Op verkenning in Friesland.

01. Nij Beets: It Damhus - Folkloredei 2011 - 02. Oudehorne: Flaeijelfeest -


Nij Beets - It Damshūs
30 augustus 2008: Stoppeldei

 

 

Een prachtige, leerzame dag.

 

 

Wat beoogt It Damshūs?

It Damshūs is gericht op een breed publiek. Het laat de bezoekers op een levendige en actieve manier ervaren hoe de mensen leefden en werkten in het laagveen in de periode van 1863 tot ca.1920. Hun erbar­melijke werk- , woon- en leefomstandig­heden worden belicht en er wordt zicht­baar gemaakt hoe hun harde strijd om het bestaan het landschap heeft veranderd. Zo ontstaat een totaalbeeld van de sociaal­economische, politieke en landschappelijke geschiedenis van de laagveenderij in Opsterland en Smallingerland met Nij Beets als uitgangspunt.

 

Ontstaan van het museum: in lyts begjin    

Met bescheiden subsidies, bijdragen van dorpsbewoners en grote inzet van vrijwil­ligers is het laatste stenen veenarbeiders­huisje van Nij Beets in 1958 steen voor steen herbouwd op zijn huidige plaats bij de hoofdbrug van het dorp. Het huisje is ingericht met door bewoners geschonken meubilair, voorwerpen, foto's en veen­werktuigen. Het werd It Damshūs gedoopt naar de laatste bewoner, de heer H.G.Dam. Jarenlang was het alleen op zaterdag­middag en op aanvraag voor het publiek geopend.

 

De kolonie Frij Fryslān

Het is in 2008 100 jaar geleden dat er een einde kwam aan de kolonie Frij Fryslān in Nij Beets. Om deze reden wijkt de vaste expositie in het bezoekerscentrum De Stūke om plaats te maken voor een expositie over deze kolonie. 

De kolonie was geļnspireerd door de grote voorbeelden Walden in Bussum en de kolonie van de Internationale Broederschap in Blaricum. Op zijn propagandatochten o.a. in Zuidoost Fryslān predikte Van Eeden, de stichter van Walden, de ideeėn van het gemeenschappelijk grondbezit. Het is geen wonder dat deze gedachten in Beets, met zijn gespannen  economische en politiek situatie, aansloegen. In 1903 werd de kolonie Frij Fryslān gesticht. Nog is er een Van Eedenstrjitte in Nij Beets. Evenals een Hoenstrjitte. Hoen was de werkleider op de kolonie.

 

 

bezoekerscentrum De Stūke en de expositie

 

.

.

 

 

 

Uitbreiding tot openlucht laagveenderij­museum

In 1990 kreeg It Damshūs bij de ruilver­kaveling een halve hectare grond toege­wezen en is het begonnen met de verdere realisering van zijn doelstellingen. Een gift van het VSB-fonds, gemeentelijke subsidie en een renteloze lening van dorpsbewo­ners maakten de bouw van het bezoekers­centrum de "De Stūke" mogelijk. Op het museumterrein werd een aantal woon- en werkvoorzieningen nagebouwd aan de hand van foto's en tekeningen. Deze zijn ingericht met authentiek meubilair en voorwerpen die vooral door de inwoners van Nij Beets zijn bijeengebracht.

 

Recente uitbreidingen van het museum

In de afgelopen jaren is het museum uit­gebreid met een landschappelijk gedeelte dat de veranderingen van het landschap door de turfwinning laat zien. Het oude houten noodkerkje van Nij Beets, het Houten Himeltsje, is herbouwd, er is een nieuwe turfschuur gebouwd en er zijn twee nieuwe permanente exposities ingericht. Ook is een nieuwe turfbok in de vaart genomen en is het historische sluisje gerestaureerd. De evenementen zijn uitgebreid met een derde boottocht en concerten in het Houten Himeltsje. Een veenbaaswoning met winkeltje en café en een schooltje zijn inmiddels in voorberei­ding c.q. in uitvoering.

 

het Houten Himeltsje

 

 

Een stukje historie van de turfwinning

Turf was eeuwen geleden al een veelgebruikt product, het meest als brandstof. Aanvankelijk werd vooral het hoog­veen (veen boven de waterspiegel) afgestoken, o.a. in Drenthe, Groningen en oostelijk Friesland. In het midden

van de 18e eeuw begon de grootschalige laagveenderij (veen onder de waterspiegel). Deze heeft voortgeduurd tot in de eerste decennia van de 20e eeuw. Een van de laatste grote verveningen vond plaats in Opsterland en

Smallingerland. Op 13 april 1863 ging de eerste spade in de grond voor de vervening onder Beets. Zij leidde onder meer tot het ontstaan van het dorp Nij Beets.

 

Hard werken voor weinig loon

Turfwinning was zwaar, vuil en arbeidsintensief handwerk. De werkdagen waren lang: 12 tot soms wel 15 uur! Veel veen­arbeiders en veenbazen kwamen uit de omgeving van Giethoorn. Deze Gietersen waren met de oprukkende verveningen geleidelijk in Friesland terechtgekomen. Toen de vervening onder Beets begon was het loon van de veenarbeiders door de sterke opkomst van steenkool en petroleum van 11.20 tot 11.30 per dag gezakt naar 55 tot 65 cent per dag. Er heerste grote armoede die nog werd verergerd door misstanden als gedwongen winkelnering (veenarbeiders moesten hun inkopen doen in de winkels van de veenbazen!).

 

Slechte huisvesting

Eind 1ge eeuw was de woonsituatie in de vervening mensonterend. Schamele houten keten met slechts één woonruimte, soms gebouwd op de wrakke resten van een turfbok, boden onderdak aan veelal grote gezinnen. Pas later werden er ook stenen huisjes gebouwd naar Gieters model. Ze hadden een fundering van turf en een houten topgeveltje. Het laatst overgebleven huisje van dit type was het begin van het museum.

 

 

soms gebouwd op de wrakke resten van een turfbok

 

Stoppeldei in Nij Beets  

Bron: Flitsnieuws

NIJ BEETS- Stoppeldei is een nieuw evenement in openluchtmuseum It Damshūs in Nij Beets. Op zaterdag 30 augustus waren daar dan ook  de ouderwetse tractoren en machines weer aan het ronken om de oogst van het land te halen. In tegenstelling tot veel oogst- en trekkerevenementen was Stoppeldei niet een passieve kijkshow met stilstaande machines. Op Stoppeldei draaiden de oude machines op volle toeren. Mannen met het zweet voor de kop maaiden, molken, dorsten, hooiden, groeven, zaagden, smeedden en ploegden. En een rietdekker bracht één van de oude Damshūshuisjes weer onder dak.


Stoppeldei is een initiatief van de gebroeders Erwin en Alex Groen en Pieter van Houten. Oude tractoren en machines zijn de grote passie van deze Nij Beetsters. Niet alleen hun eigen machinepark is aanwezig op Stoppeldei, een bonte stoet van oude
machines van heinde en verre zal present zijn op het oogst- en ambachtsevenement.

 


.

Naast het openluchtmuseum It Damshūs hebben de organisatoren een stuk weiland bebouwd als roggeland. Daar zal de oogst worden binnengehaald. Het graan wordt gemaaid.  Daarna wordt de rogge in een antieke maalstoel vermalen tot meel. Het pasgemaaide stoppelland wordt  geploegd en klaar gemaakt voor de winter. Niet alleen in het roggeveld zal hard worden gewerkt, ook in de weilanden zal het een drukte van belang zijn. Er wordt gemaaid met de
vingerbalk en handmatig met de zeis. Er wordt gehooid en er staat een ouderwetse melkmachine waarmee de boer zijn koeien melkt. Een door stoom aangedreven zaagbank (de grootste in Nederland!)  zorgt ervoor dat de houtoogst in planken wordt
verzaagd.

een hoefsmid die de ijzers letterlijk nog in het vuur heeft

 

Een andere attractie is een grote draadkraan (dragline) die volop aan het werk zal zijn.
In het museumdorpje van It Damshūs is een oogst- en ambachtsmarkt. Het museum is een prachtig decor voor deze activiteiten. Eén van de publiekstrekkers is een hoefsmid die de ijzers letterlijk nog in het vuur heeft. Bezoekers kunnen zien hoe hij de paarden beslaat. Ook de siersmid zal ongetwijfeld veel kijkers trekken. De bijenhouder laat zien hoe hij zijn korven vlecht en van het pasgemalen meel worden de eerste pannenkoeken gebakken. Uiteraard zijn er op de oogstmarkt volop producten van het land te koop. Er komt een enorm assortiment pompoenen, kalebassen, groeten
en fruit. Bezoekers hoeven dus niets tekort te komen op Stoppeldei. Op de markt zijn legio boerderijproducten, van boerenijs tot vele kaassoorten. Kortom, er was voor elk wat wils op Stoppeldei

Nostalgie

Atelier Bertina

.

typisch Fries

Meer foto’s  van flitsnieuws

 

Al mijn foto's als diashow

 

 

Folkloredei 2011


Zaterdag, 25 juni 2011 werd Folkloredei gevierd in het openluchtmuseum It Damshūs te Nij Beets. Gewoontegetrouw was ik er ook dit jaar weer bij.

Ondanks het feit dat de zon niet echt meewerkte – het bleef wel droog tot rond vier uur – werd het een heerlijke middag met gezellige kraampjes waar nog ambachtelijk spul werd verkocht ( droge worst, bv, gerookt boven turfvuur ), accordeonmuziek, die nostalgische liedjes begeleidde en, als kers op de taart, een zeer ludiek toneeltje in open lucht waarin op een humoristische, authentieke manier de schandalige manier werd aangeklaagd waarop veenarbeiders indertijd werden uitgebuit door de ‘baas’.

Het was een geslaagde middag en bij leven en welzijn zal ik zeker ook weer aanwezig zijn bij de Stoppeldei, eind augustus.


Geniet hier mee van de foto’s die Hans en ik zaterdag maakten

 

 

 

Oudehorne:

Elk jaar op de laatste zaterdag van september
Flaeijelfeest: een uniek plattelandsevenement



We waren erbij, op 27 september 2008, en hebben veel foto’s meegebracht.
Commentaar lijkt me overbodig. Het was een heerlijke, zonnige, nostalgische dag.

 

 

 

 

 


Mijn emailbox

 

 

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

 

Stem Spirituele Vrienden in de

 

Top 100 NL