Gedichten die mij aanspreken III

 

Gedichten die mij aanspreken I

Gedichten die mij aanspreken II

01. Verklaarde morgen 02. Het verborgen Licht - 03. Lied van de zegevierende ingewijde - 04. Luister niet steeds - 05. Daarom weet ik -  06. Stem der stemloozen - 07. Karmel -

 

Verklaarde morgen

 

Hemels Verklaring daal nu over mij!

Over de bergen nadert weidsch geluid:

Gods adem is in milden reuk nabij;

uit blanke luchten regent lieflijkheid;

de Morgen beeft. In 't beven nadert . . . . Hij.

 

Blijf nu oningewijden ver! Hoog staan

de boomen hemelwaarts, verroerend niet

hun looverige leden, waar geen slaan

van vleuglen stoort. En in zanggolven vliet

't waaien des Geestes uit de luchten aan.

 

Luister o ziel! in deze zilverbeek

ruischt het geheimnis. Dit geluk is schoon

als lichte dag, wanneer nachtschaduw week

voor gouden straling. Hoor den eeuwgen toon

meezingen in het ruischend lied der beek!

 

En 't zingt in mij met stem van God: 't 'is goed

te toeven aan mijn hemelsche fontein

die altijd springt; met opgeheven moed

en hooge vreugd zal begenadigd zijn

wie Mij in Morgens heilige stilte ontmoet.

 

Blijf o Geheimnis, 'k zwijg u toe Daar seint

de Morgenklok in 't dal het jong gerucht

waarin des daags ontwaakte leven deint.

'k Zie nevels wijken wolkend in de lucht;

de in stilte aanbeden geest van God verdwijnt.

 

Uit: "Perspektieven"

door Dr. J. D. Bierens de Haan

 



 

Het verborgen Licht

 

't Is hier zo koud, zo donker, zo vol dreiging,

het leven is zo troosteloos, het licht zo flauw,

hier jagen altijd wolken langs het hemelsblauw

en drukken mij terneer in wrede ontnuchtering,

na alles wat ik, ver weg, mocht aanschouwen

in landen, onbereikbaar voor het menselijk oog,

waar liefde heerst en 't eeuwig licht zo hoog

en rein bestraalt de lachende landouwen,

die nimmer zijn gedrenkt door 't hete bloed

dat gutsend uit de rauwe wonden stuwt

van mensen, die door grof geweld verruwd,

op 't slagveld liggen en het hoogste goed

alleen door moord en haat trachten te winnen,

alsof 't geluk op die manier te winnen is

en niet verstaan de stille stem van binnen

die klaagt en schreit in donkere droefenis.

 

En toch, zij zullen deze stem eens horen,

als in de diepste duisternis het goddelijk licht,

dat in hen woont, hen voert voor het gericht

dat zij zich stellen zullen als zij overgaan

vanuit dit aardse leven naar dat onbekende land,

waar slechts de liefde wet en richtsnoer is

en zij het huis betrekken zullen dat zij bouwden,

hetzij in 't duister of aan 't lichtend strand.

 

A. L'E. VAN NULCK.


LIED VAN DE ZEGEVIERENDE INGEWIJDE.

 

Ik heb gestaan in Uwe heilige tegenwoordigheid.

Ik heb gezien de pracht van Uw aangezicht.

Ik werp mij neder aan Uwe heilige voeten.

Ik kus den zoom van Uw kleed.

Ik heb beseft de glorie Uwer schoonheid.

Ik heb gezien de klaarheid van Uwen blik.

 

Uwe wijsheid heeft geopend mijn geloken oogen.

Uw eeuwige vrede heeft mij verheerlijkt.

Uwe teederheid, de teederheid van een moeder voor haar kind,

van een meester voor zijn leerling, voelde ik.

Uw erbarmen voor alle dingen, levende en niet-levende,

bezield en onbezield, voelde ik.

Uwe goddelijke liefde voor den boosdoener en voor den heilige voelde ik.

Uw vreugde, onbeschrijfelijk, heeft mij doortrild.

Uw stem heeft vele stemmen in mij ontboeid.

Uw beroering heeft mijn hart gewekt.

Uw oogen hebben de mijne geopend.

Uw glorie heeft de glorie in mij ontvlamd.

O Meester der Meesters, ik heb verlangd, ja, gesmacht

naar dit uur des geluks, wanneer ik staan zou in Uwe heilige tegenwoordigheid. Ten laatste is het mij geschonken.

 

Ik ben gelukkig.

Ik ben vredig, stil als de bodem van een diep, blauw meer.

Ik ben vredig, kalm als de sneeuwomhangen bergtop boven de stormwolken.

Ik heb verlangd naar dit uur: het is gekomen.

Ik zal nederig in Uw spoor volgen het pad, dat Uwe heilige voeten hebben betreden.

Ik zal nederig dienen de wereld, de wereld, voor welke Gij hebt gezwoegd, geofferd en geleden.

Ik zal dien vrede brengen aan de wereld.

Ik heb verlangd naar dit geluksuur : het is gekomen.

 

Uw beeld is in mijn hart.

Uw mededoogen brandt in mij.

Uwe wijsheid leidt mij.

Uw vrede verlicht mij.

Uwe teederheid gaf mij de kracht tot zelfverloochening.

Uwe liefde heeft mij sterkte gegeven.

Uwe heerlijkheid vervult mijn geheele wezen.

 

Ik heb gereikhalsd naar dit uur: het is gekomen in al de pracht eener schitterende lente.

Ik ben jong als de jongsten.

Ik ben oud als de oudsten.

Ik ben gelukkig als een verblind minnaar, want ik heb mijn liefste gevonden.

Ik heb aanschouwd.

Ik kan nooit meer blind zijn, al zouden eeuwen vergaan.

Ik heb overal gezien Uw goddelijk gelaat, in den steen, in den grashalm, in de grootste boomen van het woud, in den worm, in den leeuw, in den misdadige,

in den heilige.

Ik heb verlangd naar dit grootsche oogenblik: het kwam en ik heb het gegrepen.

Ik heb in Uwe tegenwoordigheid gestaan.

Ik heb gezien de pracht van Uw aangezicht.

Ik werp mij neder aan Uwe heilige voeten.

Ik kus den zoom van Uw kleed.

 

Vertaald uit The Theosophist van Nov. 1922  


 



Luister niet steeds hoe het was,

of hoe het de anderen zeggen,

't Gerucht van 'die deden en doen'

ruische voorbij uwen geest -

 

Eens komt de dag die u meet

naar het goud dat uw hand heeft gegraven:

Niet wat zij  waren weegt dan,

maar wat gij zlf zijt geweest!

 

Carel Steven Adama van Scheltema


Daarom weet ik

 

daarom weet ik
gelukkig te moeten zijn:
omdat ik
niets kan aanrichten
in een wereld
rondom mij
als mijn aanwezigheid niet tot voorbeeld strekt,
als uit mij,
niet de liefde
voor iedereen
spreekt.

ik moet nog zoveel leren en ik durf het,
omdat ik zo serieus ben
als de duif
die de hele dag
in de boom voor mijn huis

In haar nest zit.

 

tik ik even tegen het raam, kijkt ze op of om
even later broedt ze weer, zonder zich iets
van mij aan te trekken.
Ik broed niet,
ik zaai.
ook ik heb het
in een boom gevonden.
ik heb ervan geleerd.
het is onvoorstelbaar,
het leeft in mij,
in jou,
in iedereen.
niets gaat verloren.
Ik leef niet voor niets.
 

 

Simon Vinkenoog


Stem der stemloozen

 

Ik ben de stem der stemloozen.

De stommen spreken door mij.

Dat voor s werelds doove ooren

Mijn roepstem niet meer gaat verloren

Voor wat hulpeloos is en onvrij.

 

Den musch en den mensch. den Koning.

Hen schiep toch dezelfde Kracht:

Heeft God niet aan allen gegeven

Hetzelfde verlangen tot leven.

Aan wie vederen draagt of een vacht?

 

En ik ben mijn broeders hoeder;

Voor zwakken sta ik steeds op post:

Voor dieren zal 'k blijven strijden.

En aan hen mijn pleidooien wijden.

Totdat men hen van onrecht verlost,"

 

Ella Wheeler Wilcox

 



Om te komen tot alles te smaken,
wil niet smaak hebben in iets;
om te komen tot alles te bezitten,
wil niet iets bezitten in niets;
om te komen tot alles te zijn,
wil niet iets zijn in niets.

Om te komen tot wat je niet smaakt,
moet je gaan waarlangs je niet smaakt;
om te komen tot wat je niet weet,
moet je gaan waarlangs je niet weet;
om te komen tot wat je niet bezit,
moet je gaan waarlangs je niet bezit;
om te komen tot wat je niet bent,
moet je gaan waarlangs je niet bent.

Wanneer je blijft stilstaan bij iets,
laat je na je te werpen op het al ,
want om helemaal te komen tot het al,
moet je helemaal afzien in alles;
en wanneer je ertoe komt het helemaal te bezitten,
moet je het bezitten zonder iets te willen;
want, als je iets wilt bezitten in alles,
heb je niet zuiver in God je schat.

In deze naaktheid vindt de geest zijn rust en ontspanning;
want, omdat hij niets najaagt, vermoeit hem niets op de weg omhoog
en drukt niets hem neer op de weg naar beneden;
want hij staat in het middelpunt van zijn nederigheid;
jaagt hij iets na, dan vermoeit hij juist daardoor zichzelf.


(Bestijging van de Berg Karmel, Boek I, 13, nrs. 1013) Jan van het kruis

 

  Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  
**********

Stem Spirituele Vrienden in de
Top 100 NL



**********
Tellers

 

 LetsStat website statistieken