Een weekend in Durbuy.

Vorig weekend (15-17 juni 2007) had ik met een groepje vrienden afgesproken om op zaterdag, in de Belgische Ardennen, het dorpje Weris te bezoeken. Weris is een deelgemeente van Durbuy en heeft op zijn grondgebied een schat aan overblijfselen uit zeer oude tijden, in de vorm van dolmen[1] en menhirs[2], verspreid over verschillende locaties. 

Daar Durbuy voor mij nu niet meteen naast de deur ligt besloot ik om er maar meteen een weekenduitstapje van te maken en twee keer te overnachten in de streek. Omdat ik al sinds lang de wens koesterde om ook eens het Radhadesh-centrum[3], Chateau de Petite Somme, te bezoeken en daar een gastenhuis is waar men kan overnachten, was mijn keuze snel gemaakt.

Graag laat ik jou, aan de hand van foto’s en enkele begeleidende teksten, deelnemen aan de indrukken die ik hierbij heb opgedaan.

 

Deel I het Radhadesh-centrum

 

Vrijdagochtend vertrok ik, met de auto, vanuit Sneek richting het Zuiden. Pas om 19 uur kwam ik eindelijk aan in Durbuy na van de ene file in de andere te zijn terecht gekomen. In Petite Somme aangekomen begon ik te vrezen dat ik het ‘Château’ nooit zou vinden. Ik reed over allerlei kronkelige weggetjes, tussen bossen door en er was geen mens te zien aan wie ik de weg kon vragen. Tot ik ineens toch een man zag wandelen. Ik stapte uit om uitleg te vragen in mijn beste Frans – ik was tenslotte in Wallonië – maar werd geantwoord in het Engels. Ik bleek vlakbij het Château te zijn. Grote opluchting.

 

 

Toen ik even later zat te genieten van een late maaltijd kwam diezelfde man naar me toe en vroeg – in perfect Nederlands – of hij me gezelschap mocht houden. Bleek het een landgenoot van me te zijn, afkomstig uit mijn geboortestreek in Oost-Vlaanderen. Paul, zo heette hij, was een regelmatige bezoeker van het centrum en hij heeft me dan ook veel uitleg gegeven over het reilen en zeilen daar. Het ging niet alleen over de praktische zaken, maar ook over de filosofie van de mensen die er verblijven. Hijzelf was hier terecht gekomen na een diepe depressie tijdens zijn leven waarna hij erachter kwam dat hij teveel geleefd had voor het ‘ego’ en te weinig vanuit zijn ziel.

 

Alhoewel ik vaststelde dat deze mensen, ik bedoel de inwoners van het Château, heel veel uiterlijke rituelen in stand houden, kwam ik er toch achter dat de spirituele leer die hieraan ten grondslag ligt niet echt veel verschillen vertoont met wat de Gnosis leert. Hun meest bekende Heilige boek is de Bhagavad-Gita[4], een van de vele Vedische geschriften.

 

 

 

Zij vertonen een bewonderenswaardig groot Godsbewustzijn, zij proberen hun liefde tot God (onder de naam Krishna) zo volmaakt mogelijk te beleven, ook in vele rituelen, en vertalen dit ook in een zeer grote dienstbaarheid aan hun medemensen. Dit heb ik zelf mogen ervaren in de manier waarop zij mij, als gast, behandelden.

 

Hun leer is er niet op gericht om andere religies af te keuren, integendeel. Zij wensen de mens ervan bewust te maken dat elk leven heilig is en een vonkje van Gods eigen leven en dat wij onze menselijke vorm hebben gekregen om daarvan bewust te worden. Zij leven volstrekt vegetarisch, weigeren het gebruik van alcohol, tabak, drugs, koffie en andere opwekkende middelen en hebben de grootste eerbied voor alles wat leeft.

 

Zoals in elke religie is het natuurlijk ook weer afhankelijk van persoon tot persoon hoe dit alles ervaren wordt. Bij sommigen zal het enkel om de zichtbare rituelen gaan, en dan wordt het helemaal waardeloos, bij anderen leeft Krishna (let op hoezeer dit woord op Christus lijkt) werkelijk in het hart en is er sprake van Gnosis. Maar zo gaat het in elke religie die ik tot dusver heb bestudeerd.

Wie hierover meer wil lezen verwijs ik naar de website van Radhadesh België

 

 

   

 



[1] megalithisch grafmonument, bestaande uit een grote platte steen, horizontaal neergelegd op een aantal kleinere stenen

[2] grote onbehouwen stenen zuil uit voorhistorische tijd in Keltische streken

[3] Hare Krishna Centrum in Belgie

[4] Het Lied van God

Deel II: Weris – De Megalieten

 

Zaterdagochtend kwamen we met ons achten samen in een kleine herberg, eerder een woonkamer, in Weris, vanwaar we zouden vertrekken om de verschillende locaties met dolmen en menhirs te bezoeken. Tom, die hier al eerder was geweest, was onze gids.

 

De Megalieten in Weris en omstreken zouden al meer dan 3000 jaar oud zijn en zo zijn uitgezet dat, wanneer men ze vanuit de lucht zou bekijken, zij precies het sterrenbeeld Grote Beer zouden weerspiegelen. Dit is een bewijs dat onze vroegere voorouders al over heel wat kennis over de (zichtbare) kosmos beschikten.

 




Tekening Guido Vermeire

 

We bezochten eerst het hunebed van Weris, de noordelijke dolmen of de noordelijke ganggraaf. We waren onder de indruk van de ijzige kou die van deze plek uitging. Deze was vooral voelbaar van op een bepaalde plek, staande op een steen aan de rechter voorkant van het hunebed[1].

Of dit te maken heeft met deze bijzondere plek, ofwel of het kwam doordat de wind vrij spel had in de spleten tussen de stenen laat ik in het midden. Zeker is wél dat het voelbaar warmer en aangenamer was bij de volgende locatie die we bezochten... 

 

boven: voorkant - onder: achterkant

 

 

Daarna reden we naar de Dolmen d’Oppagne of de zuidelijke ganggraaf. Deze dolmen bevindt zich in een geul zodat alleen de drie sluitstenen boven het maaiveld uitkomen. Het voelde hier veel warmer aan, maar dat lag wellicht aan de ligging in die geul. Het geheel is 7 meter lang en het is zeker dat ook hier, net als in het noordelijk hunebed, ooit doden werden begraven. Wanneer we het monument van de voorkant bekeken werd ons het beeld zichtbaar van het vrouwelijke baringskanaal. Tom, onze gids, vertelde dat het noordelijke dolmen kon beschouwd worden als symbool voor de dood en dit dolmen als symbool voor de (weder)geboorte. Ook stonden, op ongeveer gelijke afstand, op de vier hoeken van het terreintje, vier prachtige bomen. Hierin zag Tom de vier elementen: water, aarde, vuur en ether. Even verderop waren nog vijf menhirs te zien waarvan eentje neerlag.

 



[1] uit reusachtige stenen opgestapelde voorhistorische begraafplaats

 

Legendestenen: Ons volgend bezoek gold een plekje met een speciale steenconstructie die, met een weinig fantasie, de vorm van een bed had. In de volksmond heet deze dolmen dan ook "Lit du Diable" ofwel "duivelsbed". Verschillenden van ons vonden dat er op dit plekje een zeer onaangename geur te bespeuren was. Het is een bijzondere stenen tafel waarvan één kant iets hoger is zodat het lijkt of er een hoofdsteun is aangebracht. Het spreekt vanzelf dat, in vroeger tijden, hieromheen een legende ontstaan is.

 

In het gehucht Roche-à-Frêne aan de Aisne woonde eens een molenaar. De Aisne stond weer eens laag en de molen kreeg veel te weinig water. De molenaar vroeg daarom hulp aan de duivel. Deze beloofde om voor hem een dam in de rivier te bouwen om zo de molen voor altijd van voldoende te verzekeren. De duivel deed dit, maar natuurlijk alleen als de molenaar daarvoor in ruil zijn ziel zou afstaan. De molenaar stemde hierin toe. De duivel werkte de hele nacht door en de volgende ochtend moest de noeste arbeid betaaldd worden. De molenaar kwam echter niet opdagen, hij stuurde zijn hond. Daarop werd de duivel zo woest dat hij zijn bouwwerk meteen weer vernielde. De resten van die verwoeste dam zijn nog steeds in Roche-à-Frêne te zien als een smalle rotswand die recht uit de berghelling steekt. De duivel ging daarna uitgeput op deze steen rusten. Vanaf dat moment heet deze steen het duivelsbed.


Het steile paadje


Vreemd lichtje..

Hierna verdween de rest van de groep tussen de struiken om een smal, steil paadje van ongeveer 40 meter te beklimmen – te steil voor mij en dus bleef ik naast het duivelsbed zitten mijmeren – om daar boven een blik te werpen op een reusachtige menhir, de Pierre Haina. Deze monoliet wordt ook wel de "witte menhir" genoemd. Deze steen is hier niet neergezet maar is een natuurlijke rotsformatie, door de mens uitgehouwen in deze speciale vorm. Met een hoogte van meer dan 3 meter en 1,20 meter breed, maakt de steen een hoek van 45 graden en is naar het oosten gekeerd. De steen lijkt zo net op een vinger die uit de grond steekt en in de richting wijst vanwaar de zon opkomt. De naam van de steen, "Pierre Haina", betekent "steen der ouden". Volgens een legende zou deze steen, als een kurk op een fles, een toegang naar het centrum van de aarde afsluiten. Van tijd tot tijd is dit de plaats waar de duivel uit dat gat zou komen.

 

Hiermee besloten we onze tocht langsheen de stenen getuigen uit het verleden af en volgden onze gids van de dag naar een verrassend eethuisje dat hij voor ons had uitgezocht, ergens in the middle of nowhere. Achteraf bekeken vraag ik me af of ik dat plekje niet gedroomd heb. Het leek namelijk alsof we ineens verzeild waren in een wereld van hobbits en andere natuurwezens. Maar de gastheer was perfekt en het voedsel, alles veganistisch, was uitgelezen en met liefde bereid. In het gezelschap van mensen die in eenheid samen waren kon de dag niet mooier eindigen dan op dit plekje.

 

 

Na het gezellige samenzijn vertrok iedereen weer naar huis. Ikzelf, samen met nog iemand, reed terug naar Petite Somme voor nog een nachtje in het Hare Krishna gastenverblijf. En zondag, laat op de ochtend, koos ook ik weer richting Friesland. Ik kijk met dankbaarheid terug op dit onvergetelijke weekend in Durbuy. Een aanrader voor wie van een niet-commerciëel uitstapje houdt.

 

 

 

                             

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

Top 100 NL