Normaal of Paranormaal?

of: is er leven na de dood?

  

Inleiding - Leven na de dood? - Vragen - MyersKarlis Osis - Joan Grant en Denys Kelsey - Thea Terlouw - Raymond Moody - Croiset - Mulder SchalekampJames Elliott - Char Margolis - Johannes Greber -  Citaten Bronnen  

 

"Bijgelovigheid is het nietszeggende, gemakkelijke woord, waarmee grove geesten schimpen op de allerfijnste ontroeringen, zieningen en begaafdheden der menselijke ziel."

Louis Couperus Nederlands schrijver 1863-1923

 

 

Inleiding

Er was eens een groot eiland, nog niet ontdekt door de rest van de wereld, waar 95 % van de bevolking kleurenblind geboren was. Zij zagen dus alles wat er groeide en bloeide alleen in zwart-wit en de tussenliggende grijstinten.

Af en toe werd er een kind geboren dat de 'gave' bezat om kleuren te zien. Maar wanneer het aan zijn ouders vroeg: 'Welke kleur is dit?', zegden ze 'zwart' of 'grijs' of 'donkergrijs'. Wanneer het kind dan bleef aandringen en zei dat er veel meer kleuren waren en dat die toch zeker niet allemaal dezelfde naam konden hebben, dan werden de ouders boos en beweerden dat het kind loog. In het beste geval werd het weggestuurd om te spelen, in het ergste geval kreeg het nog een pak slaag op de koop toe en werd er opdracht gegeven dat het zou ophouden met het vertellen van 'dergelijke onzin'.

Maar natuurlijk groeiden die kinderen op en vonden al snel hun soortgenoten, die ook kleuren konden zien. Zij stichtten een soort van verbond en besloten om met elkaar te overleggen welke naam ze aan de verschillende prachtige kleuren zouden geven. Zij hielden vergaderingen en maakten boeken met prachtige plaatjes waarbij ze de dingen benoemden met de kleurnaam die ze hadden afgesproken.

Maar de mensen die kleurenblind waren en deze boeken in handen kregen, verwezen die naar de prullenmand of naar de brandstapel en bleven beweren dat zoiets als 'kleuren' zoals die in de boeken benoemd werden, niet konden bestaan... omdat zijzelf die niet konden waarnemen. En op deze manier kregen al degenen die wel kleuren konden zien een stempel opgedrukt: het waren fantasten, leugenaars of nog erger: bedriegers en abnormaal.

 

 

Leven na de dood? 

Ik schreef bovenstaand verhaaltje om duidelijk te maken hoe het vergaat met mensen die, in onze moderne wereld, beweren dat er meer is tussen hemel en aarde dan dat wat de meeste mensen kunnen waarnemen. Ik heb het over kinderen die bijvoorbeeld aura's zien, mensen die zeggen dat ze kunnen communiceren met de geest van een overledene, mensen die beweren dat ze soms bezoek krijgen van een engel, mensen die andere mensen van hun kwalen kunnen verlossen, enkel door handoplegging, mensen die gedachten kunnen lezen van anderen.... en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Al deze mensen worden, ook nog in deze tijd, belachelijk gemaakt en met de vinger gewezen door het gros van de mensheid, niet in het minst door de wetenschappers.

Zoals die kinderen op het eiland, in mijn verhaaltje, niet konden bewijzen dat er echt kleuren waren (omdat bijna iedereen kleurenblind was) zo kunnen ook al deze 'paranormalen' niet bewijzen dat datgene wat zij zien en horen 'normaal' is, omdat de meeste mensen de nodige zintuigen ervoor niet hebben of die niet ontwikkeld hebben.

Veel mensen, in de loop der laatste eeuwen, hebben toch de moed gehad om waar te nemen, waarnemingen te verzamelen om te proberen op een of andere manier te bewijzen dat hun waarnemingen echt  zijn, ook al zijn ze dan niet in een reageerbuisje te stoppen voor wetenschappelijk onderzoek.

Op deze pagina wil ik proberen om met jullie een reis te maken langs al die onderzoekers en tot welke conclusies ze zijn gekomen. Aannemen dat deze mensen het juist hebben, is ook aannemen dat wij de dood niet moeten vrezen. Dood is dan immers geen einde maar een avontuurlijk nieuw begin.

 

Vragen
Op de eerste plaats moeten we ons afvragen: Ben ik dit lichaam dat tastbaar en zichtbaar is? Wanneer het antwoord op die vraag positief is dan is het duidelijk dat het sterven van dit lichaam ook het einde van mezelf betekent.

Ik denk dat het de meeste mensen wel duidelijk is dat zij niet dit lichaam zijn, maar dat ze dit lichaam ‘bewonen’ voor de tijd dat ze op aarde zijn.

Het is trouwens wetenschappelijk bewezen dat de materie van ons lichaam voortdurend vernieuwd wordt, zolang als we leven: duizenden cellen per dag sterven af en worden vervangen door nieuwe. Als we alleen maar dit lichaam zouden zijn, dan zou er van de ‘ik’ die we waren als kind, niets meer overblijven tegen de tijd dat we oud zijn geworden.

 

De volgende vraag die we ons dan moeten stellen is: Als ik niet dat lichaam ben, wie ben ik dan wel?

Duizenden mensen met een bijna-doodervaring hebben deze vraag beantwoord. Vooral dan degenen die na zo’n ervaring, waarbij ze totaal bewusteloos waren, konden vertellen wat de dokters allemaal met hun lichaam hadden uitgevoerd om het opnieuw tot leven te wekken en wie er allemaal rond hun bed stonden. Zij kunnen hierover dikwijls verbijsterend veel details vertellen. Het is duidelijk dat zij dit niet konden waarnemen met hun stoffelijke zintuigen maar dat zij, buiten dit lichaam, verder bestonden en bewust waren. Het zelfbewustzijn zetelt dus duidelijk niet in het stoffelijke lichaam maar in een fijnstoffelijk lichaam dat los van het aardse lichaam kan bestaan, denken en voelen.

Ook heel veel religies en filosofieën leren hoe een mens in elkaar steekt. De meesten beweren dat er drie delen zijn in de mens: lichaam, ziel en geest. Ik kom daar later op terug.

 

Dan kunnen we ons verder afvragen of dat fijnstoffelijke lichaam niet ook sterft wanneer het aardse lichaam sterft. Want tenslotte waren die mensen, met een BDE, nog niet helemaal gestorven.

Ook die vraag kunnen we beantwoorden. Het bewijs van een persoonlijk voortbestaan is geleverd door heel wat sterfbedervaringen waarbij een gestorvene, op het moment van zijn sterven, of kort daarna, in zijn fijnstoffelijke lichaam verscheen aan een nabestaande, soms honderden kilometers verwijderd van de plaats waar hij was gestorven.

 

Weer een andere vraag is of wij, die nog leven in de materie, contact kunnen maken met hen die de materie al hebben verlaten en of zij dat ook kunnen naar ons toe. En of zij nog invloed kunnen uitoefenen op ons of op de materie.

Ook hiervan zijn in de loop der tijden duizenden ervaringen opgetekend, alleen is het moeilijk om die ervaringen ook te bewijzen op een manier dat er, wetenschappelijk, geen enkele twijfel meer mogelijk is. Natuurlijk zijn er mediums en andere getuigen die er een zootje van maken en alleen maar hun eigen fantasieën proberen te verkopen, maar er zijn meer dan genoeg betrouwbare getuigen om ook deze vraag positief te beantwoorden.

 

Dan rest nog de vraag wat er gebeurt met ons echte zelf nadat we afscheid genomen hebben van ons stoffelijke jasje. Waar gaan we heen? Hoe gaat het verder? Komen we nog terug? Gaan we naar een eeuwigdurende hemel of naar een eeuwigdurende hel? Ook over dit vraagstuk hoop ik, met behulp van heel veel getuigenissen, een aantal antwoorden te kunnen geven.

 

Op al deze grote vragen vond ik de antwoorden in de boeken van Jozef Rulof. Maar omdat ik niet over één nacht ijs wilde gaan en de beweringen van de meesters van Jozef Rulof ook naast andere bronnen wilde leggen, heb ik intussen heel veel gelezen over deze materie. De bronnen, waaruit ik zal citeren, vind je onderaan deze pagina.

 

 

 Frederic William Henry Myers ( 1853-1901)

 

Frederic Myers

De kruiscorrespondenties

 

 

Frederic Myers, een van de eersten die wetenschappelijk wilde bewijzen dat leven na de dood bestaat, werd geboren op 6 februari 1843.

Hij was geniaal te noemen en kende op 13jarige leeftijd al de hele Virgilius uit het hoofd.

Omstreeks 1870 was hij begonnen met onderzoek naar Mesmerisme, helderziendheid, automatisme en andere bovennormale verschijnselen. Hij werd de leider van een groep waarmee hij in 1882 de ‘Society for Psycical Research’ stichtte. Hun doel was bewijsmateriaal te verzamelen en systematisch proeven te nemen.

Myers ging daarmee door tot hij stierf op 17 januari 1901.

 

Myers slaagde er tijdens zijn leven niet in te bewijzen dat leven na de dood een vaststaand feit was. De reden was niet de fraude waarop sommige mediums betrapt werden, noch de controleerbaarheid van de verkregen informatie, maar het feit dat men vanuit sceptische hoek de verkregen informatie wegverklaarde als ‘komende uit het onderbewuste van het medium’. Was dit uitgesloten, dan kon men nog niet bewijzen dat de informatie niet afkomstig zou kunnen zijn van levende mensen, waarbij de mediums uit hun onderbewustzijn putten via telepathie. Dit zijn de argumenten waarmee de sceptici steeds weer alle conclusies van het SPR verwierpen.

 

Waar Myers, tot zijn teleurstelling, tijdens zijn leven niet in slaagde, wilde hij bewijzen na zijn dood. Hij bedacht hiervoor een opmerkelijke methode: de kruiscorrespondenties.Hij zou een reeks boodschappen, die afzonderlijk niets betekenden, doorgeven vanuit de geestelijke wereld, via verschillende mediums (die geen contact met elkaar hadden) uit alle delen van de wereld.

Hij had met zijn collega's tijdens zijn leven besproken dat, indien dit mogelijk was, dit een zeer krachtig argument zou zijn voor het voortbestaan na de dood. Na zijn dood in 1901 begonnen verschillende mediums boodschappen via automatisch schrift door te krijgen die ondertekend werden met Myers. Later werden die gevolgd door boodschappen van collega's van het bestuur van de SPR: onderzoeker en Professor Henry Sidwick en Edmund Gurney, die intussen ook overleden waren.

 

 Edmund Gurney & Henry Sidgwick

 

De doorgegeven boodschappen betroffen allemaal teksten uit klassieke teksten en hadden geen enkele zin of betekenis als men ze afzonderlijk bekeek.

Aan de mediums werd medegedeeld dat ze hun verkregen boodschappen moesten sturen naar één centraal adres waar ze in volgorde verzameld werden.

Daar bleken de teksten in elkaar te passen als stukjes van een puzzel. Sommige van de teksten waren meer dan 40 bladzijden lang. Zo verzamelde men 3.000 teksten gedurende dertig jaar.

Myers beklaagde zich erover ‘dat het extreem moeilijk was om zijn boodschappen van Gene Zijde via de mediums door te geven. Het was zoiets als staan achter een matglazen raam dat het zicht troebel maakt en het moeizaam dicteren van tekst aan een stompzinnige secretaresse die niet geïnteresseerd was’.

 

De mediums: Alice Kipling Fleming, Margaret Verrall, Helen Verrall and Leonora Piper


Volgens Colin Wilson zijn deze teksten het krachtigste bewijs dat ooit geleverd werd betreft een voortbestaan na de dood. De informatie die doorgeven werd door Myers was zo accuraat dat ze de leden van de SPR met stomheid sloeg. Op een bepaald moment huurden leden van de SPR privé-detectives om een van de mediums, mevrouw Piper, op bedrog te onderzoeken. Haar post werd geopend, men volgde haar stiekem, haar kennissen werden ondervraagd. De onderzoeken toonden echter aan dat er geen sprake was van bedrog of fraude.
Het bewijs, dat Myers gedurende zijn leven niet kon leven, is hiermee absoluut en onweerlegbaar. Alle originele documenten zijn beschikbaar is voor iedereen die ze wil onderzoeken.
De SPR stelt de stof nog steeds beschikbaar en men kan ze via Internet opvragen.

Men moet bedenken dat Colin Wilson, zelf een harde scepticus was. Hij stelde zijn eigen reputatie in dit onderzoek op het spel. Achteraf schreef hij:

"De kruiscorrespondenties, in zijn geheel genomen, samen met de Willet-geschriften, zijn het meest overtuigend bewijs dat er leven is na de dood. Voor iedereen die bereid is deze stof weken en maanden te bestuderen zullen ze bewijzen boven alle redelijke verdenkingen die mogelijk zijn, dat Meyers, Gurney en Sidwick inderdaad correspondeerden na hun stoffelijke dood" (Wilson 1987: 179)

De kruiscorrespondenties hebben succesvol aangetoond, door wetenschappelijke methoden, dat de stof die doorgegeven werd via de mediums onmogelijk materiaal kon zijn uit het onderbewustzijn van de mediums zelf of van hun kennissen.

Naast dit omvangrijke bewijsmateriaal, mogen we bovendien niet vergeten dat alle doorgegeven teksten klassieke citaten zijn over het voortbestaan na de dood.

 

 

 

 Karlis Osis  

 

Karlis Osis

 

Aan het eind van de jaren vijftig voerde Karlis Osis van de American Society for Psychical Research - de op één na oudste vereniging voor parapsychologisch onderzoek - een groots opgezette enquête uit bij dokters en verplegend personeel. Zijn enquêteformulieren bevatten een reeks vragen over eventuele transcendente ervaringen die door stervenden werden gemeld. Osis was op het idee voor een dergelijk onderzoek gekomen door een publicatie van William Barrett uit 1926. Barrett beschreef gevallen van zieken die, kort vóór ze overleden, gewag maakten van visioenen van gestorven familieleden, die hen kwamen afhalen. Toen Osis de ingezonden formulieren nakeek, bleken ze Barretts bevindingen te bevestigen. Ook opvallend was dat de stervenden niet angstig waren, maar een vreugdevolle en serene indruk maakten. Zoals we zagen maken deze twee elementen ook deel uit van de bijna-doodervaring. Volgens Osis duiden deze sterfbedvisioenen op een soort paranormaal aanvoelen van een voortbestaan na de dood.

 

 Joan Grant en Denys Kelsey

 

 

Joan Grant werd geboren op 12 april 1907

Al op zeer jonge leeftijd ondervond zij dat ze dingen kon zien die andere mensen niet zagen. Vaak werd zij door haar ouders terecht gewezen wanneer zij sprak over mensen, die al jaren overleden waren, die zij tegenkwam in huizen van vrienden. Over zoiets hoorde men niet te spreken en het kwam allemaal van de duivel.

Later kwam zij ook tot de vaststelling dat zij in staat was om een groot aantal vorige levens van zichzelf te herbeleven (zij beschreef deze persoonlijkheden in verschillende boeken, waaronder ‘De gevleugelde Farao’, een leven in het Oude Egypte.

Ook kon ze zichzelf verbinden met eerdere persoonlijkheden van de patiënten van haar echtgenoot, de psychiater Denys Kelsey. Hierdoor konden zij samen veel mensen afhelpen van dwanggedachten en psychoses die te maken hadden met vorige levens.

En wat meer is, ze was ook in staat om zich te verbinden met ronddolende aardgebonden geesten, meestal oorlogsslachtoffers, om hun te overtuigen van hun eigen overlijden.

Ik las het boek, ‘Meer dan één leven’, dat zij schreef, samen met haar man D.Kelsey, over hun werk – boeiend van de eerste tot de laatste bladzijde.

 

Het hoofdstuk waardoor ik het meest getroffen werd gaat over het supra-fysieke lichaam.

Hieruit volgend citaat:

 

In de erkenning van de reïncarnatie ligt de wetenschap opgesloten dat de huidige persoonlijkheid niet alleen onsterfelijk is, maar één is uit een reeks persoonlijkheden. Minder algemeen echter wordt erkent dat het lichaam, behalve voor wat betreft zijn uiterlijke driedimensionale schors, eveneens onsterfelijk is.

Het lichaam van ieder individu bezit een fysieke en een supra-fysieke component; en wanneer de energie-uitwisseling tussen deze twee componenten ophoudt te bestaan sterft het fysieke lichaam. Maar het supra-fysieke lichaam sterft niet. Het kan niet sterven: om de simpele reden dat het bestaat uit een orde van materie die niet onderworpen is aan het proces dat wij ‘dood’ noemen, een proces tijdens hetwelk de door het energie-veld geïntrigeerde fysieke deeltjes desintegreren omdat het energie-veld inactief is geworden.

Het grootste deel van de misvattingen omtrent de condities van het gediscarneerde, het niet-belichaamde leven, stamt uit de illusie dat de enige aspecten van de persoonlijkheid die onafhankelijk van het fysieke lichaam kunnen bestaan, die zijn welke te maken hebben met begrippen en emoties. Als dat zo was dan zouden de doden inderdaad amorf zijn, schepsels zonder passies of eigenschappen.

De ware stand van zaken is dat het supra-fysieke lichaam de ontvanger is van zintuiglijke ervaring op alle niveaus van activiteit, en wanneer het bevrijd is van de noodzaak te functioneren door middel van zijn fysieke tegenhanger, is het oneindig verder in zijn perceptie dan wanneer het omfloerst is door vlees. De persoonlijkheid, of het fysieke leven nu toevallig dood is of levend, wakend of in slaap, bewust of onbewust, behoudt dus altijd vorm en functie.

De wetenschap dat we ‘lichamen aards en lichamen hemels’ bezitten is geenszins nieuw. Het was gemeengoed in meer verlichte beschavingen zoals het vroege dynastieke Egypte.

Het is omdat de dogmatici, die geen niet-stoffelijke realiteit konden aanvaarden, het supra-fysieke lichaam verwarden met het fysieke, dat de opvatting omtrent de wederopstanding van de stoffelijke deeltjes werd ingegrift in het christelijk erfgoed.

 

 Thea Terlouw

 

 

 

Ter kennismaking

 

Dit boek bevat een schat aan informatie, aan kennis en wijsheid, afkomstig van dierbaren die ons zijn voorgegaan. Het bevat hún eigen interpretatie van hun levens hier op aarde, van hun overgang en de tijd die ze nu doorbrengen in de realiteit waarin ze zijn 'thuisgekomen'. Er is nauwelijks een mooiere wijze te bedenken om achter de zin van het leven op aarde te komen en daarmee te ontdekken dat er géén sprake is van een einde aan het leven, maar slechts van een einde aan een tijdelijk verblijf in de fysieke wereld zoals wij die zien.

Met dit boek geven Thea, haar begeleiders en allen die ons zijn voorgegaan, aan iedereen die nog met angsten zit, een waardevol cadeau. Het is een boek om in één adem uit te lezen. Het brengt de honger naar informatie over onze afkomst, over thuis, weer op gang. Het biedt vooral perspectief voor een nieuw denken over het leven.


Thea Terlouw was zich reeds als kind bewust van een wereld die anderen niet konden waarnemen. Voor haar was die wereld aangenaam en geruststellend, en échter dan de 'gewone' wereld, waarin mensen met maskers op leven. Tijdens haar fase als beeldend kunstenaar begon zich haar speciale begaafdheid te ontwikkelen.


Vele jaren hielp zij mensen vorige levens te onderzoeken, en de diepe oorzaken van ziektes op te sporen, in nauwe samenwerking met therapeuten, artsen en psychologen. Haar opvang van mensen met een bijna dood ervaring, en haar begeleiding van stervenden, vloeiden daar logisch uit voort.

 

Uit het boek ‘De cyclus van leven en dood’ van Thea Terlouw.

2001 - ISBN 90-75636-35-0

Jasmine

Hel en verdoemenis.

 

In dit boek trof ik een hoofdstuk aan van Jasmine, een ziel aan Gene Zijde die in verschillende vorige levens non was in de katholieke kerk. Zij werkt nu in de ‘heelkamer waar zij zielen opvangt van mensen die vanuit kloostergemeenschappen overlijden.

Een stukje uit dat hoofdstuk:

 

We naderden een klein wit huis met een tuin vol rozen. De vrouw die daar woont, kwam ons tegemoet en heette ons welkom. Onze communicatie verliep bijna telepathisch, en dat begin ik steeds gewoner te vinden. Ze heet Jasmine en in haar laatste leven was zij een non. (…) Ze vertelde dat ze in de heelkamers werkt op verschillende niveau’s, zij noemt het een hospitaal, en ze vangt voornamelijk mensen op die vanuit kloostergemeenschappen overlijden. Vooral in het begin van haar verblijf in de sferen was zij erg bezield om dit werk te doen met kloosterlingen. Later breidde haar werk zich ook uit naar andere mensen die vanuit de meer gesloten katholieke milieus naar de geestelijke wereld kwamen, en ze sprak over de enorme dogma’s die deze mensen met zich meebrengen en die heel belemmerend werken op hun vooruitgang in de geestelijke wereld. (…) Zij vindt het heel erg dat zoveel geestelijken overlijden met de verwachting van hel en vagevuur, van een straffende en wrekende God. Toen zijzelf na de eerste wereldoorlog overging was dat heel sterk aanwezig in de mensen, maar ook nu nog komen mensen aan met dit soort overtuigingen. De opvang van deze ‘geestelijken’ in de geestelijke wereld vergt een bijzondere kennis en begeleiding.(…)

Jasmine vertelde: ’We zijn hier met velen die allemaal ooit deel uitmaakten van een of andere kloostergemeenschap, om een brug te vormen naar een nieuw bewustzijn, naar een “echte” geestelijke wereld. Het is wat als een man uit de hogere geestelijke hiërarchie, bijvoorbeeld een bisschop of kardinaal, op aarde in grote angst voor hel en vagevuur, overlijdt. We helpen hem dan over die brug heen.

Als je overlijdt in de overtuiging dat je zult branden in de hel, zul je dit ook voor jezelf creëren na je dood. Gelukkig zijn er hier heel veel met een afstemming op de lichtsferen die dit begrijpen vanuit eigen ervaring en daardoor de aangewezen mensen zijn om die ander te helpen naar een hoger bewustzijn. Meestal wordt onze hulp vrij snel geaccepteerd.

Hoogmoedigen hebben wat meer tijd en aandacht nodig dan anderen, want zij bieden meer weerstand tegen de hulp die hen geboden wordt. Als ze aan hun eigen overtuiging blijven vasthouden dat zij méér en hoger zijn dan andere mensen en neerkijken op alles wat lager is dan zijzelf, zullen ze op het niveau van die geestelijke afstemming, en die is niet van de lichtsferen, maar van de schemer- of schaduwsferen daaronder. Als ze echter de geboden hulp aanvaarden gaan ze via de heelkamers naar meer licht. Daar werken velen die gespecialiseerd zijn in dit soort dingen.’

   

  

 Raymond A. Moody

 

 

Ik heb meer dan twintig jaar in de frontlinie van het BDE-onderzoek gestaan. In de loop van deze tijd heb ik geluisterd naar de verhalen van duizenden mensen over hun intens persoonlijke reizen… waar naartoe? Het hiernamaals? De hemel die ze uit hun geloof kenden? Een deel van de hersenen dat alleen in tijden van nood toegankelijk is?

Ik heb met bijna iedere BDE-onderzoeker ter wereld gesproken over zijn of haar werk. Ik weet dat de meesten van hen diep in hun hart geoven dat BDE’ers een glimp opvangen van het leven na dit leven. Maar als wetenschappers en geneeskundigen is het hun nog steeds niet gelukt om het ‘wetenschappelijk bewijs’ te leveren voor ons gedeeltelijk voortbestaan na de dood van ons stoffelijk lichaam. Dit gebrek aan bewijs weerhoudt hen ervan hun ware gevoelens openlijk toe te geven. Maar ondertussen blijven ze proberen een wetenschappelijk antwoord te geven op die oneindig, gecompliceerde vraag: wat gebeurt er wanneer wij sterven?

Ik denk niet dat de wetenschap die vraag ooit zal kunnen beantwoorden. Je kunt hem van elke kant benaderen, maar het uiteindelijke antwoord zal nooit volledig zijn. Zelfs als de bijna-doodervaring opgeroepen zou kunnen worden in het laboratorium, wat dan? De wetenschap zou alleen maar te horen krijgen over een reis die wetenschappelijk niet waarneembaar is.

(…)

Door dit gebrek aan wetenschappelijk verifieerbaar bewijsmateriaal vragen mensen vaak aan mij wat ik ervan denk: vormen BDE’s het bewijs dat er leven is na dit leven? Mijn antwoord is ja.

Voor die zekerheid zijn er verscheidene redenen. Een daarvan is het bestaan van verifieerbare uittredingservaringen. Er zijn veel voorbeelden van mensen die hun lichaam verlaten en getuige zijn van de pogingen die men onderneemt om hen te redden. Is dat niet voldoende bewijs voor het voortbestaan van de mens na de dood van zijn stoffelijk lichaam?

Hoewel deze uittredingservaringen misschien wel het meest steekhoudende wetenschappelijk argument vormen voor het geloof in het leven na de dood, zijn de enorme veranderingen in de persoonlijkheid die een gevolg zijn van de BDE’s voor mij het meest indrukwekkende aspect. Dat BDE’s de mensen die ze ondergaan volkomen veranderen, is het bewijs van de echtheid en de kracht ervan.(…)

De psycho-analyticus C. G. Jung vatte mijn mening over het leven na dit leven samen in een brief die hij in 1944 schreef. Deze brief is vooral van betekenis omdat Jung zelf een paar maanden voordien tijdens een hartaanval een BDE had gehad. Hij schreef:

 

Wat er na de dood gebeurt, is zo onuitsprekelijk groots, dat onze verbeelding en onze gevoelens er zelfs bij benadering geen idee van kunnen hebben.

Vroeg of laat worden de doden allemaal wat wij ook zijn. Maar in deze werkelijkheid weten we weinig of niets over die zijnswijze. En wat zullen we na de dood nog weten van deze aarde? De ontbinding van onze tijdelijke vorm in de eeuwigheid brengt geen verlies aan betekenis met zich mee. Integendeel, de pink weet dan dat hij een deel van de hand is.[1][1]



[1][1] Ik denk hierbij aan de vergelijking van Jezus toen Hij sprak over: ‘Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken.’ (Fran)

Uit: De tunnel en het licht

 

Gerard Croiset  

 

(1909–1980), Nederlands paragnost

 

 

 

 

Gerard Croiset, die onverwacht overleed in juli 1980, was ongetwijfeld een van de paragnostische supersterren van deze eeuw. Zijn mentor, professor Wilhelm Tenhaeff, heeft hem beschreven als de Mozart of Beethoven onder de helderzienden. Tenhaeffs Duitse collega, professor Hans Bender, gaf onlangs toe dat Croiset ertoe heeft bijgedragen dat zijn geloof in buitenzintuiglijke waarneming is omgeslagen in een 'onwrikbare overtuiging'. De overlijdensberichten in de Europese pers gaven blijk van de unieke reputatie van de paragnost. Volgens Elsevier had de overledene een 'nieuw bewustzijn van kosmische solidariteit' ingeluid. Het Duitse parawetenschappelijke maandblad Esotera publiceerde een hoofdartikel waarin de dood van 'de helderziende die nooit teleurstelde' werd betreurd. Een professor van de pauselijke universiteit sprak de grafrede uit.

 

Over de ziel

 

In een vorig hoofdstukje had Croiset het over de atoomaanval op Hirosjima. Hij had een ooit een paragnostische beleving van dat drama.

 

De ziel.

 

Zoiets kon ik niet zo intens beleven zonder mij af te vragen, wie verantwoordelijk moest worden gesteld voor een zo afschuwelijke chaotische disharmonie. Was het Madame Curie, de Generale Staf, de piloot? Volgens mij: wij allen tezamen. Door een gezamenlijke concentratie van gevoel en gedachten is het mogelijk zulke rampen te voorkomen, indien wij ons laten leiden door de bedoeling van deze Schepping, die gericht is op ons bestaan en niet op dood en verderf.

 

Er is een onderscheid tussen ‘geest’ en ‘ziel’. De geest is het richtende principe, de ziel het verbindende principe. Disharmonie tussen geest en ziel leidt tot grote catastrofes als een oorlog. De mens is stof, geest en ziel. Deze drie-eenheid moet samengaan in harmonie. Maar de westerse mens is met zijn eenzijdige verheerlijking van de geest, bezig in zichzelf de disharmonie te veroorzaken. Ook een eenzijdige gerichtheid op de geest verstoort de harmonie. Als de geest gaat domineren, als de geest verheerlijkt wordt, dan gaat dat ten koste van het verbindende principe, de ziel. De eenzijdig ingestelde geest wil andere mensen, andere volken, de natuur en zelfs de ziel onderwerpen en overheersen. Dit leidt tot materialisme, tot het zoeken van zekerheid en geluk uitsluitend in technische vooruitgang. Natuurlijk kan techniek de mens dienen, maar als zij ontaardt in een technocratie, waarbij de ziel op het asfalt blijft liggen, ondervindt de disharmonisch verdeelde mens in zich een dagelijks groeiend onbehagen, een steeds meer beklemmende, benauwende en vleugellam makende ontevredenheid, in weerwil van alle zogenaamde verbeteringen als kortere werktijden en hogere levensstandaard.

 

Goddank, is er een jeugd die protesteert omdat zij voelt hoe haar ziel wordt versmoord. De jeugd mist de warmte, het contact, de geborgenheid. Ik geloof in die jeugd en in haar roeping zich over dit alles te uiten. Materie dient aan de geest dienstbaar gemaakt te worden, maar niet ten koste van de ziel. De opdracht van de mens ligt in de harmonische ontwikkeling van geest, ziel en materie, waarbij de materie in dienst staat van de geest en de geest zich in dienst moet stellen van de ziel.

 

Het is via de ziel, dat wij in verbinding staan met de totale Schepping en het is het geluk van de paragnost door die ziel het contact met deze buitentijdse en buitenruimtelijke samenhang bewust te ervaren. Door hem kan het verband tussen de mens en het ‘Al’ worden aangetoond. Alle verheerlijking van de geest en alle materiele zekerheden zijn waardeloos indien de ziel een onderontwikkeld gebied blijft. De ziel van de mens put haar krachten uit het geweldige reservoir van het buitentijdse en het buitenruimtelijke. Hoe meer de ziel wordt verwaarloosd en door de geest wordt onderdrukt, hoe minder ons de positieve krachten van het buitentijdse en buitenruimtelijke zullen bereiken.

 

Er is een spoor, dat de martelaren door de eeuwen heen hebben achtergelaten en er is een nalatenschap van de verzetsstrijders uit de vorige wereldoorlog. Zij hebben hun hele wezen, en met name hun ziel, ingezet om de harmonie in een volk nog zoveel mogelijk te redden. Het is niet waar, dat de bewonderenswaardige inzet van al deze martelaren tot niets heeft geleid, zoals vaak in moedeloosheid wordt beweerd. Zij hebben zich geofferd in een strijd tegen destructieve resultaten van een geestelijke ontwikkeling, die het bestaan van de ziel heeft genegeerd.

W.A.H. Mulder-Schalekamp

 

 

 

W.A.H Mulder-Schalekamp.

 

Op de grens van twee werelden.

Het wondere leven na de dood.

 

Uit: Hoofdstuk 15 - Het spiritualisme:

 

Natuurlijk komt men met de duivel op de proppen en ik ben de laatste die zijn bestaan ontkennen zal!

Tegenover de Goddelijke Kracht staat beslist de duivelse macht, zoals Licht staat tegenover duisternis, wit tegenover zwart. Maar daarmede kan men zich toch niet het recht toe-eigenen om het Spiritisme te veroordelen als voortkomende uit duivelse machten.

Indien dit zo ware, dan zou ons ernstig, jarenlang onderzoek ons vast hebben doen inzien, dat alles waardeloos was en komende vanuit een bron die wij beter niet konden trachten te benaderen.

Dat niet enkel Geesten van een Hogere orde voor ons verschijnen weten wij maar ál te goed, maar bij enig nadenken zal men moeten toegeven dat de aarde bevolkt is met goede en slechte mensen en dat deze slechte of misdadige personen, niet direct na hun sterven een paar vleugeltjes aangemeten krijgen en engelen van God kunnen zijn; integendeel, zij zullen alles in het werk stellen om de op aarde levende mensen en vooral de paranormalen, te plagen en te beïnvloeden.

Wil men echter tot een gedegen onderzoek komen, dan zal men de kringen van de Spiritisten moeten betreden, want ik ken tot op heden geen enkele Kerk die ons wegwijs zou willen maken.

Waarom moeten wij op gezag geloven, terwijl wij een redelijk verstand meegekregen hebben en een vrije wil om zelf te handelen?

Ik wijs er met klem op dat ik geen enkele kerk en haar godsdienst wil aanvallen, maar men moet de feiten weten te erkennen zonder er maar direct de duivel bij te halen.

 

 

Dat men het Spiritualisme een verbond met de duivel wil noemen, dat men het grote getal Spiritualisten over de gehele wereld ziet als eren gevaar voor de kerk, komt volgens mij alleen voort uit angst dat de evolutie van de menselijke geest medebrengt dat men tot ‘zelf denken en zelf zoeken’ zal worden gedwongen en men niet meer kan aanvaarden dat wat als ‘alleen zaligmakend’ voorgeschoteld wordt.

Met de kennis op welhaast ieder terrein neemt ook de kennis van de bovenzinnelijke krachten toe. En niemand mag de door God gewilde evolutie tegenhouden, hoe gaarne men dat ook misschien in het belang van zijn eigen gemeenschap zou willen doen.

Wanneer het Spiritualisme slechts een middel zou zijn om de mens bewust te maken van de evolutie waaraan alles onderhevig is, dan heeft zij daarmede alleen reeds haar bestaansrecht bewezen.

Wanneer de kerken na 20 eeuwen niet kunnen aanvaarden dat God wel eens een andere weg zou willen inslaan, omdat de mens de kerkelijke uitspraken in zeer verouderde vorm niet meer aanvaarden kan, dan zal men daar mettertijd wel genoegen mee moeten nemen en leren om vreedzaam met ieder andersdenkende samen te werken.

 James Elliott

 

 

Uit Hoofdstuk 7:  Het Overgaan.

 

 

De dood was een mysterie tot ik later las wat er tijdens het sterfproces gebeurt. Toch bleef het iets onwerkelijks houden en moest ik verder om het in mezelf te ervaren. Dat gebeurde verscheidene jaren later naar aanleiding van een studie over het verlaten van het lichaamsbewustzijn om andere gebieden te onderzoe­ken. We verlaten het lichaam niet heus, maar het is eerder een bewustzijnsver­plaatsing naar een ander ervaringsgebied binnen in ons. Een bewustzijnsver­plaatsing kan normaal gesproken een uur duren, niet veel langer , en we kunnen waarnemen en participeren op een ander niveau van handeling. Daarna keren we met ons bewustzijn weer terug naar het lichaam dat heeft liggen slapen of contempleren.

 

In het sterfproces wordt de verbinding die de Ziel met het lichaam heeft, verbroken en is het bewustzijn bij sommige mensen slechts een ogenblik lang geblokkeerd. In sommige spirituele zienswijzen wordt gesproken van een zilve­ren koord dat de Ziel met de verschillende lichamen verbindt, en dat is in essentie waar. Als we ons bewustzijn verplaatsen blijft het koord intact, maar bij de lichamelijke dood wordt het koord verbroken. Dan wordt de persoon gewaar dat hij zich in een nieuwe omgeving bevindt, een tussengebied, waar een geleidelijke overgang kan plaatsvinden. Soms worden we door vrienden en verwanten verwelkomd, maar niet altijd. Er zijn wezens die verantwoordelijk zijn voor deze overgang en er is een Leraar die het proces begeleidt. Een Ziel die tijdens zijn leven bewust met een Leraar heeft gewerkt, wordt door hem vergezeld. In geval van lichamelijke verwondingen en een gewelddadige dood treden er waarschijnlijk emotionele reacties op die in evenwicht moeten worden gebracht, en daar wordt op dat moment voor gezorgd.

 

De hoeveelheid tijd die in dit tussengebied wordt doorgebracht varieert van individu tot individu. De tijd verloopt in dit gebied van het astrale niveau ook anders, maar over het algemeen blijft iemand er niet erg lang. Daar passeren karmische aangelegenheden die erbij betrokken zijn de revue en de wezens die op dit gebied werkzaam zijn, helpen bij het bepalen waar de Ziel het beste naartoe kan gaan om zijn leercyclus voort te zetten. Dit is het oordeel waar in de religieuze geschriften zo vaak naar wordt verwezen. De Ziel is zich bewust van dit overzicht en van de handelingen en reacties waaraan het heeft deelgenomen toen het nog belichaamd was.

Karma is het uitbalanceren van handelingen, of we daar nog weet van hebben of niet, en de wezens in het tussengebied helpen de Ziel de omgeving te vinden waar het de karmische schuld kan vereffenen. Deze schuldvereffening is exact en kan koud en soms wreed lijken in de ogen van iemand die het grotere overzicht niet heeft.

 

Het kan zijn dat de Ziel zijn behoeften het best dient op een ander gebied van het astrale niveau of op een van de niveaus van de Lagere Werelden. Het is een opmerkelijk en belangrijk gegeven, dat de materiële wereld, deze planeet, de ervaringen aanzienlijk versnelt. Een geboorte in deze wereld is in zekere zin dan ook moeilijk. Er zijn veel Zielen die zich van hun plichten willen kwijten en in de materiële wereld neemt dat minder tijd in beslag. Je kunt dit misschien als een indicatie beschouwen.

Als je tijdens je leven hier een Leraar hebt gevolgd, houdt hij zich rechtstreeks met je bezig en zet hij de beste koers voor je uit. Mensen die gevorderd zijn op het spirituele pad kunnen individuele keuzen en beslissingen nemen wat betreft het leven dat de Ziel de volgende keer gaat leiden.

 

Als er al een hel bestaat, dan is dat misschien het moment waarop de Ziel inziet om wat voor karmische verantwoordelijkheden het gaat, wat de gevolgen zijn van handelingen die de Ziel in het afgelopen leven gepleegd heeft, en de noodzaak om deze zaken te vereffenen. Dat kan een droevige periode zijn, maar het is wel de manier waarop de Ziel leert en groeit. Er is geen poel van vuur en zwavel waarin de Ziel moet lijden, behalve in de ideeën die door de menselijke geest zijn gecreëerd. In de lagere astrale wereld zijn plaatsen die lijken op de menselijke beschrijvingen van de hel en daar bevinden zich Zielen, maar niet om gestraft te worden. Het is slechts een ervaring die zij moeten meemaken. Ik heb op deze planeet plaatsen gezien die inderdaad een hel zijn, maar de mensen leven daar naar eigen keuze. Misschien hebben zij het in hun bewustzijn niet als een hel ervaren; misschien ook wel, maar hebben ze ervoor gekozen hun leven niet te veranderen. Zo is het in de andere werelden ook.

 

Wanneer de Ziel zijn karmische schulden heeft vereffend, hoeft het niet naar de stoffelijke werelden terug te keren om opnieuw geboren te worden. Het kan in het gebied van het eigen bewustzijn blijven, wat misschien een mentaal niveau is. Als het volledige besef is bereikt, keert het terug tot het eigen bewustzijn en hoeft het nooit meer de cyclus van wedergeboorte door te maken. Van daaruit gaat het verder met het verwerven van inzicht in de Hogere Werelden, maar ondergaat het geen sterfproces meer.

 

Indien de Ziel zo sterk emotioneel gehecht is aan het leven dat het door de dood gedwongen wordt op te geven, kan het tussen de fysieke wereld en het interim-bewustzijn blijven steken. Normaal gesproken gaat dit voorbij wanneer de Ziel ervan doordrongen raakt dat het niet langer een fysiek lichaam heeft en verder moet. Soms zijn het onafgemaakte zaken waarvan de Ziel voelt dat het die moet oplossen alvorens in vrede te kunnen overgaan.

Af en toe is de Ziel koppig aan het leven gehecht en gaat het ertoe over de emoties en de energie van iemand die het in zijn belichaamde staat gekend heeft, te bespelen. Het kan ook pure wilskracht zijn, die in kwaadheid gewor­teld is. Dan is er iemand nodig die het vermogen bezit die Ziel te tonen wat er werkelijk aan de hand is, zodat de Ziel het kan overstijgen. We kunnen de aanwezigheid van een Ziel die tussen deze werelden gevangen zit gemakkelijk

aanvoelen, en we kunnen met onze astrale waarneming vaak een flauwe ver­schijning van het astraallichaam zien.

 

Mijn vrouwen ik kochten een huis waar zich op een plek aan de zijkant twee Zielen ophielden. In het begin had ik geen last van hun aanwezigheid, maar ze begonnen de gang van zaken in huis steeds meer te verstoren. Toen ik deze zaak onderzocht, kwam ik erachter dat er in 1930 een verschrikkelijke brand was geweest in een huis dat gedeeltelijk op de plaats van ons huidige huis had gestaan. Een jongetje en zijn opgroeiende zusje kwamen om het leven doordat hun vader op een avond dronken was en door zijn onachtzaamheid de houten optrek van het huis in brand stak. Ze stierven tijdens hun poging aan de vlammen te ontkomen. Ze waren beiden zeer verbitterd en haalden streken uit, omdat ze uit hun evenwicht waren gedurende hun verblijf tussen de stoffelijke en astrale wereld. De haat jegens hun vader, met wie ze nooit een goede verstandhouding hadden gehad, en de verbittering over het feit dat ze niet deelhadden aan het leven, hield hen aan deze plek gekluisterd.

 

In communicatie treden hielp niet, in feite werden ze er nog kwader van. Hun aanwezigheid op zichzelf stoorde me niet en ik eerbiedigde hun verlangen om te blijven waar ze waren. Opeen nacht maakten ze mijn vrouw overstuur door haar te omsingelen en haar emotionele lichaam binnen te dringen met angst en wantrouwen en ze vielen ook mij aan. Toen vond ik het wel mooi geweest en heb ik mijn persoonlijke energie aangewend om de trillingen van de plaats waar ze zich bevonden te veranderen. Daardoor werden ze gedwongen over te gaan naar het astrale gebied. Ze zijn nooit teruggekeerd, dat kunnen ze in feite ook niet.

 

Personen die met een Leraar werken en het vermogen hebben ontwikkeld hun bewustzijn gemakkelijk om te schakelen, ontgaat bijna niets als ze hun stoffelijk lichaam afleggen. Er is weinig of geen angst en ze bevinden zich in de aanwezig­heid van een Leraar die hen naar hun bestemming leidt. De dood is een subtiele overgang, veel subtieler dan we denken. Het is de angst voor het onbekende die ons het meeste pijn doet en ons ervan weerhoudt iets nieuws te ervaren. Degenen die actief de spirituele weg opgaan wordt langzamerhand geleerd hun gehechtheid aan deze wereld op te geven en moedig te zijn in hun speurtocht naar zichzelf. 'Alleen de moedigen kennen GOD', heeft mijn Leraar me verteld. En hij had gelijk.

 

Het is heel natuurlijk dat je emotioneel verdriet en verlies voelt bij de dood van iemand die je nastaat. De geest werkt volgens patronen en aarzelt te aanvaar­den dat hij de vertrouwde beelden die hij gekend heeft niet meer om zich heen ziet. Diep in ons hart, ons Zielebewustzijn, weten we wel dat onze geliefde gewoon een bewustzijnsverandering heeft ondergaan, terwijl hij zijn stoffelijk lichaam heeft afgelegd. Dit is misschien een schrale troost, totdat de geest en de emoties weer in balans zijn.

 

Het kwam door de band tussen mijn grootvader en mij dat ik hem die avond op de weg zag. Hij werd in deze wereld vastgehouden, totdat hij mij van zijn liefde had verzekerd. Nadat hij dat had gedaan, ging hij over naar de tussengebieden. Mijn liefde voor hem was enorm en in mijn jeugd heeft hij lang op een voetstuk gestaan. Na zijn dood werd dat nog sterker.

 Char Margolis

 

 

 

Uit Hoofdstuk 4: Wat overleeft de dood.

 

DE OVERGANG MAKEN

 

Het moment waarop iemand zijn lichaam verlaat is dikwijls bijzon­der droevig voor allen die achterblijven. Gelukkig is het een heel an­dere ervaring voor de geest die de overgang maakt. Uit wat ik in de loop der jaren heb gezien en geleerd uit gesprekken met mensen die bijna-doodervaringen hebben gehad, heb ik geconcludeerd dat het tijdstip van de overgang juist een feest is, waarbij onze overleden dierbaren ons met open armen aan gene zijde opwachten.

Je hebt vast wel eens gehoord of gelezen over de verschillende ele­menten van de doodservaring die in vrijwel elke cultuur ter wereld wordt beschreven: het witte licht... een intens gevoel van rust en vreugde... de aanblik van vertrouwde gezichten die ons verwelkomen. Is er een betere manier om onze ziel te helpen bij de overgang dan door ons te omringen met degenen die we tijdens ons leven liefgehad hebben? Ik geloof dat dit een van onze aangenaamste verantwoorde­lijkheden als geesten is: om als brug tussen deze wereld en die aan gene zijde te dienen voor onze familie en vrienden.

 

We worden echter niet alleen omringd door onze eigen dierbaren. We kunnen ook andere wezens zien die veel voor ons betekenen en op wie we vertrouwen. Sommige mensen zien Jezus, Mohammed, de Boeddha of Mozes, anderen zien engelachtige gedaanten die uit licht bestaan. Weer anderen melden dat ze een gedaante zien .die ze geen naam kunnen geven, maar die volgens hen de onvoorwaardelijke lief­de is. Maar wie of wat we ook op het moment van de dood zien, het is duidelijk dat we dit allemaal zien om ons over de streep te helpen.

 

Als onze geesten eenmaal volledig de volgende wereld hebben be­treden, dan volgt er een soort terugblik op het leven dat we zojuist voltooid hebben. Ik geloof niet dat het een soort Dag des oordeels is, waarbij een grote, slechte God sommige zielen veroordeelt en ande­ren verheft. Ik ervaar God niet zo: de God die ik ken bestaat op het hoogste niveau van absolute goedheid, onvoorwaardelijke liefde en onbegrensde wijsheid. Ik geloof dat we, in plaats van door God ge­oordeeld te worden, onszelf moeten beoordelen in wat wij als Gods ogen zien, in overeenstemming met ons eigen geweten. We moeten rekenschap geven van het gebruik dat we van ons leven hebben ge­maakt. Zijn we gegroeid, hebben we vooruitgang geboekt? Hebben we anderen gekwetst? Hebben we van onszelf onnodig slachtoffers gemaakt? Hebben we mensen geholpen? Hebben we mededogen ge­toond met anderen? Hebben we anderen liefgehad?

 

In een oogwenk wordt alles voor ons zichtbaar en zien we waarin we gegroeid zijn en waarinwe mislukt zijn. Maar dit is geen oordeel om ons naar de hemel of de hel te sturen; dit laat zien hoe dit leven onze ziel heeft geholpen vooruit te komen. Weet je, ik geloof dat onze ziel zich voortdurend ontwikkelt tijdens vele levenscycli. Ons hele doel, de reden dat we geboren zijn en de reden dat we blijven bestaan, is om ons als zielen te ontwikkelen zodat we uiteindelijk deel kunnen uitmaken van het universele bewustzijn: de goedheid, liefde en wijs­heid die God is.

 

Een groot deel van onze groei vindt plaats tijdens onze levens op aarde, maar we blijven ook groeien als geesten aan gene zijde. Dat is een van de redenen dat de geesten van onze dierbaren bij ons blijven. Ze willen ons niet alleen graag helpen omdat ze om ons geven, maar omdat het bij de missie van elke ziel hoort om anderen te helpen. En wie zou je beter kunnen helpen dan de mensen met wie je door de banden van de liefde al verbonden bent, en dat misschien al diverse levens lang? Vergeet niet dat je de coach bent van een heel team gees­ten. Je wordt beschermd en bemind door vele zorgzame wezens aan de andere kant van de scheidslijn die we dood noemen.

Citaten

 

 

Recentelijk verklaarde Pater Gino Concetti, een van de meest vooraanstaande theologen van het Vaticaan in een interview:

 

'Volgens het moderne Cathechisme staat God onze geliefde gestorvenen die leven in een bovennatuurlijke dimensie toe om boodschappen te sturen om ons te leiden in bepaalde moeilijke periodes in ons leven. De kerk heeft besloten om gesprekken met overledenen niet langer te verbieden onder de voorwaarde dat deze contacten uitgevoerd worden met een serieus religieus en wetenschappelijk doel.

 

(afgedrukt in de Vaticaanse nieuwsbrief Osservatore Romano

geciteerd in Sarah Estep's American Association Electronic Voice Phenomena, Inc Newsletter, vol 16 No, 2 1997 )

 

Meer hierover op de volgende pagina

 

'Ik ben er volledig van overtuigd dat diegenen die eens op aarde leefden met ons willen en kunnen communiceren. Het is bijna niet mogelijk om de cumulatieve kracht van het bewijsmateriaal nog te verhullen.'
Sir William Barrett F.R.S.

 

'Ik zeg je, we houden vol. Communicatie is mogelijk. Ik heb bewezen dat de persoonlijkheden die communiceren, zijn wie ze zeggen dat ze zijn. De conclusie is dat het leven na de dood wetenschappelijk is bewezen door wetenschappelijk onderzoek.'

Sir Oliver Lodge F.R.S.

 

'Het is zeker dat er een connectie is gemaakt tussen deze wereld en de andere.'
Sir William Crookes F.R.S.

 

'Ik heb met mijn overleden vader gepraat, mijn broer, mijn ooms…Wat voor paranormale krachten we ook willen toeschrijven aan de "andere persoonlijkheden" van het medium Mrs. Piper, het zou heel moeilijk zijn om mij te overtuigen van het feit dat deze andere persoonlijkheden dus volledig in staat zouden zijn om de totale persoonlijkheden van mijn overleden familieleden te vervangen en/of na te bootsen.'

Professor Hyslop - Professor of Logic at Columbia University.

    

 

 

Ik koop mijn boeken gewoonlijk bij

 


Boeken over: Geloof & Geest

 

 Bronnen waarvan ik gebruik maakte voor deze pagina

 

Raymond A. Moody

 Over de grens van leven en dood

Raymond A. Moody

 De tunnel en het Licht

Gerard Croiset

Croiset - Paragnost - ISBN 90 701 3008 4 - Strengholt, Naarden, 1977

W.A.H. Mulder-Schalekamp

Op de grens van twee werelden. ISBN 90-6010-118-9 Strengholt Naarden 1968 

W.A.H. Mulder-Schalekamp

De bron der Wijsheid  ISBN 90-6010-594-X Strengholt Naarden 1973 

Joel Martin en Patricia Romanowski

 Zij wachten aan de overkant

H.C. Moolenburgh

 Engelen

Char Margolis

Char - Het medium - Vragen van de aarde; antwoorden uit de hemel

Karlis Osis/Erlendur Haraldsson

 Op de drempel: Visioenen van stervenden

Joan Grant en Denys Kelsey

 Meer dan één leven

Frederic W.H. Meyers

 De Menschelijke Persoonlijkheid

Drs. Titus Rivas

 Encyclopedie van de Parapsychologie

Elisabeth Kübler-Ross

 Over de dood en het leven daarna

Justinus Kerner

 De Zieneres van Prevorst

Betty J. Eadie

 Geleid door het licht

Betty J. Eadie

 De kracht van pure liefde

Hans Stolp

 Omgaan met gestorvenen

Johannes Greber

 Omgang met Gods geestenwereld

Helen Greaves

 Een boodschap van Licht

Helen Greaves

 De eeuwige kringloop

Mally Cox-Chapman

 Glimp van de hemel

James Elliott

Het spirituele pad naar meesterschap ISBN 90-202-3887-6

Thea Terlouw

De cyclus van leven en dood   ISBN 90-75636-35-00

 Jozef Rulof

 Zij die terugkeerden uit de dood.

 

 

 

 

 

 

 

 

                                 

 

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

Top 100 NL

 

                        Website statistieken gratis, LetsStat X1