De Christelijke kerken, de bijbel en het paranormale

01. Inleiding - 02. citaten - 03. NT. vertaald door J. Greber - 04. Roelof Tichelaar over het vergeten bewustzijn - 05. aanbevolen lectuur -

 

 

01. Inleiding
Ik ben geboren en getogen in Vlaanderen en dus van huis uit Katholiek. Twee jaar geleden verhuisde ik naar Friesland en kwam zo in aanraking met mensen uit allerlei Protestantse richtingen, meestal gereformeerd.

Sinds ik de boeken van Jozef Rulof lees, nu al zo'n tien jaar denk ik, kreeg ik echter allerlei vragen bij veel zaken die zowel de Katholieke als de Protestantse kerken verkondigen en nog meer bij wat ze 'niet' verkondigen. Zo rust duidelijk op de term: 'reïncarnatie' een groot taboe. Ook over het voortleven van onze dierbare overledenen worden geen duidelijke antwoorden verstrekt en over het paranormale wordt ook maar liefst gezwegen. Wonderen lijken iets te zijn uit een ver verleden en de Geestelijke Wereld lijkt veraf te zijn.

Nu vond ik onlangs, heel 'toevallig', dan toch een tekst uit een brief, afkomstig uit het Vaticaan, waarin voorzichtig gesteld wordt dat onze doden leven en dat er zelfs contact mogelijk is. En dat dit vanaf nu ook geoorloofd is. *

Het lijkt dus alsof de kerk heeft ingezien dat ze er niet langer omheen kunnen dat de Geestelijke Wereld inderdaad dichtbij is en dat het niet 'van de duivel' is wanneer gewone mensen beweren contact te hebben met die Wereld.

 

 

02. Citaat.

"Recentelijk verklaarde Pater Gino Concetti, een van de meest vooraanstaande theologen van het Vaticaan in een interview:

 

'Volgens het moderne Catechisme staat God onze geliefde gestorvenen die leven in een bovennatuurlijke dimensie toe om boodschappen te sturen om ons te leiden in bepaalde moeilijke periodes in ons leven. De kerk heeft besloten om gesprekken met overledenen niet langer te verbieden onder de voorwaarde dat deze contacten uitgevoerd worden met een serieus religieus en wetenschappelijk doel.

 

(afgedrukt in de Vaticaanse nieuwsbrief Osservatore Romano

geciteerd in Sarah Estep's American Association Electronic Voice Phenomena, Inc Newsletter, vol 16 No, 2 1997 )"

 

 

Toen ik dit citaat gevonden had heb ik het meteen een plaatsje gegeven op mijn vriendendorum. Iemand van de forumleden merkte daarbij terecht op:

 

"Dit is wel een goede vooruitgang.
Ik vraag me alleen af hoe de gelovigen hierop zullen reageren, want het was immers allemaal uit den boze. En nu mag het ineens wel!!
Hoe verklaar je zoiets?" 

 

Zo'n opmerking is dan voor mij een directe aanzet om het verder gaan uitzoeken om te weten te komen of er over dit onderwerp ook iets te vinden is in de bijbel en met name in Het Nieuwe Testament. Want uiteindelijk is dat  boek toch het fundament waarop de Kerk gegrondvest is.

Tot mijn grote verbazing vond ik in de Handelingen en in de brieven van de Apostelen een groot aantal verwijzingen naar Geestelijke Gaven - in moderne termen: naar mediamieke gaven. Nog groter was mijn verbazing dat in die teksten sterk aangemaand wordt om die Gaven te verwerven. Natuurlijk wordt hier ook gewezen op de gevaren van de lagere geestenwereld, maar dat lijkt me vanzelfssprekend.

De Kerken hebben dus blijkbaar doorheen de eeuwen verboden, wat in hun eigen geschriften, door de eerste christenen als een hoger doel om naar te streven werd gezien.

 

 

03. Ik zocht aanvankelijk in Het Nieuwe Testament volgens Johannes Greber.

 

Greber was een katholiek priester en kwam op zijn 48ste, tegen wil en dank, in contact met een medium. Tegen wil en dank omdat het in die tijd nog volstrekt verboden was om te geloven in of mee te werken aan contacten met de Geestelijke Wereld. Greber kon er echter niet omheen, dat dit contact er wel degelijk was, en zette hiervoor zijn hele toekomst op het spel.

Later schreef hij hierover het boek:  'Omgang met Gods Geestenwereld' , in mijn ogen een zeer waardevol boek.

 

Greber maakte ook een nieuwe vertaling van Het Nieuwe Testament en maakte daarvoor gebruik van de oorspronkelijke Griekse tekst. Hij was er, door zijn contacten met de Geestelijke Wereld, op gewezen dat in de huidige vertalingen heel wat vervalsingen waren geslopen. Vandaar dus zijn besluit om een nieuwe vertaling te maken.

 

Bij mijn zoektocht heb ik het echter niet gelaten bij alleen de vertaling van Greber. Ik ben ook gaan vergelijken met het Nieuwe Testament zoals het door de kerk wordt gepresenteerd. En ook daar vond ik dezelfde aanbevelingen om te streven naar het verwerven van Geestelijke Gaven. Alleen is het taalgebruik daar iets cryptischer.

Ik zal de citaten die ik met jullie wil delen daarom in twee kolommen plaatsen, één met de versie van Greber (die het woord 'medium' gebruikt) en één uit een meer conventionele Bijbelversie (waar het woord 'profeet' gebruikt wordt).

 

Johannes Greber - biografie

 

 

Johannes Greber (1876-1944) werd in Wenigerath, Bernkastel geboren. Hij studeerde theologie in Trier en werd in 1900 tot priester gewijd. Greber was sterk betrokken bij zijn parochie. Niet alleen als priester. Greber beschikte over een sterke geneeskracht. Samen met zijn kennis van geneeskrachtige kruiden stelde hij deze geneeskracht in dienst van zijn parochie.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog redde Greber meer dan 14.000 kinderen van de hongerdood. Het was een visioen dat hem hiertoe aanzette.

Een ontmoeting met een goddelijk medium in de nazomer van 1923 was bepalend voor Grebers verdere leven. Ondanks zijn sceptische houding overtuigde dit medium Greber dat er een engel sprak die Christus op zijn weg had gebracht. De geest toonde aan dat het huidige christendom op talloze plekken door toedoen van de mensen vervormd was. Greber brak met zijn kerk en vertrok naar Amerika.

(zie ook:
volledige biografie)

 

 

Uit :  Het Nieuwe Testament volgens J.  Greber Uit : de Nieuwe Bijbelvertaling van 2004

Handelingen - Hoofdstuk 13

 

 1 In de gemeente van Antiochië waren er ook die trancemedium waren en anderen die de gave van het onderwijzen bezaten. Onder hen bevonden zich Barnabas en Simeon, met de bijnaam Niger. Verder Lucius uit Cyrene, Manaës die met de viervorst Herodes opgevoed was en Saulus.

2 Toen ze op een dag ter ere van de Heer een gemeenschappelijke eredienst hielden en vastten, gebood een heilige geest:" Zonder mij Barnabas en Saulus af voor het werk waarvoor ik hen geroepen heb."

3 Nadat ze gevast en gebeden hadden, legden ze hun de handen op.

4 Toen ze zo van een heilige geest hun roeping hadden ontvangen, vertrokken ze naar Seleucië en voeren vandaar over zee naar het eiland Cyprus.

5 Na hun aankomst in Salamis verkondigden ze het woord van de Heer in de joodse synagogen. Als helper hadden ze ook Johannes bij zich.

6 Ze trokken het hele eiland over en kwamen in Pafos. Daar troffen ze een joodse tovenaar aan, Barjezus genaamd. Hij was een medium van de boze geestenwereld

7 en ging om met stadhouder Sergius Paulus, die een zeer welgezind mens was. De stadhouder liet Barnabas en Saulus bij zich komen en wenste van hen het woord van God te horen.

8 Toen trad de tovenaar Elymas - want zo is namelijk de vertaling van zijn naam - hen tegemoet en probeerde de stadhouder van het geloof af te houden, hoewel hij alleen maar hele mooie dingen over hen gehoord had.

9 Saulus, Paulus genaamd, keek hem met een doordringende blik aan en zei, ingegeven door een heilige geest, tegen hem:

10" Jij zoon van de duivel, jij vijand van al het goede, jij die helemaal vervuld bent van leugen en bedrog, zou je eindelijk niet eens ophouden om de mensen van de rechte wegen van de Heer af te brengen?

11 En onmiddellijk, nog in dit ogenblik, komt de hand van de Heer over je. Je zult blind zijn en een tijdlang het zonlicht niet meer zien!" En meteen werden zijn ogen door de diepste duisternis verduisterd. Hij liep tastend rond, op zoek naar iemand die hem bij de hand zou nemen en leiden.

12 Toen de stadhouder dit voorval zag, was hij zeer verbaasd en kwam tot geloof in God. Hij was diep getroffen door de kracht die gepaard ging met de leer van de Heer.

Handelingen - Hoofdstuk 13

 

1 Er waren in de gemeente van Antiochië profeten en leraren, onder wie Barnabas, Simeon die Niger werd genoemd, Lucius de Cyreneeër, Manaën, een jeugdvriend van de tetrarch Herodes, en Saulus.

2 Op een dag, toen ze aan het vasten waren en een gebedsdienst hielden voor de Heer, zei de heilige Geest tegen hen: ‘Stel mij Barnabas en Saulus ter beschikking voor de taak die ik hun heb toebedeeld.’

3 Nadat ze gevast en gebeden hadden, legden ze hun de handen op en lieten hen vertrekken.

4 Zo werden Barnabas en Saulus uitgezonden door de heilige Geest. Ze gingen eerst naar Seleucië en van daar per schip naar Cyprus,

5 waar ze aankwamen in Salamis. Daar verkondigden ze Gods boodschap in de synagogen van de Joden. Johannes was met hen meegegaan om hen te helpen.

6 Ze reisden het hele eiland rond tot ze in Pafos kwamen, waar ze een Joodse magiër aantroffen, een valse profeet die Barjesus heette

7 en tot het gevolg behoorde van Sergius Paulus, de proconsul. Sergius Paulus, een verstandig man, liet Barnabas en Saulus bij zich komen omdat hij meer wilde horen over het woord van God.

8 Maar Elymas, zoals Barjesus ook wel werd genoemd – want Elymas betekent ‘magiër’ –, stelde zich tegen hen teweer en probeerde de proconsul van het geloof af te houden.

9 Daarop keek Saulus (die ook bekendstond als Paulus) hem strak aan, en vervuld van de heilige Geest

10 zei hij: ‘U bent een bedrieger, een gewetenloze oplichter, een kind van de duivel en een vijand van elke vorm van gerechtigheid. Hoe durft u de rechte wegen van de Heer te veranderen in kronkelpaden?

11 Let op: de hand van de Heer zal u treffen, u zult blind zijn en voorlopig geen zonlicht meer zien.’ Onmiddellijk werd alles donker om hem heen, zodat hij tastend zijn weg moest zoeken en anderen moest vragen of ze hem wilden leiden.

12 Toen de proconsul dit zag, aanvaardde hij het geloof, diep onder de indruk als hij was van wat hij over de Heer had geleerd.

Handelingen - Hoofdstuk 15

 

30 Enkele dagen later vertrokken ze. Na hun aankomst in Antiochië riepen ze de gemeente bijeen en overhandigden de brief.

31 Toen de gemeenteleden de brief hadden gelezen, waren ze blij over de troostrijke inhoud.

32 Judas en Silas, die zelf medium en volledig ontwikkelde werktuigen van de heilige geestenwereld waren, brachten de broeders door hun veelvuldige toespraken veel troost en bemoediging.

33 Ze bleven daar een tijdlang. Toen namen ze met zegenwensen afscheid van de broeders, om terug te keren naar degenen die hen daarheen gestuurd hadden.

Handelingen - Hoofdstuk 15

 

30 Ze namen afscheid en vertrokken naar Antiochië, en nadat ze daar de gemeente hadden bijeengeroepen, overhandigden ze de brief.

 31 Toen de brief was voorgelezen, verheugde de gemeente zich over de bemoedigende inhoud.

32 Judas en Silas, die zelf ook profeten waren, hielden een lange toespraak waarin ze de gelovigen bemoedigden en sterkten.

33 Ze brachten enige tijd in Antiochië door en werden toen met een vredeswens door de gelovigen teruggezonden naar degenen die hen hadden afgevaardigd

Handelingen - Hoofdstuk 21

 

8 De volgende dag gingen we op weg en kwamen in Caesarea. Hier gingen we naar het huis van Filippus, een van de zeven evangelisten, en bleven bij hem.

9 Hij had vier dochters die medium waren.

10 Tijdens ons meerdaags verblijf daar kwam er een medium, Agapus genaamd, uit Judea daar naartoe.

11 Hij kwam bij ons, nam de gordel van Paulus, bond zich daarmee handen en voeten en zei:" Zo spreekt de heilige geest: de man aan wie deze gordel toebehoort, zal door de joden in Jeruzalem op deze manier gebonden en overgeleverd worden in de handen van de ongelovigen."

Handelingen - Hoofdstuk 21

 

8 De volgende dag vertrokken we weer en gingen op weg naar Caesarea. Daar vonden we onderdak bij Filippus, een verkondiger van het evangelie en een van de zeven wijze mannen.

9 Hij had vier ongetrouwde dochters, die de gave van de profetie bezaten.

10 Na enkele dagen kwam er een profeet uit Judea, die Agabus heette.

11 Hij zocht ons op, pakte Paulus’ gordel en bond daarmee zijn eigen handen en voeten vast. Toen zei hij: ‘Dit zegt de heilige Geest: “Zo zal de man van wie deze gordel is, worden vastgebonden door de Joden in Jeruzalem, die hem aan de heidenen zullen uitleveren.”

Korinthiers - 1 Hoofdstuk 12

1 Over de omgang met geesten, broeders, wil ik jullie niet in het onzekere laten.
2 Jullie weten dat je destijds, toen jullie nog heidenen waren, je met de slechte geesten uit de diepte in verbinding stelde, zo vaak jullie ertoe verleid werden.
3 Daarom wil ik jullie een herkenningsteken geven waardoor je de geesten kunt onderscheiden: geen enkele geest die van God komt en door een medium spreekt, noemt Jezus een vervloekte. En geen enkele geest kan Jezus als zijn Heer aanduiden als hij niet tot de heilige geesten behoort.
4 De geestelijke genadegaven komen in grote verscheidenheid voor. Maar het is dezelfde geestenwereld van God door wie ze toegekend worden.
5 Ook zijn er vele vormen van dienstverlening in de christelijke gemeente,
6 maar ook hier is het dezelfde Heer die ze toebedeelt. Verder zijn er vele vormen van geestelijke kracht, maar het is dezelfde God die in alles en bij allen als krachtbron in aanmerking komt.
7 Elk medium krijgt zijn boodschappen van de goede geestenwereld uitsluitend voor het algemeen welzijn.
8 Zo worden aan de een door de geestenwereld van God woorden van wijsheid geschonken; aan een ander de gave van inzicht door de werking van diezelfde geestenwereld;
9 een ander het begrip van de geloofswaarheden door diezelfde geestenwereld; een ander genezende krachten door diezelfde geestenwereld;
10 een ander de macht over boze geesten; een ander de gave om een medium te zijn dat spreekt in de moedertaal van de aanwezigen; een ander de gave dat hij de geesten kan onderscheiden; een ander de gave dat hij een medium is dat spreekt in vreemde talen; een ander de gave dat door hem vreemde talen in de moedertaal vertaald kunnen worden.
11 Al deze gaven verschaft een en dezelfde geestenwereld, die voor een ieder de gave uitkiest waarvoor hij geschikt is en in de mate waarin de geestenwereld het voor juist houdt.

Korinthiers - 1 Hoofdstuk 12
 
1 Broeders en zusters, over de gaven van de Geest wil ik u het volgende zeggen.
2 Zoals u weet was u in de tijd dat u nog heidenen was volledig in de ban van goden die taal noch teken geven.
3 Daarom zeg ik u nadrukkelijk: niemand kan ooit door toedoen van de Geest van God zeggen: ‘Vervloekt is Jezus,’ en niemand kan ooit zeggen: ‘Jezus is de Heer,’ behalve door toedoen van de heilige Geest.
4 Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest;
5 er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer;
6 er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is één God die ze allemaal en bij iedereen teweegbrengt.
7 In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente.
8 Aan de een wordt door de Geest het verkondigen van wijsheid geschonken, aan de ander door diezelfde Geest het overdragen van kennis;
9 de een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen.
10 En weer anderen de kracht om wonderen te verrichten, om te profeteren, om te onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is, om in klanktaal te spreken of om uit te leggen wat daar de betekenis van is.
11 Al deze gaven worden geschonken door een en dezelfde Geest, die ze aan iedereen afzonderlijk toebedeelt zoals hij wil.

Korinthiers - 1 Hoofdstuk 14

 

1 Doe je uiterste best om de liefde te verwerven. Streef er natuurlijk ook naar om met de geestenwereld van God in verbinding te komen. Doe vooral moeite om werktuigen te worden waardoor de geesten van God in je moedertaal tot jullie spreken.

2 Want als een geest in een taal spreekt die onbekend is voor de aanwezigen, kan hij zich voor hen niet verstaanbaar maken; alleen God begrijpt hem. Hij blijft voor iedereen onverstaanbaar, omdat de geest woorden gebruikt waarvan de betekenis voor de toehoorders verborgen is.

3 Maar als hij in de moedertaal van de aanwezigen spreekt, strekt hun dat tot geestelijke opbouw, tot vermaning en tot troost.

4 De geest die in een vreemde taal spreekt, haalt daar alleen voor zichzelf geestelijk voordeel uit, terwijl de geest die in de moedertaal van de toehoorders spreekt, de hele gemeente sticht.

5 Ik wilde wel dat jullie allen in je mediamieke ontwikkeling al zo ver waren dat geesten door een ieder van jullie in een vreemde taal konden spreken; maar ik zou nog liever zien dat ze door een ieder van jullie in je moedertaal konden spreken. Want een geest die in je moedertaal tot jullie spreekt, is voor jullie van groter belang dan die in een vreemde taal spreekt; of het moet al zo zijn dat hij die vreemde taal in jullie moedertaal vertaalt, zodat de gemeente er haar geestelijk voordeel mee kan doen.

6 Want stel, broeders, dat ik bij jullie zou komen als iemand door wie de geestenwereld in vreemde talen spreekt; hoe zou ik jullie daarmee van nut zijn? Als ik niet zo tot jullie kan spreken dat ik je door mijn woorden tot dan toe onbekende waarheden openbaar of door mijn gave van helderziendheid of als sprekend medium of als leraar jullie de waarheden van het heil in je moedertaal kan meedelen, is mijn komst zinloos.

 

27 Moet er in een vreemde taal worden gesproken, sta dan twee of hoogstens drie geesten toe om te spreken en wel de een na de ander en laat één geest de vertaling in de moedertaal van de aanwezigen op zich nemen.

28 Is er geen geest aanwezig die de vreemde taal vertalen kan, dan moet ook de andere geest zijn toespraak niet houden. Hij kan in plaats daarvan stil voor zichzelf een gebed tot God richten.

29 Ook toespraken in de moedertaal moeten door slechts twee of drie worden gehouden en de aanwezigen moeten zich over het gehoorde uitspreken.

30 Maar als een deelnemer aan de bijeenkomst plotseling een ingeving krijgt aangereikt, dient het sprekend medium te zwijgen.

31 De sprekende mediums kunnen immers nog vaak genoeg aan de beurt komen om de hele gemeente te onderwijzen en aan te moedigen.

32 De geesten die zich uiten door de mediums, zijn namelijk gehoorzaam aan de mediums.

33 God is immers geen God van wanorde maar van vrede. Zo onderwijs ik het in alle gemeenten van de godgetrouwen.

 

36 Of is het woord van God soms eerst bij jullie vandaan gekomen of het eerst bij jullie gekomen, zodat jullie alles beter weten?

37 Als iemand meent een sprekend medium te zijn of meent iemand te zijn die op een andere wijze in verbinding met de geestenwereld staat, die moge zich door het bevragen van de geestenwereld ervan overtuigen dat wat ik jullie schrijf, een opdracht van de Heer is.

38 Neemt iemand er echter geen notitie van, dan zal er ook geen aandacht meer aan hem geschonken worden.

39 Dus broeders, streef er ijverig naar om werktuigen van de geestenwereld in het spreken van de moedertaal te worden, maar probeer ook het spreken van de geesten in vreemde talen niet helemaal te verhinderen.

40 Laat alles echter betamelijk en in goede orde geschieden.

Korinthiers - 1 Hoofdstuk 14

 

1. Jaag de liefde na en streef naar de gaven van de Geest, vooral naar die van de profetie.

2 Iemand die in klanktaal spreekt, spreekt niet tot mensen maar alleen tot God. Niemand kan hem verstaan, want door toedoen van de Geest spreekt hij onbegrijpelijke taal.

3 Maar iemand die profeteert spreekt tot mensen, en wat hij zegt is opbouwend, troostend en bemoedigend.

4 Iemand die in klanktaal spreekt is daar alleen zelf bij gebaat; iemand die profeteert doet dat ten bate van de gemeente.

5 Ik zou willen dat u allen in klanktaal kon spreken, maar ik wil nog liever dat u profeteert. Iemand die profeteert is nuttiger dan iemand die in klanktaal spreekt, tenzij hij uitlegt wat hij zegt, zodat de gemeente er baat bij heeft.

6 Broeders en zusters, welk nut zou ik voor u hebben als ik bij u in klanktaal zou spreken zonder u tegelijk iets te openbaren, zonder kennis door te geven of iets te profeteren, of zonder u te onderwijzen?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

27 Er mogen twee, hoogstens drie van u in klanktaal spreken, ieder op zijn beurt en bovendien met iemand die de uitleg geeft.

28 Is er niemand die dit kan, dan moeten ze zwijgen en alleen voor zichzelf tot God spreken.

29 Laat van hen die profeteren er telkens twee of drie spreken; daarna moeten de anderen het beoordelen.

30 Wanneer aan iemand die nog op zijn plaats zit iets geopenbaard wordt, moet degene die op dat moment spreekt verder zwijgen.

 31 U kunt ieder op uw beurt profeteren, zodat ieder van u kan worden onderwezen en bemoedigd.

32 En wie profeteert heeft macht over zijn geest,

33 want God is niet een God van wanorde maar van vrede. Zo is het in alle gemeenten van de heiligen.

 

 

 

 

 

 

 

36 Heeft het woord van God zich soms verspreid vanuit uw gemeente? Of heeft het enkel u bereikt?

37 Wie van u denkt te kunnen profeteren of in het bezit van de Geest te zijn, dient te erkennen dat wat ik u schrijf een bevel van de Heer is.

38 Doet hij dat niet, dan wordt hij zelf niet erkend.

39 Kortom, broeders en zusters, streef ernaar te profeteren en verhinder niet dat er in klanktaal gesproken wordt. 40 Alles moet op gepaste wijze en in goede orde gebeuren.

Brief van Petrus 1 - Hoofdstuk 4

 

10 De één moet de ander dienen met de gave die hij ontvangen heeft, zodat jullie bewijzen goede beheerders van. de verschillende genadegaven van God te zijn.

11 Is iemand een sprekend medium, beschouw zijn woorden dan als uitspraken van God. Heeft iemand een gave die de hulp aan de gemeente ten goede komt, laat hij die dan gebruiken overeenkomstig de kracht die God hem daartoe ter beschikking stelt. In alle gevallen moet de verheerlijking van God in de gemeenschap met Jezus Christus het enige doel zijn. God zij de eer en hem behoort de macht toe voor alle tijden. Amen.  

Brief van Petrus 1 - Hoofdstuk 4

 

10 Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft, gebruiken om de anderen daarmee te helpen, zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt.

11 Voert u het woord, laat dan Gods woorden doorklinken in wat u zegt. Helpt u anderen, doe dat dan vanuit de kracht die God u geeft. Want zo doet u alles tot eer van God, dankzij Jezus Christus, aan wie alle eer en macht toekomt, voor eeuwig. Amen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

 

04. Vergeten bewustzijn – de herontdekking van een spirituele bron

 

Door Roelof Tichelaar

Roelof Tichelaar heeft een praktijk voor psychische, pastorale en spirituele hulpverlening, is auteur en geeft lezingen. Daarnaast is hij docent weerbaarheid. (http://www.roeloftichelaar.nl/ en http://www.weerbaarheidstrainer.nl/ )

 

 

In een samenleving waarin mensen voornamelijk leven vanuit hun verstandelijk denken en gericht zijn op het materiële, is de kans groot dat zij vergeten wie ze in wezen zijn. Door dit grote vergeten verliezen we het contact met onze innerlijke bron, wat een verregaande invloed heeft op ons leven en de zingeving van ons bestaan. Een sluier van onwetendheid hangt dikwijls tussen de aardse en de geestelijke dimensie en bedekt de reden waarom wij op aarde geboren zijn en wat het doel van ons leven is. Steeds meer mensen zijn in deze tijd op zoek naar zingeving, spiritualiteit en bezieling.

 

Het hedendaagse (kerkelijke) christendom is niet meer zo vertrouwd met het bovennatuurlijke aspect van het geloof. Dikwijls is er blinde veroordeling of afwijzing van paranormale ervaringen. Dit vraagt in mijn ogen om een kritische benadering.

Meer dan ooit wordt daarmee een beroep gedaan op de intuïtieve eigenschappen, die vaak door ons denken overwoekerd zijn. Bovendien noemen wij het onverklaarbare dikwijls een ‘wonder’, terwijl ook bovennatuurlijke verschijnselen zijn gebaseerd op eeuwige wetten die we misschien vergeten zijn.

De mensheid wordt altijd begeleid door engelen. De engelen gebruiken in die begeleiding meestal de energie van mensen. De mens is dus leverancier van die levenskracht. En hoe meer levenskracht de mens beschikbaar kan stellen aan de engelen, des te intenser en duidelijker zal het contact tussen die twee werelden worden. Hierop is wel een uitzondering: wanneer de engelen met een speciale opdracht van God de wereld worden ingezonden, krijgen ze zoveel levenskracht tot hun beschikking als nodig is om hun taak uit te voeren.

De geestelijke wezens hebben hun energie normaal gesproken nodig voor hun eigen functioneren, net zoals dat bij de mens op aarde ook het geval is. Die kostbare energie, waar de engelen heel eerbiedig en zuinig mee omgaan, putten zij dus meestal uit de mens in wiens nabijheid zij hun arbeid moeten verrichten. De menselijke leveranciers van deze kostbare energie zijn de mediums, mensen waarmee de geestenwereld in verbinding treedt. In de bijbel vinden we hier overigens vele voorbeelden van; met name de profeten waren dergelijke mediums. Zij stonden in contact met de goede geestenwereld van God.

 

En toch roept de verbinding met de geestelijke wereld binnen kerkelijke gemeenschappen nogal eens verzet op. Met de bijbel in de hand wordt het niet zelden scherp veroordeeld, terwijl diezelfde bijbel bol staat van de paranormale ervaringen.

In het bijbelboek Deuteronomium wordt ernstig gewaarschuwd tegen waarzeggerij en afgoderij: ‘Onder u zal niemand worden aangetroffen die (…) de geest van een dode of een waarzeggende geest ondervraagt of die de doden raadpleegt.’ (1) Verderop wordt daarentegen de belofte gedaan dat er door God een profeet opgewekt zal worden naar wie de mensen zullen luisteren. (2)

Wie worden er met deze ‘doden’ eigenlijk bedoeld? Zijn dat de door de aardse dood van hun lichaam gescheiden geesten? Om dit juist te begrijpen, moeten we weten dat er in de bijbel in eerste instantie met de dood wordt bedoeld: het van God afvallig zijn, het van God gescheiden zijn. Met andere woorden: de ‘doden’ zijn de van God gescheiden geesten van de duisternis. Het gaat hier dus om de geestelijk doden, de geesten die het kwade toebehoren. Maar daarmee verbiedt God nog niet het contact met Zijn geestenwereld; dat is immers de wereld waarmee ook Gods profeten uit de bijbel in verbinding stonden.

Ook de profeet Jesaja maakt dit zuivere onderscheid als hij zegt: ‘En wanneer men tot u zegt: Vraagt de doden en de waarzeggende geesten die daar piepen en mompelen – zal een volk niet zijn God vragen? Zal men voor de levenden de doden vragen?’ (3)

Jesaja onderscheidt hier de ‘doden’ van de ‘levenden’. Het volk mocht niet de ‘doden’, maar moest de ‘levenden’ raadplegen. En zo gebeurde dat dan ook in het Bijbelverhaal. Kijk maar naar de geschiedenis van Mozes. In de tijd van Mozes was bij de Israëlieten het vragen aan God een dagelijks gebeuren. Al wie God wilde vragen, ging naar de tent der samenkomst, die buiten de legerplaats was. En zodra Mozes in de tent was, daalde een wolkkolom neer en bleef staan aan de ingang van de tent en Hij sprak met Mozes. (Zie Exodus 33)

 

Als we de geschiedenis van Mozes aandachtig bestuderen, zullen we tot de ontdekking komen dat het spreken met God in die tijd heel gebruikelijk was. En de wolkkolom die neerdaalde, was geen uiterlijk machtsvertoon van God, maar berustte op eeuwig geldende wetten waaraan het contact met de geestenwereld onderworpen is. Deze wolkkolom was een bundeling van energie die nodig was om het spreken van God hoorbaar te maken. Het vragen aan God en Zijn geestenwereld was zelfs noodzakelijk om als volk te overleven en het beloofde land te bereiken.

Met andere woorden: wanneer wij als eerlijke, naar waarheid zoekende mensen de goede geestenwereld van God om raad vragen, doen wij daarmee niets verkeerds, maar gehoorzamen wij aan één van Gods geboden. Daarom is het onze plicht dit onderscheid te leren maken tussen het door God verboden contact met de lage geestenwereld en het door God gewilde contact met de geesten die in Zijn naam tot ons komen.

Hoewel de eerste christenen op de hoogte moeten zijn geweest van deze inzichten, heeft de menselijke inmenging in twintig eeuwen kerkelijk christendom ervoor gezorgd dat deze spirituele kennis langzaam maar zeker is verdwenen.

 

De waarheid is bedoeld om de mens te verkwikken en een houvast te geven. Het is als helder water dat uit een goede bron opwelt, maar dat haar zuiverheid verliest naarmate het verder stroomafwaarts komt. De riolen van de mensen komen er op uit en maken het water troebel. Zo is de oorspronkelijke christelijke boodschap vertroebeld geraakt en wordt haar water door velen met tegenzin gedronken. Anderen hebben zich er van afgekeerd en proberen elders hun dorst te lessen. Maar er zijn ook mensen ziek van geworden en dat valt te betreuren. De geestelijke wereld wil de mensheid het ware christendom van Christus teruggeven. Zij, de geesten van God, zijn de waterdragers die uit de zuivere bron putten en hun heldere inzichten willen delen met de mens die daarvoor openstaat. 

Dankzij de inzichten die ons vanuit de geestelijke wereld zijn toegestroomd, kan ons denken een verandering ondergaan. Want doordat ons denken verandert, komen we open te staan voor hogere vormen van bewustzijn.

 

In de afgelopen 25 jaar heb ik de verbinding met de geestelijke wereld vaak mogen ervaren, waardoor mij een belangrijk deel van de spiritualiteit van het oorspronkelijke christendom is teruggegeven. Het boek ‘Omgang met Gods geestenwereld’ van Johannes Greber, een Rooms Katholieke priester die in de jaren ’20 van de vorige eeuw ongevraagd via diverse mediums met de hogere geestenwereld in aanraking kwam en uiteindelijk zijn kerk heeft moeten verlaten, heeft mij op die weg bijgestaan. In een indringende en voorspellende droom ontving ik toentertijd de opdracht uit de geestelijke wereld het werk van Greber verder uit te dragen en aan te vullen, wat uiteindelijk geresulteerd heeft in mijn boek ‘Vergeten bewustzijn – de boodschap van een spiritueel christendom’. (4)

 

Ik ben ervan overtuigd dat het christendom de taak heeft opnieuw de verbinding te zoeken met Gods geestenwereld. Maar dat kan en mag alléén als dat op een zuivere en op het hogere gerichte manier gebeurt. In 1937 dacht Johannes Greber daar net zo over. Tijdens een internationaal congres van spiritisten in Glasgow van 2 tot 10 september, heeft hij de volgende toespraak gehouden. (5)

 

De relatie tussen het moderne spiritisme en religie kan alleen dan worden verklaard wanneer de woorden ‘religie’ en ‘spiritisme’ op de juiste manier worden uitgelegd.

Het woord ‘religie’ komt van het Latijnse woord ‘religare’ en betekent ‘datgene samenvoegen wat gescheiden werd’. Religie omvat dus alles wat nodig is om diegenen die van God gescheiden zijn, met Hem te verbinden. In theorie bevat het de goddelijke waarheden; in de praktijk een leven overeenkomstig deze waarheden. Een religie die nalaat haar beginselen op deze waarheden op te bouwen, heeft net zo weinig recht op de naam ‘religie’ als een wegwijzer die de verkeerde richting aangeeft de naam ‘wegwijzer’ verdient. Dienovereenkomstig kan religie alleen gerelateerd zijn aan het spiritisme als het spiritisme een middel voor goddelijke waarheden is.

Wat betekent nu ‘spiritisme’? Het woord ‘spiritisme’ betekent normaliter ‘verbinding met geesten’. Er zijn echter vele soorten geesten: hoge geesten van God, geesten uit een lage sfeer en geesten uit de laagste sferen; geesten die de waarheid vertellen en geesten die onwaarheid vertellen omdat ze niet beter weten, maar ook geesten die onwaarheid spreken omdat het slechte geesten zijn.

Om een congres van spiritisten de vraag te beantwoorden betreffende een relatie tussen spiritisme en religie, moet men zich om te beginnen afvragen: “Bedoelt het congres met ‘spiritisme’ de verbinding met hoge geesten die de verkondigers van de waarheid zijn, of de verbinding met lage geesten van gene zijde die nooit als verkondigers van de waarheid kunnen worden aangezien?” Wanneer het congres onder spiritisme alleen de verbinding met Gods geesten en de uitwerking daarvan bedoelt, dan is spiritisme niet slechts een religie, maar de religie in de juiste betekenis. Want alleen geesten die van God - de bron van alle waarheden - komen, kunnen de ongestoorde waarheid overbrengen aan hen die wensen weer met God verenigd te worden. Een dergelijk spiritisme zou dan absoluut de vervulling van de belofte van Christus zijn die Hij op de avond voorafgaande aan Zijn aardse dood deed: “Ik zal jullie de geesten van Mijn Vader zenden en die zullen jullie vertrouwd maken met alle waarheden en zullen voor altijd bij jullie zijn.” Maar wanneer het congres het zo ziet dat men de verbinding met de lagere sferen er bij betrekt, heeft in dat geval spiritisme geen enkele overeenkomst met de ware religie.’

 

In het spiritueel christendom vormt de verbinding met de geestelijke wereld de basis van religie. In dát christendom is het christusbewustzijn een universeel licht, toegankelijk voor alle mensen, ongeacht hun religie, cultuur of achtergrond.

Het spiritueel christendom leert ons dat het niet volstaat uiterlijke kennis te vergaren. Er wordt ook van ons gevraagd dat we aan onszelf werken en in de dagelijkse ervaringen waardevolle levenslessen leren herkennen. Alleen díe weg brengt ons bij de innerlijke ervaringen van spiritualiteit en geloof. Het gaat om de weg naar binnen. En daar, vanbinnen, kunnen we die eeuwige bron van vrede, die ons allen wil bezielen, leren zien en voelen.

 

Jezus Christus speelt een doorslaggevende rol in de geschiedenis van de mensheid. Dankzij zijn geboorte, leven en sterven is de toegang tot de hoge lichtwereld weer opengegaan voor ieder van ons.

Die geestelijke dimensie die zich dankzij Jezus Christus in ons hart kan openen, wordt ook wel het ‘Christuslicht’, ‘het Christusbewustzijn’, de ‘Christusdimensie’, ‘de Heilige Geest’ of ‘de innerlijke Christus’ genoemd. Jezus, in de bijbel beschreven als ‘het licht der mensen’, leeft ook als universeel bewustzijn in ons. Het is dit licht dat zowel op verstandelijk niveau gekend, als op intuïtief niveau ervaren kan worden. En gedurende het proces van onze geestelijke bewustwording, dat over de grens van de aardse dood heen zal gaan, zullen die twee, het innerlijke weten en het uiterlijke kennen, bij elkaar worden gebracht.

Gevoelige en intuïtief ingestelde mensen kunnen dit licht ervaren zonder het expliciet te benoemen. Daarom moeten mensen die zichzelf ‘christenen’ noemen, oppassen dat ze zichzelf niet als een exclusieve club beschouwen, omdat zij Jezus volgens hun eigen strakke formuleringen belijden en mensen die niet aan deze formule voldoen, veroordelen.

Het dienen van Jezus gaat immers verder dan alleen het roepen van zijn naam. Hij zegt in de bijbel: ‘Alles wat jullie voor de minste van mijn broeders hier deden, hebben jullie voor mij gedaan.’ Als wij onverschillig zijn over onze naasten, kunnen we Jezus niet dienen.

 

Om tot de diepere dimensie van Christus als universeel licht door te dringen, worden we opgeroepen om de uiterlijke gestalte van Jezus even los te laten. Het gedenken van Zijn Hemelvaart doet ons bij dit geheim stilstaan: dat we afscheid nemen van de uiterlijke Jezus, om uit te zien naar het geheim van Pinksteren, waarop de Geest in onszelf geboren gaat worden. Met andere woorden: we moeten ons niet angstvallig vastklampen aan uiterlijkheden, maar op zoek gaan naar wat de geboorte van Christus in ons zelf betekent. Dit is de weg van buiten naar binnen, van mentale, verstandelijke kennis naar de innerlijke Christuservaring.

 

Maar er is ook een omgekeerde beweging, namelijk van intuïtieve ervaring naar het verstandelijk kennen. Het verstandelijk kennen van Jezus Christus, een persoonlijke geestelijke relatie met Hem aangaan – en daarmee het begrijpen van de verlossing – heeft ook een belangrijke betekenis en is de tegenpool van deze grote werkelijkheid. Jezus gaf zijn leerlingen niet voor niets de opdracht het evangelie over de aarde te verspreiden en de verlossing te verkondigen. Ik denk ook dat dit van ons gevraagd wordt en dat het meer is dan alleen maar ‘een wezenlijk uitkomen waar je voor staat’.

Door het belijden kan de blijde boodschap verder worden verspreid in de wereld. In het belijden geef ik naam aan het grote mysterie dat zich op dieper niveau in mij wil voltrekken. Maar ik mag nooit oordelen over andere mensen die dit niet op mijn manier belijden. Misschien ervaren zij hetzelfde Christuslicht op een andere manier, maar kunnen ze er (nog) geen woorden aan geven, of geven ze ándere woorden aan dit grote geheim.

In het verhaal over de val van Lucifer zien we dat deze engel zich verzette tegen Christus als autoriteit bóven hem, maar dat zijn bewustzijn zich op hetzelfde moment afsloot voor de ervaring van het Christusbewustzijn ín hem. Met andere woorden: innerlijk en uiterlijk zijn in de geestelijke wereld één werkelijkheid. Daarom geldt ook op de aarde dat we Christus niet alleen als een verlosser buiten ons moeten zien, maar dat we Hem ook als het innerlijk verlossingslicht, als Christusbewustzijn in ons meedragen.

 

Een ieder die het ware licht zoekt, zal het vinden. Wie de universele Geest van liefde in zijn of haar hart ervaart, is dan ook ten diepste verbonden met Christus.

In het evangelie van Johannes zegt Jezus:

Ik heb jullie nog veel te zeggen, maar jullie kunnen het nu niet dragen. Maar zodra die geestenwereld van de waarheid is gekomen, zal die jullie bij iedere vraag over de waarheid de juiste weg laten zien. Zij zal niet uit zichzelf spreken, maar alleen wat zij zelf ervaart, zal zij uitspreken en jullie datgene verkondigen wat nuttig voor je is. Zij zal voor mijn eer opkomen, want zij zal uit het mijne nemen en het jullie meedelen. Alles wat de Vader heeft, is ook van mij. Daarom zei ik dat ze het uit het mijne zal nemen en het jullie zal verkondigen.’ (6)

 

Het is logisch dat de geestenwereld die met God verbonden is, één onverdeelde waarheid verkondigt. En op het moment dat Christus als een innerlijk licht in ons geboren wordt, zullen wij ook door Hem geleid worden naar de waarheid over Gods verlossingsplan en over de rol die Jezus Christus daarin speelt. Datzelfde geldt overigens ook voor de geesten van mensen die overleden zijn: ongeacht hun godsdienst of cultuur zullen zij allen in het hiernamaals onderricht worden over de rol van Jezus Christus in het grote verlossingsplan, zodat zij allen tot de erkenning van Christus zullen komen. De erkenning van Zijn heerschappij is een voorwaarde om definitief de terugtocht naar de hogere sferen te kunnen aanvaarden. Maar ook dat zal een geestelijk kennen zijn, wat zoveel groter is dan de aardse inzichten die we over Christus kunnen hebben. Het bijzondere van de erkenning van het koningschap van Christus is, dat we onze fundamentele vrijheid niet zullen verliezen. Onze eigen kern zal die vrijheid juist volledig terugkrijgen.

In bovenstaande Bijbeltekst wordt echter wel duidelijk verteld dat de geestenwereld van God alleen verkondigt wat nuttig voor de mens is. Dat betekent dat de geestelijke wereld lang niet altijd de volle waarheid hoeft mee te delen, bijvoorbeeld wanneer mensen die waarheid niet aankunnen of er door in verwarring kunnen worden gebracht.

 

Samengevat zien we dus twee bewegingen. De ene gaat van buiten naar binnen: door de uiterlijke kennis die we langs de weg van het verstand tot ons kunnen nemen (dat zijn dus de inzichten die we van andere mensen of vanuit de geestelijke wereld ontvangen), worden we steeds verder ingewijd in de innerlijke weg en leren we Christus als een innerlijke, universele bron van liefde kennen.

De andere beweging gaat van binnen naar buiten: van binnenuit worden mensen vanuit die universele bron steeds verder ingewijd in de kennis over de grote geheimen van de schepping en Gods verlossingsplan. Beide processen zetten zich na ons aardse leven voort. Bij de ene mens zal het accent meer op de uiterlijke kennis liggen en bij de andere meer op het innerlijk weten en het ervaren van de Geest van universele liefde.

Ooit zal dat grote geheim van Jezus Christus zich geheel voor ons ontvouwen en zullen we zien dat het allemaal nog veel groter is dan we nu kunnen bevatten.

 

Op een gegeven moment werd mij vanbinnen te verstaan gegeven dat het bewustzijn waarmee we Christus waarnemen, doorslaggevend is voor de waarde die Hij voor ons heeft. Zien we Christus nog als een verre, machtige Godheid die voor ons onbenaderbaar is, dan zal Hij dat voor ons zijn. Zien we Hem als broeder naast ons of als het Christusbewustzijn dat ons reinigt van al het oude dat we nog in ons meedragen en dat we zelf tussen God en ons in hebben geplaatst, dan zal Hij dit werkelijk voor ons zijn.

Daar komt nog bij dat er een groot verschil is tussen uiterlijk belijden en dit ten diepste (dus: bezield, gerijpt en van zuivere liefde, zelfkennis en ware deemoed doortrokken) ervaren. Hiermee ontneemt Christus ons niet onze verantwoordelijkheid en evenmin de levenservaringen die Gods verlossingsplan voor ons in petto heeft. Sterker nog: in onze gemeenschap met Christus ligt een grote verantwoordelijkheid én een grote – volwassen – vrijheid besloten. We worden immers ook geroepen om die vrede van Christus door te geven aan anderen, zodat Zijn Geest van liefde werkzaam in ons wordt. En daarom is het zo waardevol dat we elkaar die vrijheid gunnen en we elkaar voortdurend aanmoedigen om steeds verder en dieper te gaan kijken. (7)

Dat is het vergeten bewustzijn dat steeds verder in ons open mag gaan en waarin we die diepe vrede mogen voelen. Eens, in de geestelijke wereld zal die vrede volkomen voor ons zijn.

 

 

(1) Deuteronomium 18: 10 en 11, NBG-vertaling

(2) vers 15

(3) Jesaja 8: 19, NBG-vertaling

(4) Vergeten bewustzijn – de boodschap van een spiritueel christendom, Roelof Tichelaar, uitgeverij Ten Have, Kampen

(5) Uit ‘Johannes Greber – sein Leben und sein Werk’ door Werner Schiebeler, J.-Greber-Arbeitskreis Verlag. Deze toespraak is vertaald in het Nederlands door Sir Koolhof.

(6) Johannes 16: 12-15, ‘Het Nieuwe Testament’ door Johannes Greber, uitgegeven door Stichting Inima, Sir Koolhof, Hoogeveen

(7) Uit: Vergeten bewustzijn – de boodschap van een spiritueel christendom, Roelof Tichelaar, uitgeverij Ten Have, Kampen

 

 

05. Aanbevolen lectuur:

 

In Hem leven wij 

 De oorspronkelijke boodschap van het christendom - Een spirituele ontdekkingstocht.

Geschreven door Roelof Tichelaar, met een voorwoord van Hans Stolp

ISBN 90-73798-44-2

 

Het Nieuwe Testament bij nader inzien

 Gebaseerd op de Oudgriekse tekst en op inspiratie uit de engelenwereld.

Geschreven door Roelof Tichelaar

ISBN 90-73798-57-4

 

Meer over deze boeken bij : Stichting de Heraut

 

Boekbespreking: Omgang met Gods Geestenwereld - Johannes Greber


Voor de boeken van Johannes Greber: Stichting Inima