Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

Top 100 NL

 

 

      

Verslagen en bespiegelingen van Hendrik.

 

      

Hier komen verslagen van lezingen en evenementen die Hendrik heeft bijgewoond en bespiegelingen naar aanleiding van gelezen boeken.

 

 

 


 

Het verhaal van Avakhti - An Inconvenient Truth - Tussen Wierook en Wicca - Jan Zijlstra - BDE-onderzoek -  Geneeskunde: de wetenschap van het onmogelijke -


 

 

Het verhaal van Avakhti, de vroegere lijfwacht van

 Saddam Hoessein

 

In een zaal van Pinkstergemeente "De Ark" in Dokkum werd op zondagavond 18 februari 2007 een evangelisatiebijeenkomst gehouden, waarop de Koerd Rasak Avakhti sprak over zijn bewogen leven in Irak, Iran en later in Nederland. Hij was lijfwacht geweest van Saddam en had Aboe Ghraib van binnen gezien; Mijn vrouw Tineke en ik waren dan ook zeer benieuwd naar zijn verhaal.


Toen we om half acht binnenkwamen, zagen we direct dat het een heel drukke bijeenkomst zou worden. De zaal, die plaats bood aan zeker 300 mensen, was toen al voor meer dan de helft gevuld. Een kwartiertje later was de zaal praktisch vol; de ruiten raakten beslagen en het werd behoorlijk warm. Zo kwamen we alvast een beetje in de stemming voor een verhaal uit de zinderende hitte van de Arabische woestijn. 


Deze meeting was puur op evangelisatie gericht. Enkele muzikanten en een klein koortje, geholpen door krachtige speakers, gingen op het podium staan, waarna de hele gemeente uit volle borst liederen begon te zingen waar ik nog nooit van gehoord had. Gelukkig werd de tekst door een beamer op een scherm geprojecteerd, waardoor ik in elk geval kon volgen wat er gezongen werd.


Een kwartiertje later was men uitgezongen. En inderdaad: een man, die in de verte wel wat leek op Saddam Hoessein, stapte het podium op en nam het woord. Eén van de eerste dingen die hij vertelde, was dat hij vanmorgen vroeg een telefoontje had gekregen uit Irak: twee neven van hem waren neergeschoten. Gelukkig hadden ze een kogelvrij vest gedragen, waardoor ze de aanslag hadden overleefd.


"Toen ik Saddam voor het eerst ontmoette", vertelde hij, "voelde ik een heel koude, donkere sfeer om hem heen, de sfeer van de hel. Mensen kunnen ófwel horen bij God, ófwel bij satan: er is géén tussenweg. Saddam hoorde bij satan."


Die scherpe scheiding tussen licht en donker, God en satan, tussen een leven vóór Christus of vóór de duivel, kwam tijdens zijn lezing telkens terug. Enigszins halfslachtig vond hij echter het geloof van de Koerden. "Waarschijnlijk waren het vroeger leden van het verdwenen Tienstammenrijk, dat in Assyrië, het latere Perzië, is achtergebleven." Een aanwijzing daarvoor was het geloof van zijn vader. "Hij had het niet over Allah, maar over Jahweh". Bovendien vertelde zijn vader verhalen, die in feite uit het Oude Testament kwamen. Streng was dat geloof trouwens wel: "We moesten 19 graven maken, voor onze ouders en de 17 kinderen, want als mens was je tegenover God eigenlijk niets: je was slecht en zondig." Soms moesten ze een hele nacht bidden bij zo'n leeg graf bij wijze van verdeemoediging.


Avakhti vertelde dat zijn gezin vanuit Noord-Irak verhuisde naar Bagdad, naar een huis op slechts een steenworp afstand van een paleis van Saddam Hoessein. "Ze haatten daar de Koerden. We moesten daarom Arabisch leren." Tegen de zin van zijn vader ging hij later in het leger en werd instructeur van Saddam. Daardoor kreeg hij echter ook de kans om Saddam Hoessein te vermoorden: "Ik stond vlák bij hem met een geladen Kalashnikov in de hand. Er zaten 30 kogels in; ik hoefde maar even een salvo te geven en hij was in elkaar gezakt. Maar toen dacht ik aan mijn vrouw en mijn kinderen. Ze zouden mijn hele familie uitmoorden als ik het deed". De moed zonk hem in de schoenen, maar later besefte hij dat het God was geweest die hem voor die misstap behoed had. "God had andere plannen met mij".


 

                                Saddam Hoessein in 1979. Hij ontsnapte later op het nippertje aan een aanslag door de Koerd Avakhti.

In Baghdad werd hij een tijdje later als Koerd herkend en in de gevangenis gegooid. "Ik ken ook de Aboe Ghraib van binnen. De foto's die de Amerikanen daar genomen hebben, zijn maar kinderspel vergeleken bij wat daar onder Saddam gebeurde. We moesten als gevangenen kijken naar onthoofdingen van medegevangenen. Als we daar niet naar keken, kregen we slagen met een stok op ons hoofd." Ook op andere manieren werden mensen geëxecuteerd. "Er was daar ook een zwembad met zoutzuur erin. Daar werden mensen in gegooid, die compleet oplosten, hun hele lichaam verdween op den duur; alleen de gouden ringen aan hun vingers bleven er nog over." Bij de Eufraat speelden zich andere gruwelen af: "Daar stonden gehaktmolens, waarin mensen werden vermalen. Men gooide hun overblijfselen in de Eufraat als voer voor de vissen."


Hij probeerde zelfmoord te plegen door een lepel vlijmscherp te slijpen. Hij sneed zich in de buik, maar hij overleefde die poging. In een ziekenhuisbed werd hij wakker met een heleboel hechtingen in zijn buik. Later werd hij weer naar de gevangenis gebracht. De martelingen begonnen opnieuw. Uiteindelijk werd hij door Oudai, een zoon van Saddam, vrijgelaten op voorwaarde dat hij het land verliet. Hij mocht kiezen uit Syrië, Irak of Iran. Hij koos voor Iran, omdat dat land een goede reputatie had.


Daarna brak er een oorlog uit tussen Iran en Irak. Tien jaar lang werd er gevochten. Ook Avakhti vocht mee tegen Saddam. Er werd zelfs gifgas gebruikt door de troepen van Saddam. Tenslotte verloor Saddam's leger de strijd. De Irakezen, die naar Iran waren gevlucht, mochten daar echter niet blijven. Vanwege zijn militaire kennis probeerden de machthebbers in Teheran Avakhti over te halen om speciale missies tegen Irak uit te voeren, maar hij weigerde. Daarop werd hij 15 dagen lang gemarteld. In die periode kreeg hij ook stroomstoten te verwerken.


In Iran had hij ook zijn huidige vrouw leren kennen. Samen met haar en een paar kinderen werd hem tenslotte toestemming verleend om te vertrekken. Zo kwam hij in Nederland terecht.


De allereerste pleisterplaats was Slagharen. Hij herinnert zich nog dat hij stomverbaasd was dat hij iets verderop, in Dedemsvaart, een naaktstrand zag langs een kanaal. "We wisten niet wat we zagen, want dat kon gewoon niet." De cultuurschok was groot. Ook verbaasde hij zich erover dat vrouwen hier gewoon politie-agent konden zijn. "In Irak sprak je als man niet met een vrouw. En als je het deed, deed je dat met je blik stijf naar beneden, want je moest oppassen voor de zonden van het vlees. Als man sprak je daar bovendien niet met je vrouw over de liefde. Een man, die daar thuiskomt van zijn werk, zegt niet zoals hier tegen zijn vrouw "Dag schat!", nee, hij geeft haar een klap. En de vrouw wordt daar geleerd om te zwijgen.

 

Weten jullie trouwens wat het verschil is tussen Irak en Nederland? In Irak loopt de man voorop; een paar meter daarachter loopt de ezel, en dáár weer achter loopt de vrouw. In Nederland loopt de vrouw voorop, daarachter loopt de hond en een paar meter dáár weer achter loopt de man."

 

Een half jaar later kwam zijn gezin in Staphorst terecht. Ze waren voor de keus gesteld: verhuizen naar Staphorst of naar Amsterdam. Iedereen zei tegen hem: "Joh, ga toch gewoon naar Amsterdam; daar kun je álles doen wat je wilt!". Maar hij bad en besloot naar Staphorst te gaan. Ze wilden daar gewoon 'es naar de kerk om meer over God te weten te komen. Zo gingen ze op zondagmorgen naar een kerkgebouw. "We zagen 12 mannen in zwarte pakken lopen; ze liepen achter elkaar aan en keken strak naar beneden. Ik zei toen tegen mijn vrouw: 'Wat is dit? Is dit de mafia?'"


Ook kwamen 'es een aantal mensen van een zwartekousenkerk bij hem aan de deur. Op de drempel riepen ze hem met bulderende stem toe, terwijl hij naast zijn vrouw in de kamer stond: "Woont hier ook een zondaar?" Hij antwoordde toen bedeesd, kijkend naar zijn vrouw: "Heeft u mij misschien ergens gezien?"


Het geloof in Staphorst is dood, zei Avakhti. Net zoals veel andere mensen gelooft men daar in de kerk en in kerkelijke regels, maar niet in God. Op een dag kwam hij echter een schilder tegen, die hem in aanraking bracht met een evangelist. Daardoor leerde hij Jezus kennen. Zijn vrouw kwam toen ook tot geloof. Er ging een wereld voor hen open. In korte tijd maakte hij zich veel bijbelkennis eigen, maar het meest vertrouwd is zijn Arabische bijbel, die hij tijdens zijn lezing meermalen in de hoogte hief.

Sinds hij Jezus heeft aangenomen, trekt hij door het hele land en gaat zelfs naar het buitenland om van zijn geloof te getuigen. Hij houdt evangelisatiebijeenkomsten voor scholen, verenigingen en kerken, maar ook in gevangenissen. Zijn boodschap luidt: "Bid! Bid voor elkaar, bid voor jullie regering, bid voor jullie koningin, bid voor de zieken! Geloof in Hem en belijd je zonden. Op eigen kracht red je het niet; dat lukt alleen als je vast in Hem gelooft! Aanvaard Hem met je hele hart. Bid bij alles wat je doet en vraag God's zegen erover; dan zal Hij ervoor zorgen dat het in orde komt. Dank God ook voor alles wat je van Hem hebt ontvangen."


Verschillende keren werd hij tijdens zijn leven van de dood gered. Maar ook van de hevige pijnen, die hij overhield aan zijn martelingen in Iraakse en Iraanse kerkers, werd hij verlost door gebed. Eens op een vrijdagavond had hij geen medicijnen meer. Hij kon geen recept meer krijgen en voelde de pijnen in zijn lichaam terugkeren. Verschillende keren heeft hij toen 's nachts gebeden en God gevraagd om te laten zien wie er nu sterker was: Hij of die medicijnen. Na enkele uren zakte de pijn.

Die is sindsdien niet meer teruggekomen: hij hoefde geen medicijnen meer te slikken! Wel is hij verzwakt door al die mishandelingen, maar hij is desondanks in staat om door heel Europa te evangeliseren.


Al zijn avonturen en beproevingen werden Hem opgelegd door de Heer, om hem later als instrument te gebruiken bij de evangelisatie. Dat weet Avakhti héél zeker. Als ik naar zijn verhaal luister, ben ik alleen maar geneigd om dat volmondig te beamen. Een indrukwekkende man is hij zeker, iemand met een rotsvast geloof. Ik denk dat we allemaal een voorbeeld aan hem kunnen nemen.

 

Hendrik Klaassens.

 

 

 

 

An Inconvenient Truth.
   

 

 

Op 24 april 2007 gingen we naar een gratis voorstelling van Al Gore’s spraakmakende film: ‘An Inconvenient Truth’ in zaal Cinema in Leeuwarden. Hendrik Klaassens zorgde voor de entree kaartjes en voor een verslag.  

 

De ongemakkelijke waarheid van Al Gore.


Hoewel mij door het personeel van de Cinema-bioscoop in Leeuwarden was verzekerd dat de vertoning van Al Gore’s film op dinsdagavond 24 april helemaal was uitverkocht en er dus géén gratis kaartjes meer konden worden gereserveerd, bleek de zaal waarin "An Inconvenient Truth" werd vertoond maar voor... een kwart bezet! Waren een heleboel mensen dan niet op komen dagen, hoewel ze wél kaarten hadden besteld? Ik zal daar nog 'es navraag naar doen, want ik heb het vermoeden dat de gratis voorstellingen van deze film worden gedwarsboomd.


Hoe het ook zij, de rolprent van Gore valt niet tegen. De film begint wat obligaat met beelden van een oogstrelend mooi, door de zon beschenen landschap met zacht kabbelend water, waarna de commentaarstem de vraag opwerpt hoe lang we dit nog zo zullen houden. Wat volgt zijn vooral beelden van een toespraak die Gore heeft gehouden over de huidige klimaatveranderingen. Dat wordt afgewisseld met fragmenten waarin hij iets over zijn persoonlijke geschiedenis vertelt, met als absoluut dieptepunt het moment waarop het tot hem doordrong dat hij na eindeloos hertellen van de stemmen in de staat Florida tóch niet de volgende president van de V.S. bleek te zijn geworden.
De afkeer van Bush zit er bij Gore diep ingebakken; die aversie is wederzijds, getuige een fragment van een toespraak van Bush, waarin hij Gore omschrijft als een 'idioot, die er alleen maar voor wil zorgen dat we worden opgescheept met veel te veel uilen en werklozen'.


Ook de olie-industrie krijgt er in de film van langs. Er wordt gesuggereerd dat deze industrietak samenspant met het Witte Huis om serieuze milieumaatregelen tegen te houden. De neoconservatieven, die nu aan het bewind zijn in de V.S., hebben ervoor gezorgd dat de V.S. - evenals trouwens Australië - het verdrag van Kyoto niet hebben ondertekend.

Er is echter ook goed nieuws: diverse staten van de V.S. - bv. Oregon en Californië aan de westkust, en Pennsylvania, Maine en New York aan de oostkust - leven het verdrag van Kyoto wél na. Dat doen trouwens ook honderden steden in de V.S.


Hoe is het besef, dat we iets moeten doen om de milieuverontreiniging een halt toe te roepen, nu eigenlijk ontstaan? Om dat te verklaren liet Gore de foto zien, die de astronauten van de Apollo-8 – Borman, Lovell en Anders - hebben genomen van de aarde, die opkomt boven het maanoppervlak. De foto van een halfverlichte aarde, die majestueus en oogstrelend mooi boven de maanhorizon hangt, heeft velen ontroerd en geprikkeld om haar te bewaren voor toekomstige generaties.

 


In zijn privé-leven werd de prikkel om anders te gaan leven en meer aandacht te besteden aan het milieu, gevormd door het bijna-overlijden van zijn jongste zoontje. Een maand lang bivakkeerde het echtpaar Gore in het ziekenhuis terwijl hun zoontje zweefde tussen leven en dood. In die periode begon het tot Gore door te dringen waar het in leven eigenlijk om gaat; hij veranderde van binnen. Milieustudies kregen zijn aandacht. Hij begon er lezingen over te houden. Tijdens zijn werk als senator stelde hij het vaak aan de orde. Het aantal lezingen, dat hij tot nu toe heeft gehouden om aan te dringen op milieumaatregelen, schat hij zelf op meer dan duizend. Zijn die lezingen dan zo bijzonder?

Gore overdondert zijn gehoor met feiten en cijfers. Ondertussen ontmaskert en ontmythologiseert hij de argumenten van 'klimaat-sceptici' en industriëlen, die gekant zijn tegen krasse milieumaatregelen. Zo is het volgens hem een aperte leugen als wordt beweerd, dat een aangescherpte regelgeving op milieugebied schadelijk is voor de economie. De Amerikaanse auto-industrie zou volgens de fabrikanten ten onder gaan als de in de V.S. geproduceerde auto's aan hogere milieunormen moeten voldoen, waardoor ze een klein beetje duurder worden. Dat zou er volgens hen toe leiden, dat ze dan massaal in landen als bv. China worden geproduceerd. Niets is echter minder waar, aldus Gore: de auto's, die in de VS worden gemaakt, kunnen nu niet in China worden verkocht, juist ómdat ze niet voldoen aan de Chinese milieueisen, die veel strenger zijn dan de Amerikaanse! Zo prikt hij nog wel meer schijnargumenten van klimaatsceptici en industriëlen door.



Waar de huidige klimaatverandering toe leiden kan, illustreert Gore nog het meest overtuigend aan de hand van de wereldwijde stijging van het zeewaterpeil. Smeltend zeeijs zorgt niet voor een stijging van het waterpeil, maar het smelten van landijs doet dat wel. Als de hele noordpool zou smelten, óf de helft van de noordpool plús het westen van Antarctica, zou dat ertoe leiden dat de oceanen wereldwijd maar liefst zes meter zouden stijgen! Aan de hand van computermodellen laat Gore zien welke consequenties dat heeft voor o.a. San Francisco, Manhattan, Bangladesh en Nederland. Ons land zou zelfs voor driekwart onder de zeespiegel verdwijnen als de noordpool volledig zou smelten.


 


De klimatologische les van Gore wordt niet alleen afgewisseld met fragmenten uit zijn privéleven, ook worden er af en toe grappige tekenfilmpjes in vertoond. Hoewel "An Inconvenient Truth" enigszins overkomt als een opgeleukte aardrijkskundeles en er wel érg veel met feiten, tabellen en grafieken wordt gesmeten, vind ik hem toch erg de moeite waard. De argumentatie is over het algemeen erg overtuigend, vooral waar het de stijging van het CO2-gehalte en het zeewaterpeil betreft. Zwakker vind ik hem waar het gaat om het weerleggen van het veelgehoorde argument van klimaatsceptici, dat de huidige temperatuurstijging past binnen een golfbeweging van honderden jaren.


De wereldwijde stijging van de temperatuur begon in de tweede helft van de negentiende eeuw, in een tijd waarin de industriële revolutie nog geen merkbare invloed had op het milieu en de mondiale temperatuur er dus ook niet door kon worden beïnvloed. Duidelijk is echter wél, dat de huidige temperatuurstijging óók door de mens veroorzaakt wordt en dat we er wel degelijk iets aan moeten doen. En daar is het Al Gore uiteindelijk om begonnen. Hij huldigt het standpunt dat we de uitstoot van broeikasgassen en de daardoor veroorzaakte temperatuurstijging kunnen reduceren tot het niveau van 1970, vooropgesteld dat alle landen daaraan mee willen werken. Om te laten zien dat dit geen utopie is, wijst hij op het welslagen van de plannen om het gat in de ozonlaag terug te dringen. Zo bezien heeft hij gelijk. Ik vrees echter dat er nog heel wat poolwater door de noordelijke ijszee moet stromen voordat deze ongemakkelijke waarheid tot het bewustzijn van de verantwoordelijke politici is doorgedrongen.

 

Hendrik Klaassens.

 

Nog enkele extra’s

 

Gegevens over de film plus downloads

http://www.climatecrisis.net/

 

De song die in deze film werd gebracht, ‘I Need to Wake Up’ – gezongen door  Melissa Etheridge, maakte veel indruk op mij.

 

Het lied is hier te beluisteren en ik vond ook de lyrics

 

Have I been sleeping?
I’ve been so still
Afraid of crumbling
Have I been careless?
Dismissing all the distant rumblings
Take me where I am supposed to be
To comprehend the things that I can’t see

Cause I need to move
I need to wake up
I need to change
I need to shake up
I need to speak out
Something’s got to break up
I’ve been asleep
And I need to wake up
Now

And as a child
I danced like it was 1999
My dreams were wild
The promise of this new world
Would be mine
Now I am throwing off the carelessness of youth
To listen to an inconvenient truth

That I need to move
I need to wake up
I need to change
I need to shake up
I need to speak out
Something’s got to break up
I’ve been asleep
And I need to wake up
Now

I am not an island
I am not alone
I am my intentions
Trapped here in this flesh and bone

Oh I need to move
I need to wake up
I need to change
I need to shake up
I need to speak out
Something’s got to break up
I’ve been asleep
And I need to wake up
Now

I want to change
I need to shake up
I need to speak out
Oh, Something’s got to break up
I’ve been asleep
And I need to wake up
Now

 


 

Op 20 maart 2004 trokken Hendrik, zijn zoon Hugo en ikzelf naar de paranormale beurs van Paraview in Groningen om eens de sfeer te snuiven en te zien wat zich daar allemaal afspeelt. Wij willen onze ervaringen graag delen met de bezoekers van Spirituele Vrienden.

 

 

                                        hier wordt reiki gegeven

Zoals te zien op deze foto's liep het geen storm. Het was dan ook buiten stormachtig weer. Toen we van de auto naar de zaal liepen werden we bijna de lucht ingeblazen door de wind. Wellicht dat dit velen tegenhield om naar Groningen te reizen voor deze beurs. 

 

TUSSEN WIEROOK EN WICCA:

PARANORMALE BEURS ‘PARAVIEW’ IN GRONINGEN

 

Gejaagd door de wind – er stond een storm van windkracht tien – reden Francine, mijn zoon Hugo en ik op zaterdag 20 maart naar de Paraview-beurs die in het weekend van 20 en 21 maart werd gehouden in de Martiniplaza in Groningen. Gewapend met twee digitale camera’s, een bloknootje en een gezonde dosis scepsis struinden we tussen drie en half zes langs de vele stands en kraampjes om een nuchtere reportage te maken van het paranormale gebeuren in de Martinistad. Met verschillende standhouders – een helderziende, een astroloog en een engelentekenaar – hadden we een gesprek. Het resultaat van deze gesprekken zie je hieronder in een sfeerimpressie van ‘Paraview’, die als een soort reizende kermis door Nederland trekt.

 

 

Kaartleggers en helderzienden in gesprek met hun klanten.

 

De eerste indruk, die je bij binnenkomst krijgt, is er een van markt: bij de meeste kraampjes kun je je allerlei dingen aanschaffen, variërend van genezende edelstenen tot en met het nieuwste boek van Neal Donald Walsch. Opvallend is ook, dat spullen met een totaal tegenstrijdige inhoud gebroederlijk naast elkaar liggen. Zo zag ik een boekje van Stolp over “De Christus in ons” vlak bij een aantal uitgaven over wicca en hekserij liggen. De inhoud doet er dus helemaal niet toe, dat is maar bijzaak.

Naast de typische verkoopstands waren er ook hele rijen tafeltjes waarachter helderzienden, kaartlezers, therapeuten en magnetiseurs zaten te wachten op klandizie. Erg druk hadden ze het op deze zaterdagmiddag trouwens niet: het was eigenlijk opvallend rustig in deze grote hal. Het publiek dat er rondliep, kwam op mij over als echte adepten van dit genre: de meesten liepen vol bewondering alles in zich op te nemen. Slechts een enkeling maakte cynische opmerkingen over het gebodene.

Al snel bleek het niet zo’n denderend idee om onszelf bij de kraampjes te presenteren als beheerders van spirituele websites, die hier een reportage kwamen maken. Niemand wilde graag op de foto en als we een camera tevoorschijn haalden, keken velen wantrouwend op. Waarschijnlijk nog de naweeën van het Jomanda-effect. Zo liet ik mij door een mevrouw de werking van ‘Touch for Health” demonstreren. Daarbij vouwde ik mijn handen en stak ze hoog in de lucht; ze kwam tegenover me staan en probeerde mijn handen neer beneden te trekken. Op een willekeurige plaats in de zaal lukte dat vrij gemakkelijk, maar toen ik ging staan op een paar magische voetzolen, die op de vloer waren aangebracht, kon ze sjorren wat ze wilde zonder dat ik een krimp gaf. Ze kon zelfs een soort handstand op mijn gevouwen handen uitvoeren zonder dat mijn hakken van de vloer kwamen. Volgens haar uitleg werd dat veroorzaakt doordat die plek ‘ontstoord’ was van allerlei negatieve energieën die het leven doorgaans bemoeilijken.

 

Francine nam ondertussen een foto van deze demonstratie, maar toen de dame van deze stand dat merkte, vroeg ze ons op verontruste toon om vooral géén foto van haar te plaatsen op het internet en géén namen te noemen, anders zouden buitenstaanders er misschien een verkeerde indruk van krijgen. Dat beloofden we natuurlijk plechtig.

 

Schuin daar tegenover was een stand van een astrologe. Ze zat achter een laptop waarop een horoscoop te zien was. Geïnteresseerd knoopte ik een gesprekje aan. Erg goed van haar vond ik de opmerking, dat ze zich niet zozeer bezig hield met voorspellingen over de personen, van wie ze een horoscoop opstelde: wat zij deed was alleen maar een soort karakterschets opstellen van de persoon in kwestie. Ze wilde de mensen daardoor wat meer inzicht geven in hun sterke en zwakke kanten. De kosten daarvoor bedroeg € 12,50 – zoals trouwens de meeste consulten op deze paranormale beurs. Voor een gedetailleerde interpretatie moest dan weer bijbetaald worden. Het reclamebord bij haar stand vermeldde overigens wel, dat er ook horoscopen konden worden opgesteld, die inzicht gaven in vorige incarnaties. Dit gebeurt m.b.v. de ‘retrograde planeten’ , d.w.z. de planeten die t.o.v. de aarde aan de sterrenhemel ‘teruglopen’. Ook deze dame wilde absoluut niet op de foto.

 

Vanaf dat moment veranderen we van tactiek; we besloten ons niet langer te presenteren als beheerders van websites, die eens een fijne reportage wilden maken. Vanaf dat moment liepen we daar dus incognito.

Wat mij erg opviel was het grote aanbod aan spullen op het gebied van wicca en hekserij. Zo lagen er diverse standaardwerken over ‘witchcraft’ te koop. Ook heksenspiegels, pentagrammen en zwartmagische kaarten waren prominent aanwezig. Dat geeft al aan hoe trendy dat inmiddels al is geworden. Uit nieuwsgierigheid wierp ik een blik in een heksenspiegel: dat was een spiegeltje met een bobbelig oppervlak, waaroverheen een dun laagje zwart plastic gespannen. Kosten:  € 15,--. Ik was benieuwd naar de uitwerking van deze onbezonnen daad, maar ik bemerkte geen noemenswaardig effect, en dus legde ik het kleinood maar weer voorzichtig terug.

 

Bij sommige stands kon je voor € 12,50 een tekening van je beschermengel laten maken. De naam van deze gids werd je dan ook meteen bekend gemaakt. Als je dat nog niet voldoende vond, mocht je voor € 5,-- drie vragen aan je engel stellen.

Uiteindelijk kon ik mijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen en stapte ik vol goede moed op een kraampje af, waarachter een jongedame zat die hiermee adverteerde. Het ging toch heel anders dan ik gedacht had, want om een indruk te krijgen van mijn ‘hoofdgids’ of ‘oergids’ moest ik eerst tien beduimelde kaarten van een stapeltje pakken en die op de tafel voor mij uitspreiden. Daarna werd mij gevraagd drie kleurkrijtjes te pakken, want ook je voorkeur voor kleuren zegt iets over je persoonlijkheid – iets wat ik niet zal bestrijden.

 

Ze begon toen direct op een velletje blauw papier te tekenen. “U bent nogal nerveus” zei ze. “U zit te veel in uw hoofd. Eigenlijk zou u moeten mediteren om meer rust in uzelf te krijgen.” Ik was benieuwd wat ik nog meer te horen krijgen, want dit is natuurlijk wel een openingszet die de oren doet spitsen.

Onderwijl tekende ze verder aan de engel. “Is dit nu mijn beschermengel?” vroeg ik argeloos. “Nou, dit kan uw hoofdgids of uw oergids zijn, want u heeft er verschillende.” “Wat is dan het verschil?”, vroeg ik. “Nou, uw oergids is de gids die van het begin af aan al bij u is geweest, terwijl de hoofdgids nu de leiding heeft over uw ontwikkeling”. Erg veel wijzer werd ik daar niet van, maar ik besloot het spelletje mee te spelen.

 

 

Hendriks engel wordt getekend

 

Toen de tekening klaar was, onthulde ze mij de naam van mijn gids. “Dat is Michaël’, zei ze, “u heeft héél hoge leiding!” Ik voelde werkelijk gêne toe ze dat zei, ik had met haar te doen. “U heeft genezende gaven”, voegde ze eraan toe, “en u draagt een geestelijk licht dat u wilt verspreiden”. Op de krijttekening stond een engel, die een kaars in zijn handen droeg. “De paarse kleur linksboven uw gids stelt de spiritualiteit bij u voor, want u hebt een spirituele instelling. Ook bent u een tikkeltje afwachtend, maar u zet zich ook hard in voor de doelen die u eenmaal hebt uitgekozen. U staat nu voor een aantal beslissingen in uw leven.” Ik merkte op, dat ik die beslissingen al genomen had, waarna ze begrijpend knikte. “Ja, u kunt hard doorzetten als u in iets gelooft”. Ze benadrukte verder het belang van een goede nachtrust, wat ik natuurlijk schuldbewust beaamde.

Vóórdat ik weer opstapte, vroeg ze mij nog een paar keer of ik vragen wilde stellen aan mijn gids: dat kostte € 5 extra, maar ik merkte droogweg op dat ik nu voldoende wist.

 

Schuin daar tegenover zat een man die zich presenteerde als “helderziende zonder poespas”. Francine en ik mochten hem interviewen voor onze sites. Direct na  binnenkomst in de beurs hadden we al geprobeerd hem te strikken voor een vraaggesprek, maar omdat hij steeds klanten had, verzocht hij ons om het later nog eens te proberen. Rond een uur of vijf, toen het aantal bezoekers al aanmerkelijk was afgenomen, kregen we de gelegenheid om een gesprekje met hem aan te knopen.

Joviaal gaf hij ons een hand. We vroegen hem meteen wat dat nu inhield om helderziend te zijn. “Wat ziet u dan precies?” “Álles!” zei hij, “ik zie álles”. En hij vertelde dat hij zo’n 20 jaar geleden, toen hij nog huisschilder was, exact voorspeld had welke verbouwing er aan zijn huis zou plaats vinden. Hij tekende er een plattegrond van zijn vroegere woning bij.

 

“Maar eigenlijk zet ik de mensen weer met beide benen op de grond; ik breng de mensen weer tot zichzelf”. Volgens hem waren veel mensen door allerlei verkeerde ideeën van zichzelf vervreemd geraakt. “Kijk”, zei hij, “de mensen moeten meer gaan mediteren en ‘es gaan nadenken over hun leven, nuchter worden”. 

Wij vonden het trouwens wel vreemd, dat hij telkens opkeek als er een mooie jongedame op hoge hakken voorbij liep, waarbij hij tot driemaal toe zei “Oh, wat vind ik dat móói!”. “Ja,” zei hij “vandaag is mijn vrouw er niet bij, maar morgen wel”.

 

Rond half zes verlieten Francine, mijn zoon en ik de beurs. Door de gierende storm liepen we terug naar de auto. Tweehonderd meter van de uitgang lag er een platgewaaide billboard op het trottoir met reclame voor de Paranormale Beurs. Ik raapte hem op en zei “Zullen we die als souvenir meenemen?” We besloten er toch maar van af te zien. Daarna probeerde ik het ding te verscheuren, maar hij zat steviger in elkaar dan ik gedacht had. Daarop legde ik het ding weer terug op het trottoir en keek nog éénmaal om naar de beurs. “Dit was eens maar nóóit weer”, dacht ik. Door de storm, met rukwinden tot windkracht 10, reden we terug naar Leeuwarden.

 

Hendrik Klaassens.

 

 

 

“Geloof en gevoel staan helemaal los van elkaar” 


 - Impressie van een dienst van de evangelist Jan Zijlstra -

 

Een verslag van Hendrik Klaassens.

 

"Evangelist Jan Zijlstra houdt redding- en genezingsdiensten. Hij zal  het evangelie van Jezus Christus verkondigen en voor de zieken om genezing bidden. Kom ook met uw nood naar zijn diensten en verwacht een wonder."

 

 

Deze tekst staat op de website van "De Levensstroom", de organisatie van de evangelist Jan Zijlstra. Op diverse plaatsen in ons land houdt hij bijeenkomsten, waarin mensen kunnen bidden om genezing. Zo langzamerhand is hij een bekende verschijning geworden in evangelisch Nederland. Op zijn website en in zijn blaadje "De Levensstroom" staan verhalen te lezen van wonderbaarlijke genezingen: lammen kunnen weer lopen en gooien hun krukken weg, mensen die aan kanker lijden herstellen spontaan en allergieën verdwijnen als sneeuw voor de zon. Ja, waar kun je eigenlijk níet van genezen?

Dat vroegen Francine, Hans en ik ons ook af. Nieuwsgierig geworden door alle publiciteit rondom deze 'reddings- en genezingsdiensten', waar honderden mensen op af komen, gingen we zondagavond 24 april naar het Expocentrum FEC in Leeuwarden om eens zo'n dienst mee te maken. Helemaal blanco stonden we er natuurlijk niet tegenover, maar we waren toch wel benieuwd wat ons te wachten stond.

 

Om tien voor zeven traden we enorme Expohal binnen. Mannen en vrouwen in deftige pakken, zo te zien van de 'campagneorganisatie', scharrelden er wat plechtig heen en weer. Bij de ingang passeerden we meteen een vrij forse stand met allemaal blaadjes en boeken van Jan Zijlstra. Er werd ons een tijdschrift en een liederenblad uitgereikt, waarbij ons met een vriendelijke glimlach veel zegen op deze avond werd toegewenst. 

We namen plaats op de eerste rij. Voorzichtig nam ik een foto van het podium, want je weet maar nooit of men zoiets wel op prijs stelt. Al die mannen die gewichtig in deftige pakken rondliepen om alles in goede banen te leiden, riepen toch enig wantrouwen bij me op.

 

 Het podium

 

 

Ik maak even een praatje met een dame van een jaar of vijftig die naast me zit. Ze begint meteen al met verve te vertellen over de wonderbaarlijke genezingen die daar hebben plaats gevonden. Ze kan haar verhaal echter niet helemaal afmaken, want uit de speakers schalt plotseling een mannenstem die de aanwezigen oproept om een lied te gaan zingen uit het blaadje dat ons bij de ingang is uitgereikt.

De hele zaal staat op en zingt uit volle borst "Halleluja, Jezus Christus leeft". Daar blijft het niet bij, want we worden opgeroepen nog minstens vier andere liederen te zingen vóórdat Jan Zijlstra zelf het podium betreedt. De bandleden lijken de liedjes vrij mechanisch te begeleiden op hun instrumenten; alleen het vnl. uit vrouwen bestaande koortje straalt enig enthousiasme uit.

 

Dan neemt Jan Zijlstra zelf het woord. Hij benadrukt dat de zaal deze avond wonderen zal zien. "Wie met een dankbaar hart naar Jezus gaat, mag genezing van hem verwachten". Hij praat af en toe met stemverheffing en heft daarbij een hand in een triomfantelijk gebaar: velen uit de zaal en de meeste leden van de begeleidende band op het podium nemen dat gebaar over.

Hij spreekt vervolgens over het offer dat Christus ons gebracht heeft: door zijn offerdood mogen wij leven. Opvallend is het, dat hij het niet heeft over een verandering van je manier van leven, nee, je moet je helemaal richten op Christus' lijden en dood aan het kruis, want Hij heeft dat allemaal voor ons gedaan opdat wij zouden leven. Héél saillant vond ik zijn uitspraak "Geloof en gevoel staan helemaal los van elkaar". Het is alleen door het geloof dat een mens gered wordt; gevoelens zijn niet van belang, die zijn zelfs onbetrouwbaar.

Hij ratelt nog een tijdje door hierover en schakelt vervolgens over op het feit, dat er van de Campagne in Leeuwarden nog een schuld is overgebleven van 24.200 Euro. En dit is de laatste bijeenkomst hier, dus.... "Wie heeft er 24.000 Euro bij zich?" roept hij pathetisch naar de zaal. Na een paar seconden stilte klinkt het achterin: "Ik wil dat wel geven als ik dan genezen word!" Een invalide man op één van de achterste rijen heeft dit geroepen.

"Nee, zo werkt het niet" reageert Jan Zijlstra. "U kunt niet zeggen van: ik bied 24.000 euro en in ruil daarvoor moet ik genezen worden. Je kunt het niet kopen, maar je moet naar Jezus toegaan met een dankbaar hart, anders werkt het niet."

 

Hoe dan ook: het wordt pijnlijk duidelijk dat de zaal - er zitten ca. 500 á 600 mensen te luisteren - dit bedrag toch zal moeten opbrengen. "U kunt uw dankoffer brengen in de zakjes die op elke stoel zijn neergelegd. Daarbij kunt u denken aan een gift ineens of een maandelijkse bijdrage."

Het is inmiddels bijna 8 uur. Francine, Hans en ik hebben er inmiddels genoeg van gekregen. De pathetische manier van spreken van Zijlstra, het voortdurende zingen met zitten en opstaan, gecombineerd met de dringende oproep om toch maar vooral een periodieke overschrijving in te vullen voor zijn organisatie "De Levensstroom" beginnen ons steeds meer tegen te staan. We besluiten de zaal te verlaten.

 

Een honderd meter voor de uitgang komt er een deftig heerschap in een blauw pak op me af. "Gaat u weg?" vraagt hij me vriendelijk. Ik beaam dat. "Mag ik weten waarom?" "Dit is theater hier", zeg ik, "het komt op mij over als poppenkast. Er is hier helemaal niks, geen sfeer, geen gevoel."

"Maar gevoel en geloof staan helemaal los van elkaar" antwoordt de man. "Toe, wilt u het niet nog een tijdje proberen? De avond begint nog maar net."

"Nee", zeg ik, "er gebeurt hier helemaal niets, ik voel niets. Ik voel altijd sferen, stemmingen, emoties, maar die  ontbreken hier gewoon, het is echt theater."

"U kunt niet op uw gevoelens afgaan", probeert de man nog, "want gevoelens zijn onbetrouwbaar."

"Wat?! Gevoelens zijn onbetrouwbaar?! Gevoel en geloof staan los van elkaar?! Ik weet honderd procent zeker dat dat absoluut níet waar is", repliceer ik.

De man probeert het nog even: "Ja, ze hebben wel met elkaar te maken, maar het komt toch op het geloof aan."

Ik kijk hem nu recht in het gezicht aan. We zijn al bij de uitgang. "Ik voel sferen, stemmingen, want ik ben paranormaal begaafd." "Wat? Bent u paranormaal begaafd?" Hij kijkt mij eens aan, maar haalt al gauw zijn schouders op. "Nou, gaat u dan maar weg."

 

Francine en Hans lopen achter mij aan. Ik vertel hen wat die man me zonet heeft gezegd en we beginnen erom te giechelen. Buiten gekomen roken we alle drie even een peukje om bij te komen. Even later stappen we de auto in, op weg naar huis. Daarbij passeren we een grote touringcar van een organisatie voor gehandicapten. Zouden die mensen echt naar deze bijeenkomst zijn gegaan in de verwachting dat ze vanavond allemaal zouden genezen?

 

Toch zijn er een paar mensen genezen vanavond: dat zijn Francine, Hans en ik. Wij zijn genezen van het idee dat er enig heil kan schuilen in deze bijeenkomsten, waarbij er eerst uitgebreid over geld wordt gepraat en dáárna de genezingen aan bod komen. Francine zei het nog pregnanter: "Er was gewoon helemaal geen liefde". Inderdaad, men draaide er gewoon een toneelstukje af. Het was allemaal zo plat, zo simpel, zo voorspelbaar. Maar hadden we misschien iets anders of iets beters verwacht? Misschien hadden we gehóópt dat er nog iets spiritueels te beleven zou zijn, maar die hoop is op een wel heel wrange manier de grond in geboord. En wat die genezingen betreft: is het niet het geloof van de zieke zelf, waardoor hij van zijn kwaal kan worden genezen? Zei Jezus niet zelf: "Uw geloof heeft u gered"?

 

Graag wil ik daarmee mijn impressie van deze avond afsluiten. Geloof en gevoel hebben naar mijn stellige overtuiging álles met elkaar te maken, ook al bestrijdt Jan Zijlstra en zijn volgelingen dit met kracht. In feite zeggen zij, dat het gevoel onbetrouwbaar is en je kan verraden. Hun religie is een religie van het verstand en de wil. Maar ik kan helemaal niets met een geloof dat alleen op wil en verstand is gebaseerd. Zo'n geloof is voor mijn gevoel dood - even dood als de avond in het FEC.

 

Hendrik Klaassens.

 

Bekijk: Een reportage (netwerk)

 

 

 

BDE-onderzoek, eindeloos bewustzijn of bewustzijnsvernauwing.


 

 

Wie enkele eeuwen geleden ketterse opvattingen verkondigde over God, hiernamaals of heelal moest voor zijn leven vrezen. De kans was groot dat hij op de brandstapel eindigde, in mootjes werd gehakt of op een andere, even pijnlijke manier naar de andere wereld werd geholpen. Het gebrek aan wetenschappelijke verbeeldingskracht bij de autoriteiten was vaak omgekeerd evenredig aan de creativiteit waarmee men ketterse nieuwlichters te lijf ging, vaak met fatale gevolgen.


Gelukkig ligt de tijd van hakblokken nu achter ons. Maar de weerstand tegen nieuwe ideeën is niet verdwenen. Er zijn nu andere manieren om mensen te lynchen als ze ideeën verkondigen die afwijken van wat door de meerderheid wordt geloofd. Tegenwoordig gebeurt dat meestal digitaal. Kennis van zaken is niet meer nodig, wel een toetsenbord, een p.c. en een internetaansluiting. De richtingenstrijd heeft zich van het marktplein en het gerechtsgebouw naar het internet verplaatst - de emoties zijn onveranderd dezelfde gebleven. 

De cardioloog Pim van Lommel is één van de mensen die dit aan den lijve heeft ondervonden. Na het verschijnen in 2007 van zijn boek “Eindeloos bewustzijn – een wetenschappelijke visie op de bijna-dood-ervaring” barstte de discussie hierover in alle hevigheid los. Veel bloggers, die dat boek niet eens hadden gelezen, verklaarden het voor onwetenschappelijk. Geleerden gingen op hun beurt ijverig aan de slag om de belangrijkste conclusies ervan onderuit te schoffelen.

De reden voor al dat gekrakeel ligt voor de hand: zijn conclusies waren vernietigend voor het medische paradigma dat ons bewustzijn het product zou zijn van onze hersenfuncties. In die gedachtegang verdwijnt ons bewustzijn bij de fysieke dood. Van Lommel toonde echter aan dat mensen tijdens de klinische dood vaak een veel helderder bewustzijn hebben dan tijdens het normale waakbewustzijn. Ze ontmoetten overleden vrienden en verwanten, kregen een andere, mooiere wereld te zien en soms ook een blik op dingen die nog moesten komen. Dat wijst erop dat onze geest de dood overleeft – en dat is iets wat veel mensen niet willen accepteren. Het heeft immers enorme consequenties voor onze manier van denken. Men dacht dankzij Verlichting en secularisatie van al die veronderstelde religieuze onzin af te zijn – en nu kwam er opeens een wetenschapper die meende dat hij het voortbestaan van ons bewustzijn na de dood had aangetoond? Afmaken die hap, want straks komt al die religieuze nonsens over hemel & hel weer terug, weliswaar verpakt in een wetenschappelijk jasje, maar daardoor nog veel moeilijker te bestrijden!

Paradoxaal genoeg zijn door die houding juist die groepen, die zichzelf als vertegenwoordigers van de Verlichting en de Vooruitgang beschouwen, verworden tot een achterhoede die een verbeten moddergevecht levert tegen nieuwe inzichten die door het BDE-onderzoek zijn verkregen. Wetenschappelijk gezien is het idee dat BDE’s slechts hallucinaties zijn als gevolg van zuurstofgebrek in de hersenen volkomen onhoudbaar gebleken. In zijn boek “Herinneringen aan de dood” heeft dr. Michael B. Sabom, een cardioloog uit de VS, dit met grote precisie aangetoond. Bijna-dood-ervaringen treden immers op als er helemaal geen hersenactiviteit meer is. Klinisch gezien is de patiënt tijdens een BDE dus dood. Sabom kwam tot de conclusie dat een zuurstoftekort in de hersenen ongeveer dezelfde ervaringen veroorzaakt als psychedelische drugs. De consistentie, de helderheid en de grote cognitieve scherpte die kenmerkend zijn voor bijna-dood-ervaringen ontbreken dan echter. Ook van andere verklaringen, waarbij wordt uitgegaan van fysieke oorzaken, heeft hij aangetoond dat ze volledig onhoudbaar zijn, bv. de gedachte dat BDE's zouden ontstaan door chemische veranderingen in de hersenen tijdens het stervensproces.

Sabom is niet de enige die heeft aangetoond dat zuurstofgebrek nooit de oorzaak kan zijn van BDE’s. Uit de studies van Y. Henderson en H.W. Haggard - en een aanvullend onderzoek van R.M. McFarland - naar het effect van zuurstofgebrek in de hersenen, blijkt dat het waarnemingsvermogen van de mens bij het afnemen van de zuurstoftoevoer naar de hersenen steeds meer wordt verstoord. Dat staat in schril contrast met de enorme helderheid van geest die wordt beschreven door mensen die een BDE hadden. Sabom concludeert dan ook: “De reeks van gebeurtenissen die kenmerkend zijn voor een BDE wordt niet in gang gezet door de toenemende verlaging van het zuurstofniveau van de hersenen tot bewusteloosheid intreedt. Dus kan zuurstofgebrek in de hersenen geen verklaring vormen voor de wijze waarop een BDE zich manifesteert."

Is de discussie daarmee nu afgelopen? Absoluut niet. Er zijn veel meer pogingen gedaan om te bewijzen dat mensen tijdens een BDE niet echt dood zijn, of dat hun ervaringen het gevolg zijn van de chemische processen tijdens het sterven. De belangrijkste aanwijzing – hoewel geen wetenschappelijk bewijs - voor de echtheid van BDE’s wordt daarbij meestal over het hoofd gezien. De ingrijpende ervaringen die mensen hierbij hebben zorgen voor een complete verandering van hun persoon: ze worden vaak veel socialer, liefdevoller en minder ego-gericht. Wie aangeraakt wordt door de eeuwigheid hecht minder aan dit leven en meer aan alles wat het tijdelijke overstijgt: de liefde voor anderen, eerbied voor de wereld om ons heen, respect voor alles wat leeft.

Wetenschappelijk gezien schiet je daar misschien niet veel mee op, maar op de samenleving als geheel heeft het wel een grote invloed. Naar schatting hebben ca. 600.000 Nederlanders ooit een BDE gehad. Het zou mij niet verbazen als dat gegeven uiteindelijk de doorslag zal geven bij alle discussies die hierover worden gevoerd. De kans is groot dat de dood over niet al te lange tijd zal worden gezien als een verandering van het bewustzijn, niet als het definitieve einde ervan.  

 

Hendrik Klaassens

 

 

Geneeskunde: de wetenschap van het onmogelijke

 

 

Soms denk ik wel eens dat de wereld van onwaarschijnlijkheden aan elkaar hangt. Er gebeuren allerlei dingen die volgens de wetenschap gewoon niet kunnen. Wetenschappers hebben immers bepaald wat waar is en wat niet. Ze hebben een aantal basisregels opgesteld die beschrijven hoe we ons de werkelijkheid moeten voorstellen. Toch rammelen veel van deze regels aan alle kanten. De geneeskunde spant daarbij de kroon. 

Neem nou bv. de hersendood. Volgens de gangbare definitie is iemand echt dood als hij hersendood is. Jammer genoeg is dat een fabeltje. Alleen al in Nederland zijn minstens 600.000 mensen hersendood geweest. Tóch zijn ze daarna weer bijgekomen. Is dat een reden voor medici om hun definitie van ‘dood’ bij te stellen? Helemaal niet. Een wetenschappelijke definitie of paradigma wordt pas bijgesteld als de wetenschappers, die ermee werken, onder de groene zoden liggen. De menselijke natuur is weerbarstig. Nu is een wetenschapper een mens. Wetenschappers zijn dus zo koppig als de neten.

Neem nou het feit dat mensen die een orgaan krijgen van iemand anders, heel vaak de eigenschappen van de donor overnemen. Volgens veel medische specialisten is dat onmogelijk. Maar het zijn juist hun patiënten die ons verzekeren dat ze door dat orgaan andere eigenschappen hebben gekregen. Ik heb een paar programma’s gezien op Discovery hierover. Verschillende mensen die een orgaan van een ander hadden gekregen, vertelden dat hun karakter er blijvend door was veranderd. Ook hun familieleden en vrienden bevestigden dat. Als proef op de som ging men na van wie ze dat orgaan gekregen hadden: karakteristieke eigenschappen van de donor bleken ze te hebben overgenomen. “Onmogelijk!” roepen veel medici. “En toch is het waar”, roepen veel patiënten. Wie zijn wij om hen niet te geloven?

Neem nou het fabeltje dat anti-psychotica goed zouden zijn voor demente bejaarden. Uit onderzoek is gebleken dat ze daardoor veel sneller overlijden. Toch gaat men gewoon door met die praktijken. De macht der gewoonte, zullen we maar zeggen.

Heel lang geloofde men dat je demente bejaarden, die slecht liepen, strak op hun stoel vast moest binden. Dat was lekker veilig want zo konden ze niet vallen. De oudjes kreunden er soms over, ze voelden zich als een ding behandeld. Maar opa moest het maar even volhouden zo, het was immers voor zijn eigen veiligheid. Tientallen jaren was men zo bezig. Nu pas komt er verandering in. Men ontdekte dat de conditie van bejaarden er hard door achteruit ging. Maar er moet hard voor geknokt worden om zulke praktijken terug te dringen. Mythen en fabeltjes leiden immers een hardnekkig leven.

Neem nou de werking van homeopathische geneesmiddelen. “Ze werken niet”, roepen veel medici in koor, “verbieden die handel”! Als reguliere medici de kans kregen zouden ze veel kruiden die gewoon in de natuur voorkomen verbieden om nog langer te groeien. Want veel kruiden werken nl. wel. St. Janskruid blijkt goed te werken om de stemming te verbeteren. Maar ook al is dat goed onderzocht, de reguliere medici blijven bij hun standpunt. Dogma’s komen immers niet alleen in de kerk voor, maar ook in de wetenschap: ze heten alleen anders.

De lijst met onmogelijke dingen is eindeloos. En toch gebeuren ze. Feiten en concrete ervaringen van mensen storen zich niet aan wat volgens reguliere wetenschappers al of niet mogelijk is. De werkelijkheid is veel gevarieerder, diepzinniger en creatiever dan de meeste mensen zich voor kunnen stellen. Toch is er één troost: wat nu nog onmogelijk lijkt, is over pakweg vijftig jaar heel gewoon. Men kan zich dan moeilijk voorstellen dat we zo eenzijdig tegen allerlei dingen hebben aangekeken. Als men dan hoort wat we in deze tijd allemaal hebben geloofd en voor hoeveel dingen we ons in onze onwetendheid hebben afgesloten, zullen er misschien ook wel mensen zijn die zeggen “Onmogelijk, dat geloof ik niet”.

Geloof me, zelfs dat is mogelijk.

 

Bezoek ook eens:

Gedichten van Hendrik
Verhalen van Hendrik

Artikelen/lezingen van Hendrik

 

 

     

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

Top 100 NL