De acht persoonlijkheidstypen
volgens C. G. Jung

 

 

EXTRAVERT - INTROVERT

EXTRAVERT

Wanneer de oriëntering op het object en op het objectief gegevene zodanig de doorslag geeft dat de meeste en belangrijkste besluiten en handelingen niet door subjectieve meningen maar door objectieve verhoudingen worden bepaald, spreken we over een extraverte instelling.

 

Wanneer iemand denkt, voelt, handelt, in één woord leeft in onmiddellijke overeenstemming met de objectieve omstandigheden en hun eisen, zowel in goede als in slechte zin, dan is hij extravert.

 

In zijn manier van leven speelt het object een duidelijk grotere rol als determinerende factor in zijn bewustzijn, dan zijn subjectieve mening.

Zijn belangstelling en opmerkzaamheid zijn gericht op objectieve gebeurtenissen. Niet alleen personen maar ook dingen trekken zijn aandacht. Daarom wordt zijn handelen ook bepaald door de invloed van personen en dingen. De handelingen van de extravert houden herkenbaar verband met objectieve omstandigheden.

 

De morele wetten die zijn handelen bepalen komen overeen met de eisen van de maatschappij, respectievelijk met de algemeen geldende opvattingen.

 

Gevaar: de ‘normaliteit’ van de extravert heeft tot gevolg dat hij veel te weinig rekening houdt met het feitelijke bestaan van zijn subjectieve behoeften en noodzakelijkheden. Dat is namelijk zijn zwakke punt: zijn type is dermate naar buiten gericht, dat zelfs het meest evidente subjectieve feit, namelijk de toestand van zijn eigen lichaam. Soms onvoldoende aandacht krijgt. Het lichaam is te weinig objectief, te weinig ‘extern’, zodat de bevrediging van de elementaire behoeften, onmisbaar voor zijn fysiek welbevinden, verwaarloosd wordt. Daardoor lijdt het lichaam, evenals de ziel. Van dit laatste merkt de extravert gewoonlijk weinig, maar zijn intieme huiselijke omgeving des te meer. Hijzelf voelt het verlies aan evenwicht pas wanneer zich abnormale lichaamssymptomen aandienen. Het gevaar van de extravert is dat hij te veel door objecten geabsorbeerd wordt, en zich daarin geheel verliest. De functionele (nerveuze) of werkelijke lichamelijke stoornissen die hieruit ontstaan hebben een compensatorische betekenis, want ze dwingen hem tot een onvrijwillige zelfbeperking.

 

Hysterie is verreweg de meest optredende neurose van de extravert. Het schoolvoorbeeld van hysterie wordt altijd gekenmerkt door een overdreven relatie met personen uit de omgeving, en door een werkelijk imiterende aanpassing aan de omstandigheden.

EXTRAVERT/RATIONEEL

EXTRAVERT/IRRATIONEEL

Ik noem deze beide onderstaande typen rationele of oordelende typen, omdat ze gekarakteriseerd worden door de dominantie van rationeel oordelende functies. Een algemeen kenmerk van deze typen is, dat hun leven in hoge mate afhangt van het rationele oordeel. De rationaliteit waardoor de bewuste levenswijze van deze typen wordt gekenmerkt, betekent een bewuste uitsluiting van het toevallige en niet verstandelijke. Het rationele oordeel is in deze psychologie een macht, die het ongeordende en toevallige van het werkelijke gebeuren in bepaalde patronen dwingt of althans tracht te dwingen. Hun rationaliteit komt overeen met datgene wat collectief als verstandig geldt. Voor hen persoonlijk is alleen datgene verstandig, wat algemeen als verstandig wordt beschouwd. Het subject en het subjectieve verstand worden daardoor met verdringing bedreigd waardoor ze kans lopen om te vallen onder de heerschappij van het onbewuste dat, in dit geval, zeer onaangename trekken bezit.

Beide onderstaande de typen noem ik irrationeel, om de re­den dat ze hun doen en laten niet funderen op rationele oordelen, maar op de absolute intensiteit van de waarneming. Hun waarneming richt zich op datgene wat zich eenvoudig voordoet, zonder selectie door een oordeel. Het zou echter volstrekt onjuist zijn om deze typen bijvoorbeeld als 'onver­standig' te beschouwen, alleen omdat ze hun oordeel ondergeschikt maken aan hun waarneming. Ze zijn alleen in hoge mate empirisch: ze baseren zich uitsluitend op de ervaring; zelfs dermate uitsluitend, dat hun oordeel meestal niet in de pas blijft met hun ervaring. Maar de oordelende functies zijn desondanks toch aanwezig, alleen leiden ze een grotendeels onbewust bestaan.

Aangezien het onbewuste ondanks zijn scheiding van het bewuste subject toch steeds weer te voorschijn treedt, zien we ook in het leven van irrationele typen opvallende oordelen en keuzen in de vorm van schijnbare haar­kloverijen, kille oordelen, en een ogenschijnlijk berekenende selectie van personen en situaties. Deze trekken dragen een infantiel of zelfs primitief stempel, soms zijn ze opvallend naïef, soms ook meedogenloos, hard en ge­welddadig. Iemand met een rationele instelling kan gemakkelijk menen dat deze mensen wat hun ware aard betreft rationalistisch en doelbewust in slechte zin zijn. Dit oordeel zou echter slechts voor hun onbewuste opgaan, en helemaal niet voor hun bewuste psychologie, die geheel op waarneming is in­gesteld en vanwege haar irrationele aard volstrekt onbegrijpelijk is voor het rationele oordeel.

denken

Gericht op object en objectieve gegevens.

 

Bepaald door zintuiglijke waarneming

 

Oordeelt naar de maatstaf van objectieve uiterlijke omstandigheden

 

Objectieve ideeën bepaald door uiterlijke feiten.

 

Conclusies van denken slaan terug op het object

 

Houdt geen rekening met subjectieve ervaringen en/of gevoelens

 

Wekt indruk van onvrijheid en soms kortzichtigheid

 

Denken is steriel

 

Geschikt voor wetenschappers, technici, zakenlui

 

Intellectueel

 

Onderdrukt: levensvormen afhankelijk van gevoel, smaak, kunst, vriendschappen, religieuze ervaringen, hartstochten etc.

 

Positief:

scheppend en synthetisch

 

Negatief:

komt niet boven het aanwezige materiaal uit.

Leidt soms tot fanatisme.

 

Is overwegend mannelijk.

 

 

 

 

 

voelen

Object is onmisbaar voor dit voelen

 

Gevoel is in overeenstemming met objectieve waarden

 

Onderworpen aan de invloed van het object

 

Onder invloed van traditionele waarden (bv religie)

 

Iets is mooi of goed omdat dit de heersende opvatting is.

 

Waardering van het object komt overeen met objectieve waarden van het moment

 

Raakt gemakkelijk betrokken in tegenstrijdige gevoelsprocessen door voortdurende aanpassing aan uiterlijke omstandigheden

 

Gevoel staat onder controle van het bewustzijn en lijkt steriel maar drukt zich vaak uit in overdreven onechte gevoelsuitingen.

 

Gevoelens zijn meestal echt en berusten niet op verzinsels – cfr geslaagd verstandshuwelijk.

 

Alleen dat wat overeenstemt met geldende normen wordt bemind

 

Eigen subjectieve gevoelens worden verdrongen als die niet overeenstemmen met het object. Onderdrukt denken dat gevoel verstoort.

 

Positief:

ondersteunt bv sociale en filantropische instellingen

 

Negatief:

raakt snel ‘over’ betrokken bij een object en persoonlijk voelen gaat verloren, wordt steriel en spreekt niet meer tot het hart.

Waardering voor object slaat om in negativiteit wanneer onderbewuste subjectieve gevoelens doorheen het bewuste breken.

 

Is overwegend vrouwelijk

 

 

 

gewaarworden

Wordt hoofdzakelijk door het object bepaald.

 

De subjectieve component van het gewaarworden wordt geremd of verdrongen

De objecten die de sterkste gewaarwording oproepen zijn voor de psychologie van dit individu doorslaggevend

Er is een uitgesproken zintuiglijke binding aan de objecten

Er worden alleen gewaarwordingen opgeroepen door concrete, zintuiglijk waarneembare objecten of processen. Dit zijn gewaarwordingen die iedereen overal en altijd als concreet ervaart

Objectieve zin voor feiten is sterk ontwikkeld. Zijn leven is een verzameling van reële ervaringen met concrete feiten waardoor hij zeer verstandig ‘lijkt’

 

Zijn streven en moraliteit zijn gericht op concreet genot. Dit hoeft daarom niet ruw of zinnelijk te zijn; het kan ook een grote esthetische zuiverheid hebben.

 

Zijn drijfveer: voortdurend het object ervaren, sensaties hebben, genieten. Verlangt sensaties van buitenaf.

 

Ontkent psychogene factoren en schrijft deze toe aan stoffelijke ervaringen, bv liefde, wordt gebaseerd op sensuele charme van het object – psychische conflicten worden toegeschreven aan stoffelijke feiten etc.

 

Wanneer het subject achter de ervaring volledig wordt onderdrukt ontwikkelt hij zich tot een ruwe genotzoeker of een gewetenloze estheet.

Wanneer de binding aan het object te sterk wordt ontstaan jaloerse fantasieën en angsttoestanden. In ernstige gevallen ontwikkelen zich fobieën en dwangsymptomen.

Positief:

bewuste morele ongedwongenheid, die, vanuit het standpunt van het rationele oordeel, blindelings alles wat er gebeurt accepteert.

 

Negatief:

noemt verstand spitsvondigheid en haarkloverij, moraal leeg gemoraliseer en banaal farizeïsme, religie is absurd bijgeloof etc.

Komt hij in een neurose terecht dan is het moeilijk om hem op rationele wijze te behandelen en is er vaak emotionele pressie nodig om hem van iets bewust te maken.

 

Is overwegend mannelijk

 

 

intuïtie

Intuïtie richt zich op object en tracht de mogelijkheden besloten in het object te ontdekken.

 

Zoekt voortdurend nieuwe uitwegen en mogelijkheden. Oude vertrouwde wegen worden snel knellend

 

Objecten krijgen korte tijd een overdreven waarde tot ze hun dienst als brug of opstapje hebben vervuld en als lastig worden afgedaan.

 

Sterke afhankelijkheid van uiterlijke situaties.

 

Voelt zich niet thuis in stabiele en gefundeerde situatie maar zoekt steeds iets nieuws en nieuwe mogelijkheden in een volgend object

 

Zolang iets ‘nieuw’ is kan hij/zij aan niets anders denken en is gaat er een bijna fatale macht uit van het object. Wanneer dit uitgeput is wordt het object als gevangenis ervaren en verlaten.

 

Heeft noch een intellectuele noch gevoelsmatige moraal doch een eigen moraal waardoor consideratie met anderen zeer gering is.

 

Geen respect voor eigen fysiek welzijn, noch voor dat van anderen, noch voor overtuigingen en levensgewoonten van zijn omgeving

Komt over als een amorele en gewetensloze avonturier. Zakenmensen, ondernemers, politici, behoren vaak tot dit type.

Vrouwen van dit type verstaan de kunst om sociale mogelijkheden te gebruiken.

 

Indien niet te zelfzuchtig kan dit type een echte vernieuwer zijn.

 

Onderdrukt: verstand en gevoel. Is niet vatbaar voor de rede die argumenteert voor een veilige stabiliteit.

 

Positief:

Indien hij meer gericht is op mensen dan op voorwerpen, kan hij zijn medemensen bezielen en enthousiast maken voor de goede zaak. Kan hun onvermoede vermogens aanspreken en tot leven wekken

 

Negatief:

versnippert zijn eigen leven omdat niets voleindigd wordt. Hij blijft hierdoor met lege handen achter.

In extreme vorm loopt dit type gevaar op een dwangmatige binding aan een volkomen ongeschikt object, die meestal uitzichtloos is, op fobieën en absurde lichamelijke gewaarwordingen

 

Dwangsymptomen zijn karakteristiek voor dit type.

 

 

 

Relaties tussen rationeel en irrationeel

 

Het irrationele type begrijpt niets van de indruk die de rationele mens op hèm maakt: hij ziet deze slechts als iemand die maar half leeft, als een mens wiens enige le­vensdoel is, al het levende te binden met de ketenen van het verstand, en het te verstikken met oordelen. Dit zijn natuurlijk krasse uitersten, maar ze bestaan wel. Dit is een feit dat voor een rationeel type nauwelijks begrijpelijk is; de ondenkbaar­heid hiervan wordt alleen nog geëvenaard door de verbazing van een irratio­neel mens, die heeft ontdekt dat iemand rationele ideeën hoger kan stellen dan het levende en werkelijk bestaande. Zoiets vindt hij nauwelijks geloof­waardig. Gewoonlijk is het hopeloos om hem ook maar iets principieels in deze richting te willen voorschotelen, want een rationeel begrip is voor hem net zo onbekend en zelfs weerzinwekkend, als het bijvoorbeeld voor een rati­oneel mens ondenkbaar lijkt een contract aan te gaan zonder wederzijdse toezeggingen en verplichtingen.

 

Dit punt brengt me op het probleem van de psychische relatie tussen de re­presentanten van de verschillende typen. Wan­neer de objectieve situaties toevallig precies overeenstemmen, komt er iets als een menselijke relatie tot stand, maar niemand weet welke geldigheid of duur deze relatie bezit. Het is voor een rationeel mens een vaak echt pijnlijke gedachte dat een relatie precies zo lang duurt als de uiterlijke omstandighe­den toevalligerwijs iets gemeenschappelijks bezitten. Dit lijkt hen niet erg menselijk, terwijl de irrationele mens juist hierin iets bijzonder mooi mense­lijks ziet. Het resultaat is dat de een de ander als onverschillig beschouwt, als iemand op wie je niet kunt vertrouwen en met wie je nooit echt goed kunt opschieten.

 

De psychologische relatie in de extraverte instelling wordt altijd beheerst door objectieve factoren, door uiterlijke voorwaarden. Datgene wat iemand innerlijk is, is nooit van doorslaggevend belang. In onze huidige cultuur geeft de extraverte instelling bij het probleem van de menselijke relaties in principe de toon aan; het introverte principe komt natuurlijk ook voor, maar geldt als uitzondering, en moet een beroep doen op de tolerantie van de me­demensen.

INTROVERT

Wanneer de oriëntering zich niet overwegend op het object en op het objectief gegevene richt, maar op subjectieve factoren, spreken we van een introverte instelling.

 

De introvert plaatst, tussen het object van zijn waarneming en zijn eigen handelen, een subjectieve mening, die verhindert dat zijn handelen een karakter krijgt dat overeenkomt met het objectief gegevene.

 

Het introverte bewustzijn kijkt weliswaar naar de uiterlijke omstandigheden, maar kiest de subjectieve determinanten als doorslaggevend. Dit type richt zijn aandacht naar die factor van waarnemen en kennen, die beantwoord aan zijn subjectieve aanleg. Terwijl het extraverte type zich overwegend beroept op wat het object uitstraalt, steunt de introvert hoofdzakelijk op datgene wat in het subject (de waarnemer) geconstelleerd wordt door de uiterlijke indruk.

 

Zijn instelling is echter wel gebaseerd op een algemeen aanwezige, uiterst reële en absoluut onmisbare voorwaarde van de psychologische aanpassing.

De introverte instelling richt zich, in het normale geval, naar de psychische structuur die in principe door erfelijkheid gegeven is, en die een grootheid betekent die tot het subject behoort. Het gaat om de psychische structuur van het subject, nog voor zich een ik ontwikkelt, namelijk het ‘zelf’ dat veel en veel omvangrijker is dan het ‘ik’ omdat het ook het onbewuste omvat.

 

Het is echter voor de introvert een veelbetekenende eigenaardigheid dat hij, in navolging van zijn eigen neiging, het ik met het zelf verwart, en dit ik tot subject van het psychische proces verheft.

 

Gevaar: Een overdreven ontwikkeling van het bewuste introverte standpunt leidt tot een kunstmatige subjectivering van het bewustzijn.

Een introvert mens vindt het onbegrijpelijk dat een object altijd doorslaggevend moet zijn. Hij bedient zich meestal van een besliste en generaliserende wijze van uitdrukken die de schijn verwekt alsof hij elke andere mening van tevoren uitsluit. Bovendien is alleen al de zekerheid en starheid van het subjectieve oordeel, waaraan al het objectief gegevene reeds a priori is ondergeschikt, voldoende om de indruk van een sterke egocentriciteit te wekken. Is de introvert enigszins neurotisch, dan betekent dat een min of meer volledige onbewuste identiteit van het ik met het zelf; de betekenis van het zelf wordt tot nul gereduceerd, het ik daarentegen mateloos opgeblazen waaruit een heel onvolwassen egocentriciteit voortvloeit.

INTROVERT/RATIONEEL

 

De twee volgende typen zijn rationeel, aangezien ze zich baseren op ver­standelijk oordelende functies. Het verstandelijke oordeel baseert zich niet uitsluitend op het objectief gegeven, maar ook op het subjectieve. Het do­mineren van een factor, bepaald door een psychische dispositie die vaak al sinds de vroege jeugd bestaat, veroorzaakt echter een overeenkomstige verte­kening van het verstand.

 

Een rationeel type bezit altijd een typerende variant van ratio­naliteit. Zo hebben de introverte rationele typen ongetwijfeld een verstandig oordeel, maar dit oordeel richt zich alleen meer naar de subjectieve factor. De superieure waarde van de subjectieve factor in vergelijking met de objectieve factor is van het begin af aan iets vanzelfsprekends. Het gaat daarbij, zoals gezegd, geens­zins om een waarde die wordt toegekend, maar om een natuurlijke aanleg, nog voordat er sprake is van een rationele waardering.

 

Daarom lijkt voor de introvert het rationele oordeel noodzakelijkerwijs een andere nuance te heb­ben dan voor de extravert. Om een algemeen geval te noemen: voor de intro­vert lijkt de keten van oorzaak en gevolg, die naar de subjectieve factor terug­leidt, iets verstandiger dan de keten die naar de objecten leidt. Dit verschil, in het afzonderlijke geval gering en bijna onmerkbaar, heeft in het grotere ge­heel onoverbrugbare tegenstellingen tot gevolg.

 

Een kardinale vergissing die hierbij gewoonlijk wordt gemaakt, is dat men probeert een fout in de conclusies aan te tonen, in plaats van het ver­schil in de psychologische premisse te erkennen. Een dergelijke erkenning is voor een rationeel type een moeilijke zaak, want ze ondergraaft de ogen­schijnlijk absolute geldigheid van zijn eigen principe, en levert hem aan diens antithese uit. Voor hem betekent dat een catastrofe.

Bijna nog meer dan het extraverte type is de introvert het slachtoffer van dit misverstand; niet omdat de extravert als tegenstander onbarmhartiger of kri­tischer zou zijn dan hijzelf, maar omdat de stijl van de tijd waarin hij leeft te­gen hem is. Niet ten opzichte van de extravert, maar ten opzichte van onze al­gemene westerse levensbeschouwing bevindt hij zich in de minderheid, wel­iswaar niet getalsmatig maar volgens zijn gevoel.

Aangezien hij met overtui­ging meedoet met de algemene stijl, ondergraaft hij zijn eigen fundamen­ten. De huidige stijl, die vrijwel uitsluitend het zichtbare en het tastbare er­kent, gaat immers tegen zijn principe in. Hij moet de subjectieve factor van­wege de onzichtbaarheid ervan devalueren en zichzelf ertoe dwingen mee te doen met de extraverte overwaardering van het object De onderschatting van het eigen principe maakt de in­trovert egoïstisch en dringt hem de psychologie van de onderdrukte op.

Hoe egoïstischer hij wordt, des te meer lijkt het hem ook alsof de anderen, die zich ogenschijnlijk zonder meer aan de hedendaagse stijl kunnen aanpassen, de onderdrukkers zijn, tegen wie hij zich moet beschermen en verweren. Hij ziet meestal niet dat hij hier juist zelf de allergrootste fout maakt, door niet even trouw en toegewijd te zijn aan de subjectieve factor als de extravert dat is ten opzichte van het object.

 

INTROVERT/IRRATIONEEL

 

 

De twee onderstaand beschreven typen zijn bijna ontoegankelijk voor een uiterlij­ke beoordeling. Aangezien hun voornaamste activiteit naar binnen is gericht, zien we van buitenaf niets anders dan terughoudend­heid, verborgenheid, gebrek aan deelneming, onzekerheid of een andere schijnbaar ongefundeerde verlegenheid.

Wanneer er iets geuit wordt, zijn dat meestal indirecte manifestaties van de minderwaardige en relatief onbe­wuste functies. Dit soort uitingen wekt natuurlijk bij de omgeving een voor­oordeel ten opzichte van dit type. Daarom worden ze meestal onderschat of op z'n minst niet begrepen.

 

 In de mate waarin deze typen zichzelf niet be­grijpen - omdat ze nu eenmaal vrijwel niet oordelen - kunnen ze ook niet begrijpen waarom ze voortdurend door anderen onderschat worden. Ze zien namelijk niet in dat hun prestatie naar buiten toe ook inderdaad van minder­waardige kwaliteit is. Hun blik is in de ban van de rijkdom van de subjectieve beleving.

 

Wat hen innerlijk overkomt, is dermate boeiend en heeft zo' n on­uitputtelijke bekoring, dat ze eenvoudigweg niet merken dat wat ze hiervan aan hun omgeving meedelen, gewoonlijk zeer weinig bevat van wat ze inner­lijk ervaren hebben.

 

Het fragmentarische en meestal slechts kortstondige ka­rakter van hun mededelingen stelt te hoge eisen aan het begrip en de bereid­willigheid van de omgeving; bovendien ontbreekt aan hun mededelingen de overtuigende persoonlijke warmte.

 

Deze typen vertonen heel vaak een bars, afwijzend gedrag naar buiten toe, hoewel ze zich hiervan volstrekt niet bewust zijn, en het ook niet hun bedoeling is. Men zou deze mensen recht­vaardiger beoordelen en met meer begrip behandelen, wanneer men zou be­seffen hoe moeilijk datgene wat innerlijk geschouwd wordt in begrijpelijke woorden vertaald kan worden.

 

Dit begrip mag overigens niet zover gaan, dat men helemaal geen mededelingen verwacht. Dat zou voor dit soort mensen alleen maar zeer schadelijk zijn. Het noodlot zelf bereidt hen, wellicht nog vaker dan andere mensen, in de buitenwereld overweldigende moeilijkhe­den, die de roes van het innerlijke visioen kunnen ontnuchteren. Maar er is vaak grote nood nodig om hen eindelijk eens mededelingen te ontlokken.

 

Vanuit een extravert en rationalistisch standpunt beschouwd zijn deze typen vermoedelijk de minst nuttige van alle mensen. Maar gezien vanuit een ho­ger standpunt zijn ze de levende getuigen van het feit dat deze rijke en veel­bewogen wereld met haar overvloedig en bedwelmend leven niet alleen bui­ten, maar ook binnen is.

 

 Deze typen zijn inderdaad eenzijdige specimen van de natuur, maar ze zijn leerzaam voor diegenen, die zich niet door de kortstondige modieuze mentaliteit laten verblinden. Mensen met deze in­stelling helpen de cultuur vooruit, en zijn op hun manier pedagogen. Van hun leven kan meer geleerd worden dan van hun woorden.

 

 Uit hun leven, en niet in het minst juist uit hun grootste fouten - het feit dat ze zich niet kun­nen uiten - kunnen we één van de grootste vergissingen van onze cultuur begrijpen, namelijk het bijgeloof over uitspraken en beschrijvingen, de mateloze overschatting van het onderwijzen via woorden en methoden. Een kind laat zich inderdaad imponeren door grote woorden van zijn ouders, en er wordt kennelijk zelfs gemeend dat het daardoor wordt opgevoed.

 

 In wer­kelijkheid wordt het kind opgevoed door datgene wat de ouders hem voorleven. Wat ze hieraan nog toevoegen in woorden, brengt hem hooguit in ver­warring. Hetzelfde geldt voor de leraar. Of de­monstreert het leven van zijn godsdienstleraar hem soms het geluk dat af­straalt van de rijkdom van het innerlijk schouwen?

 

Zeker, de irrationele in­troverte typen zijn geen volmaakte leraren: het ontbreekt hen aan de rede en aan de ethiek van de rede. Maar hun leven leert de andere mogelijkheid: het innerlijke leven, waaraan het onze cultuur zo pijnlijk ontbreekt.

denken

voelen

gewaarworden

intuïtie

Hij oriënteert zich op een subjectieve factor en die bepaalt het oordeel

 

Leidt vanuit de concrete ervaring niet terug naar het object, maar naar de subjectieve inhoud

 

Uiterlijke omstandigheden en feiten zijn niet de oorsprong noch het doel van het denken. Het begint bij het subject en leidt terug naar het subject

 

Feiten worden slechts verzameld als bewijzen, maar niet omwille van zichzelf

 

Heeft veel creatieve kracht en schept ideeën die niet in de uiterlijke feiten liggen.  Zijn taak is voltooid wanneer het voortgebrachte idee uit de feiten lijkt te volgen

 

Er worden beelden geschapen die, over het algemeen, niets meer van de uiterlijke werkelijkheid uitdrukken, maar die ‘slechts’ nog symbolen van het zondermeer onkenbare uitdrukken

 

Hij volgt zijn ideeën: niet naar buiten maar naar binnen toe. Hij streeft naar verdieping en niet naar verbreding. Roept op zijn eigen werkterrein soms hevige tegenspraak op.

 

Het denken is mystiek en vervluchtigd tot een weergave van het onvoorstelbare. Verarming aan objectieve feiten wordt gecompenseerd door onbewuste feiten

 

Hij is zwijgzaam of valt in handen van mensen die hem niet begrijpen. Wordt snel het slachtoffer van lichtgelovige overschatting. Hij valt bij voorkeur in handen van eerzuchtige vrouwen of ontwikkelt zich tot een misantropische vrijgezel met een kinderlijk hart.

 

Heeft weinig mededogen voor mensen die zijn idee niet volgen en kan moeilijk accepteren dat iets wat voor hem duidelijk is, dat voor anderen niet is.

 

Heeft een negatieve relatie met het object, ook wanneer dat een mens is, die gekarakteriseerd wordt door onverschilligheid tot een afwijzende houding.

 

Positief:

heeft een groot doorzettingsvermogen om zijn subjectieve waarheid of idee te bewijzen. Heeft aan zichzelf genoeg en oefent geen druk uit om zich aan anderen te bewijzen; geeft hen integendeel de indruk volstrekt niet van belang te zijn.

Alleen doet hij zich geen moeite mee om de idee ook daadwerkelijk uit te werken want hij is zich niet bewust van de objectieve waarde ervan.

 

Negatief:

heeft een gevaarlijke neiging om de feiten in de vorm van zijn beeld te dwingen of ze zelfs te negeren, zodat zijn fantasiebeeld vrij spel krijgt. De idee vindt dan zijn oorsprong in archaïsche beelden en vertoont mythologische trekken

 

Overwegend mannelijk. In brede kring gezien als autoritair, bars, meedogenloos. Wie hem beter kent waardeert zijn intimiteit.

 

 

 

Wordt hoofdzakelijk gedetermineerd door de subjectieve factor.

 

Het voelen onderwerpt zich hoofdzakelijk aan subjectieve voorwerpen en houdt zich slechts zijdelings met het object bezig waardoor het veel minder, en vaak verkeerd begrepen, naar voren treedt.

 

Het introverte gevoel probeert niet zichzelf aan het objectieve aan te passen, maar zich superieur te maken. Het stapt schijnbaar achteloos over de objecten heen, die nooit bij zijn doel passen.

 

Daar gevoelens moeilijker begrijpelijk kunnen uitgedrukt worden dan gedachten, vereist het subjectieve gevoel een buitengewoon taalkundig of artistiek uitdrukkingsvermogen om de rijkdom ervan bij benadering aan de wereld te presenteren.

 

Wordt het introverte gevoel door een egocentrische houding verwrongen, dan wordt het onsympathiek omdat het zich dan hoofdzakelijk alleen nog met het eigen ik bezighoudt en de indruk wekt van sentimentele eigenliefde en van zich interessant voordoen.

 

Het egocentrisch voelen verdiept zich in een inhoudsloze hartstocht, omwille van zichzelf: deze fase is mystiek-extatisch. Het bevrijdt zich steeds meer van de relatie met het object en schept een subjectieve vrijheid van handelen en van geweten, dat zich soms van elke traditie losmaakt.

 

Naar buiten toe: harmonisch onopvallend, aangename rust, sympathieke reacties … maar indien meer uitgesproken: wekt een licht vermoeden van onachtzaamheid en koelheid tot onverschilligheid voor het wel en wee van anderen. Ware motieven blijven verborgen.

 

De gevoelsbeweging keert zich af van het object. Wezenlijke emoties van het object worden niet beantwoord, maar gedempt en afgeweerd, of afgekoeld door een negatief gevoelsoordeel.

 

Neemt een ander gevoelig mens gemakkelijk de wind uit de zeilen door een vage trek van superioriteit en kritiek. Emoties worden met moordende kilte afgewezen, tenzij zijn eigen onbewuste erdoor geraakt wordt.

De gevoelsrelatie tot het object wordt echter zoveel mogelijk in een veilige, neutrale positie gehouden, onder een hardnekkig taboe op hartstocht.

 

De gevoelens zijn niet extensief, maar intensief. Ze ontwikkelen zich in de diepte. Gevoelens van medelijden uiten zich niet in daden maar sluiten zich af voor elke uitdrukking. Het medelijden van dit type voelt voor anderen aan als koud omdat het niets zichtbaars doet.

 

Het gevoel wordt uitgedrukt in een verborgen en voor profane ogen angstig behoede religiositeit of in een evengoed behoede poëtische vorm, met de verborgen ambitie om zo een superieur aanzien bij het object te verwerven.

 

Positief:

vertoont, in normale vorm, niet de neiging om anderen te domineren of te onderdrukken. Toch wordt dit type vaak ervaren als drukkend of verstikkend en zijn omgeving inde ban houdend. Zo verkrijgt een vrouw van dit type een zekere geheimzinnige macht over een extravert type man, omdat ze zijn onbewuste raakt

 

Negatief:

wanneer het onbewuste subject met het ik wordt geïdentificeerd, verandert de geheimzinnige macht in een banale en aanmatigende heerszucht, in ijdelheid en tirannieke dwang. Dan ontstaat het type vrouw dat vanwege haar gewetenloze eerzucht en haar valse wreedheid berucht is. Deze wending leidt tot neurose: Het bewustzijn begint te voelen ‘wat de anderen denken’: dit zijn dan natuurlijk gemene dingen, boze plannen, samenzweringen, intrigeren etc. Het subject gaat dan, om dit te voorkomen, zelf preventief intrigeren en verdacht maken, uithoren en combineren. Zelfs de eigen deugden worden dan misbruikt als troef. Een dergelijke ontwikkeling leidt tot uitputting.

 

Wordt hoofdzakelijk bij vrouwen aangetroffen. Meestal stil, moeilijk toegankelijk, onbegrijpelijk en verborgen achter een kinderlijk en banaal masker.

 

 

Het gewaarworden bezit hier een subjectieve factor, want naast het object dat ervaren wordt, staat een subject dat ervaart en aan de prikkel een subjectieve betekenis toevoegt.

 

Het gewaarworden van de introvert is hoofdzakelijk gebaseerd op het subjectieve aandeel van de waarneming.

Er is een subjectieve dispositie, die de waarneming van bij het begin verandert.

 

De invloed van het object is gereduceerd tot het niveau van een aanleiding. Er is dan wel een echte zintuiglijke waarneming, maar de objecten dringen niet echt door tot het subject, waardoor het lijkt of het subject heel andere dingen ziet dan de andere mensen. Hij houdt zich alleen bezig met de subjectieve waarneming die door het object is ontketend.

 

Het introverte gewaarworden registreert eerder de achtergronden van de fysieke wereld dan haar oppervlakte. Het produceert een beeld, dat niet zozeer het object reproduceert, maar dat het object bekleedt met de neerslag van oeroude en toekomstige subjectieve ervaring. De zintuiglijke indruk wordt uitgebreid tot een wereld van vermoedens.

 

Het gaat hier om een irrationeel type, aangezien zijn keuze uit wat er bestaat niet overwegend wordt geleid door rationele oordelen, maar wel door de intensiteit van het subjectieve aandeel van de gewaarwording.

Als er een gave en neiging tot uitdrukken bestaan - zoals vaak bij kunstenaars het geval is - evenredig met de sterkte van de gewaarwording, zien we duidelijk de irrationaliteit van dit type.

 

Een moeizame manier van uitdrukken is typerend voor dit type. Hij valt meestal op door rust of passiviteit of een vorm van rationele zelfbeheersing. Deze trekken vloeien echter voort uit zijn gebrek aan betrokkenheid bij de dingen en hij misleidt op die manier het oppervlakkige oordeel van zijn medemensen.

 

Van buitenaf lijkt de invloed van de objectieve prikkel niet tot het subject door te dringen. Dat komt omdat een subjectieve inhoud uit het onbewuste tussenbeide komt en de invloed van het object onderschept. Men krijgt de indruk dat het subject zich direct beschermt tegen elke invloed van het object.

 

Wanneer de macht van het onbewuste iets te sterk is wordt de invloed van het object bijna geheel afgeschermd. Dit geeft het object – indien een mens – het gevoel van een volledige devaluatie en afwijzing, terwijl het subject een illusionaire opvatting van de werkelijkheid krijgt.

 

In ziekelijke gevallen leidt dit tot geen onderscheid meer kunnen maken tussen het werkelijke object en de subjectieve waarneming. Dan wordt het object psychotisch en gaat ertoe gebracht te handelen volgens zijn onbewuste aanleg.

 

Dit type heeft op zijn omgeving een drukkend effect, aangezien hij er alles aan doet om de invloed van objecten binnen de perken te houden door bv  het hogere naar beneden te halen, enthousiasme te temperen, het ‘ongewone’ tot juist te formuleren etc.

Hij wordt ook gemakkelijk slachtoffer van agressiviteit en heerszucht van anderen en laat zich gemakkelijk misbruiken waarop de wraak volgt door een verdubbelde weerstand en koppigheid op een ongeschikt moment.

 

Dit type is uiterst moeilijk toegankelijk voor een objectief begrip, zoals het ook meestal voor zichzelf vol onbegrip staat.

Gewoonlijk berust dit type in zijn isolement en in de banaliteit van de werkelijkheid.

Hij beweegt zich in een mythologische wereld. Hij is zich hiervan overigens niet bewust.

 

Positief:

In enigszins normale vorm kan dit type zeer scheppend, vernieuwend en creatief zijn omdat hij subjectieve waarden toevoegt aan objectieve waarnemingen. Beeldende kunstenaars die tot dit type behoren brengen zeer unieke en verbazingwekkende kunstwerken tot stand.

 

Negatief:

Dit type ziet achter de objectieve werkelijkheid alle dubieuze, duistere en smoezelige achtergronden. Treedt het onbewuste in sterke mate tegenover het bewustzijn van dit type, dan komen allerlei duistere beelden aan de oppervlakte die een verderfelijke activiteit ontplooien. Ze dringen zich dwangmatig aan het individu op en veroorzaken weerzinwekkende dwangvoorstellingen over objecten. De neurose die hieruit ontstaat is een dwangneurose, waarbij de hysterische trekken achter uitputtingsverschijnselen verdwijnen.

 

De intuïtie in de introverte instelling richt zich op innerlijke objecten, namelijk op de elementen van het onbewuste.

 

De innerlijke objecten verschijnen bij de intuïtieve waarneming als subjectieve beelden van dingen die niet in de uiterlijke werkelijkheid ervaren kunnen worden. Ze vormen de inhouden van het onbewuste, in laatste instantie van het collectieve onbewuste.

 

De intuïtie bezit een subjectieve factor die bij de extravert zoveel mogelijk onderdrukt wordt, maar die bij de introvert een doorslaggevende grootheid wordt.

 

De introverte intuïtie neemt alle achtergrondprocessen van het bewustzijn waar met vrijwel dezelfde duidelijkheid als de extraverte de uiterlijke objecten waarneemt. Voor de intuïtie krijgen de onbewuste beelden daarom de waardigheid van dingen of objecten maar neemt geen notitie van de mogelijke invloed ervan op het stoffelijke lichaam.

 

De introvert gaat van beeld naar beeld, op jacht naar alle mogelijkheden van het creatieve onbewuste, zonder de verschijnende beelden met zichzelf in verband te brengen. Op die manier verdwijnt voor de intuïtieve introvert het bewustzijn van zijn lichamelijke bestaan of van het effect daarvan op anderen

 

Omdat deze beelden echter mogelijkheden betekenen van nieuwe opvattingen is deze functie, die voor de uiterlijke wereld de allervreemdste van allemaal is, toch onmisbaar in de totale psychische huishouding.

 

Zonder dit type waren er nooit profeten geweest.

De intuïtieve introvert vangt de beelden op die afkomstig zijn van de overgeërfde fundamenten van de onbewuste geest. In deze archetypen zijn alle ervaringen vertegenwoordigd die sinds de oertijd op onze planeet zijn voorgekomen.

 

De introverte intuïtie levert door de waarneming van innerlijke processen bepaalde feiten op, die van uitzonderlijk belang kunnen zijn voor het begrijpen van het algemene gebeuren. Ze kan zelfs nieuwe mogelijkheden op een min of meer heldere wijze voorzien. Haar profetische blik is te verklaren uit haar relatie met de archetypen, die het wetmatige verloop van alle ervaarbare dingen uitbeelden.

 

Uit de karakteristieke aard van dit type vloeit ook, wanneer ze dominant is, een karakteristiek type voort: de mystieke dromer en ziener enerzijds; de fantast en kunstenaar anderzijds.

 

De verdieping van de intuïtie heeft natuurlijk een vaak zeer sterke vervreemding van de directe werkelijkheid tot gevolg, zodat de intuïtieve introvert een compleet raadsel voor zijn omgeving wordt. Als kunstenaar verkondigt zijn kunst merkwaardige, buitenissige zaken. Is hij dit niet dan is hij vaak een miskend genie, een mislukt groot mens, een soort wijze domoor.

 

Een moreel probleem ontstaat wanneer de intuïtieve mens een relatie krijgt met zijn visioen, wanneer hij zich niet meer tevreden stelt met het zuivere schouwen, maar wanneer hij zich afvraagt: ‘Wat betekent dit voor mij en de wereld? Welke plicht of taak vloeit hieruit voort?’

 

Aangezien hij in belangrijke kwesties alleen uitgaat van zijn visioen, wordt zijn morele poging eenzijdig. Hij vernadert zichzelf en zijn leven in symboliek, weliswaar aangepast aan de innerlijke en eeuwige zin van het gebeuren, maar onaangepast aan de huidige feitelijke werkelijkheid.

 

Daarmee berooft hij zichzelf van elke invloed op deze werkelijkheid, want hij blijft onbegrijpelijk. Zijn taal is niet de taal die iedereen spreekt. Zijn argumenten missen de overtuigingskracht van de rede. Hij kan slechts bekennen en verkondigen. Hij is een roepende in de woestijn.

 

Treedt door geforceerde overdrijving van de bewuste instelling een volledige ondergeschiktheid aan de innerlijke waarneming op, dan komt het onbewuste in opstand. Er ontstaan dwangmatige gewaarwordingen met een overdreven gebondenheid aan een object, die tegen de bewuste instelling ingaan.

 

 De neurosevorm is de dwangneurose, met als symptomen hypochondrische verschijnselen, overgevoeligheid van de zintuiglijke organen en dwangmatige bindingen aan bepaalde personen of andere objecten.

Bron: C. G. Jung - Verzameld werk deel 1 - Psychologie en praktijk.

 

 

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

Top 100 NL