|
|
Esoterisch bijbellezen.
waarom? - symbolen - namen - getallen - verklaringen
Waarom zouden we de bijbel op een andere manier gaan lezen? Het gevaar hiervan is niet denkbeeldig. Een voorbeeld daarvan is te zien bij de Parsi's in India, die aldaar een niet-meer-levende Zarathustrische religie hebben, en ook bij de Tibetanen, die van het echte bidden overgingen tot gedachteloos woorden-geprevel, waarvan de consequentie was, dat zij de gebeden lieten verrichten door gebedsmolens. Door de geest van ons denken moeten wij vernieuwd worden, luidt het in Ef.4:23. Aan de Romeinen schrijft Paulus hetzelfde in de volgende woorden: 'Wordt hervormd door vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt onderkennen, wat de wil van God is' (12:2). Het ongeluk wil, dat sommige (of vele?) conservatieven het toch voor ons bestemde N. T. veronachtzamen, waar zij deze dingen kunnen lezen, en dat zij de wil van God zoeken te vinden in het O.T., dat zich uitdrukkelijk richt tot het volk van Abraham, Izak en Jacob, niet tot alle volkeren, en waar niet de vrijheid wordt geleerd, maar de gehoorzaamheid aan de Wet, die voor de voorchristelijke tijd bestemd was. Zie Rom. 7: 6. Tot alle volkeren der aarde richt zich het N. T., dat dan ook - en hier mag niet aan het toeval worden gedacht - in een wereldtaal werd geschreven: het Grieks. Het N. T. leert de vrijheid. Het bevat ook een gebod, maar dat is van een heel bijzondere aard; Joh. 13:34 luidt; 'Een nieuw gebod geef Ik u: dat gij elkander liefhebt'. Het theologisch genie dat Paulus was, spreekt over het 'Nieuwe Verbond' (een betere vertaling van diathèkè dan 'Testament') aldus: '. . . maar onze bekwaamheid is het werk van God, die ons in staat heeft gesteld om dienaren te zijn van een nieuw verbond, niet van de letter, maar van de geest'. En om ons deze toch alleszins klare taal nog beter op het hart te drukken, laat hij erop volgen: 'want de letter doodt, maar de geest maakt levend'. (11 Kor. 3:5-6) Als voormalig Farizeeër had Paulus ervaring inzake letterknechterij. Het wordt hoog tijd dat men er toe overgaat, aan Paulus' uitspraken over het Mysterie en aan de daarmee verband houdende uiteenzettingen van Clemens en Origenes aandacht te schenken. Wij moeten er toe overgaan, aandacht te wijden aan de beeldverhalen en hun betekenis naar gelang van de daarin gebezigde symbolen, alsook aan de cryptische termen. Het is onjuist, de gehele Gnosis over één kam te scheren en af te wijzen als zijnde onbruikbaar. De aan de Alexandrijnse Gnosis en aan Dionysios Areopagita te ontlenen gegevens vormen een kostbare gids voor het lezen van de Bijbel. Intussen is er nog de moeilijkheid, dat niet alle mensen tot geestelijk denken bekwaam zijn. Allereerst is er het feit, dat men aan kinderen de symbolen en de cryptische termen niet mag verklaren; het kind mag volstrekt niet tot geestelijk denken worden aangezet, want daar is het nog geenszins aan toe. Wat de volwassenen betreft, men dient rekening te houden met het ontwikkelingspeil. Bij de zending en de missie en ook voor een onontwikkeld gehoor moet hetzelfde worden gegeven als aan de kinderen: de beeldverhalen zonder meer, desnoods met de mededeling, dat er nog een diepere betekenis aan is verbonden, die later kan worden behandeld. Het zou evenwel onjuist zijn om, terwille van een idee om alle mensen als onderling gelijk te beschouwen - hetgeen zowel inzake hun aanleg als hun ontwikkelingspeil niet met de werkelijkheid, overeenstemt - de mensen mèt aanleg en ontwikkeling het geestelijk onderricht te onthouden, dat de Bijbel voor hen weer geloofwaardig en overtuigend maakt. Deze categorie toch omvat de dragers der cultuur. (Als men bepaald wil nivelleren, dan kan dat nog beter naar boven gebeuren dan naar beneden). : Toen in het begin van deze eeuw ds. Geelkerken de moed had om openlijk te zeggen, dat de slang niet in menselijke tale tot Eva heeft gesproken, was dat een teken aan de wand. Alom is het verlangen ontstaan om te begrijpen, wat men als geloof heeft ontvangen. Het probleem aangaande exegese Of naar de letter Of naar de geestelijke betekenis, al naar het onderwerp dat vereist, of deze twee beide, lijkt mij minder moeilijk dan de prestatie, de mensen te doen geloven dat de Heiland vertoornd zou zijn geworden op een onschuldige vijgenboom omdat deze - terwijl de tijd voor vijgen nog wel voorbij was, zoals Marcus vermeldt - geen vrucht meer droeg, of, dat de staf van Aäron. . . maar laat dit genoeg zijn. Er staat geschreven, dat deze in een slang veranderde, maar niet, dat men dit verhaal naar de letter moet opvatten, als een concrete gebeurtenis. Zou het in feite niet gemakkelijker zijn om, steunend op het bijbelwoord zelf (zoals in Openb. 1: 1, of Jes. 1: 1, Ez. 1: 1 en Hebr. 8: 5) de mensen erop te wijzen, dat de bijbelinhoud voor een belangrijk deel afkomstig is van zienerschap? Sedert in de religie tengevolge van het verbod der gnosis het weten verloren is gegaan, bewandelt men de platgetreden paden, die Origenes alleen voor de minder ontwikkelden goed vond. Men dient bereid te zijn, ja, de wil te hebben om de goddelijke openbaringen ten volle te doen gelden, d.w.z. niet te blijven stilstaan bij de beelden, maar ze te verklaren. Het is dringend nodig, dat de inhoud van de bijbelboeken wordt uitgelegd zoals deze door de auteurs daarvan bedoeld is. In de dagen van Clemens en Origenes werd dit verhinderd door de destijds nog gehandhaafde geheimhouding, maar deze is er niet meer, en een belangrijk deel van de mensen is thans in staat tot spiritueel denken, het denken dat gevoed wordt uit de Heilige Geest, die alles vernieuwt en die levend maakt. Bron: De Bijbel en de Antieke Mysteriën - J.G. Sutherland
Symbolenwoordenboek uit de oude mysteriescholen. Alle antieke beschavingen hadden eertijds, voor onze tijdrekening, mysteriescholen waar leerlingen voorbereid werden op inwijding in de hoogste goddelijke mysteriën. Zo’n leerling werd daarbij geleid door een hiërophant en werd zelf myste genoemd. Vermits het verboden was, op straffe des dood, om de geheimen van de mysteriën door te geven aan niet ingewijden en opdat ingewijden elkaar toch zouden kunnen herkennen en begrijpen, werd een veelvuldig gebruik gemaakt van symbolen. Ook Jezus deed dit in zijn openbare predikingen. Vandaar dat hij ook dikwijls zei: ‘Wie oren heeft, die hore’; met andere woorden: ‘wie de symbolen kent zal dit kunnen vatten’. Zowel in het oude als in het nieuwe testament is dan ook veelvuldig gebruik gemaakt van deze symbolische taal. Wie eenmaal weet heeft waar die symbolen voor staan, is dan ook in staat om de Bijbel op een esoterische manier te lezen en vindt er een veel rijkere inhoud dan wat ons ooit door de kerken is aangeboden. Veel verhalen die ons totaal niets meer zeggen krijgen daardoor ineens weer zin en betekenis. Ik zal proberen om hier zoveel mogelijk van deze symbolen te verzamelen zodat, wie daar belangstelling voor heeft, in staat is om net als ik de Bijbelse geschriften met die nieuwe inzichten te gaan lezen. Dus: wie oren heeft, die hore.
Bronnen voor deze symboliek: 1.De Bijbel en de Antieke Mysterien - door J.G. Sutherland ISBN 90.6077.502.3 - uitgeverij Servire 1975 2. Nieuw inzicht omtrent de bijbel - door J.G. Sutherland ISBN 90.70414.42.2 - uitgeverij Zevenster Zeist 1983 3. Bijbelse symbolen - door J.G. Sutherland ISBN 90.70414.29.5 - uitgeverij Zevenster Zeist 1982
* Brood: (in OT en NT staan 175 verwijzingen naar brood) : Het Woord van God, vermeerdering van kennis. Wanneer Jezus de hongerigen spijzigt dan gaat het om Geestelijk voedsel en niet om stoffelijk brood. Jezus noemt zichzelf Levend Brood. Zie ook Bethlehem bij betekenis van namen * Scheepgaan naar eenzame plek: uittreden van de ziel tijdens de slaap naar de astrale wereld (cfr water) om daar te herstellen van de dag.
Betekenis van namen in de bijbel.
Vroeger werden namen van personen niet 'zomaar' in het wilde weg gekozen. Een naam was veelzeggend voor de persoon die hem droeg. Meermaals kunnen we lezen dat aan een toekomstige moeder door een engel of boodschapper werd opgedragen welke naam zij aan haar kind moest geven. Denk hierbij aan de engel Gabriel die aan Maria de opdracht gaf om haar kind de naam Jezus te geven. Dikwijls gaat achter de betekenis van bijbelse namen de levensopdracht van de betreffende personen schuil.
Betekenis van getallen in de bijbel.
Wat hier volgt heeft niets te maken met de getallen-symboliek van de Joodse Kabbala, maar wel met de symboliek van de getallen die in de bijbel veelvuldig worden gebruikt. Bij ons worden getallen gebruikt om een hoeveelheid (kwantiteit) aan te duiden. In de bijbel moet men bij een getal eerst kijken naar de symbolische functie (kwaliteit) van een getal. Is dit niet aan de orde, dan wordt de kwantitatieve betekenis bedoeld.
1 God als de Ene God 3 God als de drievuldige werking van Vader, Zoon en Geest. De Vaderwerking is de scheppende werking die de mens ondergaat, met of zonder zijn medewerking. De Zoonswerking kan alleen geschieden daar waar de mens ernaar verlangt en er zich voor openstelt en het doel ervan is om te liefde, die vooreerst alleen op bloedverwantschap berustte, te laten groeien tot universele liefde. De werking van de H. Geest tenslotte, is de mens te brengen tot het denken in de waarden van de goddelijke geest. lees meer 7 Het getal 7 heeft betrekking op 'tijd-werking' en is afgeleid van de 7 scheppingsdagen in het boek Genesis. Met dit tijdritme van 7 dagen richten wij ons op het werk van God. 7 wordt heel vaak gebruikt om een afgeronde cyclus in de tijd aan te duiden. Enkele voorbeelden 9 De theosofie laat de mens zien als een samenspel van 9 lichamen, drie die bij de stof horen ( het astraallichaam, het eather- of levenslichaam en het stoffelijk lichaam) , 3 bij de ziel en 3 bij het hogere, goddelijke deel van de mens, de geest. Elk van deze lichamen hoort tot een bepaalde sfeer en wordt daar ook door beinvloed. 9 is dus het getal van 'de mens'. 12 Het getal 12 symboliseert de allesomvattende ruimte, of kortweg: alles/ het geheel van... Zoals de twaalf tekens van de dierenriem de hele mensheid omvat, zo was de betekenis van de 12 stammen van Israel: de hele bevolking. Jezus koos twaalf discipelen (apostels) als vertegenwoordigers voor alle volkeren. Sommige esoterische geschriften melden dat elke apostel onder een verschillend astrologisch teken geboren was. 40 De symbolische betekenis van het getal 40 is: een door God bepaalde tijd. Het gaat, wanneer dit getal in de bijbel vernoemd wordt, bijna altijd om een tijd van voorbereiding op een transformatie. In onze tijd is het woord 'quarantaine' wellicht nog een uitvloeisel van (quarantaine is een periode van 40 dagen die een patient met een besmettelijke ziekte in afzondering wordt geplaatst. ) .Enkele voorbeelden van 40 uit de bijbel. 666 Het getal des mensen is 9, te weten: de drievoudige geest, de drievoudige ziel, het astraallichaam, het aether- of levenslichaam en het stoffelijk lichaam. De som der cijfers van het getal 666 is óók 9. Men zou hieruit kunnen concluderen, dat de mens, als hij zich aan het boze overgeeft door de incarnaties heen, van het getal des mensen overgaat naar het getal van het beest, 666. 1000 1000 heeft in bijbelse teksten altijd de betekenis van: zeer veel. Enkele voorbeelden . Wanneer er veelvouden van 1000 gebruikt worden staat dit, zowel in het OT als in het NT, symbool voor de eigenschappen van een van de na-atlantische tijdperken. Deze eigenschappen zijn: 3000 3de, stiertijdperk: de periode van zienerschap en verbondenheid met de 'wereld achter de sluier' 4000 4de, ramtijdperk: de periode van het ontwikkelen van het zelf denken als voorbereiding op de komst van de Messias die bij daglicht geestelijk voedsel uitdeelt. 5000 5de, vissentijdperk: de periode waarin de mens niet langer geestelijk voedsel krijgt bij dag door een uiterlijke leiding, maar bij nacht door innerlijke leiding van het Zelf. 144.000 Het getal 144.000 is een veelvoud van 12, het getal dat op het veel-omvattende en op 'ruimte' duidt. Het kwadraat is 144 ( 12X12) en dit nog eens X 1000 geeft 144.000 en kan dus duiden op een geheel van veelomvattende grootte en volmaaktheid.
voorbeelden: 7 in tijds-cyclussen
zeven sferen om daarna over te gaan naar de vierde kosmische graad ( Jozef Rulof) zeven kosmische graden om het AL te bereiken ( Jozef Rulof) zeven weekdagen naar analogie met het bijbelse scheppingsverhaal in Genesis 1 zeven weekdagen naar analogie met de 7 eertijds gekende planeten (waaronder ook zon en maan) zeven na-atlantische tijdperken, waarvan elk tijdperk aanvangt met de zonnestand in het midden van betreffend sterrebeeld
Over het getal 7 is voorts nog dit belangrijk, want het geldt overal en altijd: Bij de oude Grieken was men reeds bekend met het feit, dat het menselijk leven verloopt in perioden van 7 jaren. De eerste daarvan is uitsluitend bestemd om het kind te laten spelen; de opvoeding moet dan beperkt worden tot het toezicht en het goede voorbeeld, want een kind doet alles na; van vermaningen begrijpt het weinig. De tweede periode is die van het basis-onderwijs; eerst na zijn zevende verjaardag mag het kind zijn hersenen inspannen. In de derde periode begint de pubertijd, en op het 21 ste levensjaar wordt de meerderjarigheid bereikt, eerder niet. Omstreeks het 28e jaar en het 35e jaar wordt een innerlijke groei bereikt, en op het 35e jaar is de mens "voltooid" in die zin, dat hij volledig geschikt is voor geestelijke groei. Als deze werkelijk plaats vindt, dan kan dit tot op hoge leeftijd voortgaan. voorbeelden van 40 in de bijbel De koningen Saul, David en Salomo regeerden elk 40 jaar Na zijn doop in de Jordaan verbleef Jezus 40 dagen in de woestijn voorbeelden van 1000 en 1000-tallen in de bijbel 1000 3000 *Toen Simson de tempel van Dagon liet instorten, staat in Richteren 16, 27 : En het huis was vol van mannen en vrouwen, ook waren al de vorsten der Filistijnen daar, en op het dak waren omtrent drie duizend mannen en vrouwen, die toezagen hoe Simson speelde. 4000 Als men het verhaal van de spijziging der 4000 leest en bemerkt, dat daar verscheidene symbolen in voorkomen, dan wordt het al spoedig duidelijk, dat het een aanschouwing betreft over de geestelijke spijziging van de mensen uit het 4e tijdperk, dus, tijdgenoten van jezus. Dit wordt al dadelijk bevestigd door de woorden, dat jezus de berg op ging; dat is geen plaats waar men zieken en gebrekkigen vindt; die kunnen immers geen gewone berg beklimmen. Bovendien zou een spijziging met stoffelijk brood slechts voor één of twee dagen nut hebben gehad. De berg in Matth. 15: 29 is symbolisch. 5000 Evenals de spijziging der 4000 is die van 5000 mensen een beeldverhaal, en wel van een toekomst-aanschouwing, want deze spijziging betreft de mensen van het 5e na-Atlantische tijdperk, althans de bloeitijd daarvan, die aanving in 1413, toen de zon in het midden van het sterrenbeeld de Vissen was aangekomen.
Uittreksels.
Formeel wordt in de Bijbel niet gesproken van de goddelijke Drie-eenheid, maar wel worden God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest daar genoemd, soms zelfs tegelijk, zoals in 11 Kor. 13: 13, waar gezegd wordt: "De genade van de Heer Jezus Christus en de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen." Bekend is ook de oproep aan het slot van het Mattheüs-Evangelie om tot de volkeren te gaan en de mensen te dopen "in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes" . Eerst na het heengaan van de Heiland is men ertoe gekomen, de leer op te bouwen over God, die één is en die tegelijk drie is. Dit ziet er aanvankelijk moeilijk uit, maar wanneer wij ons indenken, dat de Zoon en de Heilige Geest zó nauw met de Vader verbonden zijn, dat wij hen kunnen beschouwen als deel uitmakend van Zijn wezen, dan hebben wij een beeld of een voorstelling met behulp van hetwelk wij verder kunnen komen. Om een indruk te geven van datgene waar het hier om gaat, zij thans reeds gezegd, dat het O. T. de Vaderreligie brengt, het N. T. de Zoonsreligie, en voorts dat deze beide ten zeerste van elkander verschillen in de werking die zij op de mens uitoefenen. Teneinde tot een overzicht te komen, doet men het beste, zijn aandacht te richten op de werkingen die uit de goddelijke wereld tot ons komen. In het kort samengevat, zien wij dan het volgende: De Vaderwerking, bestemd voor de voorchristelijke tijden, toen de mensheid nog in het jeugdstadium verkeerde, en die zij passief onderging, als een werking der natuur. - Toen de Wet van Mozes kwam, die regelend optrad in het denkleven van de Israëliet door het voorschrijven van diens verhouding tot God, werd weliswaar medewerking van de mens verlangd, maar deze was toch nog passief. In het "midden der tijden" kwam de Zoonswerking. Deze brengt de mens tot vrijheid en zelfstandigheid en vraagt diens actieve medewerking opdat hij tot loutering zal komen en verlost kan worden uit de zondeval. De Zoon wijst ons de weg die tot de verlossing voert. "Ik ben de weg, de waarheid en het leven." Alleen die weg voert tot het ware, eeuwige leven. De werking van de Heilige Geest brengt ons het denken in de waarden en de normen van de goddelijke wereld. Zij vervangt de oorspronkelijke instinctieve samenhang tussen de mensen, die op de bloedverwantschap berustte, door de bewuste wereldbroederschap, want wanneer de mensen eenmaal uit de geest zullen gaan denken, zullen zij elkander verstaan en verdragen. Onder de Zoonswerking en die van de Heilige Geest zal de mens boven de "natuurlijke" staat uitgroeien tot de geestelijke mens van de toekomst.
Gastenboek van Spirituele Vrienden.
|