Marten Toonders

O.B. Bommel - Een Heer van Stand

 

 

          

Marten Toonder - de geestelijke vader van Tom Poes en O.B. Bommel

 

Personages uit de Bommelverhalen

Nu even goed luisteren!

Was mijn denkraam maar wat groter!

 Dat moet geboekstaafd worden!

Na jou, jonge vriend!

.

Voluit: heer Olivier Berendinus Bommel. Heer van stand, voor wie geld geen rol speelt. Bewoner van het slot Bommelstein.

Dikwijls onbegrepen. Hoewel zeer klassenbewust, niet onsympathiek.

Rijdt in een bescheiden auto, de Oude Schicht, en gaat bescheiden gekleed: slechts in een geruite jas.

Heeft, vervuld van goede bedoelingen, het onnavolgbare vermogen ontwikkeld in meer dan zeven sloten tegelijk te lopen. Geeft daarvan anderen de schuld.

. Heeft een matig gevoel voor wat redelijk is. Ietwat driftig van aard. Gaat hakkelen wanneer hij nerveus of bang is. Er is nu eenmaal meer dan een heer met een teer gestel kan verdragen. Is royaal, altijd bereid de portefeuille te trekken. Beroept zich vaak op wat zijn goede vader altijd zei. ,,En daar houd ik mij aan.'' Was bijna zijn hele leven lang vrijgezel. Trouwde ten slotte met juffrouw Doddel, zijn buurvrouw, die hem zeer bewonderde. Voor zover bekend verdween daarmee het avontuur uit zijn leven.

Argus - Verslaggever

Basil Horrorkitsj - plasticvorst(rechts)

Bul Super en Hiep Hieper

Bulle Bas - Commisaris

 Argus (rat), 'de schandaaljournalist, die zijn pennenvruchten het liefst in het adellijk kadaver van de chronique scandaleuse laat rijpen

 

.

Geboefte, vrije jongens. Gewetenloze, ruwe zakenlieden. Betitelen heer Bommel als 'Bolle'.

Bul Super, sigarenroker, is de meestal grommende, driftige baas. Hieper, sigarettenroker, is de nerveuze, bangige knecht van Bul Super, die veelal wordt afgesnauwd.

Kunstvervalsers, fraudeurs.

Ongunstige schedels. Hieper was bij nader inzien liever eerlijk gebleven. ,,Had ik maar beter opgepast.'' Maar het is te laat. Er is geen oplichterij denkbaar waaraan Super en Hieper zich niet schuldig hebben gemaakt, onder het motto 'zaken zijn zaken'. Worden desondanks nooit langdurig tot het cachot veroordeeld.

.

Bulle Bas

Bulle Bas en agent Stappers

De Heer O. Fanth Mzn - voorzitter van de kleine club

De Heer O. Fanth Mzn

.

Commissaris van politie.

Strenge, autoritaire, gezagsgetrouwe dienstklopper, wiens streven het is boeven, schurken en rovers achter de tralies te zetten. Stelt evenwel, bij zijn pogingen het recht zijn loop te laten hebben, niet altijd de juiste prioriteiten.

Vindt dat in een rechtsstaat een vermoeden nog geen bewijs is, maar neemt heer Bommel nogal eens ten onrechte op de korrel. ,,Wat je te zeggen hebt, zullen we netjes opschrijven, zodat we het later tegen je kunnen gebruiken.'' Bulderende, zware stem, maar praat en mompelt ook veel in zichzelf. Driftig van aard. Ziet zich nogal eens voor dilemma's geplaatst: ,,Donders, wat nu te beginnen?'' Belangrijkste assistent: brigadier Snuf.

. .

Dickerdack - Burgemeester

Dickerdack - Burgemeester

Dorknoper - ambtenaar

Dorknoper - ambtenaar

.

Burgemeester van Rommeldam. Opportunistisch magistraat. Type dat naar beneden trapt en naar boven slijmt. Vertoeft graag in het gezelschap van markies De Canteclaer van Barneveldt en andere hooggeplaatsten, bij voorkeur in de sociëteit De Kleine Club voor een begrijpend gesprek. Aanwezigheid van Bommel aldaar wordt door hen met moeite getolereerd. Beschikt over imponerende dienstauto met chauffeur. Is soms bereid zich voor de gewone Rommeldammers in te spannen, mits het geen geld kost. Heeft meer oog voor de belangen van het zakenleven. Delegeert het meeste werk aan de klerk Dorknoper of commissaris Bulle Bas. Laat zich een maaltijd op Bommelstein overigens doorgaans goed smaken.

.

Ambtenaar der eerste klasse. Correcte dienaar van de magistratuur, met wie niet te marchanderen valt.

Is wel bereid tot een minnelijke schikking.

Maar alles moet altijd kloppen.

Voorschriften dienen te worden opgevolgd.

Belastingaanslagen moeten op tijd de deur uit en belastinggelden horen stipt te worden betaald.

Tegen daklozen moet zorgvuldig worden opgetreden.

Kadastrale aangelegenheden dienen keurig te worden bijgehouden. Kent zelf alle artikelen van de gemeentelijke verordening uit het hoofd.

Licht ter begroeting beleefd de hoed. ,,Een ambtenaar heeft ook gevoel, al wordt dat dikwijls over het hoofd gezien.''

Drs. Zielknijper

Grootgruts

Hocus Pas

Hocus Pas

. .

Hocus Pas start zijn carrière al vroeg in de reeks als tovenaar die de Drakenburcht bewoont. Wanneer Heer Bommel en Tom Poes hem verjaagd hebben koopt heer Ollie het slot en maakt het tot zijn Bommelstein. Vanaf dat moment kan men de tovenaar voornamelijk in het Donkere Bomen Bos of de Zwarte Bergen waarnemen. Pas evolueert van tovenaar tot magister in de zwarte kunsten. Zijn voornaamste levensdoel is de duistere heerschappij van de wereld. Daar heeft hij wel krachten bij nodig en die ontbeert hij steeds. Door zich voor te doen als 'arme oude man' weet hij vaak zoveel medelijden te wekken dat hij werkelijk dreigt zijn levensdoel te bereiken. Door de listen van Tom Poes en anderen mislukt dit gelukkig altijd. Hij verandert dan in een kraai en vliegt naar het noorden. Tot zijn uitspraken behoren aanroepen van vreemde geesten ("Bij Zazel en Iod") en verwensingen ("Slangen op je pad, meneertje"). Dit alles aangevuld met een kakelend lachje.

 

.

Hiep Hieper en Bul Super

Hoos en Zogslijper

Joost

Joris Goedbloed

. .

Bediende van heer Bommel, zijn meester, heer Olivier. Verzorgt en serveert eenvoudige doch voedzame maaltijden, meestal met de ogen (bijna) gesloten. Gaat correct gekleed. Maar onder zijn vest, zegt hijzelf, klopt een gevoelig hart. Verzorgt ook de tuin bij slot Bommelstein. Houdt bovendien van krachtig stofzuigen. Kent zijn plicht en zijn plaats. Hetgeen blijkt uit opmerkingen als 'excuseer', 'als ik zo vrij mag zijn', 'met uw welnemen', 'als u mij toestaat', 'als u mij wilt verschonen'. Weet zich overigens opvallend vaak in de penarie te werken.

Raakt dan zijn onverstoorbaarheid kwijt, neemt ontslag, op welk zeer betreurenswaardig besluit hij altijd terugkomt. Want een trouwe en loyale knecht, dat is hij al tientallen jaren.

 

 

Joris Goedbloed (vos), de intellectuele oplichter die zijn slachtoffer met mooie woorden en beloftes paait. Geeft vermaak, voor wie het slachtoffer-zijn vermakelijk vindt.

Juffrouw Doddeltje

Gezelligjes

Juffrouw Doddeltje

Een knus optrekje

. Juffrouw Doddel (kat - dus geen poes!; en ook niet voor de poes), het propere
(huis-)vrouwtje; buurvrouw van Bommel.
. .

Kwetal en Pee Pastinakel

Markies de Canteclaer - Fi donc, amice! 't Is affreus!

Markies de Canteclaer

Professor Prlwytzkofsky

.

Voluit: Querulijn Xaverius markies De Canteclaer van Barneveldt. Ook wel De Cantecler de Barneveld. Onuitstaanbare ijdeltuit, en daarom zo leuk. Wijnkenner. Buurman van Bommel. Haat hem tot diep in al zijn veren, acht hem ver beneden zijn stand, rekent hem eigenlijk tot het grauw, het gemeen, het rapaille, het janhagel. Verkeert zijns ondanks veel met Bommel, die hij met 'ge' aanspreekt. Veinst vaak niet op de naam van zijn buurman te kunnen komen: 'eh....Bommel'.

Spreekt Nederlands in combinatie met fantasie-Frans. Gebruikt woorden als 'parbleu', 'par exemple, 'affreus', 'tiens', 'tonnerre', 'terrible', 'fi donc'. Draagt altijd een lorgnon bij zich. De edelman publiceerde diverse dichtbundels, speelt viool. Krijgt van anderen daarvoor niet de waardering die hij zichzelf in hoge mate toedicht.

.

Professor uit onduidelijk Midden- of Oost-Europees land, wiens spraak onderhevig is aan Duitse invloeden. 'Der naam is Prlwytzkofsky. Met ener z in der midden. Der goede dag.' De natuurkundige probeert op 'gans wetenschappelijker wijze' het beste voor de samenleving te bereiken. Stopwoord: 'praw'. Werkt aan de gemeente-universiteit en het stadslaboratorium van Rommeldam, maar trekt vaak de wijde wereld in. Wordt geassisteerd door de muis Alexander Pieps. Moet niets hebben van zijn collega Sickbock, die hij als een 'onwetenschappelijker kwak' beschouwt.

Konstantijn Kongruwer

Stappers - agent

Snuf - brigadier

Professor Sickbock

. . .

Professor Joachim Sickbock. Diabolisch figuur, zeer omstreden en universele geleerde, die het kwade met de wereld voorheeft. Voortdurend aan het experimenteren, met DNA-moleculen of ander spul. Tracht de Schepping te herscheppen naar zijn eigen kwalijke denkbeelden. Betaalt schulden liever niet af. Is wel altijd uit op subsidie ter financiering van de hoge kosten van zijn dubieuze onderzoek. ,,De wetenschap staat voor niets'', meent hij. Roept bij tegenslag of ander ongerief: 'Ei, ei'. Dat gebeurt dikwijls als Tom Poes hem dwarsboomt - dat 'witte ventje'.

Steenbreek - secretaris

Steinhacker

Terpentijn - kunstschilder

Terpentijn - kunstschilder

. .

Schilder, kunstenaar van naam. Grootmeester en artiest. Leeft dichtbij de natuur. Heeft een afkeer van regelmaat en orde. Kort aangebonden type. Is wat grof in de mond, noemt heer Bommel bijvoorbeeld tegenover Joost weleens diens 'bolle baas', zegt tegen Bommel en anderen 'makker', 'zever niet'. En windt nergens doekjes om: 'Aan m'n zolen.'

Rookt onophoudelijk pijp, draagt altijd een alpinopetje.

Vibreert, is grondstoffelijk bezig, voelt gevaarlijke trillingen. Is op zoek naar rust in zijn geraamte. Kan niet altijd op het juiste, 'eh...dinges', komen.

.

Tom Poes

Tom Poes

Wammes Waggel - enigjes!

Walrus - zeekapitein

Witte, naakte, geslachtsloze kat met grote ogen. Jonge vriend van heer Bommel, onophoudelijk diens redder in de nood. Voor hem is het heer 'Ollie'. Zeer bescheiden gehuisvest, in de buurt van Bommelstein. Verbond aan menig avontuur zijn naam. Zonder Tom Poes geen Olivier B. Bommel. Roept desondanks ambivalente gevoelens op. Kinderen vinden hem een slimmerik - de echte held van de verhalen, die alles door heeft. Was vermoedelijk altijd al de beste van de klas. Volwassenen ergeren zich aan zijn foutloosheid, zijn politieke correctheid, zijn vlekkeloze karakter, zijn immuniteit voor de geneugten des levens, zijn eeuwige listen. En zijn sceptische houding jegens alles wat heer Bommel te berde brengt. Voorziet dat al te vaak van een tweeletterig commentaar: hm. .

Een domme gans, en daarmee is al veel gezegd. Gaat opgewekt door het leven, gedraagt zich als een wandelend pretpark. 'Hihihihi.' 'Goedlachs' is in zijn geval een eufemisme, een woord dat hij ongetwijfeld niet kent. Hetzelfde geldt voor 'naïef'. Begroet eenieder opgewekt met 'hallo luitjes'. Altijd doende met een nieuwe nering, die nimmer rendabel is. Verkoper van ijsjes in de winter, van erwtensoep in de woestijn, dat soort dingen. Wacht dus dikwijls tevergeefs op klanten. Barst bij tegenslag - mits hij na lange tijd in de gaten heeft dat er sprake is van tegenslag - makkelijk in huilen uit. Dat duurt nooit lang. Want het leven is enigjes, reuze leuk.

 

Kapitein van de Albatros, een schip van de wilde vaart. Oude, kloeke zeerob, die slechts met tegenzin voet aan wal zet, want daar wonen overgehaalde landrotten. ,,De enige beschaving die ik ken, is ver op zee, zo ver mogelijk van land af.'' Zijn vaartuig ligt desondanks vaak aan de kade van Rommeldam. Is nogal driftig van aard, weinig fijn besnaard, ruw in de mond, stevige vuisten. Maar geen kwade man. Vaardig stuurman, gaat graag op verre avonturen. Spreekt heer Olivier helaas nooit met de juiste naam aan. Bobbel. Boffels. Bommers. Blobbers. Blommers. Boffers. Bobbels. Hobbels. Bubbels. Blubber. Broddel. Maar nimmer: Bommel.

  

Typische citaten in Bommeltaal.

  • 'Fi donc,' prevelde hij, 'de aarde wordt steeds platter. Een schijf, bewoond door rapalje en botteriken. Het is affreus.' Tom Poes en de grootdoener
  • 'De toestand was zeer prikuleus, jonge heer. Als de bliksem in je slaat, is het zeker dat je naar de bliksem gaat. Dat is een oud gezegde.'  Heer Ollie en een Bommelding
  • 'En welke dag is het vandaag?' hield Tom Poes aan. 'Het is zaterdag geworden', zei Sickbock kort. 'Scheert u weg. Ik kan hier geen kreupeldenkers gebruiken!'  Tom Poes en de Bommellegende
  • Het was pas herfst geworden, maar de bomen waren al kaal; vol schimmel en draadhippel. Sommige waren zelfs omgevallen door gebrek aan levensvreugde, en ik vrees dan ook dat we hier een staaltje van verzuring voor ons zien.   Tom Poes en het Bommel-verschiet
  • 'Iemand die álles weet wat er te weten is, heeft veel kennis', vervolgde professor Sickbock, die schik in het onderwerp begon te krijgen. 'Maar waarom zou hij alles willen weten? Kennis zonder doelstelling is eigenlijk niet-kennis. Kunt ge me volgen?' Heer Bommel en de weetmuts
  • De heer Dorknoper liet intussen de papieren in de gleuf glijden, die naar de ambtelijke molen voerde. (Bewogen aanhalingen, blz. 43)
  • 'Wij ambtenaren zijn dikwijls zo kwetsbaar omdat het publiek afwijzend tegenover ons staat.'
    (Bewogen aanhalingen, blz. 43)
  • Ze regelden de belastingen, de gemeentezaken en allerlei dingen die anders door ambtenaren en andere computers gedaan werden. (Bewogen aanhalingen, blz. 44)
  • Op zijn kantoor in Rommeldam zat de ambtenaar eerste klasse die middag beleefdheden uit een ambtelijk schrijven te verwijderen, toen de burgemeester haastig binnenkwam. (Bewogen aanhalingen, blz. 44)
  • 'Dat kan,' gaf hij toe. 'Een dergelijke zaak is niet eenvoudig, maar wanneer we de nodige formaliteiten in acht nemen, is het niet onmogelijk. Kijk, u moet deze formulieren invullen in drievoud. En na voldoening van de verschuldigde leges en zegelkosten kunnen we aan het werk gaan. Wij, ambtenaren, zijn werkelijk de kwaadsten niet. Met het een en ander zal een korte tijd gemoeid zijn. Een maandje of drie, schat ik.'  (Ambtenaar eerste klasse Dorknoper in Ook dat nog)
  • 'Ik kom hier voor de belastingen. Die willen nu eenmaal precies weten wat ik heb.
    Ik niet, hoor. Als er maar genoeg is, kan het mij niet schelen.' (Bewogen aanhalingen,  blz. 43)
  • 'Ik eis doortastende maatregelen,' sprak hij. 'Parbleu! Mijn rozenperk is ontsierd door de blikjes waaruit het janhagel zijn dégoutante bieren pleegt te consumeren.' (Markies De Canteclaer van Barneveldt in Heer Bommel en de antiloog)
  • 'U bent een weinig... eh... prematuur, heren,' zei de magistraat. 'Ik zal het rapport in studie nemen, en het nauwlettend… eh... reflecteren, zodat ik me op de inhoud kan bezinnen en de hangende kwesties afwegen, met het oog op een sluitende conclusie, die de zaken in het juiste daglicht stelt. Ik begrijp, dat u gepresseerd bent, maar u kunt ervan verzekerd zijn, dat ik er de nodige celeriteit aan zal geven.'   (Burgemeester Dickerdack in Heer Bommel en de antiloog)
  • 'Wat schort er aan, amice? Ge ziet er bewolkt uit.  Kwam uw spel patience niet uit?'
    (Bewogen aanhalingen, blz. 37)
  • 'Het is herfst, als u mij toestaat,' zei de knecht.  'De vogels trekken en de gedachten borrelen; het is allemaal heel betreurenswaardig.' (Bewogen aanhalingen, blz. 32)
  • Heer Bommel was bezig op ongeschoolde wijze herfstbladeren aan te harken. (Bewogen aanhalingen, blz. 39)
  • 'Terwijl de wereld schreeuwt om grotere slijtage, worden er nog steeds huizen gebouwd die langer dan tien jaren meegaan. Onverantwoordelijk, Steenbreek!' (Bewogen aanhalingen,  blz. 9
  • Argus haalde de schouders op. Als goed krantenman had hij geleerd dat het niet geeft wat men schrijft, zolang men maar schrijft. (Bewogen aanhalingen,  blz. 16)
  • 'Ik kook, dat zie je toch?' riep heer Bommel overspannen uit. 'Maar die pan deugt niet, zodat de inhoud er uit stijgt.' (Bewogen aanhalingen,  blz. 50)
  • 'Heer Tijn! Wilt u eens komen kijken naar een kunstvoorwerp dat ik gekocht heb?  Ik wil graag weten of het mooi is, als u begrijpt wat ik bedoel.' (Bewogen aanhalingen,  blz. 13)
  • 'Net wat u zegt, meneer Dorknoper,' zei hij, de hoed lichtend. 'Het leven is kort, maar het zal mijn tijd wel duren.' (Bewogen aanhalingen, blz. 62)
  • "Doe iets, Ollie jongen," zei mijn goede vader altijd. "Anders laat je niets na dan een paar vuile sokken. " Dat zei hij, en daar houd ik mij aan. (Wat ben je toch knap - De krookfilm)
  • 'Dat ventje deugt niet. Het zit vol met kwade streken, als u mij toestaat. Een strenge hand zou meer op zijn plaats zijn dan heer Oliviers gekijk door de vingers.' (Bewogen aanhalingen,  blz. 35)
  • 'Wanneer men maar zorgt, dat de papieren in orde zijn, staat de overheid een ruime mate van vreedzaam zitten toe.' (Bewogen aanhalingen, blz. 44)
  • 'Recht is iets kroms dat verbogen is,' hernam Super na een korte pauze. 'En daar heb ik verstand van, als zakenman zijnde.' (Bewogen aanhalingen,  blz. 10)
  • Een onverwachte wolkbreuk veranderde heer Bommels kampplaats in een modderpoel,  en verdunde zijn soep op onsmakelijke wijze. (Bewogen aanhalingen,  blz. 49)
  • 'Overwerkt,' prevelde de burgemeester onder het voortgaan. 'Het hoofd vol watten en benen als een broek aan een drooglijn. Ach ik ben aan vakantie toe.' (Bewogen aanhalingen,  blz. 28)
  • 'Vrije tijd is de tijd die er over blijft  wanneer men zijn werk gedaan heeft en waarmee men geen raad weet.' (Bewogen aanhalingen, blz. 37)
  • 'Kijk,' sprak heer Ollie, 'ik was uw verjaardag natuurlijk niet echt vergeten,  want ik had het op een papiertje geschreven, dat ik even had weggelegd, zodat het door mijn hoofd gegaan is.'
    (Bewogen aanhalingen,  blz. 15)
  • 'Zo'n winter is drukkend voor het innerlijk van een heer. Hij kan zich niet ontplooien, bedoel ik.  Maar in de lente borrelen hem nieuwe sappen door het gemoed, zodat hij vol grote denkbeelden openbarst.' (Bewogen aanhalingen,  blz. 33)
  • Zoals meer ontwikkelde lezertjes zullen weten,  is de zee een uitgezochte stortplaats voor olie en andere vloeibare resten. (Bewogen aanhalingen,  blz. 47)
  • 'Der Flaptrul,' zo prevelde hij, 'is der volwassene met der kinderbrein. en omdat de meeste erwassenen zo ener brein hebben wordt der koeltoer bepaald door der flaptrul. (Het huilen van Urgje)
  • 'Sommige tijdperken gaan op en andere gaan neer,' legde de spreker uit. 'Deze gaat neer. Het zijn duistere tijden vol onwetendheid. De domheid is zó groot, dat men meent de wereld door denken te kunnen verklaren. Al denkende heeft men goed en kwaad en oorlog en vrede en bromfietsen en politiek uitgevonden. Het is héél treurig!'
    'Wat is héél treurig?' vroeg de burgemeester verontrust.
    'Het denken,' herhaalde Lemuriël. 'Het denken kan ons alleen maar tot narigheid brengen. Ik wil wedden, dat men in deze tijd de kinderen zelfs naar scholen stuurt, waar ze in plaats van leven het rekenen leren!' (De Atlantiër)
  • 'Dat is ja ongehoord!' vervolgde hij. 'Daar beweert deze Schiml dat het ontwikkelingspeil van de massa niet verder gaat dan dat van een twaalfjarige!  Praw! Volwassen lieden met de ontwikkeling van een twaalfjarig kind; hoe schrikkelijk! Daarom, zo zegt dezer Schiml, is der jeugdprobleem der probleem der massa. Het is der enige probleem, zo zegt hij, maar het is gans kolossaal groot!' (Het huilen van Urgje)
  • 'Ik bedoel,' hernam hij haastig, 'dat de opvoeding van een moeder meestal overvoeding is,  als u begrijpt wat ik bedoel.' ( Het huilen van Urgje)
  • 'Het is maar goed, dat u dit niet allemaal hoeft mee te maken, mompelde hij. 'Een Bommel heeft de toekomst, zei u altijd, en daar tracht ik mij aan te houden, want het heden heeft een heer weinig te bieden.
    De kranten staan vol narigheid;  alles is ruw en grof en het peil van de massa zakt meer en meer.  Het is alleen de hoop op de toekomst die mij staande houdt.' (De Atlantiër)
  • "Doe iets, Ollie jongen," zei mijn goede vader altijd. "Anders laat je niets na dan een paar vuile sokken. " Dat zei hij, en daar houd ik mij aan. (Wat ben je toch knap - De krookfilm)
  • 'Goed,' legde hij uit, 'is wat de meerderheid denkt. Slecht is wat de minderheid denkt. Maar als de meerderheid iets slecht vindt is het slecht; zelfs als het goed is.' ( Praw! Der hemeldonderweder,  Het monster Trotteldom)
  • Het was winter geworden. Natte sneeuwvlokken daalden op Rommeldam neer en een koude noordooster gierde om de buitenwijken. Enige maanden geleden placht de burgerij zich hier
    met radio's en knalfietsjes langs de wegkanten te vertreden, doch nu was de omgeving geheel verlaten en slechts een eenzame kraam herinnerde aan die gezellige tijden. ( Praw! Der hemeldonderweder,  De niks)
  • Mijn horloge is blijven staan omdat ik het niet opgewonden heb voordat ik ging slapen, omdat ik niet ben gaan slapen. Hoe kan ik op zo'n manier mijn overuren bijhouden? (Dorknoper in  De grote onthaler)
  • De latinist Joris Goedbloed: Er is een tijd van komen, en er is een tijd van gaan, of zoals wij Latinisten zeggen: 'Lago di como et vasco da gama.
  • Het was voorjaar geworden, en om de torens van Bommelstein speelde een zacht briesje dat bloemengeuren met zich voerde. Want de natuur begon te ontwaken, en dat bleef natuurlijk niet onopgemerkt binnen de muren van het oude slot. "De lente is aangebroken met uw welnemen, heer Olivier," sprak de bediende Joost. "Ik was zo vrij vanmiddag zelfs een tureluur waar te nemen." Heer Bommel keek dromerig voor zich uit en vervolgde met stille stem: "Eerlijk gezegd kan het me spijten dat de winter ten einde loopt. Ik ben hem heel prettig doorgekomen, met behulp van de boeken uit mijn bibliotheek." De trouwe knecht: "Het doet me genoegen dat te horen. Zal ik de port hier neerzetten?"
  • De uitdrukking kommer en kwel verscheen voor het eerst in april 1960, in verhaal 89, Heer Bommel en de Hachelbouten. Bommel ontmoet een mannetje met een wandelstok, een haakneus en een lange sik. Het is Hobbel Hachelbout, die hem somber voorspelt: ,,Het is duidelijk, dat er zwarte tijden voor uw deur staan: uw huisnummer, dat 13 is, een oud ravennest, dat op uw hoofd valt, een zéér slecht voorteken; die kale plek in uw tuin... een heksenkring. Het is alles kommer en kwel. 't Is hachelijk. Hiertegen helpt alleen berusting.''

  • Het woord denkraam debuteerde op 7 januari 1950 Tom Poes en Kwetal, de Breinbaas. Heer Bommel ontmoet Kwetal en vraagt hoe hij heet, maar Kwetal begrijpt hem verkeerd. ,,Neem me niet kwalijk!'', mompelde de oude, ,,er schijnt een fout in mijn denkraam te zijn ! Ik volg u niet. Ik heb daar trouwens meer last van, van mijn denkraam bedoel ik.''

  • Het woord minkukel maakte zijn debuut in   februari 1963, in Tom Poes en het Kukel. Ra-ra, een mannetje met een dokterstas, meet met een soort stethoscoop Prlwytzkofski's kukel. Dat valt niet goed uit:,,Geen plus, verklaarde hij, na een ogenblik aandachtig geluisterd te hebben. ,,Een min-kukel. Dank u.''



 

Bommelboeken en de 'flaptekst'.

  • Ook dat nog

'Een indringende uitgave,' schrijft ons de heer O.B.B. te R.

'Na een slapeloze nacht wordt iedereen wel eens versuft wakker, zodat de dageraad hem onheilszwanger tussen de gordijnen aanstaart. En als hij zich daarna met gederfde levensvreugde uit de veren heeft losgemaakt, valt het dopje van de tandpasta meestal in de afvoerbuis, terwijl de knoop hem bij het kleden van de jas springt. Hij weet dan hoe laat het is, en het kan geen wonder genoemd worden dat gewone lieden het gemoed in de schoenen voelen zinken, zodat ze die met het badwater weggooien en na het opstaan weer naar bed gaan. Maar het kan ook anders! Er bestaan onbuigzame, stalen karakters, die zich staande kunnen houden wanneer zij bezig zijn hun eigen onderspit te graven en de donderslagen des levens om de oren voelen gieren. Onwrikbaar gaan zij voort; zelfs als zij met de kous op de kop van een koude kermis thuiskomen. Dit zijn de stille helden waar men zich aan spiegelen kan omdat zij aan het langste einde trekken en het ver brengen. Dát is de les, die deze indringende uitgave ons leert als wij er gauw bij zijn omdat de oplage beperkt is.'

 

  • Ach mallerd

In deze omnibus zijn de Nederlandse letteren zó gevoelig samengebald, dat de tranen me in de ogen sprongen en ik de pen grijp om mijn hart te uiten, wat niet mijn gewoonte is. Een heer slaat zijn roerselen nu eenmaal niet op de grote trom, zodat hij maar al te vaak over het hoofd wordt gezien en over zich heen laat lopen. Maar als hij dan door een tere vrouwenhand in het veld getrokken wordt waar hij uit geslagen is bloeit de zon weer open en komt hij tot een ontplooiing waar men van opkijkt. Dit fel kloppende werk brengt op overtuigende wijze aan het licht, dat de dolle Mina's niet voor niets gestreden hebben. Het zal dan ook een grote steun zijn voor alle heren, die onbegrepen in hun schulp door het leven gaan. aldus de heer O.B.B. te R.

 

  • En daar houd ik mij aan

De heer O.B.B. te R schrijft ons:Dit boek versnippert met een daverende klap de ontbrekende principes waarop onze samenleving steunt. Op aangrijpende wijze worstelt de held zich in deze drie verhalen door brijen van ontaarding, die hij met vaste hand in het oog vat. Ik kon een traan dan ook niet onderdrukken, want ikzelf ben gevuld met taaie beginselen die mij reeds met de paplepel zijn ingegeven - en daar houd ik mij aan. Daarom acht ik dit werk onmisbaar voor iedereen die het verval van deze tijd wil versterken

 

  • Parbleu

'Par exemple!,' aldus markies Q.X. de C. de B.

Zelden is de opmars van het grauw huiveringwekkender aan het licht gebracht dan in voorliggend imprimé, dat door prentjes verduidelijkt is ten behoeve van het ongeletterde janhagel. Op fel-realistische wijze wordt de platte levenstrant van het rapaille in al zijn geledingen bloot gewoeld; zodat de nobele beginselen waarop onze beschaving stoelt door een siddering worden aangetast. Nochtans is de lezing onthullend voor de meer voorname lezer. Men diene het werk echter niet aan jonge lieden in handen te geven zonder toezicht van huisonderwijzer of gouvernante.

 

  • Een ragfijn spel

'De Bovenbazen hebben hun ondernemingen gebundeld tot gigantische kankergezwellen, die ons leven binnensluipen als olifanten in een porseleinkast, zodat we in hun web verstrikt raken, zonder dat we het weten. En onbemerkt wordt ons een oor aangenaaid, zodat we moeten leven van de hand in de tand zoals de vogelen des velds.' Wat een geluk, dat een ontmaskerend meesterwerk als het onderhavige het daglicht ziet voordat het te laat is. Als heer, die op zijn tellen past, zit ik er vol van, zodat ik niet zal nalaten het steeds weer te herhalen, terwijl de geneesheer mij volstrekte rust heeft voorgeschreven. Maar als ik zou sterven zonder dit te hebben gedaan zou ik er mijn hele leven spijt van hebben. De aanschaf van dit boek is dan ook voor iedereen een noodzaak; al zou men er geld op moeten toeleggen

 

  • Dat geeft te denken

'Een boek, dat te denken geeft is een witte raaf in een hooiberg,' deelt de heer O.B.B. te R. ons mede. En hier ligt het thans voor ons in zijn volle diepte, die er geen doekjes om windt, zodat een rijke gedachtewereld zich aan het verraste geestesoog ontvouwt. De inhoud is tweeledig. In het eerste deel wordt een parel van grote waarde aan de vlammen van de woelende zee ontrukt, zodat dit welhaast een dichterlijke weergave van het volle leven genoemd kan worden. De schokkende boodschap, die in deze geschiedenis verborgen ligt wordt echter zo mogelijk nog overtroffen door het tweede deel. Hierin ontziet de held zich niet zijn eigen zielenheil op het spel te zetten. Ten koste van zijn geestesleven brengt hij de hedendaagse vervuiling aan de oppervlakte, zodat menige onderneming door deze onthulling tot schril nadenken zal worden gebracht. Dit werk is een dringende vingerwijzing voor iedereen, die naar schoonheid zoekt, en vooral voor industriemagnaten en hun zetbazen

 

  • Een heer moet alles alleen doen

'Een onthullend en schokkend epos,' liet de heer O.B.B. te R. ons telefonisch weten.
'Nimmer is de vinger zo onverbiddelijk op een lillende plek in onze samenleving gedrukt. Het is dan ook met grote ontroering, dat ik het werk na lezing terzijde bij de port heb gelegd, om het rustig te laten inzinken. Welk een levensles wordt ons hier geboden!
Dwars door het onbeholpen geknoei van allerlei broddelaars gaat een heer zijn stille gang door dit werk. Door iedereen verlaten verricht hij daden die aan het onmogelijke grenzen en die oplettende lezertjes tot diep nadenken zullen noden. Het is duidelijk, dat deze uitgave licht brengt in de duisternis, die het geschrijf van de heer Parkinson veroorzaakte. Ik zou het dan ook in ieders hand willen zien

 

  • Altijd dezelfde

'Een vlammende sociale aanklacht!,' aldus de heer O.B.B. te R

Wij leven in duistere tijden. Lieden van stand worden gedwongen hun levenswandel onder de korenmaat te plaatsen, omdat neerdrukkende wetten voortdurend een domper zetten op hun lichtend voorbeeld. Menig hoogstaand iemand wordt daardoor de kop ingedrukt en door onbesnaarde gezagsdragers in zijn ontplooiing gefnuikt. Deze meedogenloze misstand riep sinds lang om een krachtig woord, dat hier thans op schrijnende wijze voor ons ligt. Op ontroerende toon heeft dit werk mij meegesleept op de martelgang van een onverschrokken heer, die zijn verheven beginselen fier boven een poel van benepen verordeningen weet uit te dragen

 

  • Zoals mijn goede vader zei

Diep aangrijpend!meldt ons de heer O.B.B. te R., en hij vervolgt: Ik schaam mij niet, te bekennen dat een stille traan na lezing in mijn pijp gleed, en in een blauwe wolk ontrolde zich de bandeloosheid waarmee men tegenwoordig de woorden van ouderen en wijzeren gebruikt om de kachel aan te maken. De held in dit werk, die op hoogstaande wijze het hoofd biedt aan de schokkende hedendaagse wereld, leert ons hoe een onbedorven knaap vervormd werd tot een heer van stand door de diepe gedachten die zijn goede vader hem meegaf. Een boek, dat ik alle ontspoorde lezertjes op het hart zou willen binden

 

  • Daar kan ik niet tegen

'Ik kan er niet tegen, als ik uit mijn vel spring,' aldus de heer O.B.B. te R.

Toch komt dat maar al te dikwijls voor wanneer ik een euvel ontmoet, dat volstrekt niet door de beugel kan. Ook kan ik er slecht tegen, als er een loopje met mij genomen wordt terwijl ik niet weet waar de schoen wringt, zodat ik uit mijn slof schiet. Het is een kwestie van fijngevoeligheid, die ons, heren, kenmerkt. Toen ik deze meesterlijke pennenvrucht opende, voelde ik mij dan ook direct in mijn knollentuin, want hierin bijt de held door zure appels heen, die het uiterste van hem vergen. Zo slaagt hij erin gestalte te geven aan een karakter waar hij niet tegen kan omdat het vormloos is. Daar blijft het echter niet bij; hij gaat tot het uiterste. Als de wind bijvoorbeeld uit de verkeerde hoek waait, ruikt hij meteen, dat er een luchtje aan is. Dat wordt veroorzaakt door politieke bakens, die aan lager wal geraakt zijn, en omdat hij daar onwel van wordt verzet hij ze. Wie meent, dat deze materie te diep gaat vergist zich echter. De in dit boek vastgenagelde gedachten munten uit door een sublieme samenhang, die zich in enkele woorden laat ontrafelen

 

  • Soms verstout ik mij

Algemeniserend kan ik gelukkig vaststellen, dat hij daarbij meestal uithuizig is. Maar in het onderhavige boekwerk spelen zich ook in Bommelstein deplorabele toestanden af, waarin zelfs ik op opgrijpende wijze in beslag wordt genomen. Nu vraag ik U, als U mij permitteert. Het is dan ook evidentig, dat ik mijn ontslag moest overwegen, wat ik niet graag doe wegens heer Oliviers gesoigneerde wijnkelder, en het kwalitiverende rookgerei. Maar heer Olivier heeft meestal de goedheid een mooie les uit mijn overweging te trekken, zodat ik mij bij een volgende uithuizigheid verstouten kan geheel te relaxeren. Dit is vooral diverterend wanneer ik daarbij de criminele belevenissen van mijn werkgever ongestoord tot mij kan nemen. Met uw goedvinden moet ik u de lezing van dit boek dan ook van harte aan recommanderen

 

  • Zaken zijn zaken

'Een vlammende vingerwijzing,' aldus de heer O.B.B. te R.

Zelfs als heer met een gepantserd verstand heb ik menigmaal het hoofd gestoten als de zeeën me te hoog gingen - en ook heeft mijn gevoelig gestel zich dikwijls bezeerd aan de harde wereld, die zo ruimschoots over mijn levenspad gestrooid is.  Deze schokkende parel uit de wereldliteratuur is dan ook een vlammende vingerwijzing voor lezertjes, die een zakelijke roeping willen volgen, en zou op geen enkele koopmansbeurs mogen ontbreken.

 

  • Met mijn teer gestel

In dit aangrijpend werk balanceert de held langs de afgrond van zijn wankele gezondheid om de opdringende misstanden op bloedstollende wijze in de kiem te smoren

 

  • Daar zit iets achter

We leven in duistere: tijden, waarin de achteruitgang zich ophoopt tot een dieptepunt, dat ons somber tegemoet komt. Geen wonder, dat menigeen daar ernstig peinzend bij stil staat om te trachten het te ontvluchten.

Gemakkelijk is dat niet. Van alle kanten verrassen de mediums ons met noodkreten, zodat we steeds dieper in omstandigheden raken.

Hier kan slechts een diepgaande stem ons uitkomst bieden.

Welnu, deze stem klinkt helder op uit dit boek dat een vinger is, die ons de weg wijst naar de hoogstaande stenen waarop onze levensbron is gebouwd. Voor eigentijdse beslommeringen is dit werk een steun van huiveringwekkende helderheid. Aldus de heer O.B.B. te R

 

  • Wat enigjes

Ik zie zo dikwijls in mijn  praktijk. Want op doortastende wijze wordt hier bij enkele proefpersonen onder de drempel van het bewustzijn gewoeld, zodat alles wat daar onderdrukt beweegt, aan het daglicht gebracht wordt

 

  • Verzin toch eens een list

De Heer O.B.B. te R. schrijft ons spontaan:

Ook de sterkste lezer voelt de levenssappen wel eens met het waswater weglopen - en zelfs een ervaren heer heeft soms de behoefte om héél stilletjes bij de pakken neer te zitten. Wanneer zijn brede wiekslag door laag gebroed in de knop gebroken wordt, en de stormen des levens hem boven het hoofd groeien, kan het gebeuren dat hij zich onopvallend tot zijn omgeving wendt met een trillende zucht, die de goede verstaander nochtans als een donderslag om hulp in de oren klinkt.

Het treffende van dit boek is dan ook de boodschap, dat er zulke begrijpende luisteraars klaar staan om ons op te vangen als wij ons eenzaam op de top van een bodemloos gevaar bevinden. Een hoogstaand werk, dat ons weer een riem door het hart steekt

 

  • Met uw welnemen

'Dit werk was het grootste van de 34 delen der Nederlandse letterkunde,' aldus de heer O.B.B. te R. Het oog wil ook wat, zei mijn goede vader altijd, en daarom heb ik het zo vaak door deze gigant laten glijden, dat het me duizelde door de denkwijdte, die het aantrof. Het klimaat verandert echter, en vele lezers kiezen eieren voor hun geld, wanneer ze het gelag moeten betalen. De uitgever heeft dit heel fijn aan de tand des tijds gevoeld, en het werk versimpeld tot de eenvoudige pracht die thans voor ons ligt. Ik meen, dat het ogenblik gekomen is om in het voorbijgaan even stil te staan bij de lessen, die er uit getrokken kunnen worden. De eerste is, dat men de geest van een monumentale foliant niet kan terugbrengen door het inkrimpen van zijn drukwerk. Men kan hem niet met de kluiten waaruit hij gewassen is, in het riet sturen, als men begrijpt wat ik bedoel. Hij blijft levensgroot voor ons opstijgen, omdat hij meer talent heeft in zijn lichaam dan in zijn pink. En de tweede les bezint zich nog steeds op de onbetaalbare waarde van het dienend element in zone samenleving, dat 'Met uw welnemen' in de schrijnwerpers van het daglicht staat

 

  • Mijn eigen eenzame weg

Wanneer ik de blikken om mij heen sla stoot ik maar al te vaak het hoofd tegen andermans veren, waarmee de meeste lieden koning kraaien. Want in deze donkere tijden waait iedereen met alle winden mee, terwijl de zure appels op de lange baan geschoven worden. Dit meesterwerk is dan ook een verademing!Een held, die met open vizier op eigen wieken drijft, wordt hier met welversneden pen uit het hart gegrepen. Aldus de heer O.B.B. te R

 

  • Dat zag ik nu eens net

'Een boek voor iedereen, die de ogen niet in de zak heeft, ' schrijft ons de heer O.B.B. te R. Een heer heeft ogen in de rug zodat er geen misstand is, die hij niet in het gezicht krijgt.'Dat zag ik nu eens net', zei mijn goede vader dan ook altijd, wanneer ik als knaap, in het verborgene, de verzen tegen de prikkels geslagen had. En omdat hij dat goed in mijn oren knoopte, ben ik geworden wat ik ben. Het is dan ook te begrijpen, dat dit boek mij onmiddellijk in het oog sprong, waaruit ik niet verloren heb tot de laatste letter. Het is geen lectuur voor angstvallige lezers. Niet alleen worden de gevaren van het jonger worden openhartig te kijk gezet; maar zelfs voert de held een geest ten tonele, die om sterke zenuwen roept als men hem in de gaten krijgt. Een boek voor iedereen, die ogen in de rug heeft

 

  • Een enkel opbeurend woord

'Een enkel opbeurend woord; dat is waar de wereld behoefte aan heeft,' aldus de heer O..B.B. te R. Hoge bomen vangen veel wind, zodat de nederige er met lede ogen naar kijken om spijkers te gaan zoeken op het lage water, waarin ze de zon niet kunnen zien schijnen. Menigmaal heb ik nullen van de koude grond de pen in hun gal zien dopen, om een heer bont te maken, waar een vlekje op zat. Meestal was het veel geschreeuw om oud ijzer, maar toch!Hoe gemakkelijk is het niet om een meer verhevene achter zijn rug bij de neus te nemen! Laat men het in zijn gezicht doen, in plaats van iemand aan te vallen die hoger staat , zodat hij zich niet verdedigen kan. Een heer is fijnbesnaard en wanneer hij soms bij het verzetten van bergen in een parket geraakt, is een enkel opbeurend woord genoeg om hem weer te laten voortgaan op de ingeslagen weg. dat is de diepe boodschap, die dit werk ons te bieden heeft. Het is als zeldzame oude port, van het zuiverste water, zodat ik er van gesmuld heb

 

 

  • Een bommelding

'EEN SCHOKKENDE ERVARING,' aldus de spontane reactie op 'Een Bommelding' van de heer O.B.B. te R. Net als iedereen ga ik gebukt onder de grote boodschap, die een doel aan ons leven geeft. Men kan daar zwaar of licht over denken, maar één ding staat hierbij voor mij vast! Ik heb vergeten wat het is, zodat ik met een schok een Bommelding in mij heb opgenomen. Daardoor werd ik met de neus op spijkers met koppen gedrukt - en het werd mij duidelijk, dat men zelfs moet ontberen wat men bezit als men de zin van het bestaan onder ogen wil zien. Voor iedereen, die met beide benen in het volle leven zijn taak bij de keel wil grijpen

 

 

  • Het beste van Bommel.

Van het boze oog tot het kukel, van de windhandel tot de bovenbazen en het booroog tot de pasmunt. De bommelverhalen van Marten Toonder zijn als een donderslag door de Nederlandse letteren gegaan

 

 

  • Daar zit iets in

Dit buitengewone, inmiddels vijfde deel van Het beste van Bommel omvat de volgende vijf juweeltjes: Het Lemland, De waarde-ring, Het verschiet, De tijwisselaar en De blijdschapper. Heus: vijf ontroerende prachtverhalen, die ook na zo veel jaren vol gespierde inhoud blijven, en op onverbiddelijke wijze de oerkrachten losmaken die in ons aller binnenste sluimeren.

 

  • Het gouden bommelboek

In HET GOUDEN BOMMELBOEK zijn opnieuw vijf Bommelverhalen samengebracht. In deze bundeling worden met een scherpe pen enkele harde noten gekraakt, zodat een rijke gedachtewereld zich aan het verraste geestesoog ontvouwt. Voor iedereen die met beide benen in het volle leven zijn taak bij de keel wil grijpen.

 

  • Geld speelt geen rol

Aanvankelijk stond ik enigszins antisceptisch tegenover deze uitgave. Jonge en onervaren lezertjes denken immers maar al te dikwijls, dat geld gelukkig maakt. Na een uitputtende lezing van deze trilogie ben ik echter geheel omgeslagen, want de kristalhelder visie van de hoofdfiguur legt het aardse slijk in al zijn voze geledingen bloot.

 

 

 

Copyright © 2008, Stichting Het Toonder Auteursrecht (met toestemming geplaatst)

 

 Bronnen:

 

GA NAAR DEEL II

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

Top 100 NL

 

 

Website statistieken gratis, LetsStat X1