Het doopsel van Hilke

 

Uw naam staat geschreven, in de palm van Zijn hand

 

Hilke is er klaar voor

Broer Jorre mag ook mee...

...op weg naar de kerk

wachtend op meneer pastoor.

 

 


 

De doopplechtigheid begint met een welkomstwoord van meneer pastoor. Eerst spreekt hij over het belang van het krijgen van een 'naam' - door het dragen van een naam wordt een mens gekend - en dat de betekenis van die naam ook tot uiting zal mogen komen in het verdere leven van het nieuwe mensje. In Hilke's geval is dit 'strijdster'. De ouders worden erop gewezen dat zij hun kind zullen mogen bijstaan om de betekenis van die naam te verwezenlijken.

Hierna volgt er een gemoedelijk gesprekje over 'relaties'. Een nieuwgeboren kind komt eerst en vooral in relatie te staan tot moeder/vader. Later komen daar de relaties kleinkind/grootouder, nichtje/oom-tante, vriendinnetje/vriendje, leerling/leerkracht, etc. bij. Elk van die relaties zal van groot belang zijn voor het opgroeiende kind. Maar voorop zal altijd de relatie kind/ouder staan. Voor het kind is deze relatie namelijk een voorafspiegeling van zijn/haar relatie tot de goddelijke vader/moeder.
De pastoor legde uit dat het wetenschappelijk bewezen is dat kinderen die, wanneer ze volwassen zijn, leven in vrees voor Goddelijke strafmaatregelen, mensen zijn die als kind ouders hadden die voornamelijk opvoedden met een bestraffende vinger.
De volwassenen die in staat zijn om op te gaan in een liefdesrelatie met God/vader-moeder hebben dit te danken aan de liefdevolle relatie die zij als kind met hun ouders hadden. De ouders krijgen hier dus een grote verantwoordelijkheid.


 

de aanwezigen mogen Hilke zegenen

 

meter en peter mogen de dopelingen de hand opleggen

laat ons bidden...

het water in de doopvont wordt op temperatuur gebracht

Hilke in de armen van meter

Grote broer mag de kerkklokken in gang zetten.

ouders en meter en peter tekenen het doopregister.

 

 

 

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

Top 100 NL