Op verkenning in Vlaanderen.
Gent - Laarne - Brugge - Gent/Februari 2008 
 

Tijdens de voorbije dagen waren wij, Hans en ik, te gast in Laarne in Oost-Vlaanderen bij mijn zwangere dochter en haar vriend.

Het was heel fijn om weer eens bij hun te zijn en even bij te praten.

We maakten meteen van de gelegenheid gebruik om een paar historische plekjes in de omgeving te verkennen. Vooral Hans, die voor het eerst Gent en Brugge bezocht, was er nauwelijks tijd genoeg om alle prachtige gebouwen te bekijken. Sommige sites had zelfs ik, die 50 jaar in Vlaanderen woonde, nooit eerder bezocht en we kwamen beiden ogen te kort om alles in ons op te nemen.

 

Aan de hand van een aantal foto’s neem ik jullie graag mee op een tochtje langsheen de plekjes die wij bezochten.

 

 GENT

De hoofdstad van Oost-Vlaanderen is de stad waar ik een groot deel van mijn jeugd heb doorgebracht in diverse scholen. Daardoor weet ik er dan ook de bezienswaardige plekjes iu de binnenstad wel te vinden.

Het is mooi dat in het historische Gent een heleboel straten en pleinen verkeersvrij zijn gemaakt en er daardoor gelegenheid geboden wordt om rustig rond te wandelen zonder gevaar om door een auto overhoop gereden te worden.

 

Eerst bezochten we de Sint-Niklaaskerk die jarenlang gesloten was wegens restauratiewerken en die ik dus ook nog nooit van binnen had gezien. De eerste indruk was overwelidigend. Kijk mee en geniet van het imposante hoofdaltaar en een van de glasramen.

 

Detail beeldhouwwerk hoofdaltaar: Sint Niklaas, patroonheilige van deze kerk

 

                     detail   

 Glasraam 1951 - JB Capronnier   hoofdaltaar

 

Na een wandeling voorbij het Belfort en de Dulle Griet over het Sint Baafsplein kwamen we in de Sint-Baafs Kathedraal waar de bisschopszetel van Oost-Vlaanderen gevestigd is en waar het meest opvallende kunstwerk, het Lam Gods van de Gebroeders van Eyck uit 1432, elk jaar een stroom aan toeristen naar de kathedraal lokt.

Het kunstwerk bestaat uit een aantal houten panelen die samen een prachtig retabel vormen. Een van die panelen (de rechtvaardige rechters) werd ooit gestolen door de toenmalige koster van de kerk en is nooit teruggevonden. Hij nam zijn geheim mee het graf in. Het paneel is intussen vervangen door een getrouwe kopie.

 

 

Hierboven het Lam Gods retabel met open luiken

 

en zo ziet het eruit wanneer de luiken gesloten zijn:

 

 

De  klok op deze plaatjes hing eertijds in het belfort van Gent en kreeg de naam: Klokke Roeland. Zij werd geluid bij rampspoed en gevaar. Over het Belfort en haar klok bestaat een heel mooi lied geschreven door de dichter Albrecht Rodenbach.

 

klokke roeland

 

Klokke Roeland

 

Boven Gent rijst, eenzaam en grijs,
’t Oud Belfort, zinbeeld van ’t verleden;
Somber en groots, steeds stom en doods,
Treurt d’oude reus op ’t gent van heden;
Maar soms hij rilt en eensklaps gilt
Zijn bronzen stemme door de stede.
Trilt in uw graf, trilt Gentse helden,
Gij, Jan Hyoens, gij Artevelden;
Mijn naam is Roeland, ‘k kleppe brand
En luide storm in Vlaanderenland.

 

Een bont verschiet schept ’t bronzen lied,
Prachtig weertoverend mij voor d’ogen.
Mijn ziel herkent het oude Gent;
’t Volk komt gewapend toegevlogen.
’t Land is in nood, "Vrijheid of dood!",
de gilden komen aangetogen,
‘k Zie Jan Hyoens, ‘k zie d’Artevelden,
En stormend roept Roeland den helden:
Mijn naam is Roeland, ‘k kleppe brand,
En luide storm in Vlaanderenland.

 

O heldentolk, O reuzenvolk,
O pracht en macht van vroeger dagen!
O bronzen lied, ‘k wete uw bedied,
En ik versta ’t verwijtend klagen;
Doch wees getroost: zie ’t Oosten bloost
En Vlaanderens zonne gaat aan ’t dagen.
"Vlaanderen die Leeu", tril oude toren,
En paar uw lied met onze koren;
Zing: "Ik ben Roeland, ‘k kleppe brand,
Luide triomf in Vlaanderenland".

 

 

  

Het Belfort           

 

Na ons bezoek aan de Kathedraal genoten we op een terrasje van een heerlijk kopje koffie met wafels en pannenkoeken en zetten daarna onze wandeling verder naar Het Gravensteen: een echte Middeleeuwe Burcht die de tand des tijds doorstaan heeft. We hadden ook nog eens het geluk dat er net een Middeleeuwse markt plaatsvond op de binnenkoer en natuurlijk hebben we heel wat kiekjes geschoten.

 

        

 

        

 

  bizarre markt!               

 

 

In de burcht zelf stelden we onze benen ernstig op de proef om via allerlei lugubere wenteltrappen zo hoog mogelijk te klimmen, om daarna te genieten van een prachtig uitzicht op de Gentse binnenstad en in het museum gruwelden we bij allerlei folterwerktuigen die daar nog staan opgesteld, uit de tijden van de heksenvervolgingen in Vlaanderen.

 

          doorheen een schietgat

 

Uit de martelkamer

 

Hierna hadden we wel genoeg gezien voor een dagje en na nog een bezoek aan de heerlijk geurende winkel van Ferdinand Tierentijn, een begrip in Gent, om heerlijke mosterd, honing en pickles te kopen werden we door Marijke terug thuis gebracht om onze vermoeide benen te laten rusten om klaar te zijn voor de volgende dag.

 

 

 

Gent - Februari 2008.

Op 12 februari werd ik voor de tweede keer 'oma'. Daar mijn dochter bevallen is in een Gentse kraamkliniek was het - voor Hans en mezelf -een prachtige gelegenheid om niet alleen mijn nieuwe kleindochter te gaan verwelkomen maar meteen ook weer enkele Gentse schilderachtige plekjes te verkennen. Wandel even mee...

 

De vismarkt (vlak naast het Gravensteen)

Neptunus op de top.

De oude vismijn met prachtig front

het Gravensteen

het Gravensteen

het Gravensteen

De Vrijdagmarkt

Jacob van Artevelde

De Vrijdagmarkt en Jacob van Artevelde

 

Het Huis van Alijn

 

 

In de schaduw van het Gravensteen en aan de rand van de wijk 'het Pa­tershol' ligt op de Kraanlei het Huis van Alijn. Rondom een prachtige binnentuin is het museum gehuisvest in het 'Kinderen Alijnshospitaal' (1363), het enige bewaarde godshuis in Gent. Op een verrassende wijze maakt u hier kennis met de cultuur van het dagelijkse leven in Gent in de eerste helft van de 20ste eeuw. Liefde, pijn, geloof, passie, inventivi­teit en ontspanning worden in beeld gebracht en talrijke curiosa wach­ten op ontdekking. Het museum vertelt een tijdloos verhaal over mensen en hoe ze hun leven vorm geven.

Pillegift en Engelenbrood belicht de belangrijkste overgangsrituelen van geboorte tot dood. Fanfares en ander Feestgedreun dompelt u onder in het ontspanningsleven en feestgebeuren. In de afdeling Passie en Godsvrucht wordt u ingewijd in de gebruiken en tradities van de religieuze volkscul­tuur. Meesterschap en Handelsgeest toont een aantal interieurs van Gentse handelszaken en ambachtsateliers.

Het Huis van Alijn heeft ook bijzondere kamers: in de Identificatiekamer bevinden zich steeds twaalf 'onbekende' voorwerpen uit de museum col­lectie. Aan de lange tafel kan u naar hartenlust uw kennis over deze voor­werpen neerpennen. De Taalkamer brengt een multimediale presentatie van de Zuid-Nederlandse dialecten. Hier luistert u naar boeiende, grap­pige en ontroerende fragmenten over de kleine en grote dingen van het leven.

In tijdelijke tentoonstellingen gaat de aandacht uit naar andere volkscultu­ren. en actuele thema's. Regelmatig vinden ook lezingen, concerten en nocturnes plaats. Wekelijks zijn er poppenkastvoorstellingen voor kinderen met het Gentse Pierke. De stemmige museumherberg en de binnentuin no­digen uit om even te verpozen en te genieten van de schoonheid van deze nog voor velen onontdekte plek in de stad. Voor zij die er éénmaal zijn geweest: een geliefde plek om terug te keren.

.

Binnen.

.

Buiten.

,

,

,

 LAARNE

De volgende dag togen we naar het kasteel van Laarne. Als geboren Laarnenaar beschouw ik deze middeleeuwse burcht nog altijd als een beetje 'van mij'. Het was dan ook met gepaste trots dat ik Hans meenam naar dit stukje verleden in mijn geboortedorp.

 

 

Een beetje geschiedenis.

 

Het weinige dat men over Laarne weet, wijst eerder op een eenvoudige, laat­tijdige evolutie die echter zeer snel is verlopen. Volgens archeologische bevin­dingen zou het site lang landbouwgrond geweest zijn. Sporen van een mote of van een houten versterking werden niet aangetroffen. Ook de context van de la­tere sporen van landbouwactiviteiten en van een houten woning blijven onbe­kend. Dat het site toen reeds ten westen aan een gracht paalde, is zeker. Moge­lijk was het geheel omgord en beston­den er defensie-elementen. De overgang die de archeologie omstreeks 1300 vast­stelt naar de oprichting van een stenen blok, gebeurde blijkbaar plots. Welke functies dit blok inhield en welke andere gebouwen er bij aanleunden zijn jammer genoeg onduidelijk. Het prestigekarakter ervan is daarentegen zeker aanwezig. Mogelijks bestond er een representa­tieve "donjon" zonder permanente woon­functie of zelfs zonder enige woon­functie. De zaal met twee haarden op de verdieping kan het resultaat zijn van een verbouwing waarmee ook de hoektoren in verband staat. Deze werken kunnen misschien wel een aanzet betekent heb­ben tot de uitbouw van een residentieel verblijf met geaccentueerd representa­tief uitzicht.

 

Zuid Westn: Donjon

 

De voor die tijd verouderde bouwwijze werd snel vervangen door een nieuwer burchttype, dat op het ogenblik van zijn oprichting te Laarne echter zelf al fel verouderd bleek ten opzichte van de grote tendenzen inzake militaire archi­tectuur in het 14de-eeuwse Europa. Het nieuwe burchttype kende eindeloos veel variaties. Gemeenschappelijk was de beredeneerde, planmatige aanleg, waarbij residentiële functie, representa tief voorkomen en defensieve structuur verenigd waren. Te Laarne paste men een vrij regelmatig grondplan toe, waar­bij toch rekening gehouden werd met de oude constructie, die men wijzigde in een poortgebouw. Op het terrein legde men een zo regelmatig mogelijke gordel aan van ronde torens en verbindende weermuren. Rechtover het poortgebouw werden de donjon en de daaraan­sluitende residentie opgericht. Het circulatiesysteem gaf toegang tot heel de omheining, wellicht zonder de resi­dentiële zone van de heer te moeten be­treden. Heel de burcht had blijkbaar veel meer een defensief en ostentatief karakter dan een sterk militair doorge­voerde structuur. De weermuren bleven zeer eenvoudig, er waren nergens werp­gaten of uitgewerkte schietsystemen. De oorspronkelijke schietgaten waren blijk­baar nog steeds op bogen voorzien, hoewel kruisbogen en zelfs artillerie reeds in gebruik waren. Normaal dien­den deze schietgaten in de torens de weermuren te dekken. Zij werden hier weinig doordacht aangelegd. Mogelijk was deze functie aan de toren­bekroningen toebedacht.

 

grondplan

 

De doorgangen in de torens daarente­gen hadden wel een complex karakter.

De machtige donjon moest zijn impone­rende verschijning duidelijk halen uit zijn massief voorkomen. Zijn eigenlijke func­tie was vermoedelijk veeleer een wacht ­en uitkijkpost, zonder residentieel karak­ter. Omstandige verbouwingen zijn er tot nader bewijs niet te bespeuren. Wel is de hoogte van de kapelruimte verras­send hoog. De aanwezigheid van een Lam Godsmotief in het gewelf van de eerste verdieping in de oosttoren kan op een verplaatsing van de kapelfunctie naar de donjon wijzen. Die verandering moet echter vrij snel gebeurd zijn na de bouw van het kasteel.

 

Over de inrichting van de grote residen­tiële NO-vleugel bestaan er geen gege­vens. Vooral de verdieping, de trap­aanleg en de vensterdoorbrekingen blij­ven in belangrijke mate onbekend. On­bekend is ook de ligging van de oor­spronkelijke keuken die men logischer­wijze in de nabijheid van de grote vleu­gel zou verwachten. Het werkelijke ka­rakter van de N-vestibule blijft duister. De bouw van de NW-vleugel luidde de afbraak in van het weerstelsel van de ringmuren. Een tweede stap daarin was de aanleg in de 17de eeuw van de Z­vestibule, waardoor de verbinding tus­sen O-en Z-toren onderbroken werd. De aanleg van de loggia, de galerijvleugel, het ereplein en de oostdreef bracht een ommekeer teweeg in de oriëntatie en het circulatieschema van het kasteel. Met deze aanleg kreeg het complex een vol­ledig residentieel karakter, waarbij nau­welijks nog een paar elementen naar veiligheidsvoorzieningen wezen. Ook deze ommekeer gebeurde vrij laat invergelijking met andere kastelen. In die periode werd het echt  duidelijk dat de heer het kasteel enkel in de zomer als verblijfplaats gebruikte. De winter bracht hij door in de stad Gent, of naargelang van de omstandigheden in nog tal van andere occasionele verblijfplaatsen die hij in bezit had. Dergelijk gebruik lijkt ook al in de 15de en 16de eeuw bestaan te hebben maar nadere inlichtingen er­over ontbreken. Voor de 14de eeuw zijn zij helemaal afwezig zodat onbekend

 

blijft of de burcht al dan niet als perma­nent verblijf van de heer was opgericht. Anderzijds kan men bezwaarlijk de zeer kostelijke aanleg van een dergelijk com­plex veronderstellen zonder dat er een zeker intensief gebruiksprogramma voor bestond. Mogelijk had de verandering in gebruik in de 15de eeuw plaats. Hoe dan ook, het burchtkarakter van Laarne vormde mettertijd een beletsel om hier een nieuw kasteel te bouwen volgens de geëvolueerde leefgewoonten van de17de eeuw en later. De moderniserings­pogingen van de diverse eigenaars ver­anderden er fundamenteel niets aan.

Wellicht hadden zij daartoe ook niet zulke grote behoefte vermits zij, naast hun stedelijke residentie, dikwijls ook el­ders verbleven. Enkel de laatste van Vilsteren verbleef permanent op zijn kas­teel.

In 1913 ondernam graaf de Ribaucourt een laatste poging om het middeleeuws slot volledig om te bouwen naar de toen­malige woon normen en er een modern landhuis van te maken maar de plannen werden niet voltooid.

 

De middeleeuwse burcht bleef daarom in wezen bewaard en de diverse wijzi­gingen, waarvan de 17de-eeuwse de grootste waren, zijn vrij duidelijk te on­derscheiden, zodat de ontwikkelings­geschiedenis nog visueel te volgen is. Van de oudere stadia is het oude poort­gebouw een enige getuige.

 

bron: Het Kasteel van Laarne - door DR. Patrick Devos - Gent 1995 - ISBN 90-74311-15-6


  Helaas mochten wij binnen in het kasteel geen foto's maken. De camera moest zelfs achterblijven bij de ingang. Buiten hebben wij er natuurlijk wel een aantal gemaakt en van die laat ik jullie graag meegenieten. Voor de binnenkant kan ik jullie een bezoek aan het kasteel sterk aanbevelen wanneer jullie eens in Oost-Vlaanderen zijn.
 
binnenkoer met vergeetput                              ik bij de hoofdingang
 
 
kasteelheer op de brug          een van de vier bedienden huisjes
 
 
nog een paviljoentje           het gasthof
 
 
in de voorhof                               toren en slotgracht
 
  
kantelen         prachtige wolken
 
Omdat wij voorbij de begraafplaats kwamen na ons bezoek aan het kasteel, zijn we daar ook even gestopt om een bezoekje te brengen aan de muur waarin de urnen van mijn ouders zijn bijgezet na hun overlijden en crematie. Daar zijn hun overblijfselen voor altijd verenigd.
 
 
 
 
BRUGGE 
 
Heb ik op de volgende pagina gezet. Door de vele foto's laadt de pagina anders veel te traag. Klik hier om te genieten van Brugge.
         
 
Website statistieken gratis, LetsStat X1