BDE's van vrienden II

 Zonnestraaltje - Milo - Koos - aanvulling Koos 27/12/2007 - Aanvulling Zonnestraaltje (Phemia) 29/10/2010 -

 

 Het verhaal van Milo 

Volgend verhaal kreeg ik vanwege Milo die als kind van 8 jaar oud al een BDE kreeg en daarover gedurende 21 jaar niet heeft gesproken.

Een getuigenis van Milo.

  

Ik zou heel graag mijn verhaal willen delen met andere mensen die als kind een BDE kregen, mensen, die het ook lang ontkend hebben en het moeilijk hebben gehad na de ervaring, omdat het moeilijk te bevatten is en een gevecht om uit te vinden: ‘Hoe vertel ik dit aan iemand, die mij gelooft en mijn ervaring serieus neemt? Ik heb er 20 jaar overgedaan om deze ervaring bij mezelf te erkennen.

 

Ik heb een BDE gehad op mijn achtste jaar in 1984, doordat ik in coma ben geraakt. Ik ben één van de jongste nierpatiënten, hier in Nederland, die het overleefd heeft en een experiment ben geweest voor de medische wereld. Dit lot is op mijn tweede jaar toegeslagen voor mijn groeiproces. Ik heb inmiddels een heel medische dossier achter de rug. Er komen nu steeds meer kinderen bij met nierproblemen. Ik heb de allereerste klappen opgevangen, omdat er toen nog maar weinig ervaring met dit soort kinderen was. Ik ben een koploper van de achtereenvolgende kinderen met dit probleem. Ik begeleid ze door het leven heen.

Ik heb die opdracht gekregen en ook de kracht ervoor om dit te voltooien. Een zware opdracht.

 

Ik ben nu 29 jaar, kalenderleeftijd, maar doordat ik op allerlei diëten heb gestaan is mijn lichamelijke/geestelijke groei achtergebleven. Maar nu, sinds ik de BDE heb erkend, ervaar ik in mezelf een flinke groeispurt  op geestelijke/zielsvlak, zodat ik mezelf amper bij kan houden.

 

Ik heb veel verdriet, als ik terugkijk op mijn jeugd, omdat ik grootste gedeelte in het ziekenhuis heb doorgebracht en niet de leuke dingen van het kind zijn heb kunnen doormaken, maar goed, ik weet nu dat ik een oude ziel heb en dit dus bij mijn zielsgroei hoort. Momenteel heb ik nog veel bevestiging nodig, omdat ik nog niet 100% op mijn eigen geest en lichaam kan vertrouwen door de ondervoeding, omdat ik aan het herstellen ben van mijn zware opdracht in mijn jeugd waardoor ik al jong geconfronteerd werd met het leven. Ik ga nu mijn jeugd in. Ik heb de oude dom in mijn kinderjaren opgedaan bepaalde bewustzijn waar men vaak op latere leeftijd bewust van wordt. Ik heb nu kennis waar het leven omdraait en dat is om mensenlevens. Een mensenleven is kostbaar/waardevol en onbetaalbaar bezit wat niet in geld uit te drukken is. Het materiele zaken boeit mij niet! Het is leuk om het te hebben, maar het is onvervangbaar van een mensenleven. Het materiele zaken is niet mee te nemen na onze stoffelijke dood alleen de kennis wat jij&ik hebt/heb opgedaan in jouw&mijn leven en is opgeslagen in jouw&mijn ziel, wie

ik& jij  als persoon ben/bent geworden dat vormt jouw&mijn persoonlijkheid!

 

Sinds ik de BDE heb erkend na al die jaren van ontkenning, ontplooit zich iets in mij en ik vind dat ook best moeilijk, omdat ik het met heel weinig mensen kan delen.

Mensen verklaren mij voor gek of blijven bij mij uit de buurt, mensen vinden dat ik vaak negatief reageer, maar onbewust krijg ik hun energie door en daarvan word ik me nu bewust, dat ik de pijn aanvoel van de ander. En ik heb dit altijd als persoonlijk aangetrokken en dus vastgehouden wat mij heeft doen blokkeren.

 

Steeds meer ontplooit zich in mij een hooggevoeligheid en helderziendheid dit zijn kennermerken, die een BDE meekrijgt na zo’n ervaring.

Op momenten dat ik mezelf goed voel, omdat ik zelf nog niet helemaal genezen ben van de nierdialyse, dan zie ik bij de ander de aura's. Het menselijke lichaam valt weg en zie ik alleen de ziel en geest de energiebanen rondom het lichaam, die niet zichtbaar zijn waar de blokkades zitten. Doordat ik zo hooggevoelig ben voel ik me behoorlijk geïsoleerd, omdat ik zoveel binnen krijg van alle mensen daar moet ik leren mee om te gaan om me af te schermen anders gaat het ten koste van mezelf wat in de jongere jaren is gebeurd, dat ik het nog niet kon relativeren toen ik nog kind was waar de pijn/verdriet vandaan kwam. Doordat ik een gevoelsmens ben trok ik me die pijn/verdriet aan van de ander. Dit heeft mij al heel jong doen blokkeren en op de zwakke plek gaan zitten bij mijn nieren. En nu is het nog zoeken van waar de pijnlijke energie vandaan komt van welk persoon. Door de ervaring weet ik nu, dat dit heeft moeten gebeuren zoals ik al eerder zei, dat er steeds meer kinderen bijkomen met dit probleem. In de jaren 70 was er nog weinig bekend/ervaring met dit soort kinderen. Nu is het een lopende bandwerk geworden. De medische wereld kan de druk hierdoor niet meer aan. Door de nieuwe Wet orgaandonatie, die niet wordt gewijzigd, is het probleem alleen maar groter geworden door de lange wachtlijst om in aanmerking te komen voor een donororgaan. 

 

In mijn BDE ben ik echt letterlijk uit mijn lichaam geweest en heb een reis gemaakt in de tijd (toekomst)

 Nu zie ik dingen en maak ik dingen mee, die ik 21 jaar geleden al gezien heb.

Dat vind ik zo onwerkelijk, gewoon moeilijk te bevatten.

Ik ben begeleid door mijn overleden opa, die mij alles heeft verteld over het leven en waar het leven nu en in de toekomst naar toegaat en dat mensen eerst een enorme negatieve spiraal naar beneden gaan maken en dat er veel slachtoffers gaan vallen. Mensen die niet willen luisteren naar hun innerlijk worden van de aarde weggehaald, die zijn er nog niet klaar voor om deze bewustzijngraad aan te gaan met zichzelf in hun innerlijk. We gaan naar een andere tijdperk toe, dat gaat gepaard met bewustzijn verschuivingen. Veel mensen zullen hiermee problemen meekrijgen, omdat men het moeilijk vindt het oude bewustzijn van het materialisme in onze samenleving wat de overhand heeft los te laten. De overgangsgraad van bewustzijn in de mens is in volle gang om wakker te willen worden, maar door onze Ego wordt het nog niet helemaal gehoord, het willen horen dit wordt niet herkent/erkent als normaal gevonden en wordt weggedrukt met nare gevolgen van dien, dat gaat gepaard met ziekte. Doordat de levensenergie niet op de natuurlijke manier kan stromen, omdat de bewustzijngraad wordt tegengehouden voor onze geestelijke evolutiegroei om vervolgens na onze stoffelijke uittreding in één van de sferen in het hiernamaals te komen waar op dat moment onze bewustzijn begeeft. Leef je in licht, dan zal je in de lichtsferen terechtkomen. Leef je in het duister, dan zal je ook in het duistere sfeer terechtkomen en krijg je weer de kans om geïncarneerd te worden om hierop aarde de eerdere fouten goed te maken en om vervolgens om innerlijk in het licht te komen. Het licht zit in ons verscholen. En niet daarbuiten.

Ik heb de aarde van bovenaf gezien, alles waargenomen, gezweefd door de tijd en ruimte van het universum en kennis meegekregen die moeilijk te verwerken is in de ziel/geest. De mens zit in een emotionele obsessie geld. Steeds maar weer meer willen terwijl de rijkdom/schatkamer in onszelf leeft.

 

In mijn jeugd heb ik nauwelijks een vriendenkring kunnen opbouwen, want ik was altijd onderweg naar het ziekenhuis om mijn opdracht te volbrengen, namelijk de kinderdialyse op gang te zetten als experiment voor de medische wereld en de rest van de bevolking.  Ik heb me in het verleden erg eenzaam/alleen gevoeld en nu heb ik dat nog wel, omdat er weinig mensen zijn in mijn omgeving die hierin geloven of me serieus nemen en dus alleen de ziekte zien of het zo willen benoemen terwijl het positief werk is. Het begint me beetje op te breken, want ik wil ook onderling kunnen communiceren, in mijn eigen spirituele taal, met leeftijdgenoten van begin twintig tot 30 jaar.

 

Ik heb enorme krachten meegekregen om mensen te helpen om te helen, al ben ik nu eerst bezig met mijzelf te genezen, om mijn eigen nieren weer te laten functioneren.

Ik heb een belangrijke opdracht/boodschap voor de wet ‘orgaandonatie’, die nu centraal staat, omdat de donoren teruglopen. Ik mag bewijzen, dat men de kracht heeft om zichzelf te genezen, dat organen weer kunnen helen en functioneren. De ziel en lichaam heeft een zelfhelend vermogen, geneest de ziel, dan gaat het lichaam daarin mee.  Ik heb meegekregen, vanuit mijn BDE, dat de ziel onze "IK" maakt, onze persoonlijkheid, wie wij als mens zijn, en dat die ziel het lichaam bestuurt.

De wervelkolom zie ik als de stam van het leven, want wij als mens zijn immers deel van de natuur zelf.

Alles wat er zich in ons lichaam afspeelt, dat zie je terug in het dagelijks leven van de natuur.

 

Ik zit enorm te zoeken hoe ik met mijn hooggevoeligheid kan omgaan, want nergens staat geschreven dat ik die begaafdheid. Ik heb geen diploma meegekregen na die ervaring, maar ik ben ook een mens en maak ook  inschattingsfouten.

 

Ik zoek erg naar erkenning, maar langzamerhand geef ik die erkenning aan mezelf en kan ik zeggen: "Ik weet wel beter."

Dit zijn krachtige uitspraken naar jezelf toe. Maar soms is het ook wel fijn om erkenning te krijgen van een ander, dat ik wel hoogbegaafd ben al ziet men dat niet in één oogopslag. Dat moet groeien.

Het is een proces, ook naar mijzelf toe, om dit te erkennen bij mezelf.

Pas als er de erkenning is, kan de genezing plaatsvinden en kan ik langzamerhand de ander gaan helpen.

Het klinkt wel wat alsof  ik naast mijn schoenen loop om dit zo te benoemen, maar als iemand anders het niet doet, geef ik mijzelf het compliment maar.

 

Het zegt al heel wat, wat ik doorgemaakt heb, dat ik geestelijke kracht heb en dat dit al het vermogen is om in de kinderjaren onbewust met de geest te werken en dat ik nu er bewust van word waardoor ik hiermee aan de slag kan gaan om anderen te helpen.

 

Anderen zien "ziekte" als negatief, maar het is positief het is groei en dus ook intelligentie wat niet uit een studie boek te halen valt. De bewustzijnsgraad wordt erdoor bepaald. Het is zielig mensen blijven uit de buurt, omdat zij dit dus als negatief ervaren. Als ik over de dialyse praat, dan zijn mensen vaak niet meer geïnteresseerd, want het komt te dichtbij voor hen en daar willen ze niks van weten, dus ontkennen ze het. Door het te ontkennen vormt dit zelf een blokkade bij henzelf, zelf ontkenning. Mensen oordelen maar raak, uiteindelijk oordelen ze over zichzelf men weet niet waarover ze praten, omdat ze het zelf niet doormaken/doorvoelen. Ziekte valt niet uit de boom, dat heeft een oorzaak en gevolg waar we uit kunnen leren als we ervoor openstaan. Kinderen krijgen vaak een stempel op zich gedrukt, dat ze een achterstand hebben, maar kinderen die “ziekte” doormaken en dus groei is voor het kind zelf, maar ook voor de omgeving, familie, kennissen, school, werk etc., die hebben al een bepaalde bewustzijn waardoor ze dit kunnen dragen voor de groei voor

henzelf en voor anderen om zodoende elkaar te kunnen helpen voor bewustzijnsgroei. Kinderen die “ziekte” als groei doormaken, hebben een grote pijngrensgraad om zodoende de ander te kunnen helpen. De medische wetenschap artsen, chirurgen, verpleging etc., die groeien ook weer door de “patiënt” waardoor wat er eerder fout is gegaan bij een bepaald persoon/personen de ander er weer beter erdoor geholpen is.

 

Ik heb de taak op me genomen om dit zware positieve werk te doen om anderen te helpen met mijn geestelijke bewustzijn. Mensen zijn er vaak niet van gediend als je tegen ze zegt: "Dat kun je beter, maar niet doen zoals roken, alcohol drinken, te hard werken, want het is slecht voor de gezondheid." Mensen pakken dit als bemoeizucht op. ‘Waar bemoei je mee, het is mijn leven en ik doe wat ik met mijn leven wil doen. Daar heb ik geen toespraak voor nodig.’ Men pakt het dus zelf negatief op, al is het goed bedoeld.

We mogen best wel bezorgt zijn naar elkaar toe we zijn immers hier om elkaar te helpen en we zijn verantwoordelijk voor elkaar.

 

Voor mij is het best wel moeilijk om al van tevoren aan te zien wat er met die gene gaat gebeuren. Ik moet het laten gebeuren want dat is voor die persoon zijn/haar zielsgroei om dat door te maken. Want van fouten leren we en worden we sterker en dat is positief. We krijgen dingen op ons pad die we aankunnen en die bij onze zielsgroei hoort.

 

Ik zoek steun, want het is mooi wat er in mij gebeurt, maar ik ga me ook steeds meer realiseren wat dit gaat betekenen voor mijn medepatiënten en voor de medische wereld, dat ik de huidige visie hierop helemaal om kan gooien, want de medische wereld houdt zich nog steeds vast aan orgaantransplantatie, van een levende of van een donor.

Maar ik weet dat de mens uit cellen/weefsel bestaat. Elke cel heeft een functie, en allemaal werken ze samen. De mens  werkt dus eigenlijk samen met andere levende cellen net zoals wat er in ons eigen lichaam gebeurt. Het lichaam is één grote celmachine. Elke cel in ons lichaam heeft invloed op de ander en zo kan het lichaam functioneren/samenwerken. Dat zie je dus ook weer terug in het dagelijks leven. Elk persoon heeft invloed op de ander of ze dat nou willen of niet onbewust werkt dat toch door en om zo met elkaar te kunnen samenwerken voor de zielsgroei/bewustwording.  De cellen hebben geheugen. Ons denken beïnvloed ons celgeheugen. Dus door gedachtekracht kun je de cellen weer herprogrammeren. Net zoals bij een computer, die overvol raakt, waar bestanden worden gedelete om hem weer beter te laten draaien. Zo werkt het ook bij de mens, oude en onnuttige denkgewoontes moeten gedelete worden en weer hergeprogrammeerd om opnieuw fris en schoon te kunnen functioneren.

Als men een donororgaan ontvangt, dan krijgt die gene een stuk emotionele persoonlijkheid van donorgever, want in de orgaancellen daar bevinden zich de gedachtes van de persoon. Als de ontvanger de orgaan ontvangt, dan krijgt die gene een stukje persoonlijkheid van de ander in zijn/haar lichaam en dat is vreemd. Het afweersysteem reageert daarop en zal het afstoten, dat is niet van mij, weg ermee!. Je kunt dingen gaan doen die je anders nooit eerder deed. Je kunt erdoor verward raken, dit ben ik helemaal niet waardoor bepaalde strijd/frustratie met jezelf in de knoei komt te zitten.

 

Wie graag in contact wil komen met mij en hierin wat ziet en wil delen, neem dan contact met mij op.

E-mail: MiloHeerkens@casema.nl.

 

 Een uitgebreid verslag van mijn BDE.

 

Ik zit momenteel nog in de fase om het nog steeds te leren erkennen en een plaats te geven in mijn leven - al heb ik het wel al gedeeltelijk erkend -  nu heel langzaam de herinneringen vrijkomen van wat ik meegemaakt en gezien heb.

 

Het is een heel proces om dit toe te laten. Zo’n grote impact heeft zo'n ervaring.

Zelf zit ik ook nog in een proces van genezing waar veel energie in gaat zitten. Maar mijn eigen genezing staat nu nog altijd op de eerste plaats.

 

Wat ik nu weet en me kan herinneren, is dat ik uit mijn lichaam ben geweest.

Door een donker tunnel en op het eind een heel fel licht eenmaal door de poort van de hemel

een andere wereld  heb gezien met zoveel kleuren, een soort paradijs met zoveel voorwaardelijke liefde, vrede en acceptatie.

Verder ben ik door mijn overleden opa begeleid, die mij heel veel verteld heeft over het leven:  ‘waarom dingen gebeuren’ en hij heeft me ook de toekomst laten zien.

Ik heb heel mijn levensfilm gezien en ook al een voorproefje voor het vervolg van mijn leven in volgend leven. Alleen, dat zie ik nu nog niet. Dat zal ik wel op het einde van dit leven te zien krijgen.

 

Ik heb meegekregen, dat wij als mens de natuur zelf zijn en dat we hoog nodig verandering moeten aanbrengen aan ons gedrag, want anders gaat de natuur/aarde eraan en dus ook de mens zelf.

Ik heb vlak boven de aarde rondgevlogen met mijn opa en zo ook de prachtige natuur van bovenaf kunnen waarnemen waaronder de jungle/oerwouden, dat deze ernstig bedreigd worden en dat dit ons lucht kan kosten, want de oerwouden zijn immers onze longen om te leven.

 

Ik heb meegekregen, dat er veel hulp nodig is, ook voor de derde wereld landen waar veel ziekte/armoede heerst.

Ik heb dit gezien, dat ik in de toekomst daarheen ga reizen om die mensen te helpen, om hen te leren om met hun geestelijke kracht om te gaan, zodat ze in staat zijn om zelf van aids af te komen, door  puur via gedachtekracht te communiceren met je eigen lichaam.

 

Ik heb meegekregen, dat leven en dood één geheel is, want samen vormt dit het leven.

Er is alleen maar leven. We komen en gaan.

Mensen zien de dood als negatief, maar het is een continue doorstroming.

Net zoals er in ons lichaam ook doorstroming aan de gang is, tenzij er dus blokkades zijn, die je dus ook weer in het leven van de natuur terugziet. In het lichaam moet op zijn tijd een grote schoonmaak gehouden worden om weer fris te kunnen functioneren, energie kan stromen. Zo gebeurt dat ook in de natuur buiten onszelf. Er zal een grote schoonmaak gehouden worden op aarde. Als we ons gedrag niet bijstellen zal de aarde opspelen. Die symptomen zijn al zichtbaar, voelbaar. Vaak hoor je van mensen, als GOD bestaat waarom laat hij dit toe. Wij als mens zijn de hoofdoorzaak van onze eigen vrije wil met het gevolg van oorzaak en narigheid.

Er overlijdt iemand, die maakt weer plaats voor een baby'tje, zodat die ziel weer een kans krijgt om te leren/groeien, nieuwe kansen om een betere ziel te worden, totdat je zo ver bent gegroeid dat je als gids mag waarnemen en anderen begeleiden.

Dat kan ook in het leven zelf, in het stoffelijke lichaam, zoals ik dat nu doe, want ik weet nu dat ik in verbinding sta met het universum en contact met hen heb om hier op aarde te observeren, te registreren, waar te nemen en dit door te geven aan boven,  wat er goed en slecht gaat. Ik ben een helper van het lichtwezen, zoals ze hem noemen GOD.

 

Alles wat er zich in ons lichaam afspeelt, dat zie je terug in het dagelijks leven. Er is continue aanvoer en afvoer van voedsel en afvalproducten. Vrachtwagens brengen voeding naar de mensen toe en vuilniswagens halen het afval weer op. In ons lichaam zijn ook constant werkers aan de gang. Wij brengen voeding naar binnen, dat wordt allemaal verwerkt door de samenwerkende cellen/organen en wat goed is wordt vastgehouden en wat niet nodig is, wordt uitgescheiden.

 

Hier spreek ik ook weer over de natuur “de Druk” In de natuur wordt er over gesproken van hoge- en lagedruk, dan is er  mooi weer of slecht weer opkomst. Deze druk is ook weer terug te zien in de mens zelf. Als er een hoge druk op de mens wordt opgelegd, dan kan het hart, lichaam niet meer aan. Men is niet meer geaard. Het onder lichaam wordt vergeten, want er wordt  gewerkt met de geest. Het gevoelsorgaan wordt ontkent van bepaalde seintjes, die het lichaam afgeeft en zodoende bouwt men een hoge druk op zoals men dat benoemt “hoge bloeddruk”.

We zitten nu in een economische crisis en iedereen is in rep en roer om de oude economie terug te krijgen, maar men zal in gaan zien, dat dit niet haalbaar is.  Het is wel haalbaar, maar met gevolg van, dat men het niet meer aan kan en dus instort. We gaan een tijd in om in te zien, dat geluk ook in andere dingen zit en wat veel waardevoller is en dat iedereen gelijkwaardig is ongeacht wat de diploma is.  We leren van elkaar jong van oud en andersom. Al wordt het nu nog weinig toegegeven naar elkaar toe.

Er wordt nog te vaak alleen op de fouten geattendeerd terwijl complimenteren naar elkaar toe ook zo belangrijk is om het zo in balans te houden van positieve- en negatieve energie.

 

Ik heb de dringende boodschap meegekregen, dat er veel hulp nodig is omdat veel slachtoffers gaan vallen aan ziekte, handicaps omdat we te veel willen en slechte voeding gebruiken. Men kan de hoge druk niet meer aan,

doordat er te veel stress heerst dat de lat te hoog wordt gelegd. De eisen worden onacceptabel.

Het kindje in de baarmoeder voelt dat allemaal, krijgt zuurstofgebrek, waardoor dingen gaan uitvallen. Het kindje en de moeder staan direct met elkaar in verbinding met de navelstreng/hartslagader, dus het kindje voelt dan ook als de moeder stress/hoge bloeddruk heeft. De schadelijke stoffen zoals roken, alcohol slechte voeding. Dat ritme van het levenspatroon wordt allemaal doorgegeven aan het kindje. Kinderen zijn het evenbeeld van de ouders/volwassene(n). Het gedrag van het kind, dat weerspiegeld terug naar de ouders volwassene(n) want dit speelt ook in hen of heeft een rol gespeeld. Kinderen worden vaak in hun gedrag als lastig ervaren terwijl eigenlijk ouders/volwassene(n) ook in dat gedrag zitten, dat is dan moeilijk voor de ouders/volwassene(n) om dat te aanvaarden wat er bij henzelf speelt.  Het is dus confronterend een spiegeling. Het kind wordt ontkent, in zijn/haar gedrag omdat de ouder zichzelf ook ontkent. Om het kind te kunnen erkennen zal de ouder eerst zichzelf moeten erkennen om zodoende het gedrag van het kind te kunnen veranderen/verbeteren. Het kind neemt het gedrag over van de volwassene(n), omdat die het voorbeeld zijn in hun ogen. De eerste instantie zijn dat de ouders,  maar ook andere mensen spelen hierin een rol. Zo gebeurt het nu nog dat de kinderen tegen de volwassene(n) opkijken terwijl we allemaal één zijn en we van elkaar kunnen/mogen leren jong van oud en andersom. Kinderen/pubers etc. hebben net zo goed een grote verantwoordelijkheid. Het gedrag en emotie van het kind, dat heeft zich al gevormd in de baarmoeder. Het kind staat indirect met het gevoelsleven van de moeder in verbinding. Daar komt ook bij kijken dat de vader hierin een rol speelt, want de zaadcel is de persoonlijkheid (gedrag&emotie) van de vader,  die twee samen vader&moeder dat vormt het nieuwe levend wezen het kindje. Waar het kindje mee moet zien te leren (over)leven. Daarbij komt kijken dat het kindje eigenlijk een individuele ziel is en krijgt lessen wat bij zijn/haar groei past. De ziel zet zijn/haar groei weer voort waar het gestopt is in vorig leven.

Maar het is naderhand wel te herstellen, indien nodig, door goede begeleiding  bijvoorbeeld door regressie- of reïncarnatietherapie te ondergaan om zo terug te gaan naar wat er fout is gegaan en zodoende gevoelens te doorleven en los te laten zodat de universele energie zijn werk weer kan doen en door kan stromen om te helen/herstellen.

 

En ik mag daar ook aan meewerken, om die mensen te helpen, te genezen/begeleiden met mijn helderziendheid om zo de blokkades te zien en op te heffen. Maar ik moet eerst zelf stevig in mijn schoenen gaan staan.

Ik heb geleerd dat mensen zelf hun fouten moeten maken en dat ik pas kan helpen als erom gevraagd wordt. Dat kost mij best wel moeite, omdat ik van bovenaf van elke mens informatie heb meegekregen. Dus als ik een persoon tegenkom dan krijg ik al informatie door over die persoon, over  wat er aan de hand is/of gaat gebeuren en dan is het moeilijk om mijn mond te houden.

 

 

Na mijn ervaring, het terugkomen in mijn zieke lichaam en weer op aarde terug te komen, dat heeft me behoorlijk pijn gedaan. En daar ben ik dus ook enorm boos over geweest, zo erg dat ik geprobeerd heb om dood te gaan, omdat het daar zo veel mooier is dan hier op aarde. Voor een ander is dit moeilijk te bevatten als je het zelf niet hebt meegemaakt/waargenomen.

 

Veel meer vrede was er en ik ben eigenlijk in een hele diepe depressie geraakt, nog meer dan ik al was, want ik kon als kind hierover niet spreken. Wie zou mij geloven als kind zijnde. Er zou gezegd worden, dat ik in een fantasiewereld leefde. Nu in deze tijd van de twintigste eeuw komt daar langzaam verandering in, dat meer gesproken wordt over het hiernamaals en over spiritualiteit.

Ik heb een tijdje gehad, dat ik constant wegviel zodra ik in het licht keek, of in de zon. Nu weet ik waarom, omdat ik onbewust als kind weer naar die wereld wilde.

Men concludeerde, dat ik epilepsie had, het was heel frustrerend in die jaren vlak na de gebeurtenis. Ik vond het, en nu nog wel, niet eerlijk dat ik terug moest. Eerst iets prachtigs mogen zien en vervolgens weer terug naar deze keiharde wereld en in een ziek lichaam te moeten komen om vervolgens mijn opdracht in het leven af te maken.

 Maar goed, ik weet nu door de BDE, dat de mens de natuur zelf is.

Ik weet dat er uit een heel klein celletje weer iets tot bloei kan komen en weer kan gaan werken. Net zoals bij een plant of boom, die in de herfst afsterft/kaal is, maar er blijft leven in de plant/boom zitten. Dat hele kleine knopje van leven kunnen wij niet zien, maar wel hoe het weer tot bloei komt in de lente. Sommige zijn laatbloeiers en de ander zijn weer vroeg. Zo gaat het ook bij de mens, dat houdt de natuur in evenwicht. Er zijn heel veel benamingen in het leven/natuur, die het menselijk lichaam ook heeft zoals hersenstam net zoals een boomstam hier begint het leven als de zaadcel van het mannelijk geslacht en de eicel van het vrouwelijke geslacht samen komen en zo tot embryo vormt, de ziel wie wij zijn als mens reïncarneert op het moment van de ontmoeting. Om zodoende te wennen aan het nieuwe lichaam/controle te krijgen, want de ziel wie wij zijn bestuurt het lichaam. Reïncarnatie is ook weer terug te zien in het leven zelf zoals het woord(en) reïntegratie, reïntegreren. Iemand, die geen werk heeft en wil gaan werken, komt in een reïntegratieproces. Iemand die zijn/haar liefdespartner ontmoet, zij samen integreren in hen leven.

 De aarde bestaat grootste gedeelte uit water. Als er geen evenwicht is tussen water en vaste land bijvoorbeeld dat er te veel regen valt, dan is de kans op overstroming. Het menselijk lichaam werkt het net zo, want het lichaam bestaat ook het grootste gedeelte uit water en dat water moet toch weg anders overstroomt het in het lichaam en krijgt men over vulling/vocht vasthouding. De nieren zijn organen, die het vochtbalans in evenwicht moeten houden. Ze regelen ook bepaalde hormoonhuishouding in het lichaam. Dit zijn ingewikkelde organen met aantal belangrijke functies voor het lichaam.

Dat houdt het leven van allen in evenwicht, om elkaar te kunnen helpen.

Elke cel in ons lichaam heeft een functie en staat indirect in verbinding met de ander om zo te kunnen samenwerken, zodat het lichaam kan functioneren. Het lichaam is één groot celmachine wat wij met ons denkvermogen/bewustzijn besturen. De samenwerkende lichaamscellen dat vormt ons als mens, zodat wij met elkaar kunnen communiceren/samenwerken net zoals het in ons lichaam gebeurt.

 

Het is me zwaarder gevallen de opdracht, dan dat ik verwacht had voordat ik naar de aarde toekwam.

Ik vind het ook dan best moeilijk om dit bloot te geven, want men kijkt mij erop aan met wat ik vertel, dat het negatief is, maar negatief is positief en andersom. Ik heb deze kennis van de andere wereld meegekregen wat er met de wereld aan de hand is.

De moeilijkste opdrachten in het leven worden aan de beste leerlingen gegeven!

De rijkdom zit in onszelf, de bron waar de voorwaardelijke liefde leeft.

 

 

Groetjes en liefdevolle kracht toegewenst!

 

Milo

 

 

 

 

 

 Het verhaal van Koos

 Ik laat hierbij Koos helemaal zelf aan het woord.

 

Het verhaal

 

Wat ik hier ga opschrijven is mijn BDE zoals ik het heb beleefd. Het heeft me doen inzien dat er meer is tussen hemel en aarde en hoop hiermee de juiste persoon te vinden die ik het waard vind om dit te laten lezen. Mijn huidige partner is niets geïnteresseerd en lachte me recht in mijn smoel uit en heeft op zo’n manier haar ware aard en gevoel ten opzichte van mij getoond.

De persoon die ik dit laat lezen zal op mij zeker indruk gemaakt hebben, dus als jij deze persoon bent, die ik dit toevertrouwd heb, lach mij dan niet uit. Je bent ongetwijfeld een wildvreemde voor mij, want mijn omgeving waar ik dagelijks mee te maken heb, is mijn vertrouwen niet waard. Zij hebben mij te vaak gekwetst.

 

Het was 8 mei 1997, de verjaardag van mijn zoon, en omdat ik al de hele week achter het stuur zat besloot ik op de brommer naar de z…  te gaan. Het was mijn hobby, oude brommers restaureren. Dus vond ik het altijd een genot om op een oude brommer, die ik zelf opgeknapt had, te rijden. Maar toen ik bijna thuis was sloeg het noodlot toe en werd ik vol in de zijkant aangereden, terwijl ik notabene voorrang had. Maar dat noemt men dus een ongeluk: verkeerde tijd, verkeerde plaats. Nou, ik was dus aan de beurt om de lul te zijn, wat een klootzak! Vergeef me mijn taalgebruik, maar als je deze brief hebt gelezen weet je wie ik ben.

Nou, daar lag ik dan. Ik wist dat het goed mis was want ik kon me niet bewegen of deed het onbewust niet. Toen ik opzij keek zag ik die auto bovenop mijn brommer staan. En toen een omstaander met een EHBO diploma: Blijft u maar stil liggen meneer, want aan uw been kan ik niets doen.

 

Toen dacht ik dat mijn poot eraf was en hield zij mijn hoofd vast tot de ambulance er was.

In de periode van aanrijding tot de tijd dat de ziekenwagen arriveerde ervoer ik iets vreemds.

Het geluid van de omstanders werd steeds zachter; op het laatst zag ik alleen nog maar hun monden bewegen en toen het ambulancepersoneel een brancard onder mij schoven en met een kraag bezig waren, was het net alsof er iemand aan een lichtdimmer draaide en werd het pikdonker om me heen en ervoer ik zo’n intense stilte dat het leek alsof ik zachtjes de zee hoorde ruisen en voelde ik dat ik werd opgetild en begon ik in het rond te draaien en zag ik een klein lichtpuntje. Het was net een spoortunnel waar je doorheen kijkt, heel donker met aan het eind het daglicht, alleen ging ik steeds hoger en steeds sneller maar zag het lichtpuntje steeds voor me. Opeens stopte het draaien en schoot ik, alsof ik afgeschoten werd, naar dat lichtpuntje toe dat alsmaar groter werd.

 

Opeens stond ik in een hel en warm licht, wat een fijn gevoel gaf dat, en zonder dat ik het begreep zat ik opeens op een paard. Ik haat paarden, ik ben er bang voor. Er reed iemand naast me en ik voelde me prettig bij die persoon, alsof ik hem al jaren kende, en ik genoot van de mooie omgeving. Zo mooi was alles. Hij zei: ze zullen wel blij zijn met je komst, maar ik dacht: dat zal wel, en ik verbaasde mij over de grote hoge bomen die zo hoog waren dat je het eind niet kon zien. Ook rook het er erg lekker. Sommige vrouwen hebben ook zo’n geur en dan zou ik het liefst dicht tegen haar aan gaan zitten en haar liefkozend in mijn armen nemen; maar gezien mijn uiterlijk en omvang van een knuffelbeer maak ik bij zo’n vrouw al bij voorbaat geen kans. De kleuren die ik zag waren ook erg mooi en helder en bovenal het constante gezang, wat erg mooi was en niet irriteerde, ondanks dat het hard klonk, maar zo zuiver was dat je het vanzelf wel mooi moest vinden.

 

Toen de weg een bocht maakte zag ik een grote ouderwetse boerderij met een hele mooie tuin waar ik plotseling doorheen wandelde. Het paard waar ik op reed – ik weet niet eens dat ik afgestapt was – was gewoon weg. Iedereen zwaaide naar mij alsof ze mij al heel lang kenden. Ik zelf had ook een vertrouwd gevoel maar herkende niemand. En toen hoorde ik een stem achter mij: Koos, je moet voor het eten in bad, wil je een heet of warm bad? Toen ik mij omdraaide zag ik zo’n ouderwets bad staan, op pootjes, met een douchekop erboven en toen ik verbaasd antwoordde: doe maar warm, toen zei de koudwaterkraan tegen de warmwaterkraan: zie je nou wel, Koos houdt van een warm bad. Waarop de waterdruppels die uit de douchekop kwamen hard begonnen te lachen.

 

Dat doe jij, die dit leest, nu ook, denk ik en misschien denk je ook wel: die vent is gestoord, gek, en hij lult maar wat. Dan ben je er vrij in te geloven wat je wilt en veroordeel mij maar op geloofwaardigheid; maar wat geeft een mens het recht om een ander mens te veroordelen als hij of zij die mens niet eens kent. Neem van mij aan, ik ben geen leugenaar of fantast en er is niets mis in mijn bovenkamer. Ik schrijf de waarheid.

En misschien is mijn tweede kans die ik heb gekregen ook wel een teken dat ik mijn waarheid en mijn overtuiging, dat de hemel bestaat waar iedereen naartoe gaat na zijn of haar dood, met als uiteindelijk doel het licht te mogen ontvangen.

De een gaat rechtstreeks naar het licht terwijl een ander eerst op een bepaald niveau terechtkomt, naargelang hij of zij geleefd heeft. Een soort boetedoen, zeg maar.

 

Toen ik klaar was met de badderei lag er een heel mooi gebit voor mij klaar. Dat was zo bijzonder omdat er in iedere tand een soort tekenfilmpje speelde en geluid maakte.

 

Ik hield als kind, tot mijn volwassen worden, erg van tekenfilmpjes. Ik weet nog goed hoe stom de mensen bij mijn ontwaken, na acht dagen, stonden te kijken toen ik om mijn gebit vroeg. Terwijl ik helemaal nog geen gebit had.

 

Dat gebit lag dus na mijn bad klaar, en paste perfect. Toen ik de huiskamer binnenkwam zongen ze een soort welkomstlied, en toen was er een hele aardige man met lang wit haar en lange witte baard die mij omhelsde en welkom zei en: vind je het gebit mooi? Ik heb het met liefde voor je gemaakt jongen, toen wist ik het zeker, hier wilde ik zijn. Deze man had zoveel liefde in zich en straalde zo’n warmte uit, dat je wel van hem moest houden – vooropgesteld dat ik geen homo ben – maar gewoon als persoon.

 

Opeens reed ik op een motor door het luchtruim met als opdracht de mensheid te redden, iets wat mij goed lukte, en zo van het een op het ander moment werd ik met mijn been vastgeklonken met een ijzeren ring aan een ketting achter het roer van een schip en waren er constant gedaantes om me heen die steeds liepen te zuipen. Ze hadden een soort van kroes die aan een kettinkje aan hun gewaad vastzat. En als ze die kroes onder hun gewaad vandaan haalden was hij weer gevuld met een soort bier want er zat altijd een hoop schuim op.

We vaarden een soort grot in en daar werd hetzelfde soort vocht, als wat die gedaantes dronken, verzameld. En als het schip vol was werd het gelost in eens soort ondergrondse tanks. Toen ik die grot weer uitvaarde stonden er allemaal mensen te juichen en las ik op een spandoek de tekst: welkom thuis Koos, na veertig jaar trouwe dienst.

 

Voet aan wal – kan je het nog volgen lezer, wat ongeloofwaardig allemaal hé, maar nogmaals, geloof het of niet – zat ik opeens op een maaimachine en maaide de mooiste parken en snoeide de mooiste bomen en struiken. Iedereen vroeg of ik bij hun ook wilde maaien en snoeien. Het zo bijzondere was dat er nergens tuinafscheidingen stonden, alles liep in elkaar over, alles was zo mooi.

 

Zo is mijn tweede kans wel een teken en kan ik, met wat ik ervaren heb, wel mensen die moeite heb met de dood, overtuigen dat de hemel werkelijk bestaat en dat er geen pijn en verdriet is, daar waar wij na ons overlijden naartoe gaan. Maar ik durf de stap niet te zetten om te vragen bij een kerk of een bejaardentehuis of er behoefte voor bestaat.

 

Maar verder: al maaiend en snoeiend kwam ik in een gebied terecht waar je kon zien dat het leven er wat harder was en ik met veel gejuich werd verwelkomd omdat ik door mijn kennis en ervaring werd geëerd en de mensen er prijzen mee konden verdienen: met de mooiste struik of boom, en zij door zo’n prijs weer een heel seizoen konden overbruggen. De prijs kwam altijd bij de mensen terecht die hem het hardste nodig hadden. Wat hun middelen van bestaan waren werd mij niet duidelijk gemaakt. Wat ik zag was het volgende: het waren allemaal boeren; de inrichting van hun boerderijen was uit grootmoeders tijd – zoals ik me van huis uit kan herinneren. Voor elk huis stond een bankje waarop een oude, grijze boer zat. Naast hem, voor het hek, stond een soort rund met lange horens; ook stonden er twee grote oude bomen voor het huis met de takken in elkaar gegroeid. Tussen die takken zaten twee grote vleermuisachtige vogels,met een lange gekromde bek en met lange tanden, die er niet uit konden omdat die takken als een soort van kooi om hen heen zat. Maar als het rund van de boer stierf begonnen die takken te kraken en kwamen de beesten – zo noem ik ze maar – vrij en dan moesten de mensen maken dat ze binnen kwamen, anders werden ze opgevreten. Dan moesten de mensen, ondanks het gevaar, dat rund bij hun bloesemboom begraven zodat het kadaver als mest kon dienen, en als ze een ander rund hadden dan werden de beesten weer ingesloten door de takken en was de rust weergekeerd.

 

Beste lezer, ik begrijp echt wel als je denkt: wat een fantasieverhaal. Dat dacht ik ook altijd als ik van iemand zo iets hoorde of op tv zag. Dan moest ik altijd smakelijk lachen. Tot je het zelf ervaart, dan weet je je geen raad en denk je: word ik nou gek of zo? En dan durf je je mond niet open te doen omdat je zo bang bent dat men jou niet gelooft. Je ziet maar, lezer, als ik jou niet kan overtuigen vind ik het ook best hoor, maar ik maak mijn verhaal toch af. En of je het nu uitleest of niet, ik maak er toch een kopie van zodat ik het zelf na kan lezen als ik het soms niet zie zitten. Dus de moeite die het me kost om dit te schrijven zal niet verloren gaan. Mocht je dit niet teruggeven of verscheuren, dan heb ik in ieder geval het origineel nog. Hahahahaha – een lachje…

 

Het maaien en snoeien had ik inmiddels gehad en ik was in een klein armoedig huisje beland waar één ding op mijn netvlies gebrand is en dat is de schemerlamp die daar stond. Dat was een schedel en als de lamp brandde zag je de aderen nog heel duidelijk. Ik leefde daar met een vrouw die aan mijn verwachtingen voldeed, kleiner dan ik, slanker dan ik en jonger dan ik. Alleen haar gezicht heb ik nooit gezien. (gek hè?)  Zij was erg goed voor mij en liet het mij ook steeds merken door te knuffelen, arm om me heen, zomaar ineens een zoen; kortom, zij vond het fijn om bij mij te zijn, ondanks dat wij in armoede leefden.

Buiten was een soort hoederhok waarin een soort klein-formaat struisvogel huisde. Dat vlees van die vogels en de eierenwaren onze enigste voedselbron en het vreemde: het raakte nooit op. De kuikens of jonkies die zwommen om hun moeder heen omdat de volwassen vogels een soort van – ja, hoe beschrijf je zoiets – ze hadden een soort ring om zich heen die gevuld was met water waar hun poten onder uit staken.

 

Opeens rende ik door het bos. Ik was opgewekt, ik ging naar mijn kroost en mijn vrouw en ik was een soort konijn. – ja lach maar – maar half konijn en half mens. Daar had ik 6 kleintjes en wij leefden van wat de natuur ons gaf, maar voelden ons, ondanks dat wij niet veel bezaten, toch gelukkig. Doordat mijn vrouw zo goed voor me was deed ik nog meer mijn best om te werken om eten op de plank te krijgen en zodoende ook de gelegenheid kreeg om wat te sparen.

En toen ik zo zat te dromen op het trapje van mijn woonwagen, stopte er een hele mooie auto. Die had ik niet aan horen komen omdat de motor bijna geen geluid maakte. Het waren twee nogal vreemd uitziende mensen, excentriek zeg maar, maar wel heel aardig. Zij stelden voor om van levensstijl te ruilen, omdat zij oud waren en rust zochten en ons armoedige bestaan best wel wilden. Wij zouden er alles voor terug krijgen waar wij van droomden. Nou, wij wilden maar al te graag, waarop de man de sleutels overhandigde en zich terugtrok in onze pipowagen en samen met zijn vrouw weg reed.

Wij, op onze beurt, stapten in onze nieuwe aanwinst en reden een nieuw leven tegemoet. Nou, dat loog er niet om, een prachtig huis aan het water, met aan de steiger boten. In de garage nog een auto en enkele motoren. Mijn vrouw vond een handtas waar een briefje bijlag: deze tas is voor de nieuwe vrouw des huizes, en wat ze er ook uithaalde, het werd meteen weer aangevuld. Voor de kinderen was er van alles 6, zodat ze nooit ruzie konden maken. Het deed mij verbazen dat de driewielers die van een soort glas waren, zo sterk waren. Er brak geen scherfje vanaf op de harde stenen.

 

Opeens zat ik aan een tafeltje tegenover een heel eng mannetje met zo’n doodbiddergezicht. Ik dacht nog: nou, die mag ook wel eens in de zon gaan zitten. Ik mocht dit ventje niet. Dit gluiperige mannetje zat erover op te scheppen hoe makkelijk het hem lukte om oude vrouwtjes met een eigen huis op te lichten en hoe het hem lukte dat zij hun handtekening onder een contract zetten ten gunste van hem – maar daarover is in mijn herinnering verder niets terug te vinden.

 

Opeens bevond ik mij in een straat met allemaal stukgeschoten huizen. En zag ik hoe overal mensen vandaan kwamen. Ze kwamen zelfs onder de grond vandaan. Ze waren smerig, gewond, mager; de kleren die ze droegen waren meestal kapot, maar ze waren allemaal blij en opgewonden en ze liepen allemaal naar een bepaalde richting. En ik besloot ze te volgen. Ik zelf zag er ook niet uit, onder de zweren, kapotte kleren. Ik was ongeveer zes jaar – het leek wel een filmopname. Toen ik langs een soort gebouwtje liep hoorde ik een hoop herrie en hoorde ik vrouwen huilen. En ik besloot maar eens poolshoogte te nemen. Ik hoorde een vrouw schreeuwen: scheer de kop kaal van die moffenhoer!

 

Nu kan je denken dat ik dit alles wel kon geweten hebben, dat wist ik ook, dat hadden mijn ouders wel eens verteld en ik weet ook wel dat ik uit 1959 kom, maar ik schrijf op waar ik naar heb zitten kijken en ik heb het echt gezien.

 

Ik kon op de plaats waar ik zat, zo tussen een tafel en een stoel, doorkijken.

 

Later liep ik door een bos. Ik was soldaat en sleepte een gewonde mee. Dan weer droeg ik hem op mijn schouder. Het leek wel of het gestormd had want wij moesten steeds over omgevallen bomen klauteren. Wij waren doodmoe en vervuild en hongerig. Mijn maat leefde nog wel maar was zwaar gewond maar zei steeds: houdt moed, je wordt beloond, wij redden het wel.

Hoe het afliep is mij niet bekend want opeens liep ik over de zeebodem. Al het water was weg want er zat een groot gat in de bodem. Daardoor was volgens mij het water weggelopen. Opeens werd ik door elkaar geschud en realiseerde ik mij dat ik op een schip zat in een zware storm. Dat schip was aan het zinken en ik was erg bang want ik kon er niet uit.

 

Kan je mijn verwarrende verhaal nog volgen? Ik wou dat ik wist of dit alles een betekenis heeft.

 

Toen opeens stond ik in een hele lichte, schone ruimte. Ik stond voor een soort hekje waarop ik leunde. Ik keek naar beneden en zag een bed dat langzaam heen en weer bewoog. Er stonden allemaal mensen om dat bed en er lag iemand in dat bed die het volgens mij niet erg best had. Die persoon was op allerlei apparaten aangesloten en er zaten allemaal draden en bedradingen op die persoon aangesloten. Ook zat er een soort nikkelen pijp in zijn mond waar ook een slang in zat. Ik vond het maar niks en wilde weg, zo erg vond ik het. Opeens schrok ik wakker en zag dat ik in een bed lag en dat iemand een kaartje aan mij vastmaakte en een laken over mij heen trok, en dat ik voelde dat het bed weggereden werd en ik me niet kon bewegen. Toen het bed stopte voelde ik dat ik opgetild werd en in een soort bak werd gelegd. Toen werd het laken weggehaald en ik kon zien waar ik was. Het leek wel een magazijn en er waren allemaal een soort stellingen met allemaal vakken en botten. En boven op de plank stonden allemaal schedels. Ik schrok me kapot en hoe ik ook schreeuwde, er kwam geen geluid. Ook kon ik me niet bewegen. Toen ging de deur open en kwam er een vent in een soort regenpak binnen, met een soort hogedrukspuit, en hij begon het vlees van mijn botten te spuiten. Ik schreeuwde het uit: hè jij, lul, lelijke klootzak, ik ben niet dood, maar hij hoorde mij niet. Toen zag ik dat ik uit elkaar werd gehaald en naar een soort werkplaats werd gebracht en dat mijn botten werden verwerkt als auto-onderdelen. Toen ze mij in elkaar hadden gezet en mijn hart onder de motorkap hadden gezet als motor, toen reden ze me terug naar de zaal. Daar stonden verpleegsters en dokters met fototoestellen en was er een tv opname. Mijn zoon was er ook en hij deed mijn portier open. Hij nam plaats achter het stuur, mijn hart startte, en reed een rondje om het ziekenhuis. Tijdens de rit hoorde ik het mooie gezang weer en voelde mij intens gelukkig.

Toen de auto stopte stond ik voor die aardige, lieve man met zijn lange witte baard. Dat gluiperige mannetje met zijn doodgravergezicht stond naast hem.

 

Toen voelde ik opeens hoe ik door elkaar geschud werd en had pijn en voelde mij beroerd. Een stem noemde mijn naam: meneer van R……, kunt u mij horen? Toen ik mijn ogen opendeed stond er een man in een witte jas over me heen gebogen. Die vroeg of ik wist waar ik was. Hij zei: U bent in het ziekenhuis en U heeft een ernstig ongeluk gehad. En weet u wat voor dag het is?

Ja, dat wist ik wel. Ik zei: het is 8 mei, mijn zoon is vandaag jarig en ik kom er net vandaan.

Waarop die dokter zei: het is 16 mei! Dat geloofde ik niet, ik had voor mijn gevoel even een dutje gedaan en dacht dat ik een uurtje geslapen had. Maar toen hij mij een krant liet zien waarop 16 mei stond moest ik het wel geloven want een krant druk je geen 8 dagen vooruit.

En dan vraag je je af: heb ik alles gedroomd of heb ik alles werkelijk meegemaakt?

Toen ik vroeg hoe het met die man ging die ik op dat kantelbed had gezien keken ze me allemaal vreemd aan. Ze vroegen mij of ik het gevoeld had dat ik erop had gelegen. En dan realiseer ik mezelf: zou ik dan naar mezelf hebben staan kijken? Want in principe kon ik niet staan, ik had mijn rug gebroken, had een partiele dwarslaesie met verlammingsverschijnselen en ook nog een ernstig verbrijzeld been.

Toen ik dit alles goed tot me door had laten dringen en er de invulling aan moest geven, of een verklaring moest afleggen, moet ik eerlijk erkennen dat ik dat niet kon en nu nog niet kan. En als dit werkelijk een BDE is geweest, wat ik beleefd heb, en dit is wat een mens staat te wachten na diens dood, dan ben ik er niet bang voor en zal, als mijn tijd gekomen is, niet tegenwerken.

Niet dat ik nu al deze wereld wil verlaten hoor, ik hoop oud te worden, maar zou wel wat meer geluk willen ervaren en mij niet zo eenzaam willen voelen. Een arm van een lief maatje om me heen geslagen, zou ik willen voelen.

 

Lief mens, wie je ook bent, maar je bent door mij uitgekozen omdat je een vertrouwde indruk op me hebt gemaakt. Het blijft mij om het even of je mij gelooft of niet, ik ben geen fantast of leugenaar. Misschien heb ik mij nu kwetsbaar opgesteld en zie jij kans om dit schrijven tegen mij te gebruiken, maar dat geloof ik niet.

Ik geloof dat jij dit schrijven met respect behandelt en het mij terug geeft als je het hebt gelezen. Ik wilde jou deelgenoot maken van wat mij is overkomen tussen 8 en 16 mei 1997.  ik geloof dat er een hemel bestaat en dat ik er geweest ben, en ik ben ervan overtuigd dat het leven op aarde niet eindigt en laat ieder mens in zijn waarde om te geloven in dat waar hij of zij van overtuigd is. Mijn overtuiging is deze: het maakt niet uit of je arm of rijk bent, groot of klein, dik of dun, zwart of wit. De mensen zullen altijd over een ander oordelen; maar de waarheid is, denk ik, dat eens weg hier, je dan zal zien dat de binnenkant van al die verschillende individuen gelijk zijn. En als een van die harten of zielen bij jou past, beantwoordt dat dan want dan zal je het geluk vinden. Het maakt niet uit wie of wat je bent, dan heb je een zielsverwant gevonden. Omarm het dan en koester het.

 

Ik voor mezelf hoop ook nog dat ik mijn maatje, zielsverwant, zal ontmoeten. Veel geluk toegewenst.

 

Koos.

 



Vorige week (kerstweek 2007) kreeg ik een email van Koos met het verzoek om volgende aanvulling te plaatsen bij zijn BDE-verhaal:


 

                                                        Het sterven en/of doodgaan.

 

Ik hoop dat ik een bevredigend antwoord kan geven op de vraag wat er met je gebeurt als iemand overlijdt, ik citeer gedeeltelijk uit iets wat ik heb gelezen en heb het aangevuld zoals ik het zelf ervaren heb ten tijde van mijn bijna-doodervaring (bde)

Ik hoop hiermee mensen te bereiken die daar onzeker [of bang] over zijn, ik ben geen heilige of wijsgeer maar hoop slechts dat iemand hier mogelijk iets aan kan hebben bij zijn of haar zoektocht naar het onbekende.

 

Men zegt, bij hartstilstand, dat die persoon dan overleden is maar wat in feite in eerste instantie gebeurt is dat de ziel vertrekt, maar nog met een zilveren koord verbonden blijft met het lichaam. Maar als reanimeren niet meer lukt of iemand is erg oud of te erg gewond, dan verbreekt god dat zilveren koord, ook wel fluidekoord genoemd.

Omdat ook ik een hartstilstand had is mijn ziel ook op reis gegaan [lees maar in mijn bde verhaal], maar mijn koord wilde niet breken daarom moest ik terug in mijn lichaam wat mij erg speet maar het was mijn tijd nog niet; daarom noemt men deze ervaring een [bde].

 

Wanneer het allemaal op de klassieke manier verloopt sterft iemand een natuurlijke dood en word het zilveren koord verbroken en begraven wij het stoffelijk overschot of cremeren het. En dan gaat de ziel naar het licht.

Maar gebeurt het op een andere manier: te jong – ziekte - ongeval, dan vinden wij het vaak zo oneerlijk van god omdat wij dan meestal zeggen: "waarom? er zijn zoveel misdadigers die gewoon blijven leven en doorgaan met hun slechte activiteiten daarop."

Zeg ik als voorbeeld: “stel dat een kind overlijdt aan wiegendood, dan is dat voor de nabestaanden iets verschrikkelijks!” maar ook: “dat kind had bij geboorte een levensbestemming die alleen god weet, het kan wel zo zijn dat er een periode in dat kinds leven komt waardoor er veel leed of wat voor ernstigs er voor dat kind in het vooruitzicht had gelegen waarvan god in al zijn liefde dat kind tot zich neemt om het al dat leed te besparen.”

Maar wij denken daar niet bij na en vinden het op het moment oneerlijk van god [moeilijk he]

Wat betreft de misdadigers, die komen er niet ongestraft af hoor, ze worden veroordeeld en gaan vaak, nadat ze hun straf hebben uitgezeten, weer in de fout; maar in principe zijn ze een les aan het leren over het leven wat ze leiden. Dat doen wij allemaal trouwens, maar ook voor zo'n misdadiger komt ooit de tijd dat hij of zij sterft en krijgt ook die persoon zijn levensfilm te zien als die persoon overgaat en heeft dan de keus: het te aanvaarden wat er getoond wordt of het hoofd wordt afgewend als zijnde het niet willen zien/accepteren wat zijn of haar leven is geweest. Bij niet willen accepteren komt zo ‘n ziel in de schemerzone terecht maar zal steeds weer met liefde benaderd worden om zijn of haar verleden te accepteren. Men wordt in het licht niet veroordeeld of gestraft, alleen bijgestaan vol met liefde en als men uiteindelijk het op kan brengen om het geleefde leven vol met fouten en tekortkomingen te accepteren dan is het licht de beloning en heeft zo ’n ziel een les geleerd. Dit is mijn overtuiging, maar die hoef je natuurlijk niet te delen, daar zal iedereen wel verschillend over denken.

 

Daarom nu iets over mijn eigen ziel.

Ik ben een man van 54 en mijn wieg stond in een onbewoonbaar verklaarde woning, ons gezin bestond uit tien personen mijn opoe woonde bij ons in en ook een zus van mijn moeder ik had vijf zussen; vader en moeder en ik maakte tien.

Er werd mij vaak voor gehouden “dat kan jij toch niet” en als je dat maar vaak genoeg hoort ga je het ook daadwerkelijk geloven en loopt jouw zelfvertrouwen een enorme deuk op. Tel daar bij op dat het bij ons thuis armoe troef was want mijn vader moest het natuurlijk wel voor tien monden verdienen. Die onzekerheid heeft mij mijn huwelijk op den duur gekost. Ik ben dan ook mijn hele leven bang geweest voor liefde geven of ontvangen omdat ik heb ervaren dat het zoveel kapot kan maken en gemaakt heeft door die personen die alleen om eigen belang iets geven en dat het niet uit het hart komt.

Ik zit wel eens weg te dromen en waan mij dan naast een lieve vrouw, naast haar op de bank, en dat ik dan even mezelf mag en kan zijn zonder vooroordeel, maar daar ga ik liever niet verder op in want dan stel ik mij kwetsbaar op [als ik dat nu al niet gedaan heb].

Maar die onzekerheid heeft mij nu gebracht waar ik nu ben zo achter mijn toetsenbord. Ik heb altijd gedacht dat dit alles bij mij hoorde maar daar denk ik nu anders over [alles heeft een doel in het leven] zo ook mijn leven voor mijn bde. Het is geen toeval dat ik na vier levensbedreigende situaties nog leef. TOEVAL BESTAAT NIET. Ik leef niet door toeval, ik leef om mijn taak die mij toebedeeld is te volbrengen.

 

Velen zijn bang voor de dood, bang voor het onbekende, bang voor de duisternis die hen dan mogelijk wacht, maar dat is de onzekerheid die men heeft of mogelijk gehoord of gelezen heeft, maar ik weet beter.

Er reed iemand naast mij op een paard terwijl ik bang ben voor paarden, wij reden samen het licht tegemoet. Ik zeg je dat niemand alléén die tunnel naar het licht ingaat.

Niemand zal het pad hoeven te bewandelen zonder hulp, iedereen zal het zien als voor hem of haar de tijd gekomen is .

Het licht, de vreugde van het weerzien en de schoonheid die daar heerst: je zal het ervaren omdat de dood een pijnloze ervaring is .

De angst om bij die gene die je achterlaat weg te gaan, bij hen die van je houden, zal verdwijnen, want je zal ze nog steeds kunnen zien al zien ze jou niet.

Je zal nog steeds bij hun leven betrokken kunnen zijn en zien hoe ze opgroeien en je zal ze op de een of andere manier kunnen steunen [dat voelen ze in hun hart] en vertel jij hun via hun innerlijke stem, dood is geen straf je gaat een nieuwe reis maken, je plaats was immers al bij je geboorte besproken en je hoeft niet alleen te reizen je zal niet alleen aankomen, bij aankomst zullen altijd zielen op je wachten en jou verwelkomen en je zal de liefde voelen, en het geluk voelen en de vreugde ervaren omdat je veilig bent thuisgekomen.

 

Dit is ons aller beloning voor onze moeilijke taak die wij hebben volbracht, dus als je een stem in je hoofd hoort fluisteren, kijk dan naar het licht en je zal als vanzelf naar dat licht toegetrokken worden, en je zal opgewonden stemmen horen.

Want zij die op je wachten staan in feite klaar om jouw geboorte te vieren in het licht, en je zal ervaren dat het voelt alsof je thuis gekomen bent.

Lieve mensen ik heb daarvan een glimp op van mogen vangen en de liefde mogen voelen, maar ik moest terug omdat mijn zilveren koord niet wilde breken, wat mij erg speet.

Ik moest terug in mijn lichaam om de taak die mij toebedeeld is af te maken een taak welke na mijn bde pas duidelijk werd.

Het uitdragen van wat ik gezien en ervaren heb, ook al zullen er nog velen twijfelen over het bestaan van leven na de dood, dan hoop ik juist dat ik die mensen aan het nadenken gezet heb. Ik wil niemand iets aanpraten, dus als iemand hierop reageert is dat je eigen vrije keus. Mijn overtuiging is dat het leven na de stoffelijke dood niet ophoudt, lief mens, dan begint het pas.

 

Veel liefs en wijsheid,  koos.

 

 

 

 

reacties voor Koos kunnen via de email hieronder.

 

 

 

 Het verhaal van Zonnestraaltje  

Na het lezen van de BDE van Hans wil ik je ook graag mijn ervaring mailen.

 

 

In 1991 werd ik weer aan mijn knie geopereerd om de fout van een andere arts te herstellen. Ook deze keer koos ik voor een ruggenprikverdoving. De verdoving wilde niet pakken en ik voelde me niet echt lekker. Maar op een gegeven moment ging de verdoving werken en de operatie verliep naar wens. Ik werd naar de recovery gebracht en later door 2 verpleegkundigen van de afdeling opgehaald. Een van hen verstelde het hoofdeinde van mijn bed zodat ik plat kwam te liggen en mijn bed werd gedraaid. Ik voelde me steeds beroerder worden en eenmaal op de afdeling kon ik alleen maar héél stil blijven liggen. Als ik 1 vinger bewoog draaide de kamer de ene kant op en ik de andere en dan moest ik overgeven, waardoor ik me bewoog en begon het hele circus weer van voren af aan. Op een gegeven moment was ik "weg". 

 

Ik kwam met mijn hoofd en schouders uit een meer. Een meer met prachtig water. De kleur bedoel ik. Het water had een ideale temperatuur. Niet koud, niet warm. Lekker. Rondom het meer waren veel bloemen en planten. Zij waren veel groter dan ik ooit gezien heb. Hun kleur was ook zeer intens. De sfeer was sereen, vredige stilte. Of je bij God op schoot zit. Ook voor de omgeving geldt dat de temperatuur precies goed was. Niet koud en niet warm. Op de oever verrees een witte trap, omgeven door een intens wit licht. Bovenop die trap zat een man met lang grijs haar en een  grijze baard. Ook hij was omgeven door een wit licht. Daar omheen waren engelen. Dit alles was omgeven door een intens wit licht. 

Deze man zei me dat ik huis en haard zou gaan verlaten. Ik zou verhuizen naar de andere kant van het land. Ik zou breken met familie, vrienden en kennissen. Ik zou me gaan onthechten en een nieuwe start gaan maken. Hierna zou ik.................. ( Daar vertelde hij mij wat de bedoeling van mijn leven is. Wat mijn taak op deze aarde is, waarvoor ik naar de aarde gekomen ben.) En toen lag ik weer in bed, waar men druk doende was met mijn bloeddruk.

 

Een week later was ik weer thuis. De operatie was geslaagd. Alleen ging het met mij steeds slechter. Lopen ging steeds slechter, de hele wereld rook chemisch, alles smaakte chemisch en elk geluid had een metaalklank. Daarnaast klonk het zachtste geluidje snoeihard en het voelde of elke zenuw dan aangeraakt werd. Mijn hersenen waren één grote grijze massa. Ik kon woorden niet meer vinden en had ik eindelijk een zin bij elkaar gesprokkeld, was ik na 2 woorden de hele zin kwijt. In 1993 kreeg ik er astma bij. Zeer ernstig astma. De medicijnen sloegen niet aan. Ik kreeg te horen dat het het beste was als ik ging verhuizen. Het liefst naar het noorden van het land. Ik woonde in Best, bij Eindhoven. Maar ja, ik was alleen, ziek, zwak en misselijk en kon amper lopen. Overdag lag ik op de bank en 's nachts in bed, had elke dag een gezinshulp. En dan verhuizen?! Maar de druk die ik van binnen voelde werd steeds sterker. Dus de kaart gepakt en Groningen lichtte fel op. Een woningstichting gebeld en goh wat een toeval ( !!) ze hadden een huis voor mij. Meteen! Dat was schrikken!!!!!!! En toen kreeg mijn vader longkanker. Dus alles toch maar uitgesteld. Een paar maanden later belde de woningstichting. Het huis wachtte nog steeds. Mijn ouders spraken nooit over het feit dat mijn vader zou overlijden, maar op een dag zei hij tegen mij dat ik me door hem niet moest laten tegenhouden omdat hij toch niet meer lang zou leven. Toen heb ik de knoop maar doorgehakt en ben in Het Lage van de Weg terecht gekomen. Bij Uithuizen in het noorden van Groningen. Het was 27 december 1996. Vanaf dat moment ging alles in sneltreinvaart. Mijn gezondheid ging met sprongen vooruit. Ik maakte me inderdaad ook los van iedereen die ik ooit gekend heb in mijn leven. Belandde spontaan in vorige levens die belangrijk voor mij waren. Het was een zeer intense, zeer eenzame tijd. In maart 2001 kwam ik in Dwingeloo terecht. Hier maakte ik een geestelijke ontwikkeling door. Ook hier weer vorige levens die ik in Dwingeloo gehad heb. Op een plek stond ik terwijl de tranen over mijn wangen liepen en kon ik alleen maar zeggen: God, wat ben ik hier gelukkig geweest. Steeds maar herhalend. Ik voelde me zo intens gelukkig . Ik zag mezelf daar spelen met een jongetje van de zelfde leeftijd. We hadden zo'n lol!

Alles wat mij tijdens mijn BDE gezegd is is inmiddels uitgekomen. Mijn taak staat op het punt een aanvang te nemen. Ik hou het nog even voor mijzelf. Dat voelt beter. Daar kun jij, lezer van mijn verhaal, beslist begrip voor opbrengen.  

 

Inmiddels ben ik genezen. De professor in het AZGroningen vroeg mij wat ik eigenlijk deed. Want deze genezing kwam niet door hen, dat wist ze zeker. Ze wilde daar alles over weten. En dus heb ik haar alles verteld. Ze staat er helemaal voor open, want daar kon ze nog van leren zei ze. Klasse!

 

 Inmiddels heb ik een hond. Zo'n lieverd! Een kruising Golden Retriever/ Friese Stabij. Een teefje. Gek op mens en dier. Maar vooral op kinderen. Ze heet Sjambie. Van Shambhala. De professor kreeg een rolberoerte toen ik haar dit vertelde. 

 

 

Zonnestraaltje / Phemia

 

Ook van 'Zonnestraaltje' kreeg ik onlangs een aanvulling op haar BDE waarover zij hierboven getuigde. Dit keer echter onder haar eigen naam: Phemia. Ik laat haar aan het woord, precies zoals zij het mij mailde, zonder toevoegingen of weglatingen.

 

Jaren geleden heb je mijn BDE geplaatst onder de naam Zonnestraaltje. De tijd is gekomen om met de billen bloot te gaan.

De laatste zin die uitgesproken werd en waarin mijn taak voor de mensheid uit de doeken gedaan werd was: Gij gaat de Meesters dienen.

 

Op dat moment had ik nog geen idee wie de Meesters waren. Nooit van gehoord. Wat moest ik daar nou weer mee. Ik stond daar met grote ogen en het bekkie open.......

Op dat moment was ik 40 jaar.

Mijn hele leven voelde ik al een andere energie om mij heen. Ik nam mensen waar. Als kind al. Ik zag en wist dat wat mensen zeiden en deden 2 totaal verschillende dingen waren. Dit bracht mij enorm aan het twijfelen over mijzelf. Want ik was ervan overtuigd dat het aan mij lag. Thuis en op school kreeg ik dat te horen. Dus..........

Op mijn 17e had ik er genoeg van en overwoog een einde aan mijn leven te maken. Aangezien ik verteld had dat ik stemmen hoorde was ik ruim voorzien van pillen. Dus dat zou geen enkel probleem opleveren. Ik was intern bezig met een opleiding tot ziekenverzorgende en was op mijn kamer. In mijn hand had ik een hoeveelheid pillen die ik op het punt stond in te nemen. Mijn kamer lag naast de trap. Ineens hoorde ik snoeihard een mannenstem die mij zei te wachten tot ik 40 was. Tegelijkertijd viel er een collega van de trap en kwam ik met een schok tot mijzelf. Weer hoorde ik die mannenstem: "Wacht tot je 40 bent''. En ik besloot te wachten.

Een half jaar later werd ik opgenomen in psychotherapeutisch centrum De Viersprong in Halsteren. Maar ook daar ''zagen'' ze mij niet.

 

Weer naar huis, 2 jaar later getrouwd en op eigen benen. En wachten........Niet één opleiding lukte. Niet één baan lukte. Maar ik voelde wel dat ik aan het groeien was. Van karma en reincarnatie had ik nog nooit gehoord. Maar ik wist wel dat ik niet bij mijn echtgenoot zou blijven. Wilde ook 2 maanden voor het huwelijk alles afblazen. En was toen ineens mijn stem kwijt.........Volledig. Ik vond het onzin om te trouwen terwijl ik wist dat we toch weer zouden gaan scheiden. Wat ik na 11 jaar huwelijk zelf aangevraagd heb. Ik besloot mij nooit meer, door wie dan ook als grofvuil te laten behandelen. Waren ze nou helemaal door de ratten beknaagd!!!!! 

 

Langzaamaan doorgegroeid. Geld had ik nooit. Dus een cursus of opleiding zat er nooit in. Ik voelde een energie. Ik voelde sturing. Nee, er over praten kon niet. Niemand kon dit begrijpen. Iedereen vond mij toch al zo raar. En eng. En nog steeds slikte ik pillen.

 

En toen was ik 40. De boodschap was ik vergeten. Die herinnerde ik mij pas weer na mijn BDE. Dit was het keerpunt in mijn leven. Ik stopte, helemaal zelf, met de pillen. Met roken was ik al jaren daarvoor gestopt. En toen ik op 27 dec. 1996 op de bank plofte in Uithuizen heb ik gezegd: '' Oké, zeggen jullie het maar, want ik weet het niet meer.'' Ik gaf me volledig over aan de Meesters. De mannenstem maakte zich bekend. Hij was Masogea. Zijn naam betekent inwijding. Hij was en is bij mij om mij te ontwikkelen tot instrument van de Meesters. Gisteravond zei hij mij dat mijn leertijd voorbij is. Jaren heb ik moeite gehad met het woord medium. Want wat ik daarvan om mij heen zag vond ik nou niet direct iets om zelf na te streven. Het verschil tussen mediumschap is mij inmiddels ook duidelijk gemaakt. Masogea liet mij een klarinet zien. Die lag op tafel. Deed niets. Pas toen hij deze klarinet oppakte en er in/op ging blazen kwam er geluid uit. Ach zooooo......! Ik werk niet vanuit mijzelf. Ik ben een leeg vat geworden. Daar is jaren aan gewerkt. En dat is erg moeilijk. Jezelf volledig uitschakelen. Je voor 100% overgeven en te wachten op dat wat komen gaat. Pjoe, pjoe. Ik had en heb er vaak nog moeite mee dat ik zo fijn afgestemd sta. Hele gesprekken kunnen uit het niets bij mij binnen komen. Gevoelens, emoties van mensen waarnemen. Voorschouw. Het visioen dat mij gegeven werd over mijn geliefde hond Sjambie. Hoe zij zou overlijden. Wat ik vergat tot het gebeurde. Ik had het gevoel dat mijn hart en mijn ziel tegelijkertijd uit mijn lichaam gerukt werden. Het visioen dat ik had van een huisje en omgeving waarvan ik dacht dat het mijn nieuwe huis en woonomgeving zou zijn. Dit bleek de dierenbegraafplaats te zijn.

Weet je, beste lezer(es), het heftigste vind ik het dat je deze dingen nooit met iemand kunt delen. Je kunt niet uitwisselen. Natuurlijk kan ik het vertellen tegen iemand, maar ik ken tot nu toe niemand die op dezelfde golflengte zit. Ik ken wel mediums. Maar zij staan toch anders afgestemd. In ieder geval voor mijn gevoel.

 

Afijn, mijn ontwikkeling ging gewoon door. 24 dec. 2008 zat ik in mijn keuken in Dwingeloo, waar ik inmiddels woonde. Ik had een toenmalige vriendin aan de telefoon die met kerst naar mij toe zou komen. Ineens voel ik een energie ''mijn luchtruim binnenkomen'', zoals ik dat noem. Ik voel me dan volledig leeg, verstild. Vredig. Vriendin zegt: ''Phemia, jouw huis is helemaal verlicht. Er staat een engel op jouw huis. Er staan allemaal engelen op en rond jouw huis.'' Zij nam dat helderziend waar. Ik zei dat ik dat wel geloofde want dat er ook een engel in mijn keuken stond. Mijn hele keuken stond ineens vol engelen. Maar een engel was de grootste. Zij zei: ''Gij gaat Gods woord verkondigen. Gij gaat Gods wondere wereld betreden.''  En weer zat ik met het bekkie open.....Het was Gabriel.

Sindsdien word ik regelmatig bezocht door engelen. Of ik word begeleid door engelen als ik in het bos wandel. In Frederiksoord, waar ik nu woon. Of tijdens mijn werk staat daar ineens Michael. En voor de duidelijkheid, ik zie ze dus echt. In vol ornaat.

 

Ja, ik ben ook aan het werk. Mensen die bij mij komen hebben altijd zelf alles gedaan wat in hun vermogen ligt. Waarna ze God om hulp gevraagd hebben. En dan kom ik hen voor de voeten. Ik geef ook huiskameravonden. Ik hoor en zie dan duidelijk de overledenen. Het frappante is dat ik tijdens mijn werk niets voel. Ik zie en hoor. Luid en duidelijk hoor ik stemmen. En zie ik de overledenen alsof zij nog leven. Ik kan ook niets met voorwerpen. Ik geef mij over en dan gebeurt het. De overledenen die zich melden laten ook weten wat ze nu doen. Hoe het nu met ze gaat. Waar ze mee bezig zijn. Hoe het is aan Gene Zijde. Hoe zij hun overgang beleefd hebben. En ook ik leer weer bij. De laatste keer was er een vrouw die bij leven dement was. Zij vertelde dat ze toen geen idee had wie er bij haar waren en wat er allemaal gezegd werd. Maar dat ze dat allemaal wel wist toen ze overleden was. Dus dat alles wat er toen gezegd was in haar geheugen terug kwam.

Masogea geeft de leringen van de Meesters door m.b.t. de evolutie van de ziel van de aanwezigen.

Verder heb ik contact met Stagomerus ( Waarheid) en Serafine. Zij is mijn hele leven al bij mij. De energie die ik altijd voelde en als kind zag ik haar. Pas sinds kort weet ik dat Serafine een engel is.

 

Veel gewerkt heb ik nog niet. Maar dat gaat komen. Sinds gisteren heb ik mij volledig overgegeven en heb ik besloten alles te doen wat nodig is om de mensheid naar een hoger niveau te begeleiden.

Het heeft mede zolang geduurd omdat ik mij maar niet voor kon stellen dat ik dat zou gaan doen. Volgens Masogea veroorzaakt door bescheidenheid. Deze bescheidenheid hoort bij een instrument van de Meesters. Hij zei mij dat het mij tevens zal behoeden voor een diepe val.

 

Vaak vroeg ik mij af wie toch die man was tijdens mijn BDE. September 2009 werd ik op een zondagochtend wakker met het weten dat ik op internet moest kijken naar afbeeldingen van Johannes de Evangelist. En bingo! Daar was hij! De man uit mijn BDE. He, hé, weten we dat ook weer.

 

Nou, misschien kun je mijn BDE aanpassen. En dan gewoon onder mijn eigen naam: Phemia.

 

 

 

 

 

 

 

Stemmen voor Spirituele Vrienden


Je kan om de twaalf uur een stem uitbrengen voor Spirituele Vrienden

Klik hier om mijn homepage in de nederlandse Top 100 te brengen.
 
Top 100 NL