Reïncarnatie.

 

Uitspraken van verschillende auteurs.
 

01. Wedergeboorte/Rudolf Passian - 02. Heengaan en terugkomen/Bhaktivedanta Swami Prabhupada - 03. Wie was mijn kind?/Carol Bowman - 04 Encyclopedie van de parapsychologie/Titus Rivas - 05. Hoger dan Yoga/Paul Brunton- 06. Een Heremiet in de Himalaya/Paul Brunton - 07. Esoterische Psychologie/Thorwald Dethlefsen - 08. Zin en onzin van astrologie/Thorwald Dethlefsen - 09. Birth/film - 10. Marten Toonder - 11. Omraam Mikhaël Aïvanhov -

 

 

 

01. ‘wedergeboorte’ of ‘ de onsterfelijkheid van de menselijke ziel’
door Rudolf Passian.

Uitgeverij Elmar bv  - Rijswijk

ISBN : 906120 5999

 

 

Van ‘Lichtenberg’ is de volgende uitspraak: ‘Ik kan de gedachte niet van mij afzetten, dat ik gestorven was, voordat ik werd geboren.’

 

Het waren beslist niet alleen ‘bekrompen geesten’ die zich met de reïncarnatiegedachte bezig hielden en in herhaalde aardse levens geloofden. De grootste denkers uit de geschiedenis, van de Klassieke Oudheid tot in de nieuwe tijd, deelden deze inzichten: van Plato en Seneca tot Goethe, van Pythagoras, Paracelsus en Giordano Bruno tot Jacob Böhme en van Hegel, Leibnitz, Kant en Schopenhauer tot Nietzsche, die de wedergeboorteleer een ‘keerpunt in de geschiedenis’ noemde. Ook Lessing, Herder, Friedrich Rückert en Rilke behoorden tot haar aanhangers, evenals ‘Frederik de Grote’, die kort voor zijn dood zou hebben gezegd:

 

Ik voel nu dat het spoedig afgelopen zal zijn met mijn aardse leven. Maar ik ben ervan overtuigd, dat niets in de natuur vernietigd kan worden. Daarom weet ik zeker, dat het edeler deel in mij niet ophoudt te leven. Ik zal in een toekomstig leven wel geen koning meer zijn; des te beter, ik zal toch een nuttig leven leiden, waarin ik bovendien minder ondankbaarheid zal oogsten.

 

Verder kunnen nog worden genoemd: Ibsen, Strindberg, Gjellerup, Tolstoi, Victor Hugo, George Sand, Lamartine, Balzac, Gautier, Flaubert, Voltaire, Rabindranath Tagore, Ghandi en vele andere.

K. O. Schmidt heeft in zijn boek ‘Alles Lebendige kehrt wieder’ de getuigenissen van 250 mensen opgetekend.

Lessing heeft aan het slot van zijn verhandeling: ‘Die Erziehung des Menschengeschlechts’ de reïncarnatiethese zeer uitputtend behandeld.

Dat ‘Goethe’ het opnam voor de leer van de wedermenswording is bekend. In zijn ‘Gesang über den Wassern’ schrijft hij:

 

De menselijke ziel is als water: uit de hemel komt het, naar de hemel stijgt het en terug naar de aarde moet het weer, in een eeuwige kringloop.

 

En in een andere passage: ‘Behalve een voortbestaan (na de dood), meen ik ook te mogen aannemen, dat er een vorig leven bestaat. Ik ben zeker al duizendmaal hier geweest en ik hoop nog duizendmaal terug te komen.’

 

Ook voor het feit dat hij zich aangetrokken voelde tot Charlotte von Stein wist Goethe geen andere verklaring dan de beroemde versregels:

Zeg mij, waarmee het lot ons wil verblijden,

Waarom komen wij zo overeen?

Ach, het is, omdat in vervlogen tijden

Jij als mijn zuster of vrouw verscheen!

 

Van ‘Schiller’ zijn soortgelijke getuigenissen bekend. In zijn gedicht aan Laura, ‘Het geheim de reminiscentie’, zegt hij:

Waren wij de weg reeds samen gegaan?

Dat daarom onze harten sneller gingen slaan?

Waren wij in de stralen van gedoofde zonnen,

Door lang vervlogen geluk overwonnen,

Als één geheel al eens begonnen?

 

Ja ! wij waren met elkaar verbonden

In aeonen die zijn gezwonden.

Mijn muze zag ons beider leven

In de spiegel van ’t verleden geschreven:

In liefde met elkaar verweven.

 

Johannes Peter Hebel’ legde in een ontwerp-preek over het thema ‘hebben wij reeds eerder geleefd?’, de getuigenis af, dat de gedachte van een mogelijke voortzetting van het aardse leven in latere incarnaties hem van geluk vervulde. Als vierde reden voor zijn geloof in wedergeboorte noemde hij ‘de onverklaarbare voorliefde voor bepaalde periodes uit de geschiedenis en de sympathie voor bepaalde personen en landstreken’. Hij vroeg zich af of er wellicht sprake was van een band uit een vroeger leven en vervolgde:

 

Dit idee is zo aanlokkelijk, nodigt zo uit tot fantasieën als: ik leefde al ten tijde van de mammoeten, van de patriarchen, ik was een herder in Arcadië, een avonturier in het oude Griekenland, maakte de Hermannschacht mee, heb meegeholpen aan de verovering van Jeruzalem….

 

Hebel beschouwde de gedachte, dat de mens aan het einde van zijn omzwervingen al zijn levens duidelijk overziet als de hoogste gelukzaligheid. Volgens hem zouden wij aan het einde van onze reeks incarnaties de ‘beker van Mneme’ te drinken krijgen, die ons de herinnering terugschenkt aan alle doorgemaakte ontwikkelingsfasen. Hebel schreef:

Wanneer ik eens de gouden beker van Mneme zal hebben gedronken, wanneer ik ze volbracht heb, de vele omzwervingen – Wanneer ik in vele gestalten en omstandigheden mijn Ik heb gered, met vreugde en verdriet ervan vertrouwd ben, door beide gelouterd – Welk een herinnering, welk een genot,welk een verrijking!

 

Men mag dit alles beschouwen als dichterlijke fantasie, wonderlijk is echter wel, dat de meeste en grootste prinsen der dichtkunst de wedergeboorte gunstig gezind waren.!

 

Herder’ schreef:

Wie van ons stervelingen kan zeggen, dat hij het zuivere mensbeeld, dat in hem aanwezig is, heeft bereikt? Ofwel heeft de schepper zich dus vergist met het einddoel en de organisatie, die hij voor het bereiken daarvan zo kunstig op touw heeft gezet, ofwel reikt dit doel verder dan ons leven en is de aarde slechts een oefenterrein, een tussenstation.

 

De grote filosoof ‘Emanuel Kant’ uit Königsberg brengt in zijn ‘Vorstellung über Psychologie’ de reïncarnatie ter sprake. De aardse geboorte betekent voor Kant ‘de wedermenswording van een ‘transcendentaal subject van een individuele ziel’. In navolging van Swedenborg trekt hij de conclusie, dat onze biologische ouders slechts onze adoptie-ouders zijn.

 

Schopenhauer’ schreef: ‘De mythe van de zielsverhuizing (waarmee hij reïncarnatie bedoelde) is zo zeer de meest waardevolle mythe en benadert de filosofische waarheid zo dicht, dat ik haar beschouw als het non plus ultra van de mythische voorstelling.’ In zijn verhandeling ‘Uber den Tod und sein verhältnis zur Unzerstörbarkeit unseres Wesens an sich’ merkt Schopenhauer op:

Elk pasgeboren wezen begint weliswaar fris aan een nieuw leven en geniet ervan als van een geschenk, maar van een geschenk kan geen sprake zijn: het nieuwe bestaan is betaald met de volbrenging en de dood van een ander leven, dat de onverwoestbare kiem bevatte, waaruit dit nieuwe leven is ontstaan: zij vormen één wezen.

 

Ludwig Ruge’ schreef:

Wij weten dat elk zijn noodlot heeft,

Dat stuurt en weegt naar hem behaagt.

Doch ’t is de mens die richting geeft

En zelf de sterren van het noodlot draagt.

 

Wij sturen ’t lot naar eigen wens

Door onze wil en onze daad.

Zo zaaien de handen van de mens

En oogsten ook het resultaat.

 

En ‘Peter Rosegger’:

De mens gaat als vader het graf in en staat als kind weer op. En hoewel het kind alleen weet heeft van zijn huidige levens en zich van zijn verleden niets kan herinneren; geloof ik toch, dat bepaalde oorzaken en gevolgen het ene leven met het andere verbinden, blijven voortbestaan en het individu in stand houden en sterker maken, zodat men in een later leven de gevolgen van een eerder bestaan ondervindt. Dit geloof komt slechte mensen misschien niet goed uit, maar het is voor wie naar reinheid en perfectie streeft een ware zegen, want het vormt de weg naar een volmaakter leven, de weg tot God.

 

Baron von Hardenberg, die zich ‘Novalis’ noemde, schreef in deel 3 van zijn ‘Fragmente’:

Wie hier de volmaaktheid niet bereikt, bereikt haar misschien aan gene zijde of moet de aardse levensweg nogmaals afleggen. Zou er daarginds niet ook een dood bestaan, waarvan het resultaat de geboorte op aarde zou zijn?

 

Leo Tolstoi’ schreef in het begin van de 20ste eeuw:

Ons hele leven is een droom. De dromen van ons huidige leven zijn de werelden, waarin we de gedachten en gevoelens van een vroeger leven uitwerken.

Zoals we in ons huidige leven duizenden dromen beleven, zo is ons huidig leven slechts een van de duizenden levens, die wij uit een ander, werkelijker leven betreden, waarheen we na onze dood terugkeren. Ons leven is slechts een van de dromen van het werkelijke leven. Daar geloof ik in, zo is het ongetwijfeld.

 

Ook ‘Heinrich Zschokke’ was vertrouwd met de reïncarnatiegedachte. Hij schreef hierover oa.:

Ik zal een nieuw leven leiden, nieuwe kennissen, nieuwe broeder, nieuwe vertrouwelingen vinden… Misschien ook leefde ik al eens in een andere wereld en is dit aardse leven reeds een hogere trede naar de volmaaktheid van onze geest. Gelukkig de mens, die zich bij zijn afscheid uit dit leven een nog hogere trap van geestelijke volmaaktheid waardig voelt!

 

Richard Wagner’ zei:

Slechts het vermoeden van een zielsverhuizing wees mij het punt, waarlangs alles naar de verlossing leidt.

 

Wagners ‘Parsifal’ verhaalt over Kundry, de graalbode:

Zo leeft zij nu

Nieuw individu

Zij boet nu voor een vroeger leven

Dat haar ginds nog niet is vergeven.

 

Christian Morgenstern’ dichtte:

Steeds weer ontvang ik wond’re kracht,

als ik bedenk dat de dood mij nimmer deert,

nooit de angst dat onverwacht

mijn werk moet einden omdat mijn lichaam tot stof wederkeert:

’t geeft rust, te weten, dat ik zonder perk

na fouten naar herstel kan streven.

Want waar ‘k naar streef, ’t voleinde werk,

Is niet gebonden aan slechts één leven.

 

‘Ik zou mij goed kunnen voorstellen’, schreef ‘Jung,’ dat ik in vroeger eeuwen heb geleefd en daar op vragen ben gestuit die ik nog niet kon beantwoorden en dat ik opnieuw geboren moest worden omdat ik de mij gestelde taken niet had volbracht. Als ik sterf – zo stel ik me voor – zullen mijn daden mij volgen. Wat ik gedaan heb zal ik meenemen.’ Jung onderscheidde vijf vormen van wedergeboorte, waarvan er drie betrekking hebben op de ‘wedergeboorte in de geest’, over welk verschijnsel eveneens zeer verschillende opvattingen bestaan. Jung kwam tot de conclusie, dat het voor de meeste mensen belangrijk isaan te nemen, dat hun leven een niet nader te bepalen continuïteit heeft, langer dan het huidig leven.’ Ze zouden dan verstandiger leven, rustiger zijn en het zou hun beter gaan.

 

Wilhelm Busch’, de vrolijke filosoof, verpakte zijn opvattingen over de wedergeboorte in humor, toen hij fijntjes meende:

 

Wel duizend maal reeds is hij hier

gestorven en opnieuw geboren,

zowel als mens, maar ook als dier

met korte en met lange oren.

Nu is hij een arme, blinde man,

Zijn benen zijn stram, zijn rug is krom.

En toch, als hij maar even kan,

Komt hij nog duizendmaal weerom!

 

Over het reïncarnatie-principe van Westerse signatuur meende Busch:

 

De twijfel van de wedergeboorte bevangt mij keer op keer

’t is maar de vraag of je later zeggen zult: hier ben ik weer.

Wat kan het veranderen van je gestalte je echter schelen,

Lief en leed zul je wel altijd met iemand kunnen delen.

 

De beroemde staatsman en schrijven ‘Benjamin Franklin’ (1706-1790), eerst zeepzieder, daarna van een boekdrukkerij in Philadelphia, schreef zelf zijn grafschrift:

 

Hier rust als spijs voor de wormen

Het lichaam van Benjamin Franklin, drukker van boeken

Als het omhulsel van een oud boek

Waarvan de bladzijden zijn verscheurd

En de ingebonden kaft is versleten.

Het boek zelf gaat echter niet verloren

Het zal zeker nogmaals verschijnen

In een nieuwe uitgave

Herzien en verbeterd

Door zijn Schepper.

 


 

 

02. Citaten uit 'Heengaan en Terugkomen'

De Wetenschap der Reïncarnatie

Bhaktivedanta Swami Prabhupada

 

Ik geloof dat ik, zoals ik mezelf in de wereld zie bestaan, in deze of gene gedaante altijd zal blijven doorbestaan.

Benjamin Franklin.

De ziel kent geboorte noch dood. En eenmaal zijnde, houdt zij nooit op te zijn. Ze is ongeboren, eeuwig, immer-zijnd, onsterfelijk en oorspronkelijk. Ze wordt niet gedood wanneer het lichaam wordt gedood.

Bhagavad-gita, II.20

Ik ben ervan overtuigd dat er werkelijk zoiets is als een volgend leven, dat de levenden voortkomen uit de doden en dat de zielen van de gestorvenen voortbestaan.

Socrates.

Mijn begin ligt niet bij mijn geboorte en ook niet bij mijn verwekking. Ontelbare myriaden van millennia ben ik al het groeien en me aan het ontwikkelen geweest. (...) Al mijn vorige ego's laten hun stem in me weerklinken en bezorgen me ingevingen (...) Ach, ontelbare malen zal ik wedergeboren worden.

Jack London - The Star Rover.

De dood bestaat niet. Hoe kan de dood bestaan als alles deel uitmaakt van de Godheid? De ziel komt nooit te sterven en het lichaam komt nooit echt te leven.

Isaac Bashevis Singer - Nobelprijswinnaar.

 

Hij zag al deze gedaanten en gezichten met hun duizend betrekkingen opnieuw geboren worden. Ze waren stuk voor stuk sterfelijk en gaven een gedreven, pijnlijk beeld van alles wat vergankelijk is. Toch ging geen van hen dood - ze veranderden slechts, werden telkens wedergeboren, kregen steeds een nieuw gezicht: tussen het ene gezicht en het volgende stond slechts de tijd.

Herman Hesse - Nobelprijswinnaar.

 

Zoals we in ons huidige leven duizenden dromen dromen, is dit leven er slechts een van vele duizenden waarin we terecht zijn gekomen uit een ander, werkelijker leven (...) en keren dan na de dood terug. Ons huidige leven is slechts een van de dromen van dat werkelijker leven, en zo gaat het eindeloos door, tot het allerlaatste, het zeer werkelijke leven - het leven van God.

Graaf Leo Tolstoi.

 

In de geschiedenis van het judaïsme en het vroege christendom treft men niet zelden aanwijzingen van de reïncarnatiegedachte aan. De Kabbala, die volgens vele Hebreeuwse geleerden de achter de Schriften verborgen wijsheid bevat, staat vol informatie over vroegere en toekomstige levens.

In de Zohar, een van de belangrijkste kabbalistische teksten, heet het: ‘De zielen moeten terugkeren tot de absolute substantie waaruit ze opgedoken zijn. Teneinde dit te realiseren, moeten ze eerst alle vormen van volmaaktheid in zich ontwikkelen, die in aanleg in hen aanwezig zijn. Bereiken ze dit niet in één leven, dan moeten ze een volgend, een derde enzovoort aanvangen, net zolang tot ze de toestand bereikt hebben die hen ervoor geschikt maakt om met God te worden herenigd.’

 

Het is een geheim van de wereld dat alle dingen voortbestaan en niet sterven, maar alleen even uit het gezicht gaan en later terug komen. (…) Niets is dood: de mensen veinzen dat ze dood zijn en ondergaan schertsbegrafenissen en dito lijkredes, en daar staan ze weer gezond en wel voor een raam naar buiten te kijken in een nieuwe en vreemde vermomming.

Emerson

 

Ik weet dat ik geen dood ken…

Tot dusver hebben we triljoenen

Winters en zomers afgewerkt,

Triljoenen liggen er nog vóór ons en

Verderop nog eens triljoenen.

Walt Whitman – dichter.

 

Alle menselijke wezens gaan door een vroeger leven (…) Wie weet hoeveel vleselijke gedaanten de erfgenaam van de hemel moet belichamen voordat het tot zijn verstand doordringt van hoe grote waarde die stilte en eenzaamheid zijn wier sterrengewemel slechts het voorportaal naar de geestelijke wereld is.

Honoré de Balzac – Frans schrijver

 

We kennen allemaal wel het gevoel dat ons soms bevangt dat wat we zeggen en doen lang geleden al eens gezegd en gedaan is – dat we door de sluier van eeuwen heen al eens met dezelfde gezichten, dingen en situaties te maken hebben gehad.

Charles Dickens.

 

Ik kon me heel goed indenken dat ik in vroegere eeuwen geleefd zou kunnen hebben en toen met vragen opgescheept werd die ik niet beantwoorden kon. En dat ik wedergeboren moest worden, omdat ik de opdracht die me gegeven was nog niet voltooid had.

Jung

 

De leer van de zielsverhuizing dient ertoe om de mens een aannemelijke verklaring voor de werking van de kosmos te geven. Alleen overijld te werk gaande denkers zullen haar verwerpen op grond van de gedachte dat alles er absurd zou door worden.

Thomas Huxley – bioloog

 

Laten we de zaak onder ogen zien: niemand die zijn verstand bij elkaar heeft kan ‘diep van binnen’ naar zichzelf kijken zonder aan te nemen dat hij altijd al geleefd heeft en altijd zal blijven voortleven. Erik Erikson – psychoanalist.

 

Ik kan niet geloven dat de mensen elkaar onderling altijd vijandig gezind zullen blijven, en aangezien ik in de leer van de wedergeboorte geloof, koester ik de hoop dat ik, zo niet in dit leven, dan toch in een volgend, de hele mensheid als vriend zal kunnen omhelzen.

Mahatma Ghandi

 

Onze vrienden zijn allemaal zielen die we in vroegere levens al gekend hebben. Zo raken we tot elkaar aangetrokken. Dat gevoel heb ik met vrienden. Het doet er niet toe of ik ze nog maar één dag ken. Ik ga niet zitten wachten tot ik ze twee jaar ken, want we moeten elkaar al eerder hebben gekend, weet je wel.

George Harrison – ex-beatle

03. Citaten van Carol Bowman

 Uit "Kinderen uit de hemel"

 

Als het lichaam sterft, overleeft de ziel. Ieder van ons heeft wel eens een droom, een herinnering of een ervaring die niet anders dan uit een vorig leven afkomstig kan zijn. Ook kinderen ervaren dat. In elk kinderlichaam huist een oude ziel, een ziel die is gereïncarneerd. Dat ontdekte ook de auteur toen haar vierjarige zoontje Chase opeens een onverklaarbare angst voor harde geluiden begon te ontwikkelen. Zijn ouders wisten zich met zijn plotseling fobische gedrag geen raad. Totdat een bevriende therapeut het kind onder hypnose bracht en Chase tot in detail begon te vertellen over zijn vorige leven als soldaat in de Amerikaanse Burgeroorlog. Opnieuw beleefde hij de bulderende kanonnen en het geweervuur, opnieuw sneuvelde hij… Maar toen Chase bijkwam uit de hypnose, was hij van zijn angst verlost.


Verrast en geïnspireerd door deze effectieve en helende therapie besloot Carol Bowman, psychotherapeut, onderzoek te gaan doen naar de herinneringen aan vorige levens van andere kinderen. Op basis van tientallen gesprekken met ouders en hun vaak zeer jonge kinderen ontdekte zij dat gebeurtenissen in vorige levens vaak het gedrag van kinderen bepalen en zelfs de oorzaak van bepaalde ziekten kunnen zijn. Bovendien ontdekte zij dat jonge kinderen heel vaak spontaan – zonder hypnose – spreken over een vorig leven. Daarvoor biedt zij ouders praktisch advies: hoe kun je zo’n herinnering van je kind herkennen, hoe kun je daar het beste op reageren en hoe kun je de ervaring van je kind zo benaderen dat de herinnering een geruststellend en helend effect heeft.

 

Maar ik weet wel dat er ontelbare mensen zijn die rouwen om een geliefd kind, echtgenoot, vrouw, moeder of vader die in een nieuw lichaam is teruggekomen. Sommige van deze zielen zijn in hun nieuwe incarnatie juist dicht bij de mensen die om hen rouwen, kruisen hun leven onopgemerkt, doen misschien hun eerste onzekere stappen door de kamer terwijl de familie bijeen is rond de kerstboom. Ik weet dat dit gebeurt, maar de mensen zien het niet, omdat ze niet weten dat het kan. Ik denk dat meer mensen zouden kunnen genieten van een onverwachte hereniging met een bekende ziel als ze hun absolute geloofsopvattingen, hun overtuiging dat 'dit gewoon niet kan' eens opzij konden zetten en zich konden openstellen voor het feit dat het misschien tóch wel zou kunnen. Een kleine verandering van opvatting maakt een wereld van verschil.

 

Uit het verslag van een moeder die een overleden zoon jaren later terug mocht baren in een nieuw lichaam.

 

'Ik weet niet echt wat het woord reïncarnatie betekent, maar weet wel dat ik er honderd procent zeker van ben dat de geest voortleeft. En dat de geest het leven ondergaat om, door zoveel mogelijk ervaringen op te doen, te leren wat liefde is. We zijn hier om lief te hebben, zodat we verder kunnen gaan naar een hoger plan en dichter bij God kunnen zijn. Alleen daarom zijn we hier en komen we na onze dood weer terug.

Ik zou nog in geen honderd jaar genoeg woorden kunnen vinden om God te danken dat hij me Brent weer heeft teruggegeven. Ik heb veel verkeerde dingen in mijn leven laten gebeuren¹ en heb veel fouten gemaakt. Ik had nooit kunnen denken dat ik zo'n zegen verdiende. Konden andere mensen voor wie het leven vol pijn is dit ook maar ervaren - de kans krijgen om het weer goed te maken - dan zouden ze ondervinden dat dit een absoluut wonder en een godsgeschenk is. Ik heb echter wel geleerd dat ik heel goed moet uitkijken aan wie ik dit vertel. Mijn gelovige vriendinnen denken dat ik gek ben. Ze hebben me gezegd dat er niet zoiets als reïncarnatie bestaat, dat dit het werk van de duivel is en godslastering. Dat is zo naïef. Hoe kan iemand blind zijn voor deze mooie kracht? Het is zo verdrietig dat zo'n wonder van Gods liefde aan hen voorbijgaat.'

 

¹  Deze moeder baarde Brent toen ze pas 17 was en heeft de jongen, toen hij klein was, schromelijk verwaarloosd.

 

 

Uit  "Wie was mijn kind?"

 

Waarom zou de kerk zich zoveel moeite getroosten om reïncarnatie in diskrediet te brengen? De meest voor de hand liggende verklaring hiervoor is de impliciete psychologie van het begrip reïncarnatie. Iemand die in reïncarnatie gelooft, neemt door middel van wedergeboorte verantwoordelijkheid voor z'n eigen spirituele ontwikkeling. Hij heeft geen priesters, biechten en rituelen nodig om zich tegen verdoemenis te beschermen (allemaal ideeën die, tussen haakjes, niet tot de lering van Jezus behoren). Hij hoeft zich alleen maar te bekommeren om zijn eigen daden, zowel ten opzichte van zichzelf als ten opzichte van anderen. Geloof in reïncarnatie elimineert de angst voor eeuwige hel en verdoemenis, die de kerk gebruikt om de geloofsgemeenschap onder de duim te houden. Met andere woorden: reïncarnatie ondermijnt rechtstreeks de autoriteit en macht van de dogmatische kerk.

04. Encyclopedie van de Parapsychologie van A tot Z

 door Titus Rivas

 

Uit het hoofdstuk over reïncarnatie, volgend citaat:

 

Amnesie en ontwikkeling.

 

Een belangrijke vraag bij het reïncarnatieonderzoek luidt of iedereen reïncarneert. Als dat inderdaad het geval is, is het opvallend dat de meeste van ons zich bewust geen vorige levens herinneren. Sommigen zien deze vergetelheid of amnesie als een positief bijverschijnsel van reïncarnatie dat er voor zou zorgen dat we niet gebukt gaan onder de last van te veel herinneringen. Er kunnen namelijk problemen vastzitten aan het herinneren van vorige levens, zoals fobieën en verslavingen of verwarring rond je geslachtelijke identiteit. Het is echter de vraag of deze wel afhankelijk zijn van bewuste herinneringen en niet ook voor zouden kunnen komen zonder dat iemand bewust weet heeft van hun oorsprong.

Anderen, zoals Jamuna Prasad en het team van Stichting Athanasia, benadrukken echter de voordelen van herinneringen aan vorige levens zoals een weidser, spiritueler perspectief en een bewuste omgang met je verleden voor je huidige geboorte.

Een aannemelijk model van amnesie is dat het een belemmerend gevolg is van reïncarnatie in een babylichaam met onvolgroeide hersenen. De kindertijd zou daarbij gezien kunnen worden als een soort revalidatieperiode die elke nieuwe incarnatie weer terug zou keren. Erg ontwikkelde zielen zouden al tijdens hun kinderjaren opvallen door de snelheid van hun ‘revalidatie’ en het algemene niveau dat ze daarbij aan de dag leggen.

De bewuste vergetelheid zou in sommige gevallen opgeheven worden door psychologische factoren op een moment dat het nieuwe brein dat toelaat. Het zou interessant zijn om deze factoren in kaart te brengen zodat dit proces zich wellicht ook bewust zou laten sturen.

Overigens betekent bewuste amnesie zeker niet dat de herinneringen en persoonlijke ontwikkeling uit vorige levens verdwenen zijn. Het is daarentegen te verwachten dat ze de basis vormen voor verdere ontwikkeling. Er is dus ook zonder bewuste herinnering sprake van een continue persoonlijke ontwikkeling, die Ian Stevenson aanduidt als persoonlijke evolutie.

Karma, een populair traditioneel concept, dat bijna automatisch met reïncarnatie in verband wordt gebracht, blijkt moeilijk te bestuderen in het reïncarnatieonderzoek. Als er al karma bestaat, doet het zich zeker niet op een simpele manier voor, maar is het een over het algemeen erg subtiel proces, zoals Jamuna Prasad stelt.

05. Hoger dan Yoga

Paul Brunton

 

 

Uit: Hoger dan Yoga. ( The hidden teaching, beyond Yoga 1951)

 

Het wezen van deze doctrine (Karma) is ten eerste: psychologische reactie, d.w.z. dat gewone gedachten in neigingen overgaan en zodoende ons eigen karakter beroeren; deze worden op hun beurt vroeger of later in daden omgezet, die weer niet alleen andere mensen, maar ook, volgens een mysterieus reactieprincipe, onszelf beïnvloeden. Ten tweede: wanneer dit principe wordt uitgewerkt, leidt het tot de fysieke wedergeboorte, d.w.z. het voortbestaan van de gedachte in de sfeer van de Onbewuste Geest en het vroeger of later weer tevoorschijn treden op aarde van min of meer hetzelfde ‘karakter’ of dezelfde persoonlijkheid. Karma schept de noodzaak voor nieuwe orde en leidt onvermijdelijk tot wedergeboorte, tot een uitlaat voor de dynamische factoren, die in beweging zijn gebracht. De consequentie van dit principe is persoonlijke vergelding, d.w.z. dat daden waardoor wij anderen schaden, onafwendbaar op onszelf terugvallen en derhalve ons schaden, terwijl daden waardoor wij aan anderen goed doen, ons ten slotte ook ten goede komen.

 

(……..)

 

Er bestaat niet zoiets als een natuurlijke wet, in de zin van een willekeurig of een autoritair bevel, gegeven door het een of andere hogere wezen. De mens maakt in zijn gedachten een natuurwet, om te kunnen beschrijven hoe een bepaald deel van de natuur zich gedraagt.

Karma is een volmaakt wetenschappelijke wet. Het is een vlechtwerk van drie grote wetenschappelijke ontdekkingen, die in de 19de eeuw werden geverifieerd en verkondigd en opzien baarden door de geduchte mogelijkheden die zij schiepen, met twee andere, die minder sensationeel waren.

De eerste twee waren: a) de evolutie van de dierlijke en menselijke vormen,

b) het behoud of de onvergankelijkheid van energie.

De eerste bracht al de ontelbare soorten specima in de natuur tezamen tot een soort schema van progressieve vooruitgang, tenslotte een koel berekenende rechtvaardiging gevend voor de zieltogende offering van het individu op het altaar van zijn klasse, terwijl de tweede de verschillende manifestaties van hitte, werk en scheikundige kracht tezamen bracht in een eenvoudig verenigd systeem.

Hoewel modernere zienswijzen de oorspronkelijke verklaring van de methode van deze processen zeer gewijzigd hebben en hoewel het ‘hoe’ van beide toch nog nagenoeg een mysterie is, blijven desondanks hun fundamentele principes onaangeroerd. Het proces der evolutie in de Natuur en het niet verloren gaan van kracht, passen toch beter bij de bekende feiten van de algemene universele beweging dan welke andere hypothese ook.

c) een derde wetenschappelijke leer die moet worden genoemd is die der erfelijkheid. De vormen van het stoffelijk lichaam zijn erfelijk

d) als we verder in tijd terug gaan, dan vinden we een vierde veelbetekenende wetenschappelijke leerstelling. Newton’s derde wet van de beweging toont aan, dat er voor iedere actie een reactie is, die evenredig en tegenovergesteld is.

e) maar daarmee zijn we er nog niet, want er is een vijfde wetenschappelijke ontdekking – die niet over het hoofd gezien mag worden – nl. dat al wat leeft uiteindelijk verbonden is. Het universum vormt één enkel wezen. Alle wetenschappen raken elkaar ergens en niet één kan alleen staan. De eenheid van het universum is de grondwet van haar bestaan.

 

Als wij al deze wetenschappelijke principes met karma in harmonie brengen, dan zien wij dat zij dit dienovereenkomstig steunen.

De wet der evolutie toont aan, dat het leven de voortzetting is van alles wat eraan vooraf ging. Wij zijn slechts schakels in een lange reeks. We beginnen als primaire moleculen en eindigen als gecompliceerd mens. Wij dringen voorwaarts naar een onzichtbaar doel, omdat wij de behoefte aan vervolmaking voelen. Wij hebben reeds een lange reis afgelegd van de planetaire leem tot aan onze hedendaagse staat. Maar wij zullen nog verder moeten gaan. Want het einde van deze reis zal de sublieme ontdekking zijn, dat de mens niet slechts een cijfer is in de statistische volkstelling, niet slechts een uitzonderlijke aap in de wildernis, maar een bewuste deelhebber aan een gezegende en beminnelijke Werkelijkheid.

Het principe van het behoud van energie bewijst dat geen energie in het proces van haar transformaties verloren kan gaan. En zo kunnen ook de gedachten en daden der mensen – die niets anders dan energiebronnen zijn – niet vernietigd worden; zij herverschijnen in de vorm van hun invloed op anderen en op ons zelf. Zij zijn zaden, die ten slotte ontkiemen tot een manifestatie in tijd en ruimte.

In de erfelijkheidsleer geeft de wetenschap toe dat ieder lichaam voor zijn geboorte een bepaald bestaan heeft gehad. Zo moet ook de geest voor de geboorte een bepaald bestaan gehad hebben. De geestelijke karaktereigenschappen worden overgebracht en kunnen slechts verworven zijn uit een vroeger aards bestaan.

Newton’s wet van actie en reactie verschijnt opnieuw in de wereld der ethiek, waar dezelfde volgorde voor geldt. Wat wij ten opzichte van anderen doen, wordt ons vergolden op de een of andere wijze en te eniger tijd. Het leven betaalt met dezelfde munt die wij gebruiken. Onze misdaden achterhalen ons op de een of andere dag. De goede daden die wij doen, zijn voorboden van het geluk, dat wij tenslotte zullen smaken. Wij krijgen wat wij geven.

De eenheidvormende aard van het gehele universum moet dus ook het leven van de mens omvatten. Iedere schending van deze wet moet, als reactie, vroeger of later zijn eigen straf veroorzaken in de vorm van lijden of tweedracht. Iedere vervulling ervan moet dienovereenkomstig harmonie en geluk brengen. Bovendien is dezelfde individuele eenheid een aanwijzing, dat door de continuïteit van het wereldproces wedergeboorte onvermijdelijk is, omdat ieder levensverschijnsel moet voortkomen uit iets dat vroeger al aanwezig was, omdat het heden niet van het verleden gescheiden kan worden.

 

Het leven van de mens wordt dus, in grote trekken, een scholing van geest, karakter en kunde. Deze opvoeding voltrekt zich in lange tijdsperiodes in een reeks verwante, stoffelijke reïncarnaties, waarbij in iedere volgende incarnatie geprofiteerd wordt van de ervaringen en overdenkingen in vroegere. Alle leven is leren. Iedere incarnatie is opvoeding. Een nieuw lichaam is als het ware een nieuw bezoek aan de school van het leven. De groei van de geest is de ware biografie van de mens. Alle historie wordt allegorie. Zoals de drie vakken: lezen, schrijven en rekenen de elementaire opvoeding van een schoolkind uitmaken, zo vormen de drie principes: reactie, wedergeboorte en vergelding de elementaire opvoeding in de hogere school van het leven.

Geestelijk richt de worsteling om het bestaan zich eerst tot het zich openbaren en daarna tot het scherpen van het verstand; op ethisch gebied dringt het begrip dat wij zullen oogsten wat wij zaaien langzaam tot ons door; op technisch gebied groeit uit onze ongeoefende middelmatigheid een groter bekwaamheid die zich geleidelijk specialiseert, totdat zij haar hoogtepunt bereikt in het scheppend genie.

De wet van karma is de enige die een redelijke verklaring biedt voor de schadelijke invloeden in het leven, die men anders moet houden voor afschuwelijke producten van louter toeval of de onrechtvaardige bevelen van een willekeurige Godheid. Zonder karma moeten wij deze problemen in vertwijfeling opgeven als zijnde stukken van een volmaakt onoplosbare puzzel.

 

06. Een Heremiet in de Himalaya

Paul Brunton

 

De leer der herbelichaming hangt in het algemeen samen met het onplezierige begrip der fatalistische vergelding, en ook hieraan is het toe te schrijven, dat vele Westerlingen de aanvaarding der reïncarnatie schuwen, ontzet uitroepend: "Gij verwacht, dat wij boeten voor de zonden van anderen? Wat een onrechtvaardigheid!"

Waarom spreken zij zo?

Alles hierbij is afhankelijk van de vraag wie wij zijn.

Indien wij niets anders zijn dan lichamelijke wezens - die, als vliegen, slechts een korte poos over de aarde gonzen en dan weer verdwijnen - is het protest der Westerlingen in alle opzichten juist.

Zijn wij echter zielen, die telkens op­nieuw deze wereld bevolken, dan krijgt de eis, dat in het éne aardse leven de zonden geboet worden, die in het vroegere begaan zijn, het karakter ener strenge rechtvaar­digheid, en het lot, dat zijn stempel op onze levens zet, ver­liest dan den schijn ener blinde en willekeurige macht.

 

Ik geloof - neen, ik wéét - dat onze bestemming bij God en niet bij de wormen is. Het brein brengt geen gedachte voort, het lichaam geen ziel - evenmin als de telegraafdraad den elektrische stroom. Zoowel brein als lichaam zijn niet meer dan geleiders. die een fijnere en edeler kracht door deze domme materiële wereld doen gaan.

Waren wij louter wezens van vlees en bloed, wier atomen, na onzen dood, zich tezamen met die van anderen tot geheel nieuwe wezens vormden, dan ware het een dwaasheid van die nieuwe wezens te verlangen, dat zij onze misslagen boeten zouden. Doch wij zijn dat plus nog iets anders, en dat andere is 'Bewustzijn. Wij zijn bewuste geesten, dooreen geweven met het gebeente en vlees van ons lichaam.

Die geesten vertegenwoordigen het totaal van onze karak­ters, neigingen en begaafdheden. Zij zijn de ware bronnen van onze handelingen, want zij zijn onze werkelijke persoon­lijkheden, niet onze lichamen. Wanneer wij nu aannemen, dat zij zich van geboorte tot geboorte niet sterk wijzigen, is het niet moeilijk te begrijpen, dat een persoonlijkheid, die haar ziels­angst van het éne lichaam in het andere meedraagt, niet de zonden van een ánder, doch die van zichzélve boet.

 

Een leer, welke verklaart, dat elke daad haar vruchten moet baren en dat persoonlijk belichaamd leven moet voortduren tot alle gevolgen volbracht zijn, is zeer aannemelijk. Zij is in treffende overeenstemming met alle andere natuurwetten, die in de stoffelijke wereld ontdekt zijn. En zij is zeker méér troostend dan het denkbeeld, dat het leven slechts een loterij is met weinig prijzen en veel nieten. Er is een stroom van gebeurtenissen, die onweerstaanbaar boven onze persoonlijke wensen uitvloeit. De hogere wetten brengen zichzelf tot uitvoering, het is onnodig dat wij tobben. Onredelijk is de jammerlijke lusteloosheid, waarin het Indische volk vaak ver­valt en waaraan het tropisch klimaat met zijn verslappende en uitputtende werking schuld heeft.

De waardeloosheid van een uitsluitend fysisch inzicht wordt klemmender naarmate de vraag omtrent 's levens recht­vaardigheid of onrechtvaardigheid dieper overdacht wordt.

 

Wij veronachtzamen de geestelijke zijde van het leven en deze is in de ogen der Natuur toch altijd de oorzakelijke. De Natuur heeft rode tanden en rode klauwen, beweren de materialisten, en zij willen daarmede zeggen, dat de Natuur vernietigt.

Doch de Natuur is onze Moeder, en welke moeder straft haar kinderen, zonder hen te willen verbeteren? De Natuur gaat te werk als elke menselijke moeder. Achter onze Aarde staat een besturend verstand en men behoeft slecht een enkelen blik in het rijk der mineralen, planten en dieren te werpen om daarvan overtuigd te worden. En wàt hebben wij jegens de Natuur misdreven, dat Zij zou kunnen wensen ons zonder doel te kastijden en hóé zou met één enkel aards leven de Natuur haar opvoedend plan kunnen voltooien?

Wat is het doel, dat de Natuur zich gesteld heeft? Durf ik het te zeggen? Is het niet te verstrekkend voor de oren der vleselijke wezens? Hoe kan dit verwijderde doel ge­openbaard worden in woorden, die het bereikbaar en redelijk doen lijken?

Het zij voldoende te zeggen, dat het de roeping der Natuur

is ons te bevrijden uit de verstrikkingen der materiële wereld en ons terug te voeren naar de geestelijke bronnen, die onze oorsprong zijn, of - om een woord uit den Bijbel te bezigen - ons nog eenmaal den toegang tot den Hof van Eden te ontsluiten.

Als wij ons gehecht hebben aan den tredmolen van het bestaan, die door het lot wordt gedraaid, mogen wij onszelf er óók weer uit losmaken. Dit is de wens der Natuur en vormt ons geluk. Onze wereldse zorgen mogen ons tot verslagenheid voeren, de 'Natuur brengt ons weer vrede. Wij moeten ons terugtrekken uit den cirkel van ons aardse bestaan naar het centrum, uit een volledige onbereidheid tot zelfbespiegeling naar een evenwijdig richten op het eigen innerlijk. Doch zoolang wij het centrum niet gevonden zullen hebben, blijven wij overgeleverd aan de genade der komende gebeurtenissen. Alleen zij zijn verheven boven zorg en vrees, die in het centrum verblijven.

 

Deze woorden klinken alledaags. Zij zijn het! Want sedert 's werelds vroegste tijdperken zijn zij door èlke Profeet, door èlke Wijze gesproken, en zij zullen herhaald worden tot in alle eeuwigheid. Geen andere verklaring van het doel der Natuur heeft ooit zóólang stand gehouden, of zou dit ooit gekund hebben, omdat zij het antwoord is, dat de Natuur zelf geeft aan hen, die Haar op de juiste wijze vragen.

Eén werkelijkheid is te verkiezen boven veertig veronder­stellingen, en dit nu is de werkelijkheid der Natuur.

De stoffelijke gedaante dezer wereld moet zich eenmaal op­lossen, en onze lichamen mèt haar; nochtans zullen wij blijven.

Doch voor vandaag is hierover genoeg geschreven.

07. Esoterische Psychologie

Thorwald Dethlefsen. 

 

 

De reïncarnatie - ritme van het levende

 

Alleen hij die door liefde wijs is geworden,

wordt bevrijd van het kruis van oorzaak en gevolg, waaraan onwetendheid hem sloeg.

Alleen de liefde maakt een eind

aan de rondedans der wedergeboorten.

 Hans Sterneder, Der Sang des Ewigen

 

Al aan het begin van onze overwegingen hadden we het over de wetmatigheden van de polariteit. We herinneren ons hoe een pool altijd haar tegenpool afdwingt en door de voortdurende wisseling van twee polen het ritme, het grondpatroon van het levende ontstaat. Reeds vele duizenden jaren geleden formu­leerden de wijzen in Kybalion: 'Niets is in rust, alles beweegt, alles is trilling. Alles vloeit uit en in, alles heeft zijn tijden, alle dingen stijgen en dalen, het zwaaien van de pendel is in alles te zien; de mate van de zwaai naar rechts is de mate van de zwaai naar links: ritme compenseert.'

 

Ook de moderne natuurkunde heeft zeker nauwelijks bezwa­ren tegen de bewering: 'Alles is trilling.' De verschillende ver­schijnselen van het universum onderscheiden zich alleen van elkaar door de mate van trilling, gehoorzamen echter allemaal dezelfde wet van de trilling. We gebruikten als object van waar­neming het ritme van de adem en kunnen de hier gevonden wetmatigheden analoog op een iets groter ritme overbrengen: het waak-slaap-ritme. Zoals op het inademen met zekerheid het uitademen volgt, zo volgt ook op het wakker zijn met de­zelfde zekerheid de slaap. Slaap dwingt wederom na enige tijd zijn tegenpool, het ontwaken af, net zoals het uitademen een nieuw inademen afdwingt.

 

In de volksmond heet het: 'De slaap is het broertje van de dood' en deze formulering geeft blijk van het vermogen om in verticale reeksen analogieën te denken. Leven en dood zijn is ook slechts een ritme zoals in- en uitademen, wakker zijn en slapen - alleen de grotere dimensie maakt het voor de mens moeilijker dit te overzien. De ervaring bevestigt ook hier de geldigheid van de wet dat een pool zijn tegenpool afdwingt: le­ven dwingt sterven af. Het enige zekere bij de geboorte van een levend wezen is het feit dat het ooit zal sterven. Dood volgt op het leven met dezelfde zekerheid als het uitademen op het ina­demen.

 

Maar volgens dezelfde wet dwingt het dood-zijn met zekerheid weer leven af. Zo zien we dat de wisseling van leven en dood en leven hetzelfde ritmische beeld oplev~rt als de wisseling van waken, slapen, waken enzovoort. Leven en dood-zijn zijn po­lariteiten die zich door hun onophoudelijke wisseling ritmisch in de existentie van alle vormen van bestaan rangschikken. Alle verschijningsvormen gehoorzamen deze wet van de trilling: de getijden van de zee, de jaargetijden, de elektriciteit, de perio­den van oorlog en vrede, dag en nacht - overal toont de waar­neming ons hetzelfde ritmische spel van de polaire wisseling. Waarom zou uitgerekend de polariteit leven: dood een uitzon­dering zijn, waarom zou een wetmatigheid die overal valt aan te tonen uitgerekend voor het verschijnsel leven halt houden?

 

Deze ritmische gang van de ziel door leven en dood noemt men van oudsher zielsverhuizing of reïncarnatie ( = herhaalde vlees­wording). Plato kende die net zo goed als Goethe. Ik zeg opzet­telijk 'kende' en niet 'geloofde' - want reïncarnatie is geen kwestie van geloof maar een kwestie van het vermogen tot filo­sofisch inzicht. Het staat iedereen vrij om aan iets anders dan aan de reïncarnatie te geloven, maar het zou hem duidelijk moeten zijn dat een hypothese zonder reïncarnatie het stempel van het absurde draagt, omdat alleen de reïncarnatie in over­eenstemming is met alle wetten van dit universum.

 

Zo klinkt het heel verwonderlijk wanneer men steeds weer stemmen hoort die bewijzen voor de reïncarnatie eisen. Wer­kelijkheid bewijst zich door haar bestaan vanzelf en behoeft geen uiterlijk bewijs. Het functionele uiterlijke bewijs, tot kroongetuige van de wetenschappelijke argumentatie verheven, is de grootste vijand van kennis omdat het de ander tot geloof wil dwingen. De uitspraak: 'Ik heb het bewezen', is in­houdelijk gelijk aan: 'Je moet me geloven.' Werkelijkheid be­hoeft echter geen bewijs omdat ze geen voorwerp van het ge­loof is. Werkelijkheid werkt in de ervaring van de enkeling en bezorgt daardoor kennis.

 

Degene die weet, hoeft niet te geloven en wordt onafhankelijk van bewijzen. Een bewering zoals bijvoorbeeld: 'Met de dood is alles voorbij', behoeft een bewijs omdat deze bewering geen deel van de werkelijkheid is en daarom ook geen ervaring kan worden. Binnen de werkelijkheid kan geen gebied worden ont­dekt waarop men zou kunnen aantonen dat de natuur proces­sen kent die plotseling in het niets eindigen.

­

 Het lot wordt in zijn geheel pas begrijpelijk tegen de achter­grond van de reïncarnatie. Beschouwt men een leven alleen maar geïsoleerd, dan zou men inderdaad aan de zinrijkheid van de macht van het lot kunnen twijfelen - reden waarom velen daardoor ook ver-twijfelen. Het is algemeen bekend dat niet alle mensen in dit leven dezelfde startblokken worden toege­wezen - en dat is heel beslist niet de schuld van de maatschap­pij! Onverschillig vanuit welk gezichtspunt, religieus of atheïs­tisch: het is tamelijk moeilijk om zonder de reïncarnatiege­dachte iemand duidelijk te maken waarom uitgerekend hij stom of verlamd, verminkt of debiel het licht van 'deze beste van alle werelden' aanschouwde. Ook een verwijzing naar de ondoorgrondelijke besluiten van God is niet erg geschikt om in dergelijke gevallen een gevoel van zinrijkheid te geven.

 

Maar zonder zin wordt het leven ondraaglijk voor de mensen. Het zoeken naar de zin van het leven is een fundamentele be­hoefte. Pas wanneer de mens bereid is dit leven los te maken uit de isolering van het idee dat het maar eenmaal voorkomt en als onderdeel te zien van een lange reeks, zal hij de zin en de recht­vaardigheid van het lot leren begrijpen. Want het lot van een leven is het resultaat van het leerproces in zijn geheel tot nu toe.

 

 

 

Steeds weer en weer

daal je neer

in de wisselende schoot van de aarde,

tot je geleerd hebt in het licht te lezen dat leven en sterven een is geweest en alle tijden tijdloos.

Totdat de moeizame reeks der dingen tot een permanente ring

zich in jou rijgt ­

in jouw wil is de wil van de wereld, stilte is in jou - stilte ­

en eeuwigheid.

Manfred Kyber

 

De wet van het karma

 

Dit werkzame verband tussen de daden uit het verleden en het actuele verloop van het lot noemt men algemeen het karma. Karma is de wet van de vereffening die ervoor zorgt dat de mens steeds weer met hetzelfde type probleem wordt gecon­fronteerd tot hij door zijn handelen het probleem opgelost en zich onder de wetmatigheid geplaatst heeft. Hierdoor wordt elke handeling, zelfs elke gedachte onsterfelijk en onafkoop­baar. Want alle daden en gedachten wachten erop, door een tegengestelde beweging te worden gecompenseerd.

 

De wet van het karma vraagt van de mens dat hij de volle ver­antwoording voor zijn lot op zich neemt - een stap die de mens van onze tijd niet wil doen. De afweer in brede kring tegen de leer van de reïncarnatie is maar al te begrijpelijk - men heeft immers met veel moeite en vertoon eindelijk perfect lijkende theorieën gefabriceerd die de mens van de eigen verantwoor­delijkheid bevrijden en de schuld op maatschappij, ziektever­wekkers of het kwade toeval projecteren. Begrijpelijk wan­neer men in opstand komt tegen de eis deze geraffineerde theo­rieën van menselijke slimheid als zelfbedrog te ontmaskeren, ­ze ineen te laten storten en heel eenvoudig weer de schuld bij zichzelf te zoeken.

 

Theoretisch functioneren al deze denkmodellen immers ook uitstekend - het praktisch falen probeert men met een positi­vistisch geloof aan de vooruitgang te verdoezelen. Wanneer de mens echter begint tegenover zichzelf eerlijk te worden - en dat is de moeilijkste vorm van eerlijkheid -, moet hij beseffen dat hij pas met het op zich nemen van de volle verantwoorde­lijkheid voor alles wat hem overkomt en wat hij meemaakt de zinrijkheid kan inzien. Verantwoordelijkheid en zinrijkheid kunnen niet van elkaar worden gescheiden - beide bepalen el­kaar wederzijds.

 

De meerderheid van de mensen uit onze tijd lijdt aan het ver­lies van zinrijkheid, omdat ze proberen van de verantwoording af te komen. Wie naar de zin zoekt, vindt eerst de schuld. Ac­cepteert hij de schuld, dan openbaart de zin zich aan hem.

 

De voortdurende wisseling van lichamelijk leven en dood-zijn is de vergroting van het dag-nacht-ritme. Wanneer we elke ochtend ontwaken om een nieuwe dag te beginnen, dan staat enerzijds deze nieuwe dag volledig maagdelijk voor ons en wij beslissen hoe we die gebruiken en vorm geven - wat we in de loop van deze dag zullen beleven. Anderzijds echter zal het verloop van deze nieuwe dag onvermijdelijk gedetermineerd zijn door datgene wat we op de voorafgaande dagen hebben gedaan en beleefd. Heeft iemand de laatste tijd met alle men­sen uit zijn omgeving getwist of grote schulden gemaakt, de verzorging van zijn lichaam of de ontwikkeling van zijn ziel ver­waarloosd, dan zal dit de nieuwe dag beïnvloeden, hoewel deze dag alle mogelijkheden in zich gereed houdt.

 

Deze moeilijk te vatten gelijktijdigheid van invloeden en uit­werkingen van het verleden en nieuwe ongebruikte mogelijk­heden van elke dag kan men analoog op elk 'nieuw leven' overbrengen. Zeker is elk nieuw leven een nieuwe kans, houdt de rijkdom van alle mogelijkheden gereed en is toch slechts de consequentie van de reeks incarnaties tot nu toe - weerspiegelt de problemen, fouten en inzichten tot nu toe. Net zo min als een mens aan het begin van een nieuwe dag zijn daden, gedach­ten en handelingen tot nu toe ongedaan kan maken, zo kan ook een mens in een nieuwe incarnatie het verleden niet schrappen maar moet de tot nu toe gesponnen draden verder spinnen.

 

08. Zin en onzin van Astrologie en Horoscoop

Bron: Esoterische Psychologie – Thorwald Dethlefsen

 

De polariteit van het leren

 

Reeds lang ligt de vraag op tafel in hoeverre het lot, respectie­velijk de vervulling van deze taken, gedetermineerd is en waar de vrijheid van de mens dan is om daar iets aan te veranderen. Dit is en blijft een van de moeilijkste vragen, maar we kunnen alleen stap voor stap dichter bij een eventuele oplossing ko­men.

Wat het leerplan betreft, dit is zeker gedetermineerd, het moet vervuld worden. Maar ook binnen de gedetermineerdheid blijft de wet van de polariteit nog volledig van kracht. De wet van de polariteit stelt ons voor de keuze hoe we het leerplan verwezenlijken, op welke weg we onze leerrijke stappen willen zetten en hoe we de problemen oplossen. Men moet dus onderscheid maken tussen de problemen zelf die volledig gedetermi­neerd zijn en het 'hoe' van de weg van de oplossing, waarvoor de polariteit twee mogelijkheden ter beschikking stelt:

 

1. Het bewuste leren. Deze mogelijkheid vraagt van de mens dat hij steeds bereid is de eisen van het lot onder ogen te zien en vrijwillig elk optredend probleem door activiteit op te lossen.

2. Het onbewuste leren. Het treedt automatisch in werking wanneer de mens verzuimt een probleem bewust op te los­sen.

 

De meerderheid van de mensen beperkt zich grotendeels tot de tweede mogelijkheid, namelijk het onbewuste leren. Onbe­wust leren is echter steeds leren door leed. Zolang de mens be­reid is oude standpunten en fixeringen in twijfel te trekken, nieuwe te leren, nieuwe ervaringen te riskeren, zijn bewustzijn te verruimen, zodat hij alle door het lot aangedragen taken aankan, zolang hoeft hij voor al te grote slagen van het lot of ziekten niet bang te zijn.

Maar op het moment waarop de mens de problemen wegduwt en probeert ze te ontlopen of ze te negeren (de psychologen noemen dit 'verdringen'), begint het lot de mens in het nietwaargenomen leerproces te dwingen.

 

De mens wordt slachtof­fer van een situatie waarin hij onvermijdelijk minstens een deel van het probleem door beleving oplost. Het leerproces is in dergelijke gedwongen situaties meestal onvolledig omdat de weerstand van degene die ze ondergaat te groot is. Pas wanneer de mens met een situatie verzoend is, kan hij de zinrijkheid daarvan helemaal begrijpen. Dus is de niet opgeloste rest van een probleem de nieuwe kiem voor een nieuw gedwongen le­ren. Een voorbeeld:

We nemen uit de horoscoop van een mens een constellatie die in de vaktaal 'vierkant Saturnus-Mars' zou luiden. Zuiver tech­nisch betekent dit dat de planeet Saturnus een hoek van 90°vormde met de planeet Mars toen deze mens werd geboren. Deze Saturnus-Marsconstellatie is echter enkel en alleen sym­bool voor een bepaalde leertaak. Het principe van Saturnus hebben we al kort leren kennen met de trefwoorden: weer­stand, structuur, belemmering; onder het principe Mars rang­schikten we de begrippen energie en impuls. Gaan deze beide oerprincipes in een horoscoop een verhouding met elkaar aan die men vierkant noemt, dan betekent dit dat bij deze mens energie en weerstand aan elkaar gekoppeld zijn en niet van el­kaar kunnen worden gescheiden. We noemen dit kortweg 'energie-weerstand-problematiek'. Steeds wanneer zo iemand zijn energie wil gebruiken, zal hij tegelijkertijd op weerstanden stoten. Zo iemand zal heel erg over de buitenwereld klagen en van me­ning zijn dat men hem op een boosaardige manier steeds dwarsboomt.

 

Hoe meer hij nu de 'schuld' op de wereld om hem heen projecteert, des te minder zal hij zijn probleem oplossen. Het is weliswaar juist dat de wereld om hem heen uitvoerend orgaan van deze weerstanden is, maar het probleem zelf ligt in de betrokken mens die door deze affiniteit met de daaraan beantwoordende buitenwereld wetmatig in aanraking komt ­men kan ook zeggen: deze onbewust zoekt. In werkelijkheid heeft deze mens zelfs deze weerstanden nodig omdat zonder die geen energie door hem kan worden gebruikt. Dergelijke mensen groeien bij weerstanden, wat makkelijk tot de zoge­naamde 'escalatie van het weerstanden zoeken' kan leiden.

 

De constellatie is een taak voor de mens, ze is noch goed noch slecht, noch positief noch negatief, maar wil alleen door de mens in werkelijkheid worden omgezet omdat ze alleen daar­door kan worden opgelost.

We nemen verder aan dat deze mens dit probleem zo veel mo­gelijk verdringt. Daar waar hij het aantreft, projecteert hij het op de wereld om hem heen en stelt die ervoor verantwoorde­lijk, maar zelf onderneemt hij niets om dit probleem op te los­sen. Hij houdt het immers helemaal niet voor 'zijn probleem.'

 

In de astrologie zijn er nu bepaalde technische werkwijzen waarmee men kan ontdekken wanneer een bepaalde constella­tie een bijzondere actualiteit voor de mens krijgt, de zogenaamde inlossing. De meerderheid van de astrologen neigt er­toe een dergelijke constellatie als slecht of gevaarlijk aan te duiden en zou, voor het geval deze mens om raad vroeg, voor het berekende tijdstip van de inlossing tot bijzondere voorzich­tigheid manen. Tamelijk onafhankelijk van de opvolging van een dergelijke (volkomen onzinnige) raad zal de mens nu op het berekende tijdstip in een situatie raken waarin hij het ver­meden probleem 'energie-weerstand' als slachtoffer zal leren kennen. Een mogelijke, aan de oerprincipes analoge mogelijk­heid daarvoor zou bijvoorbeeld zijn dat hij met zijn auto met 180 kilometer per uur tegen een boom raast. Nu heeft hij ervaren wat energie (180 kilometer per uur) en weerstand (een boom) is. Hij heeft deze oerprincipes leren kennen.

 

Uit zulke gebeurtenissen leert men altijd, ook wanneer dat niet met de gewenste volledigheid is. Een dergelijke gebeurtenis schijnt een astroloog het recht te geven van een gevaarlijke en negatieve constellatie te spreken - maar in werkelijkheid werd een volledig neutrale constellatie in een heel bepaald geval voor een mens gevaarlijk omdat hij zich ertegen verzette de taak bewust uit te voeren.

 

Hoe ziet een dergelijke bewuste oplossing er uit? Men zou naar een activiteit of bezigheid moeten uitkijken, waarbij men de beschreven principes (energie/weerstand) op een willekeurig niveau van de werkelijkheid voortdurend kan verwezenlijken. In ons voorbeeld biedt zich hiertoe de sport karate aan. Bij deze sport leert men slagen van enorm hoge intensiteit uitvoe­ren en deze met een op de millimeter nauwkeurige exactheid voor het doel stoppen, daar zulke slagen anders voor de ge­vechtspartner dodelijk zouden zijn. De geweldige kracht van deze slagen met de hand en met de voet wordt vaak ook gede­monstreerd door met de blote hand bakstenen of planken doormidden te slaan.

 

Astrologie op de grondslag van de reïncarnatie

 

Keren we terug naar onze geboortehoroscoop. We hebben ge­zien dat die het leerplan voor een leven voorstelt en als zodanig het lot van de mens aanwijst. De levensweg van een mens staat bij de geboorte vast. De mens zet met zijn levensweg enkel en alleen dit latente iets in werkelijkheid om. Er is in het leven van de mens geen toeval.

De vraag rijst, of de mens dan een ander leerplan en bijgevolg een ander lot zou hebben wanneer hij 'toevallig' enkele uren vroeger of later geboren zou zijn. Dit is inderdaad het geval, want een andere tijd heeft een andere kwaliteit en toont daar­om ook een andere levensloop.

 

Men zou nu kunnen geloven dat we met veel moeite het toeval uit het leven van de mens hebben weggeredeneerd alleen om het gebundeld op het ogenblik van de geboorte terug te vinden: beslist de toevalligheid van het geboorte-uur over het lot? Maar blijven we het inzicht trouw dat er op deze wereld nooit een toeval kan zijn, dan moet ook de geboorte als gebeurtenis door een wetmatigheid gedetermineerd zijn.

 

Iedere gebeurtenis is steeds alleen de formele uitdrukking van de inhoud. Inhoud en vorm moeten corresponderen. Aan de vorm kan men de inhoud herkennen en omgekeerd. (Het is een typische vergissing van de jeugd dat ze gelooft, op zoek naar waardevolle inhoud de vorm te kunnen verwaarlozen.) De ge­boorte is een formele gebeurtenis die zich bij een bepaalde kwaliteit van de tijd voordoet en een inhoud vertegenwoordigt. Wat is nu deze inhoud?

Hier zijn we gedwongen op het onderwerp reïncarnatie vooruit te lopen. Bij de geboorte komt niet een of ander 'onbeschreven blad' op de wereld, d.w.z. een ziel, zuiver en maagdelijk, zoals we ons kinderen voorstellen, alleen afhankelijk van de gunst van hun geboorteminuut.

 

Kijken we terug in de biografie van een ziel, dan heeft deze (we zullen daarop terugkomen) een hele lange reeks van aardse levens achter zich. In elk leven werd ze met een bepaald leerplan geconfronteerd, dat ze meer of minder goed en volledig uitvoerde.

Sterft een mens, dan heeft hij slechts in de zeldzaamste geval­len alle eisen en taken van het lot volledig begrepen en uitge­voerd. Bijna altijd blijft er iets over wat hij nog niet opgelost en nog niet begrepen heeft, net als bij een jaarlijkse handelsbalans waarbij ook onder de streep een bepaalde som overblijft. Om een beeld te gebruiken: dit cijfer onder de streep van de balans stelt een codenummer van de ziel voor. Dit codenummer is het symbool voor de kwalitatieve rijpheid van deze ziel die pas dan weer kan incarneren wanneer de kwaliteit van de tijd aan de eigen kwaliteit beantwoordt.

 

We noemden eerder de kwaliteit van de tijd de voorwaarde voor het zich kunnen manifesteren van een inhoudelijk gelijk­waardige gebeurtenis. Ook in dit geval is de kwaliteit van de tijd de deur naar de materiële werkelijkheid, die alleen open­gaat wanneer de 'inhoudelijke kwaliteit' van de ziel met de kwaliteit van de tijd correspondeert (wet van de resonantie!). Dit incarnatietijdstip zou nu de conceptie zijn, maar volgens bovenstaande wetten correleert de conceptie met de geboorte, zodat we kunnen zeggen: De kwaliteit van de tijd van de ge­boorte zegt iets over de 'gesteldheid' van de geïncarneerde ziel.

 

De horoscoop is alleen het wetmatige tussenliggende resultaat van de weg tot nu toe door de aardse levens. Hij is daarom noch toevallig noch onrechtvaardig. De horoscoop toont ons het karma van de mens - hij is het noodzakelijk geworden leerplan voor deze incarnatie.

Hier wordt duidelijk hoe fundamenteel de astrologie met de leer van de reïncarnatie verbonden is. Zonder verwijzing naar de reïncarnatie is de astrologie een onhoudbare nonsens, want geen astroloog kan bij loochening van de reïncarnatie een be­vredigend antwoord geven op de vraag waarom de ene mens deze en de andere mens die horoscoop heeft. De horoscoop zou een product van het toeval of de willekeur van het lot wor­den. Maar wanneer ik met de toevalligheid en de willekeur van het lot werk, wordt het bezig zijn met de astrologie zinloos, want dan kan men daarmee enkel en alleen de wetmatigheid van de willekeur berekenen.

De horoscoop is iets wat ieder voor zichzelf heeft verdiend ­men kan zich daarover niet beklagen. Er zijn geen goede en geen slechte horoscopen, maar ongetwijfeld taken waarvan het omzetten in daden makkelijker of moeilijker is.

 

Helaas breiden zich door de vermenging van de astrologische techniek met de functionele denktrant van onze tijd bij de astrologen steeds meer denkfouten uit, die het gevaar steeds groter laten worden dat er voor iemand die raad zoekt meer schade dan nut uit de astrologie voortvloeit. Vooral dan wan­neer aan de planeten invloed wordt toegewezen. Zo worden de sterren tot nieuwe projectievlakken van de schuld. Zocht men tot nu toe de schuldigen in de wereld om ons heen, in familie, beroep, staat, zo wordt bij het astrologische advies opeens Sa­turnus de zondebok. De slachtoffers van deze opvatting zoe­ken de schuld voor alle moeilijkheden van hun leven in hun 'slechte horoscoop' en benijden de succesvolle mensen vanwe­ge hun 'goede horoscoop'.

 

Zakt de astrologie tot een dergelijk niveau, dan moet men er zich niet over verwonderen dat de verwijten van bijgeloof niet verstommen. Vanuit deze verkeerde grondgedachte ontstaat bijna automatisch de wel meest verbreide vergissing van de aanhangers van de astrologie: astrologie is een methode waar­mee men zijn lot zou kunnen corrigeren. Astrologie wordt bij­na overal bedreven met de bedoeling het lot een beetje te slim af te zijn, om zo voor zichzelf en zijn klanten uit de kennis van de sterren voordeel te slaan.

 

Vanuit deze houding ontstaan dan adviezen waarin iemand dringend wordt aanbevolen in de komende maand uiterste voorzichtigheid te betrachten, niets te ondernemen en liefst op drie bepaalde dagen helemaal niet uit bed te komen omdat een kwade en gevaarlijke constellatie in die tijd werkzaam wordt. Men hoeft echter niet helemaal te wanhopen, want over een half jaar zal het beter worden omdat Jupiter dan in een hoek van dertig graden met de zon staat; in deze tijd zou men alle ondernemingen moeten doorzetten. Gelukkige gebeurtenis­sen en winsten zouden zich dan voordoen enzovoort.

Liever geen astrologie dan dergelijke misleidingen van de mensheid! Zo komt het tot mensen die aan astrologie verslaafd zijn, die voor elke beslissing eerst de raad van hun astroloog inwinnen om te weten te komen of de sterren goed of slecht staan, die voor elke autorit eerst een blik in hun horoscoop werpen en dergelijke. Men zou de astrologie liefst niet aan de dwalingen van haar gebruikers moeten afmeten - anders zou ze inderdaad al gauw onder de verdovende middelen moeten wor­den gerangschikt.

De mensheid wordt gefascineerd door het idee het lot te be­driegen, iedereen probeert het op zijn eigen manier - de medici met de intensieve verpleegafdelingen, de astrologen met de ho­roscoop. Dezelfde kloof die tussen onze geneeskunde en de ware geneeskunst gaapt, scheidt ook de astrologie uit onze tijd van de ware sterrenwijsheid.

 

De vervulling van het lot

 

Astrologie is geen middel om het lot te bedriegen, maar zou moeten helpen het lot te vervullen. Nog bij de Grieken en Ro­meinen komen we onze planeetprincipes als goden tegen. De oerprincipes werden gepersonifieerd en de definities van de principes als eigenschappen van de godengestalten beschre­ven. Zo was de antieke godenhemel een systeem om de werke­lijkheid af te beelden net als de astrologie. Dat ook de bijbel streng volgens deze 7 planeetprincipes is opgebouwd, wordt hier alleen vermeld en moet apart behandeld worden.

De Grieken kenden een eenvoudige formule om in goede har­monie met de goden om te gaan: zolang men aan de goden of­fert, doen de goden niets - offert men niets, dan haalt de god­heid het offer met geweld. Deze formule is nog altijd geldig en is de eigenlijke sleutel van de astrologie. Het komt ook dichter bij de werkelijkheid zich onder de oerprincipes 'goden' voor te stellen dan dode hemellichamen.

 

 

 

Blijkbaar begint de reïncarnatiegedachte ook de aandacht te trekken van de filmmakers. Gisteren, 22 februari,  las ik in de krant de aankondiging van deze nieuwe film.

 

09. Birth


regie: Jonathan Glazer

 

recensie door: Ivy Christiani

 

Het zal je maar gebeuren: sta je als welgestelde thirty-something vrouw na tien jaar weduwe te zijn geweest op het punt te hertrouwen, staat er ineens een tienjarig jongetje bij je op de stoep die je vertelt dat je de bruiloft kan gaan afzeggen omdat hij de reïncarnatie van je overleden man is. Dit overkomt Nicole Kidman in haar nieuwste, Birth. Dat een interessant onderwerp als reïncarnatie niet automatisch betekent dat een film ruim anderhalf uur kan boeien, blijkt wel uit deze aanvankelijk intrigerende, maar uiteindelijk trage en langdradige film.

Regisseur Jonathan Glazer is een nieuwkomer in het vak. Hoewel hij reeds geruime tijd videoclips regisseerde, is Birth pas zijn tweede lange speelfilm. Desondanks heeft hij gerenommeerde sterren zoals Nicole Kidman (met opvallend kort, jongensachtig kapsel) en Lauren Bacall weten te strikken voor de hoofdrollen. Het draagt zeker bij tot de kwaliteit van de film, over de acteerprestaties niks dan lof. Cameron Bright die de rol van het tienjarig jochie speelt, doet met zijn indringende blik en geloofwaardig acteerwerk ook zeker niet onder voor zijn medespelers.


Met het acteerwerk is dus niks mis, integendeel. Ook het thema van de film boeit, want wat zou jij doen als er opeens een kind voor je deur staat die beweert dat hij de reïncarnatie van een overleden dierbare is? Waarschijnlijk zou je hem aanvankelijk, net als Kidman, de deur wijzen, maar wat nou als dit kind wel erg veel persoonlijke informatie over jou, je familie én je overleden man weet te vertellen? Wat doe je dan?


De strijd die Kidman voert met het kind, maar ook met haar eigen overtuigingen ten aanzien van leven en dood bieden stof genoeg voor mooie scènes. Fraai gestileerde shots van de gekwelde blik van Kidman, opgenomen op verschillende prachtige locaties in New York zijn er in overvloed. Deze scènes worden ook nog eens ondersteund met een kippenvel kwekende, klassieke soundtrack. Ook op dat vlak scoort Glazer zeker punten.



Trailer :
http://www.cinebel.be/nl/film.10657.Birth.htm

 

 10. Marten Toonder

 

                Wat wij het Heelal noemen is verschrikkelijk oud. Zó oud dat de geleerden zich eigenlijk schouderophalend terugtrokken nadat ze hun meningen hadden herzien: van zesduizend Bijbelse jaren, via een miljoen, driehonderd miljoen naar een explosie van enkele miljarden jaren. Het aantal is niet te overzien, zo kan men uit hun laatste becijferingen opmaken.

                Over één ding zijn ze het blijkbaar allemaal eens. Het begin van alles was het licht: een oneindige ruimte van licht dat een onmeetbare hitte uitstraalde. En in die voor ons ondenkbare toestand werd het ion-elektron geboren. Dat deeltje was de drager van de materie en de geest. Want dat tweetal moet altijd al samen hebben geopereerd, omdat wij anders niet over dat bovenmenselijke gebeuren zouden kunnen denken.

                Eerlijk gezegd vind ik persoonlijk dat soort denken wel erg moeilijk, en ik laat het graag aan geleerden over. Maar er is wel iets dat me altijd getroffen heeft, en dat is de overeenkomst tussen de scheppingsverhalen, die bij de meest uiteenlopende volkeren gevonden wordt. Het licht is altijd de bron waaruit al het zichtbare, en ook het onzichtbare dat wij 'geest' noemen, ontstaan is. Deze overeenkomst heeft zich in alle mogelijke verschillende richtingen ontwikkeld, dat spreekt. De richting die wij kennen wordt gekenmerkt door Darwin's evolutietheorie. Door die evolutiegedachte is het mogelijk de kosmische vooruitgang waar te nemen, zoals het ontstaan van het leven op aarde en de vorming van de oudste gesteenten. Geweldig knap om dat op een logische manier te kunnen aantonen.

                Maar er is toch een lacune. Al dat denken is gericht op de materie, maar waar is de geest? Het is moeilijk om daar vrede mee te hebben omdat evolutie vooruitgang betekent, en wanneer men de vooruitgang van de mens kritisch beschouwt, is alleen een ontwikkeling van de ratio zichtbaar. Alles is redelijk te verklaren, uitvindingen worden aan de lopende band gedaan, de ratio werkt op volle kracht en verklaart al triomfantelijk dat er binnen korte tijd een computer zal zijn die beter en vlugger kan denken dan de mens.

                Geweldig natuurlijk, zo op het oog. Dat soort computers heb ik gebruikt in een verhaal©, want het is vanzelfsprekend dat ze door snel en alwetend denken een einde aan de vervuiling zullen maken: de vervuiling en de oorzaken daarvan, en dat zijn in de eerste plaats hun uitvinders die tot een stof behoren die overbevolking en vervuilingsmechanismen in het leven roepen. Maar - heeft dit allemaal iets met de geest te maken? Als dat zo is, heb ik het toch niet goed begrepen; dan is er toch een ander soort geest aan het werk dan degeen die ik op het oog had.

                Sinds Nietzsche Gods dood heeft aangezegd schieten de goeroes en profeten als paddenstoelen uit de grond. De een is beter dan de ander. Maar het is toch opmerkelijk dat materie veelal de plaats van God heeft ingenomen. Dat kan toch niet de geest zijn? Dat is toch een belangrijke vraag wanneer men de reïncarnatie wil begrijpen, zeker wanneer het met karma gepaard gaat. Want eigenlijk zijn dat alleen maar moeilijke namen voor het begrip 'evolutie': de evolutie van de geest.    Maar denken gaat over materie; het denkvermogen is een fysieke eigenschap omdat het werkt door middel van sterfelijke hersencellen. Daarom is denken een betrekkelijke bezigheid; het is grofstoffelijk, terwijl het in wezen om de fijne trillingen gaat. Een aardig voorbeeld zijn de woorden van de apostel Johannes: 'In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.' Deze indrukwekkende uitspraak laat een kleine stilte en enige verwarring achter. Geen wonder; het is een korte samenvatting van onze manier van denken. Het Woord is een poging om Iets uit te drukken, terwijl dat iets eigenlijk een béétje subtieler was zodat de overbrenging nooit op exact begrip kan rekenen. Maar toch had Johannes gelijk omdat hij in het Grieks 'Logos' heeft gezegd, en dat heeft ook de abstracte betekenis van 'Rede': 'de immanente goddelijke rede'. En daar hadden we het over.                 Het is het feit dat onze stoffelijke gedachten alleen maar over materiële dingen gaan, en dat zowel de gedachten als de dingen tot stof zullen vergaan. En het eeuwige leven dan? En de evolutie? Dat berust in de kern van ons bestaan die Ziel of Ego of Ik kan heten en die we door meditatie en volslagen zelfinkeer kunnen leren kennen. 'Ken uzelf', zei het orakel van Delphi, en Jezus voegde er aan toe: 'Hebt uw naaste lief zoals uzelf'.

                Maar wie heeft zichzelf lief? Iedereen die tot volledige zelfinkeer is gekomen, heeft kennis gemaakt met een vrijwel onbekende en dat kan heel schokkend zijn¨. Maar die IK is degene die deelneemt aan de evolutie omdat hij het eeuwige leven heeft. En zijn ervaringen bepalen de kwaliteit van zijn Ego, en ook zijn karma. Iedere daad heeft consequenties, iedere oorzaak zijn gevolg. Dat kan tot een groeiende wijsheid leiden, en dus bijdragen aan de evolutie. Reïncarnatie berust op de evolutiegedachte, en dat houdt dus ook in dat de ervaringen van een Ego belangrijk zijn voor de groeiende kwaliteit van zijn evolutie.

                Voor veel mensen die reïncarnatie accepteren is het een vraagstuk waar dat Ego na de dood heen zal gaan - en dat is juist weer een opgave van de rationele stofgebonden geest. Eigenlijk is het zo dat het materialisme niet meer de voldoening geeft die het eens gaf. Het is nog maar kort geleden dat abstracties een functie begonnen te vervullen, ook in de wetenschappen. Daardoor kon Carl Gustav Jung zijn gedachte over een Collectief Onbewuste naar voren brengen - en dat denkbeeld sloot volkomen aan bij de ontdekking van het uitdijende heelal. Want dat laatste houdt alle mogelijkheden van een uitbreiding op stoffelijk gebied in, terwijl een collectief onbewuste alle vormen van onbewust leven in zich heeft.

                Zichtbaar te maken is dat terrein niet; het is een sfeer, een toestand, die oneindig uit te breiden is en waarin een uitgetreden Ego opgenomen kan worden zonder de eigen vorm te verliezen. Dat laatste is natuurlijk belangrijk, want de wereldbevolking verdubbelt zich nu in veertig jaren zodat men zich ongerust kan afvragen waar al die mensen hun ziel of hun geest vandaan halenª. Wanneer alle uitgetredenen opgelost zouden worden in het steeds groter wordende collectief, zou de kwaliteit van de mensheid verdund worden. Dan schieten we niet op met de evolutie.

                De theosofen praten in dit verband over 'jonge' en 'oude' ego's. De 'ouden' zijn de ego's met de meeste incarnaties, en zij maken de meeste kans om over te gaan naar een volgende transmutatie. Op dit punt wordt het onderwerp 'karma' natuurlijk onmisbaar en eigenlijk een onontkoombaar element. Karma is alleen maar de afwikkeling van een oorzaak, die in de loop der eeuwen een nauwsluitend gevolg over zich heen krijgt. Het sluitend maken van dat gevolg kan vele incarnaties duren, terwijl het in de eeuwigheid een schicht is ·.

                Maar ik ben reeds veel te ver gegaan, omdat ik doordraaf op een onderwerp dat me bijzonder interesseert, terwijl ik in feite bezig ben met een voorwoord voor een zeer gedegen filosofische studie. De onderwerpen die daarin aangeroerd worden, zijn echter zo geladen dat ze gevuld zijn met de ionen die oerflitsen doorgeven aan de geest. 'Inspirerend', om het plat te zeggen. Het is merkwaardig dat de belangstelling voor de onzichtbare kant van ons leven toeneemt. Want deze nieuwe eeuw lijkt er een van materialisme, en de media en daardoor de gesprekken versterken die indruk.

                Maar aan de andere kant bestaat er wel degelijk een groeiende behoefte aan geestelijke steun die diep bij iedereen verscholen ligt. En het besef van reïncarnatie bestaat bij vele, vele volkeren, en is al zeer oud. Het is een oerwetenschap, die nooit verder ontwikkeld is, maar wel veel gebruikt voor religies, theorieën en verhalen. Daarom is het belangrijk dat een boek als dit verschijnt, waarin alle facetten en mogelijkheden op een serieuze manier besproken worden. Een boek als dit zou kunnen bijdragen tot de volgende mutatie van de mens.

 

  



© Het Verschiet - opgenomen in: Als dat maar goed gaat (1988)  

¨ De Plamoen - als De Gezichtenhandel opgenomen in: Wat Enigjes (1975)

ª  De Pronen - opgenomen in: Had ik maar beter geluisterd (1980); De Sloven - opgenomen in: Geld speelt geen rol (1968)

· De Bommellegende - opgenomen in: Mijn eigen eenzame weg (1976); De Minionen - opgenomen in: een ragfijn spel (1981)

11. Omraam Mikhaël Aïvanhov

 

"Het christendom verwerpt de idee van de reïncarnatie. Deze misvatting is des te ernstiger, daar het de mensen belet te begrijpen hoe de goddelijke gerechtigheid zich openbaart. Geen wonder als vervolgens alles belachelijk lijkt: als je de diepe reden niet ziet van situaties en gebeurtenissen, worden ze onbegrijpelijk en kom je tot de conclusie dat overal onrecht heerst. Geconfronteerd met lijden en tegenspoed zegt de christen: ‘God heeft het gewild.’ Hijzelf – dat is buitengewoon! – heeft niets gedaan waardoor hem deze ellende overkomt, hij is nergens verantwoordelijk voor, het is God die doet wat Hem bevalt, en wat Hem bevalt berust op geen enkele rechtvaardigheid.

Door de reïncarnatie af te wijzen heeft het christendom de mensen alleen maar misleid. Terwijl met de reïncarnatie alles duidelijk wordt: je begrijpt hoe van het ene bestaan naar het

andere zich de wet van oorzaak en gevolg openbaart. Het is niet meer God die goed en kwaad verdeelt zonder dat je ooit weet waarom, de mens zelf is de bewerker van zijn lot. De grootheid, de schittering, de volmaaktheid en vooral de rechtvaardigheid van God blijven zo bestaan. "

 

Bron: www.prosveta.com

Nog over Reincarnatie:

Lezing van Henri de Vidal de St Germain

 

Lezing van  Hans Stolp

 

Nog eens Hans Stolp

 

Jozef Rulof

 

 

 

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

Top 100 NL