Opmerkelijk in de Media.

 

 

Soms, wanneer ik ga googelen, op zoek naar informatie over een of ander onderwerp waarover ik iets wil delen op mijn website, kom ik totaal onverwachts en als bij toeval – voor zover toeval bestaat – een of ander artikel tegen dat ineens mijn aandacht trekt. Zo ook onderstaand artikel, van de hand van Dr. Hans Feddema, waarin ik terecht kwam toen ik – na het lezen van het boekje Jezus Rapport van J. Lehmann  – benieuwd was waarom ik daarover nooit eerder iets had gehoord en dus ging zoeken op het www. Tot mijn verbazing wás er ook niets te vinden, behalve een minieme, zijdelingse verwijzing in bovengenoemd artikel. Dat artikel maakte echter veel goed, vandaar dat ik meteen toestemming vroeg om het te mogen plaatsen bij Spirituele Vrienden. Vrij snel kreeg ik een positief antwoord. Niet met alles in het artikel kan ik helemaal instemmen, maar wellicht krijg ik nog eens de gelegenheid om het hier met de heer Feddema over te hebben.

Een opmerkelijk symposium van uitgeverij Ankh-Hermes
Het christendom als inwijdingsweg?


Hans Feddema

24 juni 2001

De meeste godsdiensten hadden van origine inwijding in het leven als doel, maar verwerden helaas tot instituten die mensen dogma’s opleggen. Het is een stelling die ik onlangs te horen kreeg op een Ankh-Hermes-symposium in het Circustheater te Scheveningen. Dat godsdiensten oorspronkelijk meestal inwijdingsreligies waren, daarvoor onder meer mysteriescholen instelden en er, op het boeddhisme na, allengs mee stopten, was me bekend als antropoloog.

Wat ik echter niet wist, is dat ook het christendom vroeger primair een inwijdingsweg was. Evenmin dat het in voorchristelijke Palestina wemelde van (geheime) mysteriescholen, waarvan in fase zes gedurende drie dagen uittreding uit het lichaam en dan voor een deel in de geestelijke wereld vertoeven, een onderdeel was. Jezus, zijn vriendin Maria Magdalena (of echtgenote, een joodse rabbi was nooit ongehuwd), boezemvriend Lazarus (de latere evangelist Johannes) – zijn uittreding van drie dagen werd in de kerkelijke traditie ten onrechte gezien als dood – en Paulus (wat hem op weg naar Damascus overkwam lijkt een uittreding ) waren ‘voltooiden’ in de mysterieschool, in de zin dat ze daarvan alle zeven fasen doorliepen. De fasen waren vernoemd naar een dier. De mensen van fase één heetten ‘raven’. Ze woonden in de buurt van de school en waren ‘helpers’. Zo brachten ze de profeet Elia bij zijn vlucht voor koning Achab voedsel in de woestijn. (En ik maar in de waan dat vogels dat deden.)

Derde oog

Tijdens het symposium werd een en ander onderbouwd met gegevens van de beroemde Dode-Zee-rollen uit Qumran (1945), het Evangelie van Maria Magdalena in 1898 gevonden op een markt in Caïro en vooral de 52 manuscripten, waaronder het evangelie van Thomas, in 1945 door een Arabische boer ontdekt in een kruik nabij het Egyptische plaatsje Nag Hammadi. Het symposium had enige allure. De 1200 mensen kregen vier doorwrochte lezingen te horen, afgewisseld door meditatie van de sociaal-geografe en astrologe Karen Hamaker, die ook het forum met Jakob Slavenburg, Hans Stolp, Johan M. Pameijer en Willem Glaudemans voorzat. Van de eerste drie werden nieuwe boeken gepresenteerd, waarvan De geboorte van Christus in ons. Een moderne inwijdingsweg van Hans Stolp al na een maand de Libris toptien haalde en een tweede druk heeft.

Opmerkelijk dat een uitgever zoiets vanaf 1991 (thema: ‘Religie, reïncarnatie en karma’) jaarlijks doet. Vooral in 1993 trok het Ankh-Hermes-symposium over ‘Bijna-doodervaringen’ (BDE), met onder meer cardioloog Pim van Lommel en huisarts Pieter Sluis, van de Hospice Beweging veel publiciteit. Het fenomeen BDE komt steeds meer voor, en ook de boeken van de Zwitserse arts Elisabeth Kübler-Ross hebben zo’n brede lezerskring dat de pers er niet om heen kon. Het feit dat artsen over patiënten op de operatietafel nauwelijks meer praten vanwege hun ‘derde oor’, en men bij een uittreding en tijdens een BDE kan zien via het ‘derde oog’, ook als men normaal blind is, verklaart naast de ontdekkingen bij Qumran en Nag Hammadi en de huidige vermaterialisering van het leven, mede de grote vlucht van de nieuwe spiritualiteit.

Nico Kluwer, een idealist die als student in 1918 met de theosofie in aanraking kwam, was daarin een voorloper. Zijn vader had een uitgeverij met vooral juridische boeken. Nico die in de jaren dertig een soeficentrum in Deventer startte, wilde alleen ‘bezielde’ boeken uitgeven. Eerst zonder succes, maar na de bestseller Waren de goden kosmonauten? van Erich von Däniken kon het onder de naam Ankh-Hermes niet meer stuk. Zoon Paul, die het later overnam, zat op dezelfde lijn als zijn vader. In 1971 zei hij tegen een journalist naar aanleiding van het Jezus-rapport. Opheldering van een misvatting van Johannes Lehmann: "Jezus behoorde evenals Johannes de Doper tot de Esseners, een esoterische joodse groep, die ook politieke extremisten onder zich telden, reden dat de evangelisten het politiek gevaarlijk vonden de band van Jezus met de Esseners te vermelden." Behalve de Hippocrates-prijs kreeg hij in 1987 de onderscheiding ‘spiritualist van het jaar’. Zijn boeken over esoterie, aura’s, chakra’s, engelen en parapsychologie vliegen de deur uit. PR-man Hans Bienefelt: "De toegenomen belangstelling heeft zeker te maken met de secularisatie. Dogma’s voldoen niet meer. Veel mensen hebben behoefte aan religie als levende ervaring, en daar gaan de boeken over."

Is het christelijk geloof niet te rationeel?

Zelf kerk ik nog wel eens in de studentenecclesia in Leiden. Mooie diensten vaak, maar toch zijn de preken wat rationeel. Houdt een verstandelijk geloof wel stand? Moeten we niet innerlijk geraakt worden door de geestelijke wereld via God, engelen of gidsen? Ik weet niet of na Qumran en Nag Hammadi onze cultuurgeschiedenis moet worden herschreven. Slavenburg: "Aan onze cultuur liggen andere wortels ten grondslag dan door een eenzijdige kerkelijke traditie is overgeleverd." Hij is cultuurhistoricus, maar zijn pogingen tot herschrijving, zoals in de boeken Verloren erfenis. Inzicht in de ontwikkeling van het christendom (1993), Valsheid in geschrifte. De versleten pen van bijbelschrijvers (1995) en de bestseller Geheime woorden. Ontdekkingstocht door 25 eeuwen gnosis (1999) riepen weerstand van theologen op. Begrijpelijk. Als door nieuwe bronnen aan het licht komt dat er tweeduizend jaar terug sprake was van een zeer spiritueel christendom dat anders was dan ons op de universiteit is geleerd, komt dat bedreigend over. Stigmatisering is dan algauw een antwoord.

Of dat nog werkt, nu de esoterische boeken niet zijn aan te slepen, is de vraag. Theologe Johanna Klink meent dat je er kennis van moet nemen: "De werkelijkheid is anders dan we leren." Voor het geloof in reïncarnatie in Jezus’ tijd zijn er volgens haar ‘genoeg aanwijzingen’ (Vier in Een, juni 2001). R. Kranenburg, universitair docent aan de VU, erkent dat de kerk vrij snel met ‘een eigenheid kwam die op wezenlijke punten anders was dan de meeste religiositeit van die dagen’. Hij wil echter vast houden aan het zondemodel en de haaks op reïncarnatie staande idee van opstanding van het lichaam, maar adviseert de kerken wel termen als ‘energie, karma, verlichting en Christusbewustzijn over te nemen’. Opmerkelijk is ook dat C. van der Kooi, docent dogmatiek aan de VU bij een conferentie van de kerken en ‘New Age’ over het thema ‘Stemmen uit de hemel’ verklaarde dat je ‘mediums serieus moet nemen’ (Centraal Weekblad, 25 mei 2001).

Derde weg

De nieuwe spiritualiteit lijkt een soort ‘derde weg’ tussen het EO-achtige, naar fundamentalisme neigende christendom en de moderne theologie. Eens bepleitte de Evangelische Volkspartij (EVP) een derde weg tussen kapitalisme en communisme. Heeft de nieuwe spiritualiteit een maatschappelijke dimensie? Die is er in meerdere opzichten. Ik hoor op het symposium over het doorbreken van de spiraal van geweld via ‘het afzien van wraak en vergelding’ (Glaudemans). Is dan het expliciet focussen op (Gandhiaanse) geweldloosheid en op gerechtigheid niet voor de hand liggend? Mensen vragen om de praktische implicaties. Dit bleek ook op het symposium door vragen over het Israëlisch-Palestijnse geweld. Slavenburg verwijst in zijn nieuwe boek Het openvallend testament. Nieuwe bronnen en de vrouw van Magdala overigens naar Gandhi. Die was ‘van Jezus gaan houden, toen hij de bergrede las’. Slavenburg besluit zijn boek met hoofdstukken over de leefregels van Jezus, die ook Gandhi zo aanspraken. In de bij Nag Hammadi gevonden evangeliën gaat het daar alleen om.

De theologie van het kruis komt er niet in voor. Slavenburg vraagt zich af wat men toch met de erfenis van Jezus heeft gedaan, door aan God zoiets zwarts toe te dichten, als zou Hij zijn eigen zoon moeten offeren om zich met de zondige mensheid te verzoenen. Kruisiging ziet hij geestelijk als ‘kruisiging van de oude mens’, waarbij het gaat ‘om de "kleren" van verwaandheid, eigendunk, winstbejag, vijandschap enzovoorts af te leggen, kortom weer te zijn als een kind’. Hij wijdt ook een paragraaf aan vijandliefde. Ethische leringen van Jezus – net als trouwens die van Boeddha en Krishna – navolgen, ziet hij als ‘een weg ten leven’ of als de inwijdingsweg richting het Koninkrijk. Het begrip Koninkrijk komt in de vier bijbelevangeliën 106 keer en in het Evangelie van Thomas volgens hem 23 keer voor.’Het is niet gebonden aan één persoon maar is zijns inziens ‘het eigenlijke (geestelijke) leven’. In het evangelie van Clemens zegt Jezus heel karmisch: "Heb medelijden, opdat je medelijden ontvangt; vergeef, opdat je vergeven wordt. Zoals je doet, zal je teruggedaan worden, zoals je geeft, zal je ontvangen; zoals je oordeelt, word je geoordeeld; in de mate waarin je zelf goed bent, ontvang je ook goedheid. Met de maat waarmee je meet, word je ook gemeten".

Helderziende Hans Stolp is 'in'

Hans Stolp, ex-IKON-radiopastor, die verlichtende ervaringen had en engelen zag, heeft een moderner jargon dan Slavenburg. Ik las zijn boek Christus in ons met rode oortjes. Hij is ‘in’. Overal in het land trekt hij honderden mensen. Toen ik hem voor het eerst ontmoette op een lezing in Wassenaar, zei hij me: "Als jij de Feddema van de EVP bent, dan mijn pet af voor jullie om dat zo lang tegen zo veel weerstand te hebben volgehouden." Zoals Boeddha spreekt over het ‘achtvoudige pad’, zou Jezus geen dogma hebben gebracht maar de mensen hebben opgeroepen tot het gaan van een inwijdingsweg, reden dat de eerste christenen ‘mensen van de weg’ heetten, schrijft hij. Naar jezelf kijken, je bewust worden van de valkuilen van je ego en van oude karmische patronen en werken aan je schaduwkanten zijn onderdeel daarvan. Het kan een lange weg zijn, maar hoe meer men niet meer samenvalt met het ego en met de eigen emoties – ze niet ontkennen, maar ‘ze niet zijn’ –, des te meer komt de Christus in ons, volgens Stolp.

Verwar dat niet met ‘de Here Jezus in ons’, zoals bij de EO. Nee, het gaat niet om een persoon, maar om het Christus-Bewustzijn, de verborgen goddelijke vonk of ook wel Boeddha-geest. Zodra je je ervoor open stelt, helpt de geestelijke wereld je overigens daarbij via een van de miljarden gidsen of engelen, ook in de vorm van dromen. Het is een vergissing zich ‘gelovige’ te noemen. Het gaat bij inwijding niet om (leerstellig) geloven, maar om een ‘innerlijk weten’. In de ban van de materie drukken we dat innerlijke weten vaak weg. Het moet tot leven komen, zodat we gaan begrijpen waarom we hier zijn en ook ‘zicht op het geestelijk patroon achter de zichtbare werkelijkheid krijgen’ of doorzien dat toeval niet bestaat. Altruïstische idealen krijg je volgens Stolp van de geestelijke wereld, ook al zien we dat vaak niet.

Hij houdt ons de spiegel voor, voor zover we ons verwant voelen met het idealisme van de jaren zestig. De helden van toen zijn helaas moe geworden, en hun vuur is geblust, zegt hij, omdat ze vergaten dat ‘idealisme alleen levend blijft indien gevoed en gedragen door een stil vertrouwen in het hart’. Het laatste ontstaat zijns inziens, als we ‘in gesprek blijven met God, onze eigen engel en ons hogere zelf’. Alleen zo zouden we ons kunnen ‘zuiveren van egobelangen, zoals angst, machtsbegeerte, wantrouwen, onzekerheid en een te groot verlangen naar zekerheid’. Alleen zo kunnen we echt ‘streven naar een leven in liefde voor alles wat leeft’ en aldus gericht zijn op ‘transformatie van de aarde en de mensheid’. Net als Dorothe Sölle komt hij met de gevleugelde woorden: "God heeft mensen nodig," mensen via welke ‘de goddelijke krachten helend op de wereld van de materie kunnen inwerken’. Te meer omdat de aarde volgens de helderziende ‘op de drempel van de nieuwe tijd staat, waarin we wakker worden geschud en het karma niet langer de overheersende rol in het leven zal spelen’.

Dualiteit en de rol van dromen

Wat me nog treft bij hem, is wat hij zegt over de dualiteit van het leven en over de functie van dromen. De mens kent dubbelheden: het ene moment voelt hij zich sterk en het andere moment zwak, soms overmoedig en dan weer angstig, of het ene ogenblik wantrouwend en het andere diep vertrouwend. Ieder mens heeft zo volgens hem ook een aantal dualiteiten in zich:

1) het manlijke en het vrouwelijke,
2) het denken en het voelen,
3) het bewuste en het onbewuste,
4) geest en materie,
5) ego en het hogere ik.

De engelen en ook Lucifer en Ahriman spelen daarop in, de laatsten om de eenzijdigheid in de dualiteit te houden of te versterken en de eersten om ons steeds meer te doen kiezen voor het ‘juiste midden’, dus voor een soort balans in de dualiteit, zoals denken en voelen of het manlijke en vrouwelijke te integreren en bewust ‘dubbelburger’ te zijn van zowel de materiële als de geestelijke wereld. Kortom, in de woorden van Jezus naar het Thomas-evangelie ‘eenlingen’ te zijn. Ten slotte de dromen. Hoe meer de dromer zijn ego leert te beteugelen en dus het inwijdingspad opgaat, des te minder chaotisch zullen die zijn. Dromen zijn dan minder verwerking maar krijgen de vorm van beelden – dat is de taal van de geestelijke wereld, zoals ook de Christus veel in beelden sprak –, die spiegels zijn of inzichten in zich dragen hoe verder te gaan op het levenspad of hoe te groeien. Die beelden zouden directe boodschappen van de geestelijke wereld zijn.
____________
Dr J.P. Feddema is antropoloog, publicist en actief in de vredesbeweging en GroenLinks.


Dit artikel verscheen in het julinummer 2001 van het magazine De Linker Wang

 

Geplaatst met toestemming van de auteur.

Bij ‘toeval’ gevonden op zijn website

    

 

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

Top 100 NL