BDE in boeken, kranten en andere media.

 


 

Verdwaald in het paradijs - Levensbestemming - Trouw 16 aug 2005 - Aan de rand van de dood - De Celestijnse Visie - Sterven is heel anders - Waar God woont - Helder Sterven -      Eindeloos Bewustzijn - Ik ben opnieuw geboren - Een glimp van het voortbestaan - NRC Handelsblad, 9 en 10 februari 08 - Soeterbeeck 13 maart - Pim van Lommel in Trouw (november 2008) - Een 'BDE' uit de Griekse Mythologie - Reizen voorbij het licht: ultieme bijna-dood-ervaringen - Gewone mensen met bijzondere verhalen - Carl Gustav Jung - De adem van God - zomer 2010 - KRO: Een tweede leven - HET KLEINE BIJNA-BIJ-DE-DOOD BOEKJE - Eindeloos Bewustzijn: de film -

 

 

Eindeloos Bewustzijn: de film

Klik op dit plaatje voor de trailer

Klik op het plaatje voor de trailer

Op 7 november 2010 zal op NED. 2 om 14.00 uur de nieuwe film ‘Eindeloos Bewustzijn’ worden uitgezonden door de BOS. Voor de trailer, klik op bovenstaand plaatje

 

De nieuwe productie: EINDELOOS BEWUSTZIJN DE FILM gaat in première tijdens het 5e Internationale Boeddhistische Filmfestival in Pathé Tuschinski in Amsterdam op Zaterdag 9 oktober. Duur film: 60 minuten.

 

 

Toelichting:

 

Het boek Eindeloos Bewustzijn van cardioloog Pim van Lommel veranderde voor veel mensen het inzicht over het leven op een radicale wijze. Het boek is het resultaat van twintig jaar wetenschappelijk onderzoek naar ervaringen van mensen met een zogenaamde bijna-dood ervaring (of BDE). In de film Eindeloos Bewustzijn verkennen wij het transformatief karakter van vier BDE’s aan de hand van hun getuigenissen. Hoewel iedere persoon zijn eigen unieke ervaring beleefde zijn er opvallende aspecten die zij unaniem met elkaar delen. Mensen met een dergelijke ervaring zijn minder bang voor de dood. Verder tonen zij minder interesse voor uiterlijke en materiële zaken, voelen zich één met de natuur en bij velen van hen ontwikkelde zich een hoge intuïtieve en helende gave. De persoonlijke, vaak emotionele, verhalen krijgen context door discussies met een aantal belangrijke denkers op dit gebied. Eén van hen is Reinier Tilanus, hij ziet  overeenkomsten tussen Van Lommel’s kijk op bewustzijn en die van de oude Tibetaanse meesters. De Amerikaanse Raymond Moody, psycholoog en filosoof, die in 1975 BDE’s in de openbaarheid bracht met zijn bestseller ‘Life After Death’ licht zijn visie toe. Uiteraard is er in de film een belangrijke rol weggelegd voor Pim van Lommel zelf.

 

Regisseur Mark Verkerk (Buddha's Lost Children) liet zich voor deze film onder andere inspireren door een stelling van Van Lommel:  "Als je ervan uitgaat dat de wetenschap materialistisch is, schakel je per definitie bewustzijn uit. Want bewustzijn is niet te meten. Ik kan nooit wetenschappelijk bewijzen dat iemand verliefd is of een schilderij heel mooi vindt. En toch is het de meest grote realiteit die een mens heeft. Dus stel ik dat je een ander soort wetenschap moet hebben die ook subjectieve elementen toelaat. Wetenschap is voor mij vragen stellen met een open geest."

 

Regie & scenario: Mark Verkerk

Met: Pim van Lommel, Raymond Moody, Carlo Leget, Joke Endedijk – van der Jagt, Cindy Wielders, Paul Derks en Bart Sikken

Camera: Mark Verkerk en René Heijnen    Montage: Jos Driessen   Redactie: Anne-Berthe van Chastelet-Emmen  Eindredactie: Babeth M. VanLoo  Producent: Ton Okkerse   © 2010 EMS FILMS /Boeddhistische Omroep

 

http://www.eindeloosbewustzijndefilm.nl/   

 

www.emsfilms.com

Deze week ontving ik een bijzonder boekje dat ik op deze plaats van harte wil aanbevelen aan mensen met belangstelling voor het onderwerp BDE. Het boekje is handzaam, niet zwaarwichtig, in eenvoudige en makkelijk te begrijpen taal geschreven en is toch zeer volledig.

 

 

HET KLEINE BIJNA-BIJ-DE-DOOD BOEKJE

 

 

 

 

Dit boekje is opgedragen aan hen die terugkwamen, doordrongen van het bestaan van een echter dan echte andere wereld.

 

Jim van der Heijden

ISBN 978-90-389-1990-4

http://www.uitgeverijelmar.nl/uitgave.asp?isbn=9789038919904

 

 

Uit het Woord vooraf


Op de omslag van dit boekje staat het schilderij De Vrou­we van Shalott van J.W. Waterhouse. Het verbeeldt prachtig het moment uit Tennyson's op de Arthurlegende gebaseerde gedicht waarin de door verlangen gedreven vrouwe het leven gaat loslaten door zich in een bootje naar Camelot te laten drijven. Kort daarvoor heeft ze, door betovering gedoemd om de buitenwereld via een spiegel te zien, zich omgedraaid toen Lancelot voorbij­kwam en zo de vloek in werking gesteld. Ze heeft de ket­ting nog vast, de kaarsen doven al, ze is bijna bij de dood. De boot glijdt naar Camelot waar de door haar begeerde Lancelot haar gestorven lichaam aan de oever vindt:

 

... He said, 'She has a lovely face; God in his mercy lend her grace ... '[1]

 

Natuurlijk is dit een fantasie, een verhaal dat voortbor­duurt op het verhaal over koning Arthur en zijn ridders. Wel een verhaal met verschillende lagen waar de schilder nog andere aan heeft toegevoegd. Als we het gedicht lezen of het schilderij bekijken dan wordt onze fantasie geprikkeld. Misschien willen we het verhaal wel verder uitbreiden. Over hoe de vrouwe van fysiek leven naar niet-fysiek leven gaat terwijl ze naar Camelot drijft. Een tocht die haar door een donkere grot voert op weg naar een in helder licht badend landschap waarin het hemelse Camelot schittert. Begeleid door prachtige klanken en kleuren treft ze Lancelot die haar opwacht en meeneemt over de brug naar Camelot waarna er geen weg terug is. Het is een verhaal over bijna bij de dood zijn dat eindigt bij het definitief overgaan.

 

Zulke verhalen zijn er tegenwoordig volop. Het zijn geen fantasieën maar verslagen van werkelijke ervaringen van mensen die door allerlei oorzaken en onder allerlei omstandigheden uiterst dicht bij de dood zijn geweest. Wat deze mensen gemeen hebben is dat ze terugkwamen, uit eigen keuze of doordat ze werden teruggestuurd of teruggehaald. Hun verhalen zijn stuk voor stuk uniek en toch kennen ze grote overeenkomsten door de terugkeren­de elementen die hun verhalen verbinden. Hierdoor kan er worden gesproken over 'de' bijna-doodervaring (BDE). De bijna-doodervaring is het onterechte stigma 'slechts een hallucinatie' te zijn in de afgelopen jaren kwijtgeraakt waardoor mensen minder worden belemmerd in het ver­tellen over hun ervaringen en een ware stortvloed aan publicaties is losgebarsten. De reeks aan tijdschriften en boeken waarin men de verhalen van bijna-doodervaarders kan lezen, op de betekenis van de bijna-doodervaring wordt ingegaan en verslag wordt gedaan van onderzoek naar dit fenomeen lijkt eindeloos te gaan worden.

 

Wat echter ontbreekt is een korte en heldere uiteenzet­ting waarin vrijwel alle aspecten van de bijna-dooderva­ring aan de orde komen. In die leemte wil Het kleine Bijna-bij-de-dood boekje voorzien. Het is bedoeld voor een breed publiek. De BDE-er die herkenning en bevesti­ging zoekt. De omgeving van de BDE-er die zich afvraagt wat er met hun geliefd familielid of vriend(in) is gebeurd waardoor hij of zij zo anders is. De verpleegkundigen en artsen die na een bijna-doodervaring als eersten contact hebben met de man, de vrouw of het kind die het over­kwam en zich realiseren dat ze ten minste enige basisken­nis over dit fenomeen moeten hebben. De behandelaars die daarna volgen - huisartsen, psychologen, psychiaters, maatschappelijk werkers en anderen - en tot dezelfde slotsom komen. En verder iedereen die vraagtekens zet bij de veelgehoorde opvatting dat alles wat in de wereld anders is dan materie of stof toch op het materiële is terug te voeren.

 

Wie na het lezen van dit boekje meer over dit onderwerp wil weten kan dat vinden in mijn boek Onvergankelijk! Verder bieden de websites van de Nederlandse Stichting Merkawah http://www.merkawah.nl/  en de Belgische VZW Limen http://www.iands.be/  onder meer overzichten van boe­ken en artikelen. Deze organisaties geven actuele infor­matie en ontplooien allerlei activiteiten m.b.t. de BDE en daaraan verwante fenomenen.



[1] 1. ... Hij zei, 'Ze heeft een lieflijk gezicht; God in zijn barmhartigheid verleende haar genade...'

 

 

 

Een uittreksel uit het midden van het boekje, over een aspect van dit onderwerp dat ik persoonlijk erg belangrijk vind. Dat is dan ook de reden waarom ik dit handzame boekje aan allen die met een BDE of BDE’er te maken krijgt wil aanbevelen.

 

Verwerking en hulp (p.47-49)

 

Toen Martha Todd, de professor Engelse literatuur, over haar echter dan echte ervaring vertelde reageerden haar familie en arts afwijzend. Tot haar ontsteltenis werd ze naar een psychiatrische kliniek gestuurd waar men haar wel van haar waandenkbeeld af zou helpen. Andere BDE­’ers is hetzelfde overkomen. Hoewel er veel is verbeterd leeft in de gezondheidszorg nog altijd de opvatting dat de bijna-doodervaring nauwelijks serieuze belangstelling verdient. Er over vertellen kan nog steeds de reactie ople­veren dat het een hersenschim was die beter snel vergeten kan worden waarna wordt overgegaan tot de orde van de dag. Dit is een volstrekt verkeerde benadering. Na een bijna-doodervaring hebben mensen moeite met het weer oppakken van het leven. Het op een goede manier kwijt kunnen van hun verhaal kan daar enorm bij helpen.

 

BDE-ers staan voor een moeilijke dubbele opgave. Ze moeten omgaan met informatie uit die andere echter dan echte werkelijkheid en communiceren met een omgeving die niet over die informatie beschikt. Informatie die haaks staat op wat gewoonlijk voor mogelijk wordt gehouden. In het verlengde van het werk van vooral psy­chiater Bruce Greyson heeft psycholoog Igor Corbeau onderzoek verricht naar de psychische gevolgen die dit kan opleveren en de effectiviteit van hulpverlening.


Problemen die bij BDE-ers kunnen optreden komen vooral voort uit:

· het blijven hangen in boosheid of depressie om het teruggekeerd zijn,

· het conflict tussen de ervaring en de levensovertuiging die werd aangehangen,

· het zich overdreven identificeren met de ervaring en · de angst geestelijk instabiel te zijn.

 

Moeilijkheden die BDE-ers in het contact met hun omgeving kunnen ondervinden worden onder meer ver­oorzaakt door:

· het eigen exclusiviteitgevoel,

· de angst voor afwijzing of ridiculisering,

· het niet onder woorden kunnen brengen van de erva­ring en de gevolgen daarvan,

· het niet in overeenstemming kunnen brengen van per­soonlijkheidsveranderingen met normale rolpatronen en verwachtingen van de omgeving en

· het in relaties missen van de onvoorwaardelijke liefde uit de bijna-doodervaring.

 

Ondanks de positieve effecten van de bijna-doodervaring ondervindt een niet te verwaarlozen aantal BDE-ers langdurig en sterk psychische problemen. Door goed reageren van de omgeving kunnen die beperkt en zelfs voorkomen worden. Dit goede reageren bestaat uit het laten vertellen van de ervaring en deze, evenals de per­soonlijkheidsverandering, niet af te wijzen. Het zijn niet de bijna-doodervaring en de mensen die dit hebben mee­gemaakt die het probleem vormen, maar de cultuur, de maatschappij en de (medische) wetenschap die met deze ervaring geen raad weten en die dan maar als ziekte of aandoening van de (als stoffelijk beschouwde) geest bestempelen. Extra moeilijk hebben BDE-ers het die tot een fundamentalistische geloofsrichting behoren. Zulke christenen, joden en moslims geloven dat het voortleven na de dood pas aan het einde der tijden begint. Daardoor moet de bijna-dood-ervaring wel een misleiding van de satan zijn. Dit brengt de gelovige BDE-er in conflict met zichzelf en de gelovige omgeving.

 

Dat de medische hulpverlening hier schromelijk in gebre­ke blijft blijkt uit het gegeven dat de helft van de door Corbeau ondervraagde BDE-ers zegt na de gang naar huisarts en psycholoog achteruit te zijn gegaan.

 

 

Een ander boek – waarin dieper op dit onderwerp wordt ingegaan - van dezelfde auteur: Onvergankelijk

 

 

 

 Inmiddels zijn de uitzendingen van de KRO begonnen. De eerste aflevering werd uitgezonden op zaterdag 17 juli, de tweede op zaterdag 24 juli.

 Wie deze uitzendingen gemist heeft kan deze nog bekijken via 'Uitzending gemist'. Type als zoekterm 'een tweede leven' en dan krijg je alle uitzendingen uit deze waardevolle serie te zien,

 

 

 

KRO – zomer 2010 - Bijna dood...een tweede leven.

 

 

Iedereen denkt er soms over na: de dood. Sommigen denken dat dit het definitieve einde is anderen gaan uit van een nieuw begin. Een begin van iets waar we ons nog niet echt een voorstelling van kunnen maken.

 

In het KRO-programma:  'Een tweede leven', dat vanaf juli 2010 uitgezonden zal worden ontmoet Karin de Groot zestien mensen die een zogenaamde 'bijna dood ervaring' hebben meegemaakt. Een moment waarop zij in een levensbedreigende situatie terecht waren gekomen waarin zij een moeilijk te bevatten spirituele gebeurtenis meemaakten. De mensen die deze ervaring beleefden zijn er van overtuigd dat er is meer tussen hemel en aarde en dat de dood niet het einde is.

 

Aan de hand van persoonlijke verhalen aangevuld met reconstructies en gedramatiseerde flashbacks maakt de kijker in dit programma kennis met zestien bijzondere mensen wiens leven drastisch is veranderd door een bijna dood ervaring.

 

Omroep: KRO

Net: Nederland 2

Uitzendperiode en tijd: zomer 2010, zaterdagavond 19.05

Serie: 8 afleveringen van 25 minuten

In Trouw op 28/12/2009.

De adem van God

© Werry Crone, Trouw    

Cardioloog Pim van Lommel heeft tienduizenden lezers geraakt met zijn bestseller over bijna-doodervaringen. Hij is er zelf ook een ander mens van geworden. „Ik ben geen zwever, nog steeds niet. Maar in mijn diepste wezen herken ik de verhalen.”

Een op de vijfentwintig mensen werpt al een blik in de hemel voordat hij sterft. Mensen met een bijna-doodervaring ontmoeten onvoorwaardelijke liefde en zo’n allesomvattende acceptatie dat het hun leven op aarde voorgoed verandert. Cardioloog Pim van Lommel schreef er een boek over, en het werd een bestseller. Zijn verklaring: „Eindelijk is er een arts die deze ingrijpende ervaring serieus neemt.”

Duizenden e-mails kreeg hij naar aanleiding van zijn boek ’Eindeloos bewustzijn – een wetenschappelijke visie op de bijna-doodervaring’, dat twee jaar geleden verscheen. Vijftien drukken verder zijn er in Nederland 125.000 exemplaren van verkocht. Inmiddels is het boek in het Duits vertaald en in de zomer volgt de Engelse uitgave.

Lees HIER verder.

 

Gewone mensen met bijzondere verhalen – lezing over bijna-dood-ervaringen
 
Zondag 14 juni organiseert boekhandel Broekhuis een middag rond het boek 'De tweede helft' van Ditta op den Dries. 'De tweede helft' schrijft de verhalen van acht gewone mensen met een bijzondere ervaring; een bijna-dood-ervaring.
 
In Nederland hebben ruim 600.000 mensen een bijna-dood-ervaring gehad. Een dergelijke ervaring verandert hen blijvend. Journaliste Ditta op den Dries sprak uitgebreid met acht mensen die een bijna-dood-ervaring hadden en tekende hun aangrijpende verhalen op. Want klopt het dat je in ‘de tweede helft’ een ander mens bent geworden, met nieuwe waarden en inzichten? Hoe ziet het leven eruit als je een bijna-dood-ervaring hebt gehad?
 
De lezing ‘De tweede helft’ wordt ingeleid door Ditta op den Dries en verschillende ervaringsdeskundigen uit het boek zullen hun verhaal vertellen.
 
Ditta is journalist (chef eindredactie) bij De Twentsche Courant Tubantia. Eerder verscheen van haar ‘Een leven vol verhalen: Een portret van pastor Marinus van den Berg’ (2007). Haar nieuwe boek  ‘De Tweede helft – Hoe een bijna-dood-ervaring levens verandert’ verschijnt rond 8 juni.

 

Zondag 14 juni

14.30-16.30 uur

Entree: € 4,50

boekhandel Broekhuis, Wemenstraat 45, Hengelo

Kaarten te koop bij alle vestigingen van boekhandel Broekhuis vanaf woensdag 3 juni. Reserveren via pr@boekhandelbroekhuis.nl

 

 

Voor meer informatie:

 

Audrey Reymer

 

boekhandel Broekhuis
Hengelo - Enschede - Almelo - Deventer

 

Afdeling PR & Promotie
Wemenstraat 45
7551 EW  Hengelo
 
telefoon:  074 255 70 92
fax: 074 291 38 92

 

pr@boekhandelbroekhuis.nl
www.boekhandelbroekhuis.nl

 

Aankondiging nieuw boek Pim van Lommel over BDE

De cardioloog Pim van Lommel spreekt op 20 januari 2008 over bijna-dood ervaringen, te zien in het programma Kruispunt (RKK) om 22.40 uur op Nederland 2.

    een nieuw boek van Pim van Lommel:
Eindeloos Bewustzijn – Wetenschappelijke visie op bijna-dood ervaringen

Eindeloos bewustzijn<br>
Lommel, P. van
Eindeloos bewustzijn
Lommel, P. van
 

In 2001 publiceerde cardioloog Pim van Lommel in het gerenommeerde medische tijdschrift The Lancet over zijn onderzoek naar bijna-dood ervaringen (BDE) bij 344 Nederlandse patiënten. Zij hadden een hartstilstand in het ziekenhuis gehad. Van hen bleken er 62 een BDE te hebben meegemaakt. Van Lommels artikel was wereldnieuws.

Sindsdien kunnen we niet meer om het verschijnsel ‘bijna-dood ervaring’ heen. Het is een authentieke ervaring, niet te herleiden tot fantasie, psychose of zuurstoftekort; een BDE verandert mensen blijvend.
In Eindeloos bewustzijn legt van Lommel stap voor stap uit hoe mensen die klinisch dood zijn toch zo’n indringende ervaring kunnen hebben. Hij doorspekt zijn betoog met verhalen van mensen die een BDE hebben meegemaakt. Met de meesten van hen heeft Van Lommel persoonlijk contact gehad.

Volgens Van Lommel is de heersende, materialistische visie van artsen, filosofen en psychologen op de relatie tussen hersenen en bewustzijn te beperkt om het verschijnsel te kunnen duiden. Er zijn goede redenen om aan te nemen dat ons bewustzijn niet altijd samenvalt met het functioneren van onze hersenen: het kan ook los van ons lichaam ervaren worden.

Pim van Lommel (1943) was van 1977 tot 2003 als cardioloog verbonden aan het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem. Sindsdien houdt hij over de hele wereld lezingen over BDE en de relatie tussen bewustzijn en hersenfunctie.

Enorm succes voor het boek van cardioloog Pim van Lommel over bijna-dood ervaringen

 

Al voor de verschijning van het boek op 20 november, bleek dat de eerste druk volledig was uitverkocht. Voor onze uitgeverij een absolute primeur. Maar ook de 2e, 3e, 4e en 5e druk blijken nog niet genoeg, waardoor we al een 6e druk laten maken, die volgende week verschijnt.

Deze week is Eindeloos bewustzijn ook nog eens de hoogste binnenkomer op nummer 9 in de Bestseller 60 lijst! Een bijzondere prestatie voor een boek wat juist een wetenschappelijke visie over de bijna-dood ervaring weergeeft.

Wilt u meer informatie klik dan hier

 

Pim van Lommel was afgelopen zondag te gast in het programma VPRO Boeken. Klik hier  om alsnog deze uitzending te bekijken. (rechtsboven op de pagina)

Bron: Uitgeverij ten Have




Onderstaand verslag: met dank aan Hendrik Klaassens

“Ik ben opnieuw geboren” – Tv-programma over BDE’s n.a.v. het verschijnen van “Eindeloos bewustzijn” van Pim van Lommel.

Uitzending gemist  (even laten inladen)

 

Op 20 januari 2008 was er een uitzending van het RKK-programma “Kruispunt”. Daarin werd de cardioloog Pim van Lommel geïnterviewd door Leo Fijen. De directe aanleiding voor dat interview werd gevormd door de publicatie van Van Lommels boek “Eindeloos bewustzijn”. In november 2007 is deze uitgave verschenen, en met onverwacht succes: in 6 weken tijd zijn er meer dan 40.000 exemplaren van verkocht. In dit boek staat de bijna-dood-ervaring centraal. Het beoogt een wetenschappelijke visie op dit verschijnsel te geven. 

Wat Pim van Lommel als cardioloog vertelde was voor een groot deel wel bekend. In de zeventiger en tachtiger jaren verschenen er in het Nederlandse taalgebied tal van boeken over BDE’s.  Vooral Raymond Moody trok de aandacht met "De tunnel en het licht", maar ook Phyllis Atwater (“De terugkeer naar het leven), George Ritchie, (“Terugkeer uit de dood”) en Melvin Morse (“Nader tot het licht”) kregen de nodige publiciteit. In dit rijtje hoort ook een pionier als Elisabeth Kübler-Ross thuis. Wereldwijd werden er miljoenen van haar boeken verkocht.

 

Het karakteristieke van de benadering van Van Lommel vind ik, dat hij zeer sterke aanwijzingen levert voor de stelling, dat het bewustzijn geen product is van de hersenen, maar ook los daarvan kan functioneren. Op momenten, waarop er geen hersenactiviteit meer te bespeuren valt, kunnen mensen zelfs nog veel intensievere ervaringen opdoen dan tijdens het normale waakbewustzijn. De dood wordt dan een staat van ‘eindeloos bewustzijn’, dat niet meer aan tijd, plaats en materie gebonden is. Tijdens de uitzending van “Kruispunt” kwam dit helder naar voren uit de interviews met Van Lommel en twee BDE-ers, die onbevangen over hun ervaringen vertelden.

 

Van Lommel: “Een BDE is de gemelde herinnering aan een bijzondere ervaring in het bewustzijn, meestal tijdens een kritische medische situatie, maar dat hoeft niet. Er worden daarbij elementen genoemd die voorkomen in alle tijden en culturen. De meest bekende zijn een uittredingservaring, je eigen reanimatie en bv. een auto-ongeluk zien, en een donkere ruimte waarnemen, een tunnel en het licht.”

Pim van Lommels eerste ervaring met een patiënt met een BDE had hij in 1969 in het Rijnstateziekenhuis in Arnhem. Een patiënt, die daar was gereanimeerd, vertelde dat hij tijdens de periode van hartstilstand allerlei bijzondere ervaringen had gehad, die zó indrukwekkend waren, dat hij teleurgesteld was dat hij was teruggekeerd in zijn lichaam. Van Lommel kon dat toen niet plaatsen, omdat hij – net als andere medici – uitging van de gedachte dat er geen bewustzijn meer bestaat als iemand klinisch dood is. Omdat hij later als arts vaker met dergelijke verhalen werd geconfronteerd, startte hij in 1988 een onderzoek naar BDE’s.

Van Lommel: “Bewustzijn blijkt geen product te zijn van de hersenen, zoals men in de westerse wereld denkt. Als de hersenfunctie uitvalt, kan men – naar blijkt – wel degelijk nog bewustzijn ervaren. Dat geldt ook voor BDE’s. Ze hebben juist een helderder bewustzijn en meer herinneringen dan ze ooit hebben gehad.”

 

In december 2001 verscheen een publicatie in het wetenschappelijke tijdschrift “The Lancet”. Daaruit blijkt dat 18% van de 344 onderzochte patiënten meldt dat ze tijdens de klinische dood een BDE hebben gehad. In het boek “Eindeloos bewustzijn” wordt vanuit diverse invalshoeken nader op dit verschijnsel ingegaan.

Van Lommel: “Mijn boek gaat niet alleen over het hiernamaals, maar het gaat ook over het nu, over het levensinzicht. Alles hangt met elkaar samen, we zijn één met elkaar en met de natuur.”

 

In Nederland hebben ca. 600.000 mensen een BDE gehad. Tussen 4 en 5 procent van de bevolking van de westerse wereld had ooit een dergelijke ervaring. Misschien moet dat percentage nog iets naar boven worden bijgesteld omdat er nog steeds een groot taboe op rust en mensen daarom niet graag met hun verhalen naar buiten komen. Het is echter hartverwarmend om naar de verhalen te luisteren van mensen, die er heel open en vrijmoedig over durven te praten. Tijdens het programma van “Kruispunt” kwamen twee van dergelijke BDE-ers aan het woord.

De één, Mickey Broekhuijsen, een man van ongeveer 45 jaar, was op 17 augustus 1987 aangereden door een automobilist toen hij op de fiets door de stad reed. Op slag werd hij uit zijn lichaam geslingerd. Hij keek van een afstandje toe terwijl een chauffeur en een verpleegkundige uit een ambulance stapten en daarna met gillende sirene wegreden naar het ziekenhuis. Hij had diezelfde mensen ’s nachts nog een pak koffie gegeven in het ziekenhuis.

Even later gleed hij door een tunnel. Hij werd daarnaar toe getrokken als een lichtgevend bolletje. Aan het eind daarvan kwam hij in een sfeer terecht met prachtig mooie, fluoriserende kleuren, o.a. paars. Hij vergeleek dat met een regenboog of een ondergaande zon, al was het landschap wel wat nevelachtig. Daarin zag hij drie schimmen, die leken op nevels met gezichten erin. Dat waren mensen die hij van vroeger kende: zijn opa, een overleden vriend en zijn overleden schoonvader. Ze zagen er nog precies zo uit als hij hen voor het laatst gezien had. Ze zeiden tegen hem: “Kom maar, ’t is heel mooi hier.”

Op dat moment kreeg hij een terugblik op zijn leven. Hij voelde zijn eigen emoties, maar ook de emoties van anderen. Hij voelde wat zijn daden bij anderen teweeg hadden gebracht. Elke gedachte bleek bewaard te zijn gebleven. Daarna werd hij teruggestuurd. Mickey: “Een BDE begint pas als je wakker wordt. Dan krijg je zo’n gigantische stuiter voor je kop, je moet opnieuw leren leven. Ik heb wel ‘es gezegd: ‘Ik ben opnieuw geboren’.”


De andere BDE-er was Sybrig Lips, een vrouw van ongeveer 65 jaar oud. Als meisje van 7 kreeg zij kort na de oorlog dyfterie. Zij werd zo ziek dat ze naar een ziekenhuis werd gebracht. Toen haar ouders haar in de auto hadden getild om haar met spoed naar het ziekenhuis te brengen, zweefde zij uit haar lichaam. Van bovenaf kon zij zichzelf zien liggen. Hoger en hoger steeg zij, tot boven de boomtoppen. “Ik zag de levendigheid en de kleuren die in de bomen zitten. Tegenwoordig zou ik zeggen: dat was de energie of de aura van de bomen. Ik vond dat prachtig.”

Zij ging daarna door een grens en kreeg een terugblik op haar leven. Ze ervoer daarbij ook de emoties van anderen. Zo had zij vlak na de oorlog een snoepje - een zeldzaamheid in die tijd - gegeven aan een vriendinnetje; zij kon voelen hoe blij die daarmee was.

Daarna ging zij door een tunnel. Het was daar eerst donker, maar niet op een enge manier. Al snel zag zij een helder licht. “Ik dacht toen: ‘Dáár wil ik naartoe!’. Zo voel ik het nog steeds. Dat is mijn thuis, daar kom ik vandaan en daar mag ik dadelijk weer naartoe als ik dit jasje weer uittrek.”

Terwijl zij dat allemaal ervoer, werd er door een arts een buisje in haar keel gestopt, waardoor zij van de verstikkingsdood werd gered. Toen ze bijgekomen was, vroeg deze man haar of ze niet blij was dat hij haar van de dood gered had. Maar ze antwoordde: “Nee, had me maar dáár gelaten!”

 

Dat laatste is karakteristiek voor een BDE. Mensen die zijn teruggekeerd naar het leven, zijn meestal teleurgesteld dat ze niet in die hemelse sfeer mochten blijven. Leo Fijen, presentator van “Kruispunt”: “Willen ze nog wel leven na zo’n BDE?”

Van Lommel: “Ze hebben een ervaring meegemaakt die overweldigend is, maar waar ze niet met anderen – hun partner, de verpleging of een arts – over kunnen praten. Dan wordt gezegd: ‘Je had een hallucinatie’, ‘je hebt wat verzonnen’of ‘je probeert interessant te zijn.’ Dus houden ze hun mond. Maar het zijn ervaringen die ze niet opzij kunnen zetten, dus het komt terug.” 

 

Volgens Van Lommel heeft een BDE 12 kenmerken, die in alle tijden en culturen worden genoemd. Dat betekent echter niet, dat in een BDE al die 12 elementen hoeven voor te komen. In de genoemde verhalen komen wél verschillende centrale kenmerken voor, zoals het zien van een tunnel, het licht aan het eind daarvan, het zichzelf zien liggen, een terugblik op het leven en de terugkeer naar het lichaam. 

 

Op de vraag of de BDE’ers inderdaad iets van het hiernamaals hebben gezien, antwoordde Van Lommel echter enigszins ontwijkend. “Dat noem ik nooit zo. Ze zijn in een andere wereld, een andere dimensie waar tijd en afstand geen rol spelen, waar alles aanwezig is, al het verleden en ook alle toekomst. Daar zijn alle gedachten bewaard gebleven, met alle emoties die daarbij komen, met het effect op jezelf en op de ander. Het woord ‘hiernamaals’ wordt meteen weer... Je zit met het christelijk geloof. Ik denk dat je het nu ook kunt meemaken. Als mensen mediteren, kunnen ze dezelfde soort ervaringen hebben.”

 

Maar hoe kunnen mensen nu zó’n helder bewustzijn hebben, zonder dat de hersenfuncties werken? Volgens Van Lommel komt dat, doordat we werken met het concept dat het bewustzijn van de hersenen afhankelijk is van de hersenfuncties. Maar dat klopt niet, want als de hersenschors en de hersenstam niet meer werken, kunnen mensen een helderder bewustzijn hebben dan ze ooit hebben gehad. De hersenfunctie is dus niet de producent van het bewustzijn, maar het faciliteert dat door het waakbewustzijn mogelijk te maken. Dat waakbewustzijn is maar een klein aspect van ons totale bewustzijn en van al onze herinneringen.

 

Op de vraag of dit niet iets paranormaal is, reageerde hij ontkennend. “Dit is iets wat niet met de huidige materialistische wetenschap verklaard kan worden. Als 600.000 mensen in Nederland dit soort ervaringen kunnen hebben en nog veel méér mensen andere ervaringen hebben die te maken hebben met het non-locaal bewustzijn (niet gerelateerd aan een bepaalde plaats in de hersenen), dan schiet de materialistische wetenschap tekort om dergelijke ervaringen te verklaren.”

 

Van Lommel onderscheidt drie belangrijke veranderingen die a.g.v. de bijna-dood-ervaring optreden. Zo is de doodangst bij mensen na een BDE volledig verdwenen omdat men weet dat er een persoonlijk voortbestaan is. Ook hebben ze een ander levensinzicht gekregen. Bovendien ervaren zij allemaal een verhoogde staat van intuïtieve gevoeligheid. Dat laatste kan heel storend en verwarrend zijn. Je pikt daardoor immers intuïtief gevoelens en gedachten op van anderen, zelfs als je ze niet persoonlijk kent.

 

De herinneringen aan de wereld, die men tijdens een BDE heeft mogen zien, blijven gedurende de rest van het leven nawerken. Meestal verlangt men naar die wereld terug. Zo was Sybrig Lips jaloers op een schoolvriendinnetje, dat enkele jaren na haar eigen BDE overleed. Ze vroeg zich toen af: “Waarom zij wel en ik niet?” Toen dat vriendinnetje begraven werd, mocht Sybrig meehelpen om het kistje te dragen. Ze verbaasde zich er toen over dat men er geen feest om vierde, want dat meisje ging toch naar een prachtige plaats? Ze is altijd terug blijven verlangen naar die schitterende ervaring.

Het hiernamaals omschreef zij als een sfeer, die een gevoel oproept dat heel sterk lijkt op intense verliefdheid: de liefde is daar zó sterk, dat je er uit alle macht naar verlangt om daar te zijn. Toen zij daarover vertelde, stráálden haar ogen, hoewel het zeker 60 jaar geleden was gebeurd. Elk detail kon zij zich als de dag van gisteren herinneren.

BDE’s kunnen echter ook gruwelijk zijn. Van Lommel: “Ongeveer 15% van de mensen hebben een angstig moment als ze in een donkere ruimte komen waar ze geen uitgang vinden.  Daarna komt er een lichtpuntje waar ze naartoe gezogen worden. Ongeveer 2% blijft echter in die donkere ruimte hangen of zakt zelfs in de diepte. Dat is een heel angstwekkende ervaring, te vergelijken met wat Dante in de ‘Divina Commedia’ heeft geschreven over de hel. Als ze dan weer bijkomen, gaat dat gepaard met schuldgevoelens. Men heeft immers geleerd dat de hel een straf is voor een fout leven.”  Volgens Van Lommel wordt het karakter van een BDE gekleurd door de stemming waarin men verkeert op het moment waarop de BDE wordt ervaren.

 

Bijna-dood-ervaringen laten ons een glimp zien van de wereld, waarin we na de lichamelijke dood terechtkomen. Dat heeft sterke raakvlakken met de spiritualteit. Wat is volgens hem nu spiritualiteit? Van Lommel definiëert dat als ‘de zoektocht naar zingeving’. Hij heeft geconstateerd dat BDE’ers allemaal op zoek gaan naar de zingeving van hun leven. Ze kijken naar wat ze doen, welk effect dat heeft op henzelf en op anderen en hoe je zinvol bezig kunt zijn. 

Maar verlangen ze dan ook naar God? Van Lommel: ”Ze verlangen naar het hogere, naar de absolute liefde en acceptatie die ze hebben meegemaakt. Het woord ‘God’ gebruiken ze lang niet allemaal, want de woordkeus die je gebruikt voor de BDE, de meest indrukwekkende ervaring van liefde en acceptatie, verschilt. Christelijke mensen zeggen dan: ‘Ik heb Jezus ontmoet’ of ‘een wezen van licht’. Een Hindoe zal echter zeggen ‘Ik heb Krishna ontmoet.’ De culturele en religieuze achtergronden bepalen dus de woordkeus die door BDE’ers wordt gehanteerd.”

 

Wat is nu de kern van bijna-dood-ervaringen? Wat kunnen we daarvan leren? Van Lommel: “Waar het ten diepste om gaat, is dat we beseffen dat wat wij de ander aandoen, wij uiteindelijk onszelf aandoen, dat wij beginnen met het accepteren van onszelf waaronder al onze negatieve kanten, want dán pas kun je accepteren wat de ander doet, en dat we beseffen dat we allemaal met elkaar verbonden zijn. We zijn van elkaar afhankelijk en kunnen niet alleen aan onszelf denken.”  

   

Mensen veranderen door een bijna-dood-ervaring. Dat gold ook voor de beide BDE-ers die door “Kruispunt” werden geïnterviewd. Zo was Mickey vòòr zijn BDE iemand, die op contractbasis werkte bij een firma. Hij was toen yuppie-achtig bezig. Het ging erom veel opdrachten binnen te halen. Hij hield van feestjes en was spookbenauwd voor de dood, want dan was alles immers afgelopen. Tenminste: dat dacht hij vòòr die ervaring. Na zijn BDE veranderde alles. Als mens is hij warmer en minder materialistisch geworden dan hij was. Ook staat hij veel meer voor andere dingen open dan vroeger.

Sybrig was daar ook uitgesproken over. Als zij alleen is en even stil zit, bv. in de tuin, verbindt zij zich met de plek die zij in haar BDE gezien heeft. Het spirituele is voor haar veel belangrijker geworden. Dat uit zij door bv. stukjes uit de bijbel en andere geestelijke boeken te lezen.

 

Gelukkig worden BDE-verhalen tegenwoordig steeds meer erkend en naar waarde geschat, vooral in de westerse wereld. Toch zijn er nog steeds veel mensen in het Westen die denken dat met de dood alles ophoudt. Volgens een recent onderzoek gelooft méér dan de helft van de Nederlandse bevolking niet in een hiernamaals. In de wetenschap is dat percentage waarschijnlijk nog veel hoger.

Een dergelijke houding heeft verstrekkende consequenties. Als we er immers van uitgaan dat ons bewustzijn aan de materie gebonden is, lijkt het alsof onze gedachten een product zijn van allerlei biochemische en electrische processen die zich in ons hoofd afspelen. Als de gedachte, dat ons bewustzijn niet afhankelijk is van onze hersenfuncties, daarentegen gemeengoed zou worden in de medische wereld, zou dat niets minder dan een revolutie in ons denken over leven en dood betekenen. Een dergelijke gedachte is in staat om niet alleen de medische wetenschap, maar zelfs het hele wereldbeeld dat doorgaans binnen de materialistische wetenschappen wordt gehuldigd, diepgaand te veranderen.  

Het boek “Eindeloos bewustzijn” kan voor mijn gevoel een belangrijke bijdrage leveren aan deze discussie.  Het zal veel mensen de ogen openen voor een werkelijkheid, die ze voordien niet voor mogelijk hadden gehouden.

 

Hendrik Klaassens.


Julie Chimes

Verdwaald in het paradijs

ISBN 90-417-0114-1

 

Dinsdag 11 maart 1985 was de dag waarop Julie Chimes eigenlijk dood had moeten zijn. Een vrouw, Helen, geobsedeerd door Chimes' vriend, stak haar 32 keer met een keukenmes. Met hulp van een innerlijke stem overleeft zij op wonderbaar­lijke wijze de steekpartij en begint een nieuw le­ven. Chimes beschrijft met humor en spanning haar bijna-dood-ervaring en haar spiritueel ontwaken.

 

'Een meeslepend boek over een vrouw die balan­cerend tussen leven en dood haar levenskracht voelt en sindsdien weet dat haar geluk voor het grijpen ligt:

 

Julie Chimes (1954) woont momenteel op verschillende plekken in Europa. Zij is be­trokken bij een slachtoffer­hulp-organisatie en geeft le­zingen over haar bijna- dood­ervaring.

 

 UITTREKSEL:

 

'Ik houd van je,' fluisterde ik.

 

Ik weet niet waar de woorden vandaan kwamen. Ze leek gechoqueerd. Maar ik ervoer op dat moment een overrompelend gevoel van liefde en medelijden voor de­ze persoon die Helen heette. Ik was niet langer bang voor haar, ik was juist uiterst rustig terwijl ik haar zonder eni­ge betrokkenheid aankeek.

 

Dus dit was het dan? Die zo gevreesde dood? Het woord dat niemand graag in de mond nam? Het enige wat alle overtuigingen, rassen en religies gegarandeerd zullen meemaken, maar waarvoor we de minste tijd ne­men om ons erop voor te bereiden. Ik moest er eigenlijk wat om lachen, nu ik getuige was van mijn eigen 'ster­vende zwaan'-voorstelling; het was zo'n bizar draaiboek, zelfs ik, als co-ster, vond het weinig aannemelijk.

 

Met het idee dat ik alle tijd van de wereld had, sloeg ik mijn eigen, gewelddadige dood gade. Een grijze, regen­achtige dinsdagochtend, ikzelf, met de grootste moeite recht overeind blijvend op de traptreden van TC's kleine villa, mijn beroepskoksmes in de handen van een de­structieve kracht en een gapende wond waaruit warm bloed spoot en stroomde. Terwijl ik mijn aspirant-moor­denaar onbewogen aankeek, werden haar ogen openin­gen die mij in haar binnenwereld trokken.

 

Onmiddellijk had ik het gevoel alsof iemand me had aangesloten op een gigantisch schakelbord in de hemel. Elk gesprek dat op aarde werd gevoerd kwam door mij

heen en ik kon ieder afzonderlijk geluid horen.

 

De ruim­te waarin ik zweefde werd een enorm scherm waarop de wereldse drama’s zich tegelijk afspeelden. Ik keek naar dat alles, geboeid door de dans van de mensheid, getrof­fen door de onmetelijkheid en de schittering van de schepping.

 

Ik merkte tot mijn grote verbazing dat ik me maar hoefde te concentreren op een bepaalde gedachte, of ik werd daar op hetzelfde moment naartoe gebracht. Ik kon tegelijkertijd naar het scherm kijken en deel van de scène uitmaken. Het was alsof ik een zoomlens had en die naar believen op het een of op het andere tafereel kon richten.

 

 De hele planeet met al zijn drukke gedoe lag voor me, in het verleden, het heden en de toekomst. Ik dacht aan Christus, en meteen bevond ik me op een rot­sige helling, knielend, en keek op naar het kruis waaraan hij hing.

 

'Meester, waar gaat u heen? Hoe kunnen wij u vinden als u er niet meer bent? Waar zult u zijn?' Mijn hart was verbrijzeld van verlatenheid.

 

Hij richtte Zijn hoofd op. Zijn ogen waren door­straald van een blauwachtig licht, een licht dat Zijn we­zen uitstraalde. Een licht dat het hele landschap over­stroomde en alles wat hard en solide was in doorschij­nende luchtspiegelingen veranderde.

Hij sprak.

 

'Waar je ook kijkt zul je Mij zien.'

 

De echo van Zijn stem weerklonk in het uitspansel. Ik verstond Hem.

 

Ik vloog terug in het luchtruim, het scherm voor mij werd nu gevuld met een licht dat helderder scheen dan ik ooit had gezien. Alle beelden van het leven versmolten tot een zee van een duizelingwekkende hoeveelheid lichtpuntjes, triljoenen edelstenen met een ontelbaar aantal facetten, die miljoenen zonnen weerkaatsten. De kakofonie van het aardse lawaai explodeerde tot één kris­talheldere toon die door de sterrenhemel weergalmde. Het was adembenemend.

 

Op de een of andere manier was alles IK. In me en buiten me. Licht en donker, goed en kwaad. Alomvattend. Ik maakte deel uit van een luis­terrijke eenheid. Niets was zonder betekenis. Alles was volmaakt betekenisvol in een zee van onzinnigheid. Nie­mand werd uitgesloten. Alles was Eén. Op dat ene, su­blieme moment zag ik wat achter de fysieke verschij­ningsvorm school.

 

'Helen... IK... HOUD... VAN...]E,' riep ik uit naar de oneindigheid.

Mijn kleine aardse verstand protesteerde, het sarcasme droop eraf. 'Ben jij nu ook al totaal geschift?' vroeg het kwaad. 'Je wordt vermoord, als je het nog niet wist, en dit is echt niet het moment voor een liefdesverklaring aan het adres van je moordenares. Geloof me, ze is er niet van onder de indruk!'

 

Het kon me niet schelen wat mijn verstand ervan vond, het leek op dat moment zo'n onbeduidend iets.

 

Ik deed mijn ogen dicht en zweefde, geheel volgens mijn 'wens, terug naar de onmetelijke ruimte. Ik voelde me da­len en landde sierlijk in een prachtige tuin vol exotische bloemen. Goddelijke geuren en kleuren brachten mijn zintuigen in vervoering. De intensiteit van het licht was in het begin te groot om iets duidelijk te kunnen waarne­men.

 

Ik wachtte, en toen werd ik twee oosters uitziende jongens gewaar die een soort vechtsport beoefenden.

 

Een wat oudere man stond bij hen, zijn oranje gewaad glansde zo stralend... geen enkel weefsel op aarde kon daaraan tippen. Lachend wuifde hij naar me, het was een groet, alsof hij me verwachtte. Ik vroeg me af naar wie hij wuifde, aangezien mijn doorstoken lichaam in het regen­achtige Engeland was. Ik kon mezelf niet zien, maar wat voor 'ik' er ook van mijn 'ik' over was wuifde naar hem terug. Hij lachte opnieuw en zei dat ik zijn les moest bij­wonen. Hij gebruikte geen woorden, maar ik kon zijn instructies duidelijk horen.

 

'Beweeg langzaam. Geen reden voor letsel. Altijd de energie van de aanvaller tégen hem gebruiken. Het is zo simpel. Heel, heel simpel. Iedereen kan het.' Hij keek in mijn richting en knikte. 'Je hebt geen wapens nodig. Het is heel eenvoudig. Het redt je uit elke situatie.'

 

Een van de twee jongens deed een uitval naar de an­der, alsof hij op het punt stond een zwaard of een mes in diens lichaam te stoten. De verdediger hield zijn arm op om de kracht van de stoot af te weren en deed snel een sprong opzij. De aanvaller viel voorover. De meester boog en lachte, hij was tevreden over zijn studenten. Hij boog opnieuw, met zijn handen tegen elkaar, maar nu in mijn richting. 'Simpel, nietwaar?' Hij haalde zijn schou­ders op en lachte nog een keer. De les was afgelopen.

 

Martin Heald

Levensbestemming<br>

Martin Heald


Levensbestemming
Martin Heald

Levensbestemming

ISBN 90-202-8174-7

 uittreksel:

 

'Vergeet niet', voegde onze leraar eraan toe, 'wanneer je weer op aarde wordt geboren, wordt, je al op zeer jonge leeftijd aardse wet­ten en lessen over het aardse leven geleerd, waaraan de meesten van jullie zich zullen houden als zijnde een onderdeel van je spirituele scholing. Maar naarmate de individuele ziel zich verder ontwikkelt, zal ook je bewustzijn zich verruimen, totdat de aardse en spirituele werelden zo nauw verstrengeld raken dat de noodzaak om te reïncarneren overbodig wordt.'

 

De feitelijke methode van reizen leek in theorie zo eenvoudig. Het enige wat je hoefde te doen, was je een persoon of bestemming sterk voor de geest te halen, en in een mum van tijd was je bij die persoon of op de plaats van bestemming. Na enkele gênante fouten begon ik weldra de techniek meester te worden, en belandde ik, volkomen on­aangekondigd, in allerlei soorten plaatsen en situaties.

 

Wat een onge­wone manier van reizen, dacht ik eerst, totdat ik merkte dat er steeds meer mensen aan het reizen waren. De gewaarwording kwam als een schok - ik kon nota bene in een oogwenk van de ene prachtige plek naar de andere reizen om iets van dit adembenemende natuurschoon in me op te nemen.

 

Na een periode die ik schatte op ongeveer vijf aardse jaren van rust en herstel, werd mij iets verteld over een aantal lessen die mij bij mijn volgende incarnatie van pas zouden kunnen komen. Niemand werd gedwongen tot het bijwonen van die lessen, maar ik had het ge­voel dat ze belangrijk waren en dat ik zoveel mogelijk moest leren. Ik zou er mijn voordeel mee doen als ik weer naar de aarde terug zou moeten.

 

Een les die mij vooral belangrijk leek, ging over de menselijke aura en haar speciale functie, niet alleen als beschermingsmechanisme, maar ook als een tijdig waarschuwingssysteem voor ziekte, zowel mentaal als fysiek. Wij mochten heel even in de toekomst kijken, waar we zagen dat er zowel ziekenhuizen als behandelkamers van artsen werden voorzien van aurafotografieapparatuur. Zo konden de mensen zich twee- of driemaal per jaar laten controleren, zonder het gevaar te lopen te worden blootgesteld aan een overdosis röntgen­stralen. Met behulp van deze foto's kon een potentiële ziekte worden opgeheven door hooggeschoolde spirituele genezers, die gebruik­maakten van meditatietechnieken en het overbrengen van universele lichtenergie, om de aura van een patiënt te reinigen van alle onzui­verheden, lang voordat deze zich in het lichaam zouden manifeste­ren.

 

Tevens werd ons getoond hoe meditatie het menselijk energieveld kon versterken, als dit werd gecombineerd met de juiste voeding en oefeningen.

Het creatieve vermogen van de mens behoort toe aan en ligt besloten in de aura. Met gebruikmaking van een bepaalde meditatie en sterke visualisatie wordt het energieveld opgeladen en maakt de betreffende gedachte tot een bestaande werkelijkheid. Op aarde neemt het proces enige tijd in beslag, waarbij de exacte tijd afhangt van de spirituele diepgang van de betreffende persoon.

 

Voor sommige spiritueel ver­der ontwikkelde mensen op aarde is de tijd tussen denken en schep­pen bijna een kwestie van een ogenblik. De meeste zielen die dit kunnen, zijn uit vrije wil naar de aarde teruggekeerd. Zij leiden meestal een sober nomadenleven en lijken precies op het juiste mo­ment op te duiken in afgelegen bergdorpjes, meestal in tijden van grote tegenspoed, en blijven dan lang genoeg om iets van hun waar­devolle kennis over te dragen. Even plotseling als ze zijn gekomen verdwijnen ze weer.

 De bewoners zijn hun mysterieuze bezoeker vaak weer snel vergeten, vooral wanneer hun gewassen weer beginnen te groeien, precies zoals de vreemdeling had beloofd. Het bijbel­verhaal over Jezus die water in wijn veranderde en over de spijziging van de vijfduizend met vijf broden en twee vissen, wat door veel mens op aarde als een fabeltje wordt beschouwd, werd nu heel le­vensecht.

 

De overbrenging van universele energie van het ene wezen naar het andere, met het daarmee gepaard gaande genezende effect, werd blijkbaar nog steeds als een wonder gezien, of zeker als een toeval. Ik vond dit met name bedroevend omdat ieder van ons over het ver­mogen beschikt om niet alleen zichzelf te genezen, maar ook zijn medemens. Als we alleen maar de bereidheid zouden hebben om de­ze universele energie te ontvangen!

 

De lessen die we kregen, bevatten veel praktische situaties en suggesties. Ieder van ons ging om beurten in het midden van de groep zitten en concentreerde zich op een droevige gebeurtenis of omstandigheid uit zijn vorig leven, totdat zijn emoties nauw verwant waren aan de aardse emoties van verdriet en neerslachtigheid. De rest van de groep stuurde dan een constante stroom van genezende energie naar de betreffende persoon, die voelde hoe vanuit de kruin de energie zijn spirituele lichaam binnenstroomde, en geleidelijk werd zijn hele wezen van top tot teen gevuld met bewustzijnsverhogende energieën, die de persoon een direct inzicht verschaften in de achterliggende oorzaken van de verdrietige gebeurtenis. Individuele ervaringen en een voortdurende uitwisseling vormden de basis van onze lessen, hoewel voor mij het bezoek aan de bibliotheek het op­windendst was.

 

Onze leraar, die nog steeds zijn violette toga droeg, had ons verteld hoe we daar moesten komen; hij nam afscheid van ons en verliet het leslokaal. De aanwijzingen van Michael volgend concentreerden we ons op zijn levendige beschrijving van de biblio­theek en haar omgeving.

 

Het volgende moment bevond ik me in de meest adembenemende en prachtige tuin die ik me ooit had kunnen voorstellen. Daar, in de ver­te, stond iets wat alleen maar kan worden omschreven als een archi­tectonisch wonder. De bibliotheek zelf leek een exacte replica van de gebouwen die ik had gezien in een schoolboek over Griekse mytho­logie. Vol opwinding en ontzag besloot ik ernaar toe te wandelen, tussen de bomen door, langs de graspaden die aan weerszijden waren omzoomd door schitterende boeketten van exotische planten en bloe­­men, waarvan de meeste een dusdanig assortiment bessen en vruch­ten droegen dat ik iedere poging ze te beschrijven bij voorbaat opgaf. Er woei een zacht briesje, dat nog een ander element aan deze won­derbaarlijke ervaring toevoegde - de geur van de bloemen.

 

Toen ik de marmeren trap naderde, zag ik dat de rest van de klas met elkaar stond te praten over de meer subtiele details van het gebouw. 'Kom Richard, we hebben op je gewacht', riep James, een voormalig RAF-navigator, die was omgekomen toen het landingsgestel van zijn vliegtuig het had begeven.

 

'Hier kun je me geen bevelen geven' , antwoordde ik lachend. 'Sorry, ouwe makker, dat was ik vergeten', grinnikte James, geamu­seerd om de ironie van de situatie.

Na de gladgepolijste trap te zijn beklommen gingen we de biblio­theek binnen. Het was hier een drukte die je normaliter op een marktplaats aantreft en ik kon niets vinden wat duidde op boeken­planken, laat staan boeken! Ik verontschuldigde me en besloot het onmetelijke interieur van deze 'bibliotheek' te gaan verkennen.

 

Na door een schijnbaar eindeloos netwerk van gangen en portalen te zijn gezworven, zonder daarbij enige spoor van een boek te hebben ontdekt, begon ik me af te vragen of onze leraar ons voor de gek had gehouden. Ik wilde juist het gebouw verlaten, toen ik zag dat Micha­el op me afkwam.

 

'Ha Richard, daar ben je. Al enig succes gehad?'

'Nee, om je de waarheid te zeggen', antwoordde ik ietwat verlegen. 'Het lijkt erop dat ik geen boek kan vinden.'

Hij begon te lachen. 'Het is altijd hetzelfde met die nieuwkomers.' 'Wat bedoel je?'

'Heb je niet gezien dat er op de meeste deuren een letter van het alfa­bet staat?'

'Ja.'

'Nou, als je je voor een bepaald onderwerp interesseert, archeologie bijvoorbeeld, hoef je alleen maar een van de kamers met de letter "A" binnen te gaan en de rest zal zich vanzelf wijzen.'

Ik bedankte Michae1 voor zijn advies en begon weer opnieuw, hope­lijk ditmaal een beetje wijzer. Ik besloot de eerste de beste deur bin­nen te gaan, welke letter er ook op stond.

 

'R', dat lijkt me wel wat, dacht ik, en ik stapte een verblindend hel­dere, bijna elektrisch geladen en volmaakt cirkelvormige kamer bin­nen. Dat is vreemd, geen ramen. Waar komt dan dat licht vandaan?

 

Mijn vraag bleef onbeantwoord, terwijl ik op een zeer gerieflijke, ge­stoffeerde vloer ging zitten en me bedacht welk onderwerp ik zou kiezen. Reizen, laat ik reizen kiezen. Dat heeft me altijd al geïnteres­seerd. Ik begon me te concentreren op luchtvaart en in een mum van tijd was de gehele sfeer van de kamer veranderd. Enige ogenblikken later had ik niet alleen de eerste vliegpoging van de mens herbeleefd en gadegeslagen, maar ook de hele verbazingwekkende geschiedenis van de luchtvaart tot ver in de toekomst, hoewel ik het meeste van wat het nieuwsjournaal van de toekomst me liet zien nauwelijks kon geloven. Zo was er een passagiersvliegtuig met een kegelvormige neus, dat sneller kon vliegen dan een kogel, en een zogenoemde

'space-shuttle', die mensen de kosmos in kon brengen en weer terug.

 

Dit werd snel gevolgd door nog meer openbaringen over het reizen in de toekomst, waaronder auto' s die werden voortgedreven door zonne-energie, kleine motorfietsen die hoog boven de grond vlogen, aangedreven door samengeperste lucht, en treinen die, met behulp van 'elektromagnetisme', boven een enkelspoor leken te zweven.

Na een bezoek aan nog een paar kamers besloot ik naar huis terug te gaan. In aardse termen zou deze bibliotheek het beste kunnen wor­den beschreven als een soort ABC van het universum, dat elke dag werd aangevuld en reikte tot in de eeuwigheid, zoals ook de altijddu­rende zoektocht naar de schepping voortgaat.

 

Intussen was ik behoorlijk vaardig geworden in het scheppen. Met behulp van mijn schijnbaar grenzeloze enthousiasme en kennis schiep ik mijn eigen droomhuis. Ik omringde mezelf aan alle kanten met het meest adembenemende landschap dat ik me kon voorstellen. Er waren groene bergen en heuvels, compleet met stromende beekjes en bronnen met kristalhelder water, die allemaal in een aaneenscha­keling van fantastische watervallen in het laagste gedeelte van mijn tuin hun eindbestemming vonden. De flora die ik had gecreëerd was in haar kleuren alleen beperkt door de grenzen van mijn steeds rijker wordende verbeelding.

 

Het eten en slapen konden in geen opzicht worden vergeleken met de aarde. Voortdurend nam ik energie op uit de waterstromen of het licht, dat zonder onderbreking scheen. De mogelijkheid bestond om te eten van de vegetatie die overal in overvloed aanwezig was, maar toen ik me eenmaal had aangepast aan mijn spirituele lichaam, was dat niet meer nodig.

 

Dit lichaam leek een volmaakte replica te zijn van mijn aardse lichaam, behalve dat ik volkomen gewichtloos was. Het was onmogelijk om emoties, van welke aard dan ook, te verber­gen, omdat de daarmee gepaard gaande verandering in de energie­kleuren meteen tot uitdrukking kwam in de aura, die iedereen omhul­de.

Slapen werd al gauw iets wat tot het verleden behoorde, dankzij de voortdurende energiestroom, hoewel het na een intensieve periode van leren raadzaam was om even rust te nemen.

 

Uiteindelijk nam ik het besluit om naar de school voor kunsten te gaan en werd weldra heel bedreven in zowel landschappelijke tafere­len als abstract werk. Het werd me al gauw duidelijk dat veel be­roemde artiesten op aarde hun talenten zowel bewust als onbewust hadden gebruikt, om door middel van hun creativiteit het menselijk denken ontvankelijk te maken voor spiritualiteit. Telkens weer herin­nerde onze leraar ons eraan dat de grenzen van onze creativiteit op aarde alleen werden bepaald door onze fantasie; hij voegde er nog aan toe dat het zaad dat tijdens onze lessen werd gezaaid uiteindelijk zijn vruchten zou afwerpen, afhankelijk van onze eigen individuele activiteiten en daden.

 

  

Zeker weten: toen zweefde ik de kamer uit


door Koert van der Velde in gesprek met Piet Vermeulen
2005-08-16 – in dagblad Trouw

 

Wat hebt u beleefd?

 

„Het  was op 1 oktober 1979. Met loeiende sirenes reed de ambulance me naar het ziekenhuis. Ik had zojuist mijn derde hartinfarct gehad. Op de intensive care kwam het vierde eroverheen. Ik zweefde weg. Ik hoorde de dokter zeggen dat het niet zo best met me was. Ik zou in coma raken en daaruit waarschijnlijk nooit meer terugkomen. Hij zei dat de familie gewaarschuwd moest worden. Ik zag mijn lichaam alsof ik een toeschouwer was. De dokter en de zusters waren druk met me bezig. Het ’lichaam’ waarin ik nog was, was transparant, merkte ik, en onzichtbaar voor de anderen. Ik zag mijn vrouw, de kinderen en de dominee rond mijn bed plaatsnemen.

Toen zweefde ik de kamer uit, en kwam in een diep dal terecht waar andere transparante wezens schijnbaar zinloos werk aan het doen waren. Ze zagen er verslagen en moedeloos uit. Het was een dal van diepe droefenis. ’Ga door, ga door’, gebaarden ze. In de hoogte zag ik licht, dat naarmate ik naderde steeds helderder werd. Er ging een onweerstaanbare aantrekkingskracht van uit. Toen stond ik opeens voor een grote, roestvrijstalen deur. Ik hoorde muziek en werd overweldigd door een gevoel van vreugde. Ik voelde me volkomen op mijn gemak. Het was heerlijk daar aan gene zijde en ik had graag willen blijven. Ik wilde naar binnen, maar voelde dat ik terug moest naar de aarde. Toen ik mijn ogen open deed, zag ik door het raam van de ziekenhuiskamer een koe in het weiland lopen. Dát was pas vreemd.”

 

Wat was de boodschap?

 

„Ik had een drukke baan, reisde door alle Europese landen en moest vaak wel twee keer per dag met klanten uit eten. Ik rookte drie pakjes per dag, dronk veel en had overgewicht. Die hartaanvallen waren waarschuwingen van mijn lichaam, en van God. Na mijn ervaring wist ik veel beter wat niet belangrijk is in het leven – allerlei dagelijkse beslommeringen. Het leven is nadien veel gemakkelijker geworden.”

 

Is het waar gebeurd?

 

„Honderd procent zeker weten. Daar heb ik nooit zelfs maar een moment aan getwijfeld. Ik ben ook niet geïnteresseerd in kritiek erop. Sommigen vinden het flauwekul, zeggen dat ik het heb gedroomd. Ook prima, dan zeggen ze dat maar. Wetenschappers mogen beweren dat ze een plekje hebben ontdekt dat bij elektrostimulatie dergelijke ervaringen geeft. Daar ga ik aan voorbij. En als iemand zegt dat het menselijk brein in een levensbedreigende situatie uit de bibliotheek van beelden een film creëert die geruststelt, dan heb ik daar maling aan. Ik vind dat gewoon niet interessant. Voor mij staat het leven na de dood na die ervaring als een paal boven water, en daar kan helemaal niets of niemand iets aan afdoen.”

 

Heeft de belevenis uw geloof veranderd?

 

„Vanaf mijn geboorte heb ik niet getwijfeld. Maar ik zeg wel altijd: mensen die zo'n ervaring hebben gehad, wéten. Alle andere mensen moeten het maar geloven en afwachten. Ik ben dus van een niet-twijfelende gelovige en wetende geworden. De dominee van de Protestantse Kerk in Nederland, die nooit zoiets heeft ervaren, zegt desalniettemin dat ook hij er weet van heeft. Dat geloof ik wel, dat zal vanuit zijn studie zijn.

Ik lees de Bijbel zoals het er staat, ga ervan uit dat alles voor honderd procent waar is. Als je mijn bijbel ziet, zie je dat hij helemaal beschreven is. Op tal van plekken heb ik bevestiging gevonden dat mijn ervaring waar is.

Na die bijna-dood-ervaring ben ik naar Israël gegaan. Ik heb de doop in de Jordaan en de hof van Gethsémane gezien. Ik heb in de Jezusboot op het meer gezeten terwijl het stormde, en heb door de resten van de synagoge in Kapernaüm gelopen. De bijbel kwam zo héél dichtbij. Sinds die reis heb ik nóg meer zekerheid gekregen

 

 

 

Aan de rand van de dood

Het sterven aanvaarden als overgang naar het nieuwe.

Drie artikelen van Jungiaanse psychologen

– M.L.Von Franz; L.Frey-Rohn; A.Jaffé

 

Ter nagedachtenis aan degenen die mij voorgingen

 

Uit:

Stervenservaringen psychologisch belicht

Liliane Frey-Rohn

 

 

De stijgende belangstelling van de mensheid voor de stervenservaringen

 

Beschrijvingen van doods- en grenservaringen zijn mogelijk ge­worden door de vooruitgang van de medische wetenschap, vooral wat betreft de reanimatiemethoden . De fascinatie van de mens van nu door stervenservaringen richt zich op het nog altijd in hoge mate onbekende terrein van het onbewuste, dat door de beschrijvingen van gereanimeerden langs een andere weg toegankelijk werd. Ook al hebben de romantici en mystici ons waardevolle documenten van hun ervaringen nagelaten, pas de mededelingen van stervenden die weer tot leven zijn gekomen stellen ons in staat, grenservaringen em­pirisch te verifiëren - een omstandigheid van onafzienbare weten­schappelijke betekenis.

 

Het is thans zeker, dat de grenzen van het menselijk bewustzijn niet met die van het biologische systeem dan wel het zenuwstelsel sa­menvallen. Hoever het niet aan het zenuwstelsel vastzittende be­wustzijn zich uitstrekt, zal waarschijnlijk nooit vast te stellen zijn; maar de voorstelling is geoorloofd, dat het zich in tot nog toe onver­moede dimensies in het collectieve onbewuste uitstrekt, ja zelfs als 'hoger bewustzijn' in het bestaan na de dood verder leeft.

Het vooruitzicht van een mogelijk leven na de dood, van een ver­der leven als bewust, met een ik uitgerust wezen, is gezien de geeste­lijke radeloosheid van de tegenwoordige mens uiterst aanlokkelijk. Omdat de enkeling het contact met de archetypische, zijn lot bepa­lende grondslagen van zijn wezen verregaand verloren heeft, vervalt hij gemakkelijk in emotionele onzekerheid, waardoor hij ten aan­zien van zin en betekenis van zijn bestaan twijfelend of vertwijfeld doorleeft. Heen en weer gesleurd tussen bewondering voor de ver­worvenheden van de techniek en toenemende angst voor de apoca­lyptische wereldsituatie, zoekt hij naar een tegenwicht op geestelijk gebied. Het is geen wonder, dat de bedreigende, innerlijke conflict­situatie gecompenseerd wordt door onbewuste toekomstverwach­tingen, die zich uiten in projecties over de licht- en hiernamaalsvi­sioenen van stervenden. In zo'n situatie verwacht de enkeling het wonder van een nieuw bestaan eerder van de dood dan van zijn eigen inspanningen om in dit leven een verandering tot stand te brengen.

 

De aantrekkingskracht die de doodservaringen uitoefenen wordt ook door een ander, progressiever motief verklaard, namelijk het oeroude verlangen van de mens naar het overschrijden van de door de driedimensionale werkelijkheid vastgestelde grenzen. Deze drang ligt ten grondslag aan zowel de ruimtevluchten naar de maan alsook aan het diepteonderzoek van atomaire structuren. Niet in de laatste plaats is ook het onderzoek naar het onbewuste de weerspie­geling van het zoeken naar verruiming van het inzicht. Ook hier bestaat de verleiding, de grenzen van de ervaring naar de kant van het metafysische en het hiernamaals te overschrijden.

 

Het onderzoek op de grens tussen vóór en na de dood omvat echter in ieder geval een verandering van de instelling van de mens: in de diepte van het onbewuste ontwikkelt zich een beeld van de mens, die zowel deel heeft aan het driedimensionale alsook aan het be­wustzijnstranscendente. Terwijl de stervensvisioenen de geest van de betrokkene, mogelijk ook de geest van de onderzoeker, gevoelig maken voor het bestaan na de dood, wijzen de reïncarnatie-experi­menten in de richting van een bestaan vóór de geboorte. Deze voor­waarts en achterwaarts gerichte vragen kunnen een bijzonder vruchtbare uitwerking hebben, als de enkeling in zijn gegrepenheid door verschijnselen als leven en dood weerstand kan bieden aan de verleiding, om de aanschouwde beelden te concretiseren, maar ze integendeel in hun zo-zijn aanvaardt en ze symbolisch als weerspie­geling van de innerlijke ervaring opvat.

 

Vanuit deze psychologische optiek lijkt ook de vraag naar het 'hoe' in het leven na de dood aan betekenis in te boeten. Van het grootste belang daarentegen is een bezinning op het in de stervensvi­sioenen verborgen, genezende symbool, dat de tegenstelling van 'ervoor' en 'erna', van 'lichamelijk' en 'geestelijk' overbrugt. Mij baserend op de stervensvisioenen zag ik hierin het symbool van het 'verlichte lichaam' , dat overeenkomt met het 'subtiele lichaam' in de mystiek van Sohravardi en het verheerlijkte lichaam van de alchemisten, een 'lichaam dat een geest ' bezit. De verandering echter, namelijk de vergeestelijking van het lichaam en de verstoffelijking van de geest, geschiedt in het tussenrijk van de ziel. De aanvaarding van de realiteit van het geestelijke en zijn genezende symbolen voor onze ten diepste ontwrichte tijd lijkt doorslaggevend voor het overleven van de mensheid te zijn. Zo gezien krijgt de fascinatie van de vele mensen door de ervaringen rond de dood een diepere betekenis.

 

In mijn psychologische praktijk merk ik telkens weer, hoezeer de ontredderde mens lijdt onder de tegenstelling van het aardse en bo­venpersoonlijke, en hoe sterk zijn verlangen uitgaat naar een verzoe­nend en genezend symbool. Het treft mij daarom zeer, dat de mens door zo 'n symbool en daarmee ook door de opwaardering van de ziel in de huidige tijd, eens van een heel andere kant benaderd wordt en opnieuw in zijn bewustzijn wortel schiet.

Aan al het vragen naar sterven en dood, dat de aanleiding vormt voor zoveel projecties, komt een dubbele betekenis toe: enerzijds wordt de menselijke geest transparent voor de realiteit van het bovenpersoonlijke in de menselijke ziel en anderzijds wordt het aardse leven van een nieuwe zin vervuld op grond van de aandacht voor het bewustzijnstranscendente. De mens ervaart zichzelf als tussen het aardse en het hiernamaals staand, op de drempel van een nieuw tijd­perk.

 

Zoals de gebeurtenis van de geboorte niet alleen een begin be­tekent, zo is het gebeuren van de dood geen einde; beide zijn einde en begin. Geboorte en dood doordringen het menselijk bestaan en zijn in iedere veranderingservaring aanwezig. Iedere vooruitgang op weg naar grotere bewustheid is verbonden met de opoffering van een vroegere instelling, en altijd wordt dit offer als doodachtig ge­beuren opgevat. Met deze doorgang is de belofte van een echter en waarder leven verbonden.

 

Geboorte en dood begeleiden de mens op zijn levensweg en vor­men de eigenlijke kern van zijn zelfverwerkelijking. Licht en donker behoren wezenlijk tot deze weg. De bewuste ontmoeting met het heel andere van de dood lijkt voor de huidige mens onontkoombaar , immers: het geheim van de verandering tot zichzelf is gebaseerd op doorgaan van de poort tot het transcendente.

'Van de kant van de dood valt het licht op het leven - en alleen wie in zijn ziel bereid is, door de poort van de dood te gaan, die wordt pas een levende mens. ­

 

 

James Redfield

 

 

De Celestijnse Visie

 

 

ISBN: 90 225 2351 9

 

DE BIJNA-DOODERVARING

 

Er zit een verbazingwekkend aspect aan bijna-doodervaringen, en dat is dat de meeste mensen die sterven en terugkomen, het­zelfde verhaal vertellen over wat er gebeurde. Velen verlaten bij­voorbeeld hun lichaam en zweven aanvankelijk recht boven hun bed of boven de plaats van het ongeluk waarbij ze gewond raak­ten; ze zien vaak de pogingen tot reanimatie en kunnen precies de gesprekken horen, die ze later verifiëren.

 

Er zijn er zelfs die een poosje rond blijven hangen bij het zie­kenhuis, voordat ze zichzelf de vraag stellen: wat nu? Die vraag brengt meestal het gevoel met zich mee dat men binnentreedt in wat altijd omschreven wordt als een tunnel van licht. Anderen kijken na de dood nooit rond, maar begeven zich direct in de tun­nel.

 

Soms leidt de tunnel naar een wachtruimte of een rustgebied met warm, wit licht, waar men wordt ondergedompeld in een im­mens gevoel van liefde en vrede. Men wordt vaak opgewacht door overleden familieleden en vrienden die de situatie uitleggen; meestal heeft men het gevoel thuisgekomen te zijn en voelt men weerstand tegen de terugkeer naar het aardse vlak.

 

Op zeker moment echter beleven mensen met een bijna­doodervaring iets wat meestal wordt omschreven als een Levens­overzicht, ofwel een terugblik op hun leven. Daarna krijgen ze soms de keuze of ze terug willen gaan of willen blijven. Andere keren krijgen ze te horen dat ze beslist terug moeten, en waarom. Mensen met een bijna-doodervaring zien tijdens een helder en visionair ogenblik bijna altijd wat ze op aarde nog moeten doen.

 

Een bijna-doodervaring brengt een ingrijpende verandering teweeg in iemands leven. De meeste mensen leiden daarna een bezield, liefdevol en betrokken bestaan.

 

HET LEVENSOVERZICHT

 

Het levensoverzicht is een van de fascinerendste aspecten van de bijna-doodervaring. Meestal vertelt men dat men in een flits zijn hele leven aan zich voorbij ziet trekken, niet zozeer als film, maar als holografische voorstelling. Men ziet alles heel gedetailleerd voor zich en merkt dat zijn leven wordt beoordeeld, niet door an­deren, maar door hemzelf. Het is alsof het bewustzijn zich heeft uitgebreid en zich met een hogere, goddelijke intelligentie ver­enigde.

 

Mensen met een bijna-doodervaring vertellen dat ze vanuit dit hogere inzicht zien welke onjuiste beslissingen ze genomen heb­ben, en hoe ze bepaalde situaties beter hadden kunnen aanpak­ken. Het overzicht is zowel intens pijnlijk als overweldigend vreugdevol, afhankelijk van wat men ziet. Wanneer men een inci­dent terugziet waarbij men iemand anders emotioneel kwetste, voelen ze werkelijk de pijn die de ander voelde, alsof ze in diens lichaam zitten.

 

Omgekeerd zijn ze ook in staat om de vreugde en de liefde die ze bij anderen opwekten te zien en te voelen alsof ze die ander waren. Door de intense empathie die ze hierbij ervaren, zijn de meeste mensen die na een bijna-doodervaring tot het leven te­rugkeren, vastbesloten niet weer dezelfde fouten te maken en worden ze veel hulpvaardiger. Elke opmerking, elke interactie met een vriend of een kind, elke gedachte over een ander mens die men de wereld in zendt, krijgt een grotere lading, want men weet dat men al die daden ooit zal herbeleven en overzien.

 

Naar het schijnt hebben we op een bepaald niveau altijd ken­nis gehad van het Levensoverzicht. Wie heeft bijvoorbeeld nog nooit iemand, nadat hij de dood op een haar na ontliep, horen zeggen: 'Mijn hele leven trok in een flits aan me voorbij.'? Veel heilige boeken en geschriften die zich wijden aan het oordeel na de dood, wijzen ook op een soort Levensoverzicht. We worden ons nu echter van de details bewust. Als we doodgaan worden we beoordeeld, maar we worden klaarblijkelijk niet beoordeeld door een wraakzuchtige God, maar door een goddelijk bewust­zijn waar we zelf deel van uitmaken.

 

Deze informatie heeft onder andere tot gevolg dat we het al­lemaal rustig aan kunnen doen en ons meer bewust kunnen wor­den van de effecten van onze daden. Daardoor gaan we nog beter begrijpen waarom we altijd ons best moeten doen om anderen op een hoger plan te zien. Het kan zijn dat we met ons oordeel nog wel eens de fout ingaan, maar we kunnen onszelf in ieder geval van tijd tot tijd een halt toeroepen en terugkijken op hoe we het ervan afbrengen; daarmee ondergaan we in feite al van tevoren een Levensoverzicht. Naar mijn mening zullen we tot het besef gaan komen dat dit eigenlijk hetzelfde is als berouw hebben.

 

HET PROBLEEM VAN HET KWAAD

 

Hoe zit het met de duivel en het complot van gevallen engelen, waarvan in zoveel religies sprake is? Er is bij geen enkel onder­zoek naar bijna-doodervaringen enig bewijs voor dat soort ou­derwetse zaken gebleken.

 

Het verschijnsel van de bijna-doodervaring bevestigt dat er in het universum slechts één goddelijke kracht bestaat, en dat het een positieve kracht is. Het probleem van het kwaad heeft alles te maken met het menselijke ego en met angst, die ons van die cre­atieve kracht vervreemden. Wanneer wij mensen met die godde­lijkheid verbonden zijn, komt onze geborgenheid van binnenuit, zowel hier als in het hiernamaals. Wanneer we van deze goddelij­ke bron vervreemd zijn, zoeken we die geborgenheid buiten ons­zelf, in een of andere energievretende vorm van machtsspel waar­mee het ego tevredengesteld wordt.

 

­

Sterven is heel anders

Ervaringen met de eigen dood.

Johan Christoph Hampe

 

TEN HAVE / BAARN   ISBN 90 259 4091 9

 

Mensen die klinisch dood geweest zijn, maar door de moderne medische wetenschap uit een stervenstoestand weer tot bewustzijn en leven werden teruggebracht, kunnen meestal een nauwkeurig verslag doen van hun ervaringen in die periode tussen leven en dood.

Hun verhalen vertonen verrassende overeenkomsten. Hun mededelingen bevestigen vroegere getuigenissen uit de geschiedenis van de mensheid en doen veronderstellen, dat sterven heel anders is dan tot nog toe werd gedacht.

Op grond van de in dit boek opgetekende ervaringen mag men geloven, dat sterven geen benauwdheid en angst be­tekent, maar bevrijding, geen ontbinding van de persoon­lijkheid, maar vervolmaking ervan.

 

Getroffen door eigen waarneming en door de overeenkomst van de beschreven getuigenissen bespreekt Hampe de be­tekenis van deze verklaringen en trekt conclusies voor ons denken over het sterven, maar vooral ook voor de stervens­begeleiding. Hierbij put de schrijver uit een ruime ervaring als ziekenhuispredikant te München.

Dit boek, dat in Duitsland grote aandacht kreeg en al vele malen werd herdrukt, spoort aan tot een hernieuwd denken over het menselijk sterven en roept op tot een andere om­gang met en begeleiding van de stervende medemens.

 

Uittreksel.

 

In een paar verhalen van mensen die hun sterven door­gemaakt hebben, bevinden zich aanwijzingen, dat ze hun andere, hun waarnemende en denkende Ik van hun kant nu weer in een eigenaardige vorm waarnemen. 'Doorzich­tig, met een blauwachtige kleur', hoorden we al in het laatste verslag. Anderen kunnen er moeilijk de juiste woorden voor vinden. 'Ik droeg. geen kleren, en mijn lichaam was een fluïdum: Weer anderen beweren, van buitenaf, wakend in de kamer van de gestorvene, zijn 'astraal lichaam' boven zijn lijk gezien te hebben; volgens een Engels verslag in de vorm van een 'rookwolk van diep purperen kleur'.31

De verhalen stemmen op één punt overeen, n.l. dat het uitgetreden Ik waarneembaar voor zichzelf is geweest, maar geen lichamelijke verschijning gehad heeft. 'Mijn hand ging er midden door', wordt steeds gezegd. Deuren vormen geen beletsel, afstanden zijn van weinig belang. De zwaartekracht schijnt opgeheven te zijn. Het uittreden van het Ik wordt als een bevrijding ervaren. Er zijn patiënten die het verloop van het sterven in al zijn fasen kunnen beschrijven. Het begin ziet er ongeveer als een psychische belevenis zo uit:

 

'Mijn bewustzijn was merkwaardig rustig en helder. Ik had ook geen pijn meer. Langzaam begon het bewustzijn dat normaal het hele lichaam doordringt, zich in mijn hoofd te concentreren. Ik werd helemaal hoofd, alleen maar hoofd. Daarop had ik het gevoel of 'ik' volkomen geconcentreerd was op een kleine bewustzijnsvlek ergens midden in mijn hoofd. Zo merkte ik, dat ik me verder naar boven begon te bewegen - toen volgde een korte black-out en ik was vrij. Ik had mijn lichaam verlaten. Nu wist ik, zonder dat ik erover hoefde na te denken: deze toestand is wat de mensen dood noemen'.

 

We vatten samen, wat ons deze verslagen van stervenden die hun sterven hebben overleefd en erover konden spre­ken, tot nu toe gezegd hebben. Het begin van het sterven komt bij hen over als een ontwaken. Ze merken dat hun bewustzijn scherper geworden is. Het trekt zich samen, bijvoorbeeld in het hoofd, op een bijzondere plaats in het hoofd. De vertellers beweren, rustig, nuchter en helder van geest te zijn geweest, toen ze plotseling geconfronteerd werden met het feit, buiten hun lichaam te zijn. Het uit­treden van het Ik schijnt dan in zijn eerste fase zó te be­ginnen, dat het in de nabijheid van het lichaam blijft, maar ervan losgemaakt wordt. Het slaat het eigen li­chaam van buitenaf gade, zonder interesse en zonder het te betreuren. Dan treedt het Ik verder terug van zijn lichaam, probeert het te verlaten, verkrijgt de vrijheid. In andere verslagen zullen we horen, dat het uitgetreden Ik een andere werkelijkheid opzoekt en zich daar al spoe­dig in bevindt. In menig geval werd een eigenaardige nieuwe lichamelijkheid, vol licht en zonder gewicht, be­leefd. Het vermogen tot objectieve waarneming schijnt te bestaan, maar de mogelijkheid tot mededeling en inwer­king op de dingen is begrensd. Het uittreden van het Ik is volgens alles wat we nog zullen horen, slechts de eerste stap van de stervende en de voorwaarde voor alles wat hij verder nog beleeft.

Laat het ons echter duidelijk zijn, dat het bij het uittre­den van het Ik, hoe zeer dat ook meestal benadrukt wordt, .helemaal niet gaat om de ruimtelijke beleving van licha­melijke afstand, die met een meetlat te meten zou zijn. Wel wordt deze fase van het sterven meestal zo beleefd: een bovenzijn en ook wel vastgelegd worden op een dichtbij gelegen punt. Maar het uittreden van het Ik heeft een doel en tegelijk geen doel, het is een ergens ­heen en tegelijk een nergens heen. Het is op zijn minst ook een uittreden voor het gevoel en voor het gemoed, een lokale en tegelijk ook emotionele verwijdering weg van de psychische toestand. Misschien is zelfs wat we in de verslagen voor ons hebben slechts een vertaling achter­af van een emotionele ervaring in een ruimtelijke. De verteller, die na een indruk die aan onze logica en dat wil zeggen ook aan ons vermogen om te verwoorden ont­gaat, zoekt naar de vertaling in beelden van onze gewone taal. Hoe vaak zeggen onze informanten niet: ik kan er geen woorden en begrippen voor vinden. Woorden, zo menen zij, kunnen slechts doordringen in het voorportaal van datgene waarin zij doorgedrongen zijn. Ze kunnen het voor zichzelf niet eens begrijpelijk maken en bij in­gespannen pogen het eerst alleen vatten in voor hun wel­iswaar scherp en helder schijnende beelden. Dan zwijgen ze, onthutst en verdoofd. Ze weten dat ze iets onvergelijk­baars meegemaakt hebben, maar niemand kan het van hen afnemen en mag het van hen afnemen. Ze voelen zich te beschroomd om er wat over te zeggen. Misschien pas na weken roeren ze het aan en geven ze de gedachten door, die zich intussen in hen gevormd hebben, en gedachten kunnen wij slechts in woorden uiten. Daarnaast zijn er anderen, die na hun 'terugkeer' in het gewone bewustzijn de ogen opslaan en direct beginnen te vertellen: 'Ik ben in een ander land geweest'. Waren ze minder ver weg, omdat ze dadelijk woorden bij de hand hebben; is hun verhaal oppervlakkiger of directer dan dat van hen, die het pas na lange tijd formuleren? We weten het niet.

In de taal van de middeleeuwse mystici heet de toestand, die wij hier uittreden van het Ik noemen: 'weggevoerd worden'. We hebben talrijke berichten, die ons het ma­ken van een vergelijking veroorloven. En velen van hen noemen begeleidende omstandigheden, die tot de conclu­sie leiden, dat het werkelijk bij het sterven gaat om een verandering van bewustzijn. Zo zegt het verhaal van het visioen van de Ierse abt Furseus uit ongeveer 650, dat de belevenis plaats vond tijdens een zware ziekte. Furseus laat zich ziek naar zijn woonplaats brengen. Maar nog voor hij daar aankomt voelt hij, dat zijn benen verlamd raken. Hij voelt zich in de nacht wegzinken en wordt 'als dood' in het dichtstbijzijnde huis binnengedragen.

 

'Als dood' beleeft hij, hoe hij weggevoerd wordt. 'Hij ziet hoe zich uit het duister vier handen naar hem uitstrek­ken', en onderscheidt pas langzaam in het duister vaag de lichtende gestalten van drie engelen, die hem onder hun geleide nemen. Maar tenslotte beveelt een van hen, Fur­seus weer terug te brengen naar zijn lichaam. Nu pas merkt hij, dat hij van zijn lichaam gescheiden is en vraagt zijn geleiders waar ze hem heen willen brengen. De engel aan zijn rechterhand antwoordt, dat hij zijn aardse li­chaam weer aan moet trekken. Furseus is echter zo zeer verrukt van het gezelschap van de engelen, dat hij het wreed en pijnlijk vindt, weer naar zijn lichaam te moeten terugkeren en maakt de engelen duidelijk, dat hij niet meer van hen scheiden wil. De engelen bevelen hem daarop, naar zijn lichaam terug te keren, maar beloven hem tot troost dat ze hem na afloop van het hem toege­meten leven op aarde weer zullen afhalen.. . Dan keert zijn ziel weer in zijn lichaam terug, 'zonder te kunnen zeggen, hoe dat toeging'. Furseus ontwaakt en hoort de klaagliederen van de rouwende gemeente die hem wil begraven. Zijn vrienden zijn verrast en bevrijden haastig zijn gezicht uit de doodswade. Hetzelfde gebeurt in de volgende nacht. Weer verwacht hij, reeds verlamd, dat de dood direct zal volgen. Weer wordt hij 'weggevoerd'. Weer ziet hij engelen en weer beleeft hij zeer uitvoerig de terug­keer in zijn lichaam. Nu valt hem onderweg een demon lastig en brengt hem brandwonden toe op zijn schouder en zijn gezicht, die men later zal zien. De engelen brengen hem op het dak van zijn kerk. En van hieruit, op deze bepaalde afstand, kan hij op wonderbaarlijke wijze dwars door het dak en de muren heen zijn door de ziel verlaten naakte lichaam zien liggen. Hij wordt bang voor dit vreemde lijk en weigert beslist, het te naderen. Pas als de engel belooft, dat hij zonder pijn weer zijn lichaam bin­nen zal gaan en dat hij terugkomen zal om hem te halen, gaat hij er toe over. Hij ziet, hoe het lichaam bij de borst geopend wordt om hem weer binnen te laten. Hij ont­waakt dan in zijn lichaam als uit een diepe doodslaap en ziet om zich heen een menigte van verwanten, buren en geestelijken, die intussen binnengekomen zijn'. Adem en hartslag hernemen hun functie.

 

 

TEN HAVE / BAARN   ISBN 90 259 4091 9

 

Dr. Melvin Morse

Homepage

Waar God woont

ISBN 90-389-1151-3

 

 

 

Op de achterkant:

Is er bewijs dat bijna-doodervaringen en andere spirituele ervaringen aandoeningen van lichaam, ziel en geest kunnen genezen? Zijn er eenvoudige manieren om de 'verlichting' te bereiken ? Is er weten­schappelijk bewijs voor leven na de dood ? Is er een deel van onze hersenen dat in verbinding staat met God en het universum ?

 

 

                                                                                        Uittreksel:

 

Als ook u deze transformerende spirituele ervaring wilt bele­ven; als u wilt weten wie u in feite bent en waar u naar op weg bent; als u dezelfde transformerende inzichten wilt opdoen als de kinderen die meewerkten aan mijn onderzoek nadat zij gedurende een bijna-doodervaring een kortstondige ontmoeting hadden gehad met dit licht, is dat zonder meer mogelijk. Het grote geheim... is dat er niets geheimzinnigs aan is.

U hoeft er niet constant voor te mediteren, in een ashram te gaan leven, of naar een verre bestemming te reizen in het kader van een spirituele queeste. Het doel van een geestelijke speur­tocht is in feite dat u leert met uzelf te communiceren. Leer aandacht te schenken aan uw eigen gedachten en gedragingen. Luister naar uw gedachten en analyseer uw emoties door u dingen af te vragen als: waarom ben ik gelukkig? Of: waarom ben ik kwaad? Door uw drijfveren te doorgronden en de rede­nen te leren kennen voor wat u doet en waarom u het doet, zult u vanzelf 'verlicht' worden.

Hoe ik aan die wijsheid kom? Ik weet het, omdat het mij overkomen is. Ik werd genezen door de lessen die ik had geleerd van kinderen die bijna dood waren geweest.

Tien geheimen van transformatie

 

1 Beweging. Doe iedere dag een halfuur lang iets op een ple­zierige manier. Maak een wandeling door een park, speel krijgertje met uw dochter, worstel met uw zoon, loop over een trainingsband als u televisiekijkt. Ken aan uw dagelijkse lichaamsbeweging evenveel prioriteit toe als u aan uw werk toekent. Na een paar weken zal uw dagelijkse dosis bewe­ging een vast onderdeel van uw dagindeling zijn geworden dat u niet meer wilt missen.

Door 's morgens na het opstaan wat te joggen met mijn zoon veranderde mijn hele leefpatroon. Ik breng nu meer tijd met hem door. We hebben een soort kameraadschap ontwikkeld, nu ik hem niet voortdurend aanspoor om zijn huiswerk te maken. Ik ben 's avonds vermoeider en minder geneigd om op te blijven en me te buiten te gaan aan vette happen.

 

2 Patronenbesef (leef in het hier en nu). Schenk aandacht aan de patronen in uw leven. Houd een dagboek bij. Ga aan actieve meditatie doen. Dit is een vorm van meditatie waarbij u notitie neemt van uw gedachten en innerlijke gevoelens en er commentaar op geeft. In actieve meditatie richt u uw aandacht op uw dagelijkse zorgen, zoals geld, de kinderen, uw relatie en uw werk, in plaats van gebruik te maken van passieve meditatie met het doel uw innerlijke commentator het zwijgen op te leggen.

Actieve meditatie is vooral ook een goede remedie tegen dwangmatig denken. U legt uw innerlijke commentator niet het zwijgen op, maar zet hem juist in de schijnwerpers! In plaats van te proberen niet aan uw stierlijk vervelende superieur te denken, denkt u doelbewust aan hem of haar, concentreert u op de bron van het conflict en probeert een oplossing voor uw probleem te vinden.

 

3 Familie en relaties. Zorg dat u ten minste vier keer per week gezamenlijk mét uw gezinsleden aan tafel zit voor het ont­bijt en het avondeten. Zet het televisietoestel uit en praat met elkaar. Ontwikkel de gewoonte om op zijn minst een kwartier per dag naar anderen te luisteren. In het begin is dat niet gemakkelijk, maar hier volgen wat tips:

a. geef anderen de kans hun zinnen af te maken voordat u zelfs maar over een antwoord begint te denken;

b zeg dingen als: 'Wat vond je daarvan?' of 'vertel me er wat meer over' of herhaal eenvoudigweg hardop - maar op peinzende manier - de laatste paar woorden die uw gesprekspartner zei.

 

4 Heb vertrouwen in uw innerlijke visioenen en intuïtie. Het ont­breekt de meeste mensen niet aan spirituele ervaringen of ingevingen (intuïtie). Vaak ontbreekt het hen echter aan de moed erin te geloven, en daarom leggen zij ze schouderop­halend naast zich neer.

 

5 Wees dienstbaar aan anderen. Doe wekelijks iets om anderen te dienen, al is het nog zo eenvoudig. Geef uw vrouw een voetmassage. Meld u voor het coachen van een schoolvoet­balelftal. Zet u in voor een liefdadig doel. Een feilloze reme­die tegen het gevoel dat uw leven zinloos is: ga als vrijwilli­ger helpen op een school, een kinderdagverblijf of een ziekenhuis.

 

6 Financiële planning. Geef bewust minder geld uit aan hebbe­dingetjes of impulsaankopen. Spaar ten minste 20 procent van uw maandinkomen. Dit zal in de loop der jaren niet alleen uw banksaldo zeer ten goede komen, maar bovendien uw gemoedsrust. Toen iemand aan Albert Einstein vroeg wat het grootste wonder in zijn leven was, antwoordde hij: 'Samengestelde rente.' Kleine, regelmatig gespaarde bedragen, leveren op de duur een verbluffend hoog rendement. Wat dit met geestelijke harmonie te maken heeft? In onze samenleving vinden we sneller innerlijke rust en vrede als we geld op de bank hebben en niet gebukt gaan onder een zware schuldenlast.

 

7 Eet gezond. Na een BDE-ervaring eten kinderen meer vers fruit en verse groenten dan wij gewone stervelingen. De ontmoeting met dit spirituele licht leidt tot gezonde eetge­woonten en daarmee tot een langer, gezonder leven. Pro­beer maandelijks één nieuwe soort groente of fruit toe te voegen aan uw menu en schrap wekelijks één snack of tus­sendoortje. Vaak leidt dit soort kleine veranderingen tot een bestendig lager lichaamsgewicht. Dat doet een dieet zelden.

 

8 Praat met God (door te mediteren of te bidden). Geef de 'input' van uw rechter slaapbeenkwab vijftien minuten per dag de kans om door te komen. Als u niet actief kunt bidden (of niet weet wat u zou kunnen zeggen), kunt u eenvoudig­weg een woord steeds opnieuw herhalen, bijvoorbeeld als u al in bed ligt. Deze eenvoudige handeling activeert de 'God Spot' .

 

9 Leer liefhebben. Als wij aan liefde denken, bedoelen we vaak eigenliefde. Ware liefde is denken aan iemand anders; attent zijn op de behoeften en de gevoelens van die ander. Liefheb­ben is niet gemakkelijk. Er komt veel geven en nemen aan te pas, iets wat velen van ons niet gemakkelijk afgaat. U kunt leren liefhebben, maar het vergt tijd en u moet u erin oefe­nen. Zelf besteed ik dertig minuten per dag aan joggen. Iede­re dag een halfuurtje besteden aan liefhebben is echter even goed Voor uw gezondheid. Er zijn eenvoudige manieren om dat te doen. Een aardige opmerking over iemands nieuwe kapsel is zo'n manier; het geeft hem of haar een prettig gevoel. Een andere manier is uw collega's eens zomaar trak­teren, of informeren naar de vorderingen van iemands kinderen in een toneelstuk waaraan ze meedoen. Dat zijn een­voudige uitingen van genegenheid die ieder van ons kunnen helpen ons isolement te doorbreken. Iemand wees mij erop dat dit ook een van de manieren is die stressonderzoekers aanbevelen voor het doorbreken van de vicieuze cirkel waar­in veel mensen gevangen zitten, een spiraal die er uiteindelijk toe leidt dat we 'opbranden', ons ongelukkig voelen en ons vijandig gaan gedragen tegenover anderen.

 

10 Bevorder uw spirituele groei. Ontdek opnieuw dat u verbonden bent met alle bestanddelen van het universum. Schenk aan­dacht aan wat er om u heen gaande is en krijg oog voor uw plaats in het grote geheel. Dit heeft invloed op tal van ver­schillende bestaansniveaus: uw relaties met anderen, uw rela­tie met uw omgeving en uw band met God.

Dit betekent uiteenlopende dingen voor ieder van ons. Voor sommigen zal het herstel van hun relatie met de kosmos bestaan uit een wekelijks bezoek aan de kerk. Voor anderen zal het een kort verblijf aan het strand zijn, of een uurtje doorbrengen in een park of bos. Ieder van ons heeft een eigen manier om voeling te houden met zijn of haar spiritu­ele aspect. Er zijn veel mensen die het belachelijk vinden om 's avonds voor het naar bed gaan te knielen om te bid­den; voor hen hebben religie en spiritualiteit niets met elkaar van doen. Voor veel anderen is religie een weg naar het goddelijke. Ontdekt voor uzelf wat voor u het beste is en leg uzelf geen beperkingen op. Per slot van rekening is er meer dan één weg van spirituele groei.

 


 

Jan Karel Hylkema

 

 

 

Helder Sterven

 

 

Wat de in het leven teruggekeerde schijndoden en klinisch doden ons vertellen.

 

Er zijn vele boeken verschenen waarin de ervaringen van mensen die schijndood of klinisch dood zijn geweest en om de één of andere reden in het leven zijn teruggekeerd, zijn opgetekend. En wanneer men met vrienden en kennissen over dit onderwerp praat dan blijkt, nadat een zekere schuchterheid is overwonnen, dat heel veel mensen zelf er­varingen hebben die verwant zijn aan deze getuigenissen. In het kader van dit boek is het niet nodig dit soort verhalen en getuigenissen op te tekenen. Het gaat hier om het alge­mene beeld dat eruit naar voren komt. Dit beeld is door Raymond Moody jr. M.D. in zijn boek Life af ter Life (Bantam Book 1975) het meest systematisch in kaart ge­bracht.

Moody onderscheidt een keten van 14 ervaringsgebieden in deze getuigenissen, waarvan 9 betrekking hebben op de echte stervenservaring en de andere 5 op de terugkeer in het leven en de veranderingen in het verdere leven van ie­mand die dit soort ervaringen gehad heeft. Voor het doel van dit boek zijn de eerste 9 ervaringsgebieden het meest interessant omdat deze informatie over het stervensproces geven. De andere 5 zijn van belang voor de algemene con­clusies ten aanzien van sterven. Moody zegt dat lang niet altijd alle 14 gevallen daadwerkelijk ervaren worden en dat ook de volgorde waarin deze gebeuren, kan verschillen. Echter de met illustrerende getuigenissen van mensen die dit soort ervaringen hebben gehad omklede opsommingen geven een compleet beeld van wat er tijdens een stervens­proces tot het moment van definitief doodgaan kan gebeu­ren.

 

Wij zullen thans deze ervaringsgebieden, zoals Moody de­ze weergegeven heeft, kort omschrijven:

 

1. Horen doodverklaard worden

In bijna alle gevallen waarin mensen van deze ervarin­gen getuigen, komt het voor dat zij vertellen dat zij hoorden dat anderen, zoals behandelende artsen en ver­plegend personeel of mensen die bij auto-ongelukken te hulp komen, zeiden dat de desbetreffende dood is. De betrokkenen ervaren deze mededelingen, die niet tot hen maar tot de omstanders gericht zijn, als een fysiek hoorproces.

 

2. Gevoelens van vrede, rust en ontspanning

Ook in bijna alle gevallen wordt gerapporteerd dat de stervenservaring in haar eerste fase gepaard gaat met het voelen, eveneens vooral in fysieke zin, van ontspan­ning en rust. Het wordt vaak als een piekervaring aan­geduid. Dit komt vaak na een strijd van soms langdurig lijden of de angst die ervaren wordt tijdens het gebeuren van een ongeluk. Echter op het moment dat de strijd wordt opgegeven of de grote klap zou moeten komen, treedt dit vredige gevoel op.

 

3. Ervaren van geluid

In veel gevallen wordt verteld over een vaak als onple­zierig ervaren geluid, dat opnieuw als fysiek, wordt er­varen. Het lijkt vanuit het hoofd van de betrokkene te

komen en doet vaak denken aan hinderlijk zoemen of rinkelen.

 

4. Donkere tunnelervaring

Er is nauwelijks een ervaring opgeschreven, waarin de betrokkene niet vertelt dat hij of zij opeens het gevoel kreeg zich in een soort donkere tunnel te bevinden, die ongeveer zo wijd was als de betrokkene zelf, en waar­door hij of zij in 't algemeen het gevoel had er met grote snelheid doorheen getrokken te worden of erdoor naar beneden te vallen. Sommigen spreken ook over een spi­raalvormige beweging en anderen ondergaan de tunnel als een soort vallei. Een en ander wordt opnieuw vrij algemeen als fysiek aangeduid en kan zowel gevoelens van angst als bevrijding oproepen.

 

5. Uit het lichaam ervaring

Bijna alle getuigen spreken van een ervaring dat men zijn eigen lichaam ziet vanuit een positie van buiten het lichaam. Aanvankelijk ervaart de getuige de waarne­ming als een fysiek zien, ondanks een vrij veel voorko­mend verhaal dat men zich op de rug liggend tegen het plafond van de sterfkamer bevindt, zodat de fysieke ogen de scène onmogelijk kunnen waarnemen. Naarmate deze 'uit het lichaam ervaring' langer duurt, gaat de betrokkene deze als minder en ten slotte als totaal niet fysiek ondergaan. Dit gaat gepaard met een veran­dering van de ervaring van zijn aanwezigheid buiten het fysieke lichaam. In het begin lijkt het om twee identieke lichamen te gaan; het verlaten fysieke lichaam en het waarnemend lichaam. Dit laatste schijnt dezelfde vorm te hebben als het eerste. V rij snel merkt men dat het waarnemend lichaam echter anders, ijl van substantie is en het bijvoorbeeld zonder hinder te ondervinden door fysieke voorwerpen als gesloten deuren of muren kan gaan. Geleidelijk verdwijnt ook de vorm-ervaring en gaat men het ervarende lichaam zien als een min of meer gestructureerde hoeveelheid energie. Het neemt geen plaats in in de fysieke wereld en wordt door de levende mensen niet als aanwezig opgemerkt, terwijl dit, wij zullen het thans maar een spiritueel lichaam noemen, al­les uit de fysieke wereld wel waarneemt. Geleidelijk er­vaart het spirituele lichaam ook dat het niet fysiek waar­neemt maar gedachten van de fysieke mensen waar­neemt.

Het spirituele lichaam, dat ook wel als een energiepa­troon wordt aangeduid, wordt over het algemeen als comfortabel, gewichtsloos, drijvend of zwevend erva­ren. Aanvankelijk lijkt het niet beheersbaar, maar al spoedig leert men dat denken en willen de plaats en de toestand van het spirituele lichaam beheerst en dat alle psychische processen zich erin kunnen afspelen, alleen sneller en helderder dan in het fysieke lichaam.

De 'uit het (fysieke) lichaam ervaring' kan zowel ge­voelens van afkeer ten opzichte van dat fysieke lichaam oproepen en een zich willen verzetten tegen bijvoor­beeld reanimatiepogingen, als een verlangen ernaar. Het laatste doet zich kort na de ervaring, die aanvanke­lijk ook wel angstig maakt, meer voor dan later, hoewel er dan een gevoel van eenzaamheid ten opzichte van de wereld van de levenden kan ontstaan, doordat men alles van de levenden kan waarnemen en ervaren, terwijl men er zelf niet meer mee kan communiceren

 

 

6. Het ontmoeten van andere overledenen

Ergens tijdens het stervensproces, of zelfs wel eens daarvoor aan het ziekbed, ervaart de stervende de aan­wezigheid van andere spirituele wezens. Deze worden vaak, maar niet altijd, herkend als eerder overleden fa­milie en vrienden. Deze spirituele wezens hebben in de ogen van hen die hierover rapporteren, de kennelijke bedoeling de stervende door de stervenservaring te be­geleiden (of terug te sturen naar de levenden volgens veel van de getuigenissen van hen die in het leven terug­gekomen zijn). De stervende ziet vooral de gezichten van deze spirituele wezens, waaraan men hen herkent en wat ook de communicatie met hen ondersteunt. De­ze communicatie vindt vooral vanuit deze andere spiri­tuele wezens plaats en geschiedt door gedachteoverdracht.

Men ervaart deze wezens als verwelkoming in een an­dere wereld en als begeleiding naar deze andere wereld. Er wordt gezegd dat, terwijl mensen die bij de sterven­de zijn deze wezens niet opmerken, huisdieren dit vaak wel doen en dat de stervende een communicatie tussen bijvoorbeeld de huishond en zijn vroegere baas wel op­merkt, terwijl de anderen de hond raar vinden doen.

 

7. De ervaring van een lichtwezen

In vele gevallen wordt gesproken over een lichtwezen. Aanvankelijk neemt de stervende een zwak licht waar dat allengs sterker wordt en heel intens wordt. Dit licht wordt volgens Moody door zijn referenten als een indi­vidu ervaren. Het licht is meestal wit en zeer helder, doch verblindt niet en overheerst ook niet de omge­ving. Het heeft een warme en liefdevolle uitstraling en stelt daardoor op het gemak en het trekt de stervende aan. Hoe het licht door de stervende ervaren wordt, hangt vaak samen met zijn of haar religieuze achter­grond. Mensen met een christelijke opvoeding zien er vaak Jezus van Nazareth in, joden een engel en anderen een wezen dat past bij hun referentiepatroon. Het licht­wezen wordt als een gezonden gids ervaren, waarbij het met de stervende communiceert via gedachteoverdracht. Het kan door de stervende niet misleid worden, omdat het kennelijk alles van de stervende weet. Het lichtwezen vraagt de stervende zich voor zijn leven te verantwoorden en geeft tegelijkertijd troost.

De vraag die volgens Moody's referenten, het lichtwe­zen stelt, is wat je met je leven gedaan hebt in de zin van kennis verwerven en liefde geven. Met kennisverwer­ving wordt niet bedoeld het verzamelen van een grote hoeveelheid kennis, maar het verwerven van begrip en inzicht. Met liefde geven wordt bedoeld loslaten, niet

jezelf aardig voordoen tegenover anderen maar juist datgene nalaten waardoor je je tegenover anderen handhaaft, zodat voor de ander echte ruimte ontstaat.

 

8. De ervaring van de terugblik

Het hiervoor genoemde lichtwezen speelt vaak een ac­tieve rol bij een vrijwel algemene ervaring van sterven­den, namelijk dat ze hun voorbije leven aan zich voorbij zien trekken. Dit geschiedt met grote snelheid volledig tot in details en soms alleen de hoogtepunten of belangrijkste punten van het leven. De stervende reflecteert zich in deze herinneringen die, nog altijd volgens Moody's referenten, ondergaan worden als een op­voedkundige exercitie. Alle gebeurtenissen doen zich opnieuw voor, waarbij ook de eerdere emoties en ande­re gevoelens beleefd worden. Het is niet zozeer een ver­antwoordingsproces als wel een les in liefde, een aan­wijzing hoe de stervende zich in voorkomende geval­len, wel of niet zou moeten gedragen vooral ook met het oog op het leven na de dood. De getuigen vinden

deze terugblik op het leven algemeen geen angstige of slechte ervaring maar een zeer zinvol proces.

 

9. De ervaring van een uiterste grens

In de getuigenissen van hen die in het leven zijn terug­gekeerd, komt in het algemeen het tegenkomen van een symbool, van een grens, voor. Dit kan een deur aan het einde van de donkere tunnel zijn, een rivier die overge­stoken zou moeten worden op de verdere tocht, een mistsensatie of gewoon een lijn. Voor deze getuigen betekende de ontmoeting met dat symbool dat zij te­ruggingen, maar zij zien het passeren van deze uiterste grens als het definitieve sterven, het ingaan van een toe­stand waaruit geen weg terug is.

 

Vervolgens worden de belevenissen van teruggaan, er over aan anderen vertellen, effecten op het verdere leven, een nieuwe kijk op de dood en bekrachtiging beschreven, waarvan de de­tails voor dit boek niet interessant zijn, maar hebben alle gemeen dat men de angst voor de dood kwijt is, zelfs een zeker verlangen ernaar heeft en de overtuiging dat het le­ven niet afgelopen is met het passeren van de uiterste grens, maar dat daarachter andere vormen van leven liggen. Ge­lukkig heel bemoedigende ervaringen, die zouden moeten aanzetten tot een meer met hét denken en voorbereiden op hét sterven bezig zijn in het leven.

Ik houd er echter rekening mee dat dit toch een wat eenzij­dig en te gunstig beeld oproept. Het feit dat mensen over hun ervaringen willen praten, kan leiden tot een positieve selectie van getuigenissen, terwijl andere bronnen, zoals de Bardo Thödol, duidelijk ook andere informatie geven.

 

In al de getuigenissen van westerlingen, waaruit Moody en anderen hun inzichten hebben geput, valt op dat de erva­ringen van de getuigen bijna allemaal aangeven dat ze de stervenservaring hebben ondergaan als iets wat over hen komt en waarin anderen vaak een leidende rol spelen. Ik denk dat dit samenhangt met de heersende opvattingen in het westerse cultuurpatroon; Ook daarin denkt de wester­se mens dat hij alleen staat en invloeden van zijn omgeving ondergaat, waarop hij reageert.

 

Al deze ervaringen zijn daarom niet principieel anders dan die van levende westerlingen, die voortkomen en hun kleur krijgen door de vooringenomenheden ten aanzien van het ik en de ander die in de westerse cultuur bestaan.

In beschouwingen van anderen over dit soort stervenser­varingen klinkt vaak iets afwijzends door als zouden deze een gevolg zijn van de vergiftigingsprocessen die bij de stervende in de hersenen plaatsvinden en dat zij daarom niet reëel of zinsbegoochelingen zijn. Ik ben het daar niet mee eens. Ook al zou de samenhang juist zijn dan nog zijn het werkelijkheden, omdat zij door de stervende kennelijk zo ervaren worden. Ik zet slechts een vraagteken bij de juistheid van de ervaring dat anderen, de overleden familie en vrienden, of het lichtwezen, werkelijk aanwezig zijn. Niet alle stervenden hebben deze belevenissen, terwijl dat wat zij zouden veroorzaken - de aanvaarding, vertrouwen en de panoramische terugblik op het geleefde leven - dan wel door de stervende ervaren wordt. Daarom denk ik dat de ervaringen, waarvan deze teruggekeerden vertellen, in diepste wezen projecties van de stervende zelf zijn die net zo tot stand komen als het beeld van henzelf en hun omge­ving tijdens het leven, namelijk vanuit de idee dat hun zelf een permanent onveranderlijk gegeven is. Zolang die op­vatting bestaat en men zich daaraan vastklampt, zal men het leven als zodanig ervaren en het sterven zoals in de hier­voor omschreven negen ervaringsgebieden van het sterf­proces, dat eindigt bij het passeren van de grens tussen le­ven en dood.

 

Helder Sterven - Jan Karel Hylkema. - Amsterdam: Bres

ISBN 90-6229-024-8

SISO 429 UDC 129 NUGI 615

 

 

 


Een glimp van het voortbestaan

 - ervaringen uit het grensgebied tussen leven en dood -

 

door Hendrik Klaassens

 

Eén van de meest intrigerende boeken die de afgelopen decennia zijn verschenen is “De Tunnel en het Licht” van de Amerikaanse arts Raymond A. Moody. Jarenlang deed hij onderzoek naar het verschijnsel van de “bijna-dood-ervaring”. Deze term, die door hemzelf is geïntroduceerd, slaat op de ervaringen die mensen vaak hebben tijdens momenten waarop ze klinisch dood zijn of zich in een levensbedreigende situatie bevinden. De verslagen hiervan stemmen op een heleboel punten overeen. Zo wordt door velen melding gemaakt van de doorgang door een lange, donkere tunnel met aan het einde daarvan een verblindend licht en van een kritische terugblik op het voorbije leven onder begeleiding van een soort “gids”.

Het opvallende van het werk van dr. Moody is, dat hij zich – in tegenstelling tot veel auteurs uit de esoterische en parapsychologische hoek – op een strikt wetenschappelijke manier met dit onderwerp bezig houdt. Eerlijk gezegd vind ik dit laatste ook wel ‘es een verademing. Bovendien worden zijn bevindingen bevestigd door soortgelijke onderzoeken die in de V.S. en elders zijn uitgevoerd.

Hoewel hij toegeeft dat het onmogelijk is om, op grond van het materiaal dat nu voorhanden is, tot een sluitende bewijsvoering te komen voor een voortbestaan na de dood, spreekt hij als zijn persoonlijke overtuiging uit dat de door hem ondervraagde personen wel degelijk in aanraking zijn geweest met een andere dimensie van de werkelijkheid. Daarbij steunt hij o.a. op het ervaringsgegeven, dat mensen die in een dergelijke situatie hebben verkeerd een heel andere kijk hebben gekregen op hun eigen leven en de waarden die daarin een rol spelen. Bovendien zijn zij vrijwel zonder uitzondering veel spiritueler gaan leven dan daarvòòr het geval was. De redenen die deze mensen daarvoor opgeven hebben niet zozeer te maken met het feit dat zij bijna dood zijn geweest, maar veel meer met de inzichten die zij tijdens hun ervaring hebben opgedaan. Mijns inziens betekent zijn werk daarom een uitdaging voor theologen en alle anderen, die om welke reden dan ook geïnteresseerd zijn in het probleem van de dood. Alle reden dus voor een korte bespreking van dit onderwerp. Daarbij zal “De Tunnel en het Licht”, dat inmiddels een standaardwerk over bijna-dood-ervaringen is geworden, als uitgangspunt worden gebruikt om verschillende facetten van dit verschijnsel nader te belichten.

 

Wat is een “bijna-dood-ervaring”?

Aan de hand van honderden gesprekken met mensen die zich in een levensbedreigende situatie hebben bevonden (bv. een hartstilstand, een coma of het ontbreken van waarneembare hersenactiviteit) en tijdens zulke ogenblikken bijzonder indringende ervaringen hadden, stelde dr. Moody een lijst op van de negen kenmerken die horen bij een “bijna-dood-ervaring”, kortweg aangeduid als een BDE. Deze kenmerken zijn:  een gevoel van dood-zijn, vrede en pijnloosheid, uittreding uit het lichaam, een donkere plaats of tunnel ingaan, snel opstijgen naar een plaats hoog boven de aarde, overleden vrienden en familieleden tegenkomen die baden in het licht, een opperwezen ontmoeten, het eigen leven panoramisch overzien, en tegenzin voelen om naar de wereld der levenden terug te keren.

Zo op het eerste oog doet dit lijstje nogal fantastisch aan. Het lijkt me dan ook goed om er alvast enkele kanttekeningen bij te plaatsen. Bij de verdere bespreking zullen die steeds goed in het oog moeten worden gehouden.

 

In de allereerste plaats heeft niet iedereen, die in een levensbedreigende situatie terechtkomt, een BDE. Als de term ‘levensbedreigende situatie’ wordt gedefiniëerd als het ondergaan van een ziekte, aandoening of ernstige verwonding die in meer dan 10 % van de gevallen de dood ten gevolge heeft, wordt in iets meer dan de helft van de gevallen later een BDE gerapporteerd. Het is niet precies bekend waarom sommigen onder zulke omstandigheden géén BDE meemaken. Wél kon worden vastgesteld dat de ervaringen frequenter en gedetailleerder worden naarmate de vitale functies van de betrokkene langer uitgeschakeld zijn geweest.

Ten tweede moet worden aangetekend dat in de overgrote meerderheid van de gevallen maar een beperkt aantal van de in totaal negen BDE-kenmerken worden waargenomen. Sommige mensen hebben alleen een tunnelervaring en een ontmoeting met overleden vrienden en verwanten. Anderen hebben alleen maar een uittredingservaring en verder niets. Diverse combinaties komen voor. De BDE wordt dan ook gedefiniëerd als de aanwezigheid van één of meer van de genoemde kenmerken.

In de derde plaats is komen vast te staan dat de levensovertuiging of het geloof van de betrokkene niet van invloed is op het karakter van een BDE. Niet-gelovigen maken b.v. even vaak melding van de ontmoeting met een opperwezen als trouwe kerkgangers; dit geldt ook voor moslims, hindoes etc. Vooral dit laatste element is zeer opvallend. Je kunt tot je veertigste jaar niet in God geloofd hebben, maar Hem toch op een heel intense manier zien en ervaren tijdens een BDE, zó levendig en indrukwekkend dat daarbij vergeleken alle aardse ervaringen volledig verbleken. Het hoeft hier verder geen betoog dat de levensovertuiging van zo iemand daardoor vaak radicaal verandert.

 

De kenmerken in detail

BDE’s komen dus in allerlei nuances voor, afhankelijk van de persoonlijkheid van de betrokkene en de omstandigheden waaronder de ervaring plaats vindt. Laten we nu eens de verschillende elementen ervan onder de loupe nemen, om te beginnen de uittreding uit het lichaam.

Er bestaat een groot aantal verslagen waarin mensen beschrijven hoe ze hun eigen lichaam op de operatietafel zagen liggen terwijl het medisch personeel druk doende was om hen met reanimatie-apparatuur weer bij kennis te brengen. Met hun psyche en hun waarnemingsvermogen bevonden zij zich dus op een andere plaats dan hun lichaam; meestal zagen zij hun lichaam van boven. Op zulke momenten was hun waarneming zelfs scherper en helderder dan anders. Vaak realiseerden zij zich aanvankelijk niet dat het lichaam dat zij zagen aan henzelf toebehoorde; het werd pas later als zodanig herkend. Deze ervaring drong meestal met een schok tot hen door (het eerste element: ‘het gevoel van dood-zijn’). De angst en verwarring die daarvan het gevolg waren maakten echter al snel plaats voor begrip van de situatie waarin zij verkeerden.

Opvallend is verder, dat zij zich met hun ‘psyche’ of ‘geest’ vrijelijk konden verplaatsen. Ze konden nauwkeurig volgen wat er zich in en rondom de operatiekamer afspeelde, ook al waren ze klinisch gesproken dood. Achteraf bleken hun waarnemingen tot in detail te kloppen met de werkelijke situatie tijdens zulke ogenblikken.

 

Eveneens frequent is de tunnel-ervaring: men voelt zich in een donkere ruimte of gang gezogen. Aan het einde daarvan gloort licht. In enkele gevallen is er sprake van de gewaarwording dat men snel de aarde verlaat. Onze aarde en andere kosmische objecten kunnen dan vanuit een ruimtelijk perspectief worden waargenomen. Ook in deze – meer zeldzame – gevallen stijgt men vaak op naar een sfeer van licht. Wanneer men daar eenmaal is aangekomen, ontmoet men meestal wezens die uit een lichtsubstantie lijken te bestaan: ze stralen een allesdoordringende genegenheid en warmte uit. Ook ontmoet men daar vaak overleden familieleden of vrienden. Deze ervaring wordt gewoonlijk gevolgd door een ontmoeting met een opperwezen; hij wordt met verschillende namen aangeduid, afhankelijk van de levensovertuiging van de betrokkene.  Vervolgens krijgt men te horen dat men terug moet gaan naar het aardse lichaam. Voordat het zo ver is, krijgt men echter vaak nog een terugblik op het leven dat men tot dusver heeft geleid: het hele leven kan dan in één ogenblik – als het ware panoramisch – worden overzien. Opvallend daarbij is, dat men ook ervaart welke uitwerking de eigen daden op het leven van anderen hebben gehad. Het lichtwezen probeert de mens daarbij te helpen om de samenhangen in zijn leven te begrijpen en vanuit een ander, ruimer perspectief te bekijken. Daardoor komt de betrokkene altijd tot het inzicht dat liefde en – in iets mindere mate – kennis de belangrijkste dingen zijn die er bestaan.

Frequent wordt melding gemaakt van een intens gevoel van vrede; ook pijnen zoals wij die kennen ontbreken. Karakteristiek is verder de tegenzin om terug te gaan naar het lichaam. BDE-ers verlangen ook nà hun ervaring vaak terug naar de sfeer waarmee zij in aanraking zijn geweest. Sommigen hebben er zelfs zo’n moeite mee om deze ervaring in hun latere leven te integreren, dat ze professionele hulp moeten zoeken. Doorgaans wordt de BDE echter goed verwerkt en gezien als een verrijking en verdieping van het leven. Alle onderzoekers naar dit verschijnsel rapporteren dat de geïnterviewden voor hun eigen gevoel dankzij de BDE evenwichtiger en gelukkiger mensen zijn geworden. Bovendien zijn zij veel spiritueler gaan leven, zonder zich daarbij overigens te storen aan kerkelijke scheidslijnen of dogmatiek. Mensen, die vòòr zo’n ervaring atheïst waren of agnost, gaan zich na een BDE vrijwel allemaal sterk interesseren voor religieuze en spirituele aspecten van het leven.

 

Vergelijking met de theologie

Om voor de hand liggende redenen zijn het vooral artsen en geestelijken die beroepshalve vaak geconfronteerd worden met mensen die beweren een BDE te hebben gehad. Bij beide beroepsgroepen was het verschijnsel al lange tijd min of meer bekend. Toch kwam het initiatief voor een systematisch onderzoek van BDE-verschijnselen uit de medische hoek. Theologen schrikken er meestal voor terug om de consequenties ervan voor hun eigen vakgebied te overdenken. Mijn stellige indruk is, dat zij bang zijn dat deze ervaringen de waarde van de kerkelijke dogmatiek ter discussie stellen. Inderdaad zijn er vanuit de kerkelijke dogmatiek al verschillende pogingen ondernomen om de traditionele, kerkelijke leer over leven en dood te verdedigen door de waarde en het waarheidsgehalte van bijna-dood-ervaringen te ontkennen of te bagatelliseren. Een sprekend voorbeeld daarvan vind ik het boek “Eeuwig leven?” van Hans Küng. Hij stelt daarin, dat BDE’s niets zeggen over het geestelijke leven en de wereld na de dood omdat de betrokkenen nog weer gereanimeerd konden worden en dus niet echt dood zijn geweest. (!) Daardoor hoef je je als theoloog dus ook niet meer bezig te houden met al die aspecten van de geestelijke wereld, waarin de theologie en bijna-dood-ervaringen elkaar tegenspreken – einde discussie.

Toch zijn deze angst en de daaruit voortkomende verdedigingsmechanismen niet zo nodig als door theologen vaak wordt aangenomen. Integendeel: deze ervaringen zijn naar mijn idee niet fundamenteel in tegenspraak met centrale leerstellingen uit de christelijke theologie. Zo is de notie van een ‘laatste oordeel’ wel te rijmen met de terugblik op het leven, waarvan vaak melding wordt gemaakt. Ook het feit dat daarbij een soort ‘gids’  of ‘opperwezen’ aanwezig is, die af en toe commentaar geeft bij het opnieuw doorleven van cruciale momenten uit dat leven, strookt met de gedachte van een ‘oordeel’  of ‘beoordeling’ van datgene, wat iemand met zijn leven heeft gedaan.

Er komen echter ook BDE’s voor, die elementen bevatten die minder gemakkelijk zijn in te passen in de christelijke traditie, ook al zijn ze er niet direct mee in tegenspraak. Zo zijn er enkele gevallen bekend, waarbij mensen in hun voorgeboortelijke staat werden waargenomen terwijl zij zich gereed maakten om af te dalen naar de aarde: op dat moment waren het al complete wezens, dus beslist geen embryo’s.

 

Dat brengt mij op een ander element waar veelvuldig verslag van wordt gemaakt: het geestelijke lichaam. Zodra de psyche van het lichaam wordt gescheiden, merken BDE-ers dat ze over een ‘lichaam’ beschikken dat heel andere eigenschappen bezit dan het aardse lichaam. Ook mensen, die één of meer ledematen hebben moeten missen, bezitten in die andere staat een volledig lichaam: dat bestaat steeds uit een soort lichtsubstantie. Dr. Moody brengt dit zelf in verband met de vergelijking die Paulus maakt: “Er zijn hemelse en aardse lichamen, maar de glans der hemelse is anders dan die der aardse”.

 

BDE’s zijn verder in overeenstemming met veel voorstellingen over de dood en het hiernamaals die in andere grote wereldgodsdiensten voorkomen, met name het Boeddhisme. Zo lijken de beschrijvingen in het Tibetaanse Dodenboek over de eerste stadia na de dood verbluffend sterk op BDE-verslagen; mogelijk zijn zij er zelfs van afgeleid. Moody ziet dit als een bevestiging van de authenticiteit van BDE-verschijnselen. Hij vergeet echter te vermelden dat het Tibetaanse Dodenboek uitdrukkelijk beweert dat het hier slechts gaat om ‘projecties van de eigen ziel’. Dat is beslist méér dan een nuanceverschil!

 

Een glimp van het voortbestaan

Uit een in 1982 gehouden onderzoek van het bekende Gallup-instituut in de V.S. bleek dat ca. acht miljoen volwassen Amerikanen een BDE hebben gehad. Omgerekend naar de Nederlandse situatie zou dat betekenen dat ca. 450.000 volwassen landgenoten een dergelijke ervaring achter de rug hebben. Een predikant, met wie ik over dit onderwerp sprak, bevestigde tegenover mij dat hij van verschillende mensen uit zijn gemeente BDE-verhalen te horen had gekregen. Zonder uitzondering kwamen daarin dezelfde elementen voor die al eerder zijn genoemd: tunnel-ervaringen, een terugblik op het leven, lichtwezens etc. Zelf ken ik enkele mensen, die ooit zo’n ervaring hebben gehad.

De conclusie uit dit alles is, dat BDE’s vrij frequent voorkomende verschijnselen zijn. Ik denk dat we er niet aan hoeven te twijfelen dat veel mensen die in een levensbedreigende situatie verkeren dergelijke ervaringen hebben. Moeilijker wordt het als we ze wetenschappelijk willen verklaren. Juist het gegeven dat ze empirisch noch verifiëerbaar, noch falsifiëerbaar zijn, plaatst BDE-onderzoekers in een moeilijke positie. De verslagen erover bereiken ons immers altijd achteraf; nooit kan er met behulp van apparatuur rechtstreeks iets worden waargenomen wat in dezelfde richting wijst. De aanwijzingen voor de ‘echtheid’ ervan, d.w.z. voor de veronderstelling dat we hier inderdaad te maken hebben met een ander niveau of dimensie van de werkelijkheid, zijn echter sterk. Moody noemt als belangrijkste argument hiervoor de uittredingservaringen: BDE-ers kunnen tijdens de klinische dood exact – en zelfs beter dan via de ‘normale’ zintuigen – waarnemen wat er zich bv. in en rondom de operatiekamer afspeelt. Bij navraag blijken hun beschrijvingen nauwkeurig te kloppen met de werkelijke gebeurtenissen tijdens de reanimatiepoging. Ze waren zelfs in staat om de gedachten van de aanwezigen te lezen (!) Ook dit kon in veel gevallen worden bevestigd.

Als dit laatste inderdaad het geval is, bestaan er sterke aanwijzingen voor het optreden van buitenzintuiglijke waarneming tijdens zulke momenten.

 

Conclusie

Mogen we nu, op grond van wat tot dusver over deze verschijnselen bekend is, ook spreken van ervaringen van een ‘hiernamaals’? Als we afgaan op de gangbare modellen voor wat onder ‘wetenschap’ moet worden verstaan, is zo’n uitspraak beslist niet toegestaan. Maar het probleem is juist, dat wetenschapsmodellen betrekking hebben op – en geïntegreerd zijn in – onze empirische werkelijkheid. Als er dimensies van de werkelijkheid bestaan, waarin volstrekt andere wetten en condities heersen dan hier op aarde, verliezen onze wetenschappelijke technieken en modellen daar hun geldigheid. Om dezelfde reden kunnen theologische uitspraken over andere niveau’s van de werkelijkheid evenmin op hun geldigheid worden getoetst. Wat de BDE’s betreft: ze spotten met onze opvattingen over logica en met gangbare begrippen van tijd, ruimte en causaliteit. Ze kunnen dus alleen vanuit hun eigen wetmatigheden begrepen worden. Een volstrekt empirisch bewijs kan dus niet worden geleverd. Een heel sterk argument voor hun echtheid en waarheidsgehalte vind ik echter, dat BDE’s als twee druppels water lijken op ervaringen van stervenden, die daarna inderdaad zijn overleden. Je mag aannemen dat de spirituele ervaringen van mensen, die enkele dagen of uren later metterdaad overlijden en dus niet weer naar het leven terugkeren zoals BDE-ers, alvast een vooruitblik vormen op de wereld die ons na de dood te wachten staat. Deze stervenservaringen, zoals o.a. verwoord in het boek “Op de drempel: visioenen van stervenden” van Osis en Haraldsson, vertonen verbluffend veel overeenkomsten met de bijna-dood-ervaringen die Moody beschrijft. Daarmee vervalt m.i. het argument, dat BDE’s niets zeggen over het voortbestaan, omdat de  betrokkenen nog weer gereanimeerd konden worden en dus niet dood zijn geweest. Beide soorten ervaringen bieden ons een blik in het overgangsgebied tussen leven en dood en laten ons zien wat ons in de wereld aan de overkant te wachten staat. Het enige middel dat we hebben om ons tijdens ons leven daarvan ook maar in verste verte een voorstelling te maken is onze verbeeldingskracht. Dan nog schieten woorden ons tekort. Uiteindelijk is het dus een kwestie van ‘geloof’. Maar dan van een geloof in dingen, waarvoor misschien geen spijkerharde bewijzen, maar wel heel veel aanwijzingen voorhanden zijn. Op dat niveau mogen we hier voor mijn gevoel zeker spreken van een ‘glimp van het voortbestaan’.

 

Hendrik Klaassens

  

 

Cardioloog Pim van Lommel schreef een boek over bijna-doodervaringen.

„Het raakt mensen.”

(Danielle Pinedo in NRC Handelsblad, 9 en 10 februari 2008)

 

Mensen   denken vaak dat de dood onverwacht  komt. Maar er zijn  genoeg voorbeelden die het tegendeel bewijzen. Zo kreeg ik laatst een brief van een vrouw wier zoon bij een skiongeluk in Winterberg om het leven was gekomen. Drie maanden voor zijn dood - het gezin vierde zijn twaalfde verjaardag - had hij een gigantische huilbui. En dat herhaalde zich op de avond voordat die jongen het ravijn in gleed. Begrijpen kon ze het destijds niet. En ze heeft er al die jaren ook nooit met iemand over gesproken. Tot nu.


Drie maanden na het verschijnen van zijn boek Eindeloos bewustzijn. Een wetenschappelijke visie op de bijna-doodervaring krijgt de gepensioneerde cardioloog Pim van Lommel (64) nog altijd veel brieven en mails van lezers. „De meesten voelen zich opgelucht dat er een arts is die erkent dat er zoiets als een bijna-doodervaring bestaat. Sterker nog: die met wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat mensen een herinnering kunnen hebben aan de minuten dat ze klinisch dood waren." Wat ze zoal schrijven? „Dat ze voor het eerst een boek hebben gelezen waarin wetenschap en spiritualiteit elkaar raken. Dat ze dankbaar zijn dat ik mijn hart en intuïtie heb gevolgd. En dat ze betwijfelen of ze nog wel atheïst zijn. Het boek raakt mensen."


Van Lommel doet al bijna een kwarteeuw onderzoek naar bijna-doodervaringen. De eerste keer dat hij van het fenomeen hoorde was in 1969, toen hij als cardioloog in opleiding betrokken was bij de reanimatie van een hartpatiënt; de man was teleurgesteld, toen hij weer bij bewustzijn kwam. Tijdens zijn hartstilstand had hij zóveel moois gezien: een tunnel, kleuren, muziek, een welvend landschap. 'Ik wil terug naar waar ik vandaan kwam', zei de patiënt. „Zijn verhaal verbaasde mij, want als arts had ik altijd geleerd dat iemand die bewusteloos is, geen bewustzijn kan ervaren."


Zeventien jaar later las de cardioloog het boek van George Ritchie, een medisch student die in de Tweede Wereldoorlog negen minuten klinisch dood was als gevolg van een dubbelzijdige long- ontsteking. „Zijn boek maakte mij nieuwsgierig. Ik constateerde dat er alleen retrospectieve studies over bijna-doodervaringen waren verschenen." Van Lommel besloot samen met een groep vrijwilligers een prospectieve studie op te zetten. Met medewerking van tien ziekenhuizen vroegen ze enkele honderden patiënten die na een hartstilstand succesvol werden gereanimeerd naar hun herinneringen aan die periode van bewusteloosheid.


Achttien procent meldde een bijna-doodervaring. 'Voor ons onderzoek kregen wij geen subsidie, want niemand wilde zijn vingers aan deze materie branden. Alle interviews werden in de avonduren en weekenden uitgewerkt. Maar wat er uit naar voren kwam is dat het bewustzijn heel helder kan  zijn als de hersenen niet meer functioneren. Patiënten bevinden zich in een toestand  van tijdloosheid. Ze zien zichzelf vaak op de operatietafel liggen. Kunnen horen wat er wordt gezegd.  Soms zien ze toekomstbeelden van hun eigen leven. Of ervaren ze herinneringen die teruggaan tot aan hun kindertijd. Ze voelen het verdriet  dat ze anderen hebben aangedaan. En de dankbaarheid na een genereus gebaar."


Negentig procent van de neurowetenschappers gelooft dat het bewustzijn in de hersenen  wordt geproduceerd, zegt Van Lommel. „Maar op basis van mijn onderzoek stel ik die hypothese ter discussie, want in dat geval zouden bijna-doodervaringen helemaal niet mogelijk zijn. Mensen melden een ongelooflijk helder bewustzijn, terwijl de hersenfuncties juist zichtbaar en meetbaar zijn uitgevallen. Daarom geloof ik dat het bewustzijn niet aan plaats of tijd gebonden is. Je kunt de hersenen het beste vergelijken met een radio die een deel van het totale bewustzijn opvangt.

Het brein produceert geen bewustzijn, het faciliteert alleen."

 


 

Toen de bevindingen van het onderzoeksteam zeven jaar geleden in The Lancet verschenen, barstte er een wereldwijde publiciteitsgolf los. De meeste reacties waren positief, maar er zaten ook heel negatieve bij. „Want als je als wetenschapper gelooft dat het bewustzijn een product is van de hersenen - een hypothese die overigens nooit bewezen is - dan riekt alles wat anders is naar pseudowetenschap. Van anderen hoor ik dat er op internet negatief  over mij geschreven wordt. Zelf lees ik het niet; je wordt toch onrustig als mensen karaktermoord proberen te plegen."


Verbaasd over de felheid van de reacties? „Nee. De meerderheid van de artsen heeft een materialistische visie. Alles wat niet binnen die visie past, wordt verketterd. De materialistische wetenschap heeft dezelfde rol als de kerk in de tijd van Bruno en Galilei."


Zo probeert Van Lommel ook het succes van zijn boek (inmiddels 50.000 verkochte exemplaren) te verklaren: „Mensen hebben genoeg van die starre wetenschap. Het is toch triest dat patiënten hun bijna-doodervaring niet met artsen kunnen delen? Dat ze te horen krijgen dat ze maar wat verzinnen. Of dat het om de bijwerkingen van een bepaald medicijn gaat: 'Maakt u zich geen zorgen we geven u wel een spuitje . Terwijl het vaak om een van de meest indringende ervaringen in een mensenleven gaat! Veel mensen zeggen dat ze nadien niet meer dezelfde zijn.


Van de naar schatting 600.000 Nederlanders die een bijna-doodervaring hebben gehad, voelen de meesten geen doodsangst meer. „Ze begrijpen dat alles wat ze doen effect heeft op anderen. En dat het leven – hoe zweverig dat misschien voor sommigen ook klinkt - om liefde en acceptatie gaat. Wat ze ook gemeen hebben is een grote gevoeligheid; van weten dat iemand gaat bellen tot aanvoelen dat een ander binnenkort overlijdt. Als mensen in de supermarkt lopen, komt er van alles op ze af. Ik ken mensen die hun inzichten eruit flappen en als gevolg daarvan vrienden kwijtraken. Zeventig procent komt in een echtscheiding terecht."


Zelf heeft de cardioloog nooit een bijna-doodervaring  gehad. Maar door zijn onderzoek staat hij wel anders in het leven dan twintig jaar geleden. „Ik leef zorgvuldiger. Ik breng veel tijd in de natuur door, eet nauwelijks nog vlees, ben milieubewust en koop geen overbodige luxeartikelen. En ook de levensvragen dringen zich steeds nadrukkelijker op: wie ben ik, waarom ben ik hier, houdt met de dood alles op? Helaas ben ik als arts een uitzondering; in de medische wetenschap gaat men doorgaans heel eenzijdig met de dood om. Artsen voeren een intensieve strijd voor levensverlenging en als een patiënt overlijdt, hebben ze verloren. Het zinloos rekken van het leven is belangrijker dan het accepteren van de dood. Dat zegt veel over hoe mensen in het leven staan."


„Als arts en mens heb ik grote moeite met actieve euthanasie. Ook vind ik dat we ons moeten bezinnen over orgaandonatie. Ik begrijp dat de overheid agressief campagne voert, maar zelf heb ik 'nee' ingevuld op mijn donorcodicil. Want is hersendood wel dood? Wie organen uit een lichaam verwijdert, versnelt het stervensproces. Niet voor niets wordt in de meeste tradities het lichaam drie dagen met rust gelaten. Kaars erbij, bidden, praten. Intuïtief weten mensen dat je voor zo'n proces de tijd moet nemen."


Ooit sprak Van Lommel een vrouw die maanden in coma had gelegen. Ze kon zich nog veel van die periode herinneren, maar één ding sprong er uit: het moment dat de neuroloog aan haar man vroeg of het apparaat uit mocht. „Zijn opmerking dat ze 'niet meer dan een kasplantje zou worden', zorgde voor grote paniek. Want ze kon maar niet duidelijk maken dat ze er nog was. Het belang van een nieuw orgaan lijkt soms groter dan de belangen van een comapatiënt." Van Lommel zegt in zijn boek geen boodschap te verkondigen. „Ik heb ook geen missie. Ik bied alleen een visie aan op dingen waar tot nu toe te weinig over werd nagedacht. En als mensen het als een hulpmiddel in hun zoektocht naar de essentie zien, is dat mooi."

 

Lees meer over bijna-doodervaringen via

www.merkawah.nl 

Wilt u reageren? Mail uw reactie naar zbrieven@nrc.nl

 



Op TV:

Er is leven na de dood. Maar waar?

 
Soeterbeeck, 18.03.2008
Leven na de dood

 

In aanloop naar Pasen, het feest van de opstanding van Christus, sprak presentator Wilfred Kemp in met een drietal gasten over hun kijk op het leven na de dood. En die lopen nogal uiteen. 
Lees meer.

Nog te bekijken via deze link

 

Lezersinterview Pim van Lommel

 

'Hoe we tegen de dood aankijken, bepaalt hoe we in het leven staan’, zei cardioloog Pim van Lommel onlangs in Trouw. Van Lommel schreef het boek 'Eindeloos bewustzijn', over bijna-doodervaringen.

 

Lezers van Trouw konden vragen aan Van Lommel insturen. Over onder meer orgaandonatie, het hiernamaals en reincarnatie. Ook de medische wetenschap liet van zich horen. De antwoorden ziet u in de negen delen van dit video-interview.


 


BDE in de Griekse Mythologie  

Over de verrichtingen der dodenrechters wordt het uitvoerigst gesproken in het slot van Plato's meesterwerk "De Staat". Daar verhaalt Sokrates van een zekere Er uit Pamphylië, die in de oorlog was gesneuveld. Tien dagen na zijn dood werd diens lijk, dat nog volkomen gaaf was, voor de begrafenis naar huis gebracht. Op de brandstapel keerde de man echter tot bewustzijn terug! Hij bleek zich nauwkeurig te kunnen herinneren, wat hij gedurende het korte ver­blijf in de onderwereld had gezien en gehoord.


Er verhaalde, hoe hij en de andere gesneuvelden eerst een heel eind hadden moeten lopen. Al lopend waren ze aan een plek gekomen, waar zich twee tegen­over elkaar liggende aardspleten bevonden, die een gapende diepte omsloten. In de rotswand, die zich boven deze plek verhief, liepen twee soortgelijke kloven naar boven; langs een smal bergpad kon men in die kloven naar de hemel klim­men. Op het kruispunt van wegen naar hemel en Tartaros waren de Rechters gezeten.

 

De mensen, die konden aantonen dat zij een rechtschapen levenswandel hadden geleid, werden door de Rechters rechtsaf naar boven, naar de hemel, gediri­geerd; op de borst kregen zij een briefje, dat de beslissing der rechters ver­meldde met de motivering. De anderen, wier vroegere levenswandel aanleiding tot kritiek gaf, moesten linksaf naar beneden met een briefje op de rug, waarop al hun misdrijven beschreven stonden. Toen Er op zijn beurt voor het Gerecht was getreden, kreeg hij evenwel te horen, dat hij in het leven terug zou keren ten einde alles te kunnen vertellen, wat hij hier zou ervaren. De Rechters ver­zochten hem zelfs zijn ogen en oren wijd open te zetten!


Wat had deze Er daar nu nog meer gezien? Hij zag niet alleen, dat de binnen­stromende zielen in de twee genoemde richtingen uiteengingen, maar ook, dat er uit de beide spleten (links van boven en rechts van beneden) zielen terug­kwamen. Zij, die uit de aarde van beneden kwamen, zaten onder het stof en de vuiligheid; zij, die uit de hemel afdaalden, waren stralend-schoon. Beide groe­pen schenen een lange reis achter de rug te hebben en wisselden, als ze kennissen van vroeger zagen, wederzijds hun ervaringen uit. Na de begroeting zetten zij  zich in groepjes te zamen; het leek wel, of het een grote bijeenkomst van feest­gangers was. De zielen uit de hemel verhaalden van al het onbegrijpelijk-schone, dat zij daar mochten schouwen. Maar de zielen uit de onderwereld jammerden en huilden om de ellende van hun duizendjarige zwerftocht beneden. Uit hun gesprekken begreep Er, dat iedere boetedoener voor zijn vergrijpen een tien­voudige straf krijgt; hij moet namelijk elke honderd jaar de vastgestelde boete ondergaan, tienmaal in duizend jaren. Na elke periode van duizend jaar begint de ziel aan een volgend leven op aarde.


Er hoorde, dat er druk geïnformeerd werd, of Ardiaios de Grote al was gearri­veerd. Die Ardiaios was duizend jaren geleden tiran (= dictator) in Pamphylië geweest; hij had uit machtswillekeur zijn vader en zijn oudste broer gedood en nog veel meer slechte dingen gedaan. Maar er werd geantwoord, dat Ardiaios hier nog niet was aangekomen en zich hier voorlopig ook wel niet zo spoedig zou laten zien. Maar bij zijn vertrek maakte Er Ardiaios' aankomst nog net mee! Er was al bij de Poort van de Hades op de terugweg, toen hij Ardiaios met nog andere vroegere tirannen en staatslieden op de uitgang van de onderwereld zag toekomen met de bedoeling een nieuw leven op aarde aan te vangen. Toen was er iets vreselijks gebeurd! De Poort van de Hades, die de mensonwaardige tirannen niet wilde doorlaten, was gaan loeien als een orkaan. Onmiddellijk waren er woest-uitziende, vuurspuwende mannen komen aanrennen, die een aantal vroegere regeringschefs vastgrepen om hen daar terug te brengen, van­ waar zij getracht hadden (op slinkse wijze) te ontkomen: naar de onderwereld. Ardiaios en enkele anderen echter bonden zij handen, voeten en hoofd aan elkaar; zij wierpen hen tegen de grond en begonnen op hen los te slaan. Tijdens dit bedrijf riepen de vurige mannen de voorbijgangers de redenen toe, waarom hun slachtoffers deze nabehandeling ondergingen. Terwijl zij voortdurend op de geboeiden lossloegen, sleepten zij hen naar de kant van de weg om hen door de doornenstruiken te sleuren. Daarna, zo hoorde het publiek, zouden deze regeringsleiders voor altijd in de Tartaros worden geworpen.

 

Bron: Mythologie der Grieken – dr. H. H. Diephuis

 

 
 

Reizen voorbij het licht: ultieme bijna  dood ervaringen

Kenneth Ring (emeritus professor psychologie aan de universiteit van Connecticut, VSA)

 

 

Bij mijn onderzoek naar bijna dood ervaringen (BDE’s) gedurende meer dan twintig jaar, heb ik ontelbare mensen ondervraagd die mij fascinerende verhalen verteld hebben over hun ontmoetingen met verblindend licht en met figuren van licht die direct voort lijken te komen uit het hart van de bijna dood ervaring zelf. Natuurlijk zijn dit soort verhalen nu deel gaan uitmaken van onze algemene kennis over hoe het is om te sterven, en collectief hebben zij een nieuwe en immens troostende visie teweeg gebracht op wat ons te wachten staat wanneer wij de overgang maken naar de dood. Ofschoon velen van ons diep geroerd zijn door het lezen van zulke verslagen, heeft bijna niemand begrip voor het feit dat deze verhalen niettemin voorbeelden zijn van incomplete of gedeeltelijke BDE’s. Dat wil zeggen, ze nemen ons een heel eind mee in de eerste stadia van de dood, maar zij laten ons niet de hele weg zien.

 

Vanuit dit perspectief is het vanzelfsprekend de vraag te stellen of iemand wat de hele weg naar de dood schijnt te zijn, werkelijk afgelegd heeft, en daarna in staat geweest is om terug te keren om ons erover te vertellen. Door mijn jarenlange onderzoek ben ik nu bereid te zeggen dat er inderdaad een paar BDE’s geweest zijn die schijnbaar een heel eind voorbij de gebruikelijke ervaringsgebieden zijn doorgedrongen waar bijna alle BDE’s eindigen. Het verslag wat zij doen van hun reizen tot voorbij het Licht, als het ware, geeft ons een tot nu toe ongeopenbaarde glimp van een stralend universum dat waarlijk lijkt op iets van de ultieme bron van de schepping zelf. De reizen tot achter het Licht, waarvan ik er enkele met u zou willen delen in dit artikel, spreken bijna altijd van, of impliceren, het bestaan van een tweede licht, dat een soort ultiem licht is, de bron van alles, een plaats waar wij vandaan komen en waarnaar wij onvermijdelijk zullen terugkeren. Om deze redenen noem ik dit uiterst zeldzame (tijdelijke) verblijf bij de Bron een ultieme bijna dood ervaring en ik geloof dat deze het verhaal voltooien waarnaar typische BDE’s alleen maar kunnen verwijzen.

 

Op deze plaats kan ik u slechts illustraties geven van drie ultieme BDE’s uit mijn onderzoek. Meer volledige verhalen en delen van andere verhalen zijn te vinden in mijn recente boek, Lessons from the Light (Perseus Books). Het staat buiten kijf dat een van de merkwaardigste BDE’s die ik ooit ben tegengekomen, mijn vriend Mellen-Thomas Benedict is overkomen, die op ’t ogenblik in Californië woont waar hij met veel succes een aantal op licht gebaseerde genezingstechnologieën aan het ontwikkelen is, die deels voortgekomen zijn uit informatie die hij kreeg tijdens zijn BDE. Tijdens Mellens BDE, toen hij zich in het Licht bevond, hoorde hij zichzelf vragen of hij mocht weten wat het Licht ‘echt’ was en of hij er helemaal in mocht worden opgenomen. Op dat moment gebeurde er het volgende en ik citeer:

 

‘Het was het mooiste wat ik ooit gezien heb, gewoon (zijn stem beeft), ik ging er gewoon in en (zijn stem hapert), het was gewoon overweldigend (hij snakt naar adem), het leek op alle liefde die je ooit gewild hebt en het was het soort liefde die geneest, heel maakt, regenereert. En hoe meer ik erin ging, hoe meer ik gewoon zei ‘Ik wil weten, ik wil echt weten wat er gaande is.’ En ik werd opgenomen in het Licht, en tot mijn verbazing, erdoorheen, bam! Op dat moment leek het alsof ik ergens heen werd gedreven. Ik weet niet of ik ergens in de ruimte bewoog, maar plotseling kon ik de wereld zien wegvliegen, ik kon het zonnestelsel zien wegvliegen, ik kon toen melkwegstelsels zien en – het ging zo maar door.


Uiteindelijk kreeg ik het gevoel dat ik door alles heenging dat ooit geweest was. Ik zag het allemaal – melkwegstelsels werden sterretjes en superclusters van melkwegstelsels, en werelden na werelden, en energierijken – het was gewoon een verbijsterend schouwspel. En ik had het gevoel alsof ik ergens de hoogte in schoot, maar ik denk eigenlijk dat het mijn bewustzijn was dat zich zo snel verruimde. En het gebeurde zo snel maar het was in zulk detail dat er een ander licht recht op me afkwam en toen ik dit licht bereikte, was het alsof (pauze) ik oploste of zoiets. En ik begreep op dat moment dat ik voorbij de oerknal was. Dat was het eerste licht ooit en ik ging door de oerknal heen. Dat gebeurde er. Ik ging door dat membraan in – wat ik denk dat de aloude mensen de Leegte noemen. Plotseling was ik in deze leegte en ik was mij bewust van alles dat ooit geschapen was. Het was alsof ik door Gods ogen keek, alsof ik God geworden was. Plotseling was ik niet meer ik. Het enige wat ik kan zeggen is dat ik door Gods ogen keek. En plotseling wist ik waarom iedere atoom er was, en ik kon alles zien. En ik bleef in die ruimte, ik weet niet hoe lang. En ik weet dat daar iets heel dieps gebeurde.’

 

 zie ook : De bijna-dood-ervaring van Mellen-Thomas Benedict   

Mellen is niet de enige die de ervaring van het terugkeren naar de Bron en het éénworden met God tijdens een ultieme BDE heeft verteld. Nog zo iemand is een vrouw die in Florida woont, genaamd Virginia Rivers. Ook haar BDE bracht haar tot een reis zoals die van Mellen, zoals u zult zien wanneer u haar beschrijving leest van haar ultieme BDE. Maar in feite gaat haar verhaal verder waar dat van Mellen eindigt, door duidelijk te maken waaraan Mellen refereerde toen hij zei, ‘En ik weet dat daar iets heel dieps gebeurde.’ Het verhaal van Virginia begint wanneer ze merkt dat ze tevoorschijn komt uit een zwarte leegte:

 

‘Onmiddellijk begon de zwartheid uit te barsten in myriaden sterren en ik voelde me alsof ik in het midden van het universum stond met een volkomen panoramisch blikveld in alle richtingen. Het volgende moment begon ik te merken dat ik in een voorwaartse beweging zat. De sterren leken zo snel langs me heen te vliegen dat zij een tunnel om mij heen vormden. Ik begon bewustzijn, kennis te ervaren. Hoe verder ik naar voren werd gedreven, hoe meer kennis ik kreeg. Mijn denken voelde als een spons, die groeide en zich uitbreidde in grootte bij iedere toevoeging. De kennis kwam in losse woorden en in hele ideeënblokken. Het leek gewoon of ik alles kon begrijpen terwijl het geabsorbeerd werd. Ik kon voelen hoe mijn denkvermogen expandeerde en absorbeerde en ieder nieuw stukje informatie paste op de een of andere manier. Het was alsof ik het al gekend had maar het was vergeten of verloren, alsof het hier lag te wachten tot ik het opraapte terwijl ik er langskwam. Ik bleef groeien in kennis, evoluerend, expanderend en dorstig naar meer. Naarmate elke seconde voorbijging was er meer te leren, waren er antwoorden op vragen, betekenissen en definities, filosofieën en redenen, geschiedenissen, mysteriën en zoveel meer, die allemaal mijn denken binnenstroomden. Ik herinner mij dat ik dacht, ‘Dat wist ik, dat weet is zeker, waar is het al die tijd gebleven?


Ik voelde mij volkomen vredig. Ik had een eeuwigheid op deze plaats kunnen blijven terwijl deze pulserende kracht van liefde en schoonheid door mijn hele ziel klopte. Liefde stroomde in mij vanuit alle hoeken van het universum. Ik werd nog steeds voortgedreven met wat op grote snelheid leek. Toch was ik in staat alles wat ik passeerde op te merken alsof ik stilstond. Een piepklein lichtpuntje verscheen ver voor mij uit aan het andere eind van mijn caleidoscopische tunnel. Het licht werd groter en groter terwijl ik dichter en dichterbij zweefde, totdat ik eindelijk op mijn bestemming was aangekomen.


Opeens was er totaal en absoluut bewustzijn. Er was geen enkele vraag die ik kon stellen waarop ik niet al het antwoord kende. Ik keek naar de tegenwoordigheid waarvan ik wist dat hij er zou zijn en dacht ‘God, het was zo eenvoudig, waarom wist ik dat niet?’ Ik kon God niet zien zoals ik u kan zien. Toch wist ik dat Hij het was. Een Licht, een schoonheid die van binnen uit kwam, oneindig in alle richtingen om iedere atoom van het bestaan aan te raken. De harmonie van inkleuring, ontwerp en melodie ontstonden hier bij het Licht. Het was God, zijn liefde, zijn licht, zijn wezenlijke essentie, waarbij de scheppingskracht naar het einde van alle eeuwigheid emaneerde… die naar voren strekte als een pulserend baken van liefde om mij ‘Thuis’ te brengen. De kwaliteit van zijn woord, zijn gedachte, zijn stem in mijn hoofd was magnifiek, betoverend, dwingend zonder te eisen, mild en vriendelijk en gevuld met meer liefde dan mogelijkerwijs beschreven kan worden. In Zijn aanwezigheid te zijn was inspirerender, uitnodigender dan welk soort liefde of harmonie die ooit in deze realiteit ontdekt is. Geen enkele ervaring, geen enkele nabijheid is ooit zo volledig geweest.’

 

Tenslotte ervoer ook een derde persoon met een BDE, Beverly Brodsky, die nu in Californië woont, dat zij in Gods tegenwoordigheid was tijdens haar ultieme BDE en zij was, net als Mellen en Virginia, de ontvanger van golf na golf transcendentale kennis en absolute liefde. Hier volgt een deel van haar verhaal over de culminerende fase van haar ervaring:

 

‘Vervolgens herinnerde ik mij dat ik over een lange afstand reisde, omhoog naar het Licht toe. Ik geloof dat ik heel snel hiervandaan bewoog, maar dit totale gebied leek buiten de tijd te liggen. Tenslotte bereikte ik mijn bestemming. Maar ik was niet alleen. Daar, voor mij, was de levende tegenwoordigheid van het Licht. Daar binnen voelde ik een alles doordringende intelligentie, wijsheid, mededogen, liefde en waarheid. Er was vorm noch geslacht aan dit volmaakte Wezen. Het, dat ik van nu af aan Hij zal noemen, in overeenstemming met onze algemeen aanvaarde syntaxis, bevatte alles, zoals wit licht alle kleuren van een regenboog omvat wanneer het door een prisma valt. En diep in mij ontstond een onmiddellijke en wonderbaarlijke herkenning: ik, zelfs ik, stond oog in oog met God.
[Na een tijdje] werd ik plotseling vervuld met alle wijsheid van het Wezen. Ik kreeg meer dan alleen de antwoorden op mijn vragen: alle kennis werd voor mij ontvouwd, zoals het onmiddellijke in bloei schieten van een oneindig aantal bloemen tegelijk. Ik werd vervuld van Gods kennis, en in dat kostbare aspect van zijn Zijn-heid, was ik één met Hem. Maar mijn ontdekkingsreis begon pas.
Nu werd ik vergast op een buitengewone reis door het universum. In een oogwenk reisden wij naar het centrum waar sterren geboren worden, supernova’s exploderen en vele andere glorieuze hemelse gebeurtenissen plaatsvinden waar ik geen naam voor weet. De indruk die ik nu heb van deze reis is dat het me een gevoel gaf dat het universum als geheel een groot object is dat geweven is van dezelfde stof. Ruimte en tijd zijn illusies die ons op ons niveau houden; daarbuiten is alles tegelijk aanwezig. Ik was passagier in een Goddelijk ruimteschip waarin de Schepper mij de volheid en de schoonheid van zijn hele Schepping liet zien.


Het laatste wat ik zag voordat alle externe visie eindigde was een luisterrijk vuur – het hart en de kern van een prachtige ster. Misschien was die een symbool voor de zegen die ik nu zou ontvangen. Alles verbleekte behalve een rijke, volle leegte waarin Dat en ik Alles wat bestaat, omvatten. Hier ervoer ik, in onuitsprekelijke schittering, gemeenschap met het Lichtwezen. Nu werd in vervuld met niet alleen alle kennis, maar ook met alle liefde. Het was alsof het Licht in mij en door mij heen geschonken werd. Ik was Gods voorwerp van adoratie; en uit Zijn/onze liefde haalde ik onvoorstelbaar veel leven en vreugde. Mijn wezen werd getransformeerd; mijn begoochelingen, zonden en schuld werden ongevraagd vergeven en gezuiverd; nu werd ik Liefde, Oerwezen en Zaligheid. En, op een bepaalde manier, blijf ik daar, in alle Eeuwigheid.  Zo’n vereniging kan niet verbroken worden. Het was, is en zal altijd zo zijn.’

 

Deze spannende reizen door het universum naar de Bron van alle Schepping – God, het Licht – van waaruit absolute liefde en volkomen kennis in een eeuwige stroom naar buiten komen lijken welhaast het toppunt te zijn van de menselijke ervaring. Tenslotte zijn wij weer thuis en kunnen ons herinneren dat de gelukzaligheid altijd te vinden is als wij beseffen dat wij één zijn met God en dat dit onze ware aard is. Zo groot is de verlichting van de ultieme bijna-dood-ervaring.

 

En wat nog meer is: de mensen die teruggekeerd zijn van deze ultieme BDE’s verzekeren ons ook nog dat dit een reis is die wij allemaal, niet alleen een paar bevoorrechte zielen, eens zullen maken. Misschien wordt dit het best verwoord door Beverly Brodsky:

‘Ofschoon mijn hemelse reis twintig jaar geleden plaatsvond, ben ik hem nooit vergeten. Noch heb ik, geconfronteerd met spot en ongeloof, ooit getwijfeld aan de realiteit ervan. Niets dat zo intens en levensveranderend is, zou mogelijkerwijs een droom of een hallucinatie geweest kunnen zijn. In tegendeel, ik beschouw de rest van mijn leven als een voorbijgaande fantasie, een korte droom, die eindigt als ik opnieuw wakker word in de permanente tegenwoordigheid van die schenker van leven en gelukzaligheid.’

Voor diegenen die treuren of vrezen, ik verzeker u hiervan: De dood bestaat niet, en er is ook geen einde aan de liefde. En bedenk ook wel dat wij aspecten zijn van het ene volmaakte geheel, en als zodanig deel zijn van God, en van elkaar. Op een dag zullen u die dit leest en ik samen zijn in licht, liefde en oneindige gelukzaligheid.

 

(Met dank aan Dick - voor het aanleveren van deze tekst)

 

 

 

 

 

Een BDE van Carl Gustav Jung.

 

Ten tijde van Jung was de term ‘BDE’ waarschijnlijk nog niet uitgevonden.
Maar dat betekent niet dat die niet bestonden.
Tijdens het lezen in de biografie over Jung, geschreven door Vincent Brome, getiteld: Jung, Waarheid en Legende, kwam ik volgend hoofdstuk tegen over ‘een visioen’ waarin duidelijk een reeks kenmerken van een typisch BDE te herkennen zijn.

 

Een ernstige ziekte

Het jaar 1944 begon voor Jung erg slecht. Tijdens zijn dagelijkse wandeling gleed hij uit op de met ijs bedekte weg buiten Küsnacht, viel en brak zijn enkel. Met veel pijn slaagde hij erin overeind te komen en naar het dichtst­bijzijnde huis te hinken. Daar belde hij op om zijn auto te laten komen. Al­les zou daarna normaal zijn verlopen als hij voor het gips om zijn enkel niet een paar dagen volstrekte rust had moeten nemen.! Dit leidde, plotseling en onverwacht, tot een embolie die een ernstig hartinfarct veroorzaakte. Hij werd naar het ziekenhuis overgebracht en zweefde drie weken tussen leven en dood, waarbij de artsen hem regelmatig zuurstof moesten toedienen.

Terwijl hij zich op de rand van de dood bevond, kreeg hij uitzonderlijke visioenen, die hem, in zijn eigen woorden, bijna een blik lieten werpen op de andere wereld. Zijn verpleegster vertelde hem later dat zijn gezicht de in­druk had gemaakt dat het 'door een helder schijnsel was omgeven' . Zelf zei hij dat hij 'de uiterste grens had bereikt' en niet wist of hij 'droomde of in extase was'.

 

Het was bijna alsof er een onstoffelijk deel van hemzelf, bevrijd van het stof­felijk omhulsel, ter hemel was gevaren en, naar beneden kijkend, de reus­achtige aardbol zag met zijn zeeën en continenten, die gedompeld waren in 'een heerlijk blauw licht'.

Het was volgens Jung een schitterend en betoverend visioen. 'Later', schreef hij, 'heb ik geïnformeerd hoe hoog je in de ruimte moet zijn om een derge­lijk ver uitzicht te hebben. Dat bleek ongeveer 1500 kilometer te zijn!'

Het is moeilijk uit te maken of Jung deze visioenen achteraf aanvulde met rationele en bewuste reacties, of dat hij op het moment zelf inderdaad een geweldig gevoel van grandeur had. Wat er daarna gebeurde, is nog onge­looflijker. Het kan worden gezien als een prachtige allegorie over een ziel die ten hemel vaart en plotseling in een andere wereld geconfronteerd wordt met het hele, lange verhaal van zijn lichamelijke leven, en met de pijnlijke vraag waar het allemaal goed voor was.

 

Toen Jung zijn blik van het noorden naar het zuiden wendde, kwam er plot­seling een enorme donkere steenklomp, die op een grote meteoriet leek, in zijn gezichtsveld. Jung zweefde moeiteloos langs het hemelgewelf naar de steen toe, ging door een uitgehakte ingang naar binnen en trof daar een donkere hindoe aan, die zwijgend in de lotushouding zat. Jung had het uit­zonderlijke gevoel dat 'de hele fantasmagorie van het aardse bestaan' van hem af viel, of hem ontroofd werd - 'een uiterst pijnlijk proces'. Het was duidelijk dat de hindoe hem verwachtte, en hij werd nu naar de poort van een tempel geleid. 'Ontelbare kleine nisjes met brandende kaarsenpitten' omgaven deze ingang met een krans van heldere vlammetjes. Het leek sterk op de Tempel van de Heilige Tand, die hij op Ceylon had bezocht, maar toen hij de ingang naderde, kreeg hij een nieuw voorgevoel. Hij wist plotseling zeker dat hij weldra alle mensen zou ontmoeten 'waar hij in werkelijkheid bij hoorde', en eindelijk de historische samenhang van zijn leven zou ont­dekken. 'Ik zou weten wat er vóór me was geweest, waarom ik geworden ben en waarheen mijn leven verder zou stromen.’

 

Het is duidelijk dat Jung bezig was aan de recapitulatie van zijn leven die kenmerkend schijnt te zijn voor stervenden, maar hij heeft niet de fatale stap in de tempel gezet, die symbolisch het einde van zijn leven zou hebben betekend. In plaats daarvan steeg er ongeveer vanuit de richting van Europa een gedaante omhoog, die sterk op zijn arts leek. Nuchter bezien was zijn koortsige delirium aan het afnemen en begon de aanwezigheid van zijn arts tot hem door te dringen. Dr. H. nam echter niet zijn normale gedaante aan.

Jung dacht bij zichzelf: '0 ja, dat is mijn dokter' , maar niet in zijn gebruike­lijke belichaming. Hij kwam nu als een Basileus van Kos, of 'de tijdelijke be­lichaming van de oergestalte die altijd al heeft bestaan'. (Basileus betekent koning en Kos was in de oudheid beroemd om zijn Asklepios-tempel en was de geboorteplaats van Hippocrates.)

 

Iemand die erbij aanwezig was, heeft verteld dat Dr. H. inderdaad een paar bemoedigende woorden had gesproken tegen Jung, omdat er eindelijk ver­betering begon te komen in zijn toestand. Maar Jung interpreteerde het heel anders. Zijn familie had Dr. H. afgevaardigd, zei hij, om ertegen te proteste­ren dat hij 'op het punt stond heen te gaan', en te zeggen dat hij 'de aarde niet mocht verlaten en moest terugkeren'.

Dr. Frey-Rohn, die met Jung bevriend was, herinnert zich een droom die Jung in zijn Herinneringen niet noemt. In deze droom zweefde hij eveneens langs de hemel, maar nu riepen maar liefst dertig vrouwen dat hij moest terugkeren naar de aarde. 'Hij kon hun protesten eenvoudig niet negeren.’ In dit stadium van Jungs ziekte was zijn toestand zo slecht dat Emma, zijn vrouw, zelfs in het ziekenhuis overnachtte en voortdurend contact hield met de artsen en verpleegsters.

 

Nu kwam het keerpunt. Zijn levenswil was de volgende tien dagen uiterst zwak en voedsel stond hem tegen. Er volgde een nieuwe reeks 'visioenen', waarin hij het uitzicht uit zijn raam aanzag voor 'een krant vol gaten, met foto’s die me niets zeiden'.

Het idee om naar het leven terug te keren stond hem tegen en hij bleef zich verzetten tegen de aanmoedigingen van zijn arts. Tegelijk kwam er ook een nieuwe en verontrustende gedachte in hem op. Wanneer iemand zijn oerge­daante bereikte, zoals met Dr. H. was gebeurd, wilde dat zeggen dat hij ging sterven, en Jung raakte er plotseling van overtuigd dat Dr. H. in zijn plaats moest sterven. Hij worstelde zich overeind en deed een wanhopige poging om Dr. H. te waarschuwen, maar de arts begreep het niet en Jung kreeg een gevaarlijke woedeaanval. Emma, die hem tijdens zijn hele ziekte trouw ver­zorgde, zei dat hij niet zo vijandig moest doen tegenover de dokter. Maar Jung dacht bij zichzelf: 'God nog aan toe, hij moet toch oppassen. Hij heeft het recht niet om zo onvoorzichtig te zijn!'

Het verdere verloop van het leven van Dr. H. bevestigde niet alleen Jungs synchronistische gaven, maar zou, als we Jungs verhaal letterlijk namen, ook betekenen dat hij het demonische vermogen bezat om zijn eigen dood over te brengen op iemand anders. Het is echter een verkeerde interpretatie van Jungs theorie om over bijzondere gaven te spreken. Zijn definitie van syn­chroniciteit vermeed het begrip 'gave'. Dit soort ervaringen betekenden dat men schijnbaar een 'magisch' acausaal potentieel bezat om zich in iemand anders te verplaatsen.

 

Op 4 april 1944 was Jung voor het eerst weer zover dat hij rechtop in bed mocht zitten, en diezelfde dag werd Dr. H. inderdaad ziek en moest bedrust nemen. Hij kreeg koortsaanvallen en stierf korte tijd later aan septicaemie (bloedvergiftiging). Jung was Dr. H. 's laatste patiënt geweest.

 

Bron: Jung, Waarheid en Legende – Vincent Brome – hoofdstuk 28 – ISBN 90-6069-870-3

 

 

Jung zelf heeft deze gebeurtenis en ervaring uitgebreider beschreven in zijn autobiografie: Herinneringen, dromen en gedachten – geredigeerd door Aniela Jaffé – ISBN 90-6069-306-x 

Dit verhaal is te lezen op de pagina’s die ik speciaal aan Jung heb gewijd.

 

 

 

 

 

 

 

Wie naar aanleiding van dit ervaringsverhaal wil reageren, of zelf een ervaring wil delen, kan dit doen via email.

 

 

Of via het gastenboek voor deze pagina

 

Gastenboek van Hans

 

 

 

 

 

Lectuur over BDE.

 

Stichting Merkawah

Stichting voor onderzoek naar bijna doodservaringen

Interview met Dr. Pim van Lommel

Bijnadoodervaring Nederland

 

 

 

 

 

 

Stemmen voor Spirituele Vrienden


Je kan om de twaalf uur een stem uitbrengen voor Spirituele Vrienden

Klik hier om mijn homepage in de nederlandse Top 100 te brengen.
 
Top 100 NL