|
|
Sprookjes als inwijdingsverhalen.
Een inwijdingssprookje voor vrouwen. Er was eens, en er was eens niet, een jonge moeder die op sterven lag, haar gezicht bleek als de witte was rozen in de sacristie van de nabijgelegen kerk. Haar jonge dochter en haar man zaten aan het voeteind van haar oude houten bed en baden dat God haar veilig het hiernamaals zou binnenleiden. De stervende moeder riep Vasalisa, en het kleine kind met haar rode laarsjes en haar witte schort knielde naast haar moeder neer. 'Hier is een popje voor je, lieveling’, fluisterde de moeder, en vanonder de pluizige deken haalde ze een heel klein popje dat net als Vasalisa rode laarsjes, een wit schortje, een zwart rokje en een vestje helemaal geborduurd met gekleurd garen droeg. 'Hier zijn mijn laatste woorden, liefste’, zei de moeder. 'Mocht je ooit verdwalen of hulp nodig hebben, vraag dit popje dan wat je moet doen. Dan zul je geholpen worden. Houd het popje altijd bij je. Vertel niemand over haar. Geef haar te eten als ze honger heeft. Dit is mijn belofte als moeder aan jou, mijn zegen over jou, lieve dochter: Toen de moeder deze woorden gesproken had, daalde haar adem naar het diepst van haar lichaam. Hij nam daar haar ziel op en vloog door haar lippen naar buiten, en de moeder was dood.[1] Het kind en de vader treurden heel lang. Maar net als het veld dat door de oorlog wreed wordt ondergeploegd, kwam het leven van de vader weer groen uit de voren op, en hij huwde een weduwe met twee dochters. Hoewel de nieuwe stiefmoeder en haar dochters op beleefde toon spraken en altijd glimlachten als dames, hadden ze achter hun glimlach iets ratachtigs dat Vasalisa's vader niet bemerkte. En jawel, toen de drie vrouwen met Vasalisa alleen waren, kwelden ze haar, lieten ze zich door haar bedienen en stuurden ze haar naar buiten om hout te hakken opdat haar mooie huid geschonden zou worden. Ze haatten haar omdat ze een bovennatuurlijke liefelijkheid bezat. Ze was ook heel mooi. Haar borsten zwollen terwijl die van hen slonken van nijd. Ze was hulpvaardig en klaagde niet, terwijl de stiefmoeder en stiefzusters onder elkaar ruzieden als ratten 's nachts op de vuilnishoop.[2] Op een dag konden de stiefmoeder en stiefzusters Vasalisa gewoon niet meer verdragen. 'Laten... we... zorgen dat het vuur uitgaat, en laten we Vasalisa dan het bos in sturen naar Baba Jaga, de heks, om vuur te vragen voor onze haard. En als ze bij Baba Jaga komt, nou, dan zal oude Baba Jaga haar doden en opvreten’. O, ze klapten en piepten allemaal als dingen die in het donker leven. Dus die avond, toen Vasalisa thuiskwam na hout gesprokkeld te hebben, was het hele huis donker. Ze was heel bezorgd en wendde zich tot haar stiefmoeder. 'Wat is er gebeurd? Waar moeten we nu op koken? Hoe moeten we nu licht in het donker maken?' De stiefmoeder zei berispend: 'Dom kind. Je ziet toch wel dat we geen vuur hebben. En ik kan het bos niet ingaan want ik ben oud. Mijn dochters kunnen niet gaan want die zijn bang. Dus jij bent de enige die het bos kan ingaan om Baba Jaga te zoeken en een gloeiend stuk kool te halen om ons vuur weer aan te steken.’ Vasalisa antwoordde onschuldig: 'Nou goed dan, ja, dat zal ik doen’, en dus vertrok ze. Het bos werd steeds donkerder en takken kraakten onder haar voeten en verschrikten haar. Ze stak haar hand in de grote diepe zak van haar schort en daar was het popje dat haar stervende moeder haar had gegeven. En Vasalisa aaide het popje in haar zak en zei: 'Door dit popje alleen maar aan te raken voel ik me al beter, ja.’[3] En bij iedere tweesprong stak Vasalisa haar hand in haar zak en raadpleegde het popje: 'Nou, moet ik linksaf of rechtsaf gaan?' Het popje gaf te kennen 'Ja' of 'Nee' of 'Deze kant' of 'Die kant’. En Vasalisa gaf het popje onder het lopen een stukje van haar brood en liet zich leiden door wat het popje naar haar idee aangaf. Plotseling galoppeerde er een man in het wit op een wit paard voorbij, en het werd dag. Even later stapte er een man in het rood op een rood paard voorbij, en de zon kwam op. Vasalisa liep almaar door en juist toen ze het huisje van Baba Jaga bereikte, kwam er een ruiter in het zwart op een zwart paard aandraven die regelrecht Baba Jaga's hut binnenreed. Snel werd het avond. De omheining van schedels en beenderen die om de hut stond begon te gloeien van een innerlijk vuur waardoor de open plek in het bos door een spookachtig schijnsel verlicht werd. Nu was Baba Jaga een heel afschrikwekkend wezen. Ze reisde niet in een wagen, niet in een rijtuig, maar in een ketel in de vorm van een vijzel die helemaal op eigen kracht vloog. Ze roeide dit voertuig met een roeispaan in de vorm van een stamper en ondertussen wiste ze haar sporen uit met een bezem gemaakt van de haren van mensen die allang dood waren. Die ketel vloog door de lucht terwijl Baba Jaga's eigen vette haar er wapperend achteraan vloog. Haar lange kin krulde omhoog en haar lange neus krulde omlaag en ze raakten elkaar in het midden. Ze had een klein wit geitesikje en wratten op haar huid omdat ze met padden omging. Haar bruingekleurde vingernagels waren dik en geribbeld als daken, en zo gekruld dat ze geen vuist kon maken. Nog vreemder was het huis van de Baba Jaga. Het stond boven op twee enorme, geschubde gele kippenpoten en liep helemaal op eigen kracht en draaide soms om en om als een uitbundige danser. De grendels op de deuren en luiken waren van mensenvingers en mensentenen gemaakt en het slot op de voordeur was een snuit met rijen puntige tanden. Vasalisa raadpleegde haar popje en vroeg: 'Is dit het huis dat we zoeken?' en het popje antwoordde op haar eigen manier: 'Ja, dit is wat je zoekt.' En voor ze nog een stap kon doen, daalde Baba Jaga in haar ketel tot vlak boven Vasalisa en riep naar haar: 'En wat wil jij?' Het meisje beefde. 'Grootmoeder, ik kom vuur halen. Het is koud in mijn huis... mijn familie zal sterven... ik heb vuur nodig.' Baba Jaga snauwde: '0 jaaa, ik ken jou en je familie. Nou, waardeloos kind... je hebt het vuur laten uitgaan. Dat is erg onverstandig. En waarom denk je trouwens dat ik je de vlam zal geven?' Vasalisa raadpleegde haar popje en antwoordde vlug: 'Omdat ik het vraag.' Baba Jaga bromde tevreden: 'Je hebt geluk. Dat is het juiste antwoord.' En Vasalisa voelde zich heel gelukkig dat ze het juiste antwoord had gegeven.[4] Baba Jaga dreigde: 'Ik kan je onmogelijk vuur geven voordat je werk voor me hebt gedaan. Als je deze taken verricht, zul je het vuur krijgen. En anders...' En toen zag Vasalisa hoe Baba Jaga's ogen opeens in rode sintels veranderden. 'En anders, mijn kind, zul je sterven.' Zo liep Baba Jaga mopperend het huisje binnen en ging op haar bed liggen. Ze beval Vasalisa haar te brengen wat er in de oven stond te sudderen. In de oven stond genoeg eten voor tien mensen en de Jaga at het allemaal op. Voor Vasalisa liet ze alleen maar een heel klein korstje en een vingerhoedje soep over. 'Was mijn kleren, veeg het erf en het huis, maak mijn eten klaar en scheid de beschimmelde maïs van de goede maïs en zorg dat alles in orde is. Ik kom later terug om je werk te controleren. Als het niet klaar is, zal ik je lekker opeten.' En daarop vloog Baba Jaga in haar ketel weg, met haar neus als de windzak en haar haar als het zeil. En het werd weer avond. Vasalisa wendde zich tot haar popje zodra de Jaga weg was. 'Wat moet ik doen? Kan ik deze taken op tijd afmaken?' Het popje verzekerde haar dat ze het kon, en zei dat ze maar wat moest eten en daarna gaan slapen. Vasalisa gaf het popje ook wat te eten en toen viel ze in slaap.[5] 's Morgens had het popje al het werk gedaan. Het enige dat nog gebeuren moest was eten koken. 's Avonds kwam de Jaga terug en zag dat niets ongedaan was gelaten. In zekere zin verheugd, maar ook niet verheugd omdat ze niets verkeerds kon ontdekken, zei Baba Jaga grijnzend: 'Je hebt geluk gehad’. Toen riep ze haar trouwe bedienden om de maïs te malen en er verschenen drie paar handen in de lucht die de maïs begonnen te raspen en te vermalen. Het kaf vloog door het huis als gouden sneeuw. Eindelijk was het klaar en Baba Jaga ging zitten om te eten. Ze at urenlang en beval Vasalisa de volgende dag het huis weer schoon te maken, het erf te vegen en haar kleren te wassen. De Jaga wees naar een grote berg aarde op het erf. 'In die hoop aarde zitten vele maanzaadjes, miljoenen maanzaadjes. Ik wil 's morgens één stapel maanzaadjes en één stapel aarde hebben, allemaal van elkaar gescheiden. Heb je dat begrepen?' Vasalisa bezwijmde bijna. '0 lieve help, hoe moet ik dat nu doen?' Ze stak haar hand in haar zak en het popje fluisterde: 'Maak je niet ongerust, ik zal er wel voor zorgen: Die nacht viel Baba Jaga snurkend in slaap en Vasalisa probeerde... de... maanzaadjes... uit... de... aarde... te peuteren. Na een poosje zei het popje tegen haar: 'Ga nu slapen. Alles zal goed komen.’ [6] Opnieuw voltooide het popje de taken, en toen de oude vrouw thuiskwam was alles klaar. Baba Jaga sprak sarcastisch door haar neus: 'Zó! Je boft dat je die dingen hebt kunnen doen: Ze riep haar trouwe bedienden om de olie uit de maanzaadjes te persen en weer verschenen er drie paar handen die deden wat ze vroeg. Terwijl de Jaga haar lippen vol smeerde met het vet uit haar soep, stond Vasalisa niet ver van haar. 'Nou, waar sta jij naar te kijken?' zei Baba Jaga snibbig. 'Mag ik u een paar vragen stellen, grootmoeder?' vroeg Vasalisa.[7] 'Vraag,' beval de Jaga, 'maar bedenk wel dat te veel kennis een mens te vroeg oud kan maken.’ Vasalisa vroeg naar de witte man op een wit paard. 'Aha,' zei de Jaga teder, 'die eerste is mijn Dag’. 'En de rode man op het rode paard?' 'Ah, dat is mijn Opgaande Zon: 'En de zwarte man op het zwarte paard?' 'Ah ja, dat is de derde en hij is mijn Nacht: 'Ik begrijp het,' zei Vasalisa. 'Kom, kom kind. Zou je niet nog een paar vragen willen stellen?' vroeg de Jaga vleiend. Vasalisa stond op het punt iets te vragen over de handen die verschenen en weer verdwenen, maar het popje begon in haar zak op en neer te springen, en dus zei Vasalisa: 'Nee, grootmoeder. Zoals u zelf zegt, door te veel te weten kun je te vroeg oud worden.' 'Ah’, zei de Jaga, terwijl ze haar hoofd schuin hield als een vogel, 'je bent wijzer dan je jaren, meisje. En hoe ben je zo geworden?' 'Door de zegen van mijn moeder: glimlachte Vasalisa. 'Zegen?!' krijste Baba Jaga. 'Zegen?! We hebben in dit huis geen zegen nodig. Je kunt maar beter vertrekken, dochter.' Ze duwde Vasalisa naar buiten. 'Weet je wat, kind. Hier!' Baba Jaga pakte een schedel met gloeiende ogen van haar omheining en stak hem op een stok. 'Hier! Neem deze schedel op een stok mee naar huis. Alsjeblieft! Daar heb je je vuur. Zeg niets meer. Ga nu maar.'[8] Vasalisa begon de Jaga te bedanken, maar het popje in haar zak begon op en neer te springen, en Vasalisa besefte dat ze het vuur gewoon moest aannemen en weggaan. Ze rende naar huis door het donkere bos en volgde de bochten en wendingen in de weg, terwijl het popje haar vertelde welke kant ze op moest. Vasalisa liep door het bos met de schedel op een stok; het vuur scheen fel uit de holten van de oren, ogen, neus en mond van de schedel. Opeens werd ze bang voor het spookachtige licht en ze dacht erover hem weg te gooien, maar de schedel sprak tegen haar en maande haar kalm te blijven en haar weg te vervolgen naar het huis van haar stiefmoeder en stiefzusters. En dat deed ze. Terwijl Vasalisa dichter en dichter bij haar huis kwam, keken haar stiefmoeder en stiefzusters uit het raam en zagen een vreemd schijnsel door het bos dansen. Het kwam steeds dichterbij. Ze hadden geen idee wat het kon zijn. Ze waren tot de conclusie gekomen dat Vasalisa's lange afwezigheid betekende dat ze dood was en dat haar beenderen door de beesten waren weggesleept, en opgeruimd stond netjes. Vasalisa kwam al dichter bij het huis. En toen de stiefmoeder en stiefzusters zagen dat zij het was, renden ze naar haar toe en zeiden dat ze zonder vuur hadden gezeten sinds ze vertrokken was. Het was steeds uitgegaan, hoe ze ook hun best hadden gedaan het vuur aan te maken. Vasalisa ging met een triomfantelijk gevoel het huis binnen, want ze had haar gevaarlijke reis overleefd en vuur meegebracht voor haar huis. Maar de schedel op de stok hield de stiefmoeder en de stiefzusters nauwlettend in het oog en verbrandde hen, en 's morgens was er van het boze drietal alleen maar een hoopje as over.[9] Alsjeblieft, een abrupt einde om de mensen het sprookje uit en weer de werkelijkheid in te schoppen! Er zijn veel van dit soort einden in sprookjes. Ze zijn het equivalent van "Boe!" roepen om de toehoorders terug te laten keren tot de werkelijkheid van alledag. Vasalisa is een verhaal over het doorgeven van de zegen over het vrouwelijke intuïtievermogen, van moeder op dochter, van de ene generatie op de andere. Dit grote vermogen, intuïtie, bestaat uit het bliksemsnel innerlijk zien, innerlijk horen, innerlijk voelen en innerlijk weten. Deze intuïtieve vermogens zijn in de loop van vele generaties in vrouwen bedolven geraakt, als onderaardse rivieren, doordat ze ten onrechte een slechte naam hadden en niet meer gebruikt werden. Jung heeft echter eens gezegd dat niets in de psyche ooit verloren gaat. Ik denk dat we erop kunnen vertrouwen dat dingen die in de psyche verloren zijn, daar nog allemaal aanwezig zijn. Dus ook deze bron van vrouwelijke instinctieve intuïtie is nooit verloren gegaan, en wat bedolven is kan weer uitgegraven worden. Om een dergelijk sprookje echt te kunnen begrijpen, gaan we ervan uit dat alle componenten karakteriseringen van de psyche van een enkele vrouw symboliseren. Dus alle aspecten van het verhaal behoren en verhelderen een individuele psyche die een inwijdingsproces ondergaat. De inwijding wordt uitgevoerd door het volbrengen van bepaalde taken. In dit sprookje zijn er negen taken die de psyche moet volbrengen. Ze concentreren zich op het iets leren van de gebruiken van de oude wilde moeder. Door het volbrengen van deze taken wordt de vrouwelijke intuïtie - dat wijze wezen dat gaat waar vrouwen gaan, dat alle dingen in hun leven beschouwt en prompt en nauwkeurig op de waarheid van dat alles commentaar levert opnieuw in de vrouwelijke psyche in werking gesteld. Het doel is een liefdevolle relatie te ontwikkelen gebaseerd op vertrouwen met dit wezen dat we 'de wijze vrouw', de essentie van het archetype van de Ontembare Vrouw, zijn gaan noemen. In de rite van de oude wilde vrouwelijke godin, Baba Jaga, zijn er negen inwijdingstaken (zie noten) Bron: De ontembare vrouw als archetype in mythen en verhalen - Clarissa Pinkola Estés (zie leestips) [1] 1. De eerste taak - De te goede moeder laten sterven In het begin van het sprookje ligt de moeder op sterven en laat ze aan haar dochter een belangrijke erfenis na. De psychische taken van dit stadium in het leven van een vrouw zijn de volgende: Accepteren dat de altijd waakzame, zorgzame, beschermende psychische moeder niet geschikt is als de belangrijkste leidsvrouwe voor je toekomstige instinctieve leven (de te goede moeder sterft). De taak aanvaarden van het alleen zijn, het ontwikkelen van je eigen bewustzijn betreffende gevaar, intriges, gekonkel. Zelf, en omwille van jezelf, oplettend worden. Laten sterven wat moet sterven. Terwijl de te goede moeder sterft, wordt de nieuwe vrouw geboren. [2] 2. De tweede taak - De primitieve schaduw aan het licht brengen In dit deel van het sprookje stapt de boze, verdorven stieffamilie Vasalisa's wereld binnen en begint deze haar het leven te vergallen. De taken van deze periode zijn: Nog bewuster leren om de al te positieve moeder los te laten. Ontdekken dat goed zijn, lief zijn, aardig zijn het leven niet heerlijk maakt. (Vasalisa wordt een slavin, maar het baat haar niet.) Je eigen schaduwnatuur rechtstreeks ervaren, met name de afwijzende, jaloerse en uitbuitende aspecten van jezelf (de stiefmoeder en stiefzusters). Deze ondubbelzinnig erkennen. Een zo goed mogelijke relatie tot stand brengen met de slechtste delen van je Zelf. De spanning laten toenemen tussen wie men je geleerd heeft te zijn en wie je eigenlijk bent. Er uiteindelijk naar toewerken om het oude Zelf te laten sterven en het nieuwe intuïtieve Zelf geboren te laten worden. [3] 3. De derde taak - Navigeren in het donker In dit deel van het sprookje leidt de erfenis van de moeder - het popje - Vasalisa door de duisternis naar het huis van Baba Jaga. Dit zijn de psychische taken van deze periode: Bereid zijn je in het oord van de diepe inwijding te wagen (het bos ingaan) en de nieuwe, als bedreigend ervaren kracht te voelen van het kunnen beschikken over je intuïtieve vermogen. Gevoelig leren worden voor de richting die naar het geheimzinnige onderbewuste leidt en je helemaal verlaten op je innerlijke gevoelens. De weg terug leren vinden naar de wilde moeder (de aanwijzingen van het popje volgen). Je intuïtie leren voeden (het popje voeren). Het kwetsbare, onwetende meisje nog meer laten afsterven. De macht naar het popje, dat wil zeggen naar de intuïtie verleggen. [4] 4. De vierde taak - De wilde feeks onder ogen zien In dit deel van het sprookje ontmoet Vasalisa de wilde feeks. De taken van deze ontmoeting zijn: Zonder beven het gezicht van de afschrikwekkende wilde godin kunnen verdragen; dat wil zeggen het imago van de Wrede Moeder (een ontmoeting hebben met de Baba Jaga). Je vertrouwd maken met het geheimzinnige, het vreemde, het 'anders zijn' van het wilde (een poosje in het huis van Baba Jaga verblijven). Enkele van haar waarden overnemen in ons eigen leven, en aldus zelf op een goede manier een beetje vreemd worden (haar voedsel eten). De grote macht onder ogen leren zien - die van anderen, en vervolgens onze eigen macht. Het kwetsbare en te lieve kind nog verder laten afsterven. [5] 5. De vijfde taak - Het niet-rationele dienen In dit deel van het sprookje heeft Vasalisa Baba Jaga om vuur gevraagd, en de Jaga is bereid het haar te geven, maar alleen als Vasalisa in ruil daarvoor enkele huishoudelijke karweitjes verricht. De psychische taken van deze leerperiode zijn: Bij de feeks blijven; je wennen aan de grote wilde vermogens van de vrouwelijke psyche. Haar (jouw) kracht en de krachten van innerlijke louteringen beginnen te herkennen; reinigen, sorteren, voeden, energie en ideeën ontwikkelen (de kleren van de Jaga wassen, voor haar koken, haar huis schoonmaken en de bestanddelen scheiden). [6] 6. De zesde taak - Het een van het ander scheiden In dit deel van het sprookje draagt Baba Jaga Vasalisa twee bijzonder moeilijke taken op. De psychische taken van een vrouw zijn de volgende: Een scherp onderscheid leren maken, de ene zaak van de andere met het scherpste inzicht leren scheiden; scherp leren oordelen (de beschimmelde maïs van de goede maïs scheiden, en de maanzaadjes verwijderen uit een berg aarde); de macht en de werkwijze van het onderbewuste gadeslaan, zelfs wanneer het ego zich niet bewust is van wat er gebeurt (de paren handen die in de lucht verschijnen); meer leren over het leven (maïs) en de dood (maanzaadjes). Vasalisa krijgt het verzoek vier substanties te scheiden, beschimmelde maïs van gave maïs en maanzaadjes van aarde. [7] 7. De zevende taak - Naar de mysteries vragen Na de succesvolle voltooiing van haar taken, stelt Vasalisa de Jaga enkele goede vragen. De taken van deze periode zijn: Vragen stellen en meer te weten proberen te komen over het principe van Leven/Dood/Leven en hoe dit werkt (Vasalisa vraagt naar de ruiters). De waarheid leren over het in staat zijn alle elementen van de wilde natuur te begrijpen ('door te veel te weten kun je te vroeg oud worden'). [8] 8. De achtste taak - Stevig op je benen staan Baba Jaga wordt met afschuw vervuld door Vasalisa's zegen van haar dode moeder, en ze geeft Vasalisa licht - een gloeiende schedel op een stok - en zegt dat ze weg moet gaan. De taken van dit deel van het verhaal zijn de volgende: Een reusachtig vermogen krijgen om anderen te zien en te beïnvloeden (het ontvangen van de schedel). Je levensomstandigheden in dit nieuwe licht beschouwen (de weg terugvinden naar de oude stieffamilie). [9] 9. De negende taak - De schaduw veranderen Vasalisa loopt naar huis met de gloeiende schedel op de stok. Ze gooit hem bijna weg, maar de schedel stelt haar gerust. Eenmaal thuis slaat de schedel de stiefmoeder en stiefzusters gade en verbrandt hen tot er niets dan as van hen over is. Vasalisa leeft nog lang en gelukkig. Dit zijn de psychische taken van deze periode: Scherp zien (de gloeiende ogen) om de negatieve schaduw van je eigen psyche en/of de negatieve aspecten van personen en gebeurtenissen in de buitenwereld te herkennen en daarop te reageren. De negatieve schaduwen in je psyche veranderen met feeksenvuur (de boze stieffamilie die Vasalisa kwelde wordt tot een hoopje sintels verbrand).
Het kostuum Een man kwam bij een kleermaker, en paste een kostuum. Toen hij voor de spiegel stond zag hij dat het vest onderaan een beetje ongelijk was. 'O’, zei de kleermaker, 'maak je daar maar geen zorgen over. Je trekt dat kortere stuk gewoon omlaag met je linkerhand en geen mens die er wat van ziet.' Terwijl de klant dit deed, merkte hij dat een van de revers van het jasje omkrulde in plaats van plat te liggen. 'O dat?' zei de kleermaker. 'Dat is niets. Je draait je hoofd gewoon een beet je en houdt hem omlaag met je kin.' De klant gehoorzaamde en terwijl hij dat deed zag hij dat het bovenstuk van de broek wat te kort was en voelde hij dat deze een beetje strak in het kruis zat. 'O, maak je daar maar geen zorgen over’, zei de kleermaker. 'Je trekt het kruis gewoon omlaag met je rechterhand en alles is in orde.' De klant ging ermee akkoord en kocht het kostuum. De volgende dag droeg hij zijn nieuwe kostuum met alle ermee gepaard gaande 'veranderingen' van handen en kin. Terwijl hij door het park hinkte met zijn kin op zijn revers om deze omlaag te houden, een hand trekkend aan het vest en de andere in zijn kruis, staakten twee mannen hun damspel en keken toe hoe hij strompelend voorbij liep. ‘O, mijn God’, zei de eerste man. 'Kijk eens naar die stakker!' De tweede man dacht even na, toen mompelde hij: 'Ja, het is beroerd dat hij zo kreupel is, maar wat ik me afvraag is... waar heeft hij dat mooie kostuum vandaan?' De reactie van de tweede man vormt een gebruikelijke reactie van de cultuur op een vrouw die een onberispelijke persona heeft ontwikkeld maar helemaal kreupel is geworden omdat ze deze probeert te handhaven. Nou ja, ze is dan wel kreupel, maar kijk eens hoe mooi ze eruitziet, kijk eens hoe fatsoenlijk ze is, kijk eens hoe goed het met haar gaat. Wanneer we verschrompelen, proberen we helemaal krom te lopen om de schijn te wekken dat we alles aankunnen, dat alles prima in orde is. Of het nu komt doordat onze zielenhuid weg is, of doordat de huid die de cultuur gemaakt heeft niet past, we groeien krom door te doen alsof het anders is. Maar ons leven wordt daardoor armer en de tol die we moeten betalen is heel hoog. Bron: De ontembare vrouw als archetype in mythen en verhalen - Clarissa Pinkola Estés
Gastenboek van Spirituele Vrienden.
|