Paulo Coelho

De Strijder van het Licht 

De strijders van het licht<br>

Paulo Coelho
De strijders van het licht


Citaten

EEN STRIJDER VAN HET LICHT vergeet nooit om dankbaar te zijn.

Tijdens de strijd kreeg hij hulp van de engelen. De hemelse machten arrangeerden alles zó dat hij in staat was het beste van zichzelf te geven.

Zijn kameraden zeggen: 'Wat een geluksvogel is het toch.' Want de strijder bereikt soms dingen die zijn mogelijkheden ver te boven gaan.

Daarom knielt hij als de zon ondergaat en dankt de Beschermende Mantel die hem omhult.

Zijn dankbaarheid richt zich niet alleen tot de spirituele wereld. Nooit zal hij zijn vrienden verge­ten, omdat op het slagveld hun bloed zich met het zijne vermengde.

Een strijder hoeft niet aan de hulp die hij van an­deren ontving, herinnerd te worden. Hij herinnert zich hun steun uit zichzelf, en laat ze in de beloning delen.

 

 

ALLE WEGEN LEIDEN NAAR HET hart van de strijder.

Zonder aarzelen duikt hij in de rivier der hartstochten die altijd door zijn leven stroomt.

De strijder weet dat hij vrij is in zijn keuzes. Bij het nemen van beslissingen is hij moedig, altruïs­tisch, en - soms - een beetje gek.

Hij aanvaardt zijn hartstochten en geniet er in­tens van. Hij weet dat hij gerust opgetogen mag zijn over zijn veroveringen.

Ze horen immers bij het leven en bezorgen alle betrokkenen vreugde.

Tegelijkertijd hecht hij waarde aan alles wat duurzaam is, en aan banden die zich in de loop van de tijd bestendigd hebben.

Een strijder weet onderscheid te maken tussen wat voorbijgaand en wat blijvend is.

 

EEN STRIJDER VAN HET LICHT vertrouwt niet alleen op zijn eigen kracht. Hij benut ook de kracht van zijn tegenstander.

Bij aanvang van de strijd beschikt hij slechts over geestdrift en over een repertoire aan zwaard­slagen dat hij zich door training eigen heeft ge­maakt. Gaandeweg de strijd moet hij constateren dat enthousiasme en training onvoldoende midde­len zijn om te zegevieren. Wat hij mist, is ervaring.

Vervolgens stelt hij zijn hart open voor het Universum, en hij bidt God om inspiratie, zodat iedere slag van de vijand tegelijkertijd een les in verdediging wordt.

Zijn kameraden zeggen: 'Wat is hij toch bijgelo­vig! Hij stopt met vechten om te bidden. Wat een eerbied voor de trucs van zijn tegenstander!'

De strijder laat hun provocerende opmerkingen langs zich afglijden. Hij weet dat training alleen ­zonder inspiratie van boven en ervaring in de strijd - niets oplevert.

 

 

EEN STRIJDER VAN HET LICHT speelt nooit ofte nimmer vals, maar weet wel zijn tegenstander om de tuin te leiden.

Hoe begerig hij ook is, hij volgt een strategie om zijn doel te bereiken, en wijkt daar niet van af. Wanneer hij bemerkt aan het eind van zijn krach­ten te zijn, laat hij zijn vijand denken dat hij nog over ampele reserves beschikt. Wanneer hij de rechterflank moet aanvallen, brengt hij zijn troe­pen naar de linkerflank. Als hij van plan is om met­een de aanval in te zetten, doet hij alsof hij slaap heeft en maakt hij aanstalten om naar bed te gaan.

Zijn vrienden zeggen: 'Kijk eens, hij is al zijn en­thousiasme kwijt.' Maar hij hecht geen waarde aan hun commentaar, want zijn vrienden zijn niet op de hoogte van de strategie die hij voor zichzelf heeft uitgestippeld.

Een strijder van het licht weet wat hij wil, en heeft geen behoefte voortdurend uitleg te geven.

 

 

EEN CHINESE WIJSGEER BEVEELT strijders van het licht de volgende tactieken aan:

'Breng je vijand in de waan dat deze er weinig mee zal winnen, mocht hij besluiten jou aan te vallen. Op die manier zul je zijn enthousiasme tem­peren.

En schaam je niet om de aftocht te blazen als je bemerkt dat de vijand sterker is. Met één verloren veldslag is niet de hele oorlog verloren.

Mocht je sterk genoeg zijn, schaam je dan niet om te doen of je zwak bent. Het verleidt je vijand ertoe roekeloos te worden en eerder aan te vallen dan hij er klaar voor is.

In een oorlog is het vermogen om de tegenstan­der te verrassen de sleutel tot de overwinning.'

 

 

'MERKWAARDIG,' ZEGT DE STRIJDER van het licht tegen zichzelf, 'ik ben zoveel mensen tegenge­komen die de eerste de beste gelegenheid aangrij­pen om zich van hun slechtste kant te laten zien. Ze verbergen hun innerlijke kracht achter een façade van agressie; ze versluieren hun angst voor de een­zaamheid met een waas van onafhankelijkheid. Ze geloven niet in hun eigen capaciteiten, maar schreeuwen hun deugden wel voortdurend van de daken.'

De strijder ziet zulk gedrag bij veel mensen. Hij laat zich nooit door uiterlijkheden bij de neus ne­men, en zorgt ervoor niet te reageren wanneer ze indruk op hem proberen te maken. Maar hij grijpt wel de gelegenheid aan om zijn eigen tekortkomin­gen te corrigeren - een ander is immers altijd een uitstekende spiegel.

Een strijder laat geen gelegenheid onbenut om zichzelf iets te leren.

                                                                                                                    

 

EEN STRIJDER VAN HET LICHT bindt soms de strijd aan met de mensen van wie hij houdt.

Wie zijn vrienden in ere houdt, wordt nooit tot speelbal van de stormen van het bestaan. Hij bezit de kracht om moeilijkheden te overwinnen en door te gaan.

Toch voelt hij zich vaak uitgedaagd door dege­nen die hij de kunst van het zwaardvechten pro­beert bij te brengen. Zijn leerlingen dagen hem uit voor een gevecht.

En de strijder laat dan zien hoe vaardig hij is. Met enkele slagen ontdoet hij zijn leerlingen van hun wapens, en de harmonie keert weer op de plaats waar ze samenkomen.

'Waarom doe je dat, als je toch zo superieur bent?' vraagt een voorbijganger.

'Omdat ze, wanneer ze me uitdagen, in werkelijkheid aangeven dat ze met me willen praten.

 Door zo te reageren houd ik de dialoog in stand,' is het antwoord van de strijder.

 

 

ALVORENS EEN BELANGRIJK GEVECHT aan te gaan vraagt een strijder van het licht zichzelf af: wat heb ik tot nu toe geleerd?

Hij weet dat de veldslagen die hij in het verleden voerde, hem uiteindelijk steeds iets leerden. Toch waren veel van deze leer momenten onnodig pijn­lijk. Meer dan eens heeft hij zijn tijd verdaan met te strijden voor iets wat een leugen bleek te zijn. En heeft hij voor mensen geleden die zijn liefde niet waard waren.

Winnaars maken niet twee keer dezelfde fout. Daarom zet de strijder zijn hart slechts op het spel voor iets wat de moeite waard is.

 

 

EEN STRIJDER VAN HET LICHT eerbiedigt de eerste les van de I-tjing die luidt: 'Volharding verdient de voorkeur.'

Hij weet dat volharding niets heeft uit te staan met koppigheid. Er zijn periodes waarin de gevechten onnodig lang duren waardoor zijn krach­ten uitgeput raken en zijn enthousiasme vermin­dert.

De strijder komt dan tot het besef dat een sle­pende oorlog voor zowel verliezer als winnaar de ondergang betekent.

Hij trekt vervolgens zijn troepen van het slag­veld terug en gunt zichzelf een wapenstilstand. Hij volhardt in zijn aspiraties, en weet af te wachten. Er komt een geschikt moment voor een nieuwe aanval.

Een strijder keert altijd terug in de strijd. Hij doet het nooit uit pure koppigheid, maar omdat er zich een gunstige verandering heeft voorgedaan.

                                                                                                                 

 

EEN STRIJDER VAN HET LICHT weet dat bepaal­de situaties zich vaker voordoen.

Veelvuldig ziet hij zich voor problemen ge­plaatst waar hij al eerder mee te maken heeft ge­had.

Hij wordt er neerslachtig van en denkt geen vooruitgang te boeken in het leven, omdat hetzelfde probleem zich weer aandient.

'Dit heb ik al een keer meegemaakt,' klaagt hij tegen zijn hart.

'Ja, dat is zo,' antwoordt zijn hart, 'maar je hebt het probleem nooit kunnen oplossen.'

De strijder begrijpt dan dat herhaalde ervarin­gen één enkel doel hebben: hem leren wat hij maar niet wil leren.

 

 

EEN STRIJDER VAN HET LICHT doet altijd iets ongewoons.

Hij kan van die dagen hebben dat hij de weg naar zijn werk dansend aflegt, dat hij een onbekende diep in de ogen kijkt en een gesprek begint over liefde op het eerste gezicht.

Of hij kan een idee ver­dedigen dat misschien belachelijk is.

Een strijder van het licht staat zich zulke dingen toe.

Hij is niet bang te huilen om oude wonden, of te juichen om nieuwe ontdekkingen.

Wanneer hij voelt dat het zover is, laat hij alles in de steek en stort zich in het avontuur waarnaar hij zo heeft uit­gezien.

Wanneer hij voelt dat hij de grenzen van zijn krachten heeft bereikt, verlaat hij het slagveld.

En hij neemt het zichzelf dan niet kwalijk dat hij een of meer rare dingen heeft gedaan.

Een strijder probeert geen rol te spelen die ande­ren voor hem hebben uitgezocht.

Daar brengt hij zijn dagen niet mee door.

 

 

STRIJDERS VAN HET LICHT ZORGEN ervoor de glans in hun ogen te behouden.

Ze staan midden in de wereld en nemen deel aan andermans leven.

Ze zijn hun tocht aangevangen zonder rugzak en zonder sandalen.

Vaak zijn ze laf, en ze handelen ook niet altijd correct.

Ze lijden onder dingen die dat niet waard zijn, ze zijn kleingeestig en soms denken ze dat ze niet in staat zijn om te groeien.

Veelvuldig achten ze zich een zegening of wonder onwaardig.

Regelmatig bekruipt hen twijfel over wat ze hier aan het doen zijn.

Ze liggen nachten wakker en vinden dat hun leven geen zin heeft.

Daarom zijn het strijders van het licht. Omdat ze dolen. Omdat ze zichzelf vragen stellen.

Omdat ze een zin zoeken - die ze ongetwijfeld zullen vin­den.

 

 

DE STRIJDER VAN HET LICHT is niet bang om gek te lijken.
Als hij alleen is, praat hij hardop in zichzelf. Iemand heeft hem geleerd dat dit de beste manier is om contact te krijgen met de engelen.
Hij merkt hoe moeilijk het is. Hij denkt dat hij niets te zeggen heeft, dat hij voortdurend maar wat aan het bazelen is.
Toch zet de strijder door. Iedere dag praat hij tegen zijn hart. Hij zegt dingen waar hij niet achter staat, hij praat onzin.
Op een goede dag hoort hij een verandering in zijn stem. En hij begrijpt dat er nu een hogere wijs­heid aan komt.
De strijder is gek, maar niet heus.
 
 

EEN DICHTER ZEGT: 'De strijder van het licht kiest zijn vijanden.'

Hij weet wat hij kan. Hij hoeft niet rond te ba­zuinen wat zijn kwaliteiten en deugden zijn. Ondertussen duikt er om de haverklap iemand op die wil bewijzen dat hij beter is dan hij.

Voor de strijder bestaat er geen 'beter' of 'slech­ter'. Iedereen heeft de talenten die hij voor zijn ei­gen persoonlijke levensweg nodig heeft.

Maar bepaalde mensen gaan maar door. Ze provoceren hem, dagen hem uit, beledigen hem, doen van alles om hem op de kast te krijgen. Dan zegt zijn hart: 'Ga niet op die beledigingen in, je vaar­digheid zal er niet door toenemen. Je zult je voor niks moe maken.'

Een strijder van het licht verdoet zijn tijd niet met het luisteren naar provocaties, hij heeft een missie uit te voeren.

 

 

DE STRIJDER VAN HET LICHT herinnert zich een fragment uit het werk van John Bunyan:

'Ook al heb ik alles meegemaakt wat ik heb mee­gemaakt, dat ik me in zovele wespennesten gesto­ken heb, betreur ik niet.

Zo ben ik gekomen waar ik wilde komen. Nu is alles wat me rest dit zwaard. Ik geef het door aan iedereen die zijn pelgrimsreis wil maken.

De merktekens en littekens van de gevech­ten neem ik met me mee - ze zijn de getuigen van mijn belevenissen en het loon van mijn veroverin­gen.

Het zijn deze geliefde merktekens en littekens die straks de poorten van het Paradijs voor me zul­len openen.

Er is een tijd geweest waarin ik steeds luisterde naar verhalen over moed.

Er was een tijd waarin ik enkel leefde omdat ik behoefte had om te leven.

Maar nu leef ik omdat ik een strijder ben, en omdat ik op een dag bij Hem wil zijn voor wie ik zoveel heb gevochten.'

                                                                                                                   

 

ZO GAUW HIJ ZICH OP PAD begeeft, herkent de strijder van het licht de Weg.

Iedere steen, iedere bocht heet hem welkom. Hij voelt zich één met de bergen en de beken, ziet een glimp van zijn ziel in de planten, de dieren en de vogelen des velds.

Dan aanvaardt hij de hulp van God en van Zijn Tekens langs de Weg, en hij laat zich door zijn Levensdroom leiden naar de opgaven die het leven hem stelt.

Sommige nachten vindt hij geen plaats om te slapen, andere nachten wordt hij gekweld door sla­peloosheid. Dit hoort erbij, denkt de strijder, het was mijn eigen keuze om deze weg te volgen.

In die zin schuilt heel zijn kracht. Hij heeft de weg gekozen waarover hij nu loopt, een reden om te klagen heeft hij niet.

 

                                                                                                             

VANAF NU GAAT HET UNIVERSUM vele eeuwen lang strijders van het licht helpen

en mensen die vooroordelen koesteren, tegenwerken.

De energie van de Aarde moet vernieuwd wor­den.

Moderne ideeën hebben ruimte nodig.

Lichaam en ziel hebben nieuwe uitdagingen nodig.

De toekomst is heden geworden, en alle dromen - behalve die op vooroordelen stoelen -

zullen de kans krijgen om zich te manifesteren.

Wat belangrijk is, zal blijven en wat zinloos is, zal verdwijnen.

Het is niet de taak van de strijder de dromen van zijn naaste te beoordelen,

hij verspilt geen tijd aan het kritiseren van ideeën van anderen.

Om vertrouwen te krijgen in zijn eigen weg,

hoeft hij niet aan te tonen dat een ander de verkeer­de volgt.

 

                                                                                                              

EEN STRIJDER VAN HET LICHT maakt tevoren een nauwgezette studie van de stelling die hij van plan is te veroveren.

Hoe moeilijk zijn doel ook moge zijn, er is altijd wel een manier om obstakels te overwinnen. Hij gaat na of er soms alternatieve wegen zijn, hij slijpt zijn zwaard en laadt zichzelf op, om de uitdaging aan te kunnen.

Maar hoe langer hij wacht, hoe meer problemen de strijder ziet opduiken waarmee hij niet had ge­rekend.

Als hij het ideale moment blijft afwachten, zal hij nooit van zijn plaats komen. Er is een beetje gekte voor nodig om de volgende stap te maken. Want zowel in de liefde als in de oorlog is het niet mogelijk alles te voorzien.

 

                                                                                                              

EEN STRIJDER VAN HET LICHT kent zijn zwakke kanten.
Maar hij kent ook zijn sterke kanten.
Sommige van zijn kameraden klagen onophou­delijk: 'De anderen hebben meer geluk.'
Misschien hebben ze gelijk. Maar een strijder laat zich hierdoor niet ontmoedigen; hij zal probe­ren het optimale uit zijn talenten te halen.
Hij weet dat de kracht van de gazelle gelegen is in de behendigheid van zijn sprongen, en de kracht van de meeuw in de trefzekerheid waarmee hij naar de vis duikt. De strijder van het licht heeft ge­leerd dat een tijger niet bang is voor de hyena om­dat hij weet hoe sterk hijzelf is.
Dus gaat hij na waarop hij zich verlaten kan. En nooit vergeet hij zijn uitrusting te inspecteren die uit drie dingen moet bestaan: geloof, hoop en lief­de.
Als deze drie aanwezig zijn, aarzelt hij niet om door te gaan.
 
                                                                                                                 
DE STRIJDER VAN HET LICHT weet dat er nie­mand is die dwaas is, en dat het leven ons allemaal het nodige leert - ook al kost dit tijd.
Hij geeft altijd het beste van zichzelf en hij ver­wacht van anderen hetzelfde. Bovendien probeert hij, heel genereus, hun te laten zien tot welke groot­se dingen een mens in staat is.
Sommige kameraden merken op: 'Er zijn men­sen die geen dankbaarheid kennen.'
De strijder laat zich hierdoor niet van zijn stuk brengen. Hij gaat door zijn naaste te stimuleren, omdat het een manier is om zichzelf te stimuleren.
 
                                                                                                                

IEDERE STRIJDER VAN HET LICHT is wel eens bang geweest om de strijd aan te gaan.

Iedere strijder van het licht heeft in het verleden wel eens iemand in de steek gelaten of bedrogen.

Iedere strijder van het licht heeft wel eens een weg gevolgd die de zijne niet was.

Iedere strijder heeft wel eens geleden onder din­gen die er niet toe doen.

Iedere strijder van het licht heeft wel eens gevon­den dat hij geen strijder van het licht is.

Iedere strijder van het licht heeft wel eens zijn spirituele plichten verzaakt.

Iedere strijder van het licht heeft wel eens ja ge­zegd terwijl hij nee wilde zeggen.

Iedere strijder van het licht heeft wel eens ie­mand gekwetst van wie hij hield.

Daarom is hij een strijder van het licht; hij is door dit alles heen gegaan en heeft nooit de hoop verloren beter te worden dan hij was.

 

                                                                                                                  

DE STRIJDER HOORT STEEDS DE woorden van predikers uit vroeger tijden, zoals van

T. H. Huxley:

'Wat uit ons handelen voortvloeit is voor de laf­aard een schrikbeeld, en voor de wijze een licht­straal.

De wereld is een schaakbord. Onze dagelijkse daden zijn de schaakstukken, en de zogenaamde wetten der natuur zijn de regels van het spel. De Speler aan de andere kant van het bord kunnen we niet zien, maar we weten dat Hij rechtvaardig is, eerlijk en geduldig.'

Het betaamt de strijder de uitdaging aan te ne­men. Hij weet dat God van degenen die Hij lief­heeft geen enkele fout laat passeren, en hun niet toestaat te doen alsof ze de regels niet kennen.

 

                                                                                                                 

EEN STRIJDER VAN HET LICHT stelt zijn beslis­singen niet uit.
Hij wikt en weegt alvorens te handelen. Hij denkt na over zijn oefeningen, zijn verantwoorde­lijkheid, en zijn plicht tegenover zijn meester. Hij probeert zijn kalmte te bewaren, analyseert iedere stap alsof het de belangrijkste stap was.
Maar zodra hij een besluit heeft genomen, gaat de strijder verder. Hij koestert geen twijfels meer over zijn besluit, en verandert ook niet van koers, zelfs wanneer de omstandigheden anders blijken te zijn dan hij zich heeft voorgesteld.
Als zijn besluit juist is geweest, zal hij het ge­vecht winnen - ook al duurt het langer dan voor­zien. Als het besluit fout is geweest, zal hij verlie­zen en moet hij helemaal opnieuw beginnen, maar met meer wijsheid.
Een strijder van het licht gaat, wanneer hij be­gint, tot het einde.

                                     

ZIJN BESTE LEERMEESTERS vindt de strijder van het licht onder zijn kompanen met wie hij op het slagveld staat. De ervaring heeft hem dit geleerd.

Om advies vragen is gevaarlijk. Een advies geven is nog veel riskanter. Wanneer een strijder hulp no­dig heeft, kijkt hij hoe zijn vrienden hun proble­men oplossen, of niet oplossen.

Als hij inspiratie zoekt, leest hij van de lippen van zijn buurman de woorden die zijn engelbe­waarder hem wil influisteren.

Wanneer hij moe of eenzaam is, droomt hij niet over verre vrouwen en mannen. Hij zoekt zijn bu­ren op en deelt met hen zijn smart of zijn behoefte aan tederheid - met graagte en zonder enig schuld­gevoel.

Een strijder weet dat de verste ster van het firmament zich manifesteert in de dingen die rond­om hem zijn.

 

EEN STRIJDER VAN HET LICHT deelt zijn wereld met de mensen die hij liefheeft.

Hij probeert hen te stimuleren om te doen wat ze leuk vinden maar waartoe hun op dat moment de moed ontbreekt. Op zulke ogenblikken ver­schijnt de Tegenstander met twee stenen tafelen in de hand.

Op een van de tafelen staat geschreven: 'Denk meer aan jezelf. Bewaar de zegeningen voor jezelf, of je zult uiteindelijk alles kwijtraken.'

Op de andere leest hij: 'Wie ben jij dat je anderen zo nodig moet helpen? Zie je je eigen gebreken soms niet?'

Een strijder weet dat hij gebreken heeft. Maar hij weet ook dat hij in zijn eentje niet kan groeien en dat hij zich niet van zijn kameraden kan distan­tiëren.

Dus gooit hij de twee tafelen op de grond, ook al vindt hij dat de teksten een kern van waarheid be­vatten. De tafelen veranderen in stof en de strijder gaat door met het stimuleren van zijn naaste.

 

 

DE WIJZE LAO-TSE ZEGT over de tocht van de strijder van het licht het volgende:

'De Weg is eerbied voor al wat klein en zacht is.

Weet te allen tijde de juiste houding aan te nemen.

Ook al heb je reeds vele malen met pijl en boog geschoten, let steeds op hoe je de pijl plaatst, en hoe je de pees uitrekt.

Een beginneling die zich bewust is van zijn no­den, is uiteindelijk wijzer dan de verstrooide wijs­geer.

Liefde oppotten brengt geluk, haat oppotten, ongeluk. Wie problemen niet herkent, laat de deur openstaan en rampspoed dringt zijn huis binnen.

Het gevecht heeft niets met ruzie van doen.'

 

EEN STRIJDER VAN HET LICHT mediteert.

Hij gaat in zijn tent zitten, op een rustige plek, en geeft zich over aan het goddelijk licht. Terwijl hij dat doet, probeert hij nergens aan te denken. Hij maakt zich los van zijn zoeken naar bevrediging, uitdaging en openbaring - en geeft zijn talenten en krachten de gelegenheid zich te manifesteren.

Ook al neemt hij ze niet meteen waar, deze ta­lenten en krachten bepalen zijn leven en beïnvloe­den zijn doen en laten.

Wanneer hij mediteert, is de strijder niet zich­zelf maar een vonkje van de Wereldziel. Het medi­teren stelt hem in staat zijn verantwoordelijkheid te begrijpen en overeenkomstig te handelen.

Een strijder van het licht weet dat er, in de stilte van zijn hart, een orde bestaat die hem richting geeft.

 

 

'WANNEER IK DE BOOG SPAN,' zegt Herrigel tegen zijn zenmeester, 'komt er een ogenblik waar­op ik geen lucht meer krijg en dan moet ik meteen schieten. '

'Zolang je probeert om het juiste moment van het schot vast te stellen, zul je de kunst van het boogschieten niet onder de knie krijgen,' zegt de meester. 'Het schot mist soms precisie door een te actieve wil van de boogschutter.'

Een strijder van het licht denkt vaak: als ik het niet doe, wordt het niet gedaan.

Zo is het niet helemaal: hij moet wel handelen, maar hij moet ook het Universum de kans geven om op het juiste moment te handelen.

 

WANNEER EEN STRIJDER ONRECHT overkomt, zoekt hij over het algemeen de eenzaamheid op ­om zijn pijn niet aan anderen te tonen.

Zo'n handelwijze is zowel goed als slecht.

Hij kan zijn hart de gelegenheid geven langzaam van zijn wonden te genezen. Maar of hij de gehele dag in diepe meditatie verzonken moet zijn, uit angst zwak over te komen, is een tweede.

In ieder van ons huist een engel, en een duivel. En hun stemmen lijken erg op elkaar. Doet zich een probleem voor, dan draagt de duivel stof aan voor de eenzame gesprekken die we in onszelf voe­ren, en hij probeert ons te laten zien hoe kwetsbaar we zijn. De engel laat ons nadenken over ons ge­drag en soms heeft hij de mond van een ander no­dig om zich te manifesteren.

Een strijder houdt eenzaamheid en afhankelijk­heid in evenwicht.

 

De strijders van het licht.
 
 
Citaten uit ander werk van Paulo Coelho.
 
Ieder mens moet twee talen kennen:
de taal van de maatschappij en de taal van de tekenen.
De ene dient om te communiceren met de naaste.
De andere dient om de bood­schappen van God te begrijpen.
 
 
Iedere dag schenkt GOD ons niet alleen de zon
maar ook een moment waarop het mogelijk is alles te
veranderen wat ons tot dan toe ongelukkig maakte.
Het is een magisch moment, zo'n ogenblik waarin een
‘ja' of een 'nee' ons hele bestaan  kan veranderen.
 
Iedere dag doen we weer alsof we dat moment
niet waargenomen hebben, alsof het niet bestaat,
alsof vandaag gelijk is aan gisteren en gelijk
aan morgen. Maar wie zijn dag eens onder
de loep neemt, ontdekt het magische moment.
 
Het kan verstopt zijn in het ogenblik waarop
hij 's ochtends de sleutel in het deurslot steken,
in het ogenblik stilte na het eten, in de duizend en
een dingen die allemaal op elkaar lijken.
 
Dat moment bestaat. Het is een moment waarop
heel de kracht van de sterren ons doorstroomt en ons
de mogelijkheid schenkt om wonderen te doen.
 
Bron: AAN DE OEVER VAN DE PIEDRA HUILDE IK
 
 
Mensen kunnen bouwers zijn of planters.
Bouwers kunnen jaren doen over de opdracht
die ze zich gesteld hebben, maar op een dag zijn ze ermee klaar.
Hun bouwwerk beperkt zich tot de muren die ze opgetrokken hebben.
Hun leven verliest zijn zin wanneer het bouwwerk af is.
 
Planters krijgen te maken met stormen en met seizoenen.
Uitrusten is er zelden bij.
Anders dan een gebouw groeit een tuin altijd door.
Hij vraagt om voortdurende zorg.
maar tegelijkertijd biedt hij zijn tuinman een leven dat zijn zin behoudt,
een leven als een groot avontuur.
 
Bron: BRIDA

 

 

Wanneer we boven zijn, zien we dat alles

heel erg klein is. Onze verworvenheden

en ons verdriet houden op belangrijk te zijn.

Wat we veroverd hebben of wat we verloren

hebben, blijft daar beneden achter.

Vanaf de berg zie je hoe groot de wereld is

en hoe ruim de horizon.

 

Bron: DE VIJFDE BERG

 

 

  • Engelen zijn ‘liefde in beweging’. Zij rusten nooit, zij strijden om te groeien, en zij staan boven goed en kwaad. Liefde die alles wegbrandt, die alles vernietigt, die alles vergeeft. Engelen zijn gemaakt uit zulke liefde en zijn er tegelijk de boodschappers van. (De Walkuren)

 

  • Diepgaande toewijding aan een droom beperkt noch begrenst ons: integendeel, het bevrijdt ons. Zelfs een moeilijk, kronkelend pad kan naar het doel leiden, wanneer het maar tot het einde toe gevolgd wordt. (Maktub) 

 

  • We hoeven niet te weten ‘hoe’ of ‘waar’, maar er is één vraag die allen zouden moeten stellen, telkens we iets aanvangen: ‘Waarvoor doe ik dit?’  (De Walkuren) 

 

  • De mens dient zijn toekomst te kiezen en niet slechts te aanvaarden (De vijfde berg)

 

  • Het hart lijdt nooit wanneer het op zoek gaat naar zijn droom, omdat elk moment van de zoektocht een stap dichterbij de ontmoeting met God en de Eeuwigheid is. (De Alchemist)

 

  • Door een verandering aan te brengen in de manier waarop je de dagelijkse dingen verricht sta je toe dat een nieuw mens in jezelf gaat groeien (De Pelgrimstocht)

 

  • Het is noodzakelijk om risico’s te nemen. We kunnen enkel op de juiste manier het wonder van het leven begrijpen wanneer we toestaan dat het onverwachte gebeurt. (Aan de oever van de Piedra huilde ik)

 

'Ik heb over de Donkere Nacht geleerd,' zei ze tegen het woud, dat nu een en al stilte was. 'Ik heb geleerd dat de zoek­tocht naar God een Donkere Nacht is. Dat het Geloof een Donkere Nacht is.'

Niets opzienbarends, zo bedacht ze, iedere dag in het le­ven van een mens is een donkere nacht. Niemand weet wat er de volgende minuut gaat gebeuren, en toch gaan de men­sen verder. Omdat ze vertrouwen hebben. Omdat ze Geloof hebben.

Of, wie weet, omdat ze het geheim dat in de volgende se­conde besloten ligt misschien niet begrijpen. Maar dat was volstrekt onbelangrijk - van belang was het besef dat zij het begrepen had.

Dat ieder moment in het leven een daad van Geloof was. Dat ze ieder moment kon bevolken met slangen en schor­pioenen, of met een beschermende kracht.

Dat er voor het Geloof geen verklaringen waren. Dat het een Donkere Nacht was. Dat zij het kon accepteren of niet.

Bron: BRIDA

 

Aan ons, vrouwen, werd iets toevertrouwd wat veel sub­tieler, veel zwakker is. Maar wel iets wat de kennis pas zin geeft: verandering. De mannen droegen de bodem vrucht­baar over aan ons en wij zaaiden vervolgens. En de grond veranderde in bomen en planten.

De grond heeft zaad nodig en het zaad heeft grond nodig. Het een heeft enkel zin samen met het andere. Hetzelfde doet zich voor bij de mensen. Wanneer de mannelijke kennis zich verbindt met de vrouwelijke verandering, dan ontstaat de grote magische verbintenis die we Wijsheid noemen.

Wijsheid is kennen en veranderen.'

Bron: BRIDA

 

 

Vandaag - 17/10/2008 - las ik op het blog van Paulo Coelho dat het 100.000.000 ste boek van hem verkocht is. Tevens las ik daar onderstaande decreten, door hem opgesteld, en heb deze vertaald voor Spirituele Vrienden

 

Decreten voor de huidige tijd.

 

1. Ieder mens is verschillend en moet er alles aan doen om dit te blijven.

2. Aan elk mens zijn twee mogelijkheden tot handelen toegewezen: deze van de daad en deze van bezinning. Beide leiden naar dezelfde plaats.

3. Elk mens kreeg de beschikking over twee kwaliteiten: energie en talent. Energie stuwt de mens naar zijn bestemming, talent verplicht hem om datgene waarmee hij begiftigd is te delen met anderen. Een mens moet weten wanneer hij zijn energie moet gebruiken en wanneer zijn talenten.

4. Ieder mens is gezegend met een geschenk: de mogelijkheid om te kiezen. Voor diegene die dit geschenk niet gebruikt wordt het tot een vloek – en anderen zullen keuzes maken voor hem.

5. Elk mens heeft het recht op twee zegeningen, welke zijn: de mogelijkheid om het goede te doen, de mogelijkheid tot het maken van fouten. In die tweede mogelijkheid is steeds een weg tot het leren vinden van de juiste weg verborgen.

6. Elk mens heeft zijn eigen sexuele voorkeur en zou daaraan moeten beantwoorden zonder schuldgevoel – op voorwaarde dat hij anderen niet verplicht om dit samen met hem te doen.

7. Ieder mens heeft zijn eigen Persoonlijke Legende die vervuld moet worden; dat is de reden waarom hij op aarde is. De Persoonlijke Legende manifesteert zich in het enthousiasme waarmee hij iets doet.
'De Persoonlijke Legende kan een tijdlang op een zijspoor worden gezet, op voorwaarde dat zij niet vergeten wordt en dat hij er zo snel als mogelijk naar terugkeert'.

8. Elke man heeft een vrouwelijke kant, en elke vrouw heeft een mannelijke kant. Het is noodzakelijk om discipline te mengen met intuïtie en om intuïtie te gebruiken met objectiviteit.

9. Ieder mens moet twee talen kennen: de taal van de maatschappij waarin men leeft en de taal van de voortekenen. De eerste dient om te communiceren met anderen. De tweede dient om de boodschappen van God te begrijpen.

10. Elk mens heeft het recht om vreugde te zoeken, vreugde in de betekenis van iets wat iemand tevreden maakt – niet noodzakelijk datgene wat anderen tevreden maakt.

11. Ieder mens moet in zichzelf de gezegende vlam van de waanzin brandende houden. En moet zich naar buiten toe gedragen als een normaal mens.

12. De enige fouten die zwaar aangerekend worden zijn deze: de rechten van jouw naaste niet respecteren, jezelf laten blokkeren door angst, jezelf schuldig voelen, denken dat iemand de goede en kwade dingen die zich voordoen in zijn leven niet verdient, en een lafaard zijn.
‘We moeten houden van onze vijanden, maar er geen verbintenissen mee aangaan. Zij zijn op onze weg geplaatst om ons zwaard te testen, en ze verdienen het respect voor onze strijd.’
‘Wij zullen onze tegenstanders zelf kiezen en niet andersom.’

13. Alle religies leiden naar dezelfde God, en alle verdienen zij hetzelfde respect.

‘Iemand die zich een religie kiest, kiest ook voor een gezamenlijke manier van aanbidding en van mysteries. Niettemin blijft hij alleen verantwoordelijk voor zijn daden op die weg, en heeft hij niet het recht om de verantwoordelijkheid voor zijn daden en beslissingen af te wentelen op die religie.’

14. Hierbij verklaren wij het einde van de muur die het gewijde van het profane scheidt: vanaf nu is alles gewijd.

15. Elke daad in het heden beïnvloed de toekomst door zijn gevolgen en het verleden door verlossing.

16. Beschikkingen die hiermee in tegenspraak zijn worden hiermee herroepen.

 

Een man ging eens naar de kapper om zijn  haren en baard te laten knippen. En zoals altijd praatten hij en de kapper intussen en leverden deze keer commentaar op een krantenbericht over straatkinderen.

 

- Zoals je kan zien, beweerde de kapper, laat deze tragedie zien dat God niet bestaat.

 

- Hoezo?

 

- Lees jij dan geen kranten? Er zijn zoveel mensen die lijden, in de steek gelaten kinderen, er is ook zoveel criminaliteit. Wanneer God zou bestaan, dan zou er niet zoveel lijden zijn.

 

De klant dacht een ogenblik na, maar daar de kapper bijna klaar was met het knippen besloot hij het gesprek niet meer te rekken. Hij begon over meer dagelijkse onderwerpen te praten. De kapper was klaar, de klant betaalde en verliet de zaak.

 

Toen jij op de straat kwam was het eerste wat hij zag: een bedelaar met een baard van meerdere dagen en lange verwarde haren. Meteen ging hij de kapperszaak weer binnen en zei aan de man die hem geholpen had:

 

- Weet je wat? Kappers bestaan niet.

 

- Hoe bedoel je, kappers bestaan niet? Ik ben hier toch, ik ben een kapper.

- ze bestaan niet! – hield de man vol. Want als zij zouden bestaan zouden er geen mensen op de straat zijn met zulke lange baarden en met zulke verwarde haren zoals ik daarnet zag op de hoek van de straat.  

 

- Ik kan je garanderen dat kappers bestaan. Maar deze man is hier nooit naar binnen gekomen!

 

- Juist! Dus, in antwoord op jouw vraag van zo-even, God bestaat ook. Alleen is het zo dat mensen vaak niet naar Hem toegaan. Wanneer ze dat wel zouden doen, dan zouden ze vrijgeviger zijn en dan zou er niet zoveel ellende op de wereld zijn.

 

bron: het blog van Paulo Coelho

 

 

Uitverkoop bij Satan

 

Omdat Satan zich wilde aanpassen aan de moderne tijden besloot hij om zich te ontdoen van een hele voorraad van zijn oude verleidingsmethodes.

Hij plaatste een advertentie in de krant en ontving de hele dag klanten in zijn werkplaats

 

Het was een fantastische voorraad: stenen om de deugdzamen te laten struikelen, spiegels om iemands ego groter te doen lijken, en vertoningen die de belangrijkheid van anderen lieten krimpen. Sommige zaken die aan de muren hingen trokken veel belangstelling: een dolk met een gebogen lemmet, om op iemands rug te gebruiken en bandopnemers die alleen maar roddelpraat en leugens opnamen.

 

- Maak jullie geen zorgen over de prijs – schreeuwde Satan tot de potentiële kopers – neem het vandaag mee naar huis en betaal later, wanneer het jullie uitkomt!

 

Een van de bezoekers merkte ineens twee werktuigen op die in de hoek van de kamer lagen en die er zeer gebruikt uitzagen en weinig aandacht trokken. Maar ze waren zeer duur. Nieuwsgierig geworden wilde hij graag de reden weten van deze ogenschijnlijk tegenstrijdigheid.

 

- Zij zijn versleten omdat het deze zijn die ik meest van al gebruik – antwoordde Satan met een lachje. – Wanneer ze veel aandacht zouden trekken, dan zouden mensen weten hoe zich ertegen te beschermen.

- Hoe dan ook, zij zijn beide de prijs die ik ervoor vraag meer dan waard. De eerste is Twijfel, de andere is Minderwaardigheidscomplex.

Alle andere verleidingen kunnen af en toe falen, maar deze twee werken áltijd!

 

Bron: Blog Paulho Coelho

 

 

                             

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

Top 100 NL