Een ge'heel'd bewustzijn schept een gezond lichaam.

 

01. Thorwald Dethlefsen en RŁdiger Dahlke - 02. Pia Vercellesi & Giampaolo Gasparri - 03. Carl Gustav Jung - 04. Mellie Uyldert -

 

Hier wil ik een aantal uittreksels plaatsen uit een opmerkelijke boeken die 'toevallig' op mijn pad kwamen. Het maakt op een zeer indringende wijze duidelijk hoe elk stoffelijk ziektesymptoom in feite een hulpmiddel en wegwijzer is om tot 'heel'heid te komen. Met andere woorden, om te leven in harmonie en in 'een'heid met al wat is.

In de moderne geneeskunde is men dat vergeten en richt men zich voornamelijk op het wegwerken van symptomen; in vroegere tijden moet men dat beter begrepen hebben. Denk maar aan de woorden: 'heel'kunde en 'heel'meester. Daarvan afgeleid zijn ook de woorden: Heilzaam, Heiland en Heilig.

01. DE ZIN VAN ZIEKZIJN

Thorwald Dethlefsen en RŁdiger Dahlke

 

 

 

Signalen en betekenis van ziekte

 

"Dit is een ongemakkelijk boek, want het ontneemt de mens de mogelijkheid zijn ziekte te gebruiken als een alibi voor zijn onopgeloste problemen", zeggen de auteurs in hun voorwoord. Ze wil­len duidelijk maken dat ziekten verschijningsvormen zijn van ťťn grote ziekte, die onlosmakelijk verbonden is met het ongelukkig zijn van de mens.

Symptomen zijn lichamelijke verschijnselen waarin psychische conflicten tot uitdrukking komen.

Deze ziekte-uitingen zijn beelden die we moeten verklaren en waarvan we de betekenis onder ogen moeten zien. Hoofdpijn, in­fectie, stress, maagklachten en impotentie geven ons signalen door uit het rijk der psyche.

 

Dit boek bestaat uit twee delen. In het eerste gaan de schrijvers in op de achtergronden en filosofie van het ziek zijn en beter worden.

 

In het tweede gedeelte beschrijven ze de meest voorkomende ziek­tesymptomen, de mogelijke oorzaken, met welke gevoelens en activiteiten ze corresponderen en wat we eraan kunnen doen. De samenhang van lichamelijke klachten en psychische problemen­ zal velen choqueren; toch zullen we de confrontatie moeten aan­gaan, willen we aan onze genezing kunnen werken.

Ons wordt een nieuwe zienswijze geleerd, waarmee we zelf symp­tomen kunnen interpreteren en als zinvol aanvaarden: ons lot is een uitdaging, onze ziekte een weg om onszelf te vinden.

 

Wat kanker ons duidelijk wil maken.

 

Zolang ons ik naar het eeuwige leven streeft, zullen wij net zo ten onder gaan als de kankercel. De kankercel onderscheidt zich van de lichaamscel door de overwaardering van haar ego. In de cel komt de celkern overeen met de hersens van de cel. Bij de kankercel wordt de kern steeds belangrijker en neemt daarom ook in grootte toe (kanker wordt ook aan de hand van de morfo­logische verandering van de celkern gediagnosticeerd). Deze ver­andering van de kern komt overeen met de overaccentuering van het egocentrische denkwerk in ons hoofd, dat ook onze hui­dige tijd bepaalt. De kankercel zoekt haar eeuwig leven in de materiŽle voortplanting en expansie. Zowel de kanker als de mens begrijpen nog niet, dat zij binnen de materie iets zoeken, wat daar niet te vinden is, namelijk leven. Men verwisselt inhoud en vorm en probeert door vermeerdering van de vorm de zo begeerde inhoud te verkrijgen. Maar Jezus leerde al: 'Wie zijn leven wil behouden, die zal het verliezen.'

 

Alle inwijdingsonderrichtingen wijzen daarom sedert onheuglij­ke tijden naar de omgekeerde weg: eerst moet het vormaspect opgeofferd worden om de inhoud te verkrijgen, of anders gezegd: het ik moet sterven, opdat wij in het Zelf herboren kunnen wor­den. Let wel, het zelf is niet mijn zelf, maar het Zelf. Het is het middelpunt dat overal is. Het Zelf bezit geen apart zijn, omdat het al het zijnde omsluit. Hier valt eindelijk de vraag weg: 'ik of de anderen?' Het Zelf kent geen anderen, want het is het Al-Ene. Een dergelijk doel lijkt het ego terecht gevaarlijk en weinig aantrekkelijk. Daarom zouden wij ons niet moeten verbazen, wanneer het ego alle mogelijke pogingen onderneemt om dit doel van de een-wording liever in te ruilen voor het doel van een groot, sterk, wijs en verlicht ego. Op de esoterische, als ook op de religi­euze weg stranden de meeste reizigers, omdat zij proberen met hun ik het doel van de verlossing of verlichting binnen te kunnen lopen. Maar heel weinigen realiseren zich dat hun ik, waarmee zij zich nog identificeren, nooit verlicht of verlost worden kan.

 

Het grote werk betekent altijd opgeven van het ik, altijd dood van het ego. Wij kunnen niet ons ik verlossen, wij kunnen ons slechts losmaken van ons ik, dan zijn wij verlost. De angst dan niet meer te bestaan, die hier meestal opkomt, bewijst slechts hoe sterk wij ons met ons ik identificeren en hoe weinig wij over onszelf weten. Maar hier ligt precies de mogelijkheid voor de oplossing van ons kankerprobleem. Pas als wij leren, langzaam en stap voor stap, onze ik-starheid en onze afgrenzing in twijfel te trekken en ons te openen, beginnen wij ons als deel van het geheel te voelen en daarmee ook verantwoordelijkheid voor het geheel op ons te nemen. Dan begrijpen wij ook, dat het welzijn van het geheel en ons welzijn hetzelfde zijn, omdat wij als deel tevens ook ťťn zijn met alles (pars pro toto). Zo bevat iedere cel de totale genetische informatie van het organisme - zij zou alleen maar moeten begrijpen, dat zij inderdaad het geheel is! 'Microkosmos = macrokosmos', leert ons de hermetische filo­sofie.

 

­ De denkfout ligt in de onderscheiding tussen ik en jij. Zo ontstaat de illusie, dat men als ik juist bijzonder goed kan overleven door het jij op te offeren en als voedingsbodem te gebruiken. In werke­lijkheid is echter lot van ik en jij, van deel en geheel niet te schei­den. De dood die de kankercel het organisme aandoet, wordt ook haar eigen dood, zoals bijvoorbeeld de dood van het milieu onze eigen dood mee insluit. Maar de kankercel gelooft in een van haar gescheiden 'buiten', zoals de mensen aan een buiten geloven. Dit geloof is dodelijk. Het geneesmiddel is liefde. Liefde maakt heel, omdat zij de afgrenzing opent en het andere binnen­laat om daarmee ťťn te worden. Wie liefheeft zet zijn ik niet op de eerste plaats, maar beleeft een groter geheel. Wie liefheeft voelt de geliefde als deel van zichzelf. Dat geldt niet alleen op het menselijk terrein. Wie van een dier houdt, kan het onmogelijk vanuit een economisch gezichtspunt als voedselproducent be­schouwen. Hiermee wordt geen sentimentele pseudoliefde be­doeld, maar die bewustzijnstoestand die werkelijk iets van de gemeenschappelijkheid van al het zijnde bespeurt en die niets te maken heeft met de vaak voorkomende handelwijze, waarmee men zijn onbewuste schuldgevoelens over de eigen verdrongen agressies door 'goede werken' of overdreven 'dierenliefde' pro­beert goed te maken.

 

Kanker laat niet ge-leefde liefde zien, kan­ker is geperverteerde liefde.

Liefde overwint alle grenzen en barricaden.

In de liefde verenigen zich en versmelten de tegenstellingen.

Liefde is eenwording met alles en deinst voor niets terug.

Liefde vreest ook de dood niet - want liefde is leven.

 

Wie deze liefde in zijn bewustzijn niet beleeft, loopt het gevaar dat zijn liefde in de lichamelijkheid zinkt en daar haar wetten als kanker probeert te verwerkelijken:

Ook de kankercel overwint alle grenzen en barricaden.

De kan­ker heft de individualiteit van alle organen op.

Ook de kanker breidt zich over alles uit en deinst voor niets terug (metastasering).

Ook de kankercel vreest de dood niet.

 

Kanker is liefde op het verkeerde niveau. Volkomenheid en een­ wording laten zich slechts in het bewustzijn verwerkelijken, niet binnen de materie, want materie is de schaduw van het bewust­zijn. Binnen de vergankelijke wereld van de vormen kan de mens niet datgene volbrengen, wat bij een onvergankelijk niveau be­hoort. Ondanks alle inspanningen van de wereldverbeteraars zal er nooit een 'hele' wereld zijn, zonder conflicten en problemen, zonder wrijving en strijd. Nooit zal de gezonde mens bestaan, zonder ziekte en dood, nooit alomvattende liefde, want de wereld van de vormen leeft van de grenzen. Maar al die doelstellingen laten zich verwerkelijken - door iedereen en altijd - wanneer de mens de vormen doorziet en vrij wordt in zijn bewustzijn. In de polaire wereld leidt liefde tot hechten - in de eenheid tot uit­stromen. Kanker is het symptoom van de verkeerd begrepen lief­de. Kanker heeft alleen maar respect voor de ware liefde. Sym­bool van de ware liefde is het hart. Het hart is het enige orgaan, dat door kanker niet kan worden aangetast!

02.De Tarot en de Chakra's
Pia Vercellesi & Giampaolo Gasparri

De symboliek van de chakra's als gids voor een dieper inzicht in de achtergronden van de Tarot

1. Wat is ziekte?

 

In de gebruikelijke betekenis van ziekte wordt verwezen naar de materialistische (wetenschappelijke) opvatting die door de eeuwen heen is opgelegd door de westerse geneeskunde. De kunst van het genezen, de geneeskunst, was in de oud­heid voorbehouden aan priesters die tegelijk artsen van de geest, de ziel en het lichaam waren: behandelingen hadden altijd op een of andere manier te maken met ceremonies en godsdienstige riten. Bij de BabyloniŽrs behoorden artsen tot de klasse der priesters, terwijl chirurgen slechts werden beschouwd als de 'mon­teurs' der geneeskunst: de wetgeving van koning Hammoerapi legde de plichten en tarieven van chirurgen vast. In het geval een operatie mislukte, werd voorzien in... het afhakken van de handen. Vier eeuwen voor Christus doet zich een om­slag voor: Hippocrates stelt rationele criteria tegenover de mystiek en de magie van de priesterartsen uit Egypte en het oude Griekenland; de geneeskunde wordt wetenschap. De bovennatuurlijke kenmerken van ziekte en het magische karakter van de geneeskunst worden niet meer erkend. De basis van de genees­kunde is de strikte waarneming van feiten en de vaststelling van natuurver­schijnselen.

Deze benadering van ziekte is gericht op het waarnemen van symptomen en de onderdrukking hiervan. Maar een benadering die zich uitsluitend richt op symptomen - voor de diagnose of voor de behandeling - is ontoereikend voor het vinden van een echte oplossing, omdat de 'symptomatische' benadering zich niet bezighoudt met het vaststellen en het veranderen van de oorzaken van de ziekte. Zij probeert alleen de gevolgen te bestrijden. Als gevolg hiervan blijven de oorzaken levend en kunnen zij steeds weer dezelfde symptomen veroorzaken of nieuwe symptomen in een ander deel van het lichaam. Het onderdrukken van symptomen ronder de oorzaak van de ziekte aan te pakken schept bovendien een gevaarlijke illusie: men kan zich goed voelen zonder iets te veranderen aan het gedrag dat vaak de echte oorzaak van het onbehagen is. Medische therapie is ze­ker noodzakelijk als ingrijpen onvermijdelijk en urgent is, bijvoorbeeld in geval van een bloeding: in feite heeft de moderne geneeskunde, door zich toe te leg­gen op een analytische en deterministische methode, de beste resultaten bereikt in de geschiedenis van de mensheid. Voor een 'mechanische' storing is dat de beste behandeling, als het fysieke lichaam dusdanig is toegetakeld dat het nau­welijks in staat is er op eigen kracht bovenop te komen. Maar bij echte genezing is ook het subtiele, spirituele deel van de mens betrokken: dit betekent dat het eigen leven moet worden 'geheiligd' en een dimensie moet worden binnenge­gaan die de wetenschappelijke geneeskunde niet kent. Als iemand bijvoorbeeld lijdt aan depressies, dan worden middelen gebruikt om de symptomen te on­derdrukken, maar de oorzaken van de depressie blijven bestaan en kunnen nieu­we symptomen veroorzaken zodra de patiŽnt geen medicijnen meer krijgt om die tegen te houden.

Ook de term 'patiŽnt' drukt passiviteit uit, lijden, een verliezerhouding ten op­zichte van de ziekte, een nutteloze opoffering. Deze slechte start leidt tot uitput­tende, wetenschappelijke onderzoeken. Organen en functies worden gemeten en gekwantificeerd met behulp van tabellen vol objectieve gegevens die de sympto­men steeds gedetailleerder beschrijven om ze even precies te kunnen bestrijden. Daarom levert de 'moderne' geneeskunde voortdurend specialisten, die allemaal een steeds afgebakender en beperkter werkterrein hebben. Maar de Mens is een Eenheid en met zijn uniciteit ontsnapt hij aan de wetten van de statistiek en de versnippering. Helaas zijn we er inmiddels aan gewend geraakt ons lichaam te beschouwen als een verzameling onderdelen die gedemonteerd en vervangen kunnen worden door allerlei transplantaties en prothesen, als een onderdeel niet meer optimaal functioneert of esthetisch niet voldoet. Medische onderzoeken dringen steeds verder binnen in de structuur van de cel, waardoor we een wereld van enzymen leren kennen, van genen en andere microstructuren, steeds ge­kunstelder en complexer, die ons perfect laten zien hoe cellen veranderen door verschillende ziekten.

 

Ondanks alle vooruitgang is de mens niet in staat te genezen en bovendien ont­staan er nieuwe ziekten, zoals bijvoorbeeld aids, waar de gezamenlijke weten­schappelijke kennis nog geen antwoord op heeft.

De eed van Hippocrates bestaat uit twee fundamentele principes van de arts ten opzichte van zieken: alles vermijden wat de patiŽnt schade kan berokkenen en de spontane actie van de natuur tegen het slechte ondersteunen. Kennelijk wordt deze eed tegenwoordig vaak niet nageleefd. Ieder van ons kent wel een dierbaar iemand die verwoestende chemotherapie en chirurgische interventies moet ondergaan die leiden tot gedwongen immobiliteit omdat het lichaam vastzit aan buizen die het verbinden met machines. In bijna geen enkel geval is er sprake van genezing; het zijn slechts pogingen die de hoop op genezing korte tijd doen opleven, maar die leiden tot een lange en zinloze lijdensweg. Deze therapeuti­sche hardnekkigheid komt voort uit de wetenschap die zich bezighoudt met ma­terie en slechts materie, en dus pijn, kan voortbrengen. Een materialistische op­vatting is niet in staat de Eenheid te begrijpen, omdat zij het spirituele uitsluit en zijn bestaan niet erkent.

Maar juist door dit subtiele deel van het Wezen te herkennen en te kennen is het mogelijk het evenwicht tussen geest en lichaam terug te vinden. Dit hervonden evenwicht leidt tot de echte genezing van de ziekte.

 

De oorzaken van ziekte

 

Ziekte is niet meer dan een storing van de energiebanen die onze lichaamscellen beÔnvloeden: als de vibratie in een orgaan minder wordt, dan verandert dit or­gaan en stelt het zich open voor micro-organismen. Alleen indien de juiste vi­bratie wordt hersteld vinden bacteriŽn en zelfs virussen geen gunstig terrein meer en vallen zij uiteen. Het is noodzakelijk te onderkennen dat de wijze waarop ziekten tot nog toe worden behandeld niet leidt tot een definitieve genezing. Dit komt met name omdat wij aannemen dat een ziekte zich voordoet zonder oor­zaak. De acceptatie van ziekte zonder duidelijke oorzaak veronderstelt dat mense­lijke wezens niet kunnen evolueren, maar op het ontwikkelingsniveau van die­ren blijven steken.

Door deze opvatting sluiten wij ons af voor de ervaring van een ontwikkeling die de mens-dier verandert in de denkende mens. De denkende mens is in staat om in de ziekte de oorzaak van de ziekte te zien. De wetenschap kan die oorzaak zeer zeker niet ontdekken, omdat zij niet in de materie is gelegen: spirituele en den­kende mensen kunnen de oorzaak wel onderscheiden, omdat zij gelegen is in een andere, subtielere en onzichtbare dimensie, de dimensie van onze ziel. Wij citeren Edward Bach: 'Ziekte is in essentie het resultaat van een conflict tussen de ziel (het gemoed) en de geest (de psyche) en kan nooit uitgeroeid worden zonder spirituele en mentale krachtsinspanning. Een krachtsinspanning die uit­sluitend gericht is op het lichaam kan de schade die de ziekte heeft aangericht al­leen oppervlakkig herstellen. Maar dat is geen genezing, omdat de oorzaak nog steeds actief is en op ieder moment in een andere vorm kan opduiken. Eigenlijk is een schijngenezing in veel gevallen schadelijk, omdat de echte oorzaak van de ziekte verborgen wordt gehouden voor de zieke; deze oorzaak kan sterker wor­den indien er geen aandacht aan wordt besteed'.

 

Inzicht in de oorzaken - Effecten van het karma

 

Om te begrijpen wat er met ons gebeurt als we ziek zijn, moeten we dus accep­teren dat de werkelijkheid meer is dan hetgeen we zien met onze fysieke ogen. Er bestaat een ander gebied dat altijd in deze werkelijkheid aanwezig is, maar ge­woonlijk onzichtbaar blijft. De stoffelijkheid waarin we ons bevinden verhindert namelijk dat we signalen uit dat andere gebied opvangen. Het eigenaardige is dat al het zichtbare een onzichtbare tegenhanger heeft in dit mysterieuze etherische gebied. Dat geldt voor planten, voor huizen, voor tafels, en ook voor ons lichaam. Om dit te begrijpen introduceren we hier een begrip dat we verderop zullen uit­diepen: het begrip energie. Energie ligt ten grondslag aan een werkelijkheid die breder is dan onze zintuiglijke waarneming. Energie is Alles en Alles is energie.

Bij deze betekenis van het Absolute hoort ook het begrip dikte: energie manifes­teert zich in verschillende diktes. Datgene wat wij zijn, voelen en zien is de dik­ste uiting van energie. De subtielere uitingen kunnen we begrijpen door middel van onze nachtelijke belevenissen, oftewel onze dromen. In onze dromen ver­kennen wij ongehinderd door materiŽle beperkingen, onbekende werelden, we komen overledenen of onbekenden tegen en we vliegen. We beleven en zien de werkelijkheid niet met onze fysieke ogen, maar met het oog van de gedachte, ons 'derde oog'. Dit 'bewijs' van het bestaan van dit gebied van onze werkelijkheid, het enige bewijs, hebben we allemaal wel eens gehad. Het is niet nodig te over­lijden om naar die andere werkelijkheid te gaan. Met het voorafgaande kunnen we de dimensies begrijpen van het onderwerp dat we nu gaan verkennen. Over ziekten kunnen we zeggen dat ze in een ander lichaam ontstaan. Wij beschikken namelijk ook over een verborgen anatomie, een onderwerp dat later zal worden uitgediept. Vanuit dit gezichtspunt is het van groot belang de symptomen van een ziekte niet te onderdrukken; zij zijn namelijk een communicatiemiddel en al­leen door het lezen van de symptomen, met andere woorden, door hun symbo­liek te duiden, kunnen we de oorzaak van een ziekte vaststellen.

De mensheid maakt deel uit van een universeel plan waarin ieder van ons een taak heeft. Vaak wordt dit niet meer als iets eigens erkend, omdat wij zijn afge­dwaald van de overkoepelende structuren. Het bestaan van ziekten heeft hier­mee te maken. Wij komen op aarde om een karmische les te leren. In de woorden van Bach: 'Een ziekte, schijnbaar iets wreeds, is op zich weldadig. Als wij haar juist interpreteren, toont zij ons onze belangrijkste gebre­ken... Het lijden is een corrigerende maatregel die de aandacht vestigt op een les die we anders niet hadden kunnen leren. Het lijden kan pas worden beŽindigd als we de les begrijpen. Ziekte heeft dus geen materiŽle oorsprong. Hoe meer we ons verzetten tegen de symptomen zonder ons gedrag te veranderen, hoe meer oorzaken van ziekte we scheppen'.

Een ziekte kan worden veroorzaakt door de effecten van ons gedrag die kar­misch voortkomen uit een ander leven. Het is uiter­mate belangrijk hiermee rekening te houden, niet alleen om de kans op genezing te verhogen - later zullen we zien dat lichamelijke genezing alleen niet positief is, ook niet vanuit het karma gezien - maar vooral om ons bewust te worden van de verantwoordelijkheid die we hebben voor onze gezondheid en van de nood­zaak echt te genezen en veranderingen aan te brengen in onze houding tegenover het leven, onszelf en de anderen om ons heen. Ook voor ons westerlingen is het eenvoudig om de oorzaken van ziekten te begrijpen zoals beschreven door oos­terse denkers, bijvoorbeeld negatieve gewoontes die onvermijdelijke gevolgen zullen hebben in de toekomst, zij het in ons huidige leven, zij het in een volgend bestaan:

 

 

. een slechte organisatie van ons dagelijkse leven, van de verhouding tussen rust en werk, tussen de geest en type werk, tussen voeding en werk

. gebrek aan hygiŽne in ons gedrag en in onze omgeving, vervuiling van lucht en water

. teveel industrieel voedsel en conserven

. een te frequent gebruik van medicijnen

. gebruik van alcohol, tabak, drugs, koffie en thee

. overdag slapen en 's nachts werken gedurende lange tijd

. geobsedeerd denken aan seks, of volledige seksuele onthouding

. angst, woede, jaloezie, wrok, gebrek aan vergiffenis

 

Karmische (aangeboren) ziekten kunnen het gevolg zijn van negatieve daden in een vorig leven die schijnbaar geen verband houden met de ziekte in kwestie. Als iemand op de wereld komt met een ontwikkelingsdoel, dan zijn er afwijkingen, handicaps en beproevingen die noodzakelijkerwijs overwonnen moeten worden. Het gaat met name om afwijkingen die het gevolg zijn van negatieve daden die bewust werden gepleegd, en de afwijkingen moeten verdragen worden tot het eind van de periode die hiervoor was voorzien.

 

Bron: De Tarot en de Chakra's

De symboliek van de chakra's als gids voor een dieper inzicht in de achtergronden van de Tarot

Pia Vercellesi & Giampaolo Gasparri

Uitgeverij Schors - Amsterdam

ISBN:90-6378-453-8

 

  

03. verband tussen ziekte en psyche
Carl Gustav Jung
 

 

Wanneer de ziel een uit de allerfijnste stofdeeltjes samengesteld lichaam bezat, zou men tenminste kunnen zeggen, dat dit zielelichaam aan een, zij het ook wat lucht­vormig, kankergezwel zou lijden, precies zoals het grove materiŽle li­chaam aan een dergelijke ziekte onderworpen kan zijn. Dan zouden we tenminste met iets werkelijks te maken hebben. De medische weten­schap heeft een grote afkeer van alle symptomen van psychische aard. Het lichaam is ziek ůf men mankeert niets. Wanneer men niet kan be­wijzen dat het lichaam werkelijk ziek is, ligt dit hieraan, dat de huidige middelen de arts nog niet in staat stellen, de juiste aard van de ongetwij­feld organische storing te vinden.

 

Wat is eigenlijk de psyche? Een materialistisch vooroordeel ziet uitslui­tend een epifenomeen[1] in haar, een nevenproduct van de organische her­senprocessen. Iedere psychische storing moet dan een organische of fysi­sche oorzaak hebben, die alleen door de onvolkomenheid van onze tegenwoordige diagnostische middelen nog niet aangetoond kan worden. Dit standpunt ontleent een zekere waarde aan de onloochen­bare samenhang, die tussen hersenen en psyche bestaat. Toch wordt de waarde ervan overschat, wanneer men deze opvatting tot absolute waar­heid wil maken. Het is onbekend of bij een neurose al dan niet een sto­ring van de organische hersenprocessen voorkomt. Wanneer storingen van endocriene aard optreden is het al even moeilijk om uit te maken of deze niet eerder het gevolg dan de oorzaak van de neurose zijn.

 

Anderzijds kan men er niet aan twijfelen dat neurosen een psychische oorzaak hebben. Wij kunnen ons heel moeilijk voorstellen, dat een or­ganische verandering alleen maar door een biecht ogenblikkelijk ge­nezen kan worden. Ik heb echter een geval van hysterische koorts gezien met een temperatuur van 39į , waarbij de psychische oorzaak van de koorts in enkele minuten door de biecht was weggenomen. Hoe zouden we die gevallen kunnen verklaren, waar duidelijk fysische ziekten uit­sluitend door het bespreken van bepaalde pijnlijke psychische conflicten beÔnvloed en zelfs genezen worden? Ik heb zelf een geval van psoriasis gezien, die zich bijna over het gehele lichaam verspreid had, en na een psychologische behandeling van enige weken voor negen tiende ge­nezen was. In een ander geval had een patiŽnt een operatie ondergaan voor een verwijding van de dikke darm. Veertig centimeter was eruit ge­nomen, maar toch volgde spoedig weer een verwijding van het nog reste­rende deel van de dikke darm. De patiŽnt was wanhopig en weigerde de toestemming tot een tweede operatie, ofschoon de chirurg deze als on­vermijdelijk beschouwde. Zodra echter bepaalde intieme psychologi­sche feiten aan den dag gekomen waren, begon de dikke darm normaal te functioneren.

 

Dergelijke ervaringen zijn geen zeldzaamheden. Zij maken het ons moeilijk te geloven, dat de ziel niets is of dat een ingebeeld feit iets on­wezenlijks is. De ziel is alleen niet daar, waar een kortzichtig verstand haar zoekt. Het is een belachelijk vooroordeel te geloven, dat existentie alleen maar lichamelijk zou kunnen zijn. Wij zouden het tegengestelde evengoed kunnen beweren, dat de fysische existentie een conclusie van onszelf is, omdat wij slechts iets van de materie weten, voor zover wij psy­chische beelden bezitten, die ons door de zintuigen worden overge­bracht.

Wij maken zeker een ernstige fout wanneer we deze eenvoudige maar fundamentele waarheid vergeten.

 

Ofschoon onze geest de vorm van zijn eigen zijn niet kan vatten, daar het archimedische[2] punt erbuiten ontbreekt, bestaat hij toch. De psyche bestaat, ja zij is het bestaan zelf.

 

Bron: Carl Gustav Jung - PSYCHOLOGIE EN RELIGIE - DE AUTONOMIE VAN HET ONBEWUSTE
Verzameld werk - deel 4

 



[1] secundair fenomeen, begeleidend verschijnsel

[2] steunpunt van waaruit men alles kan bewegen

 

04. Kanker van de ziel/kanker van het lichaam.

Bron: Mellie Uyldert Ė Genees uzelf

 

Terwijl op het stoffelijk plan de vergiftiging door minderwaardig en chemisch bewerkt voedsel een hoogst belangrijke factor is bij het ont­staan van kwaadaardige gezwellen, zijn er toch wel mensen die slecht eten en toch geen kanker krijgen. Dat zijn de levensblijen. Want op het plan der ziel is het een bepaald type dat vatbaar is voor kanker: de gevoelige mensen, die zich het leed van zichzelf en vooral ook van anderen sterk aantrekken en - het bij zich houden. Onopgeloste negatieve gevoelservaringen stapelen zich op in de ziel als een psy­chisch gezwel, lang voordat de daarmee analoge lichamelijk tumor zichtbaar wordt. Het gesloten gevoelstype  moet speciaal oppassen. Deze  heeft een behoefte aan gevoelsindrukken, vooral dramatische en tragische, die hij verzamelt, zowel uit het dagelijks leven als ook uit romans, films en gesprekken. Hij heeft echter moeite met de verwerking er van. Eigenlijk wil hij die niet kwijt raken, liever optassen in het geheugen om er van tijd tot tijd in te gaan grasduinen. In zulk een voorraad kan bederf optreden, dan wordt het een psychi­sche gifhaard van gistende grieven. Ja, op het moment dat het bewus­te denken maar geen moeite meer doet om het verdriet te begrijpen en te verteren, maar het in het onbewuste laat vallen, begint de licha­melijke analogie er van te ontstaan en te groeien. Zich er over heen te zetten zonder het verwerkt te hebben, is gevaarlijk!

 

De bij dit type passende remedie is tweeŽrlei:

ten eerste uitpraten bij een zeer vertrouwd en werkelijk luisterend en meelevend persoon, die voorts meehelpt aan het verwerken van het oude zeer, en ten tweede toneelspelen. Want dan kan dit schuwe type de emoties afreageren zonder er op aangezien te worden, het is im­mers maar een rol die men speelt. Het psychodrama past hier, het naspelen van wat vroeger gebeurd is en de zielenwond heeft toege­bracht. Om alsnog aan de verwerking ervan te beginnen.

 

Tot de verdrongen negatieve emoties kan behoren: het moeten afzien van eens gekoesterde idealen. Men had iets bepaalds willen worden maar de omstandigheden lieten dat beroep of die studie niet toe. Het scheppende in die mens werd teruggedrongen, men moet geld ver­dienen, op een ander passen en daarvoor zorgen, werken of wat ook de belemmering mocht zijn geweest. De wens, het ideaal, dat wat gevoeld werd als de persoonlijke bestemming, mocht zich niet ver­werkelijken. Misschien schikte die mens zich te gemakkelijk in zijn lot. De scheppingskrachten van de ziel waren genoodzaakt af te zak­ken naar het lichaam en gingen daar dan maar scheppen, d.w.z. zin­loze wratten, vleesbomen, gezwellen enz. bouwen. Gaan deze dan het vergif bevatten, dat de verstoffelijking van het zielegif is, dan wordt dat gezwel kwaadaardig.


In zulke gevallen ziet men soms een wonderbaarlijke genezing van kankergezwellen alleen doordat die mens alsnog voor het oude ideaal kiest, denkend: 'Als ik dan toch nog maar drie maanden te leven heb, dan wil ik toch nog datgene doen waar ik nooit aan toe gekomen ben'. Men gaat reizen, schrijven, prediken, sociaal werk doen of wat dan ook, en de ziekte verdwijnt nu men er niet meer op let. Op het laatste moment wordt de frustratie omgezet in een positieve daad. Zoals de vrouw, die tegen heug en meug altijd op een kantoor had moeten zit­ten en van haar arts vernam dat zij de ziekte had en niet lang meer had te leven. De arts vroeg: 'Is er iets, dat u altijd nog graag had willen doen? Doe het dan nu'. Ja, zij had zo graag een wereldreis willen maken. Zij had daarvoor nog net voldoende geld op de bank. Welnu, dat bezit kon nu gebruikt worden, dus zij meldde zich aan en begon haar reis. Toen zij stralend terug kwam en zich door haar arts liet onder onderzoeken, bleek zij volkomen gezond.

En vloog zij haar arts om de hals? Nee. Zij verweet hem: 'Wat moet ik nu beginnen, zonder een cent?' Want dit type is altijd bezorgd voor de toekomst, tracht zich te beveiligen door een spaarpotje. Het zijn hun steeds herhaalde negatieve gedachten en zorgen, die hen op den duur ziek maken. Zij trekken de narigheden naar zich toe, door ze zich te verbeelden en er voor te vrezen. Zo heb ik een man gekend, die van de ene arts of helderziende naar de ander liep met de vraag of hij mis­schien kanker had. Allen zeiden nee, tot eindelijk, na jaren, de ziekte inderdaad bij hem geconstateerd werd. Men was geneigd te zeggen: 'Zo, heb je nu je zin?' Dit type, in het extreme, geniet van het lijden.

Het is te passief, het vecht niet voor zichzelf, voor de eigen gezond­heid, voor het leven. Een Amerikaanse arts schreef voor deze mensen een boek, getiteld: You can fight for your life!

De psychische achtergrond van kanker is dus in vele gevallen het op­kroppen van oud leed in plaats van het te verwerken, het wegduwen in het onderbewuste of het af en toe koesterend te voorschijn halen in zelfbeklag. Met een zekere voldoening ziet men zichzelf als de marte­laar of de dupe.

Velen van dit type hebben zich opgeofferd, altijd voor anderen klaar gestaan en het leed van anderen aangehoord. Het is het extreem moederlijke type, dat nooit aan zichzelf of aan de toekomst denkt, dat met de moeilijkheden van anderen rondloopt te piekeren, hun lasten vrijwillig op zich neemt, zelfs andermans schuld. Daarbij vergetend, dat hun niet alleen de zorg en verantwoordelijkheid voor hun mede­schepselen is opgedragen, maar ook - die voor zichzelf. Zij maken van zichzelf de zondebok en de vuilnisbak van anderen. Zoals zij ook thuis de etensrestjes maar opeten om ze niet te hoeven weggooien, en zo de maag bederven.

De kankerpatiŽnten zijn in de samenleving veelal de psychisch onderdrukten en te kort gekomenen. Zij hebben echter ook weinig moeite gedaan om voor zichzelf op te komen. Het zijn degenen die al lijdend op een verlosser wachten - in plaats van voor eigen ontplooi­ing evenveel moeite te doen als zij voor andere verdrukten opbren­gen. Zij vergeten dat ook hun eigen persoonlijkheid aan hun zorg en liefde is toevertrouwd. Men moet zijn naaste liefhebben als zichzelf en zichzelf als zijn naaste. Men mag zichzelf dan ook niet verwaarlozen of laten vertrappen.

Activiteiten, eigen initiatief ontplooien, scheppend werk, zelfuitdruk­king - dat is de grote therapie op het plan van de ziel. Dat is tevens het recept om de ziekte te voorkomen. Daarom moet de opvoeding thuis en op school er op gericht zijn het eigen initiatief uit te lokken en een weg te openen voor de scheppingskracht. Het kind moet vrije tijd hebben om zichzelf te kunnen zijn en uit te kun­nen drukken, die tijd moet niet met plichten worden volgestopt. Voor zijn liefhebberijen moet het materiaal beschikbaar gesteld worden of althans de gelegenheid om zelf daarvoor te werken en te sparen op niet te lange duur.

Kinderen die in hun persoonlijke behoeften gefnuikt worden, krijgen soms wratten. Dit is een veeg teken. Het toont aan dat de scheppings­kracht door de ziel heen geen uitlaat vindt. Dan zakt zij af naar het lichaam. Zodra het kind zichzelf kan uitleven in plaats van zich altijd maar te moeten aanpassen (op kostscholen o.a.), verdwijnen de wrat­ten vanzelf. Keren zij terug, dan deugen de omgeving en de opvoe­ding niet.

Kanker aan de vrouwelijke organen heeft haar speciale betekenis. Het vrouwelijke lichaam wil van nature kinderen voortbrengen. Indien het door herhaaldelijk sexueel contact zonder bevruchting telkens wordt blij gemaakt, worden eierstokken en baarmoeder, die gevoels­organen zijn, geÔrriteerd en ten slotte overspannen en geschokt, teleurgesteld. Daardoor wordt haar kracht naar het negatieve omge­slagen. Een ontgoochelde baarmoeder maakt dan bijv. een myoom in plaats van een kind, ze moet toch iets doen. De vrouwelijke boezem wil haar magnetisme kwijt aan een zuigende baby. Krijgt zij die niet, dan ontspoort haar kracht in een gezwel.

Het is de tragiek van de voorbehoedmiddelen en -methoden, dat zij dienen om de vrouw te ontlasten - althans zo worden ze voorgesteld ­- terwijl ze vaak juist het noodlot voor de vrouw betekenen. De natuur­lijke last van het hebben van een kind zou van een heel andere kant verminderd moeten worden, nl. door die last door beide ouders gelij­kelijk te laten delen. Ook de vader behoort af en toe op zijn kind te passen, het te verzorgen, op te voeden, en er zijn liefde aan te geven. Als een vrouw zelf geen kinderen wenst, moet zij liever ook van seks afzien. Niet de organen eerst gretig maken en dan niets geven - zoals bij stoffelijke afscherming of bij coÔtus interruptus. Of beide par­tijen moeten wilskrachtig genoeg zijn om de uitwisseling tot op het plan der ziel te verhogen, zoals bij de Karezza-methode: verenigd blij­ven zonder zaaduitstorting, waarbij de elektrische en de magnetische kracht zich verfijnt tot op zielsniveau en een groot geluksgevoel wordt ondervonden. De ene vrouw wil bewust of onbewust graag een kind. De andere wil geen kind, maar inspirerende vriendschap, om psy­chisch scheppend te kunnen zijn.

Weer een andere wil liefhebben in beeld en project en sublimeert gemakkelijk in de godsdienst.

leder het hare. Maar zeer zeker geen opgedrongen seks.

 

 

 

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

Top 100 NL