Harm Wagenmakers bij Jurgen Fliege[1]

 

 


Harm bij het jubileumsymposium (2006) van De Heraut.

 

Wie Stichting de Heraut kent is wellicht ook niet onbekend met Harm Wagenmakers. Al sinds jaren schrijft hij voor het tijdschrift Verwachting als ‘Geestelijk Genezer’, was hij als Spiritueel Genezer werkzaam en speelde het intussen ook nog klaar om te beeldhouwen, muziek te maken, te fotograferen en de CD-rubriek in Verwachting te verzorgen.

Ik leerde Harm kennen in 2002, in Belgie, bij een lezing van Hans Stolp en later bij een paar genezingsbijeenkomsten door hemzelf geleid. Daar vertelde Harm me een aantal zaken die hij, normalerwijze, niet had kunnen weten, maar die naderhand voor 100% bleken juist te zijn en van grote betekenis in mijn eigen levensloop. Toen we het daar later nog eens over hadden zei hij, heel laconiek: “Het hing gewoon in de lucht en ik hoefde het er alleen maar uit te plukken.� Waarmee ik maar wil zeggen dat Harm zichzelf niet op een voetstukje wenst te plaatsen.

 

Vorig jaar werd de genezer echter, totaal onverwacht, terwijl hij een boek aan het schrijven was over ‘wonderlijke genezingen’, zelf ernstig ziek. Dat was, wis en waarachtig, geen toeval.

Intussen is Harm genezen, iets wat volgens de dokters in Nederland niet zou gebeuren. Door een bijzondere samenloop van omstandigheden kwam hij terecht bij een Nederlandse arts, in Keulen, met een heel bijzondere therapie en vooral, met het hart op de juiste plaats. Meer daarover vertelt Harm zelf op zijn website en in zijn nieuwe boek dat in het najaar zal verschijnen.

 

Om een lang verhaal kort te maken: ik werd door Harm getipt dat hij vandaag te zien zou zijn in een uitzending van Jürgen Fliege van HelpTV (in het Duits). Ik beloofde deze uitzending te bekijken en even te laten weten hoe ik het gevonden had.

De uitzending greep me echter van bij het begin zo aan dat ik meteen begonnen ben met enkele steekwoorden te noteren om daarna een degelijk verslag te kunnen schrijven. Hierover gaat het dus: Harm Wagenmakers, te gast bij Jürgen Fliege. 
 

 

Herr Fliege

 

 

Het gesprek begon met enkele vragen die Herr Fliege stelde aan Harm over diens achtergrond en hoe hij geworden is tot wat hij nu is: een Heler van mensen.

Harm vertelde, op een ontroerende manier, over zijn kindertijd als ‘eenling’, in alle betekenissen van het woord. Hij was enig kind van een al wat ouder echtpaar en hoorde er op school ook niet echt bij. Hij voelde zich niet echt thuis op deze wereld. Op de vraag of hij dan door de anderen genegeerd werd antwoordde hij zeer treffend: “nee, ik geloof dat ik mezelf buiten te groep plaatste en ervoor koos om een ‘einzelganger’ te zijn.

Aan de ene kant veroorzaakte dit zielenpijn, aan de andere kant moest het zo zijn�. Waarop Fliege heel gevat repliceerde: “dan heb je wellicht ook voor deze ouders, die maar één kind zouden krijgen, gekozen.�

 

Daarna vertelde Harm over het werk dat hij 38 jaar lang heeft gedaan, mensen helen, en hoe dit allemaal begon door een heel bijzondere droom: “Ik zag een groene weide en daarin een tent. In de tent stonden lange tafels en daarop lagen allemaal boeken en ik zag ook een stapel foto’s liggen. Het bleken foto’s van Jezus Christus te zijn. Ik had op een bepaald moment de stapel foto’s in de rechterhand en moest deze als het ware los trekken van mijn vingers; ze leken eraan vast te kleven. Hiermee werd me duidelijk gemaakt dat ik, via mijn handen en hart, de Christuskracht mocht doorgeven om mensen te helen.

(ik weet, uit eigen ervaring, dat Harm precies kon voelen waar een ziekte een geestelijke oorsprong vond in de ziel en precies die woorden kon zeggen om die obstakels aan het licht te brengen)

 

Daarna wilde Jürgen een voorbeeld weten van een van de wonderlijke genezingen uit het te verschijnen boek van Harm[2]. Harm vertelde over een nonnetje, een kloosterlinge, die kanker kreeg en zelf voelde dat haar tijd nog niet om was en ze dus nog niet kon sterven. Nochtans werd ze steeds zwakker en haar dokter zei haar dat ze zich nu maar eens moest overgeven aan de dood en dat verder strijden geen zin meer had. Ze zou maar enkele dagen meer leven. Maar het nonnetje bleef voelen dat het haar tijd niet was. Die nacht, waarin zij verondersteld werd te sterven, bad ze tot Christus en vroeg, als het inderdaad zo was dat ze nog verder moest leven, of ze dan ook haar krachten mocht terugkrijgen. Zo geschiedde. Enkele dagen later was ze weer te been.

 

Fliege interpreteerde het zo dat, op bepaalde momenten in een mensenleven, er iets zo groots en onbegrijpelijk ingrijpt dat het niet verklaarbaar is door ons; dat we ook niet moeten proberen om er een verklaring aan te geven want dat op zo’n moment ons alles uit handen wordt genomen en dat grootse, onkenbare, even de teugels overneemt.

 

 


Dr. Bittscheidt

 

 

Intussen was er een telefonisch contact met Dr. Wolfgang Bittscheidt.

Dr. Bittscheidt vertelde, onder meer, dat wat een arts nodig heeft om echt genezer te zijn deemoed is. “zielloze artsen kunnen niet helen�, zo sprak hij, “ omdat dat wat in de mens werkelijk ziek is niet enkel het lichaam is maar ook en oorzakelijk de ziel.�

Deze woorden deden me erg terugdenken aan de woorden van zijn voorganger, van enkele eeuwen geleden: de grote Paracelsus. De arts moest ook weet hebben van de zin van ziekte en daaraan de zin van een eventuele heling kunnen koppelen.

 

Daarna bracht Herr Fliege het gesprek op de ziekte en de genezing van Harm zelf.

Op zijn vraag wat er door hem heen ging toen hij vernam dat hij een levensbedreigende kanker had antwoordde Harm dat hij vooral geschokt was door het feit dat zijn werk van 38 jaar hier ineens zou eindigen. Hij had gehoopt er nog 30 jaar mee door te kunnen gaan.

Het liet er zich aanvankelijk uitzien dat niet alleen zijn werk, maar ook zijn leven, heel snel zou eindigen. Zijn leven was al voor 70% aangetast door de kanker en ook zijn galwegen waren ziek. Toen kreeg hij, als door een teken uit de Kosmos, ineens een artikel onder ogen over Dr. Gorter in Keulen die blijkbaar grote faam had verworven bij het genezen van kanker. Harm kon er snel heen en het resultaat is dat hij nu, op dit moment, helemaal genezen is.

 

 

Dr Gorter

 

 

Dr. Gorter was zelf ook in de studio en Fliege vroeg hem zijn mening over de noodzaak van niet enkel het lichaam te genezen. Dr. Gorter verklaarde dat hijzelf heel veel aandacht besteedt aan de totale mens en dat hij steeds heel serieus rekening houdt met alles wat de patiënt hem te zeggen heeft.

Hij zegt ook dat de beste artsen deze zijn die zelf ook ziek zijn geweest.[3]

 

Ook Dr. Bittscheidt kwam nog eens aan het woord en zei dat een arts de ziel moet meenemen in de heling, dat hij de patiënt liefdevol tegemoet dient te komen. Dat men pas, vanuit de diepste eenzaamheid anderen kan helpen die in de diepste diepte zitten.

Een arts moet niet perse altijd alleen maar een levensverlenger willen zijn, op een bepaald moment moet hij ook in staat zijn om, voor zijn patiënt, een partner te zijn bij het stervensproces.

Vroeger, in het oude Griekenland, was de priester tegelijk ook de arts, voegde hij er nog aan toe. Toen kwamen de zieken naar de tempel om te genezen. Eerst moest de ziel geheeld worden voor het lichaam kon genezen. [4]

Hij eindigde met de woorden: “eigenlijk zou een labo ook een altaar moeten zijn.�

 

Het programma eindigde met de hoopvolle woorden dat het Harm verder goed mag gaan en dat hij nog vele jaren heel veel zal mogen betekenen voor mensen die ‘in het diepste diep’ verkeren.



[1] J. Fliege is een Evangelische Predikant met eigen Tv-programma en auteur van heel wat boeken.

[2]  Het gaat hier om getuigenissen van mensen en niet om genezingen die door toedoen van Harm zijn gebeurd.

[3] Dr. Gorter had ooit zelf kanker.

[4] Genas Jezus niet ook op deze wijze?

 

Een getuigenis van Harm

1. Inzicht in de oorzaak van mijn ziekte

 

Het gebeurde in de maanden nadat ik had gehoord dat ik niet lang meer te leven zou hebben regelmatig dat ik 's morgens om een uur of 5 wak­ker werd en daarna moeilijk weer in slaap kon komen.

Dan kwamen er allerlei gedachten bin­nen over mijn ziekte, ik voelde van alles opspelen rond mijn maagstreek en ik werd daar heel naargeestig en onrustig van. Dan probeerde ik te bidden, of een mooi gou­den en genezend licht rond mijn lever te visualiseren, maar meestal won rond dat uur de onrust het van mijn pogingen om deze te verdrijven. De korte, troostvolle en bemoedigende teksten in de boekjes van 'White Eagle' (uitgaven van Ankh Hermes) hielpen mij overigens vaak wél om rustiger te worden en weer in slaap te kunnen vallen.

 

Totdat ik mij op een 'goede morgen' opeens realiseerde dat mijn organen een deel van mij waren, en dat ik deze, voor mijn gezondheid en mijn immuunsysteem zo belangrijke organen, al vele jaren lang had verwaarloosd!

Deze gedachte flitste plotseling als een heldere lichtflits, dwars door mijn duistere gedachten heen.

 

Door mijn voortdurende behoefte iets te willen eten en daaraan onmiddellijk toe te geven, had ik mijn lever, gal, en pancreas tijden lang gebombardeerd met allerlei zoete, zoute, vette, en andere dingen in allerlei smaken en kleuren en alles door elkaar, zonder dat het mij werkelijk vol­doening gaf. Ik had de hele boel daarbin­nen zwaar vergiftigd! Maar ik wist dat deze extreme eetmanie niet de enige oorzaak was dat ik kanker had gekregen. Er lag ook een psychische oorzaak aan ten grondslag. Jarenlang was ik van mezelf en mijn diepe­re gevoelens weggelopen. Ik deed alsof ze niet belangrijk waren. Ik voelde dat ik in dit leven een heel belangrijke en dankbare taak had gekregen. De taak dat ik andere men­sen mocht helpen.

In de praktijk kwam het er op neer, dat ik altijd voor anderen wilde klaarstaan al viel ik er zelf bijna bij neer. Andere mensen waren altijd belangrijker dan ikzelf was. Ik vond mezelf niet waardevol genoeg om rekening mee te houden. Mijn eigen verdriet en m'n eigen pijn verdrong ik zoveel mogelijk.

Ik dacht, God heeft me de gave van het helen gegeven en het helder voelen, en wat ik mag doen, doe ik voor Hem en voor de geestelijke wereld in het algemeen. Dat is mijn opdracht, en daarin ligt ook mijn vreugde en m'n dankbaarheid. En dat was ook zo. 38 Jaar lang heb ik m'n praktijk met hart en ziel gedaan en daarin zoveel liefde en dankbaarheid van mensen terug­gekregen, dat ik mij nooit een mooier werk had kunnen wensen.

 

Maar ik zorgde daarbij niet goed voor mezelf. Ik ging voortdurend aan mezelf voorbij. Ik zei het al, ik vond mezelf in feite blijkbaar niet waardevol genoeg, want ik ging voorbij aan de waarschuwingen van mijn lichaam en luisterde niet naar m'n innerlijke Stem. Ik nam geen verant­woordelijkheid voor mezelf en gaf nooit iets aan wanneer ik voelde dat ik eigenlijk rust moest nemen omdat het even genoeg was.

Maar God heeft ieder individu een eigen wil gegeven en de mogelijkheid om zelf keuzes te maken, en Hij heeft aan een ieder eigen verantwoordelijkheden gege­ven. En je kunt niet simpelweg voorbij gaan aan allerlei intuïtieve waarschu­wingen en denken dat je maar door kunt draven en dat God wel voor je zal zorgen. Natuurlijk wil Hij voor je zorgen, maar als je niet eerlijk reageert op wat je emotio­neel wérkelijk voelt, en alle waarschuwin­gen die je lichaam je geeft voortdurend in de wind slaat, dan blijft er uiteindelijk maar een ding over: Accepteren dat er op een gegeven moment vanuit de geest ingegrepen gaat worden omdat het zo niet verder door kan gaan. Roofbouw plegen op je lichaam houdt dat lichaam niet echt lang vol.

 

2. Een noodzakelijke ingreep

 

Soms moet je blijkbaar eerst op het randje van de afgrond worden geduwd om te gaan begrijpen dat je respectvol met je eigen leven dient om te gaan.

Dit geldt overigens voor veel mensen die in de gezondheidszorg werkzaam zijn, of ze nu arts, verplegend personeel, therapeut of een ander beroep uitoefenen waarin men hoofdzakelijk dienstbaar is aan de samen­leving. Neem je eigen leven serieus en zet jezelf niet voortdurend op het tweede plan. Als je je werk graag wilt blijven doen, dan dien je ook op jezelf te letten en te zorgen voor een regelmatig leven waarin je vol­doende rust en goede voeding krijgt.

 

Nu werd ik gedwongen mijn aandacht naar mezelf richten. Het ging nu om mij, en dat was heel erg wennen. Want nu moest ik mezelf ten diepste waardevol genoeg gaan leren vinden om voor mijzelf op te komen en verder te willen leven. Het mezelf koesteren in de erkenning, gekre­gen van anderen, zonder mijzelf als waar­devol de erkenning te geven, was over! De dankbaarheid van andere mensen kon niet langer meer mijn motor zijn. Ik moest mezelf eindelijk eens echt onder ogen zien en mij zelf gaan leren waarderen.

 

Dat ik zozeer daarbij vanuit de Geestelijke wereld geholpen zou worden vermoedde ik niet. Dit werd mij echter vanaf het eerste moment dat ik voor behandeling in Keulen was duidelijk: de therapie, de behandelingen met Hypertermie, gecombineerd met behandelingen met Oendritische cellen, sloeg aan!

 

IK MOCHT DUS BLIJKBAAR NOG EEN POOSJE VERDER LEVEN. IK HAD ALLEEN EEN WAARSCHUWING GEHAD DAT HET ZO NIET VERDER KON DOORGAAN. IK MOEST STOPPEN MET ROOFBOUW PLEGEN OP MEZELF! ALLEEN DOOR ERNSTIG ZIEK TE WORDEN WERD MIJ DIT DUIDELIJK!

 

Harm Wagenmakers in Verwachting nr 44 jaargang 12

 

Een nieuw boek van Harm.

Voor Harm ziek werd was hij begonnen aan een boekje over ‘wonderlijkbaarlijke genezingen’. Hiervoor verzamelde hij getuigenissen van mensen die op een spontane en/of onverwachte, onverklaarbare manier genezen waren. Toen hij met het schrijven van dat boekje begon kon hij niet vermoeden dat hij, als laatste hoofdstuk, zijn eigen genezing hieraan zou kunnen toevoegen.

Het boek is nu verschenen en gisteren kon ik uit zijn eigen handen een exemplaar aanschaffen. Een nieuw pareltje op mijn boekenplank dat ik beslist zal koesteren. Ik wil het graag aanbevelen aan ieder van jullie die nog open staat voor ‘het wonder’.

 

 

Artsen uit de wereld van het Licht.

Harm Wagenmakers
ISBN 978 90 202 8461 4

 

Bol.com.link

 Artsen uit de wereld van het licht<br>
Harm Wagenmakers
Artsen uit de wereld van het licht
Harm Wagenmakers

 

Een klein stukje uit de inleiding van Artsen uit de wereld van het Licht:

 

Het resultaat dat u nu in handen hebt, is een boek over wonderbaarlijke genezingen, maar ook met overwegingen en overdenkingen over welke oorzaken er kunnen liggen achter situaties die mensen ernstig ziek maken! Wanneer we het antwoord hierop kunnen zien, kan er een vorm van in­zicht ontstaan die geestelijk helend werkt. Wanneer je voor jezelf weet waardoor het fout gegaan is, dan heb je veel ge­leerd over anderen en jezelf en de relatie tot de wereld om je heen en de relatie die je tot nu toe altijd hebt gehad met je­zelf. Je zou kunnen bedenken hoe je het anders zou gaan doen, als je nog een kans daarvoor zou krijgen. Allemaal wél belangrijke dingen. Ook als je weet dat je niet meer echt be­ter kan worden, kunnen zulke inzichten, overwegingen en overdenkingen je goeddoen en je een zekere mentale kracht geven.

Er is ook een (derde) deel van dit boek ingeruimd voor ideeën en suggesties voor het verkrijgen van meer innerlijke rust en vrede tijdens een ziekteproces. Achtennegentig procent van de mensen die ongeneeslijk ziek zijn, zullen nooit een wonderbaarlijke genezing mee gaan maken, dat is een realiteit waar we van uit dienen te gaan. Deze mensen doen er goed aan niet in wrok en boosheid te blijven hangen. Het zou goed zijn uiteindelijk in overgave te kunnen berusten in je lot en een vredige, innerlijke rust te kunnen bereiken zo­dat je zult kunnen zeggen: Hoe het ook verder zal gaan met mij, alles wat komt is goed, ik heb er vrede mee. Toen ik nog niet wist dat mij een wonder zou overkomen, heb ikzelf daar prioriteit aan willen geven in mijn eigen leven.

Ik heb eraan gewerkt en had er op een bepaald moment vrede mee dat het leven voor mij binnen korte tijd afgelopen zou zijn. Ik vond inderdaad, vanuit een diep verworven ver­trouwen, de innerlijke rust te kunnen zeggen dat wat er ook gebeuren zou, het goed was, en ik ben er heel erg dankbaar voor dat ik daar mocht komen. Voor mij betekende het ver­werven van deze kracht tot overgave net zo goed een gods­geschenk als mijn latere genezing, want dat wist ik toen nog niet.

Dit boek heb ik daarom ook opgedragen aan al die moe­dige mensen die ziek zijn, geen wonderen ervaren, en er toch het beste van willen maken.

­

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                             

 

 

 

 

 

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

 

Top 100 NL

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 

 

     Website statistieken gratis, LetsStat X1