Gezond met kruiden

 

Mellie Uyldert - A.G. Homblé -

. .

WETENSWAARDIGHEDEN OVER KRUIDEN

 

Bron: Mellie Uyldert – kruiden in de keuken

 selderij

   

 

De aan Pluto gewijde selderij, waarvan de Ro­meinen grafkransen vlochten, is wel algemeen bekend. Zowel het groen als de knol werken buitengewoon bloedzuiverend (in de middel­eeuwen bereidde men er met azijn de z.g. 'oleum basmana', een geneesmiddel bij water­zucht, van; tevens stond het kruid bekend als afrodisiacum) .

Men gebruikt het groen het hele jaar door vers. Een efficiënt gebruik maakt men er van door de knollen te kopen en een dag te bewaren, om het groen ervan nog dezelfde dag af te snijden en, indien men een groentemolen of keukenmachine be­zit, knol, stengel en blad daarna te malen. Niet alleen de groente­soep, maar nog talrijke andere gerechten winnen door toevoeging van selderij aan smaak! Wanneer men het, goed gehakt of gemalen, op het laatst aan een gerecht toevoegt, dus zonder dat het meekookt, heeft men veel minder nodig en de smaak is veel intenser. Een zeer smakelijk vervangmiddel voor keuken- of tafelzout is het steeds veld winnende selderijzout.

peterselie

   

Voor peterselie geldt, wat het gebruik betreft, hetzelfde als voor het selderijgroen; peterselie is echter in nog veel meer gerechten op haar plaats: in bijna alle soepen, alle kroketjes en dergelijke, in het bijzonder ook in combinatie met kaas en kortweg overal, waar zware spijzen om hulp bij de vertering vragen:

‘et doet verduwen ende verdrivet

dien wint, die in den menschen blivet',

zei Maerlant reeds. De wortel van de peterselie kan ook in soep en bouillon afgetrokken of geraspt worden.

kervel

De fijne kervel (het 'kirbeli' der middeleeuwen) wordt op dezelfde wijze gebruikt als de vooraf­gaande kruiden, maar zijn smaak treedt minder op de voorgrond. Daarom moet men er geen sterke smaken tegenover stellen, maar het slechts voor fijne, zachte gerechten als enige kruiderij, óf in een mengsel van groene kruiden gebruiken.

Men kan het ook als rauw gehakt op de boterham gebruiken. Het werkt in hoge mate bloedreinigend.

Pimpernel

Pimpernel (de kleine soort) is niet bij de groente­boer te krijgen, maar we kunnen het gemakke­lijk in de tuin kweken en vlak voor het gebruik wat blaadjes afplukken (o.a. voor de sla). Het sap, uit de blaadjes geperst, geldt als een middel tegen zomersproeten, het 'maeckt dat aensicht claer ende schoon'.

Dragon

Dragon (Artemisia dracunculus L) heeft een sterke, naar het bittere neigen­de, smaak. 't Is in de tuin te kweken. Men plukt de bovenste (jongste) blaadjes van de jonge (nog niet zo houtige) stengels af en hakt ze fijn, voor­namelijk als toekruiden voor sla, en voor in­maak (o.a. dragonazijn). Gedroogd en tot poeder gemalen, houdt het al  even weinig smaak over als kervel- en peterselie­meel.

Bieslook

Bieslook is een gemakkelijk tuinplantje, dat lijkt op Engels gras en familie is van de ui. Men kan het zelfs in bloempotten kweken. De lange, rol­ronde bladen vermeerderen zich steeds, hoe vaak men er ook van plukt. Men hakt ze fijn en ge­bruikt ze uitsluitend rauw, op 't laatste ogenblik aan soep en andere spijzen toegevoegd; vooral ook in sla.

 

Tuinkers

Tuinkers of sterkers, algemeen bekend en met citroensap en suiker op de boterham gegeten, hebben, evenals de in ons land minder bekende waterkers een sterk reinigende werking; in het bijzonder het laatste kruid wordt o.a. in Frank­rijk veel bij vleesgerechten gebruikt waarmee het een heilzaam evenwicht maakt. Helaas is het in Nederland niet te koop, men moet het in het wild verzamelen. Deze kruiden zijn ook slechts rauw te gebruiken.

rozenbladen

Rozenbladen worden zowel voor geneeskrachtige doeleinden als voor de bereiding van fijne, zoete versnaperingen gebruikt en in een gemengde thee. Men gebruike alleen rode bloembladen van de roos, waar men het gele onderste gedeelte afknipt.

Rozenwater (aftreksel van rozenbladen in water) is een vroeger meer gebruikt bestanddeel van zoete nagerechten als rijst, vla, pudding en dergelijke. Tevens een geneesmiddel voor lichte aan­doeningen van ogen en oogleden (de ogen er in baden of er voor­zichtig mee uitwassen).

Rozenhoning, een antiseptisch middel bij opkomende mond- en keelaandoeningen, verkrijgt men door zuivere bloemenhoning te koken, af te schuimen, door een doekje te zeven en daarna op te koken met fijngesneden rozenblaadjes, tot het mengsel gelijkmatig rood is geworden. Deze rozenhoning is ook goed voor de maag:

'het confortiers des menschen maghe

ende suverste van menigherhande plaghe'.

kamille

De kamille met het gouden hart dat opspringt naar de zon, troost de mens met levenskracht. De echte kamille met de sterke geur is te vinden bij korenvelden op klei- en zandgrond.

Deze plant, algemeen bekend als geneeskruid, is ook in de keuken op haar plaats, zowel in een gemengde thee als in gebak. De bloempjes ('Baldur's wenkbrauwen') zijn gedroogd lange tijd bewaarbaar.

Steenbreek

Steenbreek is, zoals de naam reeds te kennen geeft, een middel tegen stenen, welke het vergruizelt. Het verse of gedroogde kruid kan ook aan verschillende gerechten, tezamen met andere kruiden, worden toegevoegd.

Lieve vrouwen bedstro

Lieve vrouwen bedstro in het Duits Waldmeister geheten, wordt als aromatiserend toekruid in gemengde thees en dergelijke gebruikt. Het wordt voor de bloei gesneden.

Men verzamelt het in het voorjaar. Het wordt voor de bloei gesneden en aan meiwijn toege­voegd.

Gedroogd is het voor thee te gebruiken.

 

bernagie

Van de bernagie (Borago, in het Duits: Boretsch) die aantrekke­lijke bijenplant met de stervormige blauwe bloemen, zijn zowel bloemen als bladen te gebruiken. Met de eerste versiert men b.v. een fijne gemengde sla. De bladen worden voor het gebruik fijn­gehakt. Deze zijn ook gedroogd en in poedervorm te gebruiken, maar hebben dan wel aan aroma ingeboet. De bladen kalmeren nervositeit, men kan ze in een gemengde sla snipperen of er thee van trekken.

mierikswortel

De mierikwortel is bij slechts weinigen een be­kende. Ze groeit dicht bij de zee en heeft in haar smaak het scherpe, dat aan het zilte zeewater herinnert. Voor een klein gezin is een hele wortel, zoals men ze in de winkels ziet, eigenlijk veel te groot, men moet dan wel verscheidene dagen mierikgerechten eten (voor kleine kinderen te scherp). Men bewaart de wortel in een kom water of steekt hem weer schuin in de tuingrond en raspt hem voor het gebruik uiterst fijn, liefst op de Bircher-rasp. Dan kan men het geraspte voor een gemengde sla, een saus of een boterhamsmeersel gebruiken.

Ook heeft de mierikwortel een grote geneeskracht; voor suiker­zieken is het gebruik zeer aan te bevelen.

Wat met mierikwortel is klaargemaakt moet steeds afgedekt be­waard worden. Voor alle gerechten slechts zéér weinig nemen, daar de smaak buitengewoon sterk en scherp is (daarom ook het best te temperen met melk of room)!

Mierikwortelmayonaise is in tuben verkrijgbaar.

rozenbottels

De rozenbottels kalmeren de zenuwen en reinigen nieren en blaas. Ze zijn op talrijke wijzen te verwerken in jam, soep en saus en thee.

De verse bottels moeten van de pitjes ontdaan worden, wat een heel geduldwerkje is. Gemakkelijker is het, de gedroogde te ge­bruiken (in kruidenhandels en reformhuizen te verkrijgen).

Knoflook

Knoflook, de allerbeste desinfectans! Helaas schrikt de doordringende geur en sterke smaak velen af, maar dat is jammer, want een weinigje zeer fijn gesneden of fijngewreven knoflook (iedereen kent wel die witte 'uitjes', die in lange vlechten in de groentewinkels hangen) in de sla en andere spijzen houdt ons in tijden van griep- en andere epidemieën beslist gezond: de moeder van een gezin van zestien kinderen bond hen tijdens een mazelen-epidemie allen een zakje met knoflook om de hals, zodat het op het blote lijf hing; geen dezer kinderen werd door de ziekte aangetast. In de middeleeuwen meende men dat knoflook alle rondwarend kwaad tot zich trok en vernietigde (de bol wordt, in huis opgehangen, na verloop van tijd zwart); inderdaad trekt het bacteriën en andere ziektekiemen en afvalstoffen tot zich; bij ver­giftiging bestaat geen veiliger darmreinigend middel dan knof­lookmelk; de Spanjaarden, die de Pyreneeën overtrekken nemen met knoflook overwreven geroosterd brood mede, dat zij lang­zaam en met tussenpozen opeten; hierdoor worden zij veel minder moe. Doordat de knoflook opruiming houdt onder de z.g. stof­wisselingsslakken, voorkomt en geneest men er verhoogde bloed­druk en aderverkalking mee.

Daarbij is knoflook zeer goedkoop (men gebruikt voor een ge­recht voor 2-6 personen zeker nooit meer dan één van de ca. 8 teentjes, die een bol bevat). - Trekt men een teentje af in soep of saus, of wrijft men er de soepborden mee in, dan geniet men reeds de heilzame werking van dit kruid.

ui

 


 

De ui heeft dezelfde werking, doch wat minder sterk. In de krijgsgevangenenkampen bleek na onderzoek, dat de gevangenen, die meer uien gebruikten bij verder hetzelfde voedsel, veel minder vatbaar waren voor besmettelijke ziekten dan de anderen. - Een rauwe ui, fijngesneden op de boterham, is b.v. een uitnemend middel om een opkomende verkoudheid te bezweren! Door haar gehalte aan fosfor is de ui een uitnemend voedsel voor hersenarbeiders.

Wel is de ui zwaar verteerbaar, maar bij een geregeld gebruik past elke gezonde maag zich wel zó aan, dat van een uiengeur na de maaltijd niets meer te bespeuren is. Het zeer scherpe uiensap wordt tegenwoordig wel als geneesmiddel in de handel gebracht.

Nu geeft de ui een zeer verschillend aroma aan de spijzen naarge­lang van haar behandeling: rauw gesnipperd voldoet ze het best in sla, die op zichzelf altijd wat saai is, bij het bakken verliest de ui het scherpe, terwijl bovendien een nieuw bak-aroma optreedt, wat soepen, sausen en jus bijzonder smakelijk maakt. Bij het geel­fruiten verdwijnt ook het scherpe, terwijl de eigenlijke uiensmaak meer te voorschijn komt, die door koken weer wat getemperd wordt. Deze grote verscheidenheid van aroma's maakt de ui tot een van de voortreffelijkste keukenkruiden. Men denke b.v. aan de soffrito-bereiding van groenten: juist dan wanneer de herkomst van een aroma (i.c. de uiensmaak) niet meer herkenbaar is, is die samengestelde smaak verkregen, die een gerecht 'fijn' doet zijn.

NB. Een ui moet steeds met een roestvrij mesje gesnipperd worden, nooit geraspt op een gewone, vertinde rasp, het sap ver­bindt zich dan met het metaal. Een glazen rasp voldoet niet erg.

Kruizemunt en pepermunt

Kruizemunt en pepermunt, ook de andere munt­soorten, die evenwel een zwakker aroma bezit­ten, behoren evenals de hierna volgende kruiden (tot en met salie) tot de familie der lipbloemigen; van ouds om hun geur en smaak en heilzame werking bekend, werden zij reeds in oude tijden gekweekt. In de blaadjes bezitten zij een aromatische olie, welke zich vormt, wanneer de plant zich tot de bloei voorbereidt. Wanneer eenmaal de bloem te voorschijn komt, wordt het gehalte aan olie in de blaadjes minder. Het is dus aan te bevelen, de blaadjes vóór de bloei te plukken.

Munt en melisse hebben sappig blad, de andere kruiden bezitten een meer houtachtig karakter en maken ook van de bloem 'minder werk. De eerste twee kruiden vermenigvuldigen zich door wortel­stok en zaad. De ingevoerde kruiden zoals basielkruid en majolein, komen in ons klimaat moeilijk tot zaadvorming.

De smaak dezer kruiden is over het algemeen zachtpikant, bij een te grote hoeveelheid bitter; nooit zoetachtig, als de zaden der schermbloemigen.

De verschillende muntsoorten zijn onmiddellijk aan de geur te herkennen, wanneer men een blaadje tussen duim en vinger wrijft. 'Die reuck van Munte maeckt den mensche vrolick ende blijde', daarom plaatsten de Romeinen een bosje munt op de eettafel.

Om hun reinigende en verwarmende werking zijn de muntsoorten bijzonder geschikt om met kool, spruitjes en andere, vaak met fecaliën bemeste en daar sterk naar riekende groenten, mee te koken. Vóór het opdienen worden de blaadjes verwijderd. Ook bij zoete gerechten, waaraan geen andere aroma's toegevoegd worden, is pepermunt op haar plaats. Pepermuntthee is een smake­lijk vervangmiddel voor gewone thee. Verse munt langs de muur houdt de muizen weg.

melisse

Het bijenkruid melisse (in het Vlaams: 'konfilie de Grein') geeft aangename dromen, doordat zijn zacht aroma de spijsvertering bevordert! Het heeft een reinigende werking (de vermaarde Cagliostro gebruikte melisse, ruit, valeriaan, salie en ijzerhard voor zijn verjongingskuur). Het wordt het best samen met andere kruiden in zachte sausen, zoete gerechten, enz. gebruikt.

wilde marjolein

De wilde marjolein en de verwante gekweekte majoraan hebben, evenals de ui, een verzoenen­de werking ten opzichte van andere smaken in een gerecht, zij hebben een harmoniserende werking.

Majoraan is bijzonder goed te gebruiken in melige spijzen.

Deze kruiden zijn gemakkelijk samen met andere in soep, sla e.d. te gebruiken.

Basielkruid (basilicum)

Basielkruid geeft smaak en karakter aan alle saaie spijzen, het is met recht de lieveling van de moderne kruidenkeuken. In soepen en sausen, in sla en vooral in koekjes en kroketjes en alle andere pittige meelspijzen is het op zijn plaats, vooral in ragout in combinatie met uien; het harmonieert bijzonder met volkorenmeel. De smaak is volkomen en zeer zelfstandig. Verbin­ding met andere aroma's heeft het niet nodig.

Bonenkruid

Bonenkruid wordt 's zomers door de groente­boer bij de tuinboontjes geleverd. Het moet ech­ter bij alle peulvruchten en andere zwaar ver­teerbare groenten gebruikt worden, aangezien het in hoge mate de spijsvertering vergemakke­lijkt. Door die eigenschap is het ook goed bij darm- en maagkramp. Men kookt het steeds met de gerechten mee.    

tijm

De heerlijke tijm is in talloze gerechten op haar plaats (de blaadjes vóór het opdienen te ver­wijderen!). Allerlei soepen en sausen, croquet­deeg, ragouts, enz. ontlenen hun aantrekkelijk­heid, hun 'karakter' aan de levendige verwarmen­de tijm. Ze kan alleen of in combinatie met bonenkruid of laurierblad of een zachte kruid als melisse, gebruikt worden.

hyssop

De hyssop is bij de Joden het zinnebeeld van de verzoening. Ze lest de dorst en is goed tegen darmslijm. Ze kan, samen met andere kruiden, in verkoelende dranken afgetrokken worden.

De groenblijvende hyssop komt bij ons alleen gekweekt voor. In de keuken gebruikt men hyssop als toekruid bij de sla. Men neme er slechts heel weinig van.

Salie

Salie wekt op en reinigt de luchtwegen van slijm. De geneeskrachtige werking van dit kruid was reeds in oude tijden zo beroemd, dat een vers­regel van een geneeskundigenschool in 1150 te Salerno luidt: 'Hoe zal de mens sterven, bij wie salie in de tuin groeit!' Een beker saliemelk voor het naar bed gaan is een goede oud-Hollandse gewoonte. Bij het bakken, waarvan ook, legge men steeds enkele salieblaadjes in de pan. Ze bevorderen de vertering van het gebak, dat steeds aan de spijs­verteringsorganen zware eisen stelt. In deeg gebakken verse salie­blaadjes vormen een op zichzelf staand gerecht. Thee van salie en alsem, half om half, is een uitstekend reinigingsmiddel voor nieren en lever. Enkele salieblaadjes aan een gemengde kruidenthee toe­gevoegd, houden die weken lang vrij van bederf; b.v. in een plastic­fles meegenomen op reis! Sterk desinfecterend, een natuurlijk anti­bioticum.

 

 

Tot de familie der schermbloemigen behoren, behalve de hierboven beschreven sappige toekruiden, wier geur en smaak in het blad ge­concentreerd is, ook verschillende, die hun karakter in de zaden verbergen, waarin des zomers de zonnekracht zich heeft opgehoopt.

Deze zaden kan men fijnstampen of -malen in een pepermolen of keukenmachine. Men kan ook de hele zaden in een kruidenzakje in dranken of spijzen aftrekken. Alleen van dille, karwij en komijn kan men de zaden in hun geheel nuttigen. Men legt ze daartoe een kwartier van te voren in lauw water te weken en voegt ze daarna bij de spijzen om te bakken of te koken.Van anijs, venkel en dille zijn de zaden zoetachtig van smaak. Deze zijn de aangewezen toevoegingen voor knolgewassen (aardappelen, koolraap, enz.), waarmee ze een goed evenwicht vormen. Men ge­bruike ze, om hun verwarmende werking, vooral des winters.

Anijs, steranijs

Anijs, steranijs vooral, is uitstekend voor de darm en werkt slijmoplossend bij hoest. Om anijsmelk te maken, gebruike men liever anijs­olie dan tabletten. In een koude aardappelsla is het gestampte zaad wel smakelijk, maar de zoete smaak past toch het best in anijspudding, bij zoete rijst en in gerechten van zure appelen. Wassen met anijswater (van het zaad getrokken en bekoeld) geeft een mooie teint.

Venkel

Venkel verdrijft gassen (venkelwater voor de baby) en verwarmt de maag. Worteltjes diene men bij voorkeur op in venkelsaus.

Aardappelsla met venkel is een smakelijk ge­recht. De knollen van de venkel kan men als groente gebruiken. Ze zijn echter in ons land niet in de handel, zodat men ze zelf moet kweken.

Dille

Dille gebruikt men in sla, in meel-, appel- en kaasgerechten; ook bij knolgewassen. Ze is af­komstig uit het mediterrane gebied en rijk aan etherische olie.

Het kruid harmoniseert uitstekend met meelpro­ducten, zowel gebakken als gekookt, die er sterk door verlevendigd worden.

De zaden worden bij de inmaak van komkom­mers e.d. gebruikt.

Karwij

Karwij (Kummel), koriander en komijn smaken pikanter en heter. De eerste beide worden in likeur verwerkt, de  laatste (doch dat is een uitheemse soort) in Leidse kaas. Karwij kan men in gebak en meelspijzen, in de sla en bij knolgewassen gebruiken. Het bevordert de spijsvertering in hoge mate en

voldoet uitstekend bij darmstoornissen. In gebak moet men slechts een heel klein beetje karwijzaad ge­bruiken, anders gaat het gerecht naar zeep smaken.

Koriander

Koriander is in het bijzonder geschikt voor het kruiden van soep en bouillon. Wanneer men liefhebbers van pikante schotels aan de on­schadelijke kruiden wil gewennen, is koriander daartoe een uitstekend middel. Men gebruikt het in kruidkoek en in alle gerechten, die een pittige, hete smaak behoeven, echter niet in combinatie met basielkruid. In sla slechts in uiterst kleine hoeveelheid gebruiken. Koriander verwarmt de maag op aangename wijze. Al te rijkelijk gebruikt kan het duizeligheid veroorzaken ('Schwindelkörner').

Komijn

Komijn verdrijft de gassen. Men kan de hele zaden, geweekt, in kaaspannenkoeken verwerken. Men gebruike ze echter niet te vaak. Bij jonge moeders werkt komijn zorgvormend.

Voor kinderen zijn de laatstgenoemde drie krui­den niet geschikt. Voor kinderen boven 7 jaar, die soms behoefte aan pittige smaakjes hebben, komen vooreerst alleen melisse en marjolein in aanmerking, later ook tijm.

Spijzen, waarin kruiden zijn verwerkt, moet men nooit opwarmen. Ook met andere spijzen moet men dit trouwens liever niet doen.

Maanzaad

Maanzaad (maankop of slaapbol) bevat een ge­zonde 0lie. Het rijpe zaad, dat in grote zaaddozen rammelt, is bekend als het maanzaad, dat men hier te lande eigenlijk alleen op vlechtbroodjes de zgn. galles gestrooid ziet.

Al te rijkelijk gebruik kan schaden. In midden-Europa zijn maanzaadbroodjes al­gemeen.

Jeneverbes en bosbes

Jeneverbes en bosbes kunnen gedroogd en afgetrokken zowel als vers gebruikt worden, in mengsel of als enig kruid.

Engelwortel

Engelwortel (angelica). Dit kruid bevordert de spijsvertering. Men kan van de wortel thee trekken, maar ook de verse stelen rauw eten, zoals bleekselderij, of in stukjes gesneden stoven. Ook kan men er tezamen met rabarber, jam van koken (een deel angelica op vier delen rabarber). De gekonfijte[1] stukken stengel zijn als angelica in fijnere winkels verkrijgbaar.

Lavas

Lavas (levisticum, Engels lovage). Van dit kruid wordt het maggi­-aroma gemaakt. Men snippert het blad in soep en sla en kan de bladstelen in stukjes gesneden gaar koken en konfijten, net als bij engelwortel, maar dat is een zeer tijdrovende en ingewikkelde be­werking.

Goudsbloem

Goudsbloem. Deze bloem werkt ontgiftend. Men gebruikt de bloembladen fijngehakt ook in de sla. De smaak is eerst zoet, daarna scherp. Vroeger maakte men in Engeland gekruide kaas ermee en kleine broodjes: Marigold-buns. Men trok de bloem­blaadjes vers of gedroogd in hete melk af en mengde deze melk met een geklutst ei, rozijnen en gehakte, gecandeerde[2] oranje­schillen, waarna men ze door brood- of cake-deeg mengde.

Hondsdraf

Hondsdraf groeit in het wild en is wegens de pittige smaak van het blad heel lekker in de soep of sla gesnipperd. Bij kiespijn kauwt men op zo'n blaadje.

Kattenkruid

Kattenkruid (Nepeta) geeft fijn gesnipperd aan soep, sla en kruidensaus een pittig aroma. Katten zijn dol op de geur.

Sesamzaad

Sesamzaad is rijk aan lecithine en olie, zeer gezond. Men maakt het fijn en gebruikt het in koekdeeg (triangoline) of mengt het door de muesli, een vruchtenslaatje of het middageten. De olie, rijk aan onverzadigde vetzuren, wordt ook gebruikt in de ver­rukkelijke echte Turkse chalva of halva, een nougatachtige ver­snapering.

Soja

Vloeibare kruiden extracten als maggi, soja en andere spijsaroma's  zijn wel gemakkelijk, maar hun samenstelling blijft meestal in het duister. Daarom moet men er voorzichtig mee zijn.
Soja wordt uit de sojaboon verkregen, met toevoeging van ver­schillende kruiden. De echte Nippon Shoyu is sterk basisch en uit­muntend van kwaliteit. De verschillende Indische ketjap-soorten blijven hiervan de mindere. Maggi's aroma wordt in hoofdzaak verkregen uit de lavas, een geneeskrachtige en reinigende plant, waarvan de zaden voor likeur worden gebruikt.

 


[1]  v. (-en), ingelegd ooft, suikerooft; het is een waar -, zeer lekker. *-EN, bw. gel. (ik konfijtte, heb gekonfijt), in suiker inleggen; gekonfijte vruchten; (fig.)

[2] bw. gel. (ik candeerde, heb gecandeerd), met suiker bestrooien, suikeren.

 

Den Nederlandschen Hovenier en zijn Medicyn-Winckel.
Volksgeneeskunde uit de 17de en 18de eeuw
[1]

A.G. Homblé

 

‘Het ergert de mens dat de waarheid zo eenvoudig is’
Goethe

 

 

 

De natuur heeft de eerste apoteek geopend en overal ter wereld zijn er filialen. Waar ook de mens ziek wordt, vindt hij in de natuur de nodige geneesmiddelen. De volks­geneeskunde, die terug reikt tot een ver verleden, heeft ruimschoots gebruik gemaakt van natuurlijke middelen, in hoofdzaak kruiden. Het is dan niet uitzonderlijk dat de verstandige landman uit de 17de en 18de eeuw er een kruidenapoteek in zijn huis­houding op nahield, en een handleiding en receptenboekje onder de titel De Medicyn –Winckel bezat.

 

Het was een primitieve opvatting, dat men de levenskracht uit de schoot van moeder aarde kon putten. Dat alles wat groeide dienstig is voor mens en dier, en dat alles wat leeft terug in de aarde wordt genomen als één grote kringloopbeweging, was de algemene gedachtengang van onze voorouders. De ondervinding leerde de mens welke geneesmiddelen het plantenrijk kon opleveren; ervaringen met planten toon­den hem aan dat het gebruik van giftige gewassen de dood kan veroorzaken maar ook in bepaalde gevallen heilzaam kan werken.

 

 

Voor elke kwaal een kruid gewassen

 

Toen de mens nog leefde in de ongerepte natuur, werd hij gedwongen zijn volle opmerkzaamheid te schenken aan het gebeuren rondom hem. Geen dier, geen plant, geen steen ontsnapte aan zijn speurende blik. Als uit instinkt ontwaakt, vergaarde hij een schat van een kennis, die hem zijn zware levensstrijd verlichtte. De talloze gevaren waaraan hij bloot stond, de onophoudelijke kamp met de wisselvalligheden van de natuur, staalden zijn wilskracht, ontwikkelden zijn verstand en scherpten zijn geheugen.

Door ondervinding wijs, leerde de mens de genezende krachten van de natuur ont­sluieren, en wanneer hij zijn zwervend leven moe was, ging hij zich een vaste woon­plaats kiezen. Op dat ogenblik begint hij aan akkerbouw te doen; veld- en tuingewas­sen worden voor zijn keuken geteeld, maar ook voor het genezend kruid wordt plaats ingeruimd.

De oudste oorkonden, de Babylonische kleitafels, de Egyptische papyri en de Bijbel, geven meldingen van kruiden die heden nog in kultuur worden gebracht; bekende land- en tuinbouwprodukten, zoals uien, knoflook en gerst, werden gebruikt als afvoermiddelen; de werking van bolgewassen was te danken aan de vluchtige olie die erin voorkwam. Lezen wij niet in Exodus 9:31 dat Jahwe Egypte strafte met de gerstoogst te vernielen? Dit gaf niet alleen een tekort aan gerstebrood, maar ook een last bij het herstel van zieken. Gepelde gerst immers, gezien zijn groot gehalte aan zetmeel, werd gebruikt om melige en slijmerige dranken te bereiden, die bij inge­wandenziekten zeer geliefd waren. Tarwe werd in het grauwste verleden gekweekt, niet alleen om brood te bakken, maar ook om als geneesmiddel te worden aange­wend[2].

 

De volksgeneeskundige botanika kan men niet benaderen zonder de belangstelling voor haar evolutie in tijd en ruimte. Achter de kruidenbenamingen, die verschillen van gewest tot gewest en bij de volkeren onderling, steken heel wat etymologische dui­dingen naar aard en funktie. De volkse betrokkenheid treedt duidelijk eruit naar voor. De opstellers van kruidenboeken zagen in de eerste plaats in elk kruid zijn genees­krachtige eigenschappen. Zo ontstonden een soort van medico-farmaceutische kruidenmonografieën; professor Keil wijst op de waarde van deze boekjes voor de geschiedenis van de geneeskunde[3].

 

 

 

In de oude kruidenboeken met hun wonderbaarlijke receptuur, komt steeds een schat aan kennis tot ons, de geweldige, indrukwekkende kennis van onze voorouders in deze materie. In deze boeken treft men aanbevelingen aan met aanduidingen welke plant voor deze of gene kwaal gunstig in aanmerking komt. De keuze was niet bijster klein. Ziekten waren bij het volk zeer gevreesd: men had etterende wonden, aambeien of aderspat ; men leed aan de blaas en had blaassteen; men hoestte; men was kort van adem; men droeg een kropgezwel; men had rode loop, spuwde bloed, en de vrouwen hadden last met hun maandelijkse hormonale cyclus. Door de ondervoeding leed men aan bleekzucht en tering; men had geregeld koorts; in de buik zat een gezwel en op het hoofd een pijnlijke buil die men voor een kei aanzag; men had kiespijn, een pijnlijke keel; men had oorsuizing en de kinderen huilden van een pijnlijke oorontsteking die in de volksmond "oorlap" werd genaamd. De lijst van kwalen en kwaaltjes is niet te overzien; het kruid moest uitkomst bieden. Men staat gewoon verbaasd hoe roekeloos ook het volk met kruiden omsprong; denken wij hier maar aan het gebruik van een gevaarlijk goedje als het wit nieskruid (Veratrum album.L.), de dolle kervel (Chaero­phyllum temulum.L.) en aloë.

Volksgeneeskunde is een samengesteld begrip: deze term betekent enerzijds de ge­neeskunde beoefend door het volk, dus het gebied van gezondheidszorg voor de leken. Het begrip is anderzijds terug te vinden in de zorg voor de voeding, waar heel wat kruiden werden aangewend. Een kleine verwijzing naar de meest voorkomende ge­neeskrachtige kruiden en makrobiotische toepassing zoals wij die uit oude kruiden­boeken mochten optekenen zal hier wellicht niet misstaan:               

 

Grote klis (Arcium lappa.L.)

Dit kruid werd geacht een seksueel-opwekkende kracht te bezitten. De stengel moest geplukt worden terwijl de plant nog jong was. Hij wordt geschild gegeten met zout en peper ofwel gestoofd met afkooksel van vet vlees. Ook worden de wortels gebruikt tegen jicht en huidziekten; het aftreksel van de bladeren wordt tegen haaruitval aangewend.

 

Populierscheuten (Gommae populi.L.)

Deze scheuten worden gebruikt voor het bereiden van een zalf die aangewend wordt bij alle soorten van verwondingen.

 

Maretak (viscum album.L.)

De takken zelf worden in de veestal gehangen om de nachtmerrie onschadelijk te maken. Ook dacht het volk dat de maretak onvruchtbaar maakte (steriliteit). Schors om de arm van een zwangere vrouw gebonden verhinderde een misval. Vooral bekend als middel tegen nachtmerries bij de mens.

 

Sleepruim (Prunus silvestris.L.)

Bij Dodoens wordt deze aanbevolen bij cholera. Tevens gebruikt hij deze plant om de haargroei te beletten en beschouwt hij ze als geneesmiddel tegen de haarworm.

 

Zilverkruid (Potentilla argentea.L.)

Men gebruikt de bladeren en de bloemen in aftreksel tegen buikloop. De wortel is een uitstekende remedie voor de tanden en versterkt het tandvlees. Het wordt ook aanbe­volen tegen scheurbuik, geelzucht en waterziekte.

 

Rozemarijn (Rosemarinus officinalis.L.)

Wordt gebruikt als hartversterker, voor zenuwkwalen, voor hersenen en geheugen, en is zeer goed voor de lever. Is zuinig te gebruiken bij vis, erwten, groene bonen, rapen, paddestoelen en in eikelpuree.

 

Salie (Salvia officinalis.L.)

Wordt gebruikt als algemeen versterkingsmiddel en is goed voor keel en ingewanden, helpt de moeilijke spijsvertering. Voor uitwendig gebruik dient een aftreksel van salie om wonden schoon te maken of te gorgelen. Saliemelk is goed voor kinderen; men laat enige salieblaadjes een kwartier trekken in zachtjes kokende melk waaraan men suiker toevoegt. Een middeleeuwse arts schreef de lof der salie met deze woorden "Hoe zal de mens sterven bij wie salie in zijn tuin groeit". In de keuken wordt salie gebruikt bij vette visgerechten, bonen, uien en bieten.

 

Dille (Anethum graveolens.L.)

Is efficiënt tegen slapeloosheid; wordt gebruikt als water tegen kolieken bij peuters. Dille bevat veel mineralen en is goed voor het haar, de nagels en de zenuwen. De zaadjes zijn goed om te pekelen, de blaadjes dienstig in de sla.

 

Venkel (Foeniculum.L.)

In de oudheid werden venkelbladen gebruikt om helden te kronen als symbool bij een overwinning. Is een kruid dat urineafdrijvend werkt en is de spijsvertering gunstig; is ook goed voor de ogen en dienstig bij zwaarlijvigheid. Makrobiotisch gebruikt in soepen, met vis, linzen, rijst, bloemkool, wortelen en kool.

 

Mierikswortel (Cochlearia armoracia.L.)

Door het gebruik van mierikswortel bekwamen onze voorouders onbewust een "anti­biotische" uitwerking, waaraan deze plant rijk is. Deze plant is ook goed voor het urinekanaal ; de gedroogde en gemalen wortel doet denken aan peper.

 

Lavas (Levesticum officinales.Koch.)

Werd in de volkskunde ook als minnedrank geschonken en had ook de benaming van "liefdespeterselie". Lavas verdrijft de winderigheid en is een reiniger van de verte­ringsorganen.

 

Bazielkruid (Basilicum. L.)

In de kruidenboeken bekend als een "koninklijk kruid". Geneeskundig is het een stimulans en zenuwmiddel, en is het goed om de hersenen te zuiveren en ongesteldheid te verlichten.

 

Peterselie (Petroselium sativum.Hoffm.)

Dit kruid is rijk aan vitaminen en bevat ijzer; is goed voor de blaas, nieren en spijsverteringsorganen. Het is ook koortswerend door de aanwezigheid van Apiol.

 

Zeephout (Saponaria officinalis.L.)

Het is een buikzuiverend middel; versterkt de eetlust, bevordert de stoelgang en is diuretisch[4]. Was een van de middelen tegen syfillis.

 

Lindebloem (Tilia Silvestris.L.)

Het aftreksel bestrijdt koorts en verkoudheden; is een oud middel dat heden in de volksgeneeskunde overvloedig wordt aangewend.

 

Cikorei (Cichorium intybus.L.)

Is buikzuiverend versterkend en koortswerend; de wortelen en bladeren worden zowel als geneesmiddel en makrobiotisch gebruikt. Sommige kruidenboeken schrij­ven dat dit kruid de geelzucht geneest en waterafdrijvend is.

 

Esseblad (Fraxinus excelsior.L.)

Wordt gebruikt in thee samenstellingen ter bestrijding van jicht en reuma; de bladeren van de es bezitten buikzuiverende eigenschappen.

 

Uitheemse Viorne (Viburnem prunifolium.L.)

Dienstig tegen stoornissen van de bloedsomloop, spataderen, speen en maand­stonden. Heeft een samentrekkende kracht en is beschreven als, in water gekookt, dienstig ter genezing van gezwollen amandelen en keelontsteking.

 

Hondsgraswortel (Triticum repens)

Het is niet de wortel maar wel de onderaardse stengel die men gebruikte om er een aftreksel van te maken, dat men gewoonlijk met andere plantaardige stoffen aanvulde zoals gort, gerst, witte maluwwortel, enz. Werkt urine afdrijvend en verzachtend.

 

Senne (Sena.L.)

Senneblaadjes werden als purgentia gebruikt, of als drank of als clister. Men voegde er ook rabarber of anijs aan toe.

 

Rabarber (Rheum officinales.L.)

Deze plant verschafte een goed geneesmiddel en een aangename spijs in de keuken. De wortel van deze plant werd als een van de oudste geneeskruiden beschouwd. Onder allerlei vormen werd de wortel van deze plant ingenomen om de spijsvertering te bevorderen, de galafscheiding en de stoelgang van dienst te zijn. Naast het medicinale gebruik is deze plant, vroeger zowel als nu, een makrobiotische delicatesse; het blad werd gebruikt als groente om er moes van te maken en de stelen werden als spijs en gelei verbruikt.

 

Lijsterbes (Sorbus aucuparia)

Heeft een stoppende en samentrekkende kracht; werd gebruikt om bloedingen tegen te gaan.

 

Alsem (Artemisia frangula.L.)

Een vanuit de oudheid welgekende plant die uitvoerig in de kruidenhandschriften beschreven wordt; prikkelt de maag en de eetlust. Is diuretisch en werd gebruikt tegen jichtaanvallen. Werd steeds beschouwd als een krachtig wormafdrijvend middel.

 

Noteboomblad (Junglans regia.L.)

Dat men in oude kruidenboeken ook wel magische handelingen aantreft wordt duide­lijk in het feit dat men de noteboom gebruikte om zijn ziekte te vernagelen en dat men een aantal noteblaren, naargelang het getal wratten men had, onder een steen legde om deze te zien verdwijnen. Droge noteblaren met ajuin, zout en honing vermengd, werden gebruikt tegen beten van dolle honden.

 

Aalbesblad (Ribes nigrum.L.)

Dodoens gebruikte deze bladeren, gekookt in mannelijke urine en azijn, tegen slange­beten ; tevens duidt hij aan dat deze plant de mazelen geneest. Is ook algemeen bekend als in zekere mate een geneesmiddel voor urologische afwijkingen.

 

Maagdepalm (Vinca minori.L.)

Naar de meeste kruidenboeken vermelden, wordt het blad het gehele jaar verzameld om zijn wondhelende en bloedstelpende eigenschappen, o.a. neusbloeding. Met een aftreksel ervan wordt gegorgeld bij keelontsteking. Het blad blijkt een zekere roes te verwekken door de aanwezigheid van alkaloïden, wat de Romeinen blijkbaar schenen te kennen.

 

Vlozaad (Plantago psyllium.L.)

Is in de kruidengeneeskunde een zeer verbreid middel. Het doet alle bloedingen ophouden; heelt alle wonden en verzweringen. De wortels worden gekauwd tegen tandabcessen, terwijl aftreksel van bladeren een niet te onderschatten waarde heeft bij leverkwalen.

 

Varkensgras (Polygonum avicularis.L.)

Werd gebruikt tegen bloedspuwingen en bloedbrakingen; geneest ook buikloop en cholera. Het sap werd ook als oogdruppeltjes gebruikt tegen alle oogkwalen. Ook aangewend tegen ziekten met een nerveuze oorsprong.

 

Paardestaart (Equisetum herba.L.)

De Bo's Kruidwoordenboek noemt dit kruid "doodskeerse". In pleistervorm heelt deze plant de bloedende wonden, inwendig gebruikt stelpt de paardestaart alle bloe­dingen, zowel die van de neus als die van overvloedige maandstonden.

 

Moerbesblad (Morus nigra.L.)

Staat in alle oude kruidenboeken gunstig aangeschreven om buikloop en braken te stoppen, tenminste wat de bessen betreft. De bladeren zijn een vertrouwde remedie tegen lever- en miltkwalen en werd ook als wormafdrijvend middel aangewend.

 

Vlaskruidzaad (Semen lina.L.)

Wordt als gunstig aanbevolen voor het maken van een pleister; men vermengde het kruid met boter; deze pleister doet alle verzweringen aanrijpen en opengaan. De olie uit vlaskruid geperst is een heilzaam middel om de stoelgang te bevorderen.

 

Sassafrasboom (Laurus sassafras.L.)

Werd gebruikt tegen hoofd- en maagklachten maar ook tegen graveelsteen. Een aftreksel van sassafrashout werd veel gebruikt tegen de pokken. Het was een remedie waarmee men trachtte alle soorten koude koortsen en alle ziekten die hun oorsprong vonden in vergiftiging, te bestrijden. Kinderloze vrouwen en vroedvrouwen gebruik­ten dit hout als een conceptioneel middel.

 

Mandragorawortel (Mandragoras)

Is een van de meest bekende magische en empirische kruiden uit de oudheid en de middeleeuwen. Men vindt van dit kruid afbeeldingen die duiden op hun magische werking; de wortel is als man en vrouw afgebeeld. Werd als een wijdverbreid liefdes­middel beschouwd en werd steeds geacht om zijn slaapverwekkende en verdovende kracht. Deze wortel werd ook als maandstondenverwekkend en vruchtafdrijvend middel gebruikt. Over de mandragorawortel bestaat een uitgebreide literatuur.

 

Aristolochie (Aristolochia.)

Dit kruid werd, naar Munting ons meedeelt, gebruikt bij engborstigheid, klachten van milt en lever; het verwekt de maandstonden en bevordert het uitdrijven van de vrucht. Werd als abortivum aangewend. Het poeder van de wortel, in een vers ei gestoken en zo ingenomen, verdrijft de pijn van het hart.

 

* **

 

Alruin of Mandragrora



Deze kleine garve van kruiden om een beeld op te hangen van het veelzijdig gebruik Waarmee de schrijvers van kruidenboeken het volk in al zijn lichamelijke noden wilden helpen. Anderzijds bemerken wij ook dat de astrologie en haar invloed op het aardse leven in de middeleeuwse botanische werken te bespeuren valt. De planeten onder­scheidde men onderling volgens hun verhouding met de vier elementen: water, aarde, lucht en vuur. Daardoor kregen de planten een kwalificatiegraad van warm, koud, vochtig en droog.

 

Men deelde de planten en kruiden ook in groepen met de hemellichamen, zon, maan en planeten. De kruiden van de zon vertoonden de eigenschappen van een snelle en rijke groei, hun vorm is trots, hun geur balsemachtig en aromatisch, de smaak krachtig, zuurzoet; ze zijn kleurenrijk met een voorkeur voor geel en oranje.

De kruiden van de maan zijn over het algemeen snelgroeiend, vreemd van vorm met een flauwe reuk en zoete smaak, de bloemen witachtig geel of violet.

 

De Mercuriaanse kruiden zijn eveneens snelgroeiend, gekromd en klein van vorm, zij zijn aromatisch en zwak zurig van smaak. Een levendige groei is kenmerkend voor de kruiden van Venus, zij vertonen vrolijke, kleurrijke bloemen in tinten variërend van blauw naar roze; geven een zoet bedwelmende reuk en bezitten een goede smaak. De kruiden uit de invloedssfeer van Mars zijn stekelig en borstelig van aard met een scherpe doordringende reuk en een prikkelende bittere smaak; de bloemen zijn bij voorkeur rood of roodblauw. Weelderig werkt de invloed van Jupiter op de kruiden die tot zijn invloedssfeer behoren; zij zijn statig en dicht, bezitten een weldadige geur en een zoete aangename smaak, dragen bloemen die variëren van blauw tot violet. De invloed van Saturnus verwekt bij het kruid een langzame groei; de planten vertonen een lange donkere gedaante, zij bezitten een onwelriekende verdovende geur en een scherpe giftige smaak.

 

De opvatting was dat geheel de natuur ten dienste stond van de mens en dat de schepper aan elke plant, aan elk kruid een bijzonder kenmerk had meegegeven, een soort etiket waaraan men zien kon voor welke kwaal zij dienstig is. Deze opvatting loopt als één en dezelfde draad door al de oude kruidenboeken. "Similia similibus", de leer van de signatuur, komt overal tot uiting in onze voorouderlijke volksgenees­kunde. Ook in onze twintigste eeuw vinden we die leer nog. Zo zien wij dat men de borstels van de klit (Xanthium strumarium.L.) duidde als geschikt voor het haar en Dodoens[5] voegt er aan toe: " ... omdat het hayr rood kan maecken ... ".Men zag in de willekeur van de vormen een verband en men borduurde daarop voort. De mandrago­rawortel is daar een van de meest typische voorbeelden van. Men interpreteerde er maar op los in zake de eigenaardigheden van het kruid. Ook in de voedingsdoeleinden van het gewas had de signatuurleer zijn invloed. Dit middeleeuwse denken vinden wij nog terug in het feit dat op het platteland sommige landbouwers beweren dat een V-vormige tekening op de klaver duidt op veel voedsel voor het vee.

 

 

 

 

 



[1] Ik heb de spelling onveranderd overgenomen. (FH)

[2] De Waal, M.: Medicijn en drogerij in den Bijbel. Amsterdam 1922.

[3] Keil, G. : Zauberpflanzen und Wunderdrogentraktate. Leuvense bijdragen. 57jr. 1968.

 

[4] vochtafdrijvend

  Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  
**********

Stem Spirituele Vrienden in de
Top 100 NL



**********
Tellers

 

 LetsStat website statistieken