Mythologie en Friesland.

 

Friezen: Freyaís kinderen

 

 

Op de Nederlandse Waddeneilanden: Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog, treft men nog tal van oeroude gebruiken aan, overeenkomend met die van de Scandinavische landen, behorend tot het oude cultuurgoed van de Noordzeevolken. Texel is het eiland, waar de tex (tekst) van de wetten in runen op de muren was geschreven. Deze wetten waren gegeven door de eerste volksmoeder: Frya, de oermoeder der Friezen.

 

Naderhand gold, dat opvattingen en overeenkomsten die een eeuw lang met de Kroder (de Tijd) en zijn Joel (wiel, rad) wa­ren rondgelopen, bij algemene overeenstemming op de wan­den van de burcht geschreven mochten worden. Dan moesten ze in ere gehouden worden. Frya was blank als sneeuw in het morgenrood en het blauw van haar ogen was schoner dan dat van de regenboog. Als de stralen van de middagzon glansden haar haren, die zo fijn waren als spinrag. Haar spijs was ho­ning en haar drank was de dauw der bloemen. Het eerste wat zij haar kinderen leerde, was zelftucht. Het volgende was lief­de tot de deugd. Zodra zij volwassen waren, leerde zij hun de waarde van de vrijheid. Want, zei zij, zonder vrijheid zijn alle deugden enkel goed om jullie tot slaven te maken, je afkomst tot eeuwige schande.

 

Toen zij haar kinderen tot in het zeven­de geslacht had opgevoed, riep zij ze allen naar Flyland (Vlieland). Daar schonk zij hun haar tex. Daarna voer zij ten hemel en werd de avond- en morgenster. Daarbij kwam een geweldige vloedgolf op, die Flyland overstroomde, maar Fry­a's afstammelingen hadden een hoge werf opgeworpen, waar­op zij de burcht bouwden, op welks wanden zij de tex schre­ven. Dat land noemden zij Texland. Het zal blijven zolang Irt­ha Irtha is! (Irtha is de naam der aarde). Zo vaak ergens een nieuwe burcht gebouwd kon worden, moest de lamp daarvan worden ontstoken aan die van Texland. De Moeder op Texland kiest haar opvolgster en mag ťťnentwintig meisjes en zeven spindelmeisjes hebben, zodat er altijd zeven de wacht houden bij de lamp.

 


Schiermonnikoog

Vlieland

Texel

 

Frya beheerste heel Fryasland (Friesland, Oost en West) en als oppermoeder een groot deel van het vasteland van West Europa, ook de Rijnoevers, maar daarachter breidde zich het geheel met dichte wouden bedekte Twiskland (Duitsland) uit. Tegen de morgen (het Oosten) grensde haar rijk aan de Oostzee, met nederzettingen in Denemarken, die teer, pek en koper opbrachten. BrittanniŽ bracht tin op, maar was ver­der het gebied van de bannelingen, die met hun volksmoeder waren weggetrokken om hun leven te behouden, nadat ze op het voorhoofd met een rode B waren gekenmerkt en van de misdadigers, die een groene B ontvingen. Naar het Zuiden voeren Frya's schepen tot in LybiŽ om han­del te drijven met de nakomelingen van de zwarte Lyda.

 

Aanvankelijk waren er geen krijgslieden, want vrede en wel­vaart heerste in heel Frya's rijk. Pas na de grote vloed, waarin Aldland (Atland, Utland) onderging, kwamen de moeilijkhe­den, toen de overgebleven bewoners van Aldland zuidwaarts vluchtten. Zij waren afstammelingen van de gele Finda, waar­in wij de ToeraniŽrs herkennen, die ook SiberiŽ bewoonden. Zij roofden en golden als onbetrouwbaar, geen Fryas (Fries) mocht zich met hen vermengen. Om hen af te weren, werden krijgslieden geoefend en aanvoerders, zo mede een koning, geko­zen. Deze koning mocht niet langer dan drie jaren achtereen regeren. In die tijd ontstonden plechtige wervingen van strij­ders, waarbij men geloften aflegde bij het rondgaan van de drinkhoorn.

 

Op Schiermonnikoog stond eens een klooster van schiere (grijze) monniken. Misschien wel op de fundamenten van een troja­burcht van een volksmoeder. Wij zijn hier al vlak bij het heili­ge land: Helgoland. Elk jaar op Pinksteren wordt hier een oeroud ritueel gevierd: de Kallemooi. Daarbij wordt een le­vende haan als Zonne-zinnebeeld hoog in een mand aan een meiboom opgehesen. Het is de midzomerritus van een dank­bare verering van de Zonnejonkvrouw. Hoe verbasterd en onbegrepen ook, de mens handelt uit zijn onbewuste meevoe­len met het Grote Ritme en daardoor handhaven zich de ge­bruiken door dik en dun, tegen spot en verbod in.

Duidelijk is, dat de bevolking van de Waddeneilanden be­hoort en al tijdens Atlantis behoorde, tot de Noordelijke of denk-pool van dat rijk, tot de volkengroep van blanke huid­kleur en sterk ik-bewustzijn, dat onafhankelijkheid, zichzelf helpen en elkaar vrij laten boven alles stelde. In het ĎOera Lin­daboekí wordt verteld hoe zeer zij een afkeer hadden van de ĎFindavolkení uit het Oosten, die niet in onmiddellijk persoon­lijk contact traden met god, maar slaafs onder de invloed van tovenaars en priesters leefden. De oergeschiedenis van Ne­derlands Atlantis, die op de wanden van de trojaburchten in runen was neergeschreven, begint aldus:

 

'Wralda is het alleroudste, want het schiep alle dingen. Wral­da is alles in alles, eeuwig en oneindig, overal tegenwoordig, maar onzichtbaar. Wat wij zien, zijn de gestalten, die uit zijn leven voortkomen en daarin vergaan. Uit Wralda komen begin en einde. Wralda is het 'Ene en Almachtige wezen, waaruit alle macht komt en waarin zij verdwijnt. Wralda leg­ de eeuwige wetten in al het geschapene. Wralda ziet alle din­gen en voor Het is alles open. Wralda schiep beide: mannen en vrouwen. Wralda alleen is goed en onveranderlijk. Onze gestalte, eigenschappen en ziel veranderen, maar in ons is een deel van Wralda's onveranderlijkheid. Wij, Frya's kin­deren, zijn verschijningen door Wralda's leven, steeds wor­dend en de volmaaktheid naderend'.

 

Dit was de wijsheid van het witte deel van de Atlantische vol­ken, die daaraan trouw bleven, ook in de tijd, dat de zwarte tovenaars de koning in hun leer verstrikten en door hun ge­vaarlijke kunsten in Wralda's wetten ingrepen, waardoor tenslotte Atlantis onderging. In deze overlevenden en hun na­komelingen keren nu de zielen terug van hen, die de tijd van vlak voor de grote vloed meemaakten. Zij herinneren het zich. Zij vinden uiterlijk hun heilige plaatsen terug en inner­lijk de heilige wet van Wralda, die niets en niemand hun kan ontnemen.

 

 

 

Helgoland

In de huidige eeuw heeft men bij diepzee-bodemonderzoek naast Helgoland resten gevonden van een fort; een geplavei­de binnenplaats of plein en van een bouwwerk, dat een tempel geweest kan zijn. Dit klopt met de Griekse berichten, dat op het oudere, grotere Helgoland de schoonste tempel van heel Atlantis was gelegen, waarvan muren en pilaren waren be­kleed met barnsteen, waar het zonlicht doorheen fonkelde. Merkwaardig is, dat Hans Christiaan Andersen, bekend met de Deense volksoverleveringen, in zijn sprookje De Kleine Zeemeermin vertelt dat de zeekoning woont in een paleis van koraal en barnsteen op de bodem der zee. Misschien liggen er nog overblijfsels van. Barnsteen is een fossiel versteend hars van dennen en wordt alleen gevonden aan de Deense, Oost-Duitse en Poolse kusten, waar het aanspoelt. De Grieken noemden het: oreichalkos, de Egyptenaren: ana. De Griekse ontdekkingsreiziger Pytheas van Massilia (het latere Marseil­le) voer in het jaar 350 voj. de Noordzee op, op zoek naar de barnsteenlanden en vond het huidige Helgoland, dat hij Basi­leia noemde. Het was gelegen voor de kust, bij de monding van de rivier Eridanos: de huidige Elbe of Eider. Achter de beschermde rots van Basileia, die omhoog steekt als met een mes recht afgesneden, merkte hij op: 'Een stuk zee, dat uit lucht, aarde en water lijkt te bestaan en ondoordringbaar zo­wel als onbevaarbaar is'. Dat is de Waddenzee.

 

De wadlopers van tegenwoordig en degenen die bij hoog water van de vaste wal af naar de Oostelijke Waddeneilanden overvaren, mogen bedenken dat zij over Atlantische bodem gaan en over de ver­zonken resten van een groot heiligdom. In oude verhalen in Noord Duitsland wordt ook nog gesproken over de Glasburg, die ter hoogte van Helgoland zou zijn verzonken. Glas of glaesum was de oude naam voor barnsteen. Barn betekent branden. Men liet het barnsteen smelten of in olie oplossen om het als vernis te kunnen gebruiken.

Plato vertelt (volgens de inlichtingen van Egyptische hoge­priesters) dat het koninklijk paleis midden op het eiland was gelegen, in elke richting op 5 stadiŽn van de kust, het eiland moet dan ca. 18,4 km lang geweest zijn. De bewoners wonnen uit de bodem witte, rode en zwarte mineralen en koper en ver­zamelden de oreichalkos. Zij maakten allerlei koperen voor­werpen, die naar het Zuiden verhandeld werden. In die tijd: 2400 jaren voor onze jaartelling, bestond er rond de Noord­zee een levendige uitwisseling van cultuur en handelswaren. Er woonden toen, volgens de Egyptenaren, drie stammen: de Pheres, de Saksar en de Denen, dus: Friezen, Saksen en De­nen. Uit een steengroeve ten Noorden van het huidige Aal­borg haalde men de klei, waarvan de tegels gebakken zijn, die het plein tussen tempel en fort bedekten op het oude Basileia en die nu door kikvorsmannen naar boven zijn gebracht. Men dateert ze op het Brons-tijdperk. In de taal van toen en daar werd Basileia genoemd: neter-aa, dat is, heilige aarde. Plato vertaalde dat met: hiera chora.

 

De tien onderkoningen van Atlantis moesten zich om de vijf ŗ zes jaar naar de tempel van de koning op Helgoland begeven voor verantwoording en be­sprekingen. Het koninkrijk bestond uit tien nederzettingen en vele districten. Zes districten moesten een strijdwagen le­veren en tien man voor het leger, vier voor de vloot. Dit is heel lang zo gebleven, want in de tijd der Vikingen bestond het le­ger nog uit eenheden van tien man, die door drie, vier of zes districten moesten worden geleverd.

Ongeveer in 1200 voj. - maar over het tijdstip zijn de geleer­den het niet eens - moet er een enorme aardbeving geweest zijn, die zowel in het Noorden Basileia verwoestte als in de Middellandse Zee door een vulkanische uitbarsting het eiland Thera (Santorini).

 

Mogelijk is er een enorme meteoor neergekomen in de Noordzee, ten Zuiden van At­land, waar zich een trog van 59 m diepte bevindt. In de Edda wordt verteld dat de mythische wolf Fenrir daar neerstortte. De oude Grieken vermeldden dat, toen Phaeton van zijn vader Helios (de zonnegod) ťťn dag de zonnewagen mocht be­sturen aan de hemel en daarbij van de juiste baan afweek (aangetrokken door de sterren van Scorpio, vierkant op Leo, het Zonneteken), de wagen neerstortte, waarbij de aarde in brand vloog. De tranen van zijn zusters veranderden in barn­steen. Kennelijk was dit het verslag van de natuurramp bij de Waddeneilanden.

 

De Noordse zeevolken leden daarna onder een hittegolf en grote droogte, die hongersnood meebracht, waarna zij voor een deel zuidwaarts trokken. Deze AtlantiŽrs, waartoe de Friezen, Saksen en Denen behoorden, lieten zich deels in de Alpen bij de meren neer, deels tussen de Donau en de Theiss en deels in Griekenland, waar zij DoriŽrs genoemd werden. Zij bezetten de Peloponnesos (de Spartanen), Kreta, Cyprus en Rhodos. Andere groepen kwamen tot in LybiŽ, via SiciliŽ en SardiniŽ en naderden Egypte. Deze AtlantiŽrs bedreigden Egypte tijdens de regering van farao Ramses III (1200-1168 voj.). Zij werden verslagen, maar ook uitgehoord over hun land van herkomst en wat zij vertelden is opgetekend in een Egyptische tempel (te Medinet Haboe).

 

Niet lang nadat de zeevolken Zuidwaarts getrokken waren, overspoelde de los­gebroken wereldzee de eilanden van Atlantis, waaronder het koninklijke tempeleiland Basileia.

De Egyptische overlevering vermeldt dat de Friezen zich aan de kust van Palestina vestigden (PhoeniciŽrs, Filistijnen), de Saksen aan de Westkust van SyriŽ, de Denen op Cyprus en de Dori op de Peloponnesos, Kreta en Rhodos. De UmbriŽrs, Kimbren en Teutonen, die in LybiŽ verslagen waren, vestig­den zich in ItaliŽ.

 

Al deze Noordzeevolken van de Negende Kromming waren lang en bleek, met blond haar en blauwe ogen. Dit nu verklaart waardoor de oude Griekse beschaving dus ei­genlijk door Noorderlingen is voortgebracht in een Zuidelijk land en de in het Noorden achtergebleven AtlantiŽrs altijd zo sterk heeft aangetrokken, dat het Grieks tot op de huidige dag op alle gymnasia van Europa wordt onderwezen 'zonder enig direct nut'. Het verduidelijkt ook, dat Homerus de reis van Odysseus naar zijn oude vaderland: o.m. onze provincie Zee­land, beschreef en niet een reis door de Middellandse Zee, wat men er later in heeft willen zien.

 

Bron: Het Zonnejaar Ė Mellie Uyldert.

 

 

 

Meer uitleg over:

 * Wralda:

Het opperwezen Wralda (lees 'Oeralda', dat is 'Overoude' naar het Friese wr‚ld, 'wereld', en ‚ld, 'oud') schiep drie oermoeders die op hun beurt weer drie rassen voortbrachten.

 

  • Lyda's kinderen woonden in Afrika en hadden verstand noch moraal.
  • Finda's kinderen woonden in AziŽ en Aldland of Atland ('Oudland', Atlantis) en bezaten wel verstand, maar geen moraal.
  • Frya's kinderen ten slotte bewoonden Europa en hadden, men raadt het al, zowel een goed verstand als een hoge moraal.

 De Lydas en Findas voerden eindeloze oorlogen en werden despotisch geregeerd. Het uitdenken en opleggen van godsdienstige doctrines en het aanstellen van priesters zorgde ervoor dat iedere hang naar geestelijke vrijheid effectief werd gesmoord.

Hoe anders was dit bij de Frya's. Dezen leefden in vrede en bezaten een hoge beschaving zonder priesters en kerken. De Frya's blonken uit in zelfbeheersing en liefde tot de deugd en beseften dat leven zonder vrijheid zinloos is.

Deze goede gang van zaken werd bewaakt door 'volksmoeders' die in speciale burchten de lamp van de wijsheid brandend hielden.

De belangrijkste volksmoeder, de 'eremoeder', zetelde in de hoofdburcht op Texland (Texel), genoemd naar 'Frya's tex', een soort grondwet, die daar op de wanden gebeiteld was.  

Auteur: G.C. Molewijk

 

* Het  Oera Linda Boek

 http://www.oeralindaboek.nl/

 

* Trojaburchten
Trojaburchten vindt men in tal van Europese landen en in India. Deze beeltenissen zijn een vorm van doolhoven. Deze worden gevormd door hagen of gewoon door stenen die men op de grond langs elkaar legt. Afbeeldingen op rotsen en stenen alsook (Griekse) munten komen ook voor. Men kan deze doolhoven indelen door hun soms minimale verschil: De echte doolhof waar men keuzes moet maken tussen gangen waarvan slechts een de juiste is en waar men anderzijds in een doodlopende gang terecht komt; cirkels die elkaar omringen, de zogenaamde concentrische cirkels; tweedimensionale spiralen; driedimensionale spiralen met als einddoel de top van een heuvel; spiralen waarmee men het middelpunt van de doolhof bereikt maar waar ook een spiraal in de omgekeerde richting vertrekt waarmee men de uitgang kan bereiken; de doolhof waar men in steeds omkerende kleinere cirkels loopt waar men uiteindelijk het middelpunt bereikt, de eigenlijke Trojaburcht.

De Trojaburcht was ook de plaats voor inwijdingsrituelen. Men moest een rituele dood sterven, het volgen van de Trojaburcht naar de kern (de dodenwereld) ervan, om weer terug te komen als ingewijde persoon, de terugkeer uit de Trojaburcht. Als men een Trojaburcht als een zonnerad beschouwt en het middelpunt daarvan de onderwereld, dan kan men stellen dat deze het jaarwiel vorenstelt. De Zon die afsterft (Midwinter) om dan opnieuw weer geboren te worden (Midzomer).

 

In het midden van de Trojaburcht vindt men wel eens een boom of een grote steen. Hier kan men de verering door de Germanen aan bomen stenen herkennen. Meestal was het een Lindeboom, gewijd aan Freya.  Freya was onder andere godin van de dood en wedergeboorte. Hier weer het verband met de rituele doodservaring.

 

Ook in Nederland waren er Trojaburchten, met name in West Friesland - in Medenblik en Fryasburcht op Texel - en in Friesland bij Stavoren.  Deze Trojaburchten waren vrouwenburchten ofwel kloosters - het begrip klooster dateert van vůůr het ontstaan van de Rooms-katholieke kerk.  Fryasburcht was gesticht door Frya, de eerste van de wijze vrouwen in de Noordelijke streken. Frya wordt beschouwd als de stammoeder aller Friezen.

 

Meer weten

 

 

* Runen:

                                                                                                            

Runen zijn schrifttekens die met elkaar een alfabet vormen. Het alfabet is genoemd naar de eerste twee letters uit het alfabet: Alfa en Beta. Het runenalfabet wordt ook wel F U Th A R K genoemd; dit zijn de beginletters van de eerste zes letters uit het runenalfabet. Waar de Runen precies vandaan komen is niet duidelijk. Er bestaan verschillende theorieŽn over. Waarschijnlijk is dat de runen-futhark overeenkomsten heeft met het Hebreeuwse alfabet. Runen bestaan ongeveer 2500 jaar. Er zijn bewijzen dat de tekens van de runen veel verder zijn herkomst vinden in de geschiedenis dan de 2500 jaar waar vanuit wordt gegaan. Verschillende volken hebben de tekens van de runen-futhark gebruikt in hun beschaving. Runen waren en zijn meer dan magische symbolen alleen. Het is een alfabet, waarbij iedere rune zijn eigen fonetische klank heeft. Samen kunnen runenstenen oneindig veel combinaties vormen.

 

Naast dat ieder teken een klank heeft en gebruikt kan worden om mee te schrijven, hebben Runen ook een magische betekenis en een eigen naam per symbool. Runen worden tegenwoordig soms bestudeerd en gebruikt door paganisten om hun heidens cultureel-historische waarden en ook voor hun toegewezen magische eigenschappen.

 

Een voorbeeld van een veel voorkomend gebruik onder sommige paganisten is het werpen van runenstenen. Dit zijn stenen met ieder ťťn runenteken erop die vervolgens tegelijk geworpen worden, waarna er aan de structuur van de positionering der zichtbare tekens op de gevallen stenen bepaalde betekenissen ontleend kunnen worden, over bijvoorbeeld inzicht in een situatie, vraag of een toekomstgerichte zaak. De betekenis van een rune is negatief wanneer het symbool op de kop staat. De individuele betekenis per rune is van belang, en ook het inzicht deze te combineren met de betekenis van andere runen die samen prominent naar voren komen in een worp, volgens een door de gebruiker gehanteerd systeem.

 

 

 

   

 

 

 

 

 

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

Top 100 NL