|
|
De Christelijke kerken, de bijbel en het paranormale
01. Inleiding Sinds ik de boeken van Jozef Rulof lees, nu al zo'n tien jaar denk ik, kreeg ik echter allerlei vragen bij veel zaken die zowel de Katholieke als de Protestantse kerken verkondigen en nog meer bij wat ze 'niet' verkondigen. Zo rust duidelijk op de term: 'reïncarnatie' een groot taboe. Ook over het voortleven van onze dierbare overledenen worden geen duidelijke antwoorden verstrekt en over het paranormale wordt ook maar liefst gezwegen. Wonderen lijken iets te zijn uit een ver verleden en de Geestelijke Wereld lijkt veraf te zijn. Nu vond ik onlangs, heel 'toevallig', dan toch een tekst uit een brief, afkomstig uit het Vaticaan, waarin voorzichtig gesteld wordt dat onze doden leven en dat er zelfs contact mogelijk is. En dat dit vanaf nu ook geoorloofd is. * Het lijkt dus alsof de kerk heeft ingezien dat ze er niet langer omheen kunnen dat de Geestelijke Wereld inderdaad dichtbij is en dat het niet 'van de duivel' is wanneer gewone mensen beweren contact te hebben met die Wereld. 02. Citaat. "Recentelijk verklaarde Pater Gino Concetti, een van de meest vooraanstaande theologen van het Vaticaan in een interview: 'Volgens het moderne Catechisme staat God onze geliefde gestorvenen die leven in een bovennatuurlijke dimensie toe om boodschappen te sturen om ons te leiden in bepaalde moeilijke periodes in ons leven. De kerk heeft besloten om gesprekken met overledenen niet langer te verbieden onder de voorwaarde dat deze contacten uitgevoerd worden met een serieus religieus en wetenschappelijk doel. (afgedrukt in de Vaticaanse nieuwsbrief Osservatore Romano geciteerd in Sarah Estep's American Association Electronic Voice Phenomena, Inc Newsletter, vol 16 No, 2 1997 )" Toen ik dit citaat gevonden had heb ik het meteen een plaatsje gegeven op mijn vriendendorum. Iemand van de forumleden merkte daarbij terecht op: "Dit is wel een goede vooruitgang. Zo'n opmerking is dan voor mij een directe aanzet om het verder gaan uitzoeken om te weten te komen of er over dit onderwerp ook iets te vinden is in de bijbel en met name in Het Nieuwe Testament. Want uiteindelijk is dat boek toch het fundament waarop de Kerk gegrondvest is. Tot mijn grote verbazing vond ik in de Handelingen en in de brieven van de Apostelen een groot aantal verwijzingen naar Geestelijke Gaven - in moderne termen: naar mediamieke gaven. Nog groter was mijn verbazing dat in die teksten sterk aangemaand wordt om die Gaven te verwerven. Natuurlijk wordt hier ook gewezen op de gevaren van de lagere geestenwereld, maar dat lijkt me vanzelfssprekend. De Kerken hebben dus blijkbaar doorheen de eeuwen verboden, wat in hun eigen geschriften, door de eerste christenen als een hoger doel om naar te streven werd gezien. 03. Ik zocht aanvankelijk in Het Nieuwe Testament volgens Johannes Greber. Greber was een katholiek priester en kwam op zijn 48ste, tegen wil en dank, in contact met een medium. Tegen wil en dank omdat het in die tijd nog volstrekt verboden was om te geloven in of mee te werken aan contacten met de Geestelijke Wereld. Greber kon er echter niet omheen, dat dit contact er wel degelijk was, en zette hiervoor zijn hele toekomst op het spel. Later schreef hij hierover het boek: 'Omgang met Gods Geestenwereld' , in mijn ogen een zeer waardevol boek. Greber maakte ook een nieuwe vertaling van Het Nieuwe Testament en maakte daarvoor gebruik van de oorspronkelijke Griekse tekst. Hij was er, door zijn contacten met de Geestelijke Wereld, op gewezen dat in de huidige vertalingen heel wat vervalsingen waren geslopen. Vandaar dus zijn besluit om een nieuwe vertaling te maken. Bij mijn zoektocht heb ik het echter niet gelaten bij alleen de vertaling van Greber. Ik ben ook gaan vergelijken met het Nieuwe Testament zoals het door de kerk wordt gepresenteerd. En ook daar vond ik dezelfde aanbevelingen om te streven naar het verwerven van Geestelijke Gaven. Alleen is het taalgebruik daar iets cryptischer. Ik zal de citaten die ik met jullie wil delen daarom in twee kolommen plaatsen, één met de versie van Greber (die het woord 'medium' gebruikt) en één uit een meer conventionele Bijbelversie (waar het woord 'profeet' gebruikt wordt). Johannes Greber - biografie Johannes Greber (1876-1944) werd in Wenigerath, Bernkastel geboren. Hij studeerde theologie in Trier en werd in 1900 tot priester gewijd. Greber was sterk betrokken bij zijn parochie. Niet alleen als priester. Greber beschikte over een sterke geneeskracht. Samen met zijn kennis van geneeskrachtige kruiden stelde hij deze geneeskracht in dienst van zijn parochie.
Gastenboek van Spirituele Vrienden. ![]()
|
|
|
|
04. Vergeten bewustzijn – de herontdekking van een spirituele bron Door Roelof Tichelaar Roelof Tichelaar heeft een praktijk voor psychische, pastorale en spirituele hulpverlening, is auteur en geeft lezingen. Daarnaast is hij docent weerbaarheid. (http://www.roeloftichelaar.nl/ en http://www.weerbaarheidstrainer.nl/ ) |
|
In een samenleving waarin mensen voornamelijk leven vanuit hun verstandelijk denken en gericht zijn op het materiële, is de kans groot dat zij vergeten wie ze in wezen zijn. Door dit grote vergeten verliezen we het contact met onze innerlijke bron, wat een verregaande invloed heeft op ons leven en de zingeving van ons bestaan. Een sluier van onwetendheid hangt dikwijls tussen de aardse en de geestelijke dimensie en bedekt de reden waarom wij op aarde geboren zijn en wat het doel van ons leven is. Steeds meer mensen zijn in deze tijd op zoek naar zingeving, spiritualiteit en bezieling. Het hedendaagse (kerkelijke) christendom is niet meer zo vertrouwd met het bovennatuurlijke aspect van het geloof. Dikwijls is er blinde veroordeling of afwijzing van paranormale ervaringen. Dit vraagt in mijn ogen om een kritische benadering. Meer dan ooit wordt daarmee een beroep gedaan op de intuïtieve eigenschappen, die vaak door ons denken overwoekerd zijn. Bovendien noemen wij het onverklaarbare dikwijls een ‘wonder’, terwijl ook bovennatuurlijke verschijnselen zijn gebaseerd op eeuwige wetten die we misschien vergeten zijn. De mensheid wordt altijd begeleid door engelen. De engelen gebruiken in die begeleiding meestal de energie van mensen. De mens is dus leverancier van die levenskracht. En hoe meer levenskracht de mens beschikbaar kan stellen aan de engelen, des te intenser en duidelijker zal het contact tussen die twee werelden worden. Hierop is wel een uitzondering: wanneer de engelen met een speciale opdracht van God de wereld worden ingezonden, krijgen ze zoveel levenskracht tot hun beschikking als nodig is om hun taak uit te voeren. De geestelijke wezens hebben hun energie normaal gesproken nodig voor hun eigen functioneren, net zoals dat bij de mens op aarde ook het geval is. Die kostbare energie, waar de engelen heel eerbiedig en zuinig mee omgaan, putten zij dus meestal uit de mens in wiens nabijheid zij hun arbeid moeten verrichten. De menselijke leveranciers van deze kostbare energie zijn de mediums, mensen waarmee de geestenwereld in verbinding treedt. In de bijbel vinden we hier overigens vele voorbeelden van; met name de profeten waren dergelijke mediums. Zij stonden in contact met de goede geestenwereld van God. En toch roept de verbinding met de geestelijke wereld binnen kerkelijke gemeenschappen nogal eens verzet op. Met de bijbel in de hand wordt het niet zelden scherp veroordeeld, terwijl diezelfde bijbel bol staat van de paranormale ervaringen. In het bijbelboek Deuteronomium wordt ernstig gewaarschuwd tegen waarzeggerij en afgoderij: ‘Onder u zal niemand worden aangetroffen die (…) de geest van een dode of een waarzeggende geest ondervraagt of die de doden raadpleegt.’ (1) Verderop wordt daarentegen de belofte gedaan dat er door God een profeet opgewekt zal worden naar wie de mensen zullen luisteren. (2) Wie worden er met deze ‘doden’ eigenlijk bedoeld? Zijn dat de door de aardse dood van hun lichaam gescheiden geesten? Om dit juist te begrijpen, moeten we weten dat er in de bijbel in eerste instantie met de dood wordt bedoeld: het van God afvallig zijn, het van God gescheiden zijn. Met andere woorden: de ‘doden’ zijn de van God gescheiden geesten van de duisternis. Het gaat hier dus om de geestelijk doden, de geesten die het kwade toebehoren. Maar daarmee verbiedt God nog niet het contact met Zijn geestenwereld; dat is immers de wereld waarmee ook Gods profeten uit de bijbel in verbinding stonden. Ook de profeet Jesaja maakt dit zuivere onderscheid als hij zegt: ‘En wanneer men tot u zegt: Vraagt de doden en de waarzeggende geesten die daar piepen en mompelen – zal een volk niet zijn God vragen? Zal men voor de levenden de doden vragen?’ (3) Jesaja onderscheidt hier de ‘doden’ van de ‘levenden’. Het volk mocht niet de ‘doden’, maar moest de ‘levenden’ raadplegen. En zo gebeurde dat dan ook in het Bijbelverhaal. Kijk maar naar de geschiedenis van Mozes. In de tijd van Mozes was bij de Israëlieten het vragen aan God een dagelijks gebeuren. Al wie God wilde vragen, ging naar de tent der samenkomst, die buiten de legerplaats was. En zodra Mozes in de tent was, daalde een wolkkolom neer en bleef staan aan de ingang van de tent en Hij sprak met Mozes. (Zie Exodus 33) Als we de geschiedenis van Mozes aandachtig bestuderen, zullen we tot de ontdekking komen dat het spreken met God in die tijd heel gebruikelijk was. En de wolkkolom die neerdaalde, was geen uiterlijk machtsvertoon van God, maar berustte op eeuwig geldende wetten waaraan het contact met de geestenwereld onderworpen is. Deze wolkkolom was een bundeling van energie die nodig was om het spreken van God hoorbaar te maken. Het vragen aan God en Zijn geestenwereld was zelfs noodzakelijk om als volk te overleven en het beloofde land te bereiken. Met andere woorden: wanneer wij als eerlijke, naar waarheid zoekende mensen de goede geestenwereld van God om raad vragen, doen wij daarmee niets verkeerds, maar gehoorzamen wij aan één van Gods geboden. Daarom is het onze plicht dit onderscheid te leren maken tussen het door God verboden contact met de lage geestenwereld en het door God gewilde contact met de geesten die in Zijn naam tot ons komen. Hoewel de eerste christenen op de hoogte moeten zijn geweest van deze inzichten, heeft de menselijke inmenging in twintig eeuwen kerkelijk christendom ervoor gezorgd dat deze spirituele kennis langzaam maar zeker is verdwenen. De waarheid is bedoeld om de mens te verkwikken en een houvast te geven. Het is als helder water dat uit een goede bron opwelt, maar dat haar zuiverheid verliest naarmate het verder stroomafwaarts komt. De riolen van de mensen komen er op uit en maken het water troebel. Zo is de oorspronkelijke christelijke boodschap vertroebeld geraakt en wordt haar water door velen met tegenzin gedronken. Anderen hebben zich er van afgekeerd en proberen elders hun dorst te lessen. Maar er zijn ook mensen ziek van geworden en dat valt te betreuren. De geestelijke wereld wil de mensheid het ware christendom van Christus teruggeven. Zij, de geesten van God, zijn de waterdragers die uit de zuivere bron putten en hun heldere inzichten willen delen met de mens die daarvoor openstaat. Dankzij de inzichten die ons vanuit de geestelijke wereld zijn toegestroomd, kan ons denken een verandering ondergaan. Want doordat ons denken verandert, komen we open te staan voor hogere vormen van bewustzijn. In de afgelopen 25 jaar heb ik de verbinding met de geestelijke wereld vaak mogen ervaren, waardoor mij een belangrijk deel van de spiritualiteit van het oorspronkelijke christendom is teruggegeven. Het boek ‘Omgang met Gods geestenwereld’ van Johannes Greber, een Rooms Katholieke priester die in de jaren ’20 van de vorige eeuw ongevraagd via diverse mediums met de hogere geestenwereld in aanraking kwam en uiteindelijk zijn kerk heeft moeten verlaten, heeft mij op die weg bijgestaan. In een indringende en voorspellende droom ontving ik toentertijd de opdracht uit de geestelijke wereld het werk van Greber verder uit te dragen en aan te vullen, wat uiteindelijk geresulteerd heeft in mijn boek ‘Vergeten bewustzijn – de boodschap van een spiritueel christendom’. (4) Ik ben ervan overtuigd dat het christendom de taak heeft opnieuw de verbinding te zoeken met Gods geestenwereld. Maar dat kan en mag alléén als dat op een zuivere en op het hogere gerichte manier gebeurt. In 1937 dacht Johannes Greber daar net zo over. Tijdens een internationaal congres van spiritisten in Glasgow van 2 tot 10 september, heeft hij de volgende toespraak gehouden. (5) ‘De relatie tussen het moderne spiritisme en religie kan alleen dan worden verklaard wanneer de woorden ‘religie’ en ‘spiritisme’ op de juiste manier worden uitgelegd. Het woord ‘religie’ komt van het Latijnse woord ‘religare’ en betekent ‘datgene samenvoegen wat gescheiden werd’. Religie omvat dus alles wat nodig is om diegenen die van God gescheiden zijn, met Hem te verbinden. In theorie bevat het de goddelijke waarheden; in de praktijk een leven overeenkomstig deze waarheden. Een religie die nalaat haar beginselen op deze waarheden op te bouwen, heeft net zo weinig recht op de naam ‘religie’ als een wegwijzer die de verkeerde richting aangeeft de naam ‘wegwijzer’ verdient. Dienovereenkomstig kan religie alleen gerelateerd zijn aan het spiritisme als het spiritisme een middel voor goddelijke waarheden is. Wat betekent nu ‘spiritisme’? Het woord ‘spiritisme’ betekent normaliter ‘verbinding met geesten’. Er zijn echter vele soorten geesten: hoge geesten van God, geesten uit een lage sfeer en geesten uit de laagste sferen; geesten die de waarheid vertellen en geesten die onwaarheid vertellen omdat ze niet beter weten, maar ook geesten die onwaarheid spreken omdat het slechte geesten zijn. Om een congres van spiritisten de vraag te beantwoorden betreffende een relatie tussen spiritisme en religie, moet men zich om te beginnen afvragen: “Bedoelt het congres met ‘spiritisme’ de verbinding met hoge geesten die de verkondigers van de waarheid zijn, of de verbinding met lage geesten van gene zijde die nooit als verkondigers van de waarheid kunnen worden aangezien?” Wanneer het congres onder spiritisme alleen de verbinding met Gods geesten en de uitwerking daarvan bedoelt, dan is spiritisme niet slechts een religie, maar de religie in de juiste betekenis. Want alleen geesten die van God - de bron van alle waarheden - komen, kunnen de ongestoorde waarheid overbrengen aan hen die wensen weer met God verenigd te worden. Een dergelijk spiritisme zou dan absoluut de vervulling van de belofte van Christus zijn die Hij op de avond voorafgaande aan Zijn aardse dood deed: “Ik zal jullie de geesten van Mijn Vader zenden en die zullen jullie vertrouwd maken met alle waarheden en zullen voor altijd bij jullie zijn.” Maar wanneer het congres het zo ziet dat men de verbinding met de lagere sferen er bij betrekt, heeft in dat geval spiritisme geen enkele overeenkomst met de ware religie.’ In het spiritueel christendom vormt de verbinding met de geestelijke wereld de basis van religie. In dát christendom is het christusbewustzijn een universeel licht, toegankelijk voor alle mensen, ongeacht hun religie, cultuur of achtergrond. Het spiritueel christendom leert ons dat het niet volstaat uiterlijke kennis te vergaren. Er wordt ook van ons gevraagd dat we aan onszelf werken en in de dagelijkse ervaringen waardevolle levenslessen leren herkennen. Alleen díe weg brengt ons bij de innerlijke ervaringen van spiritualiteit en geloof. Het gaat om de weg naar binnen. En daar, vanbinnen, kunnen we die eeuwige bron van vrede, die ons allen wil bezielen, leren zien en voelen. Jezus Christus speelt een doorslaggevende rol in de geschiedenis van de mensheid. Dankzij zijn geboorte, leven en sterven is de toegang tot de hoge lichtwereld weer opengegaan voor ieder van ons. Die geestelijke dimensie die zich dankzij Jezus Christus in ons hart kan openen, wordt ook wel het ‘Christuslicht’, ‘het Christusbewustzijn’, de ‘Christusdimensie’, ‘de Heilige Geest’ of ‘de innerlijke Christus’ genoemd. Jezus, in de bijbel beschreven als ‘het licht der mensen’, leeft ook als universeel bewustzijn in ons. Het is dit licht dat zowel op verstandelijk niveau gekend, als op intuïtief niveau ervaren kan worden. En gedurende het proces van onze geestelijke bewustwording, dat over de grens van de aardse dood heen zal gaan, zullen die twee, het innerlijke weten en het uiterlijke kennen, bij elkaar worden gebracht. Gevoelige en intuïtief ingestelde mensen kunnen dit licht ervaren zonder het expliciet te benoemen. Daarom moeten mensen die zichzelf ‘christenen’ noemen, oppassen dat ze zichzelf niet als een exclusieve club beschouwen, omdat zij Jezus volgens hun eigen strakke formuleringen belijden en mensen die niet aan deze formule voldoen, veroordelen. Het dienen van Jezus gaat immers verder dan alleen het roepen van zijn naam. Hij zegt in de bijbel: ‘Alles wat jullie voor de minste van mijn broeders hier deden, hebben jullie voor mij gedaan.’ Als wij onverschillig zijn over onze naasten, kunnen we Jezus niet dienen. Om tot de diepere dimensie van Christus als universeel licht door te dringen, worden we opgeroepen om de uiterlijke gestalte van Jezus even los te laten. Het gedenken van Zijn Hemelvaart doet ons bij dit geheim stilstaan: dat we afscheid nemen van de uiterlijke Jezus, om uit te zien naar het geheim van Pinksteren, waarop de Geest in onszelf geboren gaat worden. Met andere woorden: we moeten ons niet angstvallig vastklampen aan uiterlijkheden, maar op zoek gaan naar wat de geboorte van Christus in ons zelf betekent. Dit is de weg van buiten naar binnen, van mentale, verstandelijke kennis naar de innerlijke Christuservaring. Maar er is ook een omgekeerde beweging, namelijk van intuïtieve ervaring naar het verstandelijk kennen. Het verstandelijk kennen van Jezus Christus, een persoonlijke geestelijke relatie met Hem aangaan – en daarmee het begrijpen van de verlossing – heeft ook een belangrijke betekenis en is de tegenpool van deze grote werkelijkheid. Jezus gaf zijn leerlingen niet voor niets de opdracht het evangelie over de aarde te verspreiden en de verlossing te verkondigen. Ik denk ook dat dit van ons gevraagd wordt en dat het meer is dan alleen maar ‘een wezenlijk uitkomen waar je voor staat’. Door het belijden kan de blijde boodschap verder worden verspreid in de wereld. In het belijden geef ik naam aan het grote mysterie dat zich op dieper niveau in mij wil voltrekken. Maar ik mag nooit oordelen over andere mensen die dit niet op mijn manier belijden. Misschien ervaren zij hetzelfde Christuslicht op een andere manier, maar kunnen ze er (nog) geen woorden aan geven, of geven ze ándere woorden aan dit grote geheim. In het verhaal over de val van Lucifer zien we dat deze engel zich verzette tegen Christus als autoriteit bóven hem, maar dat zijn bewustzijn zich op hetzelfde moment afsloot voor de ervaring van het Christusbewustzijn ín hem. Met andere woorden: innerlijk en uiterlijk zijn in de geestelijke wereld één werkelijkheid. Daarom geldt ook op de aarde dat we Christus niet alleen als een verlosser buiten ons moeten zien, maar dat we Hem ook als het innerlijk verlossingslicht, als Christusbewustzijn in ons meedragen. Een ieder die het ware licht zoekt, zal het vinden. Wie de universele Geest van liefde in zijn of haar hart ervaart, is dan ook ten diepste verbonden met Christus. In het evangelie van Johannes zegt Jezus: ‘Ik heb jullie nog veel te zeggen, maar jullie kunnen het nu niet dragen. Maar zodra die geestenwereld van de waarheid is gekomen, zal die jullie bij iedere vraag over de waarheid de juiste weg laten zien. Zij zal niet uit zichzelf spreken, maar alleen wat zij zelf ervaart, zal zij uitspreken en jullie datgene verkondigen wat nuttig voor je is. Zij zal voor mijn eer opkomen, want zij zal uit het mijne nemen en het jullie meedelen. Alles wat de Vader heeft, is ook van mij. Daarom zei ik dat ze het uit het mijne zal nemen en het jullie zal verkondigen.’ (6) Het is logisch dat de geestenwereld die met God verbonden is, één onverdeelde waarheid verkondigt. En op het moment dat Christus als een innerlijk licht in ons geboren wordt, zullen wij ook door Hem geleid worden naar de waarheid over Gods verlossingsplan en over de rol die Jezus Christus daarin speelt. Datzelfde geldt overigens ook voor de geesten van mensen die overleden zijn: ongeacht hun godsdienst of cultuur zullen zij allen in het hiernamaals onderricht worden over de rol van Jezus Christus in het grote verlossingsplan, zodat zij allen tot de erkenning van Christus zullen komen. De erkenning van Zijn heerschappij is een voorwaarde om definitief de terugtocht naar de hogere sferen te kunnen aanvaarden. Maar ook dat zal een geestelijk kennen zijn, wat zoveel groter is dan de aardse inzichten die we over Christus kunnen hebben. Het bijzondere van de erkenning van het koningschap van Christus is, dat we onze fundamentele vrijheid niet zullen verliezen. Onze eigen kern zal die vrijheid juist volledig terugkrijgen. In bovenstaande Bijbeltekst wordt echter wel duidelijk verteld dat de geestenwereld van God alleen verkondigt wat nuttig voor de mens is. Dat betekent dat de geestelijke wereld lang niet altijd de volle waarheid hoeft mee te delen, bijvoorbeeld wanneer mensen die waarheid niet aankunnen of er door in verwarring kunnen worden gebracht. Samengevat zien we dus twee bewegingen. De ene gaat van buiten naar binnen: door de uiterlijke kennis die we langs de weg van het verstand tot ons kunnen nemen (dat zijn dus de inzichten die we van andere mensen of vanuit de geestelijke wereld ontvangen), worden we steeds verder ingewijd in de innerlijke weg en leren we Christus als een innerlijke, universele bron van liefde kennen. De andere beweging gaat van binnen naar buiten: van binnenuit worden mensen vanuit die universele bron steeds verder ingewijd in de kennis over de grote geheimen van de schepping en Gods verlossingsplan. Beide processen zetten zich na ons aardse leven voort. Bij de ene mens zal het accent meer op de uiterlijke kennis liggen en bij de andere meer op het innerlijk weten en het ervaren van de Geest van universele liefde. Ooit zal dat grote geheim van Jezus Christus zich geheel voor ons ontvouwen en zullen we zien dat het allemaal nog veel groter is dan we nu kunnen bevatten. Op een gegeven moment werd mij vanbinnen te verstaan gegeven dat het bewustzijn waarmee we Christus waarnemen, doorslaggevend is voor de waarde die Hij voor ons heeft. Zien we Christus nog als een verre, machtige Godheid die voor ons onbenaderbaar is, dan zal Hij dat voor ons zijn. Zien we Hem als broeder naast ons of als het Christusbewustzijn dat ons reinigt van al het oude dat we nog in ons meedragen en dat we zelf tussen God en ons in hebben geplaatst, dan zal Hij dit werkelijk voor ons zijn. Daar komt nog bij dat er een groot verschil is tussen uiterlijk belijden en dit ten diepste (dus: bezield, gerijpt en van zuivere liefde, zelfkennis en ware deemoed doortrokken) ervaren. Hiermee ontneemt Christus ons niet onze verantwoordelijkheid en evenmin de levenservaringen die Gods verlossingsplan voor ons in petto heeft. Sterker nog: in onze gemeenschap met Christus ligt een grote verantwoordelijkheid én een grote – volwassen – vrijheid besloten. We worden immers ook geroepen om die vrede van Christus door te geven aan anderen, zodat Zijn Geest van liefde werkzaam in ons wordt. En daarom is het zo waardevol dat we elkaar die vrijheid gunnen en we elkaar voortdurend aanmoedigen om steeds verder en dieper te gaan kijken. (7) Dat is het vergeten bewustzijn dat steeds verder in ons open mag gaan en waarin we die diepe vrede mogen voelen. Eens, in de geestelijke wereld zal die vrede volkomen voor ons zijn. (1) Deuteronomium 18: 10 en 11, NBG-vertaling (2) vers 15 (3) Jesaja 8: 19, NBG-vertaling (4) Vergeten bewustzijn – de boodschap van een spiritueel christendom, Roelof Tichelaar, uitgeverij Ten Have, Kampen (5) Uit ‘Johannes Greber – sein Leben und sein Werk’ door Werner Schiebeler, J.-Greber-Arbeitskreis Verlag. Deze toespraak is vertaald in het Nederlands door Sir Koolhof. (6) Johannes 16: 12-15, ‘Het Nieuwe Testament’ door Johannes Greber, uitgegeven door Stichting Inima, Sir Koolhof, Hoogeveen (7) Uit: Vergeten bewustzijn – de boodschap van een spiritueel christendom, Roelof Tichelaar, uitgeverij Ten Have, Kampen
|
|
05. Aanbevolen lectuur:
In Hem leven wij De oorspronkelijke boodschap van het christendom - Een spirituele ontdekkingstocht. Geschreven door Roelof Tichelaar, met een voorwoord van Hans Stolp ISBN 90-73798-44-2
Het Nieuwe Testament bij nader inzien Gebaseerd op de Oudgriekse tekst en op inspiratie uit de engelenwereld. Geschreven door Roelof Tichelaar ISBN 90-73798-57-4
Meer over deze boeken bij : Stichting de Heraut
Boekbespreking: Omgang met Gods Geestenwereld - Johannes Greber
|