay)
* 1986 : De verhalen
* 1988 : Terugkeer naar Stonehenge. Een magisch-realistisch droomboek (essay)
* 1988 : Oorlogsjaren (roman)
* 1988 : De man die onderdook en andere verhalen
* 1989 : De elfenkoningin (roman)
* 1990 : De verdwaalde carnavalsvierder (roman)
* 1991 : De man die nergens kwam (roman)
* 1992 : Schemertijdmuziek (roman)
* 1993 : De wortels van de verbeelding (essay)
* 1994 : De geheime academie (roman)
* 1995 : De magische wereld van Hubert Lampo. Zijn beste verhalen

 

(1) magisch-realisme = letterkundige stroming die het leven en de wereld wil weergeven al een onverbreekbare eenheid van realiteit en droom met tevens een bovenzinnelijke dimensie
(2) parapsychologie = wetenschap der paranormale verschijnselen en begaafdheden
(3) archetype = oorspronkelijk beeld of model
(4) Orpheus = figuur uit de Griekse mythologie die met zijn gezang mens en dier in zijn ban bracht en na het verlies van zijn vrouw doelloos en eenzaam rondzwierf

 

 

Marianne Fredriksson

 

Marianne Fredriksson (1927) groeide op in Göteborg, na Stockholm de grootste stad in Zweden. Haar ouders waren politiek geëngageerd en trokken zich het lot van de arbeiders aan. ‘Eigenlijk waren ze zelf geen arbeiders. Mijn vader was een kleine ondernemer, hij bouwde schepen. Mijn moeder was huisvrouw en zorgde voor de twee kinderen. Het sprak voor zich dat ik de middelbare school zou volgen. Daar heb ik me een objectiever beeld van de burgers kunnen vormen.’

Na haar studie ging Fredriksson direct als journaliste aan de slag bij de lokale krant Göteborgstidningen, waar ze scheepvaartverslaggeefster werd. Zo kon ze sneller in haar eigen onderhoud voorzien dan wanneer ze zich aan de kunst gewijd zou hebben. Bovendien zocht ze, net als haar vader, het avontuur. ‘Het was zwaar werk voor een jong meisje, maar juist om die reden trok het werk me aan. En ik had succes. Wat hielp was dat ik er leuk uitzag. Toen, voordat de vrouwenbeweging ons verbood onze vrouwelijkheid als wapen in te zetten, deden we dat zonder enige terughoudendheid. Ik was behoorlijk meedogenloos.’ Het talent van Fredriksson bleef niet onopgemerkt. Ze werd hoofdredactrice van invloedrijke tijdschriften als Allt i Hemmet (een woonmagazine), Vi Föräldrar (ouders van nu) en Allt om Mat (een gastronomisch tijdschrift). Maar voor haarzelf was de periode (1974-1989) waarin ze redactiechef was bij het grootste Zweedse dagblad Svenska Dagbladet het belangrijkst.

Haar twee dochters (die nu allebei als psychologe werkzaam zijn) veranderden haar leven. Het avontuur lonkte niet meer. Het moederschap vroeg alle aandacht. In 1980 verscheen haar eerste roman, Evas Bok (Het boek van Eva), de geschiedenis van de eerste vrouw. Tot dan toe had Fredriksson geen plannen voor een literaire loopbaan. ‘Eigenlijk lag de basis voor het schrijven van literatuur al zo’n acht jaar eerder. Ik had veel succes in mijn werk en een evenwichtig gezinsleven. Maar ik was bang. Ik kon die angst niet beheersen en dacht zelfs aan zelfmoord. Toen greep een collega in en stuurde me naar een psychoanalytica. De analyse veranderde alles. Ik begreep langzaamaan dat ik altijd te veel van mezelf had geeïst en nog langzamer kwam het inzicht dat mijn angst heel diep en existentieel was: ik had me altijd een achtergesteld kind gevoeld.’

Na Het boek van Eva volgde in 1981 Het boek van Kaïn en Norea’s sprookje (1983). Samen met Het boek van de man die door de nacht dwaalt (1988) en De Zondvloed (1990) zijn die romans sterk in de mythologie verankerd. In 1985 verscheen het boek dat ze altijd al had willen schrijven: Simon, het boek over haar eigen jeugd. Ze kon er pas aan beginnen toen ze besloot niet een meisje, maar een jongen - een joods adoptiekind - als hoofdpersonage te gebruiken. Alleen op die manier kon ze de thematiek van het achtergestelde kind verwerken.‘Het eigenaardige is dat ik nauwelijks eigen jeugdherinneringen heb. De psychoanalyse heeft me daarbij geholpen.’ Haar laatste werk Volgens Maria Magdalena (1997), grijpt weer terug op Bijbelse motieven. Maar Fredriksson verwerkt de geschiedenis naar eigen inzicht. In deze nieuwe roman is Jezus de minnaar van Maria Magdalena, die getrouwd is met de Griek Leonidas. Bij het schrijven van Volgens Maria Magdalena voerde Fredriksson spannende gesprekken met haar personage. Het is dan alsof Maria Magdalena haar bezoekt, alsof ze een vrouw van vlees en bloed is. ‘We zijn het niet altijd met elkaar eens. Maria heeft soms een al te levendige fantasie. Maar als ze vertelt over haar gesprekken met Petrus en Paulus, moet ik haar gelijk geven. Als zij als volgelinge van Jezus was erkend, hadden we een ander soort christendom gehad. Er zijn volgens haar zaken overgeleverd die niet op waarheid berusten. Jezus wilde geen wetten of geboden, integendeel, hij wilde er vanaf. Hij had geen vooroordelen. Maria is ervan overtuigd dat Jezus te groot was voor de mensen.’

Tot voor kort was Marianne Fredriksson in Nederland een volslagen onbekende auteur. In Zweden zijn al haar romans bestsellers. Uitgeverij De Geus geloofde in het werk van Fredriksson en introduceerde Anna, Hanna en Johanna dat in Zweden in 1994 uitkwam en in Nederland in november 1997 verscheen. Sindsdien zijn er meer dan 132.000 verkocht in Nederland en stond het boek maandenlang nummer 1 op de top tien. Gezien het feit dat Anna, Hanna en Johanna, in 31 landen verschijnt, mag er met recht gesproken worden over een internationale doorbraak van deze auteur. In eigen land werd Fredriksson uitgeroepen tot Schrijfster van het Jaar en ontving ze de Literatuurprijs van de Noordse Raad.

 

Boeken van Fredriksson:

Evas bok, 1980

Kains bok, 1981

Noreas saga, 1983

Simon och ekerna, 1985 (vertaald als Simon)

Den som vandrar om natten, 1988

Gåtan, 1989

Syndafloden, 1990

Blindgång, 1992 (vertaald als Het zesde zintuig)

Om kvinnor vore kloka skulle världen stanna, 1993 (vertaald als Als vrouwen wij waren)

Anna, Hanna och Johanna, 1994 (vertaald als Anna, Hanna en Johanna)

De elva sammansvurna, 1995 (vertaald als De elf samenzweerders)

Enligt Maria Magdalena, 1997 (vertaald als Volgens Maria Magdalena)

Flyttfåglar, 1999 (vertaald als Inge en Mira)

Älskade bann, 2001 (vertaald als Elisabeth's dochter)

 

 

Paulo Coelho

 

Paulo Coelho is in Nederland vooral bekend als auteur van De alchemist. Maar de schrijver is méér dan dat. Bij De Arbeiderspers verscheen bijna zijn complete oeuvre, waaronder zijn nieuwste boek Elf minuten. De Braziliaanse meester ontpopt zich in al zijn werk als een geestelijk avonturier, die vóór alles op zoek is naar de waarheid en zichzelf.

De Braziliaan Paulo Coelho (1947) heeft een turbulent leven achter de rug. Zeer tegen de wens van zijn ouders, die hem liever een technisch beroep zagen uitvoeren, stortte hij zich al op jonge leeftijd op de literatuur. Zijn vader beschouwde Paulo’s bescheiden rebellie als een teken van gekte, en liet hem meerdere malen opnemen in een psychiatrische inrichting. Dat had averechts effect: de sancties spoorden Paulo slechts aan zich te wijden aan kunst en literatuur. Hij sloot zich aan bij een theatergroep en begon te werken als journalist. In de jaren zestig kreeg de internationale hippie-beweging voet aan de grond in Brazilië, destijds onderdrukt door een repressief militair regime. Coelho werd beïnvloed door de beweging, experimenteerde met drugs en startte een tijdschrift, waarvan slechts twee nummers uitkwamen.


Met popmusicus en goede vriend Raul Seixas raakte Coelho betrokken bij de Alternatieve Gemeenschap, een culturele verzetsbeweging. Samen publiceerden zij komische strips, gericht tegen het heersende regime. Toen aan het licht kwam wie de maker was van de strips, werd Coelho opgepakt en dagenlang gemarteld. Na deze ervaringen, die een blijvende geestelijke wonde achterlieten, besloot Coelho zijn leven als geëngageerd en kritisch kunstenaar de rug toe te keren, en verkoos de anonimiteit.
Eind jaren zeventig maakte Coelho een rondreis met zijn vrouw door Europa, waar het echtpaar onder andere het concentratiekamp van Dachau bezocht. Daar kreeg Coelho een visioen waarin een man aan hem verscheen. Twee maanden later, in een café in Amsterdam, kwam hij deze man daadwerkelijk tegen. De twee praatten urenlang. De man raadde Coelho aan zich weer te bekeren tot het katholicisme, en een pelgrimstocht naar Santiago te ondernemen.


In 1987, een jaar na voltooiing van deze tocht, schreef Coelho zijn eerste boek, De pelgrimstocht naar Santiago. Het verscheen bij een kleine uitgeverij in Brazilië. Weer een jaar later werd De alchemist uitgegeven, het werk zou dat een enorm succes zou worden. In eerste instantie verkocht De alchemist echter matig, wat Coelho ertoe bracht zijn heil bij een andere, grotere uitgeverij te zoeken. Een goede zet: het boek werd heruitgegeven en bestormde samen met De pelgrimstocht naar Santiago de bestsellerlijsten in Brazilië. Zo groeide De alchemist uit tot het bestverkopende boek aller tijden in het Portugees.
Na Brazilië zou ook de rest van de wereld veroverd worden. In 1993 werd De alchemist uitgegeven in de Verenigde Staten, waar het een ongekend succes werd.


Hierna volgden spoedig andere landen, waaronder Nederland.


In 1994 verscheen De alchemist bij de Arbeiderspers; er zijn sindsdien meer dan 150.000 exemplaren van verkocht. Inmiddels is het boek vertaald in 56 talen en uitgegeven in meer dan 150 landen, en kan men het gerust beschouwen als een klassieker van deze tijd.

Maar zoals gezegd: Coelho is meer dan De alchemist alleen. Bij de Arbeiderspers verschenen acht boeken van zijn hand, waaronder Veronika besluit te sterven, De duivel en het meisje, en het recente Elf minuten.


Centraal thema in al zijn werk is de eindeloze queeste van de mensheid naar vrede en harmonie met het universum. Voor zijn hele oeuvre ontving Coelho in 1999 de Crystal Award van het World Economic Forum. In 2002 mocht hij toetreden tot de rijen der ‘onsterfelijken’ van de Academia Brasileira de Letras, een instituut dat in Brazilië hetzelfde aanzien geniet als de Académie Française in Frankrijk. Coelho behoort inmiddels tot de meestgelezen auteurs ter wereld. De combinatie van puur literair vakmanschap en een grote geestelijke bagage heeft hem gemaakt tot een wereldwijd cultureel fenomeen. Een terechte winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur in 2003.

 

Werken van Paulo Coelho:
De alchemist
De duivel en het meisje
Veronika besluit te sterven
De vijfde berg
De pelgrimstocht naar Santiago

De Zahir

11 minuten

Strijder van het licht

Aan de oever van de Piedra huilde ik

 

Online: Warrior of the Light

 

 

Joanne Klink

Autobiografie Joanne Klink / Dan ben ik maar gek
door Koert van der Velde in
Trouw van 2003-09-11


,,Ik heb mijzelf wel eens de postbode van Onze Lieve Heer genoemd'', zegt Joanne Klink (85), theologe die bekend werd met haar kinderbijbel (1959) en vanwege haar ommezwaai naar new age. ,,Ik ben mijn leven te weinig vrij geweest om van de wereld te genieten, maar heb de energie gekregen om grote groepen mensen tot een hogere spirituele groei te brengen, zoals een astroloog me verteld heeft.''

Ze is net terug uit Hilversum, waar ze bij remonstranten haar verhaal heeft gedaan. ,,Te elfder ure'', zegt ze met milde spot - ze is twintig jaar remonstrants predikant geweest, maar belangrijk voor haar leven was dit niet. ,,In mijn autobiografie wijd ik er maar twee regels aan. Beetje preken en catecheseren.'' Ze haalt de schouders op.

Klink praat liever verder over een jongetje dat met negen littekens werd geboren. Wat bleek: in zijn vorige leven was hij met negen kogels vermoord. Over een leugendetector die op planten wordt aangesloten en toont dat hij reageert op wederwaardigheden van hun eigenaar. Over kindertekeningen van lichtwezens die de mensen begeleiden, van aura's en ufo's.

Nog regelmatig geeft ze lezingen. Ze is gaan zitten op een stoel schuin naast de interviewer, en praat meest voor zich uit. ,,Hoe zou je het in je hoofd halen een autobiografie te publiceren. Dat is iets wat je toch niet doet?'' Tenzij dat gevraagd wordt, zegt ze als verklaring voor het verschijnen in eigen beheer van 'Klinkklaar' (te bestellen via www.mijneigenboek.nl).

Ze spreekt van 'feiten', zegt ,,een duidelijker bewijs is er niet''. ,,Ik heb kasten vol informatie van mediums, met gechannelde boodschappen over de toekomst van de mensheid.'' Voor Klink is de status ervan hoger dan die van de Bijbel - die desondanks een belangrijk referentiepunt is gebleven. ,,Het Oude Testament is net een kleuterboek - maar dan vol angst en agressie. Wat weten we tegenwoordig meer dan toen.'' Wat haar betreft vooral dankzij al die boodschappen uit de goddelijke wereld van de laatste jaren. Toch wil ze het denken hierover geen theologie noemen, want theologie staat bij haar voor het dogmatische gespeculeer in de kerk. De Nieuwe Tijd is anders, vindt ze. ,,Weet je dat na de 'indigokinderen' van eind jaren negentig, er nu ook nog wijzere 'kristalkinderen' geboren worden?''

,,Of geloof je dat ook weer niet? En nu niet altijd maar tegenstribbelen. Daar raak ik van in de war. Het is al zo ingewikkeld.'' Klink is gewend om te praten. ,,Op het station vind ik vijf minuten staan al te lang, maar als ik een lezing geef sta ik met gemak twee uur.'' Praten, en schrijven. ,,Een medium zei me eens dat ik vanwege mijn blokkades geen direct contact met de andere wereld kan hebben, maar dat wel heb als ik schrijf. En inderdaad, de boeken vliegen mijn pen uit.''

Maar ze kan ook luisteren, vooral naar kinderen, en daar schreef ze het boek 'Vroeger toen ik groot was' over (1990). ,,Die onbevangen kinderen hebben me alles verteld over de andere wereld waaruit zij zopas kwamen. Dingen die ze niet aan hun ouders vertelden.'' Klink zit ineengevouwen op haar stoel, kijkt guitig voor zich uit. Welk kind wil niet aan zo'n aardige oma iets fantastisch vertellen om nog serieus genomen te worden ook?

De kinderopenbaringen betekenden voor Klink het omslagpunt in haar leven. De kinderen bewezen haar dat wedergeboorte bestaat, en ook andere bronnen steunden dit geloof. ,,De bibliothecaris van het Vaticaan heeft onthuld dat de manuscripten waarin Jezus over reïncarnatie spreekt er al eeuwen worden verstopt. Maar dat mag zeker niet in de krant, hé? Als je het niet gelooft sta je niet open voor de feiten. Dan kun je net zo goed de televisie of Bush geloven.''

Maar de opzienbarendste openbaringen kwamen van volwassenen, ook over haarzelf. ,,Och nee, die mag je niet op schrijven. Veel te privé.'' In het voorwoord van haar autobiografie schrijft ze dat ze 'inderdaad wel openhartig is, misschien wel te'. Maar wie geïnteresseerd is naar eigen beschouwingen over haar karakter en persoonlijke ontwikkeling wordt matig bediend. Wel een achttien pagina's tellende herdruk van een brief aan een synode, een uitgebreide lezing van haar horoscoop door een anonieme astroloog, en tal van ontboezemingen van mediums over haar vorige levens.

,,Er gaat wel een luikje open als je de informatie krijgt dat je tot de zielengroep van de Plejaden behoort''. Andere Plejaden: Plato, Rembrandt, Mozart en Gorbatsjov. Ze onderwees kosmologie in Atlantis in de tempelschool, zag als Eskimo haar kinderen doodvriezen, viel als kind in een put, en heeft met Jezus pratend tussen de olijfbomen de zonsondergang meegemaakt. Soms is ze heel expliciet: in 1588 bij Tilburg op de brandstapel. Was onder de naam Wilbert van Gembloux uit België de secretaris van Hildegard van Bingen.

,,Ik ben een koppige bliksem, een terriër, een 'Jehova's getuige'. Geen gevoelsmens of knuffelvenus. Alles met de ratio. Dat is mijn handicap. Waarschijnlijk heb ik daarom nooit zelf een openbaring gehad.''

In het boek een lijst met de maar liefst 41 therapieën die Klink heeft gedaan. ,,Al dat geshop was tevergeefs, heb ik uit de geesteswereld vernomen.'' Ze toont een polaroid waarop ze staat met haar hoofd in een witte en gele waas. ,,Mijn aura'', zegt ze over het volgens een allang ontmaskerde methode verkregen plaatje.

,,Kritiek, kritiek, kritiek. Ik snap het niet: je ziet er toch best aardig uit. Jij vindt me maar gek, hè? Als je er zoals ik veel mee bezig bent, ga je eraan wen nen. Dan ben ik maar gek. De kop van het artikel heb je.''

(Ik vond geen  biografie van Joanne Klink. Vandaar dat ik als kennismaking dit interview uit Trouw heb geplaatst. Mocht iemand hier aanvullingen hebben, dan zijn ze welkom bij fran@sneeknet.nl)

 

 

 


foto:
http://www.harmonia-alkmaar.nl/harmonia-alkmaar.html

 

Henri de Vidal de Saint Germain

 

DE EIGEN-WIJSHEID VAN HET KIND VAN DEZE TIJD

 

Intuïtieve, gevoelige en kinderen met paranormale vermogens zijn er altijd geweest. Ze werden (helaas ook nu nog wel) met onbegrip bejegend en hadden het meestal zwaar te verduren.

In het overgangstijdperk waarin wij leven, blijkt het aantal van de nu zo benoemde Nieuwetijdskinderen waarneembaar toe te nemen. Tegelijkertijd is er gelukkig een sterke kentering in de benadering van deze kinderen te constateren. Vanuit verschillende richtingen wordt er intensief gewerkt om tot meer inzicht, begrip, zorg en aandacht voor deze vaak kwetsbare kinderen te komen. Een goed gegeven!

Mits we - wat helaas niet zelden gebeurt - deze kinderen niet gaan verbijzonderen, omdat daarvan een averechtse uitwerking kan uitgaan.

Laten wij met hun mogelijkheden maar ook de moeilijkheden, die zij nog steeds kunnen ondervinden op een zorgvuldige, maar vooral ook gezonde en natuurlijke wijze omgaan. Vanzelf zullen we dan ontdekken, hoe wij van de eigen-wijsheid van het kind - het innerlijk weten dat bij deze koplopertjes van het Aquariustijdperk nog zo sterk aanwezig is - als volwassenen nog veel kunnen leren.

Henri de Vidal de St. Germain is een gerenommeerd regressie-, dagdroomtherapeut en auteur. Hij schreef verscheidene boeken (waarvan 'Mijn kind is anders' en 'De eigen wijsheid van het kind' op deze lezing betrekking hebben), geeft lezingen en workshops in binnen- en buitenland, en gespecialiseerde seminars voor therapeuten van diverse disciplines, w.o. artsen, psychologen en psychiaters.

 

 

 

Bij Uitgeverij Ankh-Hermes te Deventer verschenen van zijn hand de onderstaande boeken:

  • Spectrum van regressie en reïncarnatie(3e druk)
  • Dimensies achter regressie en reïncarnatie (2e druk)
  • Dagdromen en vorige levens (2e druk)
  • Mijn kind is anders [regressie-ervaringen van kinderen] (2e druk)
  • De eigen wijsheid van het kind (geleide fantasie voor kinderen)
  • Wegwijzers voor kinderen van deze tijd

 

 

Toon Hermans.

 

Es ich neet mee zèng
brèng mich dan mer nao hoes
brèng mich trök nao mien landj
dao veul ich mich thoes
dan lik op 't veldj
die sjneewitte sjprei
en dan lik ich mich neier
in 't graas van de wei

(Toon)

Zaterdag 22 april 2000 overleed Toon Hermans. Die dinsdagmiddag is hij in besloten kring begraven op de Algemene Begraafplaats in Sittard. Toon werd 83.

Toon Hermans wilde in stilte worden begraven. In Sittard, waar hij in 1916 werd geboren en waar zijn in 1990 overleden vrouw Rietje was begraven.


Vrolijk zijn, op hem proosten, en vooral geen traan laten. Zo zou Toon willen dat we hem gedenken. Omdat het leven prachtig is en omdat Toon erop rekende dat het leven niet ophoudt bij de dood, maar het begin is van iets nieuws.


Toon leefde eigenlijk al jaren met de dood, niet alleen privé thuis maar ook op de bühne. Het was gewoon een manier om het verlies van zijn vrouw te verwerken. Wit en Rood waren de kleuren tijdens de begrafenis. Wit, de kleur van licht en hoop, en rood, de kleur van de liefde.

 

Bij het overlijden van Rietje


DE BRON

Dagelijks gedenk ik mijn dierbare doden, en ik
bid hun voor ons te willen bidden.
Zij zijn immers dichter bij 'de bron' dan wij.


RIETJE

Zij stierf in november.
Nu ik dit schrijf is het zomer.
Het is dus nog maar kort geleden.
Maar er is geen kort meer en geen lang.
Ze is nog geen uur dood geweest.

Nu ik haar handen niet meer aan kan
raken en haar ogen niet meer kan zien,
zijn we nòg meer dan ooit twee zielen
en één gedachte.


Gedichten van Toon Hermans
uit '75 Woorden', De Fontein 1991

 

Voor een vriend
 
nu 't rouwrumoer rondom jou is verstomd
de stoet voorbij is, de schuifelende voeten
nu voel ik dat er 'n diepe stilte komt
en in die stilte zal ik je opnieuw ontmoeten
en telkens weer zal ik je tegenkomen
we zeggen veel te gauw: het is voorbij
Hij heeft alleen je lichaam weggenomen
niet wie je was en ook niet wat je zei
ik zal nog altijd grapjes met je maken
we zullen samen door het stille landschap gaan
nu je mijn handen niet meer aan kunt raken
raak je mijn hart nog duidelijker aan
 
(uit 'Fluiten naar de overkant')

Bron: Toon Hermans Fanclub

 



 

Edgar Cayce

 

Meer over deze 'profeet in trance' :    op Edgar Cayce

 



Deepak Chopra

 

Deepak Chopra

 

Deepak Chopra is arts en een pionier in het onderzoek naar de wisselwerking van lichaam en geest. Zijn vele eerdere boeken werden wereldwijd bestsellers. Chopra geeft lezingen en seminars over de hele wereld en zijn werk is voor talloze lezers een bron van inspiratie en succes."

 

Deepak Chopra is arts en specialist op het gebied van de Ayurveda, de traditionele Indiase geneeswijze. Met zijn bestsellers in de Verenigde Staten en Europa en zijn druk bezochte lezingen heeft Chopra bewezen dat hij niet alleen qua kennis op eenzame hoogte staat. Hij verstaat ook als geen ander de kunst om op een begrijpelijke manier te schrijven over de moeilijke materie van de geest/lichaamrelatie. Dit liet hij al zien in zijn eerste in Nederland gepubliceerde werk, 'Quantumgenezing'.


In 'Leven zonder grenzen' beantwoordt Chopra de complexe vraag in hoeverre de mens zijn eigen realiteit kan vormgeven. Dat mensen ruimschoots in staat zijn zichzelf door hun denken allerlei beperkingen op te leggen is algemeen bekend. Maar er bestaan aarzelingen om de andere, positieve, kant van de medaille te onderkennen, namelijk dat we eveneens in staat zijn te leven zonder die beperkende grenzen.


Met een uitdagende gedrevenheid beschrijft Chopra eerst de werking van de geest.
Vervolgens verbindt hij diverse disciplines met elkaar, van de moderne fysica en de neurologie tot de oude Indiase religieuze tradities, en vertelt hij over zijn eigen leven en over gevallen uit zijn praktijk, om te illustreren dat het mogelijk is de beperkingen van de eigen geest te overstijgen. In het laatste deel van het boek zet hij in heldere bewoordingen uiteen waarom de kracht van het bewustzijn grenzeloos is.

 

Ayurveda en Quantumfysica volgens Dr. Deepak Chopra


Wat gebeurt er in ons lichaam wanneer wij ziek worden? En wat gebeurt er wanneer wij weer beter worden? Welke mechanismen worden geactiveerd, hoe reëel is het onderscheid tussen geest en lichaam?
Dr. Chopra was aanvankelijk als algemeen arts verbonden aan het Militair Hospitaal in Boston, en vestigde zich vervolgens in diezelfde stad als endocrinoloog. Tijdens een bezoek aan zijn geboorteland kwam hij in aanraking met de Ayurveda, de traditionele Indische geneeswijze, waarin niet de ziekte maar de patiënt centraal staat. Chopra verdiepte zich in de methoden hiervan en bracht ze naar de Verenigde Staten waar hij, in overleg met zijn patiënten, een wijze van behandelen ontwikkelde waarin ayurvedische en westerse methoden werden gecombineerd. Tegenwoordig verdeelt hij zijn tijd tussen het werk in de ayurvedische kliniek in Lancaster, een voorstad van Boston, en de vele lezingen waartoe hij wordt uitgenodigd.


In "Quantumgenezing" voert hij ons naar het gebied waar de gebeurtenissen zich afspelen, het grensgebied tussen geest en lichaam: "Het lichaam heeft zelf een geest, zo moeten we concluderen. Als we dit mysterieuze aspect, dat tot de essentie van onze natuur behoort, eenmaal begrijpen, dan is de genezing van kanker niet langer een wonderbaarlijke genezing. Want al hebben slechts weinigen een lichaam dat weet hoe het kanker moet genezen, elk lichaam weet hoe het een snijwond moet genezen."

Meer op: Homepage Deepak Chopra

 

 

 

 

Mellie Uyldert.

 

Mellie Uyldert, geboren 31 mei 1908 om 15:52 uur in Blaricum, is een van de eersten in Nederland die ernst maakt met de astrologie. Al snel valt het haar op dat de theosofen hun op Indiase leest geschoeide astrologie willen inpassen in het westerse causale denken, terwijl het bij astrologie juist gaat om het denken in analogieën. Op 21-jarige leeftijd volgt ze haar eerste lessen in astrologie bij de vrijmetselaar Ram, maar ontdekt dat er eigenlijk weinig te leren valt omdat ze alles al weet. Ze hoort zichzelf dingen zeggen en hoeft alleen maar naar haar innerlijke stem te luisteren. Het luisteren naar jezelf, naar de God die in je woont, is dan ook een thema dat als een rode draad in haar werken aanwezig is.

Bron

 

Bibliografie:

  • Handleiding voor de moderne keuken (1934)
  • De Taal der Kruiden
  • Verborgen krachten der edelstenen
  • Wezen en Krachten der Metalen
  • Leven uit Inspiratie (autobiografie) (2002)
  • Sterren, mensen, kruiden (2005)
  • Kruiden in de keuken
  • Lexicon der Geneeskruiden
  • Genees Uzelf
  • Verborgen Wijsheid van het Sprookje
  • Verborgen wijsheid van Kinderspelen
  • Verborgen Wijsheid van Oude Rijmen
  • De Symboliek van de Midwintertijd
  • Symboliek In de ban van de Ring
  • Plantenzielen
  • Liefde
  • Het Levensritmë
  • Aarde's Levend Lichaam
  • De psychologie van het christendom
  • Astrologie: Kosmische samenhangen
  • Astrologie: Aspekten
  • Astrologie: Medische Astrologie
  • Mijn hart is aan de Overzijde

Citaat:

 

Ter illustratie plaats ik hierbij een tekst die ooit verscheen in 'Onkruid' en die de eenvoud van de kleine - grote vrouw laat zien.

 

Gewone dingen

 

Omdat het leven zo rijk en verrukkelijk is, heb ik behoef­te er over te praten. Ik bedoel geen rijkdom aan bijzon­dere feiten, ontmoetingen met interessante mensen, grote openbaringen tijdens meditatie of prachtige dromen. Die heb ik niet, en mediteren doe ik niet, misschien omdat ik altijd daar ben, waar anderen door meditatie hopen te komen. De rijkdom ligt juist in de heel gewone dingen. Hoe prachtig schittert het licht in de waterstraal uit de kraan. Die zalige groeizame sfeer van het gras, de brand­netels en het hondsdraf op het veldje zo intiem met el­kaar, en als mens mag je daar op bezoek komen omdat je zelf ook ergens de plant in je hebt, je eigen levenssfeer, en zo praat plant met plant en zijn gelukkig met elkaar.

Vier poezen en een konijn wandelen door mijn tuin of doen er een dutje. Ik weet niet eens van allemaal wat hun officiële adres is. Hindert niet! We groeten elkaar als tuingenoten, omdat we van dezelfde zon genieten. Wij mensen hebben immers ook allen het dier in ons, dat de taal van andere dieren verstaat. En wat is het grindpad mooi met de gele blaadjes tussen de grijze en witte ste­nen. De dag is vol verrukkingen.

En de mensen? Die lopen vaak in een breinmist rond, in een zelfgemaakte werkelijkheid, die zij met elkaar spelen alsof het echt is. Een spel met heel veel regels: van ver­keer, van geld, van examens en diploma's, van wat je al­lemaal moet elke dag, en al die breinspinsels bedekken als een plakkerige laag de schoonheid die er van nature is, die het leven zo heerlijk maakt. Dat heerlijke leven van elke dag opnieuw, noemen zij alledaagse sleur, alleen omdat zij die grauwe deklaag van hun eigen verkeerde

denken zien. Zij spelen hun rollen met treurige tekst, ver­tellen elkaar hoe moeilijk en zwaar het leven is, praten over ziekten, geld, politiek, oorlog, misdaad, bedrog en vertonen al die broedsels van het verkeerde denken ook nog voor de jeugd, op tv, en zijn verontwaardigd als die jongeren het gegeven voorbeeld in daden omzetten.

Als men tegen hen zegt: dat hóeft toch niet! Zet je tv bij het groot vuil, lees geen krant en drink de kosmische energie, onbesmet, onbedorven en gratis bij elke adem­teug! - dan antwoorden ze: maar je moet je toch aan­passen aan de maatschappij, je moet je kinderen daar toch voor klaarmaken! Dat is dan weer verkeerd denken, zo'n aangeleerde rol in het grote toneelstuk dat men sa­men opvoert. Want de maatschappij - dat zijn wij zélf, allemaal samen. Dat is geen grote draak die ons bedreigt als wij hem onze kinderen niet voeren. Dat zijn wij men­sen die nu leven, als maats.

 

Wij kunnen tot elkaar zeggen: laat ons ophouden met dit spel, dat ons de natuurlijke vreugden afneemt. Laat ons samen wonen in groepen die gelijk voelen en die elkaar verstaan, om voor elkáár te werken. Laat onze kinderen hun maatschappij vormen, waarin alleen geldt het na­tuurlijke denken, waarmee zij het leven begonnen zijn. Niet onze verkeerde gewoonten op hen overbrengen! Zij brengen hun levenspatroon al mee uit het hiervoormaals, laten wij er van leren en ons herinneren wat wij immers altijd al wisten, ónder het toneelspelen door. Niet het mooie handje geven als je het niet meent. Niet het bord leeg eten als je al verzadigd bent. Niet met het win­kelspeelgoed spelen omdat je dat nu eenmaal gekregen hebt, als een lege doos veel meer mogelijkheden biedt.

Voor het kind is alles nieuw. Let erop en zie het ook weer zo, dan komt het geluk terug. Het kind maakt de taal,

van binnenuit. Dring het geen woorden op die hem niets zeggen, beleef met hem mee elke klank en wat die uit­drukt: de rijkdom van de taal! Het wonder van elkaar be­grijpen. Zonder verstandelijke afspraken. Direct, bin­nendoor, in de algemeen menselijke taal. Dan hoeven we niet eens Engels of Esperanto te leren, dan verstaan we mensen in vreemde landen even goed als we elkaar en de poes verstaan, doordat de gedachten elkaar ontmoeten nog voordat die in woorden vertaald zijn. Dan praten we minder, het hoeft niet meer. Studie is nodig als we doen alsof we niets weten kunnen. Alsof het alleen maar langs de omweg van boeken en deskundigen tot ons kan ko­men. Maar dat behoort tot het spel, bij de mens die om­wegen zo leuk vindt. Nodig is het niet, want we weten al­les al.

Bezin je op jezelf. Je hebt alles al in je. Het hele patroon van je mogelijkheden en de kiem van alle vermogens. Het enige wat je nog nodig hebt, is oefenmateriaal om die vermogens te ontplooien. Dat materiaal geeft het gewone leven van elke dag. Van alles kun je leren, als je er maar op let. Leren moet niet zijn: na-apen. Leren moet zijn: ontdekken. De natuur en het leven zijn onze leer­meesters. Hoe de maatschappij eruit zal zien, hangt hele­maal af van de manier waarop geleerd wordt. De belang­rijkste personen bij de opbouw van de maatschappij zijn de ouders en de kleuterleidsters. Doe je het in het begin meteen goed of meteen verkeerd? Dresseer je de kinderen tot machinale onderdelen van de maatschappij die er al is, dan houd je de vernieuwing ervan tegen, dan verlam je de ontwikkeling van de mens en van de gemeenschap. Maar geef je ze het oefenmateriaal waar ze zelf op af vlie­gen, dan zie je hoe uit hen zelf de nieuwe maatschappij­vorm opkomt waarin zij thuishoren en zich ontplooien kunnen, verrassend anders.

 

 

 

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

Top 100 NL

 

 

 

 

Website statistieken gratis, LetsStat X1