Jozef Rulof :  Reiziger tussen twee werelden

 

 

verschenen in Bres  nr 220 juli/augustus 2003-07-15

 

geschreven door Theije Twijnstra

 

Wars van vage en verheven pretenties, vaak bezield tot op het bot, maar ook even zo vaak jongensachtig gek en dwaas, wist hij als geen ander de menselijke ziel te openen voor een grotere werkelijkheid.

Het verhaal van Jozef Rulof (1898-1952), een van de wonderlijkste mediums die Nederland ooit heeft gekend.

Een dorpsjongen uit ‘s Heerenberg die met moeite de lagere school doorliep, zou als volwassene meer dan 25 boeken schrijven over de meest uiteenlopende en diepzinnige onderwerpen. Boeken die zelfs vijftig jaar na zijn dood nog steeds velen diep in hun gevoel kunnen raken en tot een meer geestelijke levenshouding weten te inspireren.

Te midden van het hedendaagse bombardement van verre goeroes en naderende profeten, van buitenaardse tovenaars en binnenaardse heksen, van opgeblazen meesters en weggevlogen engelen, ervaar je bij hem jets zeldzaams: oorspronkelijkheid.

De kennis die door hem vanuit de geestelijke wereld is binnengekomen, reikt verder dan de kennis die we kunnen bewijzen of bevatten. Maar hoe ongelooflijk en controversieel sommige beweringen ook zijn, toch worden ze zo overtuigend en consequent gepresenteerd dat de lezer onvermijdelijk voor een keuze wordt geplaatst: of je sluit je ervoor af, omdat je ze verstandelijk niet kunt verwerken of je geeft je gewonnen, omdat je ze op een wezenlijk niveau als werkelijk herkent. Een tussenweg is er niet. Een compromis is uitgesloten.

Wie was deze Jozef Rulof? Hoe werd zijn mediumschap ontwikkeld? Wat maakt hem zo bijzonder? Wat heeft hij ons te zeggen?

Dit is een poging om uit de talloze bijzondere gebeurtenissen uit zijn leven en de vele intrigerende details uit zijn werk, een duidelijk en begrijpelijk geheel te maken.

De eerste verschijnselen

 

Jozef Rulof is in februari 1898 geboren, als derde kind in een gezin dat uiteindelijk uit vijf jongens en twee meisjes zal bestaan. Vader is een eenvoudige fabrieksarbeider, moeder een streng gelovige vrouw die de plaatselijke pastoor een gezag toedichtte, dat qua importantie direct na dat van Christus kwam.

In dit eenvoudige, boerse milieu groeit de gevoelige Jozef op.

Al spoedig openbaren zich de eerste voorboden van zijn bijzondere levensweg. Van jongs af aan heeft hij een ongewoon grote belangstelling voor de natuur. Kruipend over de grond verdiept hij zich in elk bloemetje dat hij tegenkomt, verwondert zich over de kleuren en vormen en vraagt zich voortdurend af waarom alles is zoals het is. Hij kan helemaal opgaan in wat hij in de kleine achtertuin tegenkomt. Regelmatig wordt hij door zijn moeder of broertjes slapend aangetroffen, te midden van de kool en de andijvie. In feite treedt hij op dit soort momenten uit. Hij wordt in die staat door zijn geestelijke begeleider mentaal voorbereid op zijn latere taak. Samen met deze gids die hij, als hij wakker is, als een lichtende gestalte kan zien en die voor hem net zo natuurlijk is als de fysieke aanwezigheid van aardse mensen, zwerft hij urenlang door de bossen.

De geestelijke wereld is niet alleen opvoedend en vormend, maar springt soms zelfs financieel wel eens bij, zo merkt de kleine Jozef als hij probeert op allerlei manieren aan geld voor de jaarlijkse kermis te komen. Eerst gaat hij langs de weg zitten bedelen en weet hij met zijn doordringende ogen de deftige toeristen met zijn blikken over te halen hem geld te geven. Als zijn moeder dit hoort, wordt ze boos en neemt hem dit geld weer af. Mokkend en mopperend gaat hij op het bankje voor zijn ouderlijke huis liggen en valt in slaap. Tijdens deze slaap treedt hij uit en ziet een zilveren koord dat hem feilloos leidt naar een plek in het bos waar hij geld ziet liggen. Hij wit dit geld grijpen, maar zijn handen gaan er dwars doorheen. Dan beseft hij weer dat hij eerst wakker moet worden en de hele afstand naar die plek in het bos moet lopen. Na een tocht van anderhalf uur vindt hij daar het voor die tijd astronomische bedrag van veertien gulden en zestien cent. Van zijn gids mag hij een kwartje voor zichzelf houden en mag hij voor nog een kwartje iets lekkers voor zijn moeder kopen. De rest van het geld komt bij de veldwachter terecht. Omdat er echter geen eigenaar komt opdagen, krijgt de familie Rulof uiteindelijk toch het hele bedrag.

Verse koeienstront

 

Direct nadat zijn vader op negenendertigjarige leeftijd aan een hartstilstand overleed, zag Jozef hem weer terug en kon met hem praten. Ook tijdens de begrafenis wordt zijn vader weer zichtbaar voor hem en ziet hij hoe hij achter zijn eigen kist aan loopt en ondertussen naar hem knipoogt. Jozef geniet en probeert met grote passen zijn vader bij te houden. De andere aanwezigen, die niets van dit alles merken, denken alleen dat de elfjarige Jozef met zijn dode vader spot, door zijn loop te imiteren.

Als zijn lagereschooltijd voorbij is, blijken er thuis bijna geen inkomsten meer te zijn. Jozef gaat in de plaatselijke borstelfabriek werken. In de jaren daarna volgen nog talloze andere baantjes. Hij zet alles op alles om zijn moeder in haar moeilijke overlevingsstrijd te steunen. Na een intense poging om haar van een huwelijk te weerhouden, moet hij het aanvaarden dat

zijn moeder vanwege haar financiële moeilijkheden opnieuw trouwt. Het is bitter voor hem dat een verstandshuwelijk voorrang krijgt boven de onvoorwaardelijke liefde die hij haar heeft betoond.

Ondertussen manifesteren zijn helderziende en genezende gaven zich steeds duidelijker. Als mensen hem een hand geven, ziet hij vaak meer dan hij wit of durft te zeggen. Ook slaagt hij erin mensen met ongewone middelen te genezen. Bij een huisgenoot geneest hij bijvoorbeeld een zwerende wond door deze dagelijks met verse koeienstront in te smeren.

Niettemin is hij te nuchter om zich door at deze bijzondere ervaringen te laten afleiden van het aardse bestaan. Hij voetbalt graag en met onverdienstelijk.

Als hij voor militaire dienst opgeroepen wordt, geeft hij daaraan zonder aarzeling gehoor. In dienst komt hij at snel tot de conclusie dat hij daarin helemaal niet past. Zijn openheid en ongeveinsde optreden worden door de legerleiding voor brutaliteit aangezien en daardoor brengt hij vele dagen in de cel door. Na zijn diensttijd keert hij nog even naar ‘s Heerenberg terug, maar hij weet dan zeker dat hij daar geen toekomst meer kan vinden. Zijn oudere broer nodigt hem uit naar Den Haag te komen om daar een bestaan op te bouwen. Zijn jeugd en daarmee ook de tijd van de onbezonnen lichtheid zijn dan definitief voorbij.

De voorbereiding op het grote werk

 

Ook in Den Haag moet hij eerst nog vel baantjes doorlopen voordat hij aan zijn geestelijke taak kan beginnen. Hij polijst houten deuren en kasten en werkt als kok, fietsenmaker en als chauffeur. Juist via deze aardse baantjes kan de geestelijke wereld steeds dieper op hem inwerken. Zo krijgt hij de aandrang om chauffeur te worden en de straten van Den Haag uit zijn hoofd te leren. Daarna beleeft hij dat hij in de geest autorijles krijgt, terwijl hij in fysiek opzicht op een keukenstoel zit. Stap voor stap leert gene zijde hem hoe hij moet schakelen en voorzichtig de koppeling moet laten opkomen. Na deze ‘lessen’ gaat hij in de stad op zoek naar een baan als chauffeur. Niet lang daarna brengt hij in de aardse werkelijkheid in praktijk, wat hij kort daarvoor in de geest had geleerd.

Zijn toenemende paranormale gevoeligheid komt hem als taxichauffeur goed van pas. Vaak weet hij al tevoren waar iemand op hem zit te wachten. Zijn passagiers en

collega's weet hij regelmatig te verrassen met zijn uitspraken, waarschuwingen en wonderlijke reparaties.

Ondertussen gaat de geestelijke opleiding verder. Jozef krijgt de opdracht van zijn geestelijke meester om teken- en schildermateriaal te kopen. De eerste geest die door hem werkt heet Erich Wolff. Door zijn inwerking wordt de basis gelegd voor een psychische trance, een vorm van overgave waarbij de aardse persoonlijkheid volledig door de wil van een geest kan worden overgenomen. Het blindelings gehoorzamen en volgen, wat voor een psychische trance zo essentieel is, kunnen door het mediamiek schilderen zeer effectief geleerd worden.

Hoe verder de overleden schilder Erich Wolff in het lichaam van Jozef Rulof kan doordringen, des te feillozer het resultaat wordt. Aanvankelijk gekladder wordt op deze manier steeds verfijnder en doeltreffender. Als Wolff schildert, krijgt Jozef Rulof ondertussen onderricht van zijn vaste gids, Alcar geheten.

De ontwikkeling van Jozef Rulof als helderziend, helderhorend, heldervoelend, genezend en schilderend medium zet zich verder door en het nieuws daaromtrent verspreidt zich door de stad. De mensen weten hem steeds vaker te vinden. Sommigen zijn zo onder de indruk van zijn vermogens dat zij hem miljoenen bieden als hij alleen voor hen wit komen werken. Jozef Rulof weigert, want hij is er niet voor de enkeling, maar voor iedereen. Niet lang daarna krijgt hij het teken dat hij als genezer voor zichzelf mag beginnen. Zo komt ook aan de tweede opleidingsfase een einde.

De plattelandsjongen is een grotestadsman geworden. Het Achterhoekse dialect heeft plaatsgemaakt voor beschaafd Nederlands. De verbinding met de geestelijke wereld is nu zo ver gevorderd dat hij klaar is voor het grote werk: het schrijven van boeken.

De inwerking

 

Tussen 1932 en 1952 komen via hem 25 boeken tot stand die gezamenlijk meer dan 10.000 bladzijden bevatten. De inwerking van de geestelijke wereld verloopt consequent, in een vaste volgorde. Nadat Jozef Rulof op bed is gaan liggen, zinkt hij snel in een diepe slaap. Kort daarna treedt hij uit en wordt in de geestelijke wereld door zijn gids opgewacht. Zijn slapende aardse lichaam is dan nog maar voor een klein deel door zijn geestelijke energie bezield. Gene zijde zorgt er eveneens voor dat dit slapende lichaam niet gestoord wordt. Samen met zijn geestelijk leider reist Jozef Rulof door de onzichtbare werelden en krijgt hij onderricht in de wetmatigheden van het leven na de dood.

Op deze manier reist hij gedurende vele nachten. Wanneer een bepaalde hoeveelheid kennis door hem is opgenomen, worden de uittredingen tijdelijk gestopt, zodat hij weer aan de aardse werkelijkheid kan wennen. Een tijdje daarna wordt hem door zijn gids duidelijk gemaakt dat het schrijven zal gaan beginnen.

Het enige dat hij hoeft te doen, is achter de schrijfmachine te gaan zitten en te wachten op de inwerking vanuit de andere wereld. Dan worden zijn handen naar de toetsen geleid en schrijft hij in een paar weken tijd een boek van honderden pagina’s. Als hij schrijft weet hij niet wat hij schrijft; zijn geest rust op dat moment uit in de geestelijke wereld. Door de uittredingen die aan het schrijven voorafgingen, is zijn gevoelsleven echter intens aangeraakt, waardoor een zo volledig mogelijke verbinding met zijn lichaam en geest bereikt kan worden.

Scheiding der geesten

 

Het eerste boek heet veelbetekenend Een blik in het hiernamaals. Daarin beschrijft hij de ontmoeting met zijn geestelijk leider Alcar en het doel van hun samenwerking. Door middel van vele uittredingen leert deze geest hem dat er geen dood bestaat. Hij illustreert dit gegeven door Jozef vele malen met een sterfbed te confronteren en hem het hele proces van sterven, overgaan en opgevangen worden te verklaren. Ook de relatie tussen de aardse leefwijze en de geestelijke uitwerking daarvan in de sferen wordt haarscherp weergegeven.

Alleen dit eerste boek is alzo veelomvattend en overweldigend van inhoud dat het een ereplaats verdient in de boekenkast van iedere serieuze zoeker naar de werkelijke waarden van het leven.

Daarna verschijnen nog vele boeken over de talloze wonderlijke werkelijkheden van het leven na de dood. Zij gaan bijvoorbeeld over de logische plaats van reïncarnatie in het systeem van de menselijke evolutie, de duidelijke eenheid van oorzaak en gevolg, de geestelijke gevolgen van zelfmoord, hoe het heelal ontstaan is, waar de mens vandaan komt en waar hij naartoe gaat en talloze andere onderwerpen waarvan de vaak verbijsterende inhoud ook vandaag nog maar bij weinig mensen bekend is.

Het is ondoenlijk alle kennis die via Jozef Rulof op aarde is gebracht in één artikel samen te vatten. De onderwerpen die in zijn boeken naar voren komen beschrijven het hele spectrum van het menselijk bestaan. Leven, dood, liefde, geloof, opvoeding, kunst, ziekte, maar ook schrijft hij over de eerste momenten van het heelal, het ontstaan van planeten en de weg van de menselijke evolutie. Door de enorme hoeveelheid kennis en de tijdloze waarachtigheid die erin doorklinkt, heeft de indrukwekkende inhoud nog niets van zijn actuele waarde verloren.

Begin met Een blik in het hiernamaals en voel of u aangeraakt wordt of dat u er niets van begrijpt en u zich te veel stoort aan het ouderwetse taalgebruik en de ‘onderdanige’ en naïeve opstelling van Jozef Rulof tegenover zijn geestelijke gids. Want het is juist deze kinderlijke openheid die ook van de lezer wordt gevraagd. Wie deze ‘buiging’ nog niet kan maken, sluit zichzelf buiten en is nog onbereikbaar voor de grote liefde en wijsheid die hem via deze boeken worden aangeboden. Een natuurlijke scheiding der geesten.

Echt en onecht

 

Hoewel elk boek een grote hoeveelheid spirituele wetenswaardigheden bevat en een tijdloze inhoud heeft die je steeds opnieuw bezielt en inspireert, wil ik toch bijzondere aandacht vragen voor het boek Geestelijke gaven.

Het is geen werk om mee te beginnen, daarvoor is het te gespecialiseerd, maar wie na een aantal boeken van Jozef Rulof de diepte in wil gaan en werkelijk inzicht wil krijgen in de wereld van de paranormale vermogens, zal dit boek moeten lezen.

Gedetailleerd en scherp analyserend wordt hier het verschil tussen de werkelijk begaafde mediums en de onuitroeibare kwakzalvers aangetoond. Feilloos wordt duidelijk gemaakt dat er maar heel weinig echte mediums zijn, omdat er maar heel weinig mensen leven die de juiste geestelijke instelling hebben verworven.

Het boek laat op overtuigende wijze zien dat daar wet wat meer voor nodig is dan het volgen van een cursus of het doorwerken van een werkboek.

Schrijnend en soms hilarisch zijn de verhalen over de talloze charlatans en hun methoden. Daarnaast wordt uiteengezet hoe geestelijke genezing werkt, wat het verschil is tussen de oosterse en westerse spirituele benadering, hoe materialisatie en dematerialisatie werken. evens worden witte en zwarte magie en nog een groot aantal onderwerpen meer beschreven. Vooral in deze tijd waarin een stortvloed van ‘waarheden’ de mens overspoelt, is het goed eens een stap opzij te doen, alle humbug even tegen zichzelf te laten tetteren en stil te worden in de eenvoud van de oorspronkelijke grootsheid van de andere kant.

Sensatie of verdieping

 

Vanaf 1945 begint zich bij Jozef Rulof een nieuw paranormaal vermogen te openbaren; spreken in trance. Hij is als medium inmiddels zover ontwikkeld dat gene zijde in staat is zich rechtstreeks tot een zaal vol mensen te richten. Een uiterst zeldzaam verschijnsel omdat er eerst aan een groot aantal geestelijke voorwaarden moet worden voldaan, wit dit tot stand gebracht kunnen worden. Voor wie daarbij aanwezig was, moet het een wonderlijke gebeurtenis geweest zijn. Op het podium staat Jozef Rulof stil te wachten op de inbezitneming van zijn lichaam. Voor wie scherp oplet, ziet dat er iets verandert in hem. De gezichtsuitdrukking wordt zekerder en krachtiger, de stem klinkt anders, de gebaren zijn trefzeker, maar vooral wat hij zegt, is van een indrukwekkende helderheid en overtuiging.

Vooral de eerste keer moet het publiek in lange rijen voor Diligentia in Den Haag hebben gestaan. Nieuwsgierig en sensatiebelust. Als spectaculaire voorspellingen en extravagante verschijnselen uitblijven, loopt de haastig toegesnelde massa ook even zo snel weer weg.

Zij die blijven, beleven gedurende honderden bijeenkomsten schitterende lessen die rechtstreeks uit de geestelijke gebieden afkomstig zijn. Een aantal van deze lezingen is door een primitieve bandrecorder opgenomen. Als ik deze vervormende en technisch beperkte weergave hoor, word ik diep geraakt door de intense bezieling die uit deze stem klinkt.

Het evenwicht

 

In november 1952 wordt Jozef Rulof, net zoals zijn vader, door een hartaanval getroffen. Hij sterft vrijwel onmiddellijk. Zijn nalatenschap van schilderwerken, boeken en geluidsopnamen is indrukwekkend. Temeer als men bedenkt dat hij met grote moeite de lagere school doorliep en geen enkele aanleg had voor schilderen of schrijven.

Daarbovenop komt nog eens dat alle werken onder moeilijke aardse omstandigheden tot stand zijn gekomen. Bijna zijn hele leven is hij straatarm geweest en woonde hij op een eenvoudig bovenwoninkje in een volksbuurt in Den Haag. Van de opbrengst van zijn schilderijen kon hij zijn eerste boeken laten drukken die hij vervolgens meteen weer aan vrienden en wie het maar wilde lezen, weggaf.

Zijn boeken schreef hij dwars door de crisisjaren en de daaropvolgende oorlogsjaren heen. Koud, verzwakt en moe sleept hij zichzelf in die zware hongerjaren naar de schrijfmachine, wetend dat het zijn taak is de mens op de hoogte te brengen van een grotere werkelijkheid dan de aardse. De werkelijkheid dat er geen verdoemdheid bestaat zoals vele christenen nog steeds geloven, dat er geen dood bestaat, zoals zoveel intellectuelen nog elke dag verkondigen, dat er alleen maar rechtvaardigheid en liefde bestaan, zoals bijna niemand nog kan geloven.

Een taak die hij hartstochtelijk heeft uitgevoerd, soms vurig en zeer direct, niemand sparend, soms speels en dollend, alsof juist dit clowneske de enige mogelijkheid voor hem was om in menselijk opzicht het evenwicht te kunnen bewaren tussen de grenzeloze werelden die hij had betreden en de kleine wereld beneden waarin hij even leefde.

Naschrift van de redactie

 

Enige uren voor het ter perse gaan van deze editie van Bres kwam ons een krantenbericht uit Het Parool van 17 mei jl. onder ogen waarin vermeld wordt dat:

‘Wayti, de uitgever van de boeken van de omstreden Achterhoeker Jozef Rulof, dit weekend niet welkom is op de ParaVisie Manifestatie in Den Haag. De in 1952 overleden schrijver liet zich negatief uit over joden, negers, vrouwen en verstandelijk gehandicapten.

De rechtbank in Antwerpen verbood donderdag het verkopen van zijn boeken op een beurs. Bureau Discriminatiezaken in Den Haag had al eerder bezwaar gemaakt tegen de aanwezigheid van Wayti op de manifestatie.’

Aldus de verslaggeefster in Het Parool.

Het artikel citeert vervolgens enkele passages die - als zij een juiste weergave vormen van de leer van Rulof - terecht aanleiding kunnen zijn tot kritiek, alsmede een verweer van Ludo Vrebos, voorzitter van de Wayti-stichting, dat - als zijn woorden juist zijn weergegeven - zijn zaak naar onze mening eerder schaadt dan goeddoet.

De Bres-redactie verklaart naar aanleiding van deze gang van zaken het volgende:

 

1. De redactie heeft het artikel van Theije Twijnstra nauwkeurig opnieuw onderzocht op uitlatingen die direct of indirect blijk zouden kunnen geven van een verwijzing naar de gewraakte opvattingen. De redactie is tot de conclusie gekomen dat in het artikel van Theije Twijnstra nergens sprake is van racistische of antisemitische uitlatingen, opvattingen of suggesties in die richting. Toen deze conclusie vaststond, is besloten tot voortgang van de publicatie.

2. Publicatie van bovenstaand artikel betekent niet dat de redactie eventuele racistische elementen in Rulofs leer - volgens critici elders expliciet of impliciet tot uitdrukking gekomen - onderschrijft, integendeel, Bres wijst racisme in welke vorm dan ook, af.

3. De Theije Twijnstra schreef deze levensbeschrijving van Rulof, als persoon en merkwaardig medium, vanuit een open, niet-discriminerend en onafhankelijk standpunt.

4. De redactie neemt aan, dat de Bres-lezer zelf mondig genoeg is om het boekenaanbod van Wayti in de advertentie op pagina 130 van deze editie met gezonde kritische zin te beoordelen, mede in het licht van het bovenstaande

 

Dit artikel verscheen eerder in BRES nr 220   BRES MAGAZINE    juli/augustus 2003-07-15

en wordt hier geplaatst met toestemming van de redactie van Bres en van de auteur: Theije Twijnstra

 

 


emailbox

 

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

 

Stem Spirituele Vrienden in de

Top 100 NL

 

LetsStat website statistieken  web hit counter