Gnostieke Inzichten III

 

01. Bibiotheca Filosofica Hermetica - 02. De innerlijke weg ontsluit het ware zelf - 03. Wees stil  - 04. De diepe stilte waar Liefde woont - 05. De grot/Plato - 06. Gnosis op You Tube -

 


Sinds enkele weken was er, over Gnostieke geschriften,  elke maandag een uitzending online te bekijken
vanuit de
Bibiotheca Filosofica Hermetica. De Uitzendingen worden verzorgd door de NVO
en zijn nog steeds te bekijken via het archief van de NVO of via onderstaande linken

 
deel I Proloog

 De bibliotheek  

deel II  Thomas

 Gnosis  

deel III  Thomas

  Evangelie van Thomas 

deel IV Thomas  Van tekst naar kruik.
deel V Thomas  Jezus volgens Thomas
deel VI Thomas Betekenis voor nu
deel VII Maria Het evangelie van Maria
deel VIII Maria Van Efese tot Egypte
deel IX Maria De Boodschap
deel X Maria De rol van Jezus
deel XI Maria Ziel en Denken
deel XII Maria Mens op weg
deel XIII Maria Man en vrouw
deel XIV Judas

Nieuw ontdekt

deel XV Judas Gemeenschap Alexandrie
deel XVI Judas Jezus als Verlosser
deel XVII Judas Positieve Judas
deel XVIII Judas Nieuwe woorden van Jezus
deel XIX Judas De Gnostische Mythe
deel XX Judas Mens op weg
   

 


 

 



 

02. De innerlijke weg ontsluit het ware zelf.

 

Het is toegestaan om de innerlijke weg te wijzen. En ding staat vast, en dat is Gods voortdurende Liefde.


God is altijd met je, zelfs dan wanneer hij zijn aangezicht lijkt te verbergen. Houdt vast aan het geloof in Zijn Liefde en Wijsheid en je zult altijd vanuit de duisternis naar het Licht worden geleid.


Wees ervan verzekerd, ervan doordrongen, dat iedere keer dat je beproefd wordt en je het klaarspeelt om (met Gods hulp) de beproeving het hoofd te bieden, je dan een stap verder bent gevorderd op de weg.


We zouden elk van deze beproevingen, welke in werkelijkheid tests voor de ziel zijn, kleine inwijdingen willen noemen.


Inwijding is een ontwaken van de geest in de mens, en als gevolg van dit ontwaken, een voortdurend ontvouwen van het Christus-Bewustzijn binnenin.

Het brengt een expansie teweeg van het bewustzijn, die zal leiden tot onthulling van de Levensmysterin.
Je kan naar vele woorden luisteren, naar workshops gaan, en vele boeken lezen, maar tenzij je daadwerkelijk een van deze zielenbeproevingen hebt doorstaan zal je het slechts met je verstand en niet met je hele wezen weten, en je zal nog niet die kennis hebben verworven die standhoudt.


De beproevingen of inwijdingen, die tot je komen op het geestelijke Pad, zijn onder te verdelen in vier categorien en hebben alle betrekking op de geestelijke elementen. I.N.R.I (Niet de aardse!)


In de eerste Inwijding, die van het Water, wordt de ziel die alle beproevingen heeft doorstaan een Ingewijde van het Waterelement, hetgeen betekent dat de emoties onder controle zijn en dat deze voortaan op een juiste manier geleid worden.


Bij de volgende graad leert het denken, de gedachten, te beheersen en het echte van het onechte te onderscheiden, het ware van het onware, het zwarte van het witte, het natuurlijke van het bovennatuurlijke, het zintuiglijke van het bovenzintuiglijke, het lagere denken van het hogere. De kandidaat verwerft onderscheidingsvermogen. Dit is de Lucht-Inwijding.

De Vuur-Inwijding houdt de discipline over het wijze gebruik van de macht van Liefde in, en tenslotte komt de Aarde-Inwijding, wanneer de lagere natuur gekruisigd en overwonnen wordt, en de mens er alleen nog naar streeft om God en zijn broeders/zusters te dienen. Dan aanschouwen we de verrezen Christus of Ziel die zich bevrijd heeft en niet langer meer benvloed wordt door het lichaam en het hevige emotionele verlangen van het lagere zelf, of door de dominerende mentaliteit die doodt - want waarlijk het aardse denken kan de waarheidlievende verslaan.


Alleen wanneer het intellect geoefend en gedisciplineerd is door contact met de goddelijke Liefde kan het menselijke denken veranderen in het goddelijke denken. Deze mensen zien de wereld niet meer door de ogen van het ego, maar zien het leven zoals God het Leven ziet.


Daarom worden alle grote zielen met geduld, zachtmoedigheid, eenvoud, kinderlijkheid en met een innemende intelligentie uitgerust. Het verrezen Christus Kind wordt in het hart geboren, niet uit het verstand.


Welke spanning of moeilijkheid je ook zal moeten doorstaan, kijk naar binnen, kijk omhoog naar het innerlijke hemelse Licht, wees trouw aan de goddelijke Geest. Je zal nooit en te nimmer spijt hebben van je vertrouwen, je vertrouwen in het Gezag van God, niet alleen om je door bepaalde problemen heen te helpen maar ook om je te zegenen met een begrip van het doel van al je verdriet en verwarring.

 

Wanneer je eenmaal voet op het Innerlijke pad hebt gezet, besef dan dat je niet meer kunt schipperen. Je moet strikt zijn, niet met anderen, maar met jezelf. M.a.w. meegaan met anderen maar zelf koersvast blijven. De dingen zijn nu goed of fout, waarheid of leugen, natuurlijk of bovennatuurlijk, kwaadwillend of goedwillend.


Wanneer je eenmaal dit pad van zelfdiscipline, zuiverheid, liefdevolle dankbaarheid, zachtmoedigheid en volmaaktheid hebt ontdekt, vervolg dan rustig, vredig onverstoorbaar je weg.


We spreken niet van persoonlijke beloningen of aards gewin. Niettemin gaat de innerlijk gelijkmatige vreugde die voorkomt uit deze manier van Leven alle aardse begrip ver te boven.
Er wordt niet gevraagd om het vlees te kastijden, om het ego te martelen en te doden, maar eerder om het te verheerlijken door zelfkennis, door bevrijding van de Innerlijke Christus - Geest, want ook het natuurlijke moet belicht, gezuiverd en bewust worden door en in de Geest van Gods Zoon.

 

 

03. Wees stil


Om onderscheid te kunnen maken tussen eigen - wil en goddelijke intutie moet je eerst leren het lagere zelf met z'n stormachtige emoties en verlangens te beheersen.
Want ongecontroleerde emoties vormen een belemmering voor de ontwikkeling van de intutie.


Woelig water geeft een gebroken reflectie - of helemaal geen reflectie, maar als het water kalm helder en zuiver is dan ontstaat een volmaakt spiegelbeeld.

Dit geldt ook voor de ziel wanneer zij zich heeft geoefend kalm en vredig te zijn, dan zal zij waarlijk de geestelijke werelden weerspiegelen. Dit is Intutie, Gnosis, een Innerlijk Weten.


God zendt boodschappers van de geest, of engelen om jou te helpen, zij spreken via je intutie, of door andere mensen, aard- en levensvormen. Zelfs de wind, de Lucht, de Wind het Hemelse Kind, sluit ze niet buiten, noch met verstandelijke arrogantie noch om welke reden dan ook


Wees kalm! wees stil! Doe rustig en bedaard n ding tegelijk en je zult daarmee de weg in je ziel effenen voor een grotere toevloed van geestelijke kracht die de aardse emotionelen invloeden verre overstijgen.


Zoals de Meester zijn discipelen tijdens de storm op het meer moed in sprak, zo zal Hij ook jou bemoedigen.


De Water-Inwijding is bedoeld om controle over de emoties te verkrijgen.
De oudere Broeders kunnen niet met je samenwerken zolang je ziel als een onstuimige zee is. Gebrek aan emotionele beheersing is de grootste belemmering voor je dienst aan de Meester. Gemoedrust - het resultaat van beheerste en wijs gerichte gevoelens - is essentieel voor verdere geestelijke ontwikkeling.


Er komen momenten in je leven waarin het je volkomen onmogelijk lijkt de materile omstandigheden, zoals die zich aan je voordoen, aan te kunnen, waarin je niet weet wat het beste is en welke beslissing je moet nemen.


Sommige mensen nemen dan hun probleem mee naar bekenden in geest en vragen om raad, om leiding. Zij vergeten dat zij zich voor hulp niet tot een willekeurige geest moeten wenden, maar tot de Geest van God, de Grote Lichtende Geest van Jezus in hen.

Jezus Christus zegt: 'Zie, Ik ben met u alle dagen' - niet alleen op bepaalde momenten, maar altijd, Hij is het godsvonkatoom dat ons draagt. Zonder Hem in je zou je het leven geen minuut kunnen verdragen. Hij is het Licht van bewustzijn dat ons wil laten beseffen wat Leven in het Licht van Liefde is.


Hij is de Broeder der broeders, altijd, want je bent zonen en dochters van de Levende Vader en bezit iets van de aard en eigenschappen van God in je hart.


Wat je zoekt o ziel, kan je in je eigen wezen vinden. Leer stil te zijn om het te vinden en werp je zorgen van je af, richt je op de Heer.


Met anderen woorden, laat los, geef je over, leg je problemen neer waar ze vandaan komen.
Probeer de knoop niet te ontwarren, die komt alleen maar vaster te zitten naarmate je er meer aan trekt.


Concentreer je met je gehele hart op die rechtvaardige, op die zachtmoedige, liefdevolle persoonlijkheid in je, de Heer Jezus Christus en alle knopen zullen als van zelf ontward worden, alle problemen die van de wereld zijn zullen oplossen als Water dat verdampt tot Lucht in het Vuur van de Geest.


Zie je nu in je verbeelding de Geestelijke menselijke gedaante van de Meester, de Heer Jezus, zie hoe hij je nadert, gehuld in schoonheid en zich met uitgestrekte handen bukt om je te begroeten, om je zo boven het luidgerucht van de wereld uit te tillen.
Voel je hoe Zijn zuivere pure en zoete kracht in Liefde uitstraalt, je ermee omarmt. Hij komt, o kind om je uit de verwarring van het fysieke aardse leven te verheffen naar het vredige leven in de geest, hier en nu tijdens je leven op aarde.


Hij komt om je te helpen, zodat je een werkelijker, zuiverder kijk op het leven mag verwerven - om het ware van het onware te kunnen onderscheiden - dit onware is je dagelijkse leven op aarde. Hij komt je bevrijden van de lasten die als emoties op en neer golven in je gemoed. Hij is er wanneer ze te zwaar voor je zijn om ze alleen te kunnen dragen zodat je er niet in ten onder gaat.


Geef je over aan deze wondere invloed van genezend, levend brengende Lichtwater en je zult getroost, bemoedigd, genezen en gezegend worden, gespannen zenuwen worden gekalmeerd en gesterkt en een onuitsprekelijke innerlijke vreugde zal zich van je Meester maken.
De geheime innerlijke plaats, de hartkamer, het Heiligdom van de Geest


Het doel van het leven in de mens op deze aarde-planeet is dat hij de geest van de Zoon van God zal demonstreren, dat de schoonheid van het Christus-Leven zich uiteindelijk in de materie zal manifesteren.


De mens zal moeten leren eerbiedig de geheime kamer van het hart binnen te gaan en daar de Christus-Mens, het Kind-Gods, te vinden.

("De mens moet het 'Innerlijke-Geheim' van zichzelf leren kennen.")


Wij vragen je met nadruk niet al te veel aandacht aan materile zaken te besteden, maar in hoofdzaak allereerst te zoeken naar het persoonlijke geheim, het mysterie van de waarlijke abstracte creatieve kracht diep, diep binnenin en achter alle fysieke vormen.

Toelichting: het woord Ge-heim komt vanuit het oude Diets en betekent dus Heim = Huis. Het geheim zegt dus zoveel als Behuizing.


Het is aan ons, om uit te vinden, te onderzoeken, wat er in ons huist, wat het geheim van het mysterie van Jezus in ons leven is. . . . . "Alleen hij zal het ooit kunnen vinden die het geheim reeds in zichzelf bezit."


Streef ernaar 'Jezelf' te vinden, te ontdekken, het ware 'Ik' verborgen onder alle vlees en denken die het verduisteren willen.


Als je dit doet, denk in termen van Drie = III, denk eerst aan de gewone persoon die je in het dagelijkse leven bent, (denkt te zijn,) denk vervolgens aan de Ziel die alleen aan jezelf bekend is (tenminste dat denk je), En ten derde probeer de plek van stilte en rust te vinden in het centrum van je innerlijke wezen, het Ware 'Ik '.


Als je leert steeds dieper in je innerlijke zelf terug te trekken, zal het uiterlijke zelf als het ware oplossen en zal het innerlijke zelf zich in alles doen gelden.

Dit innerlijke zelf is een persoonlijkheid, een Ziel - en nog veel meer, het is het Al.

Als je, je in contemplatie oefent zul je ontdekken dat er onder de ziel een plaats van Stilte, van Leegte is, of van een 'Niets' als je het zo wilt verwoorden, uitdrukken.

Toch, wanneer je geconfronteerd wordt met dit schijnbare 'Niets' dat onder het bewuste zelf ligt zal je je geleidelijk gewaar worden van een 'Al-Heid', een gevoel van verwantschap in het n zijn met het Universele Leven dat zowel natuurlijk als bovennatuurlijk is, onder en boven, het vrouwelijke en mannelijke wordt gelijk aan elkaar 'in je'. Een gevoel van verwantschap met Al het Leven, lichamelijk gezien in de natuur, geestelijk gezien n zijn met God in het Christus-Bewustzijn.

In deze toestand kan er geestelijk gezien geen scheiding zijn, geen Duisternis, geen Angst, geen Bezit, geen Woede, geen Afgunst, geen Strijd, geen Vergelding, Maar Vergeving! Er Bestaat dan niets anders dan het Leven in het Licht van Liefde, n heerlijke ingetogen vreugde die je gehele wezen doorstraalt.


Waarom, waarvoor, waartoe zou je bang zijn?

Wanneer wij afdalen door de nevelen van de astrale wereld in de nog dichtere substantie die de aarde omhult, wanneer wij tot helder zien, helder horen, helder voelen zijn gekomen, dan worden wij gewaar hoeveel leed er veroorzaakt wordt door onwetendheid, door angst en een gebrek aan innerlijke kennisname.


Waarlijk we zien dat het onbekend zijn, de angst de basis voor het meeste menselijke lijden vormt.

We zien dat het menselijke denken voornamelijk gedomineerd wordt door het giftige angst voor de toekomst, angst voor het nog onbekende.


Je weet nu toch langzamerhand, dat hoe verward en gespannen je ook bent dit niet eeuwig kan duren, het zijn zoals het verleden je leert, voorbijgaande fasen bedoeld als lessen die je iets waardevollers willen bijbrengen.


Je bent hier opdat je leren mag, zelfs moet, opdat je kennis mag verwerven wat God wel en wat God niet is.


In Zijn diepste Wezen, wanneer het niet anders kan, ontmoeten wij Hem als God omgekeerd, heb daarom ondanks alles je vermeende vijand Lief, boven alles, (begrijp ons hierin goed!)


Het is essentieel voor je welzijn, het is vooral de ervaring van je medemens, je medeleerling, je voor- en tegenstander die je Zijn/Haar Wijsheid brengt.


Wijsheid bereikt je ook uit de hemel, als gevolg van je streven naar de hogere regionen, naar hogere bewustzijnslagen, 'het Huis van de Vader kent vele, vele Inwoningen.


Wijsheid zegt in Waarheid dat bittere en pijnlijke ervaringen niet echt van God de Vader/Moeder zijn die in het Licht van Liefde Leven.


De ervaring leert dat het nog bitterde en pijnlijker wordt indien je toelaat dat ze je emotioneel en verstandelijk blijven verwarren, als je toestaat dat de aardse natuur in je huis blijft houden.


Het alternatief dat ten alle tijden aangeboden wordt is ze terzijde te leggen en in alles op de Liefde van God de Vader/Moeder in de Zoon te vertrouwen.


Verwarring zal verdwijnen zodra je het Goddelijke Hart van de samenleving kunt bereiken door eenvoudig gebed uitgesproken in geloof en vertrouwen en vooral in nederigheid.

Zoals de golven tot rust kwamen op het bevel van Jezus de Heer, zo zullen al je verwarde emoties tot rust komen wanneer de Meester be-zit van je hart neemt, er als in een tabernakel, Zijn Heilige tent opslaat, inwoning neemt als de Ark des Verbonds.


Wat er ook gebeurt, accepteer het in Liefde. Zoek naar de les die uit iedere ervaring, zowel goed als kwaad lijkende, geleerd moet worden.


'Het was en is de Meester, die in de gedaante van een Slang, wat wil zeggen in en door de stof kruipt omheen de mens figuurlijke gesproken, Eva en Adam het inzicht gaf en geeft over goed en kwaad te heersen.


Dit geheel tegen de natuur, tegen de wil van de jaloerse scheppers god in, die daardoor in woede ontstak en de mens uit de goddelijke inwoning verdreef, 'door de mens te verblinden met het aanbod van zijn valse natuur, 'van uiterlijkheden'.


Zie je nu dan ook in dat het God is, die in de Naam van de Zoon Jezus, Zichzelf verlaagd heeft, opoffert in de stof, als Stille getuige in Liefde voor de mens?


Kijk dagelijks, van uur tot uur, in jezelf, omhoog, tot God en laat het goddelijke Licht en de Liefde je vullen. Zij stromen als een zacht gouden straal door de roos in je hart het hoofdcentra in, zodat het van rood overgaat in het smetteloze wit tot de zacht gouden glans van het bovennatuurlijke Licht.


Dit Licht werkt zuiverend, genezend, verheffend en geruststellend en schenkt je macht en gezag over al je zwakheden.

 

 

04. De diepe stilte waar Liefde woont


Broeders, we brengen je vrede vanuit het Centrum van alle leven, vanuit de plaats van diepe stilte waar alles Liefde is.

 

Wanneer je, je uit de slavernij van je fysieke bestaan terugtrekt en zoekt naar de Bron van alle leven zul je een diepe vrede vinden die door niets en niemand verstoord kan worden.
Trek je met behulp van de goddelijke wil vanbinnen terug uit het uiterlijke bestaan en zoek waarheid en vrede in het Centrum van alle leven.

Ofschoon er stormen mogen woeden op het uiterlijke vlak, is deze diepe innerlijke vredige wereld de bron van al je kracht, vanuit dit centrum betrek je de steun en leiding die je ten allen tijden nodig hebt van God in je.

 

Vrede is een dynamische kracht.

De juiste handeling komt voort uit een hart vol vrede.

Wanneer de mens overhaast denkt en handelt resulteert dat gewoonlijk in conflict en pijn.
Dus streef naar innerlijke rust in je dagelijkse leven.

Juist handelen zal je dan gegeven zijn. En wanneer je juist gehandeld heb, wacht dan geduldig de uitwerking van de Wil van God af


Leer om kalm te zijn. Doe niets wanneer je twijfelt.

Wees standvastig en rust in het bewustzijn van de Eeuwige Liefde en Wijsheid.


Wend je, Kind, tot de Bron van alle leven en sta de goddelijke macht binnenin je toe zich te verheffen en je te leiden.

Weet, dat je zonen/dochters van de Levende Vader bent.


Deze gewaarwording komt tot volle bloei, wanneer je die diepe innerlijke vrede bereikt welke waarheid is, God. . .Dan voel je hoe lasten van je afglijden. Er bestaan geen lasten mijn kind, . . .alleen die, die je jezelf oplegt - en dat doen jullie allemaal.


We laten je Gods vrede. Wees bereid Zijn Wil ten allen tijde te aanvaarden, de weg die zich voor je opent te accepteren in het besef dat er geen andere is, volg dan het pad deemoedig en vertrouw op de Grote Geest, het pad van Christus Bewustzijn in Jezus.
De eeuwige Aanwezigheid van Christus moet een werkelijkheid voor je worden, als vanzelfsprekend zijnde.


Geen enkele menselijke ziel zou ooit zonder zijn kameraadschap en broederliefde behoeven te leven, want Christus sluit niemand buiten, trekt zich van niemand terug. Dat doen mensen zelf, zichzelf en anderen buitensluiten. Maar jij moet afstand doen van wereldlijke gedachten en verlangens, als ze je bekend zijn, voordat je, je van Zijn aanwezigheid in je bewust kan worden.


Als je onder harde wereldlijke omstandigheden moet werken, zal het je moeilijk vallen altijd afgestemd te blijven op de eeuwige geest van vrede en liefde. Maar bedenk, mijn kind, dat je altijd de gedachte van de aanwezigheid van Christus in je hart moet bewaren. Bedenk ook dat Christus Jezus te midden van de onrustige, stormachtige wereld de vrede zelf blijft.


Zijn leerlingen moeten trachten deze rust, vrede en mildheid te vinden, te vinden te midden van de menigte in hen, en om hen heen. Het is eenvoudiger om in eenzaamheid dichtbij Hem te blijven, maar de beproefde, de gelukkige en grote mens is hij die zich bewust blijft van zijn Meester ondanks de druk van de massa.

Streef er daarom naar zelfs te midden van verwarring ware gemeenschap met je Meester te behouden. Niets, behalve je eigen gedachten en gevoelens, kan je van Hem en van het Centrum van Licht scheiden.


Indien je gelukkig zou willen zijn en grotere innerlijke vreugde zou willen geven aan ieder waarmee je in aanraking komt, zoek dan die stille plaatsen van de geest, probeer een onderscheid te maken tussen het onwerkelijke dat van de wereld is en de werkelijkheid die van de geest Gods is.


Argeloos springen mensen met hun gedachten om, zonder bewust te weten waaraan ze denken, zonder te weten, waaruit deze gedachten voortvloeien, wat ze tot stand brengen en in beweging kunnen zetten. Ervan overtuigd dat zij ze kunnen verbergen voor hun medemens. Maar in de regionen van de geest blijven gedachten niet verborgen.

Alles wordt onthuld, alle gedachten zijn bekend.


Was dat op aarde ook maar zo, dat mensen zich openlijk durven uitspreken!

Als men enkel wist dat gedachten door anderen gezien en gehoord konden worden, net zoals de lichamelijke vorm gezien en gehoord wordt, dan zou men zich snel ze leren te beheersen.
De Meester ziet, leest in het hart van de aspirant, want Hij weet dat wat zich in het hart afspeelt uitgedrukt gaat worden in gedachten en dat deze vorm aan zullen nemen op het fysieke vlak.


Ook het natuurlijke leven in je zoekt een uitweg.

Vaak nemen gebeurtenissen een plaats in je leven zonder dat je weet waar ze vandaan komen? Je bent dan maar al te vaak geneigd daar anderen van te beschuldigen zonder te beseffen dat je ze ooit zelf opgeroepen hebt.

En nu ze zich aan je voordoen, ze je er mee bekend maken, ben je het er maar al te vaak niet mee eens.

Weet dat alles wat je ontmoet in jezelf huist, en door je gedachteleven in het bewuste en onderbewuste door en in jezelf tot leven wordt geroepen.


Dus let op je gedachten, houd ze zuiver in de liefde van God.

Zoek altijd naar de ware interpretatie van wat je ziet, hoort, voelt en wat je ontmoet in het leven met mensen, dingen en gebeurtenissen.


Doe voortdurend aan zelfonderzoek, neem de moeite om volgens de waarheid te leven, door uit te vinden wie jezelf in waarheid ben, in voor- en in tegenspoed.

Weiger om afgeleid te worden door onjuiste opvattingen.

Wanneer je ziet dat iets goed is, houd er aan vast en doe het dan, ongeacht materile omstandigheden of consequenties.

De geestelijke wet is van dien aard dat ze je nooit op een dwaalspoor zal brengen.

Volg haar getrouw en je zult niet fout gaan, maar je moet de moed hebben vast te houden aan de beslissingen die je neemt.


Wat je ontmoet in het leven ben je immers altijd zonder omwegen zelf, durf jezelf onder alle omstandigheden onder de ogen te komen, daar wordt je wellicht wijzer van.

De Inwijdingsweg is het Leven zelf dat je leidt, aanvaard dat dan ook!


Zie op naar de Goudene. . . absorbeer Zijn gouden stralen in het blauw van je wezen.  Zijn kracht zal je gegeven worden.

 


Sjalama batja, Vrede in dit ne huis van inwoning, moge de stille vrede met u zijn.

 

Met dank aan Karel, lid van Fama Fraternitatis.

 

 

 



 05. De Mythe van de grot

 

- Goed, zei ik, dan moet ge nu eens gaan kijken naar de manier waarop wij zijn opgevoed. Stel u gevangenen voor die in een onderaards verblijf leven, een grot bijvoorbeeld. De toegang tot de open lucht wordt gevormd door een opening die even breed is als de grot zelf. Die mensen zijn nog nooit buiten de grot geweest. Ze kunnen benen en hals niet bewegen omdat die vastgeklemd zijn, en ze kunnen alleen voor zich uit kijken. Achter hun rug is een lichtbron: het is een vuur dat hoog boven hen brandt. Tussen dat vuur en de gevangenen loopt een weg die ook hoog is gelegen, met een borstwering die dient als het schot dat bij het poppenspel wordt gebruikt om de poppenspelers aan het gezicht te onttrekken.

- Dat zie ik voor me, zei hij.

- Achter die borstwering lopen mensen, die allerlei voorwerpen, zoals stenen en houten beelden van mensen en dieren, boven de borstwering uittillen. Sommigen spreken  daarbij en anderen niet.

- Een vreemde situatie, zei hij, en die gevangenen zijn ook zo vreemd.

- O, maar die zijn niet anders dan wij, zei ik. Wat kunnen ze anders zien van zichzelf en van hun medegevangenen dan de schaduwen die door het vuur op de wand van de grot worden geprojecteerd?

- Niets, zei hij, want ze kunnen hun hoofd niet draaien.

- En van de dingen die achter hen langs worden gedragen zien ze ook niet meer dan de schaduw, nietwaar?

- Dat is zo.

- Stel nu dat ze met elkaar zouden spreken. Dan zouden ze het hebben over wat ze voor zich zien, en dat zouden ze voor de werkelijkheid houden.

- Inderdaad.

- En als in de gevangenis de echo weerklinkt van wat de voorbijgangers zeggen, waarbij het geluid door de wand wordt teruggekaatst, zouden ze dan niet denken dat het de schaduwen zijn die spreken?

- Waarachtig, dat is zo, zei hij.

- Dan houden de gevangenen deze schaduwen steeds voor de dingen zelf, zei ik.

- Dat kan niet anders, zei hij.

- Nu worden ze op de een of andere manier bevrijd uit de boeien die hen afhouden van de werkelijkheid, ging ik voort. En van hen wordt gedwongen om op te staan, het hoofd te draaien en ineens in het licht te kijken. Dat doet pijn aan zijn ogen, en verblind als hij is, kan hij nog steeds de dingen niet zien waarvan hij voor die tijd slechts de schaduwen zag. Wat zal hij zeggen, denkt ge, als men hem dan vertelt dat hij vroeger schimmen zag en nu dichter bij de werkelijkheid is komen te staan en beter kan zien wat zich in werkelijkheid afspeelt? Wat is zijn antwoord als men hem ieder ding dat voorbij wordt gedragen aanwijst en hem vraagt te zeggen wat het is? Hij zal het niet weten en meer geloof hechten aan wat hij voor die tijd zag.

- Dat is wel zeker, zei hij.

- Het zal pijn doen aan zijn ogen als hij gedwongen wordt naar het licht zelf te kijken, dus zal hij zich weer omdraaien en zijn toevlucht zoeken bij de dingen die hij wel kan  zien en waarvan hij gelooft dat ze duidelijker te onderscheiden zijn dan de voorwerpen die hem worden aangewezen.

- Ja zeker, zei hij.

- Als iemand hem met geweld omhoog voert langs die weg, die steil is en moeilijk begaanbaar, en hem niet loslaat voordat hij buiten de grot staat, in het volle licht van de zon, zal hij dan dat zonlicht niet als pijnlijk ervaren? Hij zal zich geen raad weten. Als hij eenmaal in het licht is gekomen en als zijn ogen worden verblind door het zonlicht, zal hij dan ook maar iets kunnen onderscheiden van wat de werkelijkheid wordt genoemd?

- Dat denk ik niet, zei hij, tenminste niet onmiddellijk.

- Ik denk dat hij zal moeten wennen. In het begin zal hij eerst de schaduwen kunnen onderscheiden, dan de weerspiegelingen van de dingen in het water, en pas later de dingen zelf. Als hij dan in een later stadium de verschijnselen in de hemel en de hemel zelf wil waarnemen, kan hij dat het beste s nachts doen, bij het licht van de sterren en van de maan. De dingen in het licht van de zon en de zon zelf kan hij echter nog niet goed zien.

- Natuurlijk.

- Tenslotte kan hij, denk ik, naar de zon zelf kijken en haar ware gedaante aanschouwen. Dan kijkt hij niet naar de weerspiegelingen ervan in het water of andere oppervlakken, maar naar de zon zelf in haar eigen licht en op haar eigen plaats.

- Zeker.

- Dan zal hij de conclusie trekken dat het de zon is die de seizoenen en de kringloop van de jaren veroorzaakt en alle dingen in de zichtbare wereld bestuurt, en dat de zon in zekere zin ook de oorzaak is van al de dingen die hij en zijn medegevangenen daarbinnen in de grot zagen.

- Zeker, zei hij, dat kan hij pas begrijpen als hij de zon heeft gezien.

- En wat denkt ge? Als hij zich zijn vroegere verblijfplaats herinnert, en wat daar voor wijsheid doorgaat, en zijn medegevangenen van destijds, zal hij zich dan niet gelukkig prijzen met de verandering en medelijden hebben met zijn makkers in de grot?

- Zeker, zei hij.

- Stel nu eens voor dat die elkaar overladen met eerbewijzen en loftuitingen, en dat ze geschenken geven aan degene die het snelst ziet welke schaduw er nu weer voorbijtrekt, of die zich het best kan herinneren in welke volgorde en in welk verband de dingen zich herhalen, zodat hij het best kan zien wat er gaat gebeuren. Denkt ge dan dat iemand die aan de grot is ontsnapt, uit is op hun eerbetoon en dat hij degenen die bij de gevangenen in aanzien staan en op de voorgrond treden, benijdt? Zou hij niet met Homeros veel liever hier op aarde willen leven als dienstknecht van een arm man en alles liever verdragen dan er de overtuigingen op na te houden die de gevangenen erop nahouden, en zo te moeten leven als zij?

- Alles liever dan dat, zei hij.

- Stelt u zich nu eens voor, zei ik, dat zo iemand weer zou afdalen en op dezelfde plaats ging zitten als voorheen. Zouden zijn ogen niet verduisterd worden als hij zo plotseling in het donker komt?

- Reken maar, zei hij.

- Als hij weer moest wedijveren in het herkennen van de schaduwen met degenen die steeds vastgebonden bleven, terwijl zijn zicht nog zwak is omdat zijn ogen nog moeten wennen aan de duisternis - en dat zou wel eens een hele tijd kunnen duren - zou hij dan niet worden uitgelachen door de grotbewoners, en zouden ze niet zeggen dat hij van zijn uitstapje naar boven met verknoeide ogen is teruggekomen? Daaruit zouden ze opmaken dat het niet de moeite loont om zelfs maar te proberen naar boven te gaan. Als iemand hen dan probeert los te maken en naar boven te brengen, zouden ze hem dan niet ombrengen als hij in hun handen valt?

- Vast en zeker, antwoordde hij.

- Deze gelijkenis, beste Glaukoon, zei ik, kan in zijn geheel worden toegepast op wat we hiervoor hebben gezegd. De zichtbare wereld is te vergelijken met een gevangenis waarin wij wonen, en het licht van het vuur dat daarbinnen schijnt met het zonlicht. En als ge de tocht naar omhoog uit de grot en het aanschouwen van alles wat daarboven is, ziet als het opstijgen van de mens naar het gebied van het zuivere weten, zult ge de kern van mijn betoog niet missen. Dat is toch wat ge hoopte te horen? Maar of het allemaal waar is, dat weet God alleen. Hoe het ook zij, in mijn voorstelling ziet het er zo uit dat het uiterste dat in het gebied van het kenbare gezien kan worden - en dan nog maar nauwelijks - het principe van het 'Goede' is. Als dat eenmaal gekend is, moet de conclusie worden getrokken dat juist dat principe de oorzaak is van al wat waar en schoon is, en dat geldt in iedere omstandigheid. In de zichtbare wereld brengt het goede het licht voort en de kracht daarvan, en in het gebied van het zuivere weten brengt de kracht van het goede waarheid en rede voort. Dan moet wel worden erkend dat iemand die wijsheid in praktijk wil brengen in het persoonlijke leven of in het leven van de gemeenschap, dat goede moet leren kennen.

- Daar ben ik het mee eens, zei hij, tenminste voor zover ik het kan volgen.

- Vooruit, zei ik, blijf mijn gedachtegang dan volgen en verbaast u zich er niet over dat degenen die de hoogte hebben bereikt zich niet meer willen bezighouden met het gedoe van de mensen. Nee, zij worden steeds voortgedreven door een verlangen naar het verblijf daarboven. Dat is toch te verwachten, als de vergelijking met het beeld dat we geschetst hebben tenminste opgaat.

- Dat is zeker zo, beaamde hij.

- En wat denkt ge, vroeg ik, zoudt ge het niet vreemd vinden als iemand die van het goddelijke schouwen terugkeert naar de menselijke beslommeringen, zich onbeholpen gedraagt en in hoge mate de lachlust opwekt? Dat moet toch wel gebeuren als hij, nog verblind door het licht en onvoldoende gewend aan het omringende duister, gedwongen wordt in de rechtszaal of ergens anders te spreken over de schaduwen van de gerechtigheid of over de beelden die die schaduwen veroorzaken, en met de mensen die de gerechtigheid zelf nog nooit hebben gezien een woordenstrijd moet voeren over wat zij onder gerechtigheid verstaan?

- Dat zou me niet verbazen, antwoordde hij.

- Maar wie zijn verstand gebruikt, zei ik, zal zich herinneren dat de ogen op twee manieren kunnen worden verblind: als ze uit het licht in het duister komen, en als ze van het duister in het licht komen. Omdat het voor de hand ligt dat dit voor de rede ook geldt, zal een redelijk mens niet zomaar in de lach schieten als hij een mens ziet die  verward is en niet bij machte is iets te onderscheiden. Hij zal daarentegen kijken of die mens verblind is door omstandigheden waar hij niet aan gewend is omdat hij uit een helderder wereld komt, of omdat hij, gekomen uit een relatief duistere onwetendheid naar een helderder sfeer, verblind wordt door een overvloed aan schittering. Hij zal de een gelukkig prijzen om zijn ervaring en zijn levensomstandigheden, en medelijden hebben met de ander, en als hij al zou willen lachen, dan eerder om degene die van de duisternis in het licht komt, dan om wie van boven uit het licht in de duisternis komt.

- Dat hebt ge heel goed gezegd, zei hij.

- Daaruit kunnen we opmaken dat sommige mensen er een verkeerde opvatting over opvoeding op nahouden. Ze zeggen dat er kennis in de mens geplant moet worden die hij voordien niet bezat. Zij denken dat je blinde ogen weer ziend kunt maken.

- Dat is een gangbare opvatting, zei hij.

- Onze gelijkenis toont echter aan dat de mens op ieder gebied alle mogelijkheden al in zich heeft, en het instrument waarmee hij iets leert, lijkt op een oog dat alleen kan zien als de mens zich met het gehele lichaam afkeert van de duisternis en het licht tegemoet treedt. Zo moet ook de mens zelf tot inkeer komen en zich afwenden van het proces van    wording, tot hij in staat is de werkelijkheid van het zijnde te aanschouwen en de alles overtreffende glans daarvan te verdragen. En dat is ook het goede, nietwaar?

- Inderdaad.

- Misschien is het wel een bijzondere gave om de mens tot inkeer te laten komen en om te weten hoe dat zo gemakkelijk en doeltreffend mogelijk kan geschieden. Daarbij hoeft het vermogen om dingen in te zien niet in de mens te worden ingeplant, want dat heeft hij allang. Nee, het gaat erom dat de mens de goede kant op moet kijken.

- Dat lijkt mij ook, zei hij.

 

Uit: Plato Politeia 514a518d

 


 

06 Gnosis op You tube - een verzameling die ik de moeite waard vond om hier te vermelden.

 

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

Top 100 NL