Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

Top 100 NL

      

 

Boekbesprekingen van Hendrik

 

 

       


 

01. De zondebok - René Girard - 02. De Tunnel en het Licht - R. A. Moody - 03. Nostradamus -

 

 


 

 

Over de mechanismen van het kwaad en de radicale genezing ervan:


“De zondebok” – René Girard

 

René Girard

 

 

Eén van de meest spraakmakende boeken uit de tachtiger jaren was “De zondebok” van de Franse filosoof en letterkundige René Girard. Dat is ook niet zo verwonderlijk. Hij pretendeert nl. een universeel verklaringsmodel te hebben gevonden voor collectieve vervolgingen en het ontstaan van veel religies.

Zo op het eerste gezicht lijken die twee strijdig met elkaar. Religies zijn toch bedoeld om de mens te bevrijden van slechte neigingen en roepen hun aanhangers toch op om vreedzaam en verdraagzaam te zijn? Dat mag voor de meeste religies  wel gelden. Toch zit hier een addertje onder het gras. Zoals Girard in zijn boek duidelijk probeert te maken zijn allerlei mythen en religieuze gebruiken gebaseerd op de stereotypen van de vervolging. Altijd volgen deze stereotypen hetzelfde patroon.

 

Allereerst ontstaat er een situatie waarin de sociale structuren instorten. De maatschappij functioneert niet meer; de normale gezagsverhoudingen zijn verdwenen. De mensen wantrouwen elkaar en zijn elkaars vijanden geworden. Girard noemt dit het verdwijnen van de differentiatie. De problemen kunnen zowel door factoren van binnenuit (bv. revoluties) als van buitenaf (bv. natuurrampen of epidemieën) zijn veroorzaakt. In deze crisis zijn de normale verschillen tussen de mensen verdwenen.

 

De mensen die onder deze crisis lijden zoeken schuldigen die ze daarvoor verantwoordelijk kunnen stellen. Dit mechanisme verloopt altijd volgens dezelfde patronen. Het zijn de leden van minderheidsgroepen die ervan worden beschuldigd dat ze ziekten, natuurrampen of andere ellende hebben veroorzaakt. Joden, vrijmetselaars, mensen met een kleurtje, ‘buitenlanders’ etc, zijn geliefkoosde doelwitten voor de collectieve woede. De beschuldigingen zijn altijd zwaar overdreven en komen op buitenstaanders zelfs grotesk over. Zo werden de Joden er in de middeleeuwen vaak van beschuldigd dat ze verantwoordelijk waren voor het uitbreken van de pest. Ze hadden zgn. het drinkwater vergiftigd of God woedend gemaakt door gruwelijke misdaden te begaan. In het denken van de vervolgers worden deze veronderstelde ‘misdaden’ steeds meer overdreven. In dit opgeklopte sfeertje is de tijd rijp voor de volgende fase, die van het geweld.

 

Slachtoffers van vervolgingen dragen kenmerken die volgens Girard universeel zijn. Het zijn altijd afwijkende individuen of minderheidsgroepen. Zo kunnen ze fysieke kenmerken dragen waardoor men hen afwijkend vindt, bv. lichamelijke gebreken. Meestal gaat het om leden van religieuze of etnische minderheden. Al deze mensen hebben met elkaar gemeen dat ze afwijken van datgene wat door de meerderheid van een samenleving als normaal en vanzelfsprekend wordt beschouwd. In perioden van crisis worden ze vaak het slachtoffer van de tendens die in elke menselijke gemeenschap leeft om geweld te gebruiken. Girard omschrijft dit a.v.: "De massa zoekt een bereikbare oorzaak die haar zucht naar geweld kan bevredigen. De leden van een massa zijn altijd potentiële vervolgers, want zij dromen ervan de gemeenschap te zuiveren van de onreine elementen die haar in het verderf storten, van de verraders die haar omverwerpen."

 

Girard wijst op een direct verband tussen de groteske voorstellingen die de leden van een samenleving koesteren over de ‘misdaden’ die tegen haar zijn begaan en de groteske vormen van het geweld zelf. De slachtoffers worden er altijd van beschuldigd dat ze de elementaire beginselen van een samenleving hebben geschonden. In het geval van de heksenprocessen waren dat vooral sexuele en religieuze misdrijven. Bijna altijd richtten de beschuldigingen zich tegen mensen die maatschappelijk zwak stonden (vrouwen, armen) of opvielen door hun uiterlijk of culturele verschillen.

De woede van de massa was juist daarom zo groot, omdat men de slachtoffers van de meest gruwelijke misdaden verdacht. Het geweld dat daarna uitbrak, was in de ogen van de hysterische massa dan ook volkomen gerechtvaardigd. Soms werd er een religieuze legitimatie voor gebruikt, bv. dat God zou hebben bevolen om een groep te vernietigen omdat Hij hun ‘misdaden’ zou hebben ontdekt.

 

Als de vervolging eenmaal achter de rug is en de slachtoffers zijn uitgemoord of met z’n allen weggejaagd, keert de rust in de samenleving terug. Er gebeurt dan iets heel bijzonders: de slachtoffers, waar de massa zich eerst op heeft afgereageerd, verkrijgen een soort aureool van heiligheid. Aan hun dood of verdrijving is het immers te danken dat de normale verhoudingen zijn teruggekeerd. Geleidelijk krijgt het slachtoffer daardoor een sacrale betekenis. Zo iemand kan zelfs worden vergoddelijkt: dankzij hem kunnen de mensen immers weer rustig gaan slapen.

Girard verklaart op deze manier het ontstaan van veel religies en mythen. Verschillende goden zijn oorspronkelijk slachtoffers van de volkswoede, die later in het pantheon zijn opgenomen.

 

Het christendom neemt een heel aparte positie in binnen dit geheel. Als geen andere religie is het nl. een godsdienst waarin het mechanisme van de zondebok genadeloos wordt blootgelegd. Volgens Girard probeerde Jezus vooral aan te tonen dat het denken van zijn tijdgenoten werd beheerst door het aanwijzen van zondebokken. Voortdurend probeerde hij dat te doorbreken. In de gesprekken met de Farizeeërs komt dit duidelijk aan het licht: hun hele manier van denken werd nl. beheerst door het aanwijzen van schuldigen en het opleggen van straffen.

Jezus en zijn leer vormen daardoor een bedreiging voor het zondebokmechanisme, dat de geschiedenis tot nu toe altijd heeft beheerst en dat nog steeds doet. In die zin is hij de ‘paracleet’. Hieraan wijdt Girard het laatste hoofdstuk van zijn boek. Want wat is de paracleet anders dan de advocaat van het slachtoffer? De paracleet is degene die de onschuld van de vervolgden aantoont en het mechanisme van het aanwijzen van schuldigen probeert te doorbreken. Hij wil dat mensen zich er bewust van worden hoe ze zich vaak gedragen.

 

Het meest radicaal komt dit tot uiting in de uitspraak van Jezus aan het kruis. Stervend overziet hij de meute die om zijn veroordeling en kruisiging heeft gevraagd. Op dat moment roept hij “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.”

Hieruit blijkt dat de massa zich gedraagt als een onbewuste. Met alle geweld (letterlijk zelfs) probeert ze te voorkomen dat haar schuld wordt aangetoond en haar gewelddadig systeem daardoor wordt doorbroken. Pogingen om dit te doen worden alleen maar met nieuw geweld beantwoord. Toch is de impuls, die van het christendom is uitgegaan, onomkeerbaar. Girard beschouwt het als een radicale poging om het mechanisme van de zondebok te doorbreken. Ik kan het alleen maar met hem eens zijn. Elke poging om te laten zien hoe dit collectieve geweld werkt - of dit nu is vanuit christelijke of puur ethische motieven - lijkt me waardevol. Dat beschouw ik dan ook als de belangrijkste verdienste van deze Franse historicus en letterkundige.

"De zondebok", René Girard, 1986, Kok Agora, Kampen. ISBN 90 242 7534 2.
Oorspronkelijke titel:  "Le bouc émissaire", Bernard Grasset, Parijs, 1982.

 

Hendrik Klaassens.

 

 

Bespreking van bijna-dood-ervaringen aan de hand van “De Tunnel en het Licht” van Raymond A. Moody.


 

 

Eén van de meest intrigerende boeken die de afgelopen decennia zijn verschenen is “De Tunnel en het Licht” van de Amerikaanse arts Raymond A. Moody. Jarenlang deed hij onderzoek naar het verschijnsel van de “bijna-dood-ervaring”. Deze term, die door hemzelf is geïntroduceerd, slaat op de ervaringen die mensen vaak hebben tijdens momenten waarop ze klinisch dood zijn of zich in een levensbedreigende situatie bevinden. De verslagen hiervan stemmen op een heleboel punten overeen. Zo wordt door velen melding gemaakt van de doorgang door een lange, donkere tunnel met aan het einde daarvan een verblindend licht en van een kritische terugblik op het voorbije leven onder begeleiding van een soort “gids”.

 

 

Het opvallende van het werk van dr. Moody is, dat hij zich – in tegenstelling tot veel auteurs uit de esoterische en parapsychologische hoek – op een strikt wetenschappelijke manier met dit onderwerp bezig houdt. Eerlijk gezegd vind ik dat laatste ook wel ‘es een verademing. Hij bevindt zich daarmee in hetzelfde gezelschap als de cardiologen Pim van Lommel en Michael B. Sabom. Bovendien zijn zijn bevindingen bevestigd door soortgelijke onderzoeken die in de V.S. en elders zijn uitgevoerd.


Hoewel hij schrijft dat het onmogelijk is om, op grond van het materiaal dat nu voorhanden is, tot een sluitende bewijsvoering te komen voor een voortbestaan na de dood, spreekt hij als zijn persoonlijke overtuiging uit dat de door hem ondervraagde personen wel degelijk in aanraking zijn geweest met een andere dimensie van de werkelijkheid. Daarbij steunt hij o.a. op het ervaringsgegeven, dat mensen die in een dergelijke situatie hebben verkeerd een heel andere kijk hebben gekregen op hun eigen leven en de waarden die daarin een rol spelen. Bovendien zijn zij vrijwel zonder uitzondering veel spiritueler gaan leven dan daarvòòr het geval was. De redenen die deze mensen daarvoor opgeven hebben niet zozeer te maken met het feit dat zij bijna dood zijn geweest, maar veel meer met de inzichten die zij tijdens hun ervaring hebben opgedaan.


Mijns inziens betekent zijn werk daarom een uitdaging voor theologen en alle anderen, die om welke reden dan ook geïnteresseerd zijn in het probleem van de dood. Alle reden dus voor een korte bespreking van dit onderwerp. Daarbij zal “De Tunnel en het Licht”, dat inmiddels een standaardwerk over bijna-dood-ervaringen is geworden, als uitgangspunt worden gebruikt om verschillende facetten van dit verschijnsel nader te belichten.

 

1

 

WAT IS EEN "BIJNA-DOOD-ERVARING"?


Aan de hand van honderden gesprekken met mensen die zich in een levensbedreigende situatie hebben bevonden (bv. een hartstilstand, een coma of het ontbreken van waarneembare hersenactiviteit) en tijdens zulke ogenblikken bijzonder indringende ervaringen hadden, stelde dr. Moody een lijst op van de negen kenmerken die horen bij een “bijna-dood-ervaring”, kortweg aangeduid als een BDE. Deze kenmerken zijn: een gevoel van dood-zijn, vrede en pijnloosheid, uittreding uit het lichaam, een donkere plaats of tunnel ingaan, snel opstijgen naar een plaats hoog boven de aarde, overleden vrienden en familieleden tegenkomen die baden in het licht, een opperwezen ontmoeten, het eigen leven panoramisch overzien, en tegenzin voelen om naar de wereld der levenden terug te keren.

Zo op het eerste oog doet dit lijstje nogal fantastisch aan. Het lijkt me dan ook goed om er alvast enkele kanttekeningen bij te plaatsen. Bij de verdere bespreking zullen die steeds goed in het oog moeten worden gehouden.


In de allereerste plaats heeft niet iedereen, die in een levensbedreigende situatie terechtkomt, een BDE. Als de term ‘levensbedreigende situatie’ wordt gedefinieerd als 'het ondergaan van een ziekte, aandoening of ernstige verwonding die in meer dan 10% van de gevallen de dood ten gevolge heeft', wordt in iets meer dan de helft van de gevallen later een BDE gerapporteerd. Het is niet precies bekend waarom sommigen onder zulke omstandigheden géén BDE meemaken. Wél kon worden vastgesteld dat de ervaringen frequenter en gedetailleerder worden naarmate de vitale functies van de betrokkene langer uitgeschakeld zijn geweest.

Ten tweede moet worden aangetekend dat in de overgrote meerderheid van de gevallen maar een beperkt aantal van de in totaal negen BDE-kenmerken worden waargenomen. Sommige mensen hebben alleen een tunnelervaring en een ontmoeting met overleden vrienden en verwanten. Anderen hebben alleen maar een uittredingservaring en verder niets. Diverse combinaties komen voor. De BDE wordt dan ook gedefinieerd als de aanwezigheid van één of meer van de genoemde kenmerken.


In de derde plaats is komen vast te staan dat de levensovertuiging of het geloof van de betrokkene niet van invloed is op het karakter van een BDE. Niet-gelovigen maken b.v. even vaak melding van de ontmoeting met een opperwezen als trouwe kerkgangers. Dat geldt ook voor moslims, hindoes etc. Vooral dit laatste element is zeer opvallend. Je kunt tot je veertigste jaar niet in God geloofd hebben, maar Hem toch op een heel intense manier zien en ervaren tijdens een BDE, zó levendig en indrukwekkend dat daarbij vergeleken alle aardse ervaringen volledig verbleken. Het hoeft hier verder geen betoog dat de levensovertuiging van zo iemand daardoor vaak radicaal verandert.

 

 

 

DE KENMERKEN VAN BDE'S IN DETAIL

 


BDE’s komen in allerlei nuances voor, afhankelijk van de persoonlijkheid van de betrokkene en de omstandigheden waaronder de ervaring plaats vindt. Laten we nu eens de verschillende elementen ervan onder de loep nemen, om te beginnen de uittreding uit het lichaam.

Er bestaat een groot aantal verslagen waarin mensen beschrijven hoe ze hun eigen lichaam op de operatietafel zagen liggen terwijl het medisch personeel druk doende was om hen met reanimatieapparatuur weer bij kennis te brengen. Met hun psyche en hun waarnemingsvermogen bevonden zij zich dus op een andere plaats dan hun lichaam; meestal zagen zij hun lichaam van boven. Op zulke momenten was hun waarneming zelfs scherper en helderder dan anders. Vaak realiseerden zij zich aanvankelijk niet dat het lichaam dat zij zagen aan henzelf toebehoorde; het werd pas later als zodanig herkend. Deze ervaring drong meestal met een schok tot hen door (het eerste element: ‘het gevoel van dood-zijn’). De angst en verwarring die daarvan het gevolg waren maakten echter al snel plaats voor begrip van de situatie waarin zij verkeerden.
Opvallend is verder, dat zij zich met hun ‘psyche’ of ‘geest’ vrijelijk konden verplaatsen. Ze konden nauwkeurig volgen wat er zich in en rondom de operatiekamer afspeelde, ook al waren ze klinisch gesproken dood. Achteraf bleken hun waarnemingen tot in detail te kloppen met de werkelijke situatie tijdens zulke ogenblikken.

Frequent is ook de tunnelervaring: men voelt zich in een donkere ruimte of gang gezogen. Aan het einde daarvan gloort licht. In enkele gevallen is er sprake van de gewaarwording dat men snel de aarde verlaat. Onze aarde en andere kosmische objecten kunnen dan vanuit een ruimtelijk perspectief worden waargenomen. Ook in deze – meer zeldzame – gevallen stijgt men vaak op naar een sfeer van licht. Wanneer men daar eenmaal is aangekomen, ontmoet men meestal wezens die uit een lichtsubstantie lijken te bestaan: ze stralen een allesdoordringende genegenheid en warmte uit. Ook ontmoet men daar vaak overleden familieleden of vrienden. Deze ervaring wordt gewoonlijk gevolgd door een ontmoeting met een opperwezen; hij wordt met verschillende namen aangeduid, afhankelijk van de levensovertuiging van de betrokkene. Vervolgens krijgt men te horen dat men terug moet gaan naar het aardse lichaam.

Voordat het zo ver is, krijgt men vaak nog een terugblik te zien op het leven dat men tot dusver heeft geleid: het hele leven kan dan in één ogenblik – als het ware panoramisch – worden overzien. Opvallend daarbij is, dat men ook ervaart welke uitwerking de eigen daden op het leven van anderen hebben gehad. Het lichtwezen probeert de mens daarbij te helpen om de samenhangen in zijn leven te begrijpen en vanuit een ander, ruimer perspectief te bekijken. Daardoor komt de betrokkene altijd tot het inzicht dat liefde en – in iets mindere mate – kennis de belangrijkste dingen zijn die er bestaan.

Vaak wordt melding gemaakt van een intens gevoel van vrede; ook pijnen zoals wij die kennen ontbreken. Karakteristiek is verder de tegenzin om terug te gaan naar het lichaam. BDE-ers verlangen ook nà hun ervaring vaak terug naar de sfeer waarmee zij in aanraking zijn geweest. Sommigen hebben er zelfs zo’n moeite mee om deze ervaring in hun latere leven te integreren, dat ze professionele hulp moeten zoeken. Doorgaans wordt de BDE echter goed verwerkt en gezien als een verrijking en verdieping van het leven. Alle onderzoekers naar dit verschijnsel rapporteren dat de geïnterviewden voor hun eigen gevoel dankzij de BDE evenwichtiger en gelukkiger mensen zijn geworden. Bovendien zijn zij veel spiritueler gaan leven, zonder zich daarbij overigens te storen aan kerkelijke scheidslijnen of dogmatiek. Mensen, die vòòr zo’n ervaring atheïst waren of agnost, gaan zich na een BDE vrijwel allemaal sterk interesseren voor religieuze en spirituele aspecten van het leven.

 

 

 

VERGELIJKING MET DE THEOLOGIE


Om voor de hand liggende redenen zijn het vooral artsen en geestelijken die beroepshalve geconfronteerd worden met mensen die beweren een BDE te hebben gehad. Bij beide beroepsgroepen was het verschijnsel al lange tijd bekend. Toch kwam het initiatief voor een systematisch onderzoek van BDE-verschijnselen uit de medische hoek. Theologen schrikken er meestal voor terug om de consequenties ervan voor hun eigen vakgebied te overdenken. Ik denk dat zij bang zijn dat deze ervaringen de waarde van de kerkelijke dogmatiek ter discussie stellen.

Inderdaad zijn er vanuit de kerkelijke dogmatiek al verschillende pogingen ondernomen om de traditionele, kerkelijke leer over leven en dood te verdedigen door de waarde en het waarheidsgehalte van bijna-dood-ervaringen te ontkennen of te bagatelliseren.
Een sprekend voorbeeld daarvan vind ik het boek “Eeuwig leven?” van Hans Küng. Hij stelt daarin dat BDE’s niets zeggen over het geestelijke leven en de wereld na de dood omdat de betrokkenen nog weer gereanimeerd konden worden en dus niet echt dood zijn geweest(!) Daardoor hoef je je als theoloog dus ook niet meer bezig te houden met al die aspecten van de geestelijke wereld, waarin de theologie en bijna-dood-ervaringen elkaar tegenspreken – einde discussie.


Toch zijn deze angst en de daaruit voortkomende verdedigingsmechanismen niet zo nodig als door theologen vaak wordt aangenomen. Integendeel: deze ervaringen zijn naar mijn idee niet fundamenteel in tegenspraak met centrale leerstellingen uit de christelijke theologie. Zo is de notie van een ‘laatste oordeel’ wel te rijmen met de terugblik op het leven waarvan vaak melding wordt gemaakt. Ook het feit dat daarbij een soort ‘gids’ of ‘opperwezen’ aanwezig is, die af en toe commentaar geeft bij het opnieuw doorleven van cruciale momenten uit dat leven, strookt met de gedachte van een ‘oordeel’ of ‘beoordeling’ van datgene, wat iemand met zijn leven heeft gedaan.


Er komen ook BDE’s voor die elementen bevatten die minder gemakkelijk zijn in te passen in de christelijke traditie, ook al zijn ze er niet direct mee in tegenspraak. Zo zijn er enkele gevallen bekend waarbij mensen in hun voorgeboortelijke staat werden waargenomen terwijl zij zich gereed maakten om af te dalen naar de aarde. Op dat moment waren het al complete wezens, dus beslist geen embryo’s.


Dat brengt mij op een ander element waar vaak verslag van wordt gedaan: het geestelijke lichaam. Zodra de psyche van het lichaam wordt gescheiden, merken BDE-ers dat ze over een ‘lichaam’ beschikken dat heel andere eigenschappen bezit dan het aardse lichaam. Ook mensen, die één of meer ledematen hebben moeten missen, bezitten in die andere staat een volledig lichaam: dat bestaat steeds uit een soort lichtsubstantie. Dr. Moody brengt dit zelf in verband met de vergelijking die Paulus maakt: “Er zijn hemelse en aardse lichamen, maar de glans van hemelse lichamen is anders dan die van aardse lichamen”.


BDE’s zijn verder in overeenstemming met veel voorstellingen over de dood en het hiernamaals die in andere grote wereldgodsdiensten voorkomen, met name het Boeddhisme. Zo lijken de beschrijvingen in het Tibetaanse Dodenboek over de eerste stadia na de dood verbluffend sterk op BDE-verslagen. Moody ziet dit als een bevestiging van de authenticiteit van BDE-verschijnselen. Hij vergeet echter te vermelden dat het Tibetaanse Dodenboek uitdrukkelijk beweert dat het hier slechts gaat om ‘projecties van de eigen ziel’. Dat is beslist méér dan een nuanceverschil!

 

 

ZIJN BDE'S WETENSCHAPPELIJK TE VERKLAREN?


Uit een in 1982 gehouden onderzoek van het Gallup-instituut in de V.S. bleek dat ca. acht miljoen volwassen Amerikanen een BDE hebben gehad. Omgerekend naar de Nederlandse situatie in 1982 zou dat betekenen dat ca. 450.000 volwassen landgenoten een dergelijke ervaring achter de rug hebben. (De Nederlandse cardioloog Pim van Lommel becijferde dat aantal in 2007 op ca. 600.000, wat goed vergelijkbaar is). Een bevriende predikant, met wie ik over dit onderwerp sprak, vertelde me dat hij van verschillende mensen uit zijn gemeente BDE-verhalen te horen had gekregen. Zonder uitzondering kwamen daarin dezelfde elementen voor die al eerder zijn genoemd: tunnel-ervaringen, een terugblik op het leven, lichtwezens etc. Zelf ken ik enkele mensen, die ooit zo’n ervaring hebben gehad. Mijn eigen leven is door zo'n BDE compleet veranderd. Het was voor mij een schok om te merken dat het alledaagse bewustzijn een droomachtig, illusoir karakter heeft vergeleken bij het kristalheldere bewustzijn tijdens een BDE.

 

De conclusie uit dit alles is dat BDE’s vaak voorkomende verschijnselen zijn. Ik denk dat we er niet aan hoeven te twijfelen dat veel mensen die in een levensbedreigende situatie verkeren dergelijke ervaringen hebben. Moeilijker wordt het als we ze wetenschappelijk willen verklaren. Juist het gegeven dat ze empirisch noch verifieerbaar, noch falsifieerbaar zijn, plaatst BDE-onderzoekers in een moeilijke positie. De verslagen erover bereiken ons immers altijd achteraf. Nooit kan er met behulp van apparatuur rechtstreeks iets worden waargenomen wat in dezelfde richting wijst.



De aanwijzingen voor de ‘echtheid’ ervan, d.w.z. voor de veronderstelling dat we hier inderdaad te maken hebben met een ander niveau of dimensie van de werkelijkheid, zijn echter sterk. Moody noemt als belangrijkste argument hiervoor de uittredingservaringen: BDE-ers kunnen tijdens de klinische dood exact – en zelfs beter dan via de ‘normale’ zintuigen – waarnemen wat er zich bv. in en rondom de operatiekamer afspeelt. Bij navraag blijken hun beschrijvingen nauwkeurig te kloppen met de werkelijke gebeurtenissen tijdens de reanimatiepoging. Ze waren zelfs in staat om de gedachten van de aanwezigen te lezen. Ook dit kon in veel gevallen worden bevestigd. Als dit laatste inderdaad het geval is, bestaan er sterke aanwijzingen voor het optreden van buitenzintuiglijke waarneming tijdens zulke momenten.


 

CONCLUSIE


Mogen we nu, op grond van wat tot dusver over deze verschijnselen bekend is, ook spreken van ervaringen van een ‘hiernamaals’? Als we afgaan op de gangbare modellen voor wat onder ‘wetenschap’ moet worden verstaan, is zo’n uitspraak niet toegestaan. Maar het probleem is juist dat wetenschapsmodellen betrekking hebben op – en geïntegreerd zijn in – onze empirische werkelijkheid. Als er dimensies van de werkelijkheid bestaan, waarin volstrekt andere wetten en condities heersen dan hier op aarde, verliezen onze wetenschappelijke technieken en modellen daar hun geldigheid. Om dezelfde reden kunnen theologische uitspraken over andere niveaus van de werkelijkheid evenmin op hun geldigheid worden getoetst.


Wat de BDE’s betreft: ze spotten met onze opvattingen over logica en met gangbare begrippen van tijd, ruimte en causaliteit. Ze kunnen dus alleen vanuit hun eigen wetmatigheden begrepen worden. Een volstrekt empirisch bewijs kan dus niet worden geleverd. Een heel sterk argument voor hun echtheid en waarheidsgehalte vind ik echter, dat BDE’s als twee druppels water lijken op ervaringen van stervenden, die daarna inderdaad zijn overleden. Je mag aannemen dat de spirituele ervaringen van mensen, die enkele dagen of uren later metterdaad overlijden en dus niet weer naar het leven terugkeren zoals BDE-ers, alvast een vooruitblik vormen op de wereld die ons na de dood te wachten staat. Deze stervenservaringen, zoals o.a. beschreven in het boek “Op de drempel: visioenen van stervenden” van Osis en Haraldsson, vertonen verbluffend veel overeenkomsten met de bijna-dood-ervaringen die Moody beschrijft.


Daarmee vervalt m.i. het argument, dat BDE’s niets zeggen over het voortbestaan, omdat de betrokkenen nog weer gereanimeerd konden worden en dus niet dood zijn geweest. Beide soorten ervaringen bieden ons een blik in het overgangsgebied tussen leven en dood en laten ons zien wat ons in de wereld aan de overkant te wachten staat. Het enige middel dat we hebben om ons tijdens ons leven daarvan ook maar in verste verte een voorstelling te maken is onze verbeeldingskracht. Dan nog schieten woorden ons tekort. Op dat niveau mogen we hier voor mijn gevoel zeker spreken van een ‘glimp van het voortbestaan’.

 

 

Hendrik Klaassens.

 

 

 

 

Wat zegt Nostradamus over onze tijd?

 

Nostradamus

 

Voorspellingen voor de 21e eeuw

Enkele jaren geleden werd in de Nationale Bibliotheek van Rome een boek gevonden waarvan men aanneemt dat het geschreven is door Nostradamus. Het bevat een heleboel aquarellen en beschrijvingen in dichtvorm van gebeurtenissen die nog in onze tijd moeten plaatsvinden. Een team van geleerden is bezig om de betekenis ervan te achterhalen. History Channel zond al verschillende keren programma’s uit waarin de voorlopige resultaten werden samengevat. Verschillende kenners van zijn werk werden daarin aan het woord gelaten. Als de interpretatie die men gevonden heeft, juist is, krijg je globaal het volgende beeld te zien van onze toekomst:

1. Vrouwen zullen zich massaal afkeren van de huidige paus Benedictus (kardinaal Ratzinger), waarschijnlijk omdat hij zal weigeren om vrouwen tot het priesterambt toe te laten. De katholieke kerk raakt in opspraak
2. De volgende paus moet vluchten uit Rome omdat christenen overal in de wereld worden bedreigd door Aziaten, die te land en ter zee christenen zullen vervolgen. Er komt een enorme confrontatie tussen christendom en Islam.
3. Een antichrist zal over de aarde heersen en alle macht naar zich toe trekken.
4. Daarna zullen enorme vloedgolven de wereld overspoelen, waarbij bijna geen enkel stuk land zal worden gespaard.
5. Tenslotte zal de aarde getroffen worden door een bombardement van meteorieten, die overal ter wereld zullen inslaan en enorme branden zullen veroorzaken.
6. Als je kijkt naar de kosmische symbolen, die in de aquarellen worden gebruikt, slaan die stormvloeden en zware inslagen op het jaar 2012. Het is een jaar met drie maansverduisteringen, waarin de zon zich in de equator van het Melkwegvlak bevindt.

 

 

De laatste bladzijde van dat boek van Nostradamus bevat een aquarel waarop Jezus (of misschien is het wel Johannes, de schrijver van het bijbelboek Openbaringen) staat afgebeeld. Hij houdt de bijbel omhoog en wijst op dat boek. Waarschijnlijk wordt daarmee bedoeld dat de voorspellingen van de Openbaringen van Johannes in vervulling zullen gaan.

De geleerden die het boek hebben onderzocht, geloven dat Nostradamus de mensen van onze tijd hiermee heeft willen waarschuwen dat ze moeten stoppen met de liefdeloze manier waarop ze met elkaar en met de aarde omgaan. De gebeurtenissen die hij voorspelt vinden volgens hen alleen plaats als men doorgaat met het plegen van roofbouw op de aarde en het gebruik van geweld uit politieke en religieuze motieven.

Ik denk dat dit laatste wel klopt. Profetieën zijn geen 'voorspellingen' in die zin, dat de boodschappen altijd exact moeten uitkomen. Het zijn eerder waarschuwingen in de trant van "áls jullie bepaalde dingen niet in acht nemen, dán gebeurt er het volgende". Profetieën zijn dus vooral waarschuwingen. Ze geven aan wat mogelijk is als de mens zich niet goed gedraagt. Het ellendige is natuurlijk dat niets erop wijst dat er een radicale verandering komt in de manier waarop er met het milieu en met economische en politieke macht wordt omgegaan. Dat betekent dat de kans steeds groter wordt dat het scenario, dat Nostradamus schetst, werkelijkheid zal worden – vooropgesteld dat we geloof hechten aan die voorspellingen. Want in hoeverre is Nostradamus betrouwbaar?

Correcte voorspellingen van Nostradamus

Nog voordat de Franse koning Frans I en Catharina de Medici met elkaar getrouwd waren voorspelde Nostradamus dat deze vorst op jonge leeftijd zou overlijden. Door deze en andere concrete voorspellingen heeft Nostradamus nog tijdens zijn leven een uitstekende reputatie opgebouwd. Bekende voorspellingen van hem zijn verder de grote brand van 1666 in Londen en de afzetting van de Engelse koning Karel II door het parlement, waarna deze katholieke vorst werd onthoofd.

Napoleon komt in de kwatrijnen van Nostradamus ook goed uit de verf, hoewel wel moet worden gezegd dat je de verzen over hem pas goed kunt interpreteren als je Napoleon kent. Zijn landing bij Nice is in de verzen voorspeld, evenals zijn verbanning naar Elba en St. Helena.

Toch is Nostradamus meestal niet zo duidelijk.  Zo wordt vaak gedacht dat hij met de naam ‘Hyster’ Adolf Hitler bedoelde. ‘Hyster’ is echter ook een oude benaming voor de Donau. Door dat woord anders te vertalen krijg je opeens een heel andere betekenis.

Foute voorspellingen zijn er ook. Zo voorspelde Nostradamus voor 1999 een enorme ramp. In dat jaar zou nl. ‘een grote koning van verschrikking uit de hemel komen’. Daarbij kun je denken aan een zware inslag van een komeet of asteroïde. Rond die tijd scheerden trouwens wel een paar kleine asteroïden rakelings langs de aarde; misschien werd dat ermee bedoeld.

 

De voorspellingen in het pas gevonden boek

Onze Franse ziener heeft dus – zoals dat heet – sterke papieren. Hoe zouden we nu de voorspellingen moeten interpreteren die voorkomen in het boek dat enkele jaren geleden in Rome is gevonden?

Dat de katholieke kerk in opspraak is geraakt, is zo langzamerhand wel duidelijk. Minder duidelijk is de voorspelling over de vlucht van de paus uit Rome vanwege de dreiging die van de Islam uitgaat. Zoiets kan ik me moeilijk voorstellen, ténzij het misschien gaat om de dreiging met een aanslag. Johannes Paulus II is ook al een paar keer bijna het slachtoffer geworden van een terrorist.

Ik vraag me verder af wat er met die ‘antichrist’ wordt bedoeld. Is dat een persoon, of een manifestatie van de duivel? Kan één mens zo veel macht hebben dat hij de wereld beheerst? Eerlijk gezegd lijkt me dat nogal onwaarschijnlijk. Ik denk eerder aan een politiek systeem of aan een blok van staten die gezamenlijk de dienst uitmaken op een Orwelliaanse manier. Vooral na de aanslagen van 11 september worden de burgers steeds vaker en op steeds meer manieren door veiligheidsdiensten gecontroleerd. 

Vloedgolven kunnen het gevolg zijn van een klimaatramp, maar ook van een vulkaanuitbarsting of zware inslag. Misschien hangt dat samen met de regen aan meteorietinslagen, die ook wordt voorspeld. Het jaar 2012 wordt genoemd als jaartal voor die rampen. Ik ben daar nogal sceptisch over, want er is in de sterrenkunde niets dat wijst op een kosmisch bombardement in 2012. Ook de tabellen voor de NEO’s (Near Earth Objects) laten voor dat jaar geen grote risico’s op inslagen zien.

Eén ding is in de voorspellingen van Nostradamus wel heel duidelijk: hij heeft het niet over het definitieve einde van de wereld of de ondergang van onze beschaving. Hij heeft het over het einde van de wereld zoals we die nu kennen. Volgens hem komt er een transformatie zoals er nog nooit eerder is geweest – een transformatie die het gevolg is van onze manier van leven. Gelukkig is er een ‘maar’: deze voorspellingen gaan alleen in vervulling als we onverstoorbaar doorgaan met het vernietigen van onze wereld. We kunnen het tij dus nog keren.


 

 

Bezoek ook eens:

Gedichten van Hendrik
Verhalen van Hendrik

Reportages/lezingen van Hendrik

 

 

     

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

Top 100 NL