Externe Linken naar Rumi

 Rumi Net

Meander

Rumi Org.

Mailinglist

    

Top 100 NL

 

 


Citaten en Gedichten van Rumi


Jalaluddin Rumi (1207-1273)

 

Roemi en de Mevlevi orde

Sipko den Boer

 

Eeuwenlang was de Perzische dichter en mysticus Djelal-oed-din Roemí (1207-1273) alleen in het Midden-Oosten en Azië bekend. Maar nu heeft ook het Westen hem ontdekt als een van de allergrootste literaire en spirituele persoonlijkheden die de wereld ooit gekend heeft. Zijn meesterwerk, de Masnavî, een leerdicht dat zes boeken en zo’n 25.577 versregels beslaat, bestaat uit onderling verweven verhalen, metafysische bespiegelingen en hoge vluchten van lyrische inspiratie.  De levenswijsheid die Roemí in zijn werk tot uitdrukking brengt, openbaart een grote waarheid, namelijk dat al het leven één is.
Het innerlijke pad waarop Mevlânâ (Turks voor 'onze meester') ons wijst, is een weg die door het hart gaat. Roemi heeft als mystiek dichter op geïnspireerde wijze gebruik gemaakt van het woord om zeer diepe, mystieke wijsheden uit de islamitische traditie over te brengen. Toch kwam hij telkens weer uit bij het gevoel dat woorden slechts stof zijn op de spiegel van de `ervaring’. In deze wereld is het zaak het hart te zuiveren, te polijsten en uiteindelijk te vervolmaken als een spiegel waarin Gods kwaliteiten zich weerspiegelen. De training van de Mevlevi-derwisjen bestaat daarom uit het onderwijzen en louteren van het hart. Het echte weten kómt immers uit het hart. We hebben het dan niet over het bloedpompende orgaan of een vaag beeld, maar over een bijzondere kwaliteit van de ziel, de kern van de psyche, de drempel tussen ego en geest, de plaats voor innerlijke openbaringen.

 

Iemand met een leeg en zuiver hart
weerspiegelt beelden van de Onzichtbare.
Hij wordt intuïtief en kent onze diepste gedachten,
want 'de gelovigen zijn een spiegel voor elkaar'. 

(Masnavî I, 3146-3147)

 

Lees HIER verder


 



Rumi Multimedia

 

          

          



Rumi vertaald in het Nederlands



De Arabier uit de woestijn en de kalief van Bagdad

De vrouw van een nomade zei tegen haar man: 'Wij hebben regenwater in deze kruik. Het is jouw bezit, jouw rijkdom en jouw goed. Neem deze kruik en ga op reis. Ga naar de koning der koningen en geef hem dit als geschenk. Zeg hem: "Wij bezitten niets beters dan dit." In de woestijn bestaat u niets kostbaarder dan water. Al is zijn schatkist gevuld met goud en sieraden, toch heeft hij zeker niet zulk water als dit: dit is buitengewoon!'

De echtgenoot glom van trots. Wie bezit er een dergelijk geschenk?, dacht hij, het is waarachtig een koning als deze waard! De vrouw wist niet dat er in de hoofdstad Bagdad, die voor iedereen toegankelijk was, een grote rivier met water zo zoet als suiker was. Een grote rivier die als een zee door de stad stroomde, vol met boten en visnetten.

'Ga naar de sultan en aanschouw zijn pracht en majesteit!'

Hij bracht zonder te treuzelen zijn kruik, behoed voor dieven en beschermd tegen stenen op de weg, tot aan de troon van de kalief.

Toen de nomade uit de verre woestijn aankwam bij de poorten van het paleis van de kalief zei hij:'O gij, wiens aangezicht tekenen van adeldom vertoont. O gij, wiens geloot stralender is dan het zuivere goud van Ja'far. ,0 gij, van wie het zien honderd andere visioenen waard is, het zou rechtvaardig zijn duizenden dinars uit te geven om u te zien ook al zal dit slechts eenmalig zijn. O gij, die geheel en al ziende bent geworden door het licht van God, door God gezonden om vrijgevig te zijn, om het koper van de menselijke schepsels door de alchemie van uw blik in goud om te zetten. Ik ben een vreemdeling, ik ben uit de woestijn gekomen in de hoop de genade van de sultan te verkrijgen. Het parfum van zijn genade heeft zich over de woestijnen verspreid. Zelfs de zandkorrels hebben er een ziel door ontvangen.

Ik heb deze lange reis gemaakt om geld te vragen en vanaf dat ik aangekomen ben, ben ik dronken geweest door het visioen. Ik heb water meegebracht als cadeau om brood te krijgen en de hoop op brood heeft mij naar de hoogste plaats van het paradijs gebracht!'

Toen de kalief de nomade zag en zijn verhaal hoorde, vulde hij de kruik met goud en stopte er nog andere cadeaus bij.

Hij zei: 'Geef deze kruik vol goud in zijn handen en, wanneer hij naar huis gaat, laat hem dan langs de Tigris gaan.' Toen de Arabier aan boord ging van de boot en de Tigris zag, maakte hij vol schaamte een buiging.

Met diepgebogen hoofd sprak hij; 'O! hoe wonderbaarlijk is de goedheid van deze genereuze koning. En nog buitengewoner dat hij het water aangenomen heeft.'

(Masnavi, vert. Ed du Rocher,

Vol. l, p. 2.30)

 

In dit verhaal kan de kruik beschouwd worden als het symbool van het menselijk lichaam. Het water in de kruik is de gelimiteerde kennis, gebonden aan het menselijk bestaan in een fysiek lichaam. De rivier de Tigris symboliseert de onbegrensde kennis die is voorbehoudenaan de spirituele wereld en aan hen die daar toegang toe hebben. Op die plek stroomt de Tigris van directe kennis ongehinderd. Eerst moet men de kruik met brak water leegmaken en hem vullen met goud. Dit betekent dat men het lichaam dient te zuiveren en de rationele en bewuste kennis eruit dient te verwijderen, voordat men toegang verkrijgt tot de buitenzintuiglijke wereld. Roemi schrijft: 'Deze kruik met water symboliseert de verschillende soorten van kennis en de kalief is de Tigris van de kennis van God. Wij brengen een kruik water naar de Tigris, ons niet bewust dat wij ezels zijn'. De nomade kunnen wij vergeven, tenslotte wist hij niet van het beslaan van de rivier de Tigris. Wanneer hij deze rivier gekend zou hebben, dan had hij zijn kruik stukgeslagen.’

Laten wij nog eens naar Roemi luisteren: 'Wat is deze kruik? Ons begrensde lichaam waarin zich de schrale kennis bevindt die wij met onze gewone zintuigen hebben opgedaan. Maak dit water schoon, reinig het van alle vervuiling en zoek een doorgang naar de zee. Zo zal de koning jouw kruik in een schone staat aantreffen en wanneer jij je kruik aan de koning aanbiedt, zal de koning zelf er de koper van worden. Dan zal het water ongehinderd stromen en honderd werelden kunnen gevuld worden met de inhoud van jouw kruik. Sluit alle gaten af en reserveer al je inspanningen voor het water in de kleipot van de realiteit. Wij zijn allen ezels ofschoon wij onszelf niet als ezels beschouwen.'

Seyed M. Azmayesh

Uit: Bres augustus / september 2007 – ontvangen via http://groups.yahoo.com/group/Roemi/

 


VERHAAL     WATER

Een verhaal is als het water
dat je warm maakt om een bad te nemen.

Het brengt berichten over tussen het vuur
en jouw huid. Het laat hen elkaar ontmoeten,
en het reinigt jou.

Maar heel weinigen kunnen neerzitten
in het midden van het vuur zelf
zoals een salamander of zoals Abraham.
Wij hebben bemiddelingen nodig.

Een gevoel van volheid komt,
maar meestal is er wat brood nodig
om dat te brengen.

Schoonheid omringt ons,
maar meestal moeten we wandelen
in een tuin om dat te beseffen.

Het lichaam zelf is een soort van scherm
om af te dekken en gedeeltelijk te onthullen
het licht dat laait
aan de binnenkant van jouw aanwezigheid.

Water, verhalen, het lichaam,
al de dingen die wij doen, zijn bemiddelingen
die verhullen en tonen dat wat verborgen is.

Bestudeer ze,
en geniet van het gewassen worden
door een geheim dat we soms kennen,
en dan weer niet.

 

 

Honderd keer neem je je voor ergens heen te reizen -
Hij trekt je ergens anders naar toe.
Hij trekt de teugels van het paard in alle richtingen
opdat het ongetrainde dier de ruiter leert kennen.
Het slimme paard blijft in het gelid,
want het weet dat de ruiter in het zadel zit.

Hij richtte je hart op honderd hartstochtelijke verlangens,
stelde je teleur en brak toen je hart.
Hoe kun je twijfelen aan het bestaan van de vleugelbreker
als hij de vleugels brak van je aanvankelijke bedoeling.
Hoe kun je je ogen blijven sluiten voor Zijn bevel
als Zijn verordening het koord van de trukendoos heeft gebroken.


Roemi, Masnavi III, 4456-4461
Uit: Roemi, JuwelenUitg. Synthese, Den Haag, 2006

 

 

Alle zelfzuchtige pleziertjes zijn bedrog en oplichterij,
die lichtflits wordt omgeven door een muur van duisternis.
De bliksemschicht is maar van korte duur
en je hebt, door duisternis omgeven, nog een lange weg te gaan.
Bij dat licht kun je geen brief lezen
en evenmin naar je bestemming rijden.
Maar doordat jij je door de lichtflits laat misleiden,
trekken de zonnestralen zich van je terug.
Mijl na mijl leidt het bedrog van de lichtflits
je `s nachts zonder gids dieper in een donkere wildernis.

Het ene moment val je tegen een berg, het volgende in een rivier,
nu eens dwaal je hier rond, dan weer daar.
Zoeker van wereldse waardigheid, je vindt de gids nooit
en als je hem vindt, keer je je van hem af
met de woorden: `Zestig mijl heb ik al op deze weg afgelegd
en nu zegt deze gids dat ik de weg kwijt ben.
Als ik gehoor geef aan zijn wonderlijke raadgeving,
moet ik de reis opnieuw aanvangen onder zijn hoede.
Ik heb mijn leven gewijd aan deze reis.
Laat maar zitten. Wat komt, komt. Ga weg, meester!'

`Ja, je hebt al een hele reis achter de rug,
maar eigengereidheid levert net als de lichtflits weinig op.
Kom, leg een tiende van die reis af
omwille van de luisterrijke zon van goddelijke inspiratie.
Je las het vers: 'Vermoedens wegen niet op tegen de waarheid',
maar toch werd je door zo'n lichtflits blind voor het licht van de
zon.
Luister, stap in onze boot, arme stakker,
of leg in elk geval die boot van jou vast aan die van ons.'

(VI:4094-4106)

Uit: Roemi, Juwelen
Uitg. Synthese, Den Haag, 2006

 


Laten we omdat het laat is en regent naar huis gaan, naar huis.
Een uitnodiging aan alle vrienden: op huis aan, naar huis.
Hoe lang hangen we nog als verbannen uilen rond de ruïnes?
Op huis aan, naar huis.
Vrienden met stralend gemoed, laten we ons ondanks alle blinden naar
huis begeven, naar huis.
Jullie, die redelijk en op je hoede zijn,
verontrust óns hart niet met al je zorgen. Op huis aan, naar huis.
Hoe lang nog dit liefdesspel met droombeelden uit het paradijs?
Net als de mieren zagen jullie de graankorrels, niet de oogst.
Op huis aan, naar huis.
Vraag niet naar het hoe en waarom,
laat het grazen maar over aan het vee.
Op huis aan, naar huis.
In dat huis is mystieke muziek voor het besnijdenisfeest
maar alleen voor wie zuiver zijn. Op huis aan, naar huis.
Sjams van Tabrîz heeft een huis gebouwd voor wie naakt is.
Op huis aan, naar huis.

Roemi, Diwan-e Sjams-e Tabrizi, Ode F. 2345

Uit: Kabir Helminski
Het wetende hart

bron

 

Het diepste bewustzijn in de mens is als de wortel van een boom.
Zoals aan het harde hout van een boom bladeren ontspruiten,
zo groeien in onze ziel en geest de bladeren al naargelang de wortels.
Van de bomen van het geloof wieken vleugels op naar de hemel:
Stevig geworteld in de aarde en met de takken tot aan de hemel
reikend.

Roemi, Masnawi III:4386-4388


De wreedheid van de tijd
en alle kwellingen
zijn minder erg dan ver van God zijn
en Hem vergeten.
Want die kwellingen gaan voorbij,
maar die vergetelheid niet.
Hij alleen is gelukkig
die, wakker en God indachtig,
zijn geest dicht bij Hem brengt.

Masnavi, VI, 1756-1757
Uit: Roemi, Juwelen

 

 

Liefde fluistert me in het oor:
`Je kunt beter een prooi zijn
dan een jager.
Wees mijn dwaas -
verzaak de hoge staat van de zon
en word een stofje!
Kom, hang rond bij Mijn deur en word dakloos.
Doe niet net of je een kaars bent, wees een mot,
opdat je de smaak van het leven mag proeven
en mag zien dat er gezag schuilt in dienstbaarheid.'

(Roemi, juwelen)



Wie met vrienden verkeert,
bevindt zich, ook al zit hij op hete kolen,
in een bloementuin.
Wie met een vijand verkeert,
zit, ook al bevindt hij zich in een bloementuin,
op hete kolen.

(Masnavi boek IV,1976-1978)

 

De hele dag kan ik aan niets anders denken,
elke nacht vraag ik mezelf af:
waar kom ik vandaan
en wat moet ik doen?

Ik zou het echt niet weten.
Mijn ziel komt van een andere wereld,
dat weet ik zeker.
Even zeker als ik voel,
Dat ik daar ook eindigen zal.

 

 

 "Wij waren eerder bij de hemelen,
metgezellen van engelen waren wij.
Laten wij opnieuw daarheen gaan,
want dat is ons land".

 

 

Als God het huis van het lichaam wegneemt,
weeklaag dan niet, klaag niet.
O mijn ziel, er is een verborgen vreugde,
een verborgen gelukkig leven achter het gordijn
van aarde.


Weet dit: je bent in feite gevangen in de
gevangenis van je lichaam.
Als het materiële bestaan,

het fysieke lichaam, weggaat
dan blijft de geest, die jouw ware wezen is, over.


O geest die oneindig is,

O lichaam dat sterfelijk is!
O vogel van de geest,

vlieg naar waar je vandaan kwam, je thuisland,

vlieg!

 


Kom, kom, wie je ook bent,
ongelovige, dienaar van vele goden, vuuraanbidder, kom toch.
Dit is geen klooster zonder hoop.
Al heb je berouw gehad,
en daarna weer honderdmaal gezondigd, kom toch.



 Ik zag rouw een kopje verdriet drinken en riep hardop: "Het smaakt zoet, hé?"
"Je hebt me betrapt", antwoordde de rouw,
"en je hebt mijn zaken verpest, want hoe kan ik nu verdriet verkopen
als je weet dat het lijden een zegen is?"

 

O God, hoor ons gebed,
U die de meest uitmuntende helper bent.
Ontelbaar zijn de listen en lagen die ons gelegd worden
en wij zijn net gretige vogels zonder voer.
Al zijn wij valken, ja de simoerg zelf,
we laten ons steeds opnieuw in nieuwe strikken vangen,
U die zonder behoefte bent.
U bevrijdt ons telkens weer
en weer reppen we ons naar een valstrik.
 
Roemi [M. I, 374-376]

 



Degene die het schuim ziet, verklaart het geheim,
terwijl wie de Zee ziet verbijsterd is.
Degene die het schuim ziet, neemt zich iets voor,
terwijl wie de Zee kent, zijn hart ermee verenigt.
Degene die de schuimvlokken ziet, wikt en weegt,
terwijl wie de Zee ziet, zijn bewuste wil heeft opgegeven.
Degene die de vlokken ziet, is voortdurend in beweging,
terwijl wie de Zee ziet, vrij is van huichelarij.
 
Uit: Juwelen

 


Waar pijn is, zullen genezingen volgen;
waar armoede is, zal rijkdom volgen.
Waar vragen zijn, zullen antwoorden gegeven worden;
waar schepen zijn, zal water stromen.
Besteed minder tijd aan het zoeken naar water en verwerf jezelf dorst!
Dan zal er overvloedig water stromen van boven en van beneden.
 



Zoek God in verootmoediging en zelfuitdoving,
want het denken brengt niets dan vormen voort.
En als je nergens troost vindt dan in vorm,
is de vorm die onwillekeurig bij je opkomt de beste.

Stel, het betreft een stad waarheen je je begeeft,
je wordt er in je afhankelijkheid naar toegetrokken
door een vormloos gevoel van verwachting.

Je begeeft je dus eigenlijk naar iets wat geen plaats heeft,
want je ergens op verheugen is iets anders dan tijd en plaats.

Stel, het betreft een vriend naar wie je toe gaat,
je gaat niet naar hem toe om zijn uiterlijke vorm,
maar om van zijn gezelschap te genieten.

Je begeeft je dus,
hoewel je je er niet van bewust bent
dat dit het doel is van je reis,
eigenlijk naar de vormloze wereld.

God wordt dus in werkelijkheid door allen aanbeden,
want bij reizen gaat het altijd om het plezier,
en daarvan is Hij de bron.

Masnavi VI: 3749-3755



Of je nu snel of langzaam loopt, wie zoekt zal vinden.
Zoek uit alle macht
want zoeken is een uitstekende gids op het pad.
Kruip, ook al ben je lam en kreupel,
gebogen en onhandig, altijd tot de Ene.
Maak die Ene tot je queeste.
Vang waar je ook bent,
door spraak, stilte en zoete geur,
het aroma op van de Koning.

Roemi, Masnavi III, 978-981

Uit: Roemi, Juwelen,
Uitg. Synthese, Den Haag, 2006


Leeg.
 

Als je met iedereen bent,

behalve met mij,

ben je met niemand.

Als je met niemand bent,

behalve met mij,

ben je met iedereen.

Wees iedereen,

in plaats van dat je druk bent met

iedereen.

Als je zoveel wordt, ben je niets.

Ben je leeg.

 



Stemt het hart in met wat de Geliefde wil,
Dan moet het zeggen en doen wat Hij beveelt.
Zegt Hij dat je bloed moet huilen,
vraag dan niet waarom.
Zegt Hij: `Geef me je ziel',
vraag dan niet: `Moet dat nou?'
Kwatrijn 552




Het water zegt tegen wie vies is: `Kom hier.'
Wie vies is zegt: `Ik schaam me zo.'
Het water zegt: `Hoe kan je schaamte
worden weggewassen zonder mij?'


MASNAVÎ, II, 1366-1367
Uit: Het wetende hart
 



Luister, O druppel, geef jezelf op zonder spijt,
en win in ruil daarvoor de Oceaan.
Luister, O druppel, gun jezelf deze eer,
en wees beveiligd in de armen van de Zee.
Wie zou er ooit zo gelukkig kunnen zijn?
Een Oceaan die een druppel het hof maakt!
In Godsnaam, in Godsnaam, verkoop en koop direct!
Geef een druppel, en verwerf deze Zee vol parels.

 

Mensen met een hart als een spiegel
zijn niet afhankelijk van geur en kleur
zij aanschouwen Schoonheid in het moment.
Ze hebben de bolster van kennis opengebroken
en het banier geheven
van het oog van vaste overtuiging.
Het denken is in een flits verdwenen.


(I:3492-3494)

Uit: Roemi, Daglicht

 

 

 

Degene die het schuim ziet, verklaart het geheim,

terwijl wie de Zee ziet verbijsterd is.

Degene die het schuim ziet, neemt zich iets voor,

terwijl wie de Zee kent, zijn hart ermee verenigt.

Degene die de schuimvlokken ziet, wikt en weegt,

terwijl wie de Zee ziet, zijn bewuste wil heeft opgegeven.

Degene die de vlokken ziet, is voortdurend in beweging,

terwijl wie de Zee ziet, vrij is van huichelarij.

 

Masnavi V:2908-2911

 Uit: Roemi Juwelen - Een dagboek met 365 fragmenten van wijsheid

 

 

Zuiver van hart, trekken we, lerend, de wereld door

en raken in de ban van alles om ons heen.

Je bent steeds ergens naar op zoek,

maar het ontgaat je

Dat je dat wat je zoekt al bent.

 

 

Dankbaarheid jegens iemand die je weldaden bewijst

is zeker hetzelfde als dankbaarheid jegens God,

want goddelijke gunst zorgde ervoor

dat hij je die weldaad betoonde.

Niet dankbaar zijn voor wat een mens je schonk

betekent dat je God ondankbaar bent -

zijn recht op dankbaarheid

stamt immers van Gods recht op dankbaarheid.

Dank God altijd voor Zijn gaven,

dank en prijs ook steeds de meester.

Ofschoon de tederheid van een moeder komt van God,

is het toch een heilige plicht en een waardige taak

haar goed te dienen.

 

Masnavi VI:3254-3257

 

Uit: Roemi, Juwelen

 

 

Ode F. 310 

Teruggekeerd is die maan
die de hemel zelfs in zijn dromen nooit heeft gezien.
Zij bracht een vuur dat geen water kan blussen.
Zie het huis van mijn lichaam en aanschouw mijn ziel –
de een in vervoering door de beker van Zijn liefde,
de ander erdoor verwoest.
Toen de herbergier de metgezel werd van mijn hart,
veranderde mijn bloed in wijn,
mijn hart in gebraden vlees.
Wanneer het oog vol is van Zijn beeld, verkondigt een stem:
`Leve de beker, leve de wijn!’
Toen mijn hart de oceaan van de Liefde aanschouwde,
dook het erin en zei: `Zoek me dan als je kan!’
Het gelaat van Sjams oed-Din, de trots van Tabriz, is de zon –
Alle harten zeilen als wolken achter hem aan.

Rumi (vertaling sipko de boer)


 

De voortgang van iemand

die opgewekt alleen op reis gaat,

neemt honderdvoudig toe

als hij reist met metgezellen.

Hoewel een ezel ongevoelig is, o derwisj,

wordt zelfs hij opgevrolijkt

door kameraden van zijn eigen soort

zodat hij zich kan inzetten.

De weg wordt voor een ezel

die afdwaalt van de karavaan

door vermoeidheid honderdmaal langer.

Hoeveel meer prikken en zweepslagen

moet hij niet verduren

om in zijn eentje de woestijn te kunnen doorkruisen!

Die ezel zegt eigenlijk: ‘Wees behoedzaam!

Ga – tenzij je een ezel bent –

niet op die manier alleen op weg!’

Wie in zijn eentje blijmoedig het tolhuis betreedt,

is ongetwijfeld beter af met metgezellen.

Elke profeet die dit rechte pad bewandelde

verrichtte wonderen en zocht medereizigers.

 

 MASNAVÎ VI:512-518

 


Hoop is de dove die regelmatig hoort dat wij sterven,
maar nooit gehoord heeft van zijn eigen dood
of stilstaat bij zijn eigen einde.
Hebzucht is de blinde die de fouten van anderen haarscherp ziet
en ze van straat tot straat rondbazuint,
zijn blinde ogen nemen echter van zijn eigen fouten niets waar.
De naakte is bang dat hem zijn kleed wordt afgerukt,
maar hoe kun je iemand die naakt is zijn kleed afnemen?
De wereldse mens is behoeftig en dodelijk beangst,
hij bezit niets, toch is hij bang voor dieven.
Naakt kwam hij en naakt gaat hij heen,
maar aldoor is hij doodsbenauwd voor dieven.
Wanneer de dood komt,
is het gejammer niet van de lucht,
terwijl hij zelf in de lach schiet om zijn angst.
Op dat moment weet de rijke dat hij geen goud bezit
en ziet de scherpzinnige
dat zijn talent hem niet toebehoort



Nieuw onderwijs

 

Jezus, de zoon van Maria,

rent een heuvel op

alsof een wild dier hem

op de hielen zit.

Iemand volgt hem en vraagt:

- Waar ga je naar toe,

er zit toch niemand achter je aan?

Jezus antwoordt niet,

maar rent nog twee velden verder.

- Ben je degene die woorden kan

uitspreken over een dode,

en hem zo tot leven kan wekken?

- Die ben ik.

- Liet je niet vogels van klei vliegen?

- Dat deed ik.

- Voor wat en wie ren je

dan alsof je leven ervan afhangt?

Nu vertraagt Jezus zijn pas.

- Ik zeg de Grote Naam over

doden en blinden,

ze zijn genezen.

Ik zeg de Grote Naam over een berg,

gekleed in steen,

de berg maakt zich vrij van zijn

mantel van steen.

Ik zeg de Grote Naam over niet-bestaan

en het komt tot bestaan.

Maar als ik uren aaneen,

dag in dag uit, vol liefde

spreek met mensen die menselijk

warmte gebruiken

als voorwerp van spot,

en voor hen de Naam uitspreek,

gebeurt er niets.

Zij blijven rots, worden hooguit tot zand,

voedingsbodem voor plant noch gewas.

Andere ziektes zijn wegen

waarlangs de genade haar entree kan maken,

maar deze vorm van niet-antwoorden

is voedsel voor geweld en koudheid

jegens God.

Daarvoor vlucht ik.

 

Zoals de lucht stukje bij beetje water steelt,

zo drogen woorden van lof op,

verdampen ze bij domme lieden

die weigeren te veranderen.

Een cynicus steelt lichaamswarmte

als de koude steen waarop je zit.

Hij voelt de zon niet.

Jezus liep niet weg van mensen.

Hij was op een nieuwe manier

aan het onderwijzen.

 

 

Rumi – Gedichten – W. Van der Zwan vert.


 

Leeg

 

Als je met iedereen bent,

behalve met mij,

ben je met niemand.

Als je met niemand bent,

behalve met mij,

ben je met iedereen.

Wees iedereen,

in plaats van dat je druk bent met

iedereen.

Als je zoveel wordt, ben je niets.

Ben je leeg.

 

 

Vragen

 

De hele dag kan ik aan

niets anders denken,

elke nacht vraag ik mezelf af:

waar kom ik vandaan en

wat moet ik doen?

 

Ik zou het echt niet weten.

Mijn ziel komt van een andere wereld,

dat weet ik zeker.

Even zeker als ik voel,

dat ik daar ook eindigen zal.

 

Ik werd dronken in de

een of andere kroeg,

maar als ik weer ben teruggekeerd,

zal ik helemaal nuchter zijn.

Ondertussen ben ik als een vogel

van verre oorden,

gekooid in den vreemde.

De dag breekt aan dat ik uitvlieg,

maar met wiens oren

hoor ik mijn eigen stem?

Wie spreekt met mijn mond?

Wie ziet met mijn ogen?

Wat is de ziel?

 

Het zijn vragen die blijven komen.

Zelfs de schim van een antwoord

zou me al verlossen

uit deze kerker vol dronkaards.

Ik kwam hier niet uit vrije wil;

zomaar weggaan lukt me niet.

Degene die me hier heeft gebracht,

zal me ook thuis moeten brengen.

 

Deze gedichten.

Nooit weet ik wat ik ga zeggen.

Een schema of plan heb ik niet

en als ik ze niet voordraag,

kan ik heel stil worden

en nauwelijks mijn mond open doen.

 

Rumi – vert. W. van der Zwan

 

 

Wees waanzinnig

 

 Laat huis en haard aan de verstandigen over
De verliefde bezit enkel de waanzin
Word waanzinnig,
waanzinnig.

 

En als je binnenste vuur
zich openbaart,
Wees de vlinder
en weet je weg.

Laat het huis ten gronde gaan,
Word een vreemdeling van jezelf.

En dan?

Kom dan bij het gezelschap der verliefden
Laat de adem samen zingen,
Zodat het hart reinigt van elke wrok.

En dan?

Tover dan je verlangen naar wijn,
In het dienen van dorstigen.
Je moet leven schenken,
Om eeuwigheid waard te zijn. 

Want als je het gezelschap der bedronkenen zoekt,
Moet je dronken op pad.

(En dan?)

Als je ziel zich van het lichaam scheidt
en de hemel zoekt,
laat dan je aanblik
de aarde schemeren.

Word dan de sterveling die eeuwig is

Word niets.

Bevrijd van het zelf,
Zoals een verliefde
– door liefde getroffen –
behoort te zijn.  


En dan?

Word dan een legende 
Laat huis en haard aan verstandigen
Word waanzinnig,
waanzinnig.

 

 

Dronken van Liefde

 

Door jouw liefde

is al mijn nuchterheid verdwenen.

Ik verkeer in een roes

van waanzinnige liefde.

 

Ik ben zo beneveld

dat ik niet meer weet wie ik ben.

Ik ben zo dronken

dat ik de weg naar huis ben kwijtgeraakt.

 

In de tuin

zie ik alleen jouw gezicht.

Bomen en bloemen

verspreiden louter jouw geur.

 

Dronken van liefdesextase

kan ik niet langer

dronkaard en drank,

minnaar en geliefde

onderscheiden

 

 

 

Door Liefde overmeesterd

 

De schittering van de maan

verlichtte de hemel.

Overweldigd door zoveel schoonheid

wankelde ik en viel.

 

Uw liefde

heeft mij overtuigd.

 

Ik ben bereid

om dit wereldse leven

vaarwel te zeggen

en mij over te geven

aan de grootheid

van uw Wezen.

 

 

 

De Bevoorrechte Geliefden

 

Op dit festival van liefde

danst zelfs de maan mee.

Deze dans van licht,

deze heilige genade,

deze goddelijke liefde,

wijst ons de weg

naar een wereld

die alleen voor geliefden

met hun blikken vol vurige hartstocht

waarneembaar is.

 

Zij zijn de uitverkorenen

die weten wat overgave is.

Eens waren zij vonken van licht,

nu zijn ze de stralende zon zelf.

De wereld van bedrieglijke spelletjes

hebben ze vaarwel gezegd

Zij zijn bevoorrechte geliefden

die met hun ogen vol hartstocht

een nieuwe wereld scheppen.

 

 

 

Gevangen in het Vuur van Liefde

 

Mijn hart staat in brand!

Als een krankzinnige

zwerf ik door de woestijn.

 

Het vuur van mijn hartstocht

Verzengt wind en atmosfeer.

 

Mijn kreten van verlangen

en mijn weeklachten

snijden als messen door mijn ziel.

 

Jij wacht op mij

vol geduld

en kijkt in mijn bedwelmde ogen.

Jij accepteert mijn hartstocht

met een gelijkmoedigheid, de liefde eigen.

Jij bent de meester van het bestaan.

 

Ooit zal ik zo kunnen liefhebben als jij.

 

 

 

Mijn Brandend Hart

 

 Mijn hart brandt van liefde,

iedereen kan de vlammen zien

De hartstocht doet mijn hart bonzen

als de golven van een onmetelijke zee.

 

Mijn vrienden zijn vreemden geworden,

ik heb slechts vijanden om mij heen.

Toch voel ik me zo vrij als de wind,

het deert me niet of ik wordt nagewezen.

 

Overal waar ik ben, ben ik thuis

en in het huis van liefde

kan ik met gesloten ogen

de schoonheid zien dansen.

 

Achter de sluiers,

bedwelmd door liefde,

dans ook ik op het ritme

van deze beweeglijke wereld.

 

Ik ben mijn verstand verloren

in deze wereld van liefde.

 

 

 

Op zoek naar Jouw Gezicht

 

Al vanaf mijn eerste levensdagen

ben ik op zoek geweest naar jouw gezicht.

Vandaag mocht ik het aanschouwen.

 

Vandaag zag ik de charme,

de schoonheid,

de onbeschrijflijke gratie

van het gezicht

waarnaar ik op zoek was.

 

Vandaag heb ik jou gevonden,

en degenen die mij

gisteren nog uitlachten en beschimpten,

hebben er nu spijt van dat zij niet hetzelfde

zochten als ik.

 

Je onbeschrijflijke schoonheid

heeft me volkomen overweldigd.

Ik kom ogen te kort

om je ten volle te zien.

 

Mijn hart heeft gebrand van verlangen

en is altijd op zoek geweest

naar de wonderbaarlijke schoonheid

die ik nu mag aanschouwen.

 

Ik schroom om

deze liefde menselijk te noemen

en heb te veel ontzag voor God

om haar als goddelijk te bestempelen.

 

Jouw zoetgeurende adem

is als de ochtendwind

over deze stille tuin neergedaald.

Jij hebt mij nieuw leven ingeblazen.

Ik ben in jouw zonneschijn,

maar ook in jouw schaduw veranderd.

 

Mijn ziel jubelt van extase.

Ik ben tot in al mijn vezels

verliefd op jou.

Jouw schittering

heeft mijn hart in vlam gezet

en doet hemel en aarde

voor mij stralen.

 

De pijl van mijn liefde

heeft zijn doel bereikt.

Ik ben het huis van genade binnengegaan

en mijn hart

is in een gebedsruimte veranderd.

 

 

PIJN EN EXTASE VAN EEN SMACHTENDE ZIEL


In boomgaard en rozentuin
speur ik vol verlangen naar je gezicht.
De Zoetheid die mijn zintuigen beroert
doet mij verlangen je lippen te kussen.
In de schaduw van hartstocht
smacht ik naar jouw liefde.

 

0, oneindig verheven Geliefde!
Laat mij mijn zorgen vergeten.
Alle bloemen weerspiegelen
de uitbundigheid van je geest.

In de naam van Allah,
bevrijd mij uit de kerker van mijn ego,
laat mij mijzelf verliezen
in de bergen en de woestijn.

 

Ik heb genoeg van alle sombere en eenzame mensen.
Opgaan in de bedwelmende roes van je liefde en
de kracht van Rustam in mijn handen voelen,
is alles wat ik verlang.

Ik heb genoeg van alle sterfelijke leiders.
Ik verlang ernaar jouw licht te zien.


Met lantaarns in de hand
doorzoeken sjeiks en mollahs
de donkere krochten van de steden
zonder te vinden wat ze zoeken.
Jij bent de Essentie van de Essentie,
de Liefde die alles bedwelmt.
Hoe graag zou ik jouw grootheid bezingen.
Maar de pijn van mijn smachtende ziel
doet mijn woorden verstommen.

 

 

 

uit:  Daglicht

 

Hoewel het Lot je honderd keer belaagt,
zet het ten slotte een tent voor je op in de hemel.
Gods vriendelijkheid jaagt je angst aan
om je in veiligheid te brengen.

(I, 1260-1261)

 

Een doorn in de voet is moeilijk te vinden.
En de doorn in het hart?
Zag iemand die,
dan deed hij nooit een ander verdriet.

(I, 152-153)

 

Weet dat de uiterlijke vorm voorbijgaat,
maar dat de werkelijke wereld
voorgoed blijft bestaan.
Hoe lang staar je je nog blind
op de vorm van de kruik?
Laat dat ding toch, zoek het levende water!

(II, 1020-1021)

 

Het lagere zelf filosofeert.
Geef het om zijn eigen bestwil een oplawaai.
Ermee redetwisten baat niet.
Het gloeit op het moment dat het er getuige van is
dat de profeet een wonder verricht
heel even van geloof,
maar zegt later:
'Dat heb ik me verbeeld,
want als die ongelooflijke aanblik
echt geweest was,
was ze voor mijn ogen blijven bestaan.'
Ze blijft bestaan voor het gelouterde oog,
maar blijft onzichtbaar voor het dier in ons.
Wonderen houden zich verre
van de lichamelijke zintuigen -
verbergt een pauw zich in een greppel?

(II, 3500-3504)

 

Het woord is als een nest,
betekenis de vogel,
het lichaam de rivierbedding,
de geest het golvende water.

(II, 3293)

 

Zinsbegoocheling is een goddelijke vloek
waardoor iemand zo afgunstig,
verwaand en boosaardig wordt
dat hij niet weet dat zijn euveldaden
hem uiteindelijk onderuithalen.
Als hij zijn nietigheid
en dodelijke, zwerende wond beseft,
ontstaat uit die blik naar binnen pijn,
en die pijn is zijn redding.

( II, 2513-2517)

 

O God, maak ons versteende hart
zo zacht als was,
maak onze weeklacht zoet
en schenk ons Uw genade.

(II,1992)

 

 

 

 Uit: Liefde is de Weg

 

Als je bij me bent,
houdt onze liefde me uit de slaap.
Als je niet bij me bent,
kan ik niet slapen van verdriet.
Wonderlijk, twee nachten van wakker liggen -
Maar god, wat een verschil!

 

 

Uit: Woorden van het Paradijs

 

Dit is liefde: opwieken naar de hemel

Elk moment een honderdtal sluiers stuk rijten.
Eerst maak je je los van het zelf,
Je eerste stap zet je zonder voeten -
Deze wereld negeren en alleen zien wat U ziet.
Ik zei: `Gelukgewenst, mijn hart
dat je de kring van minnaars hebt betreden,
dat je verder kijkt dan het oog,
dat je het hartenlaantje in rent.'
Waar komt deze adem vandaan, mijn hart?
Waar komt dit bonzen vandaan, mijn hart?
Vogel spreek de taal der vogels,
ik begrijp de geheime betekenis.
Het hart zei: `Ik was in de fabriek
waar het huis van water en klei stond te bakken.
Ik vloog bij de werkplaats vandaan
toen die in het leven werd geroepen.
Toen ik geen weerstand meer kon bieden,
sleepten ze me mee.
Wat moet ik daarover zeggen?'

Ode F. 1919

Vertaald door Sipko den Boer

 

 

 

Uit liefde geboren.

 

In de liefde moet je levend zijn, aan dood zijn heb je niets.
Weet je wie levend is? Degene die uit liefde is geboren.
De hartstocht van brullende leeuwen, het vlijmscherpe zwaard,
De mannelijkheid van alle mannen stellen in de liefde niets voor.
Op deze weg liggen struikrovers op de loer
en dit soort medereizigers is als de vrouwen
die daar maar zitten met hun met henna beschilderde voeten
en dus niet geschikt zijn voor deze weg.


De strijdtrommel weerklinkt, het leger van liefde is in aantocht.
Waar is Roestam die aan het hoofd staat en zijn mouwen moet opstropen?
De donder rolt door zijn hart, de ziel gaat schuil achter de wolk van het lichaam,
De bliksem flitst slechts een moment door het lichaam maar is niet blijvend.
Het zwaard van de dood kan zo’n hoofd niet afslaan –
Het is immers een verheven hoofd, dat reikt tot aan de hemeltroon.
Een hart als dit wordt niet door Weltschmerz terneergedrukt.


Het verdriet van de wereld vermeerdert zijn vreugde.
Laat je door zijn zure gezicht niet misleiden – hij is als lentewolken.
Ook al heeft hij een zuur gezicht, door hem wordt de wereld zoet.
Zijn leeuw verlangt niet naar de gazelle, zijn gazelle
is de tegenwoordigheid van God.
De ontkenner in dit weiland kauwt op vele distels
en kraamt de grootste onzin uit.


Zoek ons in de liefde en zoek de liefde in ons.
Soms prijs ik Hem in mij en soms zingt Hij mijn lof.
Als een zeeschelp opent Hij zijn mond
en slurpt de zee van ik en mij op als één enkele druppel.

 

Roemi, Ghazal 843, vertaald door Sipko A. den Boer
met medewerking van Aleid C. Swierenga en Fraidoon W. Hosainy

 

 

Mens-zijn is een herberg

 

Mens-zijn is een herberg,
Elke ochtend arriveert er een ander,
Een vreugde, een depressie, een laagheid,
Een moment van bewustzijn daagt op
Als een onverwachte bezoeker.

Verwelkom en vermaak ze allen!
Behandel iedere gast met eerbied,
Al is het een schare verdriet
Die je huis heftig
Van zijn meubilair ontdoet.

Misschien ruimen ze je huis leeg
Voor een nieuwe verrukking,
De donkere gedachte,
De schaamte,
De boosaardigheid…
 
Treedt ze met een lach, bij de deur, tegemoet
En noodt ze binnen.
Wees dankbaar voor wie er komt;
Ieder van hen is immers gezonden
Als een leidsman(vrouwe)
Van boven…

 

 

Vragen

De hele dag kan ik aan niets anders denken,
elke nacht vraag ik mezelf af:
waar kom ik vandaan
en wat moet ik doen?

Ik zou het echt niet weten.
Mijn ziel komt van een andere wereld,
dat weet ik zeker.
Even zeker als ik voel,
Dat ik daar ook eindigen zal.

Ik werd dronken in de
een of andere kroeg,
maar als ik weer ben teruggekeerd,
zal ik helemaal nuchter zijn.
Ondertussen ben ik als een vogel
van verre oorden,
gekooid in den vreemde.
De dag breekt aan dat ik uitvlieg,
maar met wiens oren hoor ik mijn eigen stem?
Wie spreekt met mijn mond?
Wie ziet met mijn ogen?
Wat is de ziel?

Het zijn vragen die blijven komen.
Zelfs de schim van een antwoord
zou me al verlossen
uit deze kerker vol dronkaards.
Ik kwam hier niet uit vrije wil;
zomaar weggaan lukt me niet.
Degene die me hier heeft gebracht,
zal me ook thuis moeten brengen.

Deze gedichten.
Nooit weet ik wat ik ga zeggen.
Een schema of plan heb ik niet
en als ik ze niet voordraag,
kan ik heel stil worden
en nauwelijks mijn mond open doen.

 

 

 

Kunst

In uw licht leer ik hoe te minnen.
In uw schoonheid hoe te dichten.
U danst binnenin mijn hart,
waar niemand u kan zien.

Maar soms vang ik een glimp op.
Uit die glimp ontstaat mijn kunst.

 

 

 

Ik stierf als mineraal en werd een plant.
Ik stierf als plant en werd een dier.
Ik stierf ook als plant om mens te worden.
Waarom zou ik bang zijn voor de dood,
als ik er nooit iets door verloor,
doch enkel erdoor won?
Mijn volgende stap zal zijn
dat ik mij verhef
naar de staat van engel.
Ook als engel zal ik sterven,
om te ontwaken in een staat
die alle bevatting te boven gaat.

 

 

 

Gaarne zou ik je kussen
De prijs van kussen is je leven
Nu loopt mijn liefde mijn leven tegemoet
en schreeuwt het uit:
Wat een koopje, laten we het doen!

 

 

 

Iemand ging naar de deur van de Beminde
en klopte aan.
Een stem vroeg: "Wie is daar?"
Hij antwoordde: "Ik."
De stem zei:"Er is geen plaats voor Mij en U."
De deur werd gesloten.
Na een jaar van eenzaamheid en gemis
keerde hij terug en klopte aan.
Een stem van binnen vroeg:"Wie is daar?"
De man zei: "U."
De deur ging voor hem open.

 

 

Hoop is de dove die regelmatig hoort dat wij sterven,
maar nooit gehoord heeft van zijn eigen dood
of stilstaat bij zijn eigen einde.
Hebzucht is de blinde die de fouten van anderen haarscherp ziet
en ze van straat tot straat rondbazuint,
zijn blinde ogen nemen echter van zijn eigen fouten niets waar.
De naakte is bang dat hem zijn kleed wordt afgerukt,
maar hoe kun je iemand die naakt is zijn kleed afnemen?
De wereldse mens is behoeftig en dodelijk beangst,
hij bezit niets, toch is hij bang voor dieven.
Naakt kwam hij en naakt gaat hij heen,
maar aldoor is hij doodsbenauwd voor dieven.
Wanneer de dood komt,
is het gejammer niet van de lucht,
terwijl hij zelf in de lacht schiet om zijn angst.
Op dat moment weet de rijke dat hij geen goud bezit
en ziet de scherpzinnige
dat zijn talent hem niet toebehoort

 

 

Uit: Roemi,  Juwelen

Een dagboek met 365 fragmenten van wijsheid. 

 

Luister naar het riet van de fluit, hoe het vertelt
En hoe het klaagt, gekweld door de pijn van het afscheid!
“Sinds ik gesneden werd uit het riet van mijn vaderland,
huilt heel de wereld mee op mijn klanken.
Ik zoek een hart, gebroken door scheidingsverdriet,
Aan wie ik kan vertellen over de pijn van het scheiden….
(uit lit.1 p.17)

 

 

 

Als tien lantaarns aanwezig zijn op één plaats,
verschillen ze van elkaar in vorm.
Toch kun je, wanneer je de aandacht vestigt op het licht,
niet onderscheiden welk licht afkomstig is van welke lamp.
In de geest is er geen verdeling,
bestaat geen individualiteit.
Zoet is de eenheid van de Vriend met Zijn vrienden.
Vang de geest en houd hem vast.
Help dit koppige zelf uiteenvallen
opdat je hieronder eenheid mag ontdekken
als een verborgen schat.
(I:678-683)

 

 

Degene die het schuim ziet, verklaart het geheim,
terwijl wie de Zee ziet verbijsterd is.
Degene die het schuim ziet, neemt zich iets voor,
terwijl wie de Zee kent, zijn hart ermee verenigt.
Degene die de schuimvlokken ziet, wikt en weegt,
terwijl wie de Zee ziet, zijn bewuste wil heeft opgegeven.
Degene die de vlokken ziet, is voortdurend in beweging,
terwijl wie de Zee ziet, vrij is van huichelarij.
(V:2908-2911)

 


Eet je te weinig van het stoffelijk voedsel,
dan blijf je zo hongerig als een kraai
en word je humeurig en futloos;
eet je je buikje rond, dan krijg je last van je maag.
Neem Gods voedsel tot je, dat licht verteerbaar is,
en bevaar als een schip de oceaan van de geest.
Wees geduldig en volhardend bij het vasten.
Wacht op het voedsel van God.
Want God, die met goedheid handelt en lankmoedig is,
schenkt zijn gaven aan hen die hoopvol zijn.
Wie meer dan genoeg heeft gegeten,
vraagt zich niet vol verwachting af waar het brood blijft.
Wie zonder voedsel zit,
blijft hongerig en hoopvol vragen: `Waar is het?'
en kijkt ernaar uit.
Als je niet hoopvol bent,
valt dat overvloedige geluk je niet ten deel.
(V:1746-1753)

 

 

HEEFT DE DOOD JE NU PAS DE OGEN GEOPEND?

 

Ik heb geen aandacht besteed aan Jouw waarschuwingen:

terwijl ik beweerde dat ik een afbreker van afgoden was,

was ik juist een maker ervan.

Zou ik meer aandacht moeten besteden aan Jouw werken óf aan de dood?

Laat het dan de dood zijn, want de dood is als de herfst,

en Jij bent de wortel waaraan alle bladeren ontspringen.

Jarenlang heeft de dood zijn trommel geroerd,

maar pas wanneer je tijd op is zal je oor dat horen.

In smarten schreeuwt de onoplettende mens vanuit de diepten van zijn ziel,

"O God, ik sterf!" Heeft de dood je nu pas de ogen geopend?

De dood is hees van het schreeuwen:

door zo vele verbazingwekkende slagen is de huid van zijn trommel gescheurd,

maar jij ging helemaal op in trivialiteiten;

en nu pas begin je het mysterie van de dood te vrezen.

 

Mathnawi VI:771-776

Engelse vert. Camille en Kabir Helminski

Jewels of Remembrance

 

 

De stralen van de zon, de geest,
werden gebroken door de vensters van het lichaam.
Als je naar de zonneschijf staart, is zij één,
maar wie ervan wordt afgeschermd
doordat hij lichamen waarneemt,
slaat aan het twijfelen.
Meervoudigheid komt voort uit het dierlijke in de geest,
het menselijke in de geest is één.
In zoverre `God hen heeft besprenkeld met Zijn licht',
is de mens wezenlijk één.
Gods licht is nooit gebroken.

Roemi, Masnavi, II, 186-189
Uit: Daglicht
Uitgeverij Synthese, Den Haag, 2004

 

Parels

Wat heb je en wat won je?

Waar zijn de parels

van de bodem van de zee? Zinloos zijn je zinnen,

als je sterfbed wordt opgemaakt. Waar is je geestelijk licht

dat je leidt

op het pad van je hart?

Als in je graf

het stof je ogen vult,

wat zal het graf verlichten? Als je handen vergaan,

je voeten verteren,

waar zijn de vleugels en veren, van je ziel

die vrij wil vliegen?

 

Wie goed doet, goed ontmoet. Maar wat is goed,

als je het daarom doet?

 

vertaling W. V D Zwan

 

 

Kijkwinkelen

 

Die spirituele kijkwinkelaars

stellen vragen als vertier:

Wat kost dit? Wat kost dat?

 

Verveling is hun drijfveer,

verlangen is hen onbekend.

 

Het afding-spel drijft hen,

koopwaar is als lucht.

 

De wereld van hier

wil goud als geld,

de wereld van daar

zit anders in elkaar.

Daar heet het kapitaal 'liefde'

en twee ogen,

droef-betraand.

 

Word een koper,

en wek de koopman in me,

ontgin de mijn

van mijn innerlijk robijn.

 

Laat vliegen de valk,

en kies voor de duif.

Begin iets groots en stoms,

doe als Noach.

Wat je doet voor de Schepper,

staat boven spot en hoon.

 

vertaling W. V D Zwan

 

 

Teleurstelling.

 

Als je werk niet brengt

wat je ervan verwacht,

tot wie en wat richt je je,

teleurgesteld en wel?

 

Werk maakt een keizer van de een,

een bedelaar van de ander.

Het huwelijk, een zegen voor de een

is de ander een vloek.

 

Wordt het geen tijd dat je vragen stelt: Hoe?

Op welke manier?

 

Manieren zijn vluchtig als vliegen,

de staart van de ezel

is een slechte gids.

 

Manieren zijn als sluiers, ze belemmeren je het zicht.

 

Als je een valkuil aanziet voor

een huis,

ben je met open ogen blind,

woon je in een illusie.

 

 

Wees niet bang.

Elke valkuil is een teken,

elke strik is een signaal.

Wrijf uit je ogen

en zie voor jezelf!

 

 

vertaling W. V D Zwan

 

 

Uit: Het wetende hart

Het water zegt tegen wie vies is: `Kom hier.'
Wie vies is zegt: `Ik schaam me zo.'
Het water zegt: `Hoe kan je schaamte
worden weggewassen zonder mij?'


MASNAVÎ, II, 1366-1367

Kabir Helminski

 

 

Een Pers, een Turk, een Arabier en een Griek waren samen op reis naar
een ver land.

Ze kregen ruzie over de vraag waar ze het enige muntstuk
dat ze samen bezaten, moesten uitgeven.

Alle vier wilden ze er eten van kopen,

maar de Pers dacht aan angoer,

de Turk aan oezoem,

de Arabier aan inab

en de Griek aan stafil.

 

De ruzie liep hoog op, want
niemand begreep wat de anderen wilden.
Toevallig kwam een taalkundige voorbij, die en hoorde ruziën.

'Geef de munt maar aan mij', zei hij.

'Dan zal ik zorgen dat jullie allemaal je
zin krijgen.'


De taalkundige kreeg de munt en liep naar een winkeltje,

waar hij vier trosjes druiven kocht.

Vervolgens gaf hij alle mannen een trosje.
'Dat is nu een angoer!' riep de Pers.
'Ik noem dit oezoem!' zei de Turk.
'U hebt inab voor me meegenomen', zei de Arabier.
'Niet waar! In mijn taal heet dit stafil', riep de Griek.


Opeens kwamen de mannen tot het besef

dat ze allemaal hetzelfde hadden gewild,

maar dit niet aan elkaar duidelijk hadden kunnen maken.

 

Rumi - 1000 verhalen.

 

Rumi vertaald in het Engels.

 


The sunlight splits when entering the windows of the house.

This multiplicity exists in the cluster of grapes;

It is not in the juice made from the grapes.

For he who is living in the Light of God,

The death of the carnal soul is a blessing.

Regarding him, say neither bad nor good,

For he is gone beyond the good and the bad."


The garden of Love
is green without limit
and yields many fruits
other than sorrow and joy.
Love is beyond either
condition:
without spring,
without autumn,
it is always fresh.




"If you want to live, die in Love; die in Love if you want to remain alive."

 

The one who has not had a taste of love
Is but a piece of wood or stone to God.
Love extracts water from stones;
Love removes rust from mirrors.

Infidelity seeks war, faith peace;
Love sets fire to war and peace alike.
Love opens its mouth in the sea of the heart;
It devours the two worlds like a whale.

Like a lion, love knows no ruse;
It does not change from a lion to a fox.
(Divan 1331:1-5)

 

 

The Great Way is not difficult

for those who have no preferences.

When love and hate are both absent,

everything becomes clear and undisguised.

 

 

I am so small I can barely be seen.
How can this great love be inside me?

Look at your eyes. They are small,
but they see enormous things.

 

 

Dance, as though no one is watching,

Love, as though you've never been hurt before,

Sing, as though no one can hear you,

Work, as though you don't need the money,

Live, as though heaven is on earth.

 

 

Quietness

 

Inside this new love, die.

Your way begins on the other side.

Become the sky.

Take an axe to the prison wall.

Escape.

Walk out like someone suddenly born into color.

Do it now.

You're covered with thick cloud.

Slide out the side. Die,

and be quiet. Quietness is the surest sign

that you've died.

Your old life was a frantic running

from silence.

 

The speechless full moon

comes out now.

 

Love Is the Funeral Pyre

 

Love is

The funeral pyre

Where I have laid my living body.

 

All the false notions of myself

That once caused fear, pain,

 

Have turned to ash

As I neared God.

 

What has risen

From the tangled web of thought and sinew

 

Now shines with jubilation

Through the eyes of angels

 

And screams from the guts of

Infinite existence

Itself.

 

Love is the funeral pyre

Where the heart must lay

Its body

 

The Guest House

 

This being human is a guest house.

Every morning a new arrival.

 

A joy, a depression, a meanness,

some momentary awareness comes

as an unexpected visitor.

 

Welcome and entertain them all!

Even if they're a crowd of sorrows,

who violently sweep your house

empty of its furniture,

still, treat each guest honourably.

He may be clearing you out

for some new delight.

 

The dark thought, the shame, the malice,

meet them at the door laughing,

and invite them in.

 

Be grateful for whoever comes,

because each has been sent

as a guide from beyond.

 

Birds Nesting near the Coast

 

Soul, if you want to learn secrets,

your heart must forget about shame

and dignity.  You are God's lover,

yet you worry what people are saying.

 

The rope belt the early Christians

wore to show who they were, throw

it away!  Inside, you are sweet

beyond telling, and the cathedral

there, so deeply tall.  Evening now,

more your desire than a woman's hair.

 

And not knowledge: walk with those

innocent of that: faces inside fire,

birds nesting near the coast, earning

their beauty, servants to the ocean.

 

There is a sun within every person,

the you we call companion.

 

Craftsmanship and Emptiness

 

I've said before that every craftsman

searches for what's not there

to practice his craft.

 

A builder looks for the rotten hole

where the roof caved in. A water carrier

picks the empty pot. A carpenter

stops at the house with no door.

 

Workers rush toward some hint

of emptiness, which they then

start to fill. Their hope, though,

is for emptiness, so don't think

you must avoid it. It contains

what you need!

 

Dear soul, if you were not friends

with the vast nothing inside,

why would you always be casting your net

into it, and waiting so patiently?

 

This invisible ocean has given you such abundance,

but still you call it "death,"

that which provides you sustenance and work.

 

God has allowed some magical reversal to occur,

so that you see the scorpion pit

as an object of desire,

and all the beautiful expanse around it

as dangerous and swarming with snakes.

 

This is how strange your fear of death

and emptiness is, and how perverse

the attachment to what you want.

 

Now that you've heard me

on your misapprehensions, dear friend,

listen to Attar's story on the same subject.

 

He strung the pearls of this

about King Mahmud, how among the spoils

of his Indian campaign there was a Hindu boy,

whom he adopted as a son. He educated

and provided royally for the boy

and later made him vice-regent, seated

on a gold throne beside himself.

 

One day he found the young man weeping.

"Why are you crying? You're the companion

of an emperor! The entire nation is ranged out

before you like stars that you can command!"

 

The young man replied, "I am remembering

my mother and my father, and how they

scared me as a child with threats of you!

'Uh-oh he's headed for King Mahmud's court!

Nothing could be more hellish!' Where are they now

when they should see me sitting here?"

 

This incident is about your fear of changing.

You are the Hindu boy. Mahmud, which means,

Praise to the End, is the spirit's poverty, or emptiness.

 

The mother and father are your attachment

to beliefs and bloodties

and desires and comforting habits.

 

Don't listen to them!

They seem to protect,

but they imprison.

 

They are your worst enemies.

They make you afraid

of living in emptiness.

 

Some day you'll weep tears of delight in the court,

remembering your mistaken parents!

Know that you body nurtures the spirit,

helps it grow, and then gives it wrong advice.

 

The body becomes, eventually, like a vest

of chainmail in peaceful years,

too hot in summer and too cold in winter.

 

But the body's desires, in another way, are like

an unpredictable associate, whom you must be

patient with. And that companion is helpful,

because patience expands your capacity

to love and feel peace.

 

The patience of a rose close to a thorn

keeps it fragrant. It's patience that gives milk

to the male camel still nursing in its third year,

and patience is what the prophets show to us.

 

The beauty of careful sewing on a shirt

is the patience it contains.

 

Friendship and loyalty have patience

as the strength of their connections.

 

Feeling lonely and ignoble indicates

that you haven't been patient.

 

Be with those who mix with God

as honey blends with milk, and say,

 

"Anything that comes and goes,

rises and sets,

is not what I love."

 

Live in the one who created the prophets,

else you'll be like a caravan fire left

 

The Lame Goat

 

You’ve seen a herd of goats

Going down to the water.

 

The lame and dreamy goat

Brings up the rear.

 

There are worried faces about that one,

But now they’re laughing,

 

Because look as they return,

That goat is leading!

 

There are many different kinds of knowing.

The lame goat’s kind is a branch

That traces back to the roots of presence.

 

Learn from the lame goat,

And lead the herd home.

 

 

 

If you could get rid
of yourself just once,
The secret of secrets
Would open to you.
The face of the unknown,
Hidden beyond the universe
Would appear on the
Mirror of your perception.

 

We are as the flute, and the music in us is from thee;
we are as the mountain and the echo in us is from thee.

 We are as pieces of chess engaged in victory and defeat:
our victory and defeat is from thee, O thou whose qualities are comely!

 Who are we, O Thou soul of our souls,
that we should remain in being beside thee?

 We and our existences are really non-existence;
thou art the absolute Being which manifests the perishable.

 We all are lions, but lions on a banner:
because of the wind they are rushing onward from moment to moment.

 Their onward rush is visible, and the wind is unseen:
may that which is unseen not fail from us!

 Our wind whereby we are moved and our being are of thy gift;
our whole existence is from thy bringing into being.
 

Mesnavi Book I, 599-607

 


On the Deathbed

 

Go, rest your head on a pillow, leave me alone;
leave me ruined, exhausted from the journey of this night,
writhing in a wave of passion till the dawn.
Either stay and be forgiving,
or, if you like, be cruel and leave.
Flee from me, away from trouble;
take the path of safety, far from this danger.
We have crept into this corner of grief,
turning the water wheel with a flow of tears.
While a tyrant with a heart of flint slays,
and no one says, "Prepare to pay the blood money."
Faith in the king comes easily in lovely times,
but be faithful now and endure, pale lover.
No cure exists for this pain but to die,
So why should I say, "Cure this pain"?
In a dream last night I saw
an ancient one in the garden of love,
beckoning with his hand, saying, "Come here."
On this path, Love is the emerald,
the beautiful green that wards off dragonsnough, I am losing myself.
If you are a man of learning,
read something classic,
a history of the human struggle
and don't settle for mediocre verse.

Kulliyat-i-Shams 2039

 

 

These spiritual windowshoppers,
who idly ask, 'How much is that?' Oh, I'm just looking.
They handle a hundred items and put them down,
shadows with no capital.

 What is spent is love and two eyes wet with weeping.
But these walk into a shop,
and their whole lives pass suddenly in that moment,
in that shop.

 Where did you go? "Nowhere."
What did you have to eat? "Nothing much."

 Even if you don't know what you want,
buy - something, - to be part of the exchanging flow.

 Start a hugh, foolish project,
like Noah.

 It makes absolutely no difference
what people think of you.

 Rumi, 'We Are Three', Mathnawi VI, 831-845

 

 

Our death is our wedding with eternity.
What is the secret? "God is One."
The sunlight splits when entering the windows of the house.
This multiplicity exists in the cluster of grapes;
It is not in the juice made from the grapes.
For he who is living in the Light of God,
The death of the carnal soul is a blessing.
Regarding him, say neither bad nor good,
For he is gone beyond the good and the bad.
Fix your eyes on God and do not talk about what is invisible,
So that he may place another look in your eyes.
It is in the vision of the physical eyes
That no invisible or secret thing exists.
But when the eye is turned toward the Light of God
What thing could remain hidden under such a Light?
Although all lights emanate from the Divine Light
Don't call all these lights "the Light of God";
It is the eternal light which is the Light of God,
The ephemeral light is an attribute of the body and the flesh.
...Oh God who gives the grace of vision!
The bird of vision is flying towards You with the wings of desire.

(Mystic Odes 833)

 

Helemaal Helder

Geef niet zo snel
Uw eenzaamheid prijs.
Laat het dieper snijden.

Laat het gisten en u kruiden
Zoals maar weinig ingrediënten kunnen,
Menselijke of zelfs goddelijke.

Dat wat ik mis in mijn hart, vannacht,
Heeft mijn ogen zo zacht gemaakt,
Mijn stem zo teder,

Mijn behoefte aan God
Helemaal
Helder.

Hafiz

 

Als we met het hart beginnen te voelen dat er achter de uiterlijke
verschijnselen een zinvolle orde bestaat, vragen we ons misschien af
of er een reden voor is dat wij in deze wereld belichaamd zijn. Zijn
we alleen maar in de wereld gebracht om eraan te ontsnappen? Het
soefisme is er altijd op gericht geweest alle bestaansniveaus met
elkaar te verenigen, van het materiële tot het spirituele. Als het
menselijk hart een ruimte is waarin de wereld van de zintuigen en die
van de innerlijke, spirituele eigenschappen elkaar ontmoeten, waarin
een scala aan zintuigen werkzaam is, kun je tegelijk op vele niveaus
functioneren.

Uit: Het wetende hart
Kabir Helminski